Handreiking voor contactonderzoek bij COVID-19 in instellingen voor langdurige zorg

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | versie 14 oktober 2020 (versiebeheer zie onderaan pagina) | tot stand gekomen in overleg met Verenso en NVAVG, op uitvoerbaarheid getoetst door Actiz, VGN en De Nederlandse GGZ
 

Deze handreiking is bedoeld om de samenwerking te beschrijven tussen GGD’en en instellingen voor langdurige zorg bij het nemen van maatregelen om verspreiding van COVID-19 in instellingen tegen te gaan en bij bron- en contactonderzoek indien een of meer bewoners, medewerkers of bezoekers van de instelling positief zijn bevonden. Bij instelling bedoelen we een situatie waarin cliënten/bewoners in groepsverband wonen. In andere situaties, als cliënten zelfstandig wonen, wordt het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 gevolgd.

Inhoud

  1. Achtergrond
  2. Algemeen
    - Voor cliënten/bewoners
    - Voor medewerkers
    - Bron- en contactonderzoek
  3. Eén cliënt/bewoner, medewerker of bezoeker positief getest
    - Cliënt/bewoner
    - Medewerker
    - Bezoeker
  4. Cluster/uitbraak-scenario

1. Achtergrond

Er zijn grote verschillen tussen instellingen voor langdurige zorg wat betreft de kenmerken van de bewoners en de aard van de geleverde zorg. Deze handreiking probeert voor die verschillende situaties handvatten te bieden.

Verenso (Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde) en de NVAVG (Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten) hebben hun eigen richtlijn opgesteld voor diagnostiek en behandeling van COVID-19 voor bewoners in verpleeghuizen, instellingen voor verstandelijk gehandicapten, woonzorgcentra en kleinschalige woonvoorzieningen (mits hoofdbehandelaar). Hierin wordt ook aandacht besteed aan het beleid bij uitbraken in de instelling.

Voor de GGZ instellingen is door verschillende partijen in deze sector de Richtlijn GGZ en corona opgesteld.

COVID-19 is een meldingsplichtige infectieziekte groep A veroorzaakt door SARS-CoV-2. De behandelend arts is verplicht een cliënt/bewoner met een bevestigde infectie te melden bij de GGD. Overigens wordt elke positief geteste persoon ook gemeld door het laboratorium aan de GGD.

Volgens de Wet publieke gezondheid zijn de GGD’en verantwoordelijk om volgens het protocol bron- en contactonderzoek uit te (laten) voeren bij alle gemelde personen. Doel van het contactonderzoek is het opsporen en in quarantaine plaatsen en/of monitoren van mogelijk besmette personen om verdere verspreiding van de ziekte tegen te gaan. In deze handreiking staat beschreven hoe de taken en verantwoordelijkheden bij dit bron- en contactonderzoek zijn verdeeld tussen de GGD en de zorginstelling. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van (bestaande) lokale afspraken en beschikbare lokale expertise in de instellingen.

2. Algemeen

De artsen verbonden aan de instelling (zoals specialist ouderengeneeskunde, arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts) zijn verantwoordelijk voor het medisch beleid in instellingen voor langdurige zorg. De instelling is verantwoordelijk voor de algemene infectiepreventiemaatregelen. De GGD kan hierin adviseren.

De Wet publieke gezondheid beschrijft de verantwoordelijkheden van de GGD.

2A. Cliënten/bewoners

Voor cliënten/bewoners geldt:

  • Iedere cliënt/bewoner met een verdenking op COVID-19* wordt geïsoleerd op een (eigen) 1 persoons kamer tot de testuitslag bekend is.
  • Indien de test negatief is, mag de cliënt/bewoner zich weer vrij bewegen, behalve als deze nog in een quarantaine zit als nauw contact.
  • Indien de test positief is, wordt de positief geteste cliënt/bewoner geïsoleerd op een (eigen) 1 persoons kamer of in cohort en volgt bron- en contactonderzoek.
     

* Zie de LCI-richtlijn COVID-19, paragraaf Ziekteverschijnselen.

