Westnijlvirusinfectie Richtlijn

Dit is een meldingsplichtige ziekte

C

Meldingsplichtige ziekte groep C

  • Laboratorium en behandelend arts melden binnen 1 werkdag aan de arts infectieziektebestrijding van de GGD.
  • De GGD meldt anoniem conform de Wet publieke gezondheid aan het CIb.

Samenvatting

Verwekker: westnijlvirus
Besmettingsweg: Vrijwel altijd door een beet van een volwassen vrouwelijke geïnfecteerde mug.
Incubatietijd: 2-14 dagen, meestal 2-6 dagen
Besmettelijke periode: Onbekend.
Maatregelen: In geval van recente bloeddonatie door de patiënt de bloedbank inlichten.
Symptomen: Asymptomatisch, soms griepachtig ziektebeeld en in 1% neurologische verschijnselen zoals (meningo-)encefalitis, meningitis of poliomyelitis.

Ingeklapt

Versiebeheer

Ziekte & Besmettelijkheid

Verwekker

Het WNV behoort tot de familie der Flaviviridae, genus Flavivirus en wordt, op basis van serologische overeenkomsten, ingedeeld bij de groep van Japanse-encefalitisvirussen (samen met onder andere Japanse encefalitis, Murrey-Valley-encefalitis en St. Louis-encefalitisvirussen). Het zijn enkelstrengs-RNA-virussen en zij bezitten een envelop. Op basis van sequentiedata kunnen er vijf typen WNV worden onderscheiden, lineage 1 - 5. [6] WNV lineage 1 is beschreven bij epidemische verheffingen en komt in grote delen van de wereld voor, terwijl WNV lineage 2 zich vooral lijkt te beperken tot delen van Afrika, waaronder Madagascar, en Europa (zie § 6.2). [7] Overige lineages zijn minder sterk geassocieerd met uitbraken.

Pathogenese

Nadat het WNV door een muggenbeet het lichaam binnenkomt, vermenigvuldigt het zich in de huid en in de perifere lymfklieren. Het vervolgens ontstaan van ziekte is waarschijnlijk afhankelijk van virusspecifieke factoren (het envelopeiwit niet-structureel eiwit 5 zijn waarschijnlijk een belangrijke virulentiefactoren) en van gastheerspecifieke factoren: afhankelijk van onder andere de hoogte van de secundaire viremie (hoger bij ouderen en immuungecompromiteerden) infecteert het virus het centraal zenuwstelsel. Bij minder dan 1% van infecties tast het virus het centrale zenuwstelsel aan. Ook kan het virus bij ouderen mogelijk makkelijker de bloed-hersenbarrière passeren door bijvoorbeeld hypertensie of cerebrovasculaire ziekte. [1,8]

Incubatieperiode

2-14 dagen, meestal 2-6 dagen. [1]

Paarden kunnen als sentinel (‘verklikker’) fungeren voor WNV. In dit kader kan voor paarden een incubatietijd worden aangehouden van 3 tot 15 dagen. Als het ineens bij paarden voorkomt in een niet endemisch land, kan het een teken zijn dat mensen ook via muggen kunnen worden geïnfecteerd. De paarden zijn geen besmettingsbron voor mensen.

Ziekteverschijnselen

Bij de mens verlopen de meeste infecties asymptomatisch, soms met een griepachtig ziektebeeld en in 1% kan de infectie leiden tot neurologische verschijnselen zoals (meningo-)encefalitis, meningitis of poliomyelitis.

Tabel 1. Ziekteverschijnselen.
 
Ziektebeeld Voorkomen

Asymptomatisch

ongeveer 80%

Griepachtig beeld (westnijlkoorts):

  • plotseling opkomende koorts > 39°C;
  • hoofdpijn;
  • spierpijn;
  • gastro-intestinale symptomen.

