Roodvonk

Roodvonk

Verpleegkundig Stappenplan Infectieziektebestrijding (VSI)

Dit stappenplan is een aanvulling op de LCI-richtlijn Groep-A-streptokokken en het draaiboek ‘Richtlijn voor GGD bij melding van exantheem’. Voor de achtergronden en het tot stand komen van dit stappenplan wordt u verwezen naar de algemene toelichting en de verantwoording op de website www.rivm.nl/infectieziekten. De LCI spreekt zich niet uit over de taakverdeling tussen disciplines.

Het stappenplan is te gebruiken voor artikel 26 meldingen. Daarvoor zijn de interne werkafspraken bij de betreffende GGD leidend.

Doelen

  • Transmissie en nieuwe ziektegevallen beperken en/of voorkomen.
  • De patiënt en zijn omgeving hebben inzicht in de ziekte, de transmissieroute, het verloop en de eventuele behandeling.

Stap 1 Melding

  1. Leg de melding of het signaal zorgvuldig en compleet vast met behulp van een registratiesysteem volgens intern geldende afspraken.
  2. Een melding van roodvonk zal bijna altijd van een school of kindercentrum komen: ga na of het hier één of meerdere gevallen betreft in het kader van de meldingsplicht (artikel 26).
  3. Gebruik het draaiboek ‘Richtlijn voor GGD bij melding exantheem’ om het ziekteverloop en de epidemiologie in kaart te brengen.
  4. Als de melding komt van een instelling, regel met de instelling contact met de ouders op te mogen nemen. Ontbrekende gegevens over het ziekteverloop kunnen vervolgens aan de ouders gevraagd worden.
  5. Verifieer, na toestemming van de ouders, de melding zo nodig bij de behandelend arts. Vraag na of er antibiotica is gegeven en wanneer dit is gestart i.v.m. de besmettelijkheid.

Stap 2 Interventies

2.1 Planning

  1. Laat de diagnose door een arts beoordelen.
  2. Ga na om hoeveel ziektegevallen het gaat.

2.2 Contact- en bronopsporing

  1. Als er sprake is van twee of meer klinisch vastgestelde gevallen binnen 2 weken in dezelfde groep, adviseer dan de groepsleiding om in de groep een informatiebrief over roodvonk te verspreiden. Algemene hygiënemaatregelen en ventilatie zijn dan voldoende.
  2. Als er binnen één maand meer dan 3 kinderen in één groep roodvonk hebben en er sprake is van ernstig beloop, overweeg dan een bezoek aan de instelling en stel onderzoek naar streptokokken groep A in ( dit kan bijvoorbeeld via het OGZ diagnostiek budget). Zoek naar vervellende kinderen en naar kinderen met evidente streptokokkeninfectie zoals impetigo en faryngitis (zie LCI-richtlijn 9.2).
  3. Als het onderzoek positief blijkt, informeer dan de betrokken huisartsen (brief) of overleg met de huisarts(en) over het te volgen beleid. Aan te bevelen is, niet alleen alle gevallen van roodvonk, maar tijdelijk ook gevallen van acute keelpijn te behandelen. (Zie 9.4 onderdeel roodvonk)

2.3 Signaleren en verwijzen

Bij gesignaleerde onrust: begeleid waar nodig is en adviseer.

2.4 Voorlichting

  1. Adviseer hygiënemaatregelen: extra aandacht voor hoest- en handhygiëne.
  2. Bespreek met de instelling om geen gezamenlijke activiteiten te ontplooien met de verschillende groepen om verspreiding van de ene groep naar de andere tegen te gaan.
  3. Vraag om opnieuw contact op te nemen met de GGD als er nieuwe ziektegevallen optreden en/of als het zich uitbreidt naar andere groepen.

2.5 Netwerk/advisering

  1. Informeer zo nodig de afdeling JGZ conform interne afspraken.
  2. Als er sprake is van een lokale verheffing van het aantal roodvonkgevallen, informeer hierover dan de huisartsen in de regio (zie aanvullend advies LCI-richtlijn 9.4).

2.6 Registratie en rapportage

  1. Verzamel gegevens ten behoeve van verslaglegging, registratie en epidemiologie.
  2. Leg alle activiteiten vast in een rapportage met datum en tijd.
  3. Rapporteer zo nodig (schriftelijk) terug naar de betrokken huisarts(en).
  4. Ga zo nodig na wat de resultaten zijn van het ingezette labonderzoek en reageer adequaat.

Stap 3 Evaluatie

  1. Beoordeel of met de genomen stappen het beoogde doel is bereikt.
  2. Als er personen naar de huisarts zijn verwezen voor behandeling, overweeg dan steekproefsgewijs of de behandeling is opgevolgd. In ieder geval wanneer zich nieuwe gevallen blijven voordoen.
  3. Bij bijzonderheden in de afhandeling dit in werkoverleg bespreken.

Versiebeheer

Versie november 2013.