Zwangerschap, (werk) en COVID-19

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 30 april 2021 (versiebeheer zie onderaan deze pagina). 
 

Vaccinatiebeleid voor zwangere vrouwen

Het huidige en aangepaste advies is om zwangeren te vaccineren tegen COVID-19 zodra ze hiervoor worden uitgenodigd, met een van beide mRNA-vaccins (Pfizer/BioNTech of Moderna). Data uit de Verenigde Staten lieten na vaccinatie van zwangeren met mRNA-vaccins (Pfizer/BioNTech en Moderna) geen nadelige bevindingen zien en een NEJM-studie heeft 36.000 vrouwen geïncludeerd vanaf 30 dag preconceptioneel tot een zwangerschap a terme. Op basis van deze studies en argumenten is er een aangepast advies verschenen van de NVOG

 

Voor het Janssen-vaccin zijn dit type veiligheidsdata nog niet voorhanden en AstraZeneca-vaccinatie wordt onder de 60 jaar op dit moment afgeraden.

 

Voor meer informatie  over vaccinatie van zwangeren: zie de Richtlijn COVID-19-vaccinatie en FAQ COVID-19-vaccinatie.

 

Deze bijlage is van toepassing op gezonde zwangere vrouwen niet behorend tot een COVID-19-risicogroep. Voor zwangere vrouwen die wel behoren tot een COVID-19-risicogroep dient een eigen risico-inschatting te worden gemaakt, eventueel i.o.m. de behandelaar.

Naast pre-existente comorbiditeit komen uit de literatuur verschillende risicofactoren voor een ernstig beloop van COVID-19 tijdens de zwangerschap naar voren: toenemende leeftijd van de zwangere (35 jaar en ouder), een BMI van 30 of meer en een niet-westerse achtergrond (Allotey 2020). Wanneer van een van bovengenoemde risicofactoren sprake is, is ook een individuele risico-inschatting van toepassing en is het van belang om op maat te adviseren en met de zwangere (en eventueel in afstemming met de verloskundige/gynaecoloog/behandelaar) beleid op te stellen inzake haar inzetbaarheid in het werk. Hierbij spelen bijvoorbeeld mee de specifieke werkgebonden risico’s, de conditie van de zwangere en de mate waarin de zwangere zich kan beschermen (zoals met PBM*).

1. COVID-19 en zwangerschap

COVID-19 is een luchtweginfectie die wordt veroorzaakt door SARS-CoV-2. Op basis van de huidige literatuur lijken zwangere vrouwen geen verhoogd risico te hebben om geïnfecteerd te worden met SARS-CoV-2, d.w.z. ze zijn niet ontvankelijker dan andere personen (FMS). Het is te verwachten dat COVID-19 bij een zwangere, net als de meeste andere virale respiratoire infecties, ernstiger verloopt dan bij niet-zwangere vrouwen, vanwege de mechanische beperking door de groeiende buik, met verkleining van de longcapaciteit tot gevolg (DeBolt 2021). Hierdoor kunnen vaker complicaties zoals een pneumonie optreden, met name naarmate de zwangerschap vordert.

In Nederland hebben de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) i.s.m. andere partijen betrokken in de geboortezorg een standpunt opgesteld voor COVID-19 en zwangerschap, bevalling en kraambed (FMS 2021). In het document, dat geactualiseerde standpunten en adviezen bevat ten aanzien van risico`s voor zowel de zwangere als het (ongeboren) kind, wordt verwezen naar een recent gepubliceerde systematische review en meta-analyse van Allotey et al.

