Handreiking voor contactonderzoek bij COVID-19 in instellingen voor langdurige zorg

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | versie 3 januari 2022 (versiebeheer zie onderaan pagina) | Tot stand gekomen in overleg met Verenso en NVAVG, op uitvoerbaarheid getoetst door Actiz, VGN en De Nederlandse GGZ.

25 januari 2022: de informatie op deze pagina wordt zo spoedig mogelijk aangepast.

Deze handreiking is bedoeld om de samenwerking te beschrijven tussen GGD’en en instellingen voor langdurige zorg bij het nemen van maatregelen om verspreiding van COVID-19 in instellingen tegen te gaan en bij bron- en contactonderzoek indien een of meer bewoners, medewerkers of bezoekers van de instelling positief zijn bevonden. Bij instelling bedoelen we een situatie waarin cliënten/bewoners in groepsverband wonen. In deze handreiking gaan we uit van cliënten/bewoners met een verhoogd risico op een ernstig beloop van COVID-19. Daarnaast komen cliënten die wonen in een instelling voor langdurige zorg in aanraking met andere cliënten/ bewoners en meerdere zorgverleners wat de kans op verspreiding van het COVID-19 virus in een instelling kan vergroten. Voor cliënten die zelfstandig wonen, wordt het LCI-protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 gevolgd.

Deze handreiking geldt ook als zorgmedewerkers en/of cliënten tegen COVID-19 gevaccineerd zijn. De bescherming door vaccinatie neemt na verloop van tijd af en de bescherming tegen de omikron-variant lijkt beperkt. Daarom wordt er in het kader van bron- en contactonderzoek nu geen onderscheid meer gemaakt tussen immune en niet immune personen.  Wanneer voldoende bekend is over de effecten van boostervaccinaties in combinatie met de epidemiologische situatie van dat moment, zal het beleid daarop worden aangepast.

 

Inhoud

  1. Achtergrond
  2. Algemeen
    - Voor cliënten/bewoners
    - Voor medewerkers
    - Bron- en contactonderzoek
  3. Eén cliënt/bewoner, medewerker of bezoeker positief getest
    - Cliënt/bewoner
    - Medewerker
    - Bezoeker
  4. Cluster/uitbraak-scenario

1. Achtergrond

COVID-19 is een meldingsplichtige infectieziekte groep A veroorzaakt door SARS-CoV-2. De behandelend arts is verplicht een cliënt/bewoner met een bevestigde infectie te melden bij de GGD. Overigens wordt elke positief geteste persoon ook gemeld door het laboratorium aan de GGD.

Volgens de Wet publieke gezondheid zijn de GGD’en verantwoordelijk om bron- en contactonderzoek uit te (laten) voeren bij de gemelde personen. Doel van het contactonderzoek is het opsporen en in quarantaine plaatsen en/of monitoren van mogelijk besmette personen om verdere verspreiding van de ziekte tegen te gaan. In deze handreiking staat beschreven hoe de taken en verantwoordelijkheden bij dit bron- en contactonderzoek zijn verdeeld tussen de GGD en de zorginstelling. Het is belangrijk om hierover vooraf lokale afspraken te maken. Ook kan gebruik gemaakt worden van beschikbare lokale expertise in de instellingen.

Er zijn grote verschillen tussen instellingen voor langdurige zorg wat betreft de kenmerken van de bewoners en de aard van de geleverde zorg. Deze handreiking probeert voor die verschillende situaties handvatten te bieden.

Verenso (Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde) en de NVAVG (Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten) hebben hun eigen richtlijn opgesteld voor diagnostiek en behandeling van COVID-19 voor bewoners in verpleeghuizen, instellingen voor verstandelijk gehandicapten, woonzorgcentra en kleinschalige woonvoorzieningen (mits hoofdbehandelaar). Hierin wordt ook aandacht besteed aan het beleid bij uitbraken in de instelling. Deze richtlijnen zijn zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming.

Voor de GGZ-instellingen is door verschillende partijen in deze sector de Richtlijn GGZ en corona opgesteld.

2. Algemeen

De artsen verbonden aan de instelling (zoals specialist ouderengeneeskunde, arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts) zijn verantwoordelijk voor het medisch beleid in instellingen voor langdurige zorg. De instelling is verantwoordelijk voor de algemene infectiepreventiemaatregelen. De GGD kan hierin adviseren.

De Wet publieke gezondheid beschrijft de verantwoordelijkheden van de GGD.