Deze zijn binnen 1 week verdwenen.
Ook treedt hierbij bij 25-50% huiduitslag en lymfadenopathie op.

ongeveer 19%

Griepachtig beeld met ernstige neurologische verschijnselen.
Op grond van het klinisch beeld:

  • 55-60% westnijlencefalitis (of meningo-encefalitis);
  • 35-40% als westnijlmeningitis
  • 5-10% als westnijlpoliomyelitis

ongeveer 1%

Westnijlmeningitis verloopt als een typische virale meningitis. Van de gevallen die geen progressie vertonen naar een meningo-encefalitis is de case fatality rate < 1%.

Westnijl-encefalitis (westnijlmeningo-encefalitis) kan beginnen met een prodromale fase met koorts, maar kan ook plotseling ontstaan met hoofdpijn, neurologische verschijnselen en overgeven. In 15% van deze gevallen leidt dit tot cerebrale dysfunctie en coma, soms met verlaagde peesreflexen, diffuse spierzwakte, slappe parese (deze verschijnselen zijn zeldzaam bij andere oorzaken van encefalitis) en respiratoire dysfunctie. De geschatte case fatality rate van westnijlencefalitis is 20% [10].

Langetermijnsymptomen (maanden tot jaren na de acute ziekte) kunnen voorkomen en deze uiten zich als extreme moeheid of persisterende loopstoornissen of cognitieve klachten [10].

Westnijlpoliomyelitis uit zich als acute, vaak asymmetrische zwakte of paralyse van ledematen waarbij soms de ademhalingsspieren zijn betrokken. Het kan voorkomen zonder koorts of andere symptomen. De CFR wordt geschat op 10-50% [10].

Zeldzame niet-neurologische complicaties zijn myocarditis, pancreatitis en fulminante hepatitis. Zeldzame neurologische complicaties zijn myelitis, neuritis optica, rhombencefalitis en polyradiculitis.

Natuurlijke immuniteit

Na het doormaken van een infectie wordt er een blijvende immuniteit tegen WNV opgebouwd. In endemische gebieden, zoals in de Nijldelta, zijn volwassenen meestal immuun tegen de ziekte en komen klinische symptomen vooral bij kinderen voor.

Ingeklapt

Veterinair

Reservoir: dierlijke bron

(Trek)vogels maken een hoge viremie door zonder ziekteverschijnselen en verspreiden het virus naar andere gebieden. WNV-infectie is serologisch aangetoond in 326 verschillende vogelsoorten. Sommige vogelsoorten, zoals kraaien en kauwen, kunnen acuut ziek kunnen worden en sterven, maar de meeste vogels overleven een besmetting. Na blootstelling aan het virus volgt een viremische fase van 1-4 dagen waarna levenslange immuniteit ontstaat. WNV komt in ieder geval enzoötisch voor in Afrika, de VS, Canada, Midden-Amerika en delen van Zuid-Amerika. In Europa is het virus waarschijnlijk aanwezig in vogels in gebieden rond de Middellandse Zee, en mogelijk in haarden in Midden-Europa zoals Hongarije en Bulgarije.

Eindgastheren, ‘dead end hosts’, zoals mensen, paarden en andere zoogdieren (honden [19], katten, wilde varkens) kunnen geïnfecteerd worden, maar produceren onvoldoende viremie om het virus verder te verspreiden via muggen. Honden kunnen mogelijk net als paarden een indicator voor de verspreiding van WNV zijn. Deze zoogdieren vormen geen besmettingsbron voor de mens.

Besmettingsweg

Infectie van de mens met het WNV komt vrijwel altijd tot stand door een beet van een volwassen vrouwelijke geïnfecteerde mug. Daardoor is infectie bij de mens ook seizoensgebonden, gerelateerd aan activiteit van muggen. Mensen kunnen worden geïnfecteerd door contact met bloed of ingewanden van geïnfecteerde dieren. Overdracht door bloedtransfusie, orgaantransplantatie, prikaccidenten, intra-uteriene verticale transmissie en mogelijk transmissie via borstvoeding, zijn inmiddels ook beschreven [11,24,25,26,27].

[Veterinair] Vogels worden door muggen geïnfecteerd, roofvogels en aasetende vogels kunnen daarnaast door het eten van besmette vogels worden geïnfecteerd [28].

