Op basis van de tot nu toe bekende gepubliceerde internationale richtlijnen heeft het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) voorlopig beleid opgesteld voor maatregelen, monitoring en testbeleid van opvarenden en contacten. Gezien de snelle ontwikkelingen is dit voorlopig beleid en zal het zo nodig aangepast worden aan voortschrijdende kennis en inzichten.

Samenvatting

Verwekker: Andesvirus (Orthohantavirus)

Incubatieperiode: 1-6 weken

Besmettingsweg: Voornamelijk door virusdeeltjes via de lucht afkomstig van urine en feces van besmette dieren. Directe overdracht van mens-op-mens is mogelijk, met overdracht via speeksel en druppels uit de neuskeelholte als belangrijkste route

Besmettelijke periode: Vanaf start symptomen tot herstel of overlijden van de bevestigde casus. Het hoogste risico van transmissie in de prodromale fase (1e week van klinische symptomen). Contacten inventariseren vanaf 2 dagen voor het ontstaan van klachten

Maatregelen: Meldingsplichtige ziekte groep A2. Bronopsporing, reiniging van ruimten waar mogelijk besmette dieren verbleven of bestrijding van mogelijk besmette dieren, infectiepreventiemaatregelen en quarantaine van contacten met actieve/passieve monitoring, testen en ( thuis-)isolatie bij bevestiging andesvirus

Symptomen: Subklinisch of griepachtig ziektebeeld of acuut met koorts, gevolgd door cardiopulmonaal syndroom (HCPS)

blok

Deze richtlijn is ontwikkeld voor zorgprofessionals werkzaam binnen de infectieziektebestrijding. De primaire doelgroepen zijn GGD- en LCI-professionals. Deze richtlijn bevat adviezen, taken en verantwoordelijkheden en vormt een basis voor het nemen van geïnformeerde beslissingen en het maken van beleid in de praktijk. Voor meer informatie zie Ontwikkeling LCI-richtlijnen.

Publicatie eerste versie: 15 mei 2026. 

Totstandkoming

Deze richtlijn is in 2026 opgesteld door een multidisciplinaire werkgroep en afgestemd met interne en externe experts in een responsteam naar aanleiding van een cluster van andesvirusinfectie op een cruiseschip. De richtlijntekst vervangt het eerder gepubliceerde ‘Concept Maatregelen en voorlopig beleid andesvirus’.

Belangrijkste inhoudelijke wijzingen t.o.v. ‘Concept Maatregelen en voorlopig beleid andesvirus’:

  • Besmettelijke periode: contactinventarisatie 2 dagen voor start koorts is gewijzigd naar contactinventarisatie 2 dagen voor start symptomen, in lijn met het (World Health Organization) advies.
  • Casusdefinitie: is het symptoom ‘hoofdpijn’ toegevoegd. Endemische plek is gespecificeerd (Argentinië en/of Chili). 
  • Paragraaf met informatie over bronopsporing toegevoegd.
  • Risico-inschatting contacten: bij hoog risico is toegevoegd ‘of intensief direct contact (bijvoorbeeld zoenen of mond-op-mond beademing)’. 
  • Beleid hoogrisicocontacten: als afstand houden van huisgenoten (1,5 meter) niet lukt, een medisch mondneusmasker type IIR/2R dragen. 
  • Overleg met een klinisch expert bij een prikaccident met een bevestigde casus over eventuele postexpositieprofylaxe en over eventuele vroegbehandeling bij een symptomatische bevestigde patiënt of als een asymptomatisch contact positief test op ANDV. 
  • Wering: ‘geadviseerd wordt dat zorgmedewerker voor aanvang van werkzaamheden contact opneemt met de bedrijfsarts voor advies met betrekking tot de invulling van werkzaamheden’, is gewijzigd naar: ‘zorgmedewerker (of vergelijkbare beroepen met intensief contact)’. 

Achtergronden

Verwekker

Momenteel worden er 60 verschillende orthohantavirussen in 38 verschillende species (soorten) onderscheiden, waarvan er een kleine 30 pathogeen zijn voor de mens. Het andesvirus (ANDV) is een van de 60 soorten orthohantavirussen. Orthohantavirussen zijn een geslacht van RNA-virussen behorende tot de familie Hantaviridae (Reusken 2009). Elk orthohantavirusspecies heeft een specifiek (knaag)dier als gastheerreservoir. Bij het ANDV is het reservoir de rijstrat (Oligoryzomys longicaudatus) die voorkomt in Zuid-Amerika (Avšič-Županc 2019, Vial 2023).