2A. Cliënten/bewoners

Voor cliënten/bewoners geldt:

  • Iedere cliënt/bewoner met klachten passend bij COVID-19 wordt geïsoleerd op een (eigen) 1-persoonskamer tot de testuitslag bekend is.
  • Indien de test negatief is, mag de cliënt/bewoner zich weer vrij bewegen, behalve als hij/zij nog in een quarantaine zit als nauw contact.
  • Indien de test positief is, wordt de positief geteste cliënt/bewoner geïsoleerd op een (eigen) 1-persoonskamer of in cohort en volgt bron- en contactonderzoek.

* Zie de LCI-richtlijn COVID-19, paragraaf Ziekteverschijnselen.

Zie voor het beleid in de verpleeghuizen en intramurale VG-sector: het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG.

2B. Medewerkers

Voor medewerkers (incl. vrijwilligers) geldt:

  • Iedere medewerker met een verdenking op COVID-19 blijft thuis tot de testuitslag bekend is.
  • Indien de test negatief is, mag de medewerker zich weer vrij bewegen, tenzij er een quarantaine-plicht of quarantaine-advies geldt (zoals na terugkeer uit een zeer hoog risicogebied of vanwege een positief geteste huisgenoot).
  • Indien de test positief is, blijft de medewerker thuis. Er volgt bron- en contactonderzoek door de GGD (zie LCI-protocol bron- en contactonderzoek COVID-19.

Zie ook Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis en het Afwegingskader ter ondersteuning van besluitvorming door zorginstellingen bij ernstig bedreigde zorgcontinuïteit.

2C. Bron- en contactonderzoek

 

  • Bron- en contactonderzoek vindt plaats naar aanleiding van een positieve test.
  • De GGD draagt zorg voor het bron- en contactonderzoek. De GGD kan (delen hiervan) delegeren aan de instelling, maar blijft eindverantwoordelijk hiervoor. De instelling heeft een eigenstandige verantwoordelijkheid voor o.a. goede zorgverlening aan cliënten/bewoners en adequate arbeidsomstandigheden voor zorgmedewerkers.
  • Bij het bron- en contactonderzoek wordt aan de positief geteste persoon gevraagd met wie hij/zij in de besmettelijke periode (vanaf 2 dagen voor het ontstaan van de klachten) contact heeft gehad. Indien de positief geteste persoon daar zelf niet toe in staat is, vindt overleg plaats met de betrokken medewerkers en/of familie. Afhankelijk van de tijdsduur van het contact, en de afstand tot de positief geteste persoon wordt een indeling gemaakt in welke categorie een contact valt en welke maatregelen van toepassing zijn. Zie hiervoor ook LCI-protocol Bron- en Contactonderzoek.
  • Bij de uitvoering van het contactonderzoek wordt onderscheid gemaakt in contacten binnen en buiten de instelling. De instelling verzorgt het BCO binnen de instelling, de GGD het BCO buiten de instelling. In overleg kan hiervan worden afgeweken. De instelling draagt de daarvoor benodigde gegevens over aan de GGD.
  • Voor contactonderzoek binnen de instelling kan de GGD geconsulteerd worden, de GGD kan adviseren wie in welke contactcategorie valt en welke informatie gedeeld moet worden met de contacten.
  • Zorgmedewerkers worden door de GGD beschouwd als risicogroep vanwege hun beroep. De GGD neemt daarom zo mogelijk de regie in het BCO onder zorgmedewerkers, waaronder het opsporen en informeren van contacten of delegeert dit (gedeeltelijk) naar de werkgever of bedrijfsarts van de zorgmedewerker.
  • Aangezien een werkgever niet mag vragen naar de vaccinatiestatus van zijn medewerker, zal de vaccinatiestatus van de medewerker niet altijd bekend zijn bij de werkgever. In dat geval kan de werkgever niet volledig het contactonderzoek uitvoeren. De GGD voert dan dat deel (vaccinatie) van het contactonderzoek onder medewerkers uit, of delegeert dit aan de bedrijfsarts. 

3. Eén cliënt/bewoner, medewerker of bezoeker positief getest

COVID-19 is een meldingsplichtige ziekte groep A. Bij een positieve bevinding moet deze door de behandelend arts én door het laboratorium direct gemeld worden bij de GGD.

3A. Cliënt/bewoner positief getest

Een bewoner van een instelling voor langdurige zorg die verdacht wordt van COVID-19, gaat direct in isolatie en wordt getest.