Zie voor het beleid in de verpleeghuizen en intramurale VG-sector: het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG.

2B. Medewerkers

Voor medewerkers (incl. vrijwilligers) geldt:

  • Iedere medewerker met een verdenking op COVID-19 blijft thuis tot de testuitslag bekend is.
  • Indien de test negatief is, mag de medewerker zich weer vrij bewegen, behalve als deze nog in een quarantaine zit als nauw contact.
  • Indien de test positief is, blijft de medewerker thuis. Ook de huisgenoten van de medewerkers moeten dan thuisblijven.* Er volgt bron- en contactonderzoek.
     

Zie ook Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

2C. Bron- en contactonderzoek

  • De GGD draagt zorg voor het bron- en contactonderzoek. De GGD kan (delen hiervan) delegeren aan de instelling, maar blijft eindverantwoordelijk hiervoor. De instelling heeft een eigenstandige verantwoordelijkheid voor o.a. goede zorgverlening aan cliënten/bewoners en adequate arbeidsomstandigheden voor zorgmedewerkers.
  • Bij het bron-en contactonderzoek wordt aan de positief geteste persoon gevraagd met wie hij/zij in de besmettelijke periode (vanaf 2 dagen voor het ontstaan van de klachten) contact heeft gehad. Indien de positief geteste persoon daar zelf niet toe in staat is, vindt overleg plaats met de betrokken medewerkers en/of familie. Afhankelijk van de tijdsduur van het contact en afstand tot de positief geteste persoon wordt een indeling gemaakt in welke categorie een contact valt en welke maatregelen van toepassing zijn. Zie hiervoor ook LCI protocol BCO.
  • Bij de uitvoering van het contactonderzoek wordt onderscheid gemaakt in contacten binnen en buiten de instelling. GGD en instelling maken afspraken wie welke contacten benadert.
  • De instelling voert in principe het contactonderzoek bij contacten binnen de instelling uit. Voor contactonderzoek binnen de instelling is overleg met de GGD gewenst, de GGD kan adviseren wie in welke contactcategorie valt en welke informatie gedeeld moet worden met de contacten.
  • De GGD voert het contactonderzoek uit bij de contacten buiten de instelling. De instelling draagt de daarvoor benodigde gegevens over aan de GGD.

3. Eén cliënt/bewoner, medewerker of bezoeker positief getest

COVID-19 is een meldingsplichtige ziekte groep A. Bij een positieve bevinding moet deze door de behandelend arts én door het laboratorium direct gemeld worden bij de GGD.

3A. Cliënt/bewoner positief getest

Een bewoner van een instelling voor langdurige zorg die verdacht wordt van COVID-19, wordt getest en gaat direct in isolatie.

Binnen de instelling zijn afspraken gemaakt wie verantwoordelijk is voor de informatie aan de directie/raad van bestuur van de instelling.

Maatregelen:

