Samenvatting
Verwekker: Humaan papillomavirus (HPV)
Incubatieperiode: Verschillend per HPV (humaanpapillomavirus )-gerelateerde maligniteit, meestal jaren. Voor cervixcarcinoom 2-3 jaar tot een CIN-laesie, de progressie naar cervixcarcinoom gemiddeld 12-15 jaar.
Transmissieroute: Voornamelijk via seksueel contact
Infectieuze periode: Gedurende virusuitscheiding is men infectieus. Binnen 1 tot 2 jaar is er doorgaans geen HPV-detectie meer en is de infectieuze periode voorbij.
Maatregelen: HPV-vaccinatie, bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker, voorlichting
Symptomen: Een HPV-infectie geeft meestal geen symptomen. Bij het ontstaan van (voorstadia van) maligniteiten kunnen lichaamslocatie-specifieke symptomen ontstaan
Preventie: HPV-vaccinatie (in Rijksvaccinatieprogramma sinds 2010 voor meisjes en sinds 2022 voor jongens), bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker
blok
Deze richtlijn is ontwikkeld voor zorgprofessionals werkzaam binnen de infectieziektebestrijding. De primaire doelgroepen zijn GGD- en LCI-professionals. Deze richtlijn bevat adviezen, taken en verantwoordelijkheden en vormt een basis voor het nemen van geïnformeerde beslissingen en het maken van beleid in de praktijk. Voor meer informatie zie Ontwikkeling LCI-richtlijnen.
Vastgesteld LOI-SG (Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding-Seksuele Gezondheid ): 13 januari 2026, Gepubliceerd: 23 januari 2026.
Herziening 2026
De richtlijn is herzien door dr. Nicoline van der Maas en dr. Karlijn Kampman (beiden RIVM-LCI (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding)). Nieuw en anders in deze richtlijn ten opzichte van de oude richtlijn:
- De titel van de richtlijn is aangepast naar HPV (humaanpapillomavirus )-gerelateerde maligniteiten (dit was voorheen Humaanpapillomavirusinfectie – cervixkanker). De reden hiervan is dat HPV meerdere soorten maligniteiten kan veroorzaken en HPV-vaccinatie hierbij een effectieve maatregel is. Wel wordt er op verschillende plekken in de richtlijn ingezoomd op cervixcarcinoom.
- Er zijn vijf zwangerschapsparagrafen toegevoegd, met informatie over ziekteverschijnselen in de zwangerschap, natuurlijke immuniteit in de zwangerschap, perinatale overdracht, verhoogd risico bij zwangerschap en maatregelen ten aanzien van zwangeren. In de voorgaande versie waren er geen zwangerschapsparagrafen.
- In de paragraaf Risicogroepen zijn additionele groepen toegevoegd met een verhoogde kans op infectie, naast personen met wisselende partners. Dit zijn MSM (mannen die seks hebben met mannen ), personen met andere genitale infecties, personen met onderliggende aandoeningen en personen die niet besneden zijn.
- Recente informatie over het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is toegevoegd, ook de recente inzichten over zelfafname is toegevoegd.
- In de paragraaf Immunisatie is de verwijzing naar de RVP (Rijksvaccinatieprogramma )-richtlijn vervangen door informatie over de verschillende vaccins en de toepassing daarvan. Voor verdere inhoudelijke informatie wordt doorverwezen naar de factsheet HPV-vaccinatie.
- De maatregelen ten aanzien van index en contacten zijn uitgebreider – en de overwegingen hieromtrent duidelijker – beschreven, met medenemen van de antwoorden op vragen die vanuit professionals aan de LCI (Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding ) zijn gesteld. In de vorige versie van deze richtlijn richtten de maatregelen zich vooral op de (controversiële) maatregel condoomgebruik en er was geen onderscheid in maatregelen voor de index en voor de contacten. In de herziening wordt ten aanzien van de index de maatregel HPV-vaccinatie beschreven. Voor contacten zijn de maatregelen apart beschreven. Bij de maatregel condoomgebruik wordt nu aangegeven dat het niet bewezen is dat het HPV-infecties kan voorkomen. De beschreven maatregelen voor contacten (condoomgebruik, testen op HPV en HPV-vaccinatie) zijn in de meeste gevallen niet van toepassing.
