Listeriose Richtlijn

Dit is een meldingsplichtige ziekte

C

Meldingsplichtige ziekte groep C

  • Laboratorium en behandelend arts melden binnen 1 werkdag aan de arts infectieziektebestrijding van de GGD.
  • De GGD meldt anoniem conform de Wet publieke gezondheid aan het CIb.

Samenvatting

Verwekker: bacterie Listeria monocytogenes
Besmettingsweg: oraal, verticaal
Incubatietijd: verschilt per klinische vorm
Besmettelijke periode: na ziekte en na een asymptomatische infectie: tot enkele maanden via de ontlasting. Moeders 7-10 dagen na de bevalling via urine en vaginale afscheiding

Maatregelen: bron- en contactonderzoek
Symptomen: algemeen asymptomatisch of mild met griepachtige verschijnselen (koorts, spierpijn, maagdarmklachten zoals misselijkheid en diarree). Bij immuungecompromitteerde personen vaker invasief en ernstiger

Ziekte & Besmettelijkheid

Verwekker

L. monocytogenes is een grampositieve, staafvormige bacterie die zeer lang onder extreme condities kan overleven en zowel aeroob als anaeroob goed groeit op de gebruikelijke voedingsbodems. De bacterie kan zich vermenigvuldigen bij temperaturen van 3 tot 42 ºC, bij hoge zoutconcentraties (tot 10%) en bij een pH van 6-9,6. L. monocytogenes is een saprofyt die in aarde en grondwater, bij mens en dier voorkomt. De bacterie besmet gemakkelijk allerlei (voedsel)producten en kan endemisch worden in bedrijven die levensmiddelen produceren (Luber 2011).

Pathogenese

L. monocytogenes is een bacterie die zich na invasie vanuit de darm intracellulair vermenigvuldigt en verspreidt. Op deze wijze onttrekt het micro-organisme zich aan het humorale afweermechanisme, alleen cellulaire immuniteit biedt bescherming tegen infecties. Het organisme heeft een bijzondere affiniteit voor het centrale zenuwstelsel en is een zoönose (Lorber 2010).

Incubatieperiode

De mediane incubatietijd verschilt per klinische vorm en bedraagt voor:

  • gastro-enteritis 24 uur (6-240 uur);
  • bacteriëmie 2 dagen (1-12 dagen);
  • invasieve listeriose 8 dagen (1-67 dagen);
  • infectie van het centraal zenuwstelsel 9 dagen (1-14 dagen);
  • infectie tijdens de zwangerschap 27.5 dagen (17-67 dagen, maar kort bij een bacteriëmie tijdens de zwangerschap) (Goulet 2013).

Ziekteverschijnselen

Bij personen met een ongestoorde afweer verloopt de infectie in het algemeen asymptomatisch of als een mild ziektebeeld met griepachtige verschijnselen (koorts, spierpijn, maagdarmklachten zoals misselijkheid en diarree). Bij immuungecompromitteerden met een gestoorde cellulaire afweer verloopt de infectie vaker invasief en ernstiger (Nightingale 2005). Meestal betreft het een gegeneraliseerde infectie met bacteriëmie, meningitis of meningo-encefalitis; soms peritonitis, hepatitis, peri- of endocarditis en een enkele keer papulopustulaire of vesiculopustulaire huidlaesies. Ook zijn bot- en gewrichtsinfecties beschreven (den Hertog 2007, Scholing 2007, Ahmad 2008, Antolin 2008, Oevermann 2010, Dias 2011, Charlier 2012, Liatsos 2012, Godshall 2013). 

Encefalitis is een bijzondere vorm van infectie. Patiënten klagen over hoofdpijn en koorts en hebben tekenen van paralyse die kunnen lijken op een cerebrovasculair accident. Voorbijgaande bewustzijnsdalingen met cerebellaire symptomen kunnen het ziektebeeld compliceren. 