Uit deze studie komt naar voren dat 4% van de zwangere vrouwen met COVID-19 werd opgenomen op de intensive care (IC); 3% had invasieve beademing nodig. Zwangere vrouwen met COVID-19 lijken een verhoogd risico te hebben om te worden opgenomen op de IC en er is vaker noodzaak tot invasieve beademing, in vergelijking met niet-zwangere vrouwen in de reproductieve leeftijd met COVID-19. De eerder genoemde kenmerken (hogere leeftijd, hoge BMI, comorbiditeit etc.) zijn risicofactoren voor een ernstiger beloop van COVID-19 (Allotey 2020). Internationale richtlijnen en protocollen, zoals uit Canada of uit Australië en Nieuw-Zeeland, betreffende risico’s voor zwangere vrouwen met COVID-19, sluiten hier bij aan. Er is tot nu toe geen bewijs om aan te nemen dat infectie met SARS-CoV-2 tijdens de zwangerschap leidt tot meer pre-eclampsie, foetale groeivertraging en/of spontane vroeggeboorte (FMS 2021).

In Nederland lijkt de kans op een opname in het ziekenhuis onder zwangeren met COVID-19-gerelateerde klachten verhoogd ten opzichte van niet-zwangeren. Ook zijn in ons land zwangere vrouwen met COVID-19 opgenomen geweest op een IC, en het lijkt erop dat het risico op IC opname is verhoogd in vergelijking met de algemene populatie van jonge vrouwen (NethOSS).

De systematische review van Allotey et al. laat een hoger risico op vroeggeboorte zien bij zwangere vrouwen met COVID-19 in vergelijking met zwangere vrouwen zonder COVID-19 (Allotey 2020). Het is echter onduidelijk wat het aandeel van de ziekte hierbij precies is, en in hoeverre dit verklaard kan worden door eerder medisch ingrijpen (iatrogene vroeggeboorte), wat ook weer sterk afhangt van het gevoerde medisch beleid. Verticale en horizontale transmissie vroeg na de geboorte komen voor, maar het bewijs naar de omvang en timing hiervan is beperkt (WHO).

Samenvattend blijft ook bij COVID-19 het (specifiek voor zwangere vrouwen wettelijk voorgeschreven) voorzorgsprincipe onveranderd en van essentieel belang. Werkgevers moeten hiermee rekening houden bij het formuleren van hun arbobeleid en in de risico-inschatting moet er altijd aandacht zijn voor specifieke zwangerschapsgebonden en individuele risicofactoren.*

In Nederland en de meeste andere landen worden gezonde zwangere vrouwen (dus niet behorend tot een medische risicogroep/met zwangerschapsgebonden risicofactoren) op basis van de recente literatuur voor COVID-19 niet beschouwd als medisch kwetsbare werknemers of als een hoogrisicogroep in engere zin. Omdat ook tal van andere infecties een zwangerschap nadelig kunnen beïnvloeden, moet alles in het werk worden gesteld om de kans op een onbeschermde blootstelling aan wat voor infectieziekte dan ook te voorkomen.

*De inhoud van het werk en de individuele gezondheidsfactoren/risicofactoren en werkomstandigheden vormen bij een zwangere werkneemster altijd het vertrekpunt. Het is van belang dat een zwangere vrouw in gesprek komt met haar werkgever/leidinggevende om in goed overleg en met gezond verstand te bekijken hoe de vrouw veilig en gezond haar taken uit kan blijven voeren; hierbij is altijd een individuele risico-inschatting en maatwerk nodig.

Werkgebonden factoren worden hierin meegenomen naast individuele gezondheidsfactoren (zoals medische voorgeschiedenis, mogelijke risicofactoren en verloop van de zwangerschap waaronder ook factoren van psychische aard). De bedrijfsarts adviseert.

2. Wettelijk kader zwangerschap, werk en COVID-19

De Arbowet verplicht werkgevers om blootstelling aan ziekmakende agentia bij zijn werknemers te voorkomen, en 'daar waar de werknemer gevoeliger is voor nadelige effecten op de gezondheid dient aanvullende bescherming te worden geboden'. De Arbowet eist dus van werkgevers dat zij extra aandacht besteden aan zwangere vrouwen met het oog op beroepsgebonden gezondheidsrisico’s voor de werkneemster en het ongeboren kind (artikel 1.42 Arbobesluit).

