Uitgangspunten PBM bij verzorging, verpleging of medische behandelingen buiten het ziekenhuis

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 3 november (versiebeheer zie onderaan deze pagina)
 

Deze uitgangspunten hebben betrekking op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) door zorgmedewerkers bij verzorging, verpleging of (para)medische behandelingen van personen met (een verdenking op) COVID-19 en het preventief gebruik van mondneusmaskers in een zorgsetting anders dan een ziekenhuis. Onder deze zorgsettings vallen onder meer de verpleeghuiszorg, gehandicaptenzorg, wijkverpleging, huisartsenzorg en verloskundige zorg.

De uitgangspunten zijn geformuleerd op basis van veiligheid voor zorgmedewerkers (besmettingsrisico’s) in geval van (verdenking op) COVID-19 en het voorkomen van introductie of verspreiding van COVID-19 in een zorginstelling of andere zorgsetting. Het RIVM stelt de uitgangspunten vast op grond van een medische-wetenschappelijke risico-inschatting volgens bepaalde systematiek. Hierbij wordt het risico op blootstelling aan en overdracht van COVID-19 beoordeeld op grond van een aantal factoren:

  • Kan een situatie überhaupt leiden tot contact met het virus?
  • Zo ja, hoe vaak is er sprake van dit contact?
  • Wat is de duur van het contact?
  • Wat is de intensiteit van het contact (bijv. afstand)?
  • Worden speciale handelingen verricht aan een patiënt die het risico op overdracht doen toenemen?
  • Hoe beïnvloedt het ziektebeeld van een patiënt de aanwezigheid en hoeveelheid van het virus (‘viral load’), neus/keel versus betrokkenheid diepere luchtwegen? 
     

Het is belangrijk om te beseffen dat niet ieder (risico)contact leidt tot een besmetting of een infectie van de zorgmedewerker of patiënt. Het risico is afhankelijk is van de hierboven genoemde factoren. 

De uitgangspunten vragen om een nadere invulling per sector, rekening houdend met context en doelgroep. Als de specifieke situatie daarom vraagt, kunnen zorgmedewerkers op basis van hun professionele inzichten en ervaring beredeneerd afwijken van deze uitgangspunten. Veel (para)medische beroepsorganisaties hebben inmiddels richtlijnen voor infectiepreventie en het gebruik van PBM bij COVID-19 voor hun eigen beroepsgroep of sector opgesteld. 

Zorgmedewerkers dienen altijd de preventieve maatregelen voor zorgmedewerkers te volgen:

  • zorgmedewerkers blijven thuis bij COVID-19-gerelateerde klachten;
  • gezondheidscheck bij de patiënt (‘triage’) bij begin van de zorg;
  • 1,5 meter afstand houden indien mogelijk;
  • geen handen geven;
  • toepassen handhygiëne;
  • hoesten en niezen in de elleboog;
  • papieren zakdoekjes gebruiken.
     

Daarnaast volgen de medewerkers de hygiënerichtlijnen voor hun beroepsgroep en specifieke beroepsmatige handelingen.

Gebruik PBM

Zorgmedewerkers gebruiken PBM als aanvulling op de preventieve maatregelen voor COVID-19. Gebruik van PBM kan dus nooit een vervanging zijn van de hierboven genoemde preventieve maatregelen. Hieronder wordt het gebruik van PBM beschreven in verschillende situaties.

A. Ter bescherming van de medewerker bij een patiënt met (verdenking* op) COVID-19

Indien een patiënt verdacht wordt van COVID-19 dient hij/zij zich zo spoedig mogelijk te laten testen. In afwachting van de testuitslag gaat de patiënt in isolatie op de kamer of in de woning. De zorgmedewerker gebruikt PBM vanaf het moment dat hij/zij de kamer of ruimte waar de patiënt met (verdenking op) COVID-19 verblijft betreedt.