Infectie bij zwangeren, met name in de tweede helft van de zwangerschap, kan leiden tot intra-uteriene vruchtdood en vroeggeboorte. Zwangeren hebben lang niet altijd zelf (ernstige/herkenbare) ziekteverschijnselen. De meeste infecties treden in het derde trimester van de zwangerschap op, maar hier is ook de meeste aandacht voor. Bij neonaten kan het sepsis veroorzaken (‘early onset’ binnen 7 dagen post-partum (gemiddeld 1,5 dagen), besmetting waarschijnlijk in utero) en meningo-encefalitis (‘late onset’ langer dan 7 dagen post-partum) (Posfay-Barbe 2009). De CFR is gemiddeld 20-35% maar hangt af van de aanwezigheid van risicofactoren voor een ongunstig beloop (Swaminathan 2007, Barton Behravesh 2011, Okike 2013). Zo is de sterfte bij early onset (binnen een week) neonaten 14-56%; bij late onset (dag 7 t/m dag 28) 25%.

Bij jonge, niet-zwangere patiënten zonder dan wel met predisponerende factoren is de CFR 3% respectievelijk 24%; en bij patiënten ouder dan 70 jaar 20% (Swaminathan 2007, Barton Behravesh 2011, Okike 2013). Predisponerende risicofactoren voor een ongunstig beloop zijn onder andere stoornissen aan de immuniteit (hematologische maligniteit, behandeling met chemotherapie of immunosuppressiva), levercirrose, nieraandoeningen, colitis ulcerosa, ziekte van Crohn, rheumatoïde artritis, psoriasis en ijzerstapelingsziekte (Ganz 2018, Kahn 2007, Metelmann 2010, Hohmann 2012). 

In Nederland varieerde het sterftepercentage tussen 5% (2011) en 31% (2006), en bedroeg 14% in 2012. De meest voorkomende ziektebeelden in 2012 waren sepsis (29%), maagdarminfectie (22%), meningitis (12%) en longontsteking (12%) (Friesema 2014).

Natuurlijke immuniteit

Alleen cellulaire afweer biedt bescherming tegen ziekte. Bij gezonde personen is een beschermende cellulaire afweer aanwezig. Deze wordt opgebouwd door herhaaldelijke blootstelling aan L. monocytogenes

Reservoir

L. monocytogenes komt vooral voor bij dieren, in grond, in water en op vegetatie. 

Besmettingsweg

L. Monocytogenes is wijdverspreid aanwezig in de omgeving en kan worden gevonden in de aarde, oppervlaktewater en vegetatie en bij verscheidene huis- en wilde dieren. 

Besmetting van mensen vindt vooral indirect plaats, via het eten van voedsel dat besmet is met L. monocytogenes. Doordat L. monocytogenes ook bij lage temperatuur (vanaf 3 ºC) groeit, is het langdurig bewaren van gekoelde consumptieartikelen risicovol. Maar voedsel wordt vooral besmet door slechte hygiëne: er ontstaan gemakkelijk biofilms in apparatuur en transportbuizen die gebruikt worden in de voedselindustrie (Carpentier 2011).

Vooral voor zwangeren en mensen met minder afweer is het belangrijk om geen risicoproducten te eten of te drinken. Zie deze webpagina van het Voedingscentrum voor meer informatie. 

Directe transmissie kan ook plaats vinden via direct dierlijk contact of via het milieu (aarde, vegetatie, water) waarin de listeriacysten zitten. Verder kan er verticale transmissie optreden van moeder naar kind tijdens de zwangerschap of bij de geboorte. Sporadisch zijn nosocomiale infecties bij neonaten beschreven (Lazarus 2013). Directe overdracht van dier naar mens is mogelijk, voornamelijk als gevolg van obstetrische ingrepen bij geïnfecteerde herkauwers. Dit komt zelden voor en uit zich als dermatitis (zie ook 9.1) (Laureyns 2008). 

Besmettelijke periode

Na ziekte en na een asymptomatische infectie kunnen mensen tot enkele maanden L. monocytogenes in de ontlasting blijven uitscheiden. Moeders blijven tot 7 à 10 dagen na de bevalling bovendien besmettelijk via urine en vaginale afscheiding. 

