Leptospirose

LCI augustus 2016

Dit stappenplan is een aanvulling op de LCI-richtlijn Leptospirose. Voor de achtergronden en het tot stand komen van dit stappenplan wordt u verwezen naar de toelichting en verantwoording op de website van de RIVM. De LCI spreekt zich niet uit over de taakverdeling tussen disciplines bij de uitvoering van de verschillende stappen. Daarvoor zijn de interne werkafspraken van de betreffende GGD leidend.

Doelen

  • Door middel van bronopsporing is de mogelijke bron (zie LCI-richtlijn, paragraaf Bronopsporing) bekend en zijn maatregelen met betrekking tot bestrijding ondernomen.
  • De patiënt heeft inzicht in zijn ziekte, de transmissieroute, het verloop en de eventuele behandeling.
  • De patiënt heeft inzicht in de te nemen hygiënische maatregelen.
  • De gegevens zijn verzameld voor surveillance.

Stap 1: Melding

Het laboratorium meldt een positieve uitslag leptospirose aan de GGD met vermelding van de aanvragend of behandelend arts. De GGD neemt zo nodig contact op met NRL (Nationaal Referentielaboratorium voor Leptospirosen, 020 5665431) over de interpretatie van de uitslag.

1. Toets de melding aan meldingscriteria (zie LCI-richtlijn, paragraaf Meldingsgplicht).

2. Leg de melding vast volgens de geldende afspraken.

3. Bel de behandelaar en verifieer de melding bij de behandelende en/of diagnosticerende arts voordat contact wordt gelegd met de patiënt of diens familie. In dat gesprek zijn de volgende punten belangrijk:

  • Verzamel de aanvullende persoons- en ziektegegevens die nodig zijn voor de meldplicht.
  • Ga na of de patiënt al op de hoogte is gesteld van de diagnose. Vraag de behandelend arts of er bezwaar is tegen direct contact met de patiënt voor bronopsporing.
    Zo nee: vraag contactgegevens.
    Zo ja: vraag de arts of hij/zij de patiënt wil vragen contact met de GGD op te nemen.
  • Licht de arts in over de landelijke surveillance van het NRL. Vraag de arts om, als de patiënt daarin toestemt, schriftelijk medische gegevens te verstrekken voor de landelijke leptospirosesurveillance (zie bijlage 2 van de LCI-richtlijn).

Stap 2: Interventies

2.1 Planning

1. Neem (bij toestemming van de behandelaar) contact op met de patiënt voor bronopsporing (zie stap 2.2). Overweeg een huisbezoek. Gebruik de Beslisboom huisbezoek als handvat bij de beslissing om wel of niet op huisbezoek te gaan.

2. Vraag patiënt deel te nemen aan de landelijke registratie. Gebruik de voorbeeldbrief in bijlage 1 van de LCI-richtlijn om de patiënt te informeren. Stuur een (gefrankeerde) retourenvelop mee. Zorg tevens voor een toestemmingsverklaring van de patiënt. Laat in het geval van huisbezoek de patiënt direct een toestemmingsverklaring tekenen.

3. Stuur de behandelend arts, indien toestemming verkregen is, de vragenlijst in bijlage 2 van de LCI-richtlijn. De behandelend arts stuurt de vragenlijst ingevuld retour naar de GGD.

4. Stuur uiteindelijk de volgende formulieren naar het NRL: 

  • de geretourneerde vragenlijst ‘leptospirose surveillance; vragen aan de patiënt’ (LCI-richtlijn, bijlage 1);  
  • door behandelend arts geretourneerde vragenlijst ‘medische gegevens’ (LCI-richtlijn, bijlage 2).
    N.B. Voor koppeling aan de labuitslagen moet op de vragenlijsten het labnummer van het NRL vermeld worden: 
    P gevolgd door een 4-cijferige code, vermeld op de uitslag. 

5. Een kweek wordt altijd maximaal voor 4 maanden ingezet door het NRL. Bij een negatieve kweek (verwekker niet classificeerbaar) kan de Osirismelding daarmee pas na 4 maanden definitief worden gemaakt. 

2.2 Bronopsporing en contactonderzoek 

1. Vul bij contact met de patiënt (telefonisch of huisbezoek) de vragenlijst ‘leptospirose surveillance; vragen aan de patiënt’ in (LCI-richtlijn, bijlage 1).

2. Contactonderzoek is niet nodig. 

2.3 Signaleren en verwijzen 

1. Indien er contact is met de patiënt, signaleer de mogelijke lichamelijke, psychische en sociale aspecten als gevolg van de infectieziekte. Begeleid en adviseer hierin de betrokkene. 

2. Bespreek, indien van toepassing, met de patiënt de melding bij de NVWA en coördineer het contact tussen patiënt en NVWA

3. Informeer met name de risicogroepen. 

4. Informeer de huisartsen om alert te zijn op de symptomen. 

2.4 Voorlichting 

1. Bespreek met de patiënt de algemene hygiënemaatregelen (onder andere handhygiëne en voorkomen van verspreiding via urine). 

2. Geef zo nodig voorlichting op maat aan de omgeving. 

2.5 Netwerk/advisering

1. Beoordeel of verdere maatregelen noodzakelijk zijn in verband met bestrijding en neem hiertoe contact op met de dienst ongediertebestrijding en/of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Maak afspraken over contact met de patiënt en terugrapportage. 

2. Schakel zo nodig andere instanties in zoals de Regionale Inspectie Milieuhygiëne, de gemeente en/of het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (zie LCI-richtlijn, paragraaf Inschakelen van andere instanties). 

3. Schakel, indien nodig dierplaagbeheersing in. 

2.6 Registratie en rapportage 

1. Meld binnen één week in Osiris. 

2. Verzamel de gegevens voor verslaglegging, registratie en epidemiologie. 

3. Verzorg terugrapportage naar de melder (behandelaar/huisarts) volgens de intern geldende afspraken. 

Stap 3: Evaluatie 

1. Beoordeel of doelen behaald zijn. 

2. Bespreek de bijzonderheden in een werkoverleg. 

3. Meld trends en bijzonderheden in het jaarverslag. 

Samenvatting van de stappen 

  • Bel de arts en vraag om de gegevens voor de melding, gegevens van de patiënt en toestemming patiënt te bellen. Vraag de arts om alvast rekening te houden met het terugsturen van een vragenlijst. 
  • Maak een afspraak met de patiënt voor bronopsporing, telefonisch of via een huisbezoek. Laat bij een huisbezoek meteen de toestemmingsverklaringen tekenen. 
  • Vraag de informatie op bij de behandelend arts. 
  • Overweeg contact op te nemen met de NVWA/dierplaagbeheersing, etc. 
  • Stuur alle verzamelde gegevens naar het NRL. 
     

Ter informatie: 
Het Landelijk Overleg Infectieziekten heeft op 24 mei 2005 besloten dat de GGD’en de gegevens zullen verzamelen voor bronopsporing en surveillance van leptopsirose in Nederland. Het Nationaal Referentielaboratorium voor Leptospirosen (NRL) analyseert de surveillancegegevens en rapporteert hierover jaarlijks aan het LOI en publiceert de resultaten in het Infectieziekten Bulletin

Contactgegevens NRL 
Nationaal Referentielaboratorium voor Leptospirosen 
Meibergdreef 39
1105 AZ Amsterdam