PBM ter bescherming van de medewerker bij een patiënt met (mogelijk) COVID-19 bestaat uit:

  • een chirurgisch mondneusmasker type IIR;
  • oogbescherming (spatbril of face-shield);
  • schort met lange mouwen, spatwaterdicht;
  • wegwerphandschoenen.
     

LET OP: Bij aerosolvormende handelingen (medische procedures) is het nodig een FFP2-mondneusmasker te dragen. De Federatie Medisch Specialisten heeft een overzicht van deze aerosolvormende handelingen gepubliceerd. Voorbeelden zijn uitzuigen van de longen, intubatie en verzorgen van een tracheostoma.

Voor nadere informatie m.b.t. aan welke eisen de PBM moeten voldoen zie ook de tabel onderaan dit document onder de kop 'Toelichting op de kwaliteitseisen waar de verschillende PBM aan moeten voldoen'. 

Er wordt gesproken van een verdenking als de patiënt klachten heeft die passen bij COVID-19 en/of in quarantaine verblijft op basis van een bron- en contactonderzoek of bij terugkeer uit een risicogebied/-land. Als hulpmiddel hierbij kan de gezondheidscheck worden uitgevoerd. Eventueel kunnen bij cliënten die in quarantaine verblijven vanwege bron- en contactonderzoek of terugkeer uit een risicogebied/-land die geen klachten hebben oogbescherming en schort achterwege blijven.

B. Ter bescherming van de patiënt bij een medewerker die onbeschermd nauw contact heeft gehad met een persoon met COVID-19 of recent is teruggekeerd uit een risicogebied*

Het is van groot belang dat een zorgmedewerker zich bij klachten die verdacht zijn voor COVID-19 direct laat testen. De symptomen die passend bij COVID-19 zijn, staan benoemd in de LCI-richtlijn COVID-19, onder Ziekte & besmettelijkheid.

Totdat de testuitslag bekend is blijft de zorgmedewerker thuis. Een zorgmedewerker die positief getest is blijft ook na de testuitslag thuis in isolatie. Zie Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

Het document Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis beschrijft tevens een aantal situaties waarin een zorgmedewerker zonder klachten het advies krijgt om in quarantaine te gaan. Bijvoorbeeld bij terugkeer uit een risicogebied of bij een huisgenoot die positief getest is voor COVID-19. Indien het bij hoge uitzondering vanwege de continuïteit van zorg noodzakelijk is dat een medewerker zonder klachten tijdens de quarantaineperiode gaat werken in de directe patiëntenzorg, dient PBM als volgt te worden toegepast. 

De zorgmedewerker:

  • Draagt tijdens het werk altijd een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II. Het mondneusmasker kan langere tijd achtereen gebruikt worden bij meerdere patiënten. Het mondneusmasker dient gewisseld te worden als het nat of vuil is, uiterlijk na 3 uur.
  • Draagt wegwerphandschoenen bij persoonlijke verzorging of lichamelijk onderzoek bij patiënten. De wegwerphandschoenen worden per patiënt gewisseld. 
     

*Indien de zorgmedewerker een patiënt behandelt/verzorgt met (een verdenking op) COVID-19, geldt het beleid onder A.

C. Preventief gebruik van PBM bij verhoogde besmettingsgraad in de omgeving*

1. Preventief gebruik van PBM om introductie van COVID-19 in de langdurige zorg te voorkomen

Een belangrijk doel van preventief gebruik van PBM is het voorkomen van introductie van COVID-19 in een zorginstelling met patiënten die een verhoogd risico op een ernstig beloop van COVID-19 hebben, zoals ouderen.

Bij een verhoogde incidentie van COVID-19 in een regio (vanaf inschalingsniveau ‘zorgelijk') dienen zorgmedewerkers in een verpleeghuis preventief een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II te dragen. Overige instellingen voor langdurige zorg maken de keuze voor het preventief dragen van een mondneusmaskers per woonunit, afdeling of locatie op basis van een risicoafweging. Het document Preventief gebruik mondneusmaskers langdurige zorg beschrijft nader de factoren die van belang zijn bij deze risicoafweging. 