Epidemiologie

Verspreiding in de wereld

In Noord- en Zuid-Amerika wordt vooral het ziektebeeld hantavirus cardiopulmonary syndrome (HCPS) gezien, met ongeveer 200 gevallen per jaar. Totaal zijn er 15 orthohantavirusserotypen geassocieerd met HCPS, waarbij het sin nombrevirus verantwoordelijk is voor de meerderheid aan ziektegevallen in Noord-Amerika en het andesvirus (ANDV) in Zuid-Amerika (Avšič-Županc 2019, Vial 2023). In 2018 en 2019 was er een uitbraak van andesvirusinfectie in Argentinië, waarbij er 34 meldingen van bevestigde andesvirusinfecties werden gedaan en er 11 personen met andesvirusinfectie overleden (Coelho 2025, Martínez 2020).

Voorkomen in Nederland

Andesvirusinfecties komen in Nederland alleen voor als importziekte. Het reservoir, de rijstrat (Oligoryzomys longicaudatus), komt niet voor in Nederland. In 2026 deed zich aan boord van een cruiseschip dat voer onder Nederlandse vlag een cluster voor van passagiers met ernstige luchtwegklachten, veroorzaakt door het ANDV (WHO 2026a).

Incubatieperiode

De incubatieperiode is 1 - 6 weken (mediaan 18 dagen). Incidenteel is een incubatieperiode van 8 weken gemeld (Vial 2023, Vial 2006, (World Health Organization) 2026a).

Ziekteverschijnselen

Een andesvirusinfectie kan zich presenteren als een milde infectie, waarbij symptomen minder specifiek zijn.  Ook kan een andesvirusinfectie evolueren tot de ernstigste manifestatie: het hantavirus cardiopulmonaal syndroom (HCPS) (Vial 2023).

HCPS

Het HCPS is een acute complicatie met hoge mortaliteit die volgens drie fasen verloopt: prodromale fase, cardiopulmonale fase en convalescentie (herstelfase) (Avšič-Županc 2019, Vial 2023):

  • Prodromale fase: deze duurt meestal tussen de 1 en 6 dagen. De symptomen zijn dan aspecifiek: koorts, myalgie (spierpijn), hoofdpijn, misselijkheid, braken, buikpijn, diarree, artralgieën, conjunctivitis en retro-oculaire pijn.
    • Bij laboratoriumonderzoek kan er sprake zijn van trombocytopenie, leukocytose, het verschijnen van immunoblasten en een verhoogde hematocriet. 
    • Beeldvorming: de thoraxfoto kan nog normaal zijn of interstitiële infiltraten tonen.
  • Cardiopulmonale fase: na de prodromale fase kan een cardiopulmonale fase volgen, er is dan sprake van HCPS. Bij HCPS kunnen de volgende symptomen ontstaan: plots optreden van hoest, kortademigheid (dyspneu) en hemodynamische instabiliteit (hypotensie), secundair aan aantasting van de capillaire permeabiliteit, die vooral de long treft. Dit kan leiden tot ernstige respiratoire insufficiëntie en cardiogene shock, met een fatale afloop bij ongeveer 30-50% van de patiënten (WHO 2026a). Overlijden ten gevolge van HCPS treedt meestal op binnen 24-48 uur na begin van de cardiopulmonale fase.
  • Convalescentiefase: personen die de fase van HCPS overleven, gaan over naar de convalescentiefase, waarin volledig herstel van de pulmonale en hemodynamische functie optreedt. Deze fase kan tot 6 maanden aanhouden.

In een uitbraak in Argentinië van het ANDV bleek de case fatality rate te liggen tussen de 21 en 36% (Alonso 2019, Vial 2023).

Transmissie

Besmettingsweg

De voornaamste besmettingsweg is via de lucht door het inhaleren van virusdeeltjes in partikels afkomstig van opgedroogde feces en urine van besmette dieren (CDC 2024, Heyman 2009, Vial 2023). 

