Uitgangspunten PBM bij verzorging, verpleging of medische behandelingen buiten het ziekenhuis

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 11 mei 2022 (versiebeheer zie onderaan deze pagina)
 

Deze uitgangspunten hebben betrekking op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) door zorgmedewerkers bij verzorging, verpleging of (para)medische behandelingen van personen (zowel volwassenen als kinderen) met (een verdenking op) COVID-19 en het preventief gebruik van mondneusmaskers in een zorgsetting anders dan een ziekenhuis. Onder deze zorgsettings vallen onder meer de verpleeghuiszorg, gehandicaptenzorg, wijkverpleging, huisartsenzorg, verloskundige zorg en consultatiebureaus.

De uitgangspunten gelden ook voor nieuwe varianten van het coronavirus – het is met de huidige kennis niet aannemelijk dat door mutatie de wijze van overdracht verandert; de transmissie vindt voornamelijk plaats door druppels en direct contact.

De uitgangspunten zijn geformuleerd op basis van veiligheid voor zorgmedewerkers (besmettingsrisico’s) in geval van (verdenking op) COVID-19 en het voorkomen van introductie of verspreiding van COVID-19 in een zorginstelling of andere zorgsetting. Het RIVM stelt de uitgangspunten vast op grond van een medische-wetenschappelijke risico-inschatting volgens bepaalde systematiek. Hierbij wordt het risico op blootstelling aan en overdracht van COVID-19 beoordeeld op grond van een aantal factoren:

  • Kan een situatie überhaupt leiden tot contact met het virus?
  • Zo ja, hoe vaak is er sprake van dit contact?
  • Wat is de duur van het contact?
  • Wat is de intensiteit van het contact (bijv. afstand)?
  • Worden speciale handelingen verricht aan een patiënt die het risico op overdracht doen toenemen?
  • Hoe beïnvloedt het ziektebeeld van een patiënt de aanwezigheid en hoeveelheid van het virus (‘viral load’), neus/keel versus betrokkenheid diepere luchtwegen?

 
Het is belangrijk om te beseffen dat niet ieder (risico)contact leidt tot een besmetting of een infectie van de zorgmedewerker of patiënt. Het risico is afhankelijk van de hierboven genoemde factoren. 

De uitgangspunten vragen om een nadere invulling per sector, rekening houdend met context en doelgroep. Veel (para)medische beroepsorganisaties hebben inmiddels richtlijnen voor infectiepreventie en het gebruik van PBM bij COVID-19 voor hun eigen beroepsgroep of sector opgesteld.

Als de specifieke situatie daarom vraagt, kunnen zorgmedewerkers op basis van hun professionele inzichten en ervaring beredeneerd afwijken van de uitgangspunten.

Zowel gevaccineerde als niet-gevaccineerde zorgmedewerkers dienen altijd de preventieve maatregelen voor zorgmedewerkers te volgen:

  • thuisblijven bij COVID-19-gerelateerde klachten en zich laten testen;
  • gezondheidscheck afnemen bij de patiënt (‘triage’) bij begin van de zorg;
  • bij zorgcontacten waar mogelijk de veilige afstand van 1,5 meter aanhouden;
  • geen handen geven;
  • toepassen van handhygiëne;
  • hoesten en niezen in de elleboog;
  • papieren zakdoekjes gebruiken.

 
Daarnaast volgen de medewerkers de hygiënerichtlijnen voor hun beroepsgroep en specifieke beroepsmatige handelingen.

Gebruik PBM

Zorgmedewerkers gebruiken PBM als aanvulling op de preventieve maatregelen voor COVID-19. Gebruik van PBM kan dus nooit een vervanging zijn van de hierboven genoemde preventieve maatregelen. Hieronder wordt het gebruik van PBM beschreven in verschillende situaties.

1. Ter bescherming van de medewerker bij een patiënt met (verdenking* op) COVID-19

Indien een patiënt verdacht wordt van COVID-19 dient hij/zij zich zo spoedig mogelijk te laten testen. In afwachting van de testuitslag gaat de patiënt in isolatie op de kamer of in de woning. De zorgmedewerker gebruikt PBM vanaf het moment dat hij/zij de kamer of ruimte waar de patiënt met (verdenking op) COVID-19 verblijft betreedt.