Achtergronden
Verwekker
Humane papillomavirussen behoren tot de DNA-virussen en de familie van de Papillomaviridae. Het virusdeeltje (virion) is circa 55 nanometer in diameter en bevat een dubbelstrengs, circulair DNA-genoom van ongeveer 8000 basenparen. Er is sprake van een nieuw type als de nucleotide volgorde van het viraal genoom minder dan 90% sequentiehomologie heeft met dat van alle bekende typen HPV. Er zijn meer dan 440 verschillende papillomavirustypen bekend, waarvan er circa 200 kunnen voorkomen bij de mens. Hieronder zijn stammen die oncogeen zijn en stammen die andere laesies kunnen veroorzaken, zoals condylomen. Onder de oncogene stammen is maar een klein aantal verantwoordelijk voor negatieve gezondheidsuitkomsten (Bonnez 2019, Nelson 2023). De verschillende typen worden op basis van genetische kenmerken gegroepeerd in een aantal subgroepen (genera) die een Griekse letter hebben gekregen (alfa, bèta, etc.). Een aantal van deze subgroepen komt met name voor bij dieren. In de alfa-subgroep zitten mucosale HPV-typen die de slijmvliezen kunnen infecteren. Binnen dit genus wordt een onderscheid gemaakt tussen typen met een hoog risico (hrHPV) en typen met een laagrisico (lrHPV). HrHPV is geassocieerd met maligniteiten en de voorloperlaesies daarvan; lrHPV kan laesies veroorzaken die niet zullen ontaarden in een carcinoom (Egawa 2017, Nelson 2023).
Voorbeelden van mucosale lrHPV-typen zijn HPV-type 6 en HPV-type 11, die het overgrote deel (>90%) van de genitale wratten en een klein deel van de laaggradige CIN (cervicale intra-epitheliale neoplasie)-laesies veroorzaken (Egawa 2017). Zie hiervoor de LCI-richtlijn HPV-anogenitale wratten. Twaalf HPV-typen – 16, 18, 31, 33, 35, 39, 45, 51, 52, 56, 58 en 59 – zijn aangemerkt als een hrHPV-type (IARC 2012, Nelson 2023, Wei 2024). Binnen de hrHPV-typen zijn er verschillen met betrekking tot persistentie en oncogeniciteit. Zo blijkt dat HPV-type 16 het hoogste risico met zich meedraagt voor het ontstaan van cervixcarcinoom, gevolgd door HPV-type 18. HPV-typen 16 en 18 zijn samen verantwoordelijk voor ongeveer 71% van alle cervixcarcinomen bij vrouwen en voor het merendeel van de HPV-geassocieerde maligniteiten bij mannen (IARC 2012, Nelson 2023, Wei 2024).
Epidemiologie
Verspreiding in de wereld
De wereldwijd geschatte prevalentie van cervicale HPV is 12%. De hoogst geschatte prevalentie van cervicale HPV wordt gevonden in sub-Sahara Afrika (24%), gevolgd door Latijns-Amerika (16%), Oost-Europa (14%) en Zuidoost-Azië (14%). De vijf meest voorkomende HPV-typen zijn typen 16 (3,2%), 18 (1,4%), 52 (0,9%), 31 (0,8%) en 58 (0,7%) (Bruni 2010). De geschatte wereldwijde prevalentie van genitale hrHPV onder mannen is 21% (Bruni 2023, Kusters 2023). Bij heteroseksuele mannen van 16 tot 24 jaar was, voordat HPV-vaccinatie werd aangeboden in landelijke vaccinatieprogramma’s, de prevalentieschatting van verschillende HPV-typen op de penis 19%, op het scrotum 13% en op het perineum/anale HPV 8% (Vardas 2011). HPV kwam het vaakst voor bij mannen in Afrika en het minst bij mannen in Azië (Bruni 2023).
In 2022 was naar schatting wereldwijd bij meer dan 831.000 personen met kanker sprake van HPV-attributie (11% bij mannen en 89% bij vrouwen). Het merendeel van alle HPV-gerelateerde maligniteiten betrof het cervixcarcinoom (76%) (Zhang 2025). Cervixcarcinoom stond wereldwijd op de vierde plaats als het gaat om het voorkomen van kanker bij vrouwen in 2020 (Sung 2021). In datzelfde jaar was het de vierde doodsoorzaak van kanker bij vrouwen met meer dan 340.000 overlijdens (8% van alle sterfte aan kanker bij vrouwen). De meeste vrouwen met cervixcarcinoom komen uit low-and-middle-income landen (88%), vergeleken met 2% uit high-income landen (Sung 2021, WHO (World Health Organization ) 2022). Wereldwijd waren er in 2018 52.000 personen met HPV-gerelateerde hoofd-halskanker en 29.000 personen met HPV-gerelateerde anuskanker (de Martel 2020, Sung 2021). Orofaryngeale HPV-infectie, orofaryngeale HPV-gerelateerde maligniteiten en de daardoor veroorzaakte sterfte komen vaker voor bij mannen dan bij vrouwen (D’Souza 2009, D’Souza 2016, Rintala 2006, Sonawane 2017).