3. Aandachtspunten rond inzet van zwangere werknemers in Nederland

Algemeen

In geval van lokale of regionale toename van de besmettingsgraad kan een situatie ontstaan waarin naast de landelijke maatregelen ook aanvullende lokale of regionale maatregelen geïndiceerd zijn (zie Handreiking maatregelen bij clusters en regionale verspreiding van COVID-19). Werkgevers moeten in een dergelijke situatie ook de veiligheid en gezondheid van de werknemers extra moeten bewaken en borgen; het beleid rond de inzet van zwangere medewerkers zal hiermee ook moeten worden heroverwogen. Dit geldt in een dergelijke situatie met name voor werkplekken waar sprake is van intensief menselijk contact.

Binnen ziekenhuizen/zorginstellingen zal dan sprake zijn van opschaling van zorg en van intensivering van beschermende maatregelen. Hierbij zal beleid rond gezond en veilig werken tijdens de zwangerschap moeten worden meegenomen.

Uitgangspunten voor inzet zwangere medewerkers

  • Met goede voorlichting en strikte toepassing van de gangbare hygiënemaatregelen, werkprotocollen en procedures geldend binnen specifieke beroepsgroepen – deze maatregelen moeten wel goed uitvoerbaar zijn tijdens de zwangerschap – zijn gezonde zwangeren in principe in hun reguliere werk inzetbaar. Volg ook de geldende algemene en de specifieke adviezen voor werknemers van de Rijksoverheid.
  • Binnen de verschillende ziekenhuizen, instellingen, medische beroepsgroepen en overige beroepen – binnen en buiten de zorg – kan een eigen beleid worden opgesteld; hiervoor wordt verwezen naar de eigen werkgever/organisatie/zorginstelling.
  • Deze bijlage is gericht op de gezonde zwangere. Op individueel niveau kan de bedrijfsarts anders adviseren en afwijken van het opgestelde beleid met een advies op maat over de beste aanpak.*
  • Een zwangere heeft recht op vrijstelling van werkzaamheden waarbij de zwangere blootgesteld kan worden aan COVID-19-positief geteste of voor COVID-19 verdachte personen. Dit geldt ook voor blootstelling aan besmette materialen, of wanneer gerichte werkzaamheden worden verricht in een laboratoriumomgeving. Vrijstelling en vervangende werkzaamheden, zoveel mogelijk rond de eigen werkplek, geldt indien zij zichzelf niet voldoende kan beschermen of niet getraind is (zich niet bekwaam voelt) in het juist toepassen van PBM (= onbeschermd contact).
  • Goede informatievoorziening en voorlichting over het belang van het strikt en consequent werken volgens de bestaande hygiëne- en preventiemaatregelen, procedures en protocollen geldend voor specifieke beroepsgroepen/werkzaamheden is noodzakelijk.
  • Onder alle omstandigheden gelden de landelijke preventiemaatregelen zoals beschreven op Rijksoverheid.nl.

4. Uitgangspunten voor de praktijk

Het is aan (zorg)instellingen, koepelorganisaties en branches etc. om beleid op maat hierop verder vorm te geven. Onderstaande uitgangspunten zijn van toepassing op gezonde zwangeren. In geval van lokale of regionale toename van de besmettingsgraad kan aanpassing van het totale pakket aan beheersmaatregelen nodig zijn. Er is een onderscheid gemaakt tussen zorgmedewerkers intramuraal en extramuraal en overige beroepen om hiermee de controleerbaarheid van de werkomgeving en de risicobeheersing naast bekendheid met juist gebruik van PBM te onderscheiden.