Minder vaak voorkomend

Minder vaak voorkomende besmettingswegen kunnen zich voordoen via bijtaccidenten met besmette dieren. Ook kan transmissie voorkomen door het eten van voedsel dat in aanraking is geweest met speeksel, urine of feces van besmette (knaag)dieren. Door aanraking van besmette excreta van besmette dieren, waarna er contact is met de neus of mond, kan ook transmissie optreden. Tenslotte kan transmissie optreden door besmette bloedproducten (Schultze 2002, Sinisalo 2010, Witkowski 2017).

Mens-op-mens-transmissie

Alleen van het ANDV is (incidentele) overdracht van mens op mens beschreven (Avšič-Županc 2019, Martínez 2020, Vial 2023). Infectie van directe contacten is gerapporteerd, waarbij overdracht via direct contact met speeksel de belangrijkste bron lijkt en daarnaast mogelijk via druppels uit neuskeelholte. Hierbij is er een grotere kans op transmissie bij een hogere virale lading bij de index en intensief en langdurig contact tussen de index en contacten (Martínez 2020, WHO 2026a). 

Het is nog onbekend of er ook rekening moet worden gehouden met indirecte overdracht van lichaamsvloeistoffen (virusdeeltjes in humane partikels) via oppervlakken, zie Besmettelijkheid.

Besmettelijke periode

De besmettelijke periode loopt vanaf de start van de symptomen. Hoogste risico van transmissie wordt gerapporteerd in de prodromale fase (eerste week van klinische symptomen), wat gepaard gaat met aspecifieke symptomen (Ferrés 2007). Hoewel presymptomatische transmissie tot nu niet is gerapporteerd, is er anekdotische documentatie van presymptomatische positieve PCR in het bloed (Alonso 2020, WHO 2026b). Het responsteam adviseert om zekerheidshalve contacten te inventariseren vanaf 2 dagen voor het ontstaan van klachten.

Besmettelijkheid

Het ANDV wordt niet efficiënt tussen mensen overgedragen, waardoor ziektegevallen tot kleine clusters beperkt blijven (ECDC 2026a).

Overleving in de omgeving

Tot op heden is één studie bekend waarin is gekeken naar de overleving van ANDV op oppervlakken. In deze experimentele studie blijft ANDV ongeveer 8 uur stabiel, maar werd na 24 uur een 3-logreductie gemeten (Nilsson-Payant 2025). Het virus kon tot ongeveer 5 dagen infectieus blijven op roestvrijstaal (Nilsson-Payant 2025). Hiermee lijkt ANDV minder stabiel te zijn dan het puumalavirus dat tot 15 dagen infectieus blijft (Kallio 2006). Nilsson en collega’s concludeerden dat ANDV minder stabiel is dan andere omkapselde virussen en dat alle geteste desinfectiemiddelen effectief zijn.

Overige achtergronden

Voor de overige achtergrondinformatie, zie de LCI-richtlijn Orthohantavirusinfectie.

Diagnostiek

Laboratoriumdiagnostiek voor patiënten en nauwe contacten is primair gebaseerd op PCR en serologie. PCR kan vanaf 2 dagen voor ontwikkelen van symptomen positief zijn, (immunoglobuline M) kan vanaf de 1e dag van klinische symptomen worden gemeten. Bij bevestigde patiënten wordt 3 maal per week diagnostiek herhaald voor klinisch beleid en opvolgen van de infectiekinetiek. Bij hoogrisicocontacten wordt gedurende de quarantaineperiode moleculaire en serologische diagnostiek gedaan om beter zicht te krijgen op de ontwikkeling van ziekte, de besmettelijkheid en om daarmee eventueel de vroegbehandeling adequaat in te kunnen zetten.  Deze diagnostiek wordt eenmaal per week uitgevoerd.

Serologisch is er veel kruisreactiviteit met andere orthohantavirussen, maar een positieve IgM bij een passende expositie (zie casusdefinitie) is een goede indicatie voor een recente infectie.