Voorkomen in Nederland
Voordat het HPV-vaccinatieprogramma startte in 2009 in Nederland, was de prevalentie van hrHPV onder 14-16-jarige meisjes 3%. Onder vrouwen die een Centrum Seksuele Gezondheid bezochten was de cervicovaginale hrHPV-prevalentie 58%, bij heteroseksuele mannen was de genitale hrHPV-prevalentie 40% en bij MSM (mannen die seks hebben met mannen ) werd de hoogste prevalentie gevonden in het anale gebied met 65% (Schurink-van ’t Klooster 2017).
In Nederland worden elk jaar ongeveer 900 vrouwen gediagnostiseerd met een cervixcarcinoom (100% HPV-attributie). Jaarlijks zijn er daarnaast ruim 700 personen met een orofarynxcarcinoom (31% HPV-attributie). Kanker van de vagina (n=50-60, 78% HPV-attributie), vulva (n=300-450, 25% HPV-attributie), penis (n=140-200, 50% HPV-attributie) en anus (n=300-350, 88% HPV-attributie) komen minder vaak voor (IKNL 2025). Het aantal personen met een niet-cervicale HPV-gerelateerde kanker nam toe tussen 1989 en 2014, vooral onder mannen (26% in 2014) (Gezondheidsraad 2019, IKNL 2025, McDonald 2017). De sterfte in Nederland aan HPV-gerelateerde maligniteiten in absolute getallen is het hoogst voor cervixcarcinoom (n=215) en orofarynxcarcinoom (n=200), gevolgd door vulvacarcinoom (n=150) (CBS 2025).
Pathogenese
Via microbeschadigingen kunnen de cellen van de basale laag van de cervix mucosa met HPV geïnfecteerd worden. Na ongeveer 3 weken migreren de cellen van de basale laag naar het oppervlakte epitheel, waar nieuwe virusdeeltjes (nakomeling-virionen) worden geformeerd (Munoz 2006). Omdat er geen viremie ontstaat en meestal ook geen ontstekingsreactie, blijft het virus vrijwel onzichtbaar voor het immuunsysteem (Nelson 2023). Infecties met hrHPV-typen in de mucosa van de vagina, vulva en anus verlopen waarschijnlijk hetzelfde als in de cervix (Dona 2016, Serrano 2015). Door de anatomie van de tonsillen, heeft HPV in de tonsillen directe toegang tot de basale cellaag, zonder dat beschadigingen nodig zijn (Lechner 2016).
Integratie van viraal genoom in het genetisch materiaal van de gastheercel vergroot het risico op progressie van persisterende infectie naar een voorstadium van kanker (Gravitt 2011). De integratie van het viraal genoom in de gastheercel is evolutionair niet gunstig voor het virus, want de levenscyclus van het virus stopt dan en er worden dan geen nieuwe virusdeeltjes meer geproduceerd (Nelson 2023). Naast de integratie van viraal genoom in de cel, zijn ook andere processen van belang voor het ontstaan van kanker. Onder meer het uitblijven van celdood (apoptose) en het ontwikkelen van chromosomale instabiliteit kunnen leiden tot kanker (Bonnez 2019).
Latente HPV-infectie
Na een actieve HPV-infectie kan HPV zich terugtrekken in de basale laag van de cervix. Er wordt dan geen HPV-DNA meer gedetecteerd op het oppervlakte epitheel, maar nog wel in het cervixweefsel. Dit wordt een latente HPV-infectie genoemd. (Della Fera 2021, Doorbar 2023, Gravitt 2017, Hammer 2022). Een latente HPV-infectie is immunologisch gecontroleerd, maar kan bij afname van immuniteit door bijvoorbeeld ziekte, medicatie of leeftijd weer leiden tot een actieve, detecteerbare infectie (Doorbar 2023, Malagón 2023).
Incubatieperiode
De incubatieperiode van een HPV-infectie tot het ontstaan van kanker is verschillend per HPV-gerelateerde maligniteit. In de meeste gevallen duurt het jaren tot tientallen jaren voordat een infectie met hrHPV leidt tot het ontstaan van kanker (CDC 2025). Dit kan echter ook langer of korter zijn. Bij personen met een minder goed werkend immuunsysteem, kan het ontstaan van kanker sneller verlopen (Grulich 2007, Vink 2013). Het eerste microscopisch bewijs voor een voorstadium van HPV-gerelateerde kanker is al zichtbaar binnen een paar jaar na de infectie (Insinga 2009, Schiffman 2007). Voor cervixcarcinomen geldt dat de gemiddelde tijd die nodig is voor het ontwikkelen van een hooggradige CIN-laesie bij vrouwen met een persisterende mucosale hrHPV-infectie wordt geschat op ten minste 2-3 jaar. Vervolgens duurt de progressie naar cervixcarcinoom gemiddeld nog zo’n 12-15 jaar (Snijders 2006, Winer 2005, Zielinski 2001).