Zorgmedewerkers intramuraal

Met intramuraal wordt bedoeld gezondheidszorg die gedurende een onafgebroken verblijf van meer dan 24 uur geboden wordt in een zorginstelling, zoals een ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingshuis of een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Zwangere zorgmedewerkers werkzaam in de intramurale setting zijn, wanneer zij in lijn met de bestaande hygiënerichtlijnen, protocollen en procedures zich adequaat en geheel volgens de gangbare procedures kunnen beschermen, tot 28 weken zwangerschap in principe inzetbaar in alle werkzaamheden, ook rond personen met COVID-19 (bewezen/verdacht). Hierbij worden de beschermende maatregelen – waaronder PBM – gevolgd die gelden binnen specifieke functies/taken/werkzaamheden en geldt er geen speciaal beleid voor zwangere medewerkers. Dit in goed overleg met de werkgever en/of leidinggevende en na afweging van andere mogelijke factoren die een rol kunnen spelen.*

Vanaf de termijn van 28 weken wordt het verlenen van COVID-19-gebonden zorg door een zwangere afgeraden. Dit vanwege een verhoogde kans op ernstig beloop in dit deel van de zwangerschap wanneer besmetting op zou treden. Daarnaast kan de behandeling van een pneumonie bij deze termijn van de zwangerschap gecompliceerd verlopen. De zwangere kan vervangende werkzaamheden verrichten, conform het hiervoor geldende zwangerschapsbeleid binnen de zorginstelling. Non-COVID-19-zorg kan door de zwangere ook na 28 weken worden verleend na een goede risico-inventarisatie en met medenemen van de aandachtspunten zoals hierboven genoemd.

Zorgmedewerkers extramuraal

Met extramuraal bedoelen we zorg die verleend wordt buiten het ziekenhuis of zorginstelling, zoals huisartsen, verloskundigen, fysiotherapeuten, thuiszorg etc. Extramuraal is er doorgaans sprake van een minder controleerbare situatie van de werkomgeving en de risicobeheersing, naast minder bekendheid met juist gebruik van PBM.

<28 weken: binnen deze termijn geldt in het algemeen dat, in goed overleg met de leidinggevende/werkgever en in lijn met de bestaande hygiënerichtlijnen, protocollen en procedures rondom beschermende maatregelen – waaronder PBM – geldend voor die beroepen/werkzaamheden (en toezicht hierop), de normale werkzaamheden kunnen worden verricht door de zwangere medewerker. Hieronder valt ook de zorg rond COVID-19-patiënten (bewezen/verdacht), mits adequate bescherming mogelijk is.

≥28 weken: vanaf het derde trimester geldt dat een zwangere geen COVID-19-gebonden zorg verleent. Daarnaast geldt voor non-COVID-19-gebonden zorg dat wanneer de zwangeren niet kunnen voldoen aan de ingestelde preventiemaatregelen zoals ≥1,5 meter afstand houden zij ook passende werkzaamheden aangeboden dienen te krijgen waarbij preventieve en beschermende maatregelen (waaronder 1,5 meter-afstand houden) wel gewaarborgd kunnen worden.**

Overige beroepen

Voor overige beroepen buiten de zorg gelden de uitgangspunten zoals beschreven bij extramurale zorgmedewerkers waarbij de duur van de zwangerschap in de context van social distancing de hoofdrol speelt. Wanneer afstand houden ≥28 weken niet goed mogelijk is krijgt de zwangere werknemer in het derde trimester passende werkzaamheden aangeboden.**

In geval van een lokale/regionale hoge incidentie en wijdverspreide transmissie zal de grond voor vervangend werk in de beroepsmatige setting mogelijk moeten worden verruimd na een actuele beoordeling van de risico’s; dit zal gebeuren in samenspraak met de regionale GGD.

** Vervangend werk ≥28 weken geldt ook bij werk met de jongste leeftijdsgroepen 0-4 jaar. Vanaf begin februari 2021 wordt ook in de groep 0-4-jarigen meer getest en daarbij worden besmettingen en verspreiding gezien. Omdat werknemers zich in deze setting niet optimaal kunnen beschermen wordt uit voorzorg vervangend werk geadviseerd.