PBM ter bescherming van de medewerker bij een patiënt met (verdenking op) COVID-19 bestaat uit:

  • chirurgisch mondneusmasker type IIR of FFP2-mondneusmasker;
  • oogbescherming (spatbril of face-shield);
  • schort met lange mouwen, spatwaterdicht;
  • wegwerphandschoenen.

Gebruik van FFP2-mondneusmasker

  • Bij aerosolvormende handelingen (medische procedures) is het altijd nodig een FFP2-mondneusmasker te dragen. De Federatie Medisch Specialisten heeft een overzicht van deze aerosolvormende handelingen gepubliceerd. Voorbeelden zijn: uitzuigen van de longen, intubatie, verzorgen van een tracheostoma.
  • Daarnaast kan in situaties met intensieve blootstelling aan COVID-19-patiënten (bijvoorbeeld bij langdurig nauw contact of slechte ventilatie) uit voorzorg gebruik van een FFP-2 masker overwogen worden.

 
NB. Voor nadere informatie m.b.t. aan welke eisen de PBM moeten voldoen zie ook de tabel onderaan dit document onder de kop 'Toelichting op de kwaliteitseisen waar de verschillende PBM aan moeten voldoen'. 

Er wordt gesproken van een verdenking als de patiënt klachten heeft die passen bij COVID-19 en/of in quarantaine verblijft op basis van een bron- en contactonderzoek. Als hulpmiddel hierbij kan de gezondheidscheck worden uitgevoerd. Eventueel kunnen bij cliënten die in quarantaine verblijven vanwege bron- en contactonderzoek die geen klachten hebben oogbescherming en schort achterwege blijven.

2. Ter bescherming van de patiënt* bij een medewerker met klachten of een medewerker die onbeschermd nauw contact heeft gehad met een persoon met COVID-19

Het is van groot belang dat een zorgmedewerker zich bij klachten die verdacht zijn voor COVID-19 direct laat testen. De symptomen die passend bij COVID-19 zijn, staan benoemd in de LCI-richtlijn COVID-19, onder Ziekte & besmettelijkheid.

Totdat de testuitslag bekend is blijft de zorgmedewerker thuis. Een zorgmedewerker die positief getest is blijft ook na de testuitslag thuis in isolatie. Zie Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

Een zorgmedewerker die negatief getest is op COVID-19 maar nog wel klachten heeft, wordt geadviseerd om te werken met een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II zolang de klachten aanwezig zijn. Het doel hiervan is het beschermen van kwetsbare doelgroepen tegen virale luchtweginfecties.

Het document Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis beschrijft tevens de inzet van een zorgmedewerker zonder klachten die nauw contact heeft gehad met een COVID-19 positief geteste persoon. Deze zorgmedewerker krijgt het advies om tijdens het werk gedurende 10 dagen na de eerste blootstelling steeds een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II te dragen. In deze situatie dient PBM als volgt te worden toegepast:

De zorgmedewerker:

  • draagt tijdens het werk in de eerste 10 dagen na blootstelling aan de positief geteste persoon tijdens het werk steeds een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II. Het mondneusmasker kan langere tijd achtereen gebruikt worden bij meerdere patiënten. Het mondneusmasker dient gewisseld te worden als het nat of vuil is, uiterlijk na 3 uur.
  • draagt wegwerphandschoenen bij persoonlijke verzorging of lichamelijk onderzoek bij patiënten. De wegwerphandschoenen worden per patiënt gewisseld. 

 
Een zorgmedewerker die negatief getest is op COVID-19 maar nog wel klachten heeft, kan overwegen om te werken met een mondneusmasker tenminste type II zolang de klachten aanwezig zijn. Het doel hiervan is het beschermen van kwetsbare doelgroepen tegen virale luchtweginfecties anders dan COVID-19.

*Indien de zorgmedewerker een patiënt behandelt/verzorgt met (een verdenking op) COVID-19, geldt het beleid onder 1.

3. Preventief gebruik van mondneusmaskers

Het is belangrijk dat zorgmedewerkers de algemene voorzorgsmaatregelen die verspreiding van het virus tegengaan bij alle cliënten steeds goed blijven naleven.

Verpleeg- en verzorgingshuizen en wijkverpleging

Zorgmedewerkers wordt geadviseerd tijdens hun werk bij zorgcontacten <1,5 meter afstand preventief een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II te dragen bij kwetsbare cliënten met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19.