WNV vermenigvuldigt zich in bepaalde muggensoorten, die het virus vervolgens tijdens het voeden overdragen op andere dieren. Het WNV is tot op heden uit meer dan honderd verschillende soorten steekmuggen geïsoleerd, hoofdzakelijk behorend tot het Culex-species en in mindere mate het Aedes-species [20,21,22,23].

De verschillende Culex-species komen voor in Afrika, het Midden-Oosten, Azië en Noord-Amerika. Ze broeden in stilstaand water en zijn vooral actief tussen schemering en zonsopgang. Verder is het virus ook uit harde (Ixodidae) en zachte (Argasidae) teken geïsoleerd en is uit laboratoriumstudies gebleken dat zij WNV kunnen overdragen, maar hun rol in de verspreiding van de ziekte is niet duidelijk [21].

Besmettelijke periode

Niet bekend is hoe lang het virus door bloed-bloedcontact van mens op mens overdraagbaar is. Het virus is in het bloed aantoonbaar van ongeveer 2 dagen voor tot ongeveer 4 dagen na de eerste symptomen [1].

Ingeklapt

Veterinair

Besmettelijke periode

Vogels zijn ten minste gedurende een week viremisch en daarmee infectieus voor muggen [29]. Sommige vogels kunnen via feces en speeksel een week lang virus uitscheiden. Roofvogels en aasetende vogels kunnen worden geïnfecteerd door het eten van besmette vogels [28].

Besmettelijkheid

Beschreven is incidentele overdracht van mens op mens door bloedtransfusie, orgaandonatie, prikaccidenten, intra-uteriene transmissie en via borstvoeding [29].

Diagnostiek

Met medewerking van de NVMM.

Zie ook het Diagnostisch Vademecum West Nile-virus

Specifieke, op WNV gerichte diagnostiek is in Nederland mogelijk bij:

  • de WHO Reference and Research Centre for Arboviruses and Hemorrhagic Fever Viruses, Erasmus MC, Afdeling Viroscience in Rotterdam
  • het RIVM (CIb/IDS).

Microbiologische diagnostiek

Directe diagnostiek

Met behulp van PCR kan tijdens de acute fase (meestal binnen 5 dagen na het ontstaan van koorts) genoom van WNV worden aangetoond in bloed, liquor weefsel en eventueel urine. Door de korte viremie van WNV is de sensitiviteit van het uitvoeren van een PCR in een positief monster binnen 3 dagen na koorts symptomen, maar 50-55% in serum. Na aanvang van neurologische klachten heeft PCR op serum geen toegevoegde waarde, maar kan PCR op liquor nog wel een 50% sensitiviteit opleveren. Daarom is het essentieel materiaal van patiënten met koorts, dat binnen 3 dagen na eerste ziektedag is afgenomen, zowel met PCR als serologie te testen.

Indirecte diagnostiek

Serologie

Acute infectie is aan te tonen door IgM-antistoffen in het serum of in liquor met behulp van een ELISA of een immunofluorescentie assay (IFA). WNV-specifieke IgM-antistoffen zijn bij de meeste patiënten vanaf 3-8 dagen na aanvang koorts detecteerbaar en houden doorgaans 30-90 dagen aan. Echter, persisterende IgM tot 1 jaar na infectie is gemeld.

Aanwezigheid van IgM-antistoffen (die de bloed-hersenbarrière niet kunnen passeren) in de liquor duidt op een infectie van het centraal zenuwstelsel. Bij 75% van de patiënten met een meningo-encefalitis zijn IgM-antistoffen binnen 8 dagen na de eerste neurologische klachten aanwezig. Deze antistoffen zijn minimaal 1-2 maanden aantoonbaar. IgG-antistoffen zijn bij nagenoeg alle patiënten na 3 weken aantoonbaar en blijven dit minimaal anderhalf jaar. De IgM- en IgG-ELISA’s hebben een sensitiviteit van respectievelijk 95-100% en 98% en een specificiteit van respectievelijk 93-99% en 92% [13,14,15], wat betekent dat bij gebruik in laag-endemische gebieden de positief voorspellende waarde vrij laag is. Diagnostiek op basis van IgG-antistoffen vereist een acuut en convalescent serummonster om een minimaal viervoudige toename in IgG-antistoffen aan te kunnen tonen voor bevestiging van een infectie.