  • De instelling brengt op korte termijn de contacten van de positief geteste cliënt/bewoner (index) binnen de eigen muren in kaart.
    Cliënten/bewoners die dezelfde gemeenschappelijke ruimtes delen binnen een woongroep/unit (woonkamer, keuken) worden beschouwd als huisgenoten. Voor andere cliënten/bewoners wordt gekeken wie meer dan 15 minuten contact hebben gehad op minder dan 1,5 meter.
    Ga na met welke medewerkers, vrijwilligers en bezoek de cliënt/bewoner onbeschermd contact heeft gehad op minder dan 1,5 m en hoe lang (meer of minder dan 15 minuten is het algemene uitgangspunt).
    Zie het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19.
  • Cliënten/bewoners die onbeschermd contact hebben gehad moeten tot 10 dagen na het laatste onbeschermd contact of, in geval van een cohort, nadat de laatste patiënt klachtenvrij is, in quarantaine. Zie het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG.
  • Zorgmedewerkers die onbeschermd nauw contact hebben gehad moeten tot 10 dagen na het laatste onbeschermde contact in quarantaine. Zie ook Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis. Bij hoge uitzondering en alleen als de zorgcontinuïteit in het geding komt, kan hiervan afgeweken worden.
  • Andere medewerkers, vrijwilligers en bezoekers die onbeschermd nauw contact hebben gehad moeten 10 dagen in quarantaine.
  • Andere bewoners en medewerkers die meer dan 15 minuten in dezelfde ruimte verbleven op meer dan 1,5 meter afstand worden hierover geïnformeerd.
  • De zorginstelling is verantwoordelijk voor het informeren van de interne contacten van de index (cliënten, hun wettelijke vertegenwoordigers, medewerkers, vrijwilligers). Er is een informatiebrief voor contacten als bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19. Overleg hierover met de GGD is noodzakelijk.
  • De instelling draagt er, waar nodig i.o.m. de GGD, zorg voor dat contacten die (geringe of atypische) klachten hebben zo spoedig mogelijk worden getest.
  • Test in een verpleeghuis de asymptomatische contacten van de index (met name bewoners) van de unit of afdeling waar de indexbewoner woont om zicht te krijgen of er sprake is of van een uitbraak. Overweeg dit ook in andere instellingen dan verpleeghuizen. De instelling overlegt hierover zo nodig met de GGD.

3B. Medewerker positief getest

Het is belangrijk dat een zorgmedewerker de werkgever zo spoedig mogelijk op de hoogte stelt van een positieve testuitslag, onafhankelijk van de indicatie voor het testen (bijvoorbeeld vanwege een contact in de privésituatie).

Indien een medewerker getest wordt via een teststraat van de GGD, krijgt de medewerker zelf de uitslag via de GGD. Bij elke positief geteste persoon wordt door de GGD de werksituatie nagevraagd en contacten in de werksituatie. Na overleg met de medewerker informeert de GGD de instelling, tenzij de medewerker dit zelf al gedaan heeft.

Maatregelen:

  • De instelling maakt een lijst van alle cliënten/bewoners die door medewerker in zijn besmettelijke periode (vanaf 48 uur voor het ontstaan van de eerste ziekteverschijnselen) verzorgd zijn. Daarbij is de aard en duur van de verzorging van belang en of en welke PBM de medewerker heeft gebruikt.
  • De instelling maakt, waar nodig i.o.m. de GGD, een lijst van de collega-medewerkers die als nauw contact kunnen worden gekenmerkt, d.w.z. collega’s waarmee (vanaf 48 uur voor het ontstaan van de eerste ziekteverschijnselen) meer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter contact is geweest (bijvoorbeeld tijdens de pauze) of minder dan 15 minuten een hoogrisicocontact is geweest (bijvoorbeeld in het gezicht gehoest).
  • Cliënten/bewoners die nauw contact zijn gaan in quarantaine. Zie het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG.
  • Collega’s die nauw contact zijn gaan in thuisquarantaine. Zie hiervoor ook Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.
  • De instelling informeert de cliënten/bewoners, wettelijke vertegenwoordigers, medewerkers en vrijwilligers over de mogelijke besmetting en noodzakelijke maatregelen.
  • De instelling draagt er, waar nodig i.o.m. de GGD, zorg voor dat contacten die (geringe of atypische) klachten hebben zo spoedig mogelijk worden getest.
  • Test in een verpleeghuis asymptomatische contacten van de medewerker (met name bewoners) van de unit of afdeling waar de medewerker werkt om zicht te krijgen of er sprake is van een uitbraak. Overweeg dit ook in andere instellingen dan verpleeghuizen. De instelling overlegt hierover zo nodig met de GGD.

3C. Bezoeker positief getest

Bij elke positief geteste persoon wordt door de GGD navraag gedaan naar overige nauwe contacten. Indien die persoon een bezoek heeft gebracht aan een instelling voor langdurige zorg (tussen 2 dagen voor het ontstaan van de klachten en de testuitslag) informeert de GGD na overleg met de bezoeker de instelling.

Voor de maatregelen buiten de instelling volgt de GGD het het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19. Onderstaande maatregelen worden gevolgd binnen de instelling.