Besmettelijkheid

Uitbraken zijn vrijwel altijd gerelateerd aan consumptie van besmet voedsel. Er is slechts één epidemie beschreven op een afdeling neonatologie ten gevolge van besmet instrumentarium (Lazarus 2013). Overdracht van mens op mens (met uitzondering van verticale transmissie) komt zelden voor.

Diagnostiek

Met medewerking van de NVMM.

Zie ook Diagnostisch Vademecum Listeria monocytogenes.

Microbiologische diagnostiek

Directe diagnostiek

Listeria monocytogenes kan gekweekt worden uit bloed en liquor cerebrospinalis. Als bij een neonaat aan listeriose gedacht wordt, kunnen ook kweken van amnionvocht, meconium, sputum, placenta en huid zinvol zijn. Bij zwangeren met koorts is een bloedkweek de beste manier om de diagnose te stellen. Kweken van feces en voedsel kunnen uit epidemiologisch oogpunt worden overwogen, maar Listeria wordt ook frequent in de omgeving, in voedsel en dus ook in ontlasting van gezonde mensen gevonden.

In een grampreparaat van de liquor zijn soms grampositieve staven te zien, maar een grampreparaat zonder bacteriën sluit Listeria-meningitis zeker niet uit. Omdat L. monocytogenes soms langzaam groeit, komt het voor dat de kweek eerst positief wordt na 48 of 72 uur incubatie.

Een polymerasekettingreactie (PCR) kan, met name bij patiënten met meningitis die al behandeld zijn met antibiotica, een positief signaal geven in een liquormonster terwijl de kweek negatief blijft. In de literatuur zijn zowel PCR’s beschreven die specifiek zijn voor L. monocytogenes als multiplex PCR’s waarmee verschillende meningitispathogenen kunnen worden aangetoond (Favaro 2013; Le Monnier 2011). Voor de beschikbaarheid van individuele laboratoria in Nederland die een PCR doen, verwijzen wij naar het Diagnostisch Vademecum infectieziekten

Indirecte diagnostiek

Serologie is klinisch weinig bruikbaar: de specificiteit is laag door het hoge percentage asymptomatische infecties.

    Typering voor bron- en contactonderzoek

    Typering van L. monocytogenes is van groot belang bij onderzoek naar (een) voedselbron(nen). Serotypering is gebaseerd op verschillen in celwandantigenen en onderscheidt 13 typen. De meeste humane isolaten behoren tot een van de serotypen 1/2a, 1/2b of 4b en daarom gebruikt men voor nader onderscheid moleculaire typeringsmethoden (Jadhav 2012).

      Niet-microbiologische diagnostiek

      N.v.t.

      Risicogroepen

      Verhoogde kans op infectie

      Zwangeren, foetussen, neonaten, ouderen en cellulair immuungecompromitteerden (zoals patiënten met corticosteroïden, chemotherapie, hemodialyse, transplantatie, diabetici, hiv, ijzerstapelingsziekte (Ganz 2018, Kahn 2007) behoren tot de risicogroepen voor invasieve listeriose (Hohmann 2012, Mateus 2013).

      Verhoogde kans op ernstig beloop

      Een verhoogde kans op een ernstig beloop komt voor:

      • bij zwangeren (vooral in de tweede helft van de zwangerschap kan de infectie leiden tot intra-uteriene vruchtdood en vroeggeboorte)
      • bij ouderen (invasieve listeriose)
      • bij mensen met ernstig onderliggend lijden, onder andere bij chemotherapie, orgaantransplantatie, klepgebreken of klepprotheses, hiv/aids, diabetes mellitus, chronische leverziekten, nierziekten en ijzerstapelingsziekte (Ganz 2018, Kahn 2007) 
      • Ook het gebruik van maagzuurremmers of immunosuppressiva verhoogt de kans op een ernstiger beloop van de ziekte (NVAB 2007, KIZA 2014). 