Dit preventief  gebruik van mondneusmaskers is primair bedoeld om ongemerkte besmetting van een onvoldoende beschermde cliënt te voorkomen. Daarom wordt er ook rekening gehouden met de voorkeur van de cliënt wat betreft het gebruik van mondneusmaskers bij zijn/haar verzorging of behandeling. De keuze voor het preventief dragen van een mondneusmaskers wordt gemaakt per woonunit, afdeling of locatie op basis van een risicoafweging. Het document Preventief gebruik mondneusmaskers langdurige zorg beschrijft nader de factoren die van belang zijn bij deze risicoafweging. Bij deze overwegingen kunnen onder andere de volgende aspecten worden meegenomen:

  • Wens van client (of diens vertegenwoordiger).
  • Kwetsbaarheid van cliënt of cliënten op een locatie.
  • Besmettingsgraad op de locatie en in de omgeving.
  • Druk op de zorgcontinuïteit door ziekte onder medewerkers door COVID-19, maar ook bijvoorbeeld influenza.
Overige zorgsettings buiten het ziekenhuis

Ook in overige zorgsettings worden zorgmedewerkers geadviseerd tijdens hun werk bij zorgcontacten <1,5 meter afstand preventief een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II te dragen bij kwetsbare patiënten/cliënten met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19.

Of zorgmedewerkers in overige zorgsettings preventief een mondneusmasker dragen wordt bepaald aan de hand van de patiënt of de (te verwachten) patiëntenpopulatie. Op een COVID-19-vaccinatielocatie waar de cliënten per definitie niet (meer) voldoende beschermd zijn wordt wel preventief gebruik van chirurgisch mondneusmaskers ten minste type II geadviseerd, terwijl dit in de jeugdgezondheidszorg slechts bij hoge uitzondering nodig zal zijn.

Voorkeur van zorgmedewerkers

Indien zorgmedewerkers aangeven een mondneusmasker te willen dragen, dan moeten zij daartoe de gelegenheid krijgen. Dit geldt ook voor het aanhouden van de 1,5 meter als een veilige afstand in situaties waar dat mogelijk is. 

4. Preventief gebruik van face-shields

Een face-shield kan bij patiënten zonder (verdenking op) COVID-19 in sommige situaties als vervanging dienen van een mondneusmasker type II, op voorwaarde dat er ook goede bronmaatregelen zijn zoals triage op klachten. Een face-shield kan bijvoorbeeld gebruikt worden bij een spreekuur van een logopedist of een ergotherapeut in een zorginstelling. Daarnaast kan bij de begeleiding van een licht verstandelijk beperkte, of psychiatrische patiënt die zelfstandig in de maatschappij functioneert een face-shield gebruikt worden in plaats van een mondneusmasker of bij een kind op de buitenschoolse opvang van de zorgorganisatie dat verschoond moet worden.

Bij diagnostische of therapeutische medische handelingen bij patiënten zonder (verdenking op) COVID-19, waarbij de zorgverlener zeer dicht (<30 cm) bij het gelaat van de patiënt komt, wordt geadviseerd een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II en een spatbril/face-shield te dragen. Zie ook de Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting van de Federatie Medische Specialisten.

Toelichting op verschillende typen medische mondneusmaskers en face-shields

Mondneusmaskers type FFP1, FFP2 en chirurgische mondneusmaskers type IIR

Deze mondneusmaskers worden in de gezondheidszorg gebruikt om medewerkers te beschermen tegen besmetting door patiënten. Het gaat hierbij om bescherming tegen relatief grote hoeveelheden virus die verspreid worden door zieke patiënten. Daarbij kan het virus bij bepaalde medische procedures en bij onderzoek van mond, neus of keel van korte afstand tegen het masker aangehoest worden. Het gebruik van mondneusmaskers met een ventiel wordt afgeraden. Hoewel een masker met een ventiel minder belastend is, omdat het ademen vergemakkelijkt, beschermt het minder goed dan een masker zonder ventiel. Door het ventiel kunnen spatten van buitenaf binnen het masker komen en kan ongefilterde lucht zowel in- als uitstromen. Hierdoor bieden mondneusmaskers met ventiel zowel de drager als zijn omgeving minder bescherming.

Chirurgische mondneusmaskers type II

Deze mondneusmaskers worden door medewerkers in de gezondheidszorg gebruikt om te voorkomen dat zij ziekteverwekkers uit hun neus of keel naar patiënten toe verspreiden. De filterlaag is identiek aan het type IIR, alleen is dit type minder goed bestand tegen spatten van buitenaf.