Ook in de wijkverpleging dienen medewerkers vanaf inschalingsniveau 'zorgelijk' preventief een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II te gebruiken. 

2. Preventief gebruik van PBM in overige zorgsituaties buiten het ziekenhuis bijvoorbeeld bij consulten of huisbezoeken

Zorgmedewerkers kunnen preventief een mondneusmasker gebruiken bij patiënten ZONDER (verdenking op) COVID-19, om te voorkomen dat zij zelf besmet raken met COVID-19 of dat zij hun patiënten besmetten. Voor zorgmedewerkers geldt het advies om vanaf inschalingsniveau 'zorgelijk' een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II te gebruiken in de volgende situaties:

  • een zorgsituatie waarbij meer dan 15 minuten géén 1,5 meter afstand gehouden kan worden tot een patiënt;
  • een zorgsituatie waarbij veel patiënten in een aaneengesloten periode op minder dan 1,5 meter worden beoordeeld/ behandeld, bijvoorbeeld bij een groepsvaccinatie;
  • een acute situatie waarbij triage niet mogelijk is. Bijvoorbeeld bij een patiënt die zich in een levensbedreigende situatie bevindt.
     

Een face-shield als vervanging van een mondneusmasker ten minste type II kan in deze zorgsituaties alleen als er ook goede bronmaatregelen zijn zoals triage op klachten en testbeleid voor medewerkers. Een face-shield kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij een spreekuur van een logopedist of een ergotherapeut in een zorginstelling. 

Bij diagnostische of therapeutische medische handelingen waarbij de zorgverlener langer dan 3 minuten, zeer dicht (< 30 cm) bij het gelaat van de patiënt komt wordt geadviseerd een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II en een spatbril/face-shield te dragen. Zie ook Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting van de Federatie Medische Specialisten.

Voor kinderen t/m 12 jaar zonder voor COVID verdachte symptomen kan voor alle handelingen worden volstaan met basis hygiënische maatregelen.

*Indien de zorgmedewerker een patiënt behandelt/ verzorgt met (een verdenking op) COVID-19, geldt het beleid onder A.

Toelichting op verschillende typen medische mondneusmaskers en face-shields

Mondneusmaskers type FFP1, FFP2 en chirurgische mondneusmaskers type IIR

Deze mondneusmaskers worden in de gezondheidszorg gebruikt om medewerkers te beschermen tegen besmetting door patiënten. Het gaat hierbij om bescherming tegen relatief grote hoeveelheden virus die verspreid worden door zieke patiënten. Daarbij kan het virus bij bepaalde medische procedures en bij onderzoek van mond, neus of keel van korte afstand tegen het masker aangehoest worden.

Chirurgische mondneusmaskers type II

Deze mondneusmaskers worden door medewerkers in de gezondheidszorg gebruikt om te voorkomen dat zij ziekteverwekkers uit hun neus of keel naar patiënten toe verspreiden. De filterlaag is identiek aan het type IIR, alleen is dit type minder goed bestand tegen spatten van buitenaf.

Face-shields

Face-shields zijn doorzichtige plastic kappen die voor het gezicht worden gedragen en aan de zij- en onderkant, en soms ook bovenkant, open zijn. Face-shields zijn geen gelijkwaardige vervanging voor medische mondneusmaskers, ze kunnen voor preventieve doeleinden in bepaalde situaties als barrière tegen spatten worden gebruikt.

Niet-medische mondneusmaskers

Op dit moment adviseert de Nederlandse overheid dringend om in publieke ruimtes niet-medische mondneusmaskers te dragen. Ook in zorginstellingen zijn er ruimtes die beschouwd kunnen worden als publiek domein. Niet-medische mondneusmaskers worden gebruikt om de kans te verminderen dat degene die het mondneusmasker draagt, het virus verspreidt naar zijn omgeving. De situaties in dit document gaan niet over publieke ruimtes en beschrijven uitsluitend zorgsituaties. 