      Epidemiologie

      Verspreiding in de wereld

      Er zijn weinig gegevens beschikbaar van niet-westerse landen, waar de typische risicoproducten (gekoelde, kant-en-klare producten met lange bewaartijd) waarschijnlijk minder worden geconsumeerd dan in westerse landen, maar waar men wel weer meer in direct contact met dieren leeft. In 2010 bedroeg in Europa de incidentie van L. monocytogenes 0,33 per 100.000 (0,43 voor Nederland) en bleef het aantal gevallen over de periode 2006-2010 stabiel. De incidentie onder mannen ouder dan 65 jaar is het hoogst, gevolgd door jonge kinderen (0-4 jaar), met name in de late zomer en de vroege herfst. In de Verenigde Staten was de gemiddelde incidentie van L. monocytogenes 2,9 per miljoen inwoners over 2009-2011, met de hoogste incidentie onder 65-plussers en een sterftepercentage van 21% (ECDC 2013).

      Voorkomen in Nederland

      De incidentie in 2012 van L. monocytogenes bedroeg 4,5 ziektegevallen per miljoen inwoners (2006-2011: 3,2-5,2 per miljoen) met een sterftepercentage tussen 5% en 31%. De incidentie varieert per leeftijdsgroep en geslacht, waarbij mannen ouder dan 65 jaar de hoogste incidentie hebben (Friesema 2014). 

      Zie voor actuele informatie over het voorkomen van Listeriose in Nederland: Atlasinfectieziekten.nl.

      Preventie

      Immunisatie

      Geen.

      Algemene preventieve maatregelen

      • Voor zwangeren en immuungecompromitteerde personen geldt: vermijd het eten van risicovolle producten, bijvoorbeeld bepaalde vleeswaren (met name met een lange bewaartijd), rauwmelksekaassoorten, gerookte mosselen, gerookte of gemarineerde vis, voorgesneden salades en rauwe (ongepasteuriseerde) melkproducten.
      • Was rauwe groenten goed voor consumptie.
      • Scheid rauwe voedingsmiddelen goed van bereide voedingsmiddelen.
      • Was handen en keukenmaterialen na het verwerken van rauwe voedingsmiddelen.
      • Koel restanten zeer snel en bewaar deze slechts korte tijd.
      • Let altijd op de uiterste consumptiedatum en hanteer de aanbevolen bewaartemperatuur van producten.
      • Verhit kant-en-klare maaltijden en ook kant-en-klare pannenkoeken, door en door.
      • Vermijd gedurende de hele zwangerschap contact met mogelijk besmette aarde; draag handschoenen en was na afloop handen met water en zeep.
      • Verhit kip, vlees, vis en schaal-/schelpdieren altijd voldoende. 

      Desinfectie

      Conform de richtlijn Standaardmethoden reiniging, desinfectie en sterilisatie in de openbare gezondheidszorg.

      Wanneer L. monocytogenes in een bedrijf, dat betrokken is bij levensmiddelenproductie (bijvoorbeeld een kaasfabriek), wordt gevonden dienen in overleg met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit speciale maatregelen genomen te worden om het micro-organisme te elimineren. Het is belangrijk dat de apparatuur zodanig ontworpen is dat alle onderdelen goed te reinigen en te desinfecteren zijn.

      Maatregelen

      Meldingsplicht

      Listeriose is een meldingsplichtige ziekte groep C. Het laboratorium en de arts melden een geval van listeriose binnen 1 werkdag aan de GGD. De GGD meldt anoniem conform de Wet Publieke Gezondheid binnen 3 dagen aan het CIb en levert gegevens voor de landelijke surveillance van meldingsplichtige ziekten. 

      Melding bij:
      Een persoon bij wie L. monocytogenes wordt geïsoleerd uit feces, bloed of liquor.
      OF
      In geval van een zwangerschap waarbij L. monocytogenes wordt geïsoleerd uit materiaal van een foetus, doodgeboren kind, pasgeboren kind of de moeder, worden zowel moeder als kind apart gemeld. 

      Als zich in een instelling een of meerdere gevallen voordoen met klachten en symptomen passend bij listeriose, kan er sprake zijn van meldingsplicht op basis van artikel 26 Wet Publieke Gezondheid.