Laboratoriumcriteria voor de diagnose zijn:

  • detectie met hantavirus-specifieke PCR
  • detectie van hantavirus-specifieke IgM- en/of (immunoglobuline G)-antistoffen en/of IgG-seroconversie

De laboratoriumdiagnostiek wordt parallel ingezet door (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en Erasmus (Medisch Centrum). Het RIVM rapporteert de uitslag van de contacten als deze van beide labs bekend is en ze in overeenstemming zijn. Het Erasmus MC rapporteert over de opgenomen patiënten in verband met beleids- en behandeladviezen in de kliniek.

De moleculaire diagnostiek bij RIVM is gebaseerd op een specieke hanta-qPCR en een qPCR-ANDV. De moleculaire diagnostiek bij Erasmus MC is gebaseerd op een panHPS-PCR die verschillende orthohantavirussen uit Noord- en Zuid-Amerika detecteert, welke gecorreleerd zijn aan hantavirus cardiopulmonaal syndroom (HCPS), waaronder andes- en sin nombre- en een specifieke rt-PCR op andes-, sin nombre- en tulavirus.

Testafname

Ongeacht of de persoon een hoog- of laagrisicocontact is, of wel of geen klachten heeft, wordt voor elke monsterafname dezelfde PBM gebruikt:

  • FFP2- masker
  • Handschoenen
  • Spatbril
  • Schort met lange mouwen

ANDV is een BSL-3-organisme, maar totdat de aanwezigheid van het virus is bevestigd gelden BSL-2+ condities.

Moleculaire diagnostiek op volbloed is de eerste keuze in acute infectie. Volbloed heeft de beste voorspellende waarde (Ferrés 2024). Voor de moleculaire bevestiging van een mogelijke infectie worden de volgende materialen gevraagd:

Per pakket:

  • 1 (ethyleendiaminetetra-azijnzuur) buis van 10ml (voor PCR)
  • 1 stolbuis van 10ml (voor serologie)
  • Urine (voor PCR, maximaal 10 ml) - alleen voor symptomatische personen/patiënten
  • Speeksel-,gingivawat, bij voorkeur in virus-transportmedium, eventueel met e-swab (voor PCR) - in ieder geval voor personen met (milde) klachten

Aanvraagformulieren voor diagnostiek van contacten staan op Aanvraagformulier Bacteriologie, Mycologie, Parasitologie, Virologie voor Antistofbepaling (humaan). Onder Hanta in de vrije tekst toevoegen: Andesvirus PCR en serologie.

Overleg met dienstdoende arts-microbioloog van (Infectieziekteonderzoek, Diagnostiek en laboratorium Surveillance)/RIVM voor afname over overige differentiaaldiagnostiek infectieziekten bij milde klachten waarvoor geen opname-indicatie bestaat. Bij ernstig zieke patiënten met opname-indicatie overleg met dienstdoende klinisch viroloog van Erasmus MC.

Contactgegevens voor overleg: 
•    RIVM dd. arts-microbioloog: 088-6897130 (ook buiten kantooruren bereikbaar)
•    Erasmus MC: 06-33331009 of 010-7033431 tijdens kantooruren; indien geen gehoor of buiten kantooruren de dienstdoende viroloog oproepen via de telefoniste van het Erasmus MC op 010-7040704.

Insturen monsters

Label iedere buis met de naam, geboortedatum en (burgerservicenummer) van de patiënt, de datum, het type materiaal.

Monsters dienen in een blister met absorptiemateriaal in een gesloten safety bag verpakt te worden en in een (groene RIVM-)envelop verzonden te worden. De materialen en verpakkingen worden op verzoek door IDS/RIVM verstrekt.

Het inzenden van monsters buiten de wekelijkse controle afnamemomenten dient altijd overlegd te worden met dienstdoende arts-microbioloog van IDS voor aankondiging en afstemmen verzendingswijze.

Alle diagnostiek wordt per koerier verstuurd. Vervolgmaterialen van personen in contactonderzoek worden in duplo en in 2 pakketten naar RIVM gestuurd, waar deze met de materialen van andere contacten naar Erasmus MC worden doorgestuurd. Dit om zorg te dragen voor een snelle rapportage naar de (Gemeentelijke gezondheidsdienst)’en vanuit het RIVM.

Vervolgmaterialen van opgenomen patiënten worden naar het Erasmus MC gestuurd, waar een deel wordt doorgestuurd naar het RIVM voor vervolgen van de infectiekinetiek.