Face-shields

Face-shields zijn doorzichtige plastic kappen die voor het gezicht worden gedragen en aan de zij- en onderkant, en soms ook bovenkant, open zijn. Face-shields zijn geen gelijkwaardige vervanging voor medische mondneusmaskers, ze kunnen voor preventieve doeleinden in bepaalde situaties als barrière tegen spatten worden gebruikt.

Toelichting op de kwaliteitseisen waar de verschillende PBM aan moeten voldoen

Tabel persoonlijke beschermingsmiddelen.
 

Persoonlijk beschermingsmiddel

Minimale eis

Opmerkingen

Handschoenen

Latex, nitril

EN 374-1,2 en EN 455-1,2,3,4 zichtbaar op de doos

 

Halterschort, schort lange mouwen

Spatwaterdicht

 

Veiligheidsbril, faceshield, ruimzichtsbril, disposable bril

Aanwezigheid oogbescherming aan zijkanten

Desinfectie met alcohol 70% bij meermalig gebruik

Ademhalingsbeschermings

maskers*

FFP2/ FFP1

Op ieder masker vermelding CE met 4-cijferig nummer

Chirurgisch mondneusmaskers*

  • Type II

Vermelding staat niet op masker, alleen op de doos

 

  • IIR (= niet-vochtdoorlatend)

Vermelding IIR staat niet op masker, alleen op de doos

  • Voor preventief gebruik volstaat een chirurgisch mondneusmasker type II
  • Voor verzorging van bevestigde en verdachte personen volstaat een chirurgisch mondneusmasker type IIR

* Zowel het chirurgisch mondneusmasker als ademhalingsbeschermingsmasker kan 3 uur achtereen, bij verschillende bevestigde personen, gedragen worden. Tussentijds op- en afzetten mag alleen als de buitenkant van het masker geheel niet wordt aangeraakt door handen of oppervlakken.
** De Federatie Medisch Specialisten heeft een overzicht van deze medische procedures gepubliceerd.
*** Bronnen: Persoonlijke beschermingsmiddelen (WIP), Mask use in the context of COVID-19 (WHO) en Guidance for wearing masks (CDC).