Maatregelen:

  • De positief geteste bezoeker maakt, in overleg met de GGD, een lijst van alle cliënten/bewoners en medewerkers waarmee hij of zij in zijn besmettelijke periode (vanaf 48 uur voor het ontstaan van de eerste ziekteverschijnselen) in contact is geweest.
  • Cliënten/bewoners die nauw contact zijn gaan in quarantaine. Zie het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG.
  • Medewerkers die nauw contact zijn gaan in thuisquarantaine. Zie hiervoor ook Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.
  • De instelling informeert de cliënten/bewoners, wettelijk vertegenwoordigers, medewerkers en vrijwilligers over de mogelijke besmetting en noodzakelijke maatregelen.
  • De instelling draagt er, waar nodig i.o.m. de GGD, zorg voor dat contacten die (geringe of atypische) klachten hebben zo spoedig mogelijk worden getest.

4. Cluster/uitbraak-scenario: meerdere cliënten/bewoners of medewerkers positief getest op COVID-19

De instelling stelt de IZB-arts van de betreffende GGD op de hoogte op basis van art. 26 van de Wet publieke gezondheid.

Er is sprake van een cluster/uitbraak wanneer er minimaal 2 bewoners en/of medewerkers positief testen, die op dezelfde unit of afdeling wonen of werken of anderszins epidemiologisch gerelateerd zijn.

De keuze voor de hieronder genoemde maatregelen wordt mede bepaald door de soort zorginstelling. Voor een verpleeghuis kunnen andere maatregelen belangrijk zijn dan voor bijvoorbeeld een instelling voor jonge mensen met een verstandelijke beperking. De instelling volgt bij de afwegingen de adviezen uit de sector.

Maatregelen:

  • Formeer een uitbraakteam met daarin idealiter bestuur/directie, deskundige infectiepreventie, instellingsarts, bedrijfsarts, management, P&O, hoofd schoonmaak, communicatie en -minimaal bij de start- de GGD. Doel van dit team is om te overleggen over de stand van zaken, knelpunten op te lossen en hier verslaglegging van te doen. Het is raadzaam om voor het overzicht een goede registratie bij te houden van aantal zieke en niet-zieke medewerkers en bewoners, inclusief eerste ziektedagen en datum testuitslagen.
  • De GGD en de instelling doen bron- en contactonderzoek rondom de positieve cliënten/bewoners, medewerkers, vrijwilligers en bezoek (zie onder 3).
  • De instelling volgt voor isolatie, cohortering en quarantaine het sectorbeleid. Voor de verpleeghuizen en de instellingen voor verstandelijk gehandicapten is het Behandeladvies van Verenso/NVAVG beschikbaar.
     

Onderstaande maatregelen gelden in ieder geval voor verpleeghuizen. Overweeg dit ook in andere instellingen. De instelling kan met de GGD overleggen om tot een keuze te komen.

  • Test bij een uitbraak in een verpleeghuis ook asymptomatische bewoners en medewerkers van de unit of afdeling waar de uitbraak plaatsvindt om de omvang van de uitbraak in beeld te brengen.
  • Test bij een uitbraak in een verpleeghuis gedurende de duur van de uitbraak wekelijks de niet eerder positief geteste cliënten/bewoners van de unit of afdeling waar de uitbraak plaatsvindt.
  • Overweeg bij een uitbraak in een verpleeghuis gedurende de duur van de uitbraak wekelijks de niet eerder positief geteste medewerkers van de unit of afdeling waar de uitbraak plaatsvindt te testen.
  • Adviseer in een verpleeghuis het preventief dragen van mondneusmaskers door zowel medewerkers als bezoekers op de andere units of afdelingen. Overweeg dit ook bij andere instellingen.
  • Overweeg het invoeren van een beperking in het aantal bezoekers ook op de andere units of afdelingen.
     

De maatregelen kunnen worden opgeheven zodra de uitbraak onder controle is. Het uitbraakteam van de instelling neemt hierover het besluit. Zie het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG.

Versiebeheer

  • 14-10-2020: Eerste versie