Preventie

Voor preventie, zie de LCI-richtlijn Orthohantavirusinfectie.

Maatregelen

Meldingsplicht

Andesvirusinfectie is een meldingsplichtige ziekte groep A2. Artsen moeten bij het vermoeden van de infectieziekte dit direct (dus ook ’s avonds, ’s nachts, in het weekend of op nationale feestdagen) melden aan de GGD. Het hoofd van het laboratorium meldt de vaststelling van de verwekker direct aan de GGD.

Clinici en GGD worden verzocht om bij het vermoeden van de infectieziekte direct contact op te nemen met de LCI (088-689 70 00, ook buiten kantoortijden). De GGD meldt gepseudonimiseerd conform de Wet publieke gezondheid binnen 24 uur telefonisch aan het (Centrum Infectieziektebestrijding) en levert gegevens voor de landelijke surveillance van meldingsplichtige ziekten.

Meldingscriteria

De casusdefinities (met het oog op inzetten van diagnostiek bij contacten) zijn als volgt:

Mogelijke casus
  • Klinische criteria 
    • Een persoon met koorts (> 38 graden)
      EN
    • Ten minste een van de volgende symptomen: spierpijn/gewrichtspijn, koude rillingen, hoofdpijn, acuut gastro-intestinale symptomen (misselijkheid, overgeven, diarree en abdominale pijn) of acute respiratoire symptomen (hoesten, kortademigheid, pijn op de borst, ademhalingsnood).

EN

  • Blootstellingscriteria: Een persoon die voldoet aan definitie van een laagrisicocontact.
Waarschijnlijke casus
  • Klinische criteria: Een persoon met ten minste een van de volgende symptomen: koorts (> 38 graden), spierpijn/gewrichtspijn, koude rillingen, hoofdpijn, acuut gastro-intestinale symptomen (misselijkheid, overgeven, diarree en abdominale pijn) of acute respiratoire symptomen (hoesten, kortademigheid, pijn op de borst, ademhalingsnood). 

EN

  • Blootstellingscriteria: Een persoon die aan contactdefinitie voor een hoogrisicocontact voldoet, waarbij de klachten begonnen zijn binnen 42 dagen na blootstelling OF een persoon die op een endemische plek is geweest (in Argentinië en/of Chili), waar het ANDV voorkomt bij knaagdieren, en daarbij mogelijk in contact is geweest met knaagdieren of uitwerpselen/urine van knaagdieren (denk aan schoonmaken schuurtjes, weghalen vegetatie, etc.).
Bevestigde casus
  • Elke waarschijnlijke of mogelijke casus

EN

  • een van de volgende laboratoriumcriteria:
    • detectie met ANDV-specifieke PCR
      OF
    • detectie van hantavirus-specifieke IgM- en/of IgG-antistoffen en/of IgG-seroconversie waarbij op basis van casus definitie er van uit gegaan kan worden dat het om ANDV gaat.

Bron- en contactonderzoek

Bronopsporing

Bij een melding van een persoon met een bevestigde andesvirusinfectie is het belangrijk om na te gaan of de patiënt in een gebied is geweest waar infectie met het ANDV opgelopen kan zijn gedurende de incubatieperiode en daar in aanraking is geweest met (uitwerpselen van) het reservoir of in contact geweest is met een  casus.

Contactonderzoek

Algemene uitgangspunten voor risicoblootstelling

Een persoon die blootgesteld is aan een bevestigde of waarschijnlijke casus van het ANDV in de besmettelijke periode, via druppels uit de neuskeelholte, speeksel, bloed of andere lichaamsvloeistoffen, zoals:

  • Direct fysiek contact, inclusief blootstelling aan speeksel of andere lichaamsvloeistoffen (verzorgen, intiem contact, een bed delen, etc.).
  • Nauw contact, gedefinieerd als binnen 1,5 meter in een cumulatieve periode van meer dan 15 minuten (d.w.z. face-to-face contact, gedeelde maaltijden of sociale gelegenheden).
  • Blootstelling in gesloten of gedeelde ruimten (bijvoorbeeld meerdere dagen op hetzelfde schip, nabij geplaatst in vliegtuig/vervoersmiddel).
  • Onbeschermde blootstelling in zorgsetting, vooral gedurende patiëntenzorg, maar ook laboratoriumblootstelling.