Binnen de instelling zijn afspraken gemaakt wie verantwoordelijk is voor de informatie aan de directie/raad van bestuur van de instelling.

Maatregelen:

  • De instelling brengt op korte termijn de contacten van de positief geteste cliënt/bewoner (index) binnen de eigen muren in kaart.
  • Cliënten/bewoners die dezelfde gemeenschappelijke ruimtes delen binnen een woongroep/unit (woonkamer, keuken) worden beschouwd als huisgenoten. Voor andere cliënten/bewoners wordt gekeken wie meer dan 15 minuten contact hebben gehad op minder dan 1,5 meter.
  • Ga na met welke medewerkers, vrijwilligers en bezoekers de cliënt/bewoner contact heeft gehad. Afhankelijk van de tijdsduur van het contact, en de afstand tot de positief geteste persoon wordt een indeling gemaakt in welke categorie een contact valt en welke maatregelen van toepassing zijn. De GGD heeft hiervoor de eindverantwoordelijkheid en kan dit wanneer het medewerkers betreft delegeren aan de bedrijfsarts. Het contactonderzoek onder bewoners/cliënten kan gedelegeerd worden aan de arts van de instelling. Zie hiervoor het LCI-Protocol Bron en contactonderzoek COVID-19.
  • Zorgmedewerkers die volledige persoonlijke beschermingsmiddelen (chirurgisch mondneusmasker ten minste type IIR, handschoenen, bril en schort) op de juiste manier hebben gebruikt, worden niet als contact geïncludeerd in het contactonderzoek. Ook zorgmedewerkers die preventief een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II en handschoenen op de juiste manier hebben gedragen/adequate handhygiëne hebben toegepast bij het contact met een patiënt tijdens diens besmettelijke periode, zonder tevens een bril en een schort, worden niet geïncludeerd in het contactonderzoek.
  • NB: bij een bekend positieve cliënt/bewoner dient altijd volledige persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) gebruikt te worden.
     

Cliënten/bewoners die nauw contact hebben gehad (categorie 1 of 2)

  • Voor cliënten/bewoners die onbeschermd nauw contact hebben gehad (categorie 1- of categorie 2-contact) met de positief geteste cliënt/ bewoner  geldt ongeacht de vaccinatiestatus het volgende:
    • Zij gaan in quarantaine tot 10 dagen na de laatste blootstelling
    • Zij laten zich zo snel mogelijk testen en testen bij klachten.
    • Daarnaast laten cliënten/bewoners zich testen op dag 5 na de laatste blootstelling , indien deze test negatief is kan de quarantaine opgeheven worden.
    • Tot en met de 10e dag na de laatste blootstelling blijven zij op de afdeling en nemen zij geen deel aan grote bijeenkomsten.
    • Zie voor de verdere uitwerking het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG en het LCI-protocol bron- en contactonderzoek.
       

Zorgmedewerkers die nauw contact hebben gehad (categorie 2)

  • Zorgmedewerkers die onbeschermd nauw contact (categorie 2) hebben gehad met een positief geteste cliënt/bewoner gaan thuis in quarantaine. Indien het voor de continuïteit van zorg absoluut noodzakelijk is mogen zij tijdens de quarantaineperiode onder bepaalde voorwaarden werken, waarbij  zij tijdens het werk steeds een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II dragen.
  • Zie voor uitwerking van quarantainebeleid voor zorgmedewerkers Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

Vrijwilligers en bezoekers

  • Vrijwilligers en bezoekers die onbeschermd nauw contact (categorie 1 of 2) hebben gehad met een positief geteste cliënt/bewoner  moeten gedurende 10 dagen in quarantaine en contact met kwetsbare personen mijden. Zij komen dan dus niet in de instelling. Zie ook LCI-protocol Bron- en contactonderzoek.

De instelling informeert de cliënten/bewoners, wettelijke vertegenwoordigers, medewerkers en vrijwilligers die categorie 1- of 2-contact zijn over de mogelijke besmetting en noodzakelijke maatregelen.

3B. Medewerker positief getest

Positief geteste personen worden door de GGD gevraagd om hun contacten te informeren. Het is belangrijk dat een zorgmedewerker die positief getest wordt de werkgever zo spoedig mogelijk op de hoogte stelt van diens positieve testuitslag, zodat de werkgever/bedrijfsarts maatregelen kan nemen.