Kruisreacties met andere nauw verwante flavivirussen kunnen optreden waarbij rekening gehouden dient te worden met overeenkomend ziektebeeld van deze flavivirussen en de reisanamnese (WNV komt tot op heden niet voor in Nederland). Voor Noord- en Zuid-Amerika: Saint Louis encephalitis virus, dengue virus (DENV), gelekoorts virus (YFV), Zika virus, Powassan virus (POWV) Voor Azië: DENV, Japanse encephalitis virus (JEV), Tick-borne encephalitisvirus (TBEV) en ZIKV voor Europa: TBEV, DENV (Cleton et al., 2014). Mensen die recent gevaccineerd zijn tegen YFV, JEV of TBEV, kunnen een positieve IgM en IgG -antistoftest tegen WNV hebben wegens kruisreagerende antilichamen [16]. Het is daarom voor interpretatie van de resultaten belangrijk om een complete reisanamnese en vaccinatiegeschiedenis te vragen.

Vanwege deze kruisreacties zijn ELISA en IFA alleen als een screeningtest bedoeld. Positieve monsters moeten daarom, indien wenselijk, bevestigd worden, door middel van een virusneutralisatietest.

Risicogroepen

Verhoogde kans op infectie

Risicogroepen zijn vooral terugkerende reizigers uit endemische gebieden of gebieden waar veel transmissie is beschreven, en mensen die zelf in deze gebieden wonen.

Verhoogde kans op een ernstig verloop

  • personen ouder dan 50 jaar;
  • immuungecompromiteerden.

Drie van de vier transplantatiepatiënten die besmet werden door dezelfde orgaandonor ontwikkelden een encefalitis. Waarschijnlijk werd het ernstige verloop bij deze patiënten veroorzaakt door immuniteit onderdrukkende medicatie [11].

[Veterinair] WNV-infectie verloopt bij de meeste wilde vogelsoorten zonder klinische verschijnselen. Soorten die behoren tot de familie corvidae (zoals kraaien en gaaien) hebben wel ziekteverschijnselen. Roofvogels kunnen overlijden als gevolg van infectie met WNV. Massale vogelsterfte komt in Europa minder vaak voor dan in Amerika.

Alleen in kader van de functie als sentinel is het belangrijk om te weten welke ziekteverschijnselen bij paarden kunnen optreden. Bij paarden verloopt een groot deel van de WNV-infecties asymptomatisch. Ongeveer 10% van de infecties leidt tot neurologische verschijnselen, afhankelijk van weerstand, mate van besmetting en virulentie. De eerste symptomen zijn geringe koorts, anorexie, sloomheid met soms koliek. Neurologische verschijnselen zijn variabel: kreupelheid, veranderd gedrag en spierfasciculaties, met name rond het hoofd kunnen optreden.

Epidemiologie

Verspreiding in de wereld

Zoals de naam aangeeft, is het WNV endemisch in het stroomgebied van de Nijl. WNV komt in ieder geval enzoötisch voor in Afrika, de VS, Canada, Midden-Amerika en delen van Zuid-Amerika.

Europa

Een overzicht van recente en huidige uitbraken binnen Europa is te vinden op http://ecdc.europa.eu/en/healthtopics/west_nile_fever/West-Nile-fever-maps/pages/index.aspx.

Sinds 1960 is het WNV geïsoleerd (uit sporadische gevallen bij zoogdieren, vogels of muggen) in:

  • Portugal;
  • Slowakije;
  • Moldavië;
  • Oekraïne;
  • Hongarije;
  • Roemenië;
  • Tsjechië;
  • Italië [30].
     

Gevallen bij mensen werden beschreven in:

  • Roemenië [31];
  • Zuid-Frankrijk [32];
  • Zuid-Rusland;
  • Spanje;
  • Belarus;
  • West-Oekraïne;
  • Tsjechië [33].
     