Bij een contactonderzoek naar aanleiding van een bevestigde of waarschijnlijke casus wordt als periode voor inventarisatie gekeken naar de periode vanaf 2 dagen voor start koorts tot aan adequate isolatie van de indexpatiënt.

Risico-inschatting contacten
Risico-inschatting ten aanzien van contacten (WHO 2026b)
SettingHoog risicoLaag risico
Passagiers van het schip MV Hondius*Alle opvarendenN.v.t.
Vliegtuigcontacten**

Deze risico-inschatting geldt voor lange vluchten (vluchten langer dan 6 uur) (ECDC 2026b)

Voor kortere vluchten wordt een ‘case by case’ risico-inschatting gemaakt in overleg met de LCI
Degene die in dezelfde rij, 2 rijen voor of 2 rijen achter de bevestigde casus gezeten hebben

Cabinepersoneel of vervoersmedewerkers (transportstaf) met herhaalde interacties op korte afstand met een casus

NB: er is ander (maatwerk)beleid voor de vlucht van Johannesburg naar Amsterdam KL952 dan in deze tabel staat
De overige rijen van het vliegtuig
Overige settingsLangdurig face-to-face-contact (> 15 minuten) binnen een huishouden of een andere gesloten setting. Verder gedefinieerd als zijnde binnen 1,5 meter voor meer dan 15 minuten cumulatief (face-to-face interacties, gedeelde maaltijden of sociale gelegenheden). Of intensief direct contact (bijvoorbeeld zoenen of mond-op-mond beademing)

Beleid voor de gezondheidszorg volgt

Knaagdierblootstelling in endemisch gebied (Argentinië en/of Chili)
Beleid voor de gezondheidszorg volgt

*Toelichting bij de bootpassagiers: Dit betreft alle personen met een directe epidemiologische link als opvarenden van de Hondius vanaf 1 april tot de ontscheping. Alle opvarenden worden beschouwd als hoogrisicocontact en komen na terugkomst in Nederland onder actieve monitoring te staan van de GGD van verblijfplaats. De beschouwing van alle passagiers als hoogrisicocontact is op basis van de beoordeling dat er vanwege de omstandigheden sprake is van verhoogde infectiedruk met langdurig en frequent contact en mogelijk ongemerkte transmissie.

**Aparte risico-inschatting voor de vlucht KL592 Johannesburg–Amsterdam (25 april): Er is een ander beleid voor vlucht KL592. De bevestigde casus heeft slechts 45 minuten in het vliegtuig doorgebracht. Bovendien is de index al snel apart gezet en heeft niet lang op de stoel gezeten. Daarom is op deze vlucht een andere risico-inschatting gemaakt dan in de tabel:

  • Hoog risico: degenen die geassisteerd hebben bij hulp van de bevestigde casus
  • Laag risico: degenen die in dezelfde rij, 2 rijen voor 2 rijen achter de bevestigde casus hebben gezeten
  • De rest van het vliegtuig: in principe geen risico,  tenzij zij assistentie hebben verleend zoals beschreven bij hoog risico

Maatregelen ten aanzien van index en contacten

Maatregelen ten aanzien van index

In het ziekenhuis wordt een bevestigd geval opgenomen in aerogeen, druppel- en contactisolatie.

Maatregelen ten aanzien van contacten

De maatregelen ten aanzien van contacten staan beschreven in de tabel hieronder.

*Alle afnames worden in tweevoud uitgevoerd, materialen worden door 2 laboratoria (RIVM en Erasmus MC) onafhankelijk van elkaar getest. Zie het hoofdstuk Diagnostiek.
 Hoog risicoLaag risico
Maatregelen
  • Actieve monitoring
  • (Thuis)quarantaine
  • Passieve monitoring
  • Geen quarantaine
  • Werkaanpassing in overleg met bedrijfsarts
Testen asymptomatische contacten*Dag 0
2x EDTA, per buis 10 ml
2x stolbuis, per buis 10 ml

Vooralsnog: elke week tot einde incubatieperiode
2x EDTA, per buis 10 ml
2x stolbuis, per buis 10 ml

Materialen die voor 15.00 uur bij RIVM zijn aangemeld worden dezelfde dag ingezet; anders de dag erna
 