Maatregelen:

  • De instelling maakt een lijst van alle cliënten/bewoners die door medewerker in zijn besmettelijke periode (vanaf 48 uur voor het ontstaan van de eerste ziekteverschijnselen) verzorgd zijn. Daarbij is de aard en duur van de verzorging van belang en of en welke PBM de medewerker heeft gebruikt.
  • De instelling maakt een lijst van medewerkers die als contact kunnen worden gekenmerkt van de index. Het gaat hier om de collega’s waarmee de positief geteste medewerker contact heeft gehad vanaf 48 uur voor het ontstaan van de 1e ziekteverschijnselen, waarbij met name de nauwe contacten (>15 minuten op <1,5 meter) nauwkeurig geïnventariseerd worden).
     

Cliënten/bewoners die nauw contact hebben gehad (categorie 2)

  • Voor cliënten/bewoners die onbeschermd nauw contact hebben gehad (categorie 2-contact) met de positief geteste medewerker geldt het volgende:
    • Zij gaan in quarantaine tot 10 dagen na de laatste blootstelling
    • Zij laten zich zo snel mogelijk testen en testen bij klachten.
    • Daarnaast laten cliënten/bewoners zich testen op dag 5 na de laatste blootstelling , indien deze test negatief is kan de quarantaine opgeheven worden.
    • Tot en met de 10e dag na de laatste blootstelling en blijven zij op de afdeling of unit en nemen zij geen deel aan grote bijeenkomsten.
    • Zie voor de verdere uitwerking het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG en het LCI-protocol bron- en contactonderzoek.

Zorgmedewerkers die nauw contact hebben gehad (categorie 2)

  • Zorgmedewerkers die onbeschermd nauw contact (categorie 2) hebben gehad met een positief geteste collega gaan thuis in quarantaine. Indien het voor de continuïteit van zorg absoluut noodzakelijk is mogen zij tijdens de quarantaineperiode onder bepaalde voorwaarden werken, waarbij zij tijdens het werk steeds een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II dragen. Zie Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

De instelling informeert de cliënten/bewoners, wettelijke vertegenwoordigers, medewerkers en vrijwilligers die categorie 2-contact zijn over de mogelijke besmetting en noodzakelijke maatregelen.

3C. Bezoeker positief getest

Alle positief geteste personen worden door de GGD gevraagd om hun contacten te informeren. De positief geteste bezoeker is verantwoordelijk om de instelling op de hoogte te stellen van zijn positieve test, indien de bezoeker daar in diens besmettelijke periode is geweest.  Voor de maatregelen buiten de instelling volgt de GGD het LCI-protocol bron- en contactonderzoek COVID-19. Onderstaande maatregelen worden gevolgd binnen de instelling.

Maatregelen:

  • De bezoeker maakt, een lijst van alle cliënten/bewoners en medewerkers waarmee hij of zij in zijn besmettelijke periode (vanaf 48 uur voor het ontstaan van de eerste ziekteverschijnselen) in contact is geweest. Zo nodig kan de GGD of instelling hier in ondersteunen.
  • Cliënten en medewerkers die categorie 1- of 2-contacten zijn van de positief geteste bezoeker gaan in quarantaine. Zie hierboven bij 3A en 3B.

4. Cluster/uitbraak-scenario: meerdere cliënten/bewoners of medewerkers positief getest op COVID-19

De instelling stelt de arts infectieziektebestrijding van de betreffende GGD op de hoogte op basis van art. 26 van de Wet publieke gezondheid.

Er is sprake van een cluster/uitbraak wanneer er minimaal 2 bewoners en/of medewerkers positief testen, die op dezelfde unit of afdeling wonen of werken of anderszins epidemiologisch gerelateerd zijn.

De keuze voor de hieronder genoemde maatregelen wordt mede bepaald door de soort zorginstelling. Voor een verpleeghuis kunnen andere maatregelen belangrijk zijn dan voor bijvoorbeeld een instelling voor jonge mensen met een verstandelijke beperking. De instelling volgt bij de afwegingen de adviezen uit de sector.

Maatregelen:

  • Formeer een uitbraakteam met daarin idealiter bestuur/directie, deskundige infectiepreventie, instellingsarts, bedrijfsarts, management, P&O, hoofd schoonmaak, communicatie en -minimaal bij de start- de GGD. Doel van dit team is om te overleggen over de stand van zaken, knelpunten op te lossen en hier verslaglegging van te doen. Het is raadzaam om voor het overzicht een goede registratie bij te houden van aantal zieke en niet-zieke medewerkers en bewoners, inclusief eerste ziektedagen en datum testuitslagen.
  • De GGD en de instelling doen bron- en contactonderzoek rondom de positieve cliënten/bewoners, medewerkers, vrijwilligers en bezoek (zie onder 3).
  • De instelling volgt voor isolatie, cohortering en quarantaine het sectorbeleid. Voor de verpleeghuizen en de instellingen voor verstandelijk gehandicapten is het Behandeladvies van Verenso/NVAVG beschikbaar.
     