  • In 2003 werden in Zuid-Frankrijk twee gevallen beschreven bij mensen die niet hadden gereisd. Naast de bekende circulatie van WNV lineage 1, is ook WNV lineage 2 aangetroffen in Europa: in 2005 in Hongarije en in 2008 in Oostenrijk [35,36].
  • In 1996 is de eerste grote epidemie van WNV in Europa (Roemenië) beschreven met 393 bevestigde humane gevallen en 17 doden. Sindsdien worden er bij monitoring in Roemenië nog sporadisch gevallen gevonden, meest recent nog in 2014 [31].
  • In 1997 werden in Tsjechië in juli, na overstroming van de Moravarivier, grote hoeveelheden Aedes spp. en Culex pipiens-muggen aangetroffen. Bij 4 van de 619 mensen die om verschillende redenen behandeling zochten, werd in gepaarde sera een significante antistoftiterstijging tegen WNV aangetoond.
  • In 1998 en in 2008 werd in Italië (Toscane en gebieden rond de Po-delta) WNV aangetoond in enkele paarden, kippen en wilde vogels.
  • In 1999 werden in het deltagebied van de Volgograd in Rusland bij 326 van de 463 patiënten met een aseptische meningitis IgM-antistoffen tegen WNV aangetoond. Bij alle 14 overledenen werd met PCR WNV in de hersenen aangetoond [39].
  • In de herfst van 2000 werden in de Camargue in Zuid-Frankrijk 76 klinische gevallen bij paarden gevonden, waarvan er 21 dood gingen. Er werden geen gevallen bij mensen gemeld. [31]
  • In Duitsland waren in de periode 2002-2005 (slechts) 53 van de onderzochte 3.399 trekvogels positief voor WNV neutraliserende antistoffen [34].
  • In augustus 2010 zijn 81 gevallen beschreven van WNV-infectie onder de lokale bevolking van Centraal-Macedonië en Noord-Griekenland [37]. Volgens de auteurs is dit waarschijnlijk een onderrapportage [38].

Israël

In 2000 vond een grote uitbraak plaats in Israël met meer dan 400 gevallen [23].

Noord-Amerika

In de Verenigde Staten werd het westnijlvirus voor het eerst in augustus 1999 bij een patiënt met encefalitis in New York geïsoleerd [40]. Tijdens de daaropvolgende epidemie van 1999 in New York City was er sprake van 59 humane gevallen, waarvan 7 met fatale afloop [41]. Sindsdien heeft het virus zich in vogels over grote delen van de Verenigde Staten en Canada verspreid en heeft het inmiddels ook de westkust van de Verenigde Staten (2002) en Mexico bereikt.

In 2003 werden in de Verenigde Staten ruim 9000 gevallen gemeld waarvan bijna 250 patiënten overleden. In de hierop volgende jaren is over het algemeen een daling waarneembaar tot 3.630 gevallen in 2007 en 1.356 gevallen in 2008 (CDC-website).

Tot op heden is niet bekend hoe het WNV in de Verenigde Staten is geïntroduceerd. Over de mogelijke rol van vogelhandel wordt nog gespeculeerd. Uit onderzoek is gebleken dat het virus dat in de Verenigde Staten is ontdekt genetisch vrijwel identiek is aan het type dat in het Midden-Oosten voorkomt [16].

Ingeklapt

Veterinair

Verspreiding in de wereld bij dieren

Uitbraken van WNV hebben in Europa bij paarden en/of bij vogels plaatsgevonden in Frankrijk, Italië en Hongarije. De World Organisation for Animal Health (OIE) meldt in 2011 WNV besmettingen bij paarden in Zuid Spanje, Griekenland en Italië.