 

Samenvatting literatuur COVID-19 en zwangerschap

 

Aanpak

Aan de hand van de literatuur is nagegaan wat het risico op complicaties (IC-opname, invasieve beademing) is bij zwangere vrouwen met COVID-19 in vergelijking met niet-zwangere vrouwen met COVID-19, en of hierin onderscheid is te maken per trimester van de zwangerschap. In april 2020 is een ‘levende’ systematische review gestart door een onderzoeksgroep uit het Verenigd Koninkrijk (Allotey 2020) naar symptomen, risicofactoren en maternale en perinatale uitkomsten van COVID-19 in de zwangerschap (Allotey 2020). Deze review, die regelmatig geüpdatet wordt, is als basis gebruikt. De laatste update betreft artikelen die zijn gepubliceerd in de periode tot 6 oktober 2020 (BMJ 2021). Daarnaast is in (inter)nationale richtlijnen gezocht naar aanvullende literatuur, en de Nederlandse situatie is in kaart gebracht aan de hand van een analyse van Netherlands Obstetric Surveillance System (Nethoss) data (Overtoom 2021). Nethoss registreert ernstige ziekten en complicaties in de zwangerschap en in het kraambed (Perined).

 

Resultaten

Uit de systematische review van Allotey et al. komt naar voren dat van de zwangere en recent zwangere vrouwen die gediagnosticeerd werden met COVID-19, 4% (2% tot 7%; 50 studies, 41.288 vrouwen) werd opgenomen op de IC; 3% (1% tot 5%, 31 studies, 42.026 vrouwen) had invasieve beademing nodig, en 0,2% (0,0% tot 0,7%; 13 studies, 33.521 vrouwen) ECMO (BMJ 2021). In vergelijking met niet-zwangere vrouwen in de vruchtbare leeftijd met COVID-19, lijken zwangere vrouwen met COVID-19 een verhoogd risico te hebben op IC-opname (OR 2,13, 95% BI 1,53-2,95; 7 studies, 601.108 vrouwen), invasieve beademing (OR 2,59, 95% BI 2,28-2,94; 6 studies, 601.044 vrouwen) en ECMO (OR 2,02, 95% BI 1,22-3,34; 2 studies, 461.936 vrouwen). Kenmerken van de moeder, waaronder leeftijd (35 jaar of ouder), een BMI van 30 of hoger, en pre-existente comorbiditeit (bijvoorbeeld hypertensie of diabetes) waren geassocieerd met ernstige complicaties in zwangere vrouwen met COVID-19, zoals IC-opname. De geïncludeerde studies waren heterogeen, bijvoorbeeld wat betreft de sampling methodes en definities van uitkomsten, en het ging vaak om lage aantallen. Niet veel studies presenteerden de uitkomsten per trimester, wat het lastig maakt om vast te stellen of complicaties bij COVID-19 vaker voorkomen in latere fases van de zwangerschap, ten opzichte van het begin van de zwangerschap.

 

De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) verwijst in haar aangepaste standpunt ‘COVID-19 en zwangerschap, bevalling en kraambed’ van 12 januari jl. bij de beschrijving van COVID-19 complicaties bij zwangeren ook naar de systematische review van Allotey et al., net als verschillende internationale richtlijnen (uit o.a. Canada, Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk) (ACOG, RCOG, RANZOG, SOGC, FMS). Een recente update van de Royal College of Pediatrics and Child Health (RCOG) d.d. 19 februari 2021, bespreekt daarnaast enkele andere artikelen die na Allotey et al. gepubliceerd zijn Ook hieruit blijkt een verhoogd risico op IC-opname bij zwangere vrouwen met COVID-19 in vergelijking met niet-zwangere vrouwen met COVID-19 (DeBolt 2020, Lokken 2021, Martinez-Portilla 2021, Oakes 2021). In de richtlijn wordt als mogelijke verklaring gegeven dat bij zwangere vrouwen de drempel voor IC-opname lager ligt (men is extra voorzichtig).