Toelichting op de kwaliteitseisen waar de verschillende PBM aan moeten voldoen

Tabel persoonlijke beschermingsmiddelen.
 

Persoonlijk beschermingsmiddel

Minimale eis*

Opmerkingen

Handschoenen

Latex, nitril

EN 374-1,2 en EN 455-1,2,3,4 zichtbaar op de doos

 

Halterschort, schort lange mouwen

Spatwaterdicht

 

Veiligheidsbril, face-shield, ruimzichtsbril, disposable bril

Aanwezigheid oogbescherming aan zijkanten

Desinfectie met alcohol 70% bij meermalig gebruik

Ademhalingsbeschermings

maskers**

FFP2/ FFP1

Op ieder masker vermelding CE met 4-cijferig nummer

Gebruik FFP2 bij medische procedures die een infectieus aerosol genereren***

Chirurgisch mondneusmaskers**

Type II

Vermelding staat niet op masker, alleen op de doos

 

Type IIR (= niet-vochtdoorlatend)

Vermelding IIR staat niet op masker, alleen op de doos

Voor preventief gebruik volstaat een chirurgisch mondneusmasker type II

 

 

Voor verzorging van patiënten volstaat een chirurgisch mondneusmasker type IIR

* De vereiste NEN-normen staan beschreven in de WIP-richtlijnen persoonlijke beschermingsmiddelen.
** Zowel het chirurgisch mondneusmasker als ademhalingsbeschermingsmasker kan 3 uur achtereen, bij verschillende patiënten, gedragen worden. Tussentijds op- en afzetten mag alleen als de buitenkant van het masker geheel niet wordt aangeraakt door handen of oppervlakken.
*** De Federatie Medisch Specialisten heeft een overzicht van deze medische procedures gepubliceerd.

Versiebeheer

  • 3-11-2020: Geheel herzien document Uitgangspunten PBM bij verzorging, verpleging of medische behandelingen buiten het ziekenhuis, ter vervanging van de twee documenten 'PBM buiten het ziekenhuis', en 'Beleid PBM voor de wijkverpleging'. Zie de verantwoording voor een toelichting op de wijzigingen. Dit geheel herziene document is voor commentaar voorgelegd aan Verenso, NVAVG en VenVN. 

Versiebeheer bijlage PBM buiten het ziekenhuis:

  • 3-11-2020: Het document 'PBM buiten het ziekenhuis' is (samen met het document 'Beleid PBM voor de wijkverpleging') vervangen door het geheel herziene document 'Uitgangspunten PBM bij verzorging, verpleging of medische behandelingen buiten het ziekenhuis' (zie Versiebeheer bovenstaand).
  • 17-08-2020: Handelwijze in geval van quarantaine toegevoegd en de mogelijkheid dat een zorgmedewerker kan werken in afwachting van de testuitslag verwijderd (conform Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis).
  • 29-05-2020: De aard van de klachten die een patiënt of medewerker moet hebben is verwijderd.
  • 01-05-2020: Toegevoegd: 'Deze uitgangspunten hebben betrekking op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen door zorgverleners buiten het ziekenhuis. Ze zijn geformuleerd op basis van veiligheid voor medewerkers (besmettingsrisico’s) ingeval van (verdenking op) Covid-19. De uitgangspunten vragen om een nadere invulling per sector, rekening houdend met context en doelgroep. Als de specifieke situatie daarom vraagt, kunnen zorgmedewerkers op basis van hun professionele inzichten en ervaring beredeneerd afwijken van deze uitgangspunten.' 
  • 23-04-2020: De uitgangspunten zijn vereenvoudigd en ingekort. Het testen van een zorgmedewerker met klachten is toegevoegd.
  • 15-04-2020: Het uit voorzorg gebruiken van PBM bij patiënten die geen (verdenking op) COVID-19 hebben is niet nodig en gelet op de schaarste van PBM ook niet gewenst.
  • 20-03-2020: Eerste versie.
     

Zie ook veelgestelde vragen zorgmedewerkers.