Voorkomen in Nederland

Tot op heden (2015) zijn er nog geen aanwijzingen dat het virus endemisch in Nederland voorkomt [42,43]. Wel kunnen in potentie negen muggensoorten optreden als WNV-vector in Nederland [44].
Er zijn zeven importgevallen beschreven:

  • Nederlandse vrouw die 4 weken door de Verenigde Staten had gereisd;
  • 2000 bij een 45-jarige vrouw kort na een reis naar Israël [45];
  • 2002 bij een 69-jarige man kort na een verblijf in Canada [46];
  • 2007 twee importgevallen;
  • 2010 twee gevallen na verblijf in Israël [47].

De muggensoorten die het virus mogelijk over kunnen dragen, komen in Nederland voor, maar WNV is niet in deze muggen aangetroffen [42,43].

 

Preventie

Immunisatie

Actieve immunisatie tegen het WNV is (nog) niet mogelijk. Wel wordt er aan de ontwikkeling van een vaccin gewerkt. [48] De werking hiervan bij mensen moet nog worden onderzocht.
 

Ingeklapt

Veterinair

Vaccinatie veterinair

Er is geen geregistreerd vaccin voor vogels beschikbaar. Voor paarden is in Europa en Amerika een geïnactiveerd vaccin geregistreerd dat beschermt tegen klinische verschijnselen. Muggen worden niet door paarden geïnfecteerd, vaccinatie van paarden speelt geen rol in de bestrijding van WNV.

Algemene preventieve maatregelen

Reizigers naar gebieden waar WNV voorkomt wordt geadviseerd:

  • muggenwerende maatregelen te nemen, vooral tijdens zonsopgang, zonsondergang en de vroege avond;
  • bedekkende kleding (lange mouwen, lange broek en sokken) te dragen;
  • de onbedekte huid in te smeren met een muggenmiddel dat diethyltoluamide (DEET) bevat;
  • te slapen in een muggenvrije ruimte of onder een muskietennet geïmpregneerd met een antimuggenvloeistof.

Bloeddonoren terugkerend uit gebieden waar WNV voorkomt, dienen gedurende 28 dagen geen bloed of plasma te geven. Uitgebreidere adviezen voor reizigers zijn onder andere te verkrijgen via de reizigersspreekuren van de GGD.

Adviezen bij gebruik van DEET:

  • Voorzichtigheidshalve wordt geadviseerd om gebruik van concentraties hoger dan 30% te vermijden bij kinderen jonger dan 2 jaar en het gebruik van DEET-bevattende producten te minimaliseren tijdens het eerste trimester van de zwangerschap.
  • Breng het middel aan op de onbedekte, intacte huid; niet overdadig insmeren. Afhankelijk van persoonlijke eigenschappen, bijvoorbeeld sterk zweten, heeft DEET een variabele werkingsduur.
  • Voorkom contact met lippen, ogen, open of geïrriteerde huid, bijvoorbeeld ernstige door de zon verbrande huid. Indien toch contact heeft plaatsgevonden, dan afspoelen met water.
  • Bij kinderen niet de handen insmeren, zodat DEET niet op de mond of in de ogen wordt gewreven.
  • Bij een geïrriteerde huid die mogelijk het gevolg is van het gebruik van DEET, geldt het advies de behandelde huid af te wassen met water en een arts te raadplegen; neem het gebruikte product mee.
  • Indien men zonnebrandcrème en DEET tegelijkertijd gebruikt, dient men eerst de zonnebrandcrème en bij voorkeur na 45 minuten de DEET aan te brengen. Bij een kortere tussenpoos kan de zonbeschermende werking van de zonnebrandcrème verminderen. [49]

Muggenbestrijding: voorkom stilstaand water, zorg voor goede drainage van het weiland, ververs water in waterbakken regelmatig. Draag handschoenen wanneer zieke of dode vogels moeten worden aangeraakt (Zie WHO factsheet).

Maatregelen

Meldingsplicht

Westnijlvirusinfectie is een meldingsplichtige ziekte groep C. De arts en het laboratorium melden een geval van westnijlvirusinfectie binnen 1 werkdag na vaststelling van de diagnose aan de GGD.

De GGD meldt anoniem conform de Wet publieke gezondheid aan het CIb (indien infectie in Nederland is opgelopen meldt de GGD binnen 24 uur) en levert gegevens voor de landelijke surveillance van meldingsplichtige ziekten. 