Onderstaande maatregelen gelden in ieder geval voor verpleeghuizen. Overweeg dit ook in andere instellingen. De instelling kan met de GGD overleggen om tot een keuze te komen.

  • Test bij een uitbraak ook bewoners en medewerkers zonder klachten van de unit of afdeling waar de uitbraak plaatsvindt om de omvang van de uitbraak in beeld te brengen.
  • Test bij een uitbraak gedurende de duur van de uitbraak wekelijks de niet eerder positief geteste cliënten/bewoners van de unit of afdeling waar de uitbraak plaatsvindt.
  • Test bij een uitbraak gedurende de duur van de uitbraak wekelijks de niet eerder positief geteste medewerkers van de unit of afdeling waar de uitbraak plaatsvindt.
  • Overweeg het invoeren van een beperking in het aantal bezoekers ook op de andere units of afdelingen.
     

De maatregelen kunnen worden opgeheven zodra de uitbraak onder controle is. Het uitbraakteam van de instelling neemt hierover het besluit. Zie het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG.

Versiebeheer

  • 03-01-2022: Kleine tekstuele correcties
  • 31-12-2021: Quarantainebeleid bij positief geteste huisgenoot en positief getest nauw contact aangepast conform protocol BCO. Vanwege opkomst omikronvariant speelt immuunstatus geen rol meer.
  • 03-12-2021: Wijziging definitie immuniteit na doorgemaakte infectie van 6 naar 12 maanden na infectie.
  • 12-08-2021: De definitie van immuniteit na het COVID-19-vaccin van Janssen is gewijzigd: iemand die het Janssen-vaccin heeft gekregen, wordt voortaan na 28 dagen i.p.v. 14 als immuun beschouwd.
  • 08-07-2021: Bron- en contactonderzoek voor immune- en niet-immune contacten aangepast n.a.v. 117e OMT-advies. Aandachtspunten i.v.m. privacywetgeving toegevoegd.
  • 10-06-2021: Quarantainemaatregelen voor ongevaccineerde bewoners gelijk getrokken aan gevaccineerde bewoners n.a.v. 115e OMT-advies.
  • 21-04-2021: Toelichting definitie ‘volledig gevaccineerd’ en verduidelijking beleid na volledige vaccinatie bewoners.
  • 17-03-2021: Versoepeling van quarantainemaatregelen doorgevoerd voor instellingen waar de bewoners in principe volledig gevaccineerd zijn n.a.v. het 102e OMT-advies.
  • 18-02-2021: Bovenaan de handreiking is een disclaimer toegevoegd m.b.t. het BCO-protocol en het sneller testen van categorie 1- en 2-contacten.
  • 26-01-2021: Aan de inleidende alinea ("Deze handleiding is bedoeld...") is toegevoegd dat deze handreiking ook geldt als zorgmedewerkers en/of cliënten gevaccineerd zijn tegen COVID-19; vaccinatie vormt op dit moment geen reden om het testbeleid aan te passen.
  • 18-12-2020: Uitgangspunten verduidelijkt m.b.t. specifieke risico’s voor bewoners langdurige zorginstellingen. | Wijzigingen in LCI-protocol BCO en bijlage Testbeleid en inzet zorgmedewerkers met betrekking tot quarantaine en testen op dag 5 doorgevoerd voor zover geïndiceerd in instellingen voor langdurige zorg. | Advies toegevoegd om in PG-zorg maatregelen uitbraakscenario al te nemen bij 1 positief geteste cliënt/bewoner vanwege het grote risico op verspreiding. | Advies toegevoegd om bij uitbraak de niet eerder positief geteste bewoners/cliënten en medewerkers wekelijks te hertesten. | Advies verwijderd om bij uitbraak preventief mondneusmasker te dragen door medewerkers en bezoekers verwijderd. Dit Is inmiddels algemeen beleid. | Tevens enkele inhoudelijke verduidelijkingen en tekstuele aanpassingen doorgevoerd.
  • 14-10-2020: Eerste versie