      Inschakelen van andere instanties

      De Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit wordt in het kader van surveillance door de GGD ingeschakeld om het voedsel te onderzoeken. De GGD ziet erop toe dat geïsoleerde stammen, van zowel de patiënt als het voedsel, bij het NRBM terechtkomen voor nadere typering als er aanwijzingen zijn dat er mogelijk een relatie is met een bepaald voedingsmiddel. Bij patiënten met een invasieve infectie de geïsoleerde stam(men) opsturen naar het Nederlands Referentielaboratorium voor Bacteriële Meningitis voor typering. 

      Bronopsporing

      Bronopsporing is vooral bij clusters van groot belang. Clusters kunnen opgemerkt worden door nationale surveillance (Osiris) of door microbiologische laboratoria of clinici gemeld worden aan GGD of aan het CIb-Signaleringsoverleg. De GGD neemt bij incidentele (geïsoleerde) gevallen een voedselanamnese af. De GGD zendt mogelijk bronmateriaal voor kweek in via de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit en laat isolaten doorsturen naar het Nederlands Referentielaboratorium voor Bacteriële Meningitis voor typering en naar het RIVM voor moleculaire typering (zoals whole genome sequencing; Schjørring 2017). De huidige surveillance van L. monocytogenes wordt uitgevoerd door het RIVM in samenwerking met het Nederlands Referentielaboratorium voor Bacteriële Meningitis en betreft de beschrijving van de epidemiologie, inclusief serotypering, moleculaire typering (zoals WGS) en onderzoek naar risicovol voedsel (door case-controlonderzoek). Hierover wordt gerapporteerd in het Infectieziekten Bulletin (Maassen 2012). 

      Directe overdracht van dier naar mens is mogelijk, voornamelijk als gevolg van obstetrische ingrepen bij geïnfecteerde herkauwers. Dit komt zelden voor en uit zich als dermatitis. Het treft voornamelijk dierenartsen en veehouders; zij dienen dan ook tijdens een bevalling handschoenen te dragen. Echter, een langdurige bevalling kan minutieuze scheurtjes in de handschoen veroorzaken, waardoor ook deze beschermingsmaatregel onvoldoende kan zijn (Laureyns 2008). 

      Contactonderzoek

      Bij een bevestigde bron dient te worden nagegaan of er personen zijn die mogelijk hetzelfde voedsel gegeten hebben. Als hier zwangeren bij zijn, moet hen verteld worden dat zij alert moeten zijn op het ontwikkelen van koorts. Indien koorts ontstaat, dienen zij contact op te nemen met de huisarts. 

      Maatregelen ten aanzien van patiënt en contacten

      • Meconium van neonaten van mogelijk geïnfecteerde moeders onderzoeken (gramkleuring en kweek) en bij positieve bevindingen behandelen met antibiotica.
      • Een zwangere met koorts (> 38,5 ºC) en een positieve kweek (feces of bloed) behandelen om infectie van de foetus te voorkomen: amoxicilline 4-6 gram/dag intraveneus gedurende 14 dagen. Het kan noodzakelijk zijn om langer te behandelen, bijvoorbeeld wanneer de moeder een verminderde immuniteit heeft (Lamont 2011).

      Wering van school, kinderdagverblijf of consultatiebureau

      Wering is vanuit het perspectief van de volksgezondheid niet zinvol. 

      Profylaxe & Behandeling

      Profylaxe

      Profylaxe is niet zinvol, maar behandeling kan wel zinvol zijn wanneer tijdens de bronopsporing door middel van kweken (zie diagnostiekparagraaf) blijkt dat zwangeren met koorts besmette producten hebben genuttigd (zie Maatregelen ten aanzien van patiënten en contacten). 

      Behandeling

      Zie voor de behandeling van L. monocytogenes de richtlijnen van de Stichting Werkgroep Antibioticabeleid voor meningitis en voor sepsis. 

      Bij een bewezen listeriose heeft behandeling met amoxicilline de voorkeur, eventueel in combinatie met een aminoglycoside. Een alternatief voor amoxicilline is cotrimoxazol (Lorber 2010, van de Beek 2012). L. monocytogenes is niet gevoelig voor cefalosporinen. 