 

Nederlandse data uit de eerste golf laten zien dat van de 376 geregistreerde zwangere vrouwen met een SARS-CoV-2-infectie, er 74 (20%) werden opgenomen in het ziekenhuis en 6 (2%) op de IC (Overtoom 2021). Risicofactoren voor opname waren overgewicht/obesitas en een niet-westerse achtergrond. Ziekenhuis- en IC-opname was verhoogd ten opzichte van een cohort vrouwen met COVID-19 in de vruchtbare leeftijd (OR 6.75, 95% BI 5.18-8.81 en OR 2.52, 95% BI 1.11-5.77). Aan het begin van de eerste golf was het testbeleid met name gericht op mensen met ernstige klachten, waardoor vrouwen met milde of geen symptomen mogelijk zijn ondervertegenwoordigd.

 

Referenties

  • Allotey J, Stallings E, Bonet M, Yap M, Chatterjee S, Kew T, et al. Clinical manifestations, risk factors, and maternal and perinatal outcomes of coronavirus disease 2019 in pregnancy: living systematic review and meta-analysis. Bmj. 2020;370:m3320.
  • ACOG American College of Obstetricians and Gynecologists. Vaccinating Pregnant and Lactating Patients Against COVID-19. COVID-19 Infection Risk in Pregnancy Beschikbaar via: https://www.acog.org/clinical/clinical-guidance/practice-advisory/articles/2020/12/vaccinating-pregnant-and-lactating-patients-against-covid-19.
  • DeBolt CA, Bianco A, Limaye MA, Silverstein J, Penfield CA, Roman AS, et al. Pregnant women with severe or critical coronavirus disease 2019 have increased composite morbidity compared with nonpregnant matched controls. Am J Obstet Gynecol. 2020.
  • BMJ Update to living systematic review on covid-19 in pregnancy. Bmj. 2021;372:n615.
  • CDCCOVID-19 and pregnancy.
  • Ceulemans M, Verbakel JY, Van Calsteren K, Eerdekens A, Allegaert K, Foulon V. SARS-CoV-2 Infections and Impact of the COVID-19 Pandemic in Pregnancy and Breastfeeding: Results from an Observational Study in Primary Care in Belgium. Int J Environ Res Public Health. 2020;17(18).
  • FMS FMS Federatie Medisch Specialisten, Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. Standpunt COVID-19 en zwangerschap, bevalling en kraambed. 12 januari 2021. 2021.Standpunt COVID-19 en zwangerschap, bevalling en kraambed.
  • Lokken EM, Huebner EM, Taylor GG, Hendrickson S, Vanderhoeven J, Kachikis A, et al. Disease severity, pregnancy outcomes, and maternal deaths among pregnant patients with severe acute respiratory syndrome coronavirus 2 infection in Washington State. Am J Obstet Gynecol. 2021.
  • Martinez-Portilla RJ, Sotiriadis A, Chatzakis C, Torres-Torres J, Espino YSS, Sandoval-Mandujano K, et al. Pregnant women with SARS-CoV-2 infection are at higher risk of death and pneumonia: propensity score matched analysis of a nationwide prospective cohort (COV19Mx). Ultrasound Obstet Gynecol. 2021;57(2):224-31.
  • NVOGUpdate registratie COVID-19 positieve zwangeren in NethOSS. Geraadpleegd 18-09-2020.
  • Oakes MC, Kernberg AS, Carter EB, Foeller ME, Palanisamy A, Raghuraman N, et al. Pregnancy as a risk factor for severe coronavirus disease 2019 using standardized clinical criteria. Am J Obstet Gynecol MFM. 2021;3(3):100319.
  • Overtoom EM, Rosman AN, Zwart JJ, Vogelvang TE, Schaap TP, Akker Tvd, et al. SARS-CoV-2 infection in pregnancy during the first wave of COVID-19: a prospective nationwide population-based cohort study. Manuscript accepted for publication. BJOG: An International Journal of Obstetrics and Gynaecology. 2021.
  • Perined. Nethoss [Beschikbaar via: https://www.perined.nl/onderwerpen/nethoss].
  • RANZCOG The Royal Australian and New Zealand College of Obstetricians and Gynaecologists. COVID-19 Vaccination in Pregnant and Breastfeeding Women. Updated Wednesday 10 March 2021 [Beschikbaar via: https://ranzcog.edu.au/statements-guidelines/covid-19-statement/covid-19-vaccination-information en COVID-19 and pregnant health care workers and other at-risk workers.
  • RCOG Royal College of Obstetricians and Gynaecologists. Coronavirus (COVID-19) Infection in Pregnancy. Information for healthcare professionals. Version 13: Published Friday 19 February 2021. London; 2021.
  • SOGC: Protocol Canada: The Society of Obstetricians and Gynaecologists of Canada. SOGC Statement on COVID-19 Vaccination in Pregnancy [Beschikbaar via: https://sogc.org/en/content/featured-news/SOGC_Statement_on_COVID-19_Vaccination_in_Pregnancy.aspx en SOGC Statement on Pregnant Workers during the COVID-19 Pandemic.
  • Vivanti AJ, Vauloup-Fellous C, Prevot S, Zupan V, Suffee C, Do Cao J, et al. Transplacental transmission of SARS-CoV-2 infection. Nat Commun. 2020;11(1):3572.