Niet geïndiceerd
Beleid bij klachten*Testen volgens casusdefinitie:
2x EDTA, per buis 10 ml
2x stolbuis, per buis 10 ml
2x speeksel/gingivawat, e-swab met roze buis
2x urine (max. 10 ml)

Afhankelijk van klinisch beeld door GGD thuis testen of in academisch ziekenhuis (eerst consultatie met internist-infectioloog, niet direct insturen)

Testen volgens casusdefinitie:
2x EDTA, per buis 10 ml
2x stolbuis, per buis 10 ml
2x speeksel/gingivawat, e-swab met roze buis
2x urine (max. 10 ml)

Afhankelijk van klinisch beeld door GGD thuis testen of in academisch ziekenhuis (eerst consultatie met internist-fectioloog, niet direct insturen)

Extra maatregelen in afwachting testuitslagQuarantaine voortzetten(Thuis)quarantaine en actieve monitoring
TestuitslagNegatief
Terug in actieve monitoring tot einde incubatieperiode

Positief
Volgt een medisch beleid door het academisch ziekenhuis

Indien van toepassing thuisisolatie

Starten met contactonderzoek
Negatief
Terug in passieve monitoring tot einde incubatieperiode

Positief
Volgt een medisch beleid door het academisch ziekenhuis

Indien van toepassing thuisisolatie

Starten met contactonderzoek
Beleid hoogrisicocontacten
1. Actieve monitoring

Voor hoogrisicocontacten wordt actieve monitoring geadviseerd voor de duur van 42 dagen (6 weken) na de laatste blootstelling. Actieve monitoring houdt in dat de GGD dagelijks contact heeft met een hoogrisicocontact.
Specifiek voor de opvarenden van de Hondius is deze periode vastgesteld voor 6 weken gerekend vanaf 6 mei.

2. (Thuis)quarantaine en infectiepreventiemaatregelen
  • Quarantaine in eigen huis of op een quarantainelocatie
  • Gedurende deze periode, en zolang de persoon geen klachten heeft, mogen hoogrisicocontacten tijdelijk hun woonruimte verlaten: alleen voor dringende medische afspraken (in overleg met GGD en het ziekenhuis) of noodzakelijke lichaamsbeweging (individueel), mits zij een medisch mondneusmasker type IIR/2R dragen.
  • Bezoek aan andere personen, school, werk en bijeenkomsten is niet mogelijk.
  • Bezoek thuis is niet toegestaan.
  • Advies ten opzichte van huishoudcontacten:
    • Afstand houden van huisgenoten (1,5 meter), als dit niet lukt een medisch mondneusmasker type IIR/2R dragen; 
    • Apart slapen van huisgenoten; 
    • Zoveel mogelijk verblijf in dezelfde ruimte als huisgenoten beperken;
    • Bij voorkeur een eigen toilet gebruiken. Als dat niet mogelijk is, na elk gebruik direct schoonmaken; 
    • Geen eten en voorwerpen delen met huisgenoten, zoals bestek en handdoeken;
    • Voor huisgenoten gelden geen beperkingen als de adviezen worden opgevolgd.
  • Extra letten op de juiste momenten de handen te wassen. Voor meer informatie kan worden verwezen naar www.rivm.nl/hygiene.
  • Er moet voldoende worden geventileerd thuis of op locatie, en gelucht waar nodig. Voor meer informatie kan worden verwezen naar https://www.rivm.nl/hygiene/ventilatie.
3. Monitoring gezondheidstoestand
  • Tweemaal per dag temperatuur meten (met 12 uur ertussen) en 1 x per dag de gezondheidssituatie doorgeven aan de GGD (GGD neemt contact op). Verzoek om telefonisch bereikbaar te zijn.
  • Alert te zijn op klachten. Bij klachten proactief overleggen voor beoordeling en diagnostiek met de GGD, bij koorts ook buiten kantoortijd.
4. Diagnostiek
  • Bij hoogrisicocontacten vindt er nulmeting plaats en wekelijks diagnostiek tot het einde van de incubatieperiode (zie tabel).
  • Bij aspecifieke klachten zonder koorts kan gekozen worden voor thuisbemonstering via de GGD, zie Diagnostiek
  • Actieve monitoring in de fase tot de testuitslag is verkregen is noodzakelijk en ook helderheid bij het contact over eventuele verwijzing bij verslechtering in die periode. 