Meldingscriteria:
Significante WNV-specifieke antilichaamrespons (eenmalige hoge titers of significante titerstijging) in serum in combinatie met

  • koorts

en/of

  • neurologische verschijnselen zoals meningitis of encefalitis

OF

ten minste één van de volgende twee laboratoriumbevestigingen:
•    aantonen van WNV in bloed of liquor door middel van PCR;
•    intrathecale WNV-specifieke antilichaamrespons.

Ingeklapt

Veterinair

Meldingsplicht veterinair

Voor dierenartsen en veehouders bestaat een meldingsplicht in geval van een mogelijke besmetting van dieren, voor paarden geldt een meldingsplicht voor virale encefalitis. Ook laboratoria die bloed van pluimvee onderzoeken, hebben een meldingsplicht.

Bronopsporing

Met betrekking tot Nederland is bronopsporing alleen noodzakelijk als het WNV in Nederland is opgelopen door mensen of dieren.

Contactonderzoek

Contactonderzoek is over het algemeen niet nodig. Omdat er wel overdracht is beschreven door bloedtransfusie, orgaantransplantatie, prikaccidenten, intra-uteriene verticale transmissie en mogelijk transmissie via borstvoeding. [11,23,24,25,26], moet hieraan in de anamnese wel aandacht besteed worden.

Maatregelen ten aanzien van patiënt en contacten

Het WNV is, behalve door bloed-bloedcontact, niet rechtstreeks van mens op mens overdraagbaar. Er zijn dus geen extra beschermingsmaatregelen vereist. In geval van recente bloeddonatie door de patiënt moet de bloedbank worden ingelicht om overdracht naar de ontvanger te voorkomen.

Ingeklapt

Veterinair

Veterinaire maatregelen

Alleen in geval van verhoogde sterfte van wilde vogels wordt onderzoek gedaan naar aanwezigheid van (onder andere) het West Nilevirus. Er is geen apart draaiboek voor bestrijding van WNV bij dieren. Verdachte paarden worden onderzocht vanuit het oogpunt van exportbeperkingen ingeval van WNV; er is geen infectierisico voor mensen.

Wering van werk, school, kinderdagverblijf en consultatiebureau

Het WNV is niet rechtstreeks van mens op mens overdraagbaar. Wering is niet van toepassing.

Profylaxe & Behandeling

Profylaxe

Geen.

Behandeling

Er bestaat geen specifieke antivirale behandeling tegen de ziekte veroorzaakt door het WNV. In het geval van encefalitis wordt ondersteunende behandeling toegepast waarbij vochttoediening, ondersteuning van de ademfunctie en het voorkomen van secundaire infecties op de voorgrond staan.

Historie

  • In 1937 werd WNV voor het eerst geïsoleerd uit het bloed van een volwassen vrouw in de provincie West Nile in Oeganda.
  • In 1957 werd het virus als oorzaak van meningo-encefalitis bij oudere personen herkend.
  • Begin jaren ‘60 werd de ziekte voor het eerst bij paarden in Egypte en Frankrijk beschreven.
  • In 1996 is de eerste grote Europese humane epidemie beschreven in Roemenië. Daarna zijn epidemieën herkend in 1999 in het Volgogradgebied in Rusland en in 2000 in Israël [1,2].
  • In 1999 is een bepaalde variant van West Nile geïntroduceerd in de Verenigde Staten, waarna het zich met een lokale vector snel heeft verspreid in vogelpopulaties over het hele continent. In de VS hebben zich tussen 2002 en 2014 grote epidemieën met ruim 41.000 bekende humane gevallen voorgedaan, waarvan ruim 1.700 met dodelijke afloop, vooral door neurologische complicaties (zie paragraaf 2.3). De recente humane epidemieën gaan gepaard met epizootieën bij vogels (voor het eerst geobserveerd door McIntosh et al. 1976 [3]). In de Verenigde Staten kan sterfte bij vogels als indicator voor de circulatie van het virus worden beschouwd [4,5].

Publieksinformatie