      Profylaxe is niet zinvol, maar behandeling kan wel zinvol zijn wanneer tijdens de bronopsporing door middel van kweken (zie Microbiologische diagnostiek) blijkt dat zwangeren met koorts besmette producten hebben genuttigd (zie ook Maatregelen ten aanzien van patiënten en contacten). 

      Voor kinderen jonger dan 90 dagen dient overlegd te worden met de kinderarts (Okike 2015). Tot de leeftijd van 18 jaar adviseert de SWAB bij een L. monocytogenes-meningitis te starten met amoxicilline iv 200mg/kg/24u in 4 doses minimaal 21 dagen (SWAB 2015). 

      Tot op heden is de behandelduur nog niet goed uitgezocht, maar aangeraden wordt om 10-14 dagen te behandelen voor een invasieve infectie zonder en 14-21 dagen met een meningitis. Een langere behandelduur is nodig bij patiënten die ernstig ziek zijn of die een endocarditis of trombo-encefalitis hebben (van de Beek 2012, Okike 2015, SWAB 2015). 

      Historie

      Listeriose is een zeldzame en potentieel ernstige voedseloverdraagbare ziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Listeria monocytogenes (Lorber 2010). Bacterium monocytogenes werd voor het eerst beschreven in 1926 (Murray 1926). In 1940 veranderde de naam in L. monocytogenes (Harvey 1940). Enkele jaren later kon voor het eerst een relatie worden gelegd met een al bekend klinisch beeld dat heel variabel kan zijn: van een asymptomatisch verloop tot zeer ernstige invasieve vormen.