Contact instrueren over alarmsymptomen (zoals dyspnoe en bewustzijnsverlies). Indien er koorts of alarmsymptomen ontstaan direct overleggen met academisch ziekenhuis voor medische evaluatie en diagnostiek daar.

Beleid laagrisicocontacten
1. Passieve monitoring
  • Passieve monitoring wordt geadviseerd voor de duur van 42 dagen (6 weken) na het laatste risicocontact. Passieve monitoring houdt in dat een laagrisicocontact pas contact heeft met de GGD bij een verandering in de gezondheidstoestand.
  • Voor laagrisicocontacten geldt geen (thuis)quarantaine. 
  • Tijdens de monitorperiode mogen contacten niet deelnemen aan grote evenementen, zeker niet in dichte ruimten. Verder geen restricties. 
  • Laagrisicocontacten moeten de bedrijfsarts informeren om te kijken hoe zij kunnen werken, zie ook Wering
  • Ook hoeven zij niet dagelijks actief de temperatuur en gezondheidssituatie door te geven aan de GGD, maar melden zij zich bij de GGD wanneer zij klachten ontwikkelen.
2. Contacten in passieve monitoring worden expliciet verzocht:
  • Gezondheidstoestand in de gaten houden en bij symptomen contact zelf contact opnemen met GGD voor overleg. 
  • Verzoek om telefonisch bereikbaar te zijn. 
3. Diagnostiek
  • Bij aspecifieke klachten zonder koorts kan gekozen worden voor thuisbemonstering via de GGD, zie ook Diagnostiek
  • Actieve monitoring in de fase tot de testuitslag is verkregen is noodzakelijk om ook helderheid bij het contact te krijgen over eventuele verwijzing bij verslechtering in die periode.
  • Contact instrueren over alarmsymptomen (zoals dyspnoe en bewustzijnsverlies). Indien er koorts of alarmsymptomen ontstaan, dient de GGD zo spoedig mogelijk te overleggen met het academisch ziekenhuis voor medische evaluatie en diagnostiek aldaar.

Postexpositieprofylaxe

Er is geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van antivirale postexpositieprofylaxe bij de mens. Bij een prikaccident met een bevestigde casus kan er contact opgenomen worden met een klinisch expert voor eventuele antivirale profylaxe.

Behandeling

Er is geen geregistreerde behandeling of (internationale) richtlijn voor andesvirusinfecties. Bij een asymptomatisch contact die positief test op ANDV en bij een symptomatische bevestigde patiënt moet er overlegd worden met een klinisch expert voor eventuele vroegbehandeling.

Wering

Hoogrisicocontacten worden geweerd van andere personen, school, werklocatie en bijeenkomsten. Voor zover hun belastbaarheid werken toelaat, zijn werkzaamheden beperkt tot werkzaamheden vanuit thuis/quarantainelocatie. De bedrijfsarts kan de belastbaarheid beoordelen.

Voor laagrisicocontacten geldt geen (thuis)quarantaine, zij mogen echter niet deelnemen aan grote evenementen. Ten aanzien van werk gelden de volgende adviezen:

  • De zorgmedewerker (of vergelijkbare beroepen met intensief contact) neemt vóór aanvang van de werkzaamheden contact op met de bedrijfsarts voor advies met betrekking tot de invulling van de werkzaamheden. Eventuele taakaanpassingen of voorzorgsmaatregelen dienen te worden afgestemd met leidinggevende. 
  • De werknemer controleert elke dag vóór aanvang van de werkzaamheden of hij/zij klachten- en koortsvrij is.
  • De werknemer neemt direct contact op met de GGD én informeert de bedrijfsarts als er gedurende deze periode klachten optreden. Voor zover de belastbaarheid werken toelaat, worden werkzaamheden beperkt tot werkzaamheden die uitvoerbaar zijn vanuit thuis totdat duidelijkheid bestaat over klinisch beeld en eventuele testuitslag.

Instellingen kunnen een eigen aanvullend beleid hebben.

Zie voor het beleid van contacten Maatregelen ten aanzien van contacten.

Literatuur