Uitgangspunten PBM buiten het ziekenhuis

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 27 maart 2020 

Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en in het bijzonder mondneusmaskers wordt buiten het ziekenhuis alleen geadviseerd in de verpleeghuiszorg, huisartsenzorg, thuiszorg en gehandicaptenzorg waar lichamelijk ernstig zieke of zeer kwetsbare personen worden behandeld of verpleegd.

Onderstaand advies betreft algemene uitgangspunten, die door de verschillende sectoren nog vertaald zullen worden naar sectorspecifieke maatregelen. Waar patiënt genoemd wordt, kan ook cliënt gelezen worden.

Zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis dienen altijd de algemene hygiënerichtlijnen te volgen:
 

  • Geen handen geven.
  • Regelmatig handen wassen.
  • Hoesten en niezen in de ellenboog.
  • Papieren zakdoekjes gebruiken.
     

Daarnaast volgen de medewerkers de hygiënerichtlijnen voor hun beroepsgroep en specifieke beroepsmatige handelingen.

Vanwege het nieuwe coronavirus kan het in de verpleeghuiszorg, huisartsenzorg, thuiszorg en gehandicaptenzorg in de volgende situaties nodig zijn om extra persoonlijke beschermingsmaatregelen (PBM) toe te passen:

A. Ter bescherming van de medewerker bij een hoestende/niezende patiënt verdacht voor COVID-19

Omdat er een tekort is aan mondneusmaskers, is het belangrijk om de volgende stappen te doorlopen om per medewerker na te gaan of het echt nodig is om PBM te gebruiken.

  1. Kan de zorg uitgesteld worden tot patiënt klachtenvrij is?  
    Zo ja, zorg uitstellen, geen PBM nodig.
  2. Is de afstand tot de patiënt meer dan 1,5 meter? 
    Zo ja, geen PBM nodig.
  3. Is er sprake van vluchtig contact, bijvoorbeeld het aanreiken van medicijnen?
    Zo ja, geen PBM nodig.
  4. Is er sprake van persoonlijke verzorging of lichamelijk onderzoek? 
    Zo ja, wel PBM nodig.

PBM ter bescherming van de medewerker bij een hoestende/niezende patiënt bestaat uit een chirurgisch mondneusmasker type IIR, bril, schort en wegwerphandschoenen voor de medewerker (zie ook de tabel in paragraaf 'Preventieve maatregelen voor zorgmedewerkers in de richtlijn). 

B. Ter bescherming van de patiënt bij een hoestende/niezende medewerker verdacht voor COVID-19

Omdat er een tekort is aan mondneusmaskers, is het belangrijk om de volgende stappen te doorlopen om per medewerker na te gaan of het echt nodig is om PBM te gebruiken.

  1. Kan de zorg uitgesteld worden tot de medewerker klachtenvrij is?
    Zo ja, de zorg uitstellen tot de medewerker klachtenvrij is.
  2. Kan een andere medewerker de zorg verlenen? 
    Zo ja, klachtenvrije medewerker zorg laten verlenen.
  3. Betreft het een kwetsbare patiënt? 
    Kwetsbare patiënten zijn personen met ernstig onderliggend lijden en ouderen > 70 jaar.

Indien het noodzakelijk is dat een hoestende/niezende medewerker met klachten zorg verleent aan een kwetsbare patiënt, overweeg dan PBM aan de hand van onderstaande stappen.

  1. Is de afstand tot de patiënt meer dan 1,5 meter? 
    Zo ja, geen PBM nodig.
  2. Is er sprake van vluchtig contact, bijvoorbeeld het aanreiken van medicijnen?
    Zo ja, geen PBM nodig.
  3. Is er sprake van persoonlijke verzorging of lichamelijk onderzoek? 
    Zo ja, wel PBM nodig.

PBM om te voorkomen dat de medewerker het virus verspreidt, bestaat uit een chirurgisch mondneusmasker en wegwerphandschoenen voor de medewerker. Het mondneusmaker kan 3 uur achtereen gedragen worden (bij verschillende patiënten). De handschoenen moeten per patiënt gewisseld worden. 

Aan de hand van bovenstaande uitgangspunten zal specifiek beleid geformuleerd worden voor de verschillende sectoren zoals de huisartsenzorg, verpleeghuiszorg, thuiszorg en gehandicaptenzorg.