      Literatuur

      • Ahmad M, Krishnan A, Kelman E, Allen V, Bargman JM (2008). Listeria monocytogenes peritonitis in a patient on peritoneal dialysis: a case report and review of the literature. Int Urol Nephrol 40(3): 815-819.
      • Antolin J, Gutierrez A, Segoviano R, Lopez R, Ciguenza R (2008). Endocarditis due to Listeria: description of two cases and review of the literature. Eur J Intern Med 19(4): 295-296.
      • Barton Behravesh C, Jones TF, Vugia DJ, Long C, Marcus R, Smith K, Thomas S, Zansky S, Fullerton KE, Henao OL, Scallan E (2011). Deaths associated with bacterial pathogens transmitted commonly through food: foodborne diseases active surveillance network (FoodNet), 1996-2005. J Infect Dis 204(2): 263-267.
      • van de Beek D, Brouwer MC, Thwaites GE, Tunkel AR (2012). Advances in treatment of bacterial meningitis. Lancet 380(9854): 1693-1702.
      • Brouwer MC, Tunkel AR, van de Beek D (2010). Epidemiology, diagnosis, and antimicrobial treatment of acute bacterial meningitis. Clin Microbiol Rev 23(3): 467-492.
      • Carpentier B, Cerf O (2011). Review--Persistence of Listeria monocytogenes in food industry equipment and premises. Int J Food Microbiol 145(1): 1-8.
      • Charlier C, Leclercq A, Cazenave B, Desplaces N, Travier L, Cantinelli T, Lortholary O, Goulet V, Le Monnier A, Lecuit M (2012). Listeria monocytogenes-associated joint and bone infections: a study of 43 consecutive cases. Clin Infect Dis 54(2): 240-248.
      • Committee on Obstetric Practice, American College of Obstetricians and Gynecologists. Committee Opinion No. 614: Management of pregnant women with presumptive exposure to Listeria monocytogenes. Obstet Gynecol. 2014;124:1241-4.
      • Dias V, Cabral S, Anjo D, Vieira M, Antunes N, Carvalheiras G, Gomes C, Meireles A, Mendonca T, Torres S (2011). Successful management of Listeria monocytogenes pericarditis: case report and review of the literature. Acta Cardiol 66(4): 537-538.
      • Dijkstra RGT (1959). Huidinfectie door Listeria monocytogens. Diergeneesk 84: 719.
      • ECDC (2013). Annual epidemiological report: Reporting on 2010 surveillance data and 2011 epidemic intelligence data. Stockholm.
      • Favaro M, Savini V, Favalli C, Fontana C. A multi-target real-time PCR assay for rapid identification of meningitis-associated microorganisms. Mol Biotechnol. 2013 Jan;53(1):74-9.
      • Friesema IHM, van der Zwaluw WK, Notermans DW, Biesta-Peters EG, van der Ende A, Spanjaard L, van Pelt W (2014). Surveillance van Listeria monocytogenes in Nederland, 2012. Infectieziekten Bulletin 25(1): 14-18.
      • Ganz, T. Int J Hematol (2018) 107: 7. https://doi.org/10.1007/s12185-017-2366-2
      • Godshall CE, Suh G, Lorber B (2013). Cutaneous listeriosis. J Clin Microbiol 51(11): 3591-3596.
      • Goulet V, King LA, Vaillant V, de Valk H (2013). What is the incubation period for listeriosis? BMC Infect Dis 13(1): 11.
      • Harvey PJH (1940). Listeria: Change of name for a genus bacteria. Nature 264(45).
      • den Hertog MH, Ang CW, Dippel DW (2007). Rhombencephalitis due to Listeria monocytogenes. Ned Tijdschr Geneeskd 151(34): 1885-1890.
      • Heymann DL (2008). Control of communicable diseases manual. Washington, DC, American Public Health Association. 19th ed.
      • Hohmann EL, Kim J (2012). Case records of the Massachusetts General Hospital. Case 8-2012. A 53-year-old man with Crohn's disease, diarrhea, fever, and bacteremia. N Engl J Med 366(11): 1039-1045.
      • Jadhav S, Bhave M, Palombo EA. Methods used for the detection and subtyping of of Listeria monocytogenes. J Microbiol Methods. 2012;88:327-41.
      • Khan FA et al., Int J Infect Dis. 2007 Nov;11(6):482-7. Epub 2007 Jun 27. DOI: 10.1016/j.ijid.2007.04.007
      • KIZA (2014). Kennissysteem Infectieziekten en Arbeid. www.kiza.nl. Bezocht bezocht 23-04-2014.
      • Lamont RF, Sobel J, Mazaki-Tovi S, Kusanovic JP, Vaisbuch E, Kim SK, Uldbjerg N, Romero R (2011). Listeriosis in human pregnancy: A systematic review. Journal of Perinatal Medicine 39(3): 227-236.
      • Laureyns J, Moyaert H, Werbrouck H, Catry B, de Kruif A, Pasmans F (2008). Pustular dermatitis by Listeria monocytogenes after the assisted delivery of a dead calf. Vlaams Diergeneeskundig Tijdschrift 77: 29-34.
      • Lazarus C, Leclercq A, Lecuit M, Vaillant V, Coignard B, Blanchard H, Novakova I, Astagneau P (2013). Probable nosocomial transmission of listeriosis in neonates. J Hosp Infect 85(2): 159-160.