Versiebeheer

  • 30-4-2021: op basis van een gewijzigd vaccinatieadvies is bovenaan een alinea Vaccinatiebeleid voor zwangere vrouwen opgenomen.
  • 02-04-2021: op basis van literatuuronderzoek (een samenvatting is toegevoegd) zijn extra risicofactoren beschreven, is nog eens duidelijk aangegeven dat deze bijlage geldt voor gezonde zwangeren en zijn de uitgangspunten van de praktijk aan de laatste inzichten aangepast; vervangend werk ≥28 weken geldt ook bij werk met de leeftijdsgroepen 0-4 jaar.
  • 08-10-2020: kleine wijziging in de volgorde van de hoofdstukken (COVID-19 en zwangerschap naar boven) 
  • 30-10-2020: Bij onderdeel 'Zorgmedewerkers extramuraal', bij 'zwangeren <28 weken' de formulering toegevoegd dat onder normale werkzaamheden ook de zorg rond COVID-19-patiënten valt, mits adequate bescherming mogelijk is. Er is nu bij alle gevallen een 1,5 meter leidend (na 28 weken), dit hiervoor was in de eerdere versie alleen wanneer patiënt/cliënt verdacht voor corona was. Onder: Uitgangspunten voor de praktijk is aangepast: zorgmedewerkers intramuraal: vanaf de termijn van 28 weken wordt het verlenen van COVID-19-gebonden zorg door een zwangere afgeraden.
  • 29-10-2020: herziening n.a.v. recente data en overeenstemming met het veld. Nieuw en anders ten opzichte van de vorige versie: duidelijk aangegeven dat de tekst bestemd is voor gezonde zwangeren die niet behoren tot een COVID-19-risicogroep; de uitgangspunten voor de praktijk bij de drie verschillende groepen (intramuraal, extramuraal en overige beroepen) zijn duidelijker omschreven; de data van de werkgroep NethOss zijn geraadpleegd als bredere onderbouwing omtrent risico’s voor zwangeren, ongeborenen en pasgeborenen; de uitzondering voor werken met kinderen 0 tot 4 jaar in het derde trimester in de extramurale setting/overige beroepen – wanneer 1,5 meter afstand niet lukt – is toegevoegd; het standpunt van de FMS en de NVOG i.s.m. andere betrokken partijen in het beleid opgenomen en het beleid met hen afgestemd.
  • 02-06-2020: Benoeming van symptomen voor verdenking voor COVID-19-verdachte personen weggelaten (zie hiervoor de richtlijn).
  • 25-03-2020: Eerste versie.