Versiebeheer

  • 11-05-2022: Het advies voor gebruik van chirurgisch mondneusmaskers ten minste type II binnen preventieve PBM wordt versoepeld naar zorgcontacten binnen 1,5 meter afstand bij kwetsbare cliënten, bij luchtwegklachten en op basis van individuele afwegingen zorgmedewerker/cliënt.
  • 25-03-2022: Het onderscheid in verschillende risiconiveaus is verwijderd, met een focus op actuele situatie. 
  • 24-12-2021: advies preventief mondneusmaskergebruik uitgesplitst per risiconiveau (waakzaam, zorgelijk en ernstig); tekst m.b.t. FFP2-maskers verduidelijkt.
  • 05-10-21: ter verheldering staat nu ook onder het kopje ‘Maatregelen bij risiconiveau waakzaam’ dat de adviezen m.b.t. preventief gebruik van mondneusmaskers zoals beschreven voor ongevaccineerden gelden voor personen
    >12 jaar. Dit stond al beschreven onder '2. Preventief gebruik van PBM in overige zorgsituaties buiten het ziekenhuis bijvoorbeeld bij consulten of huisbezoeken'.
  • 01-10-2021: het document is aangepast op preventief gebruik van PBM vanwege een herdefinitie van de risiconiveaus na de versoepelingen van 25 september 2021.
  • 08-07-2021: in het kader van het advies over versoepelingen in de langdurige zorg van de OMT-werkgroep langdurige zorg, d.d. 24 juni 2021, is de tekst over het preventief dragen van mondneusmaskers aangepast.
  • 29-04-2021: Onder ‘Toelichting op verschillende typen medische mondneusmaskers en face-shields’ is bij ‘Mondneusmaskers type FFP1, FFP2 en chirurgische mondneusmaskers type IIR’ een tekst toegevoegd waarin het gebruik van mondneusmaskers met ventielen afgeraden wordt (inclusief toelichting). In de tabel is ter verduidelijking bij Ademhalingsbeschermingsmasker de eis 'zonder ventiel' en de toelichting 'Door ventielen kunnen spatten het masker binnendringen en kan ongefilterde lucht zowel het masker in als uitstromen.***' toegevoegd met een verwijzing naar onderbouwende literatuur. Het gaat hier niet om een extra of nieuwe kwaliteitseis, maar een verheldering die reeds opgenomen was in de WIP-richtlijn en documenten van de WHO en CDC waarnaar ook expliciet verwezen wordt. 
  • 24-02-2021: In de tabel is ter verduidelijking bij Chirurgisch mondneusmaskers 'bevestigde en verdachte personen' i.p.v. ‘bevestigde patiënten’ geschreven. Tevens zijn een aantal NEN-EN-nummers die op 11-2 in de tabel onder Ademhalingsbeschermingsmaskers en Chirurgisch mondneusmaskers waren toegevoegd weer verwijderd, omdat dit tot veel onduidelijkheid leidde.
  • 03-02-2021: Er is benoemd dat de uitgangspunten ook gelden voor nieuwe varianten van het coronavirus. | Op basis van het advies OMT 97, deel 2 is toegevoegd dat gebruik van mondneusmasker type FFP2 overwogen kan worden bij inschatting dat er een verhoogd risico is op het vrijkomen van zeer kleine druppeltjes. Voor het dragen van mondneusmaskers in de publieke ruimten geldt nu dat personen zowel medische als niet-medische maskers kunnen dragen. | Evenals in het FMS-document Leidraad persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting van de Federatie van Medisch Specialisten is bij het preventief dragen van een mondneusmasker in een zorgsituatie de tijdsduur van 15 minuten of langer vervallen. Ditzelfde geldt voor het dragen van een mondneusmasker met een faceshield bij therapeutische en diagnostische medische handelingen waarbij de zorgverlener zeer dicht bij het gelaat van de patiënt komt. De tijdsduur van minimaal 3 minuten is hierbij vervallen.
  • 08-01-2021: Ook is nog onvoldoende bekend in hoeverre iemand die gevaccineerd is toch het virus kan verspreiden.
  • 31-12-2020: De uitgangspunten gelden ook voor zorgmedewerkers die tegen COVID-19 gevaccineerd zijn. Vaccinatie geeft geen 100% bescherming en het is nog niet bekend hoe lang het vaccin beschermt. Vaccinatie vormt op dit moment dus geen reden om gebruik van PBM achterwege te laten.
  • 3-11-2020: Geheel herzien document Uitgangspunten PBM bij verzorging, verpleging of medische behandelingen buiten het ziekenhuis, ter vervanging van de twee documenten 'PBM buiten het ziekenhuis', en 'Beleid PBM voor de wijkverpleging'. Zie de verantwoording voor een toelichting op de wijzigingen. Dit geheel herziene document is voor commentaar voorgelegd aan Verenso, NVAVG en VenVN. 

Versiebeheer bijlage PBM buiten het ziekenhuis:

  • 3-11-2020: Het document 'PBM buiten het ziekenhuis' is (samen met het document 'Beleid PBM voor de wijkverpleging') vervangen door het geheel herziene document 'Uitgangspunten PBM bij verzorging, verpleging of medische behandelingen buiten het ziekenhuis' (zie Versiebeheer bovenstaand).
  • 17-08-2020: Handelwijze in geval van quarantaine toegevoegd en de mogelijkheid dat een zorgmedewerker kan werken in afwachting van de testuitslag verwijderd (conform Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis).
  • 29-05-2020: De aard van de klachten die een patiënt of medewerker moet hebben is verwijderd.
  • 01-05-2020: Toegevoegd: 'Deze uitgangspunten hebben betrekking op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen door zorgverleners buiten het ziekenhuis. Ze zijn geformuleerd op basis van veiligheid voor medewerkers (besmettingsrisico’s) ingeval van (verdenking op) Covid-19. De uitgangspunten vragen om een nadere invulling per sector, rekening houdend met context en doelgroep. Als de specifieke situatie daarom vraagt, kunnen zorgmedewerkers op basis van hun professionele inzichten en ervaring beredeneerd afwijken van deze uitgangspunten.' 
  • 23-04-2020: De uitgangspunten zijn vereenvoudigd en ingekort. Het testen van een zorgmedewerker met klachten is toegevoegd.
  • 15-04-2020: Het uit voorzorg gebruiken van PBM bij patiënten die geen (verdenking op) COVID-19 hebben is niet nodig en gelet op de schaarste van PBM ook niet gewenst.
  • 20-03-2020: Eerste versie.
     

Zie ook veelgestelde vragen zorgmedewerkers.