      • Liatsos GD, Thanellas S, Pirounaki M, Ketikoglou I, Moulakakis A (2012). Listeria monocytogenes peritonitis: presentation, clinical features, treatment, and outcome. Scand J Gastroenterol 47(10): 1129-1140.
      • Lorber B (2010). Listeria monocytogenes. Principles and Practice of Infectious Diseases. Mandell GL, Bennet JE, Dolin R. Philadelphia, Elsevier, Churchill Livingstone.
      • Luber P, Crerar S, Dufour C, Farber J, Datta A, Todd EC (2011). Controlling Listeria monocytogenes in ready-to-eat foods: Working towards global scientific consensus and harmonization–Recommendations for improved prevention and control. Food Control 22(9): 1535-1549.
      • Maassen C, de Jong A, Stenvers O, Valkenburgh S, Friesema I, Heimeriks K, van Pelt W, Graveland H (2012). Staat van Zoönosen 2011 [State of zoonotic diseases 2011]. RIVM rapport 330291008.
      • Mateus T, Silva J, Maia RL, Teixeira P (2013). Listeriosis during Pregnancy: A Public Health Concern. ISRN Obstet Gynecol 2013: 851712.
      • McLauchlin J, Low JC (1994). Primary cutaneous listeriosis in adults: an occupational disease of veterinarians and farmers. Vet Rec 135(26): 615-617.
      • Metelmann C, Schulz K, Geldschlager-Canda R, Plotz S, Handrick W (2010). Listeriosis in adults - case reports and review of the literature. Wien Klin Wochenschr 122(11-12): 354-359.
      • le Monnier A, Abachin E, Beretti JL, Berche P, Kayal S. Diagnosis of Listeria monocytogenes meningoencephalitis by real-time PCR for the hly gene. J Clin Microbiol. 2011;49:3917-23
      • Murray EGD, Webb RE, Swann MBR (1926). A disease of rabbits characterized by a large mononuclear leucocytosis, caused by a hitherto undescribed bacillus Bacterium monocytogenes (n. sp.). J. Pathol. Bacteriol. 29: 407-439.
      • Nightingale KK, Windham K, Wiedmann M (2005). Evolution and molecular phylogeny of Listeria monocytogenes isolated from human and animal listeriosis cases and foods. J Bacteriol 187(16): 5537-5551.
      • NVAB (2007). Richtlijn zwangerschap, postpartumperiode en werk. https://www.nvab-online.nl/richtlijnen/richtlijnen-NVAB/richtlijn-Zwangerschap-postpartumperiode-en-werk.
      • Oevermann A, Zurbriggen A, Vandevelde M (2010). Rhombencephalitis caused by listeria monocytogenes in humans and ruminants: A zoonosis on the rise? Interdisciplinary Perspectives on Infectious Diseases 2010.
      • Okike IO, Awofisayo A, Adak B, Heath PT (2015). Empirical antibiotic cover for Listeria monocytogenes infection beyond the neonatal period: a time for change? Arch Dis Child 100(5): 423-425.
      • Okike IO, Lamont RF, Heath PT (2013). Do we really need to worry about Listeria in newborn infants? Pediatr Infect Dis J 32(4): 405-406.
      • Posfay-Barbe KM, Wald ER (2009). Listeriosis. Semin Fetal Neonatal Med 14(4): 228-233.
      • Radositis OM, Gay C, Blood D, Hinchcliff K (2011). Veterinary Medicine: A Textbook of the Disease of Cattle, Sheep, Pigs, Goats and Horses. London, W.B. Saunders Company Ltd. 10th ed.
      • Scholing M, Schneeberger PM, van den Dries P, Drenth JPH (2007). Clinical features of liver involvement in adult patients with listeriosis: Review of the literature. Infection 35: 212-218.
      • Schjørring S, Gillesberg Lassen S, Jensen T, Moura A, Kjeldgaard JS, Müller L, Thielke S, Leclercq A, Maury MM, Tourdjman M, Donguy MP, Lecuit M, Ethelberg S, Nielsen EM (2017). Cross-border outbreak of listeriosis caused by cold-smoked salmon, revealed by integrated surveillance and whole genome sequencing (WGS), Denmark and France, 2015 to 2017. Euro Surveill. 22(50).
      • SWAB (2015). Meningitis - Listeria monocytogenes. http://swabid.nl/node/7204. Bezocht 21-05-2015.
      • Swaminathan B, Gerner-Smidt P (2007). The epidemiology of human listeriosis. Microbes Infect 9(10): 1236-1243.
      • Visser IJ (1996). Pustular dermatitis in veterinarians following delivery in domestic animals; an occupational disease. Ned Tijdschr Geneeskd 140(22): 1186-1190.
      • Wellinghausen N. Listeria and Erysipelothrix. In: Versalovic J, et al. (eds). Manual of clinical microbiology, 10th ed. Washington: ASM Press, 2011:403-12.
      • Wright WE, Couturier AJ (2009). Couturier's occupational and environmental infectious diseases. Beverly Farms, MA, OEM Press. 2nd ed.