Ziekteverschijnselen
Een infectie met een hrHPV-type geeft op zichzelf geen verschijnselen (Plotkin 2018). Wanneer het virus niet geklaard wordt, kunnen voorstadia van HPV-gerelateerde kanker ontstaan: cervicale intra-epitheliale neoplasie (CIN, 90-100% HPV geassocieerd), vaginale intra-epitheliale neoplasie (VAIN), vulvaire intra-epitheliale neoplasie (VIN, 30-70% HPV geassocieerd), anale intra-epitheliale neoplasie (AIN, 80-96% HPV geassocieerd) en peniele intra-epitheliale neoplasie (PIN of PeIN, 40-70% HPV geassocieerd) (Bonnez 2019, de Martel 2017). Uiteindelijk kan zo’n voorstadium uitgroeien tot HPV-gerelateerde kanker van cervix, vagina, vulva, penis, anus of orofarynx. Van maligniteiten in de orofarynx (HPV-attributie 30%) worden zelden voorstadia gevonden; vanwege de lokalisatie en aspecifieke symptomen manifesteert de tumor zich meestal reeds in een vergevorderd stadium (Timbang 2019).
Wanneer er ziekteverschijnselen optreden, verschillen deze per maligniteit:
- Cervixcarcinoom: onregelmatig bloedverlies buiten de normale menstruatiecyclus, bloedverlies na de menopauze of bij de geslachtsgemeenschap, abnormale afscheiding of vagina pijnklachten.
- Vaginacarcinoom: abnormale afscheiding of pijn, abnormaal bloedverlies, pijn of bloedverlies bij de geslachtsgemeenschap.
- Vulvacarcinoom: zwellingen, pijn, jeuk, bloedverlies, dysurie.
- Peniscarcinoom: veranderingen van de huid, urethrale afscheiding, pijn in de corpora cavernosum, recidiverende balanitis, foetor.
- Anuscarcinoom: anaal bloedverlies, jeuk of pijn bij de anus, huidafwijking bij de anus, loze aandrang tot ontlasten, verandering in ontlastingspatroon.
- Orofarynxcarcinoom: heesheid, rauw gevoel in de keel, lymfadenopathie, keelpijn, problemen met slikken, pijn in de mond/keel soms gepaard gaande met uitstraling naar één of beide oren, een laesie in de mond die niet geneest, veel slijm in de keel, verstopte neus of bloedneus, oorklachten, loszittende tanden, gevoelloosheid van het gezicht.
Zie ook het overzicht van de verschillende kankersoorten van het Antoni van Leeuwenhoek.
Ziekteverschijnselen in de zwangerschap en bij pasgeborene
De ziekteverschijnselen van een HPV (humaanpapillomavirus )-infectie tijdens de zwangerschap zijn net als bij niet-zwangere personen vaak niet aanwezig. De prevalentie van HPV onder zwangeren neemt echter toe met de zwangerschapsduur, mogelijk ten gevolge van hormonale en immunologische factoren tijdens de zwangerschap. Omstreden is of een HPV-infectie tijdens de zwangerschap zorgt voor negatieve zwangerschapsuitkomsten. De laatste inzichten stellen dat dit niet het geval is (de Souza 2022, Zagorianakou 2023).
Een pasgeborene van een zwangere met een HPV-infectie heeft geen ziekteverschijnselen; er is geen systemische infectie bij de neonaat. De meeste HPV-infecties worden ook bij de neonaat binnen 2 tot 3 jaar geklaard. Als ze persisteren, kan dit huidwratten, genitale wratten en het zeldzame ziektebeeld juvenile-onset recurrent respiratory papillomatosis (JORRP) geven (incidentie 0,3-3,9/100.000) (Larson 2010, Mammas 2009).
Natuurlijke immuniteit
Tijdens de levenscyclus van HPV (humaanpapillomavirus ) treedt er geen viremie op en wordt maar een zeer lage concentratie van viraal eiwit gepresenteerd aan het immuunsysteem (Mollers 2013). Hierdoor kan het virus gemakkelijk ‘ontsnappen’ aan het menselijke afweersysteem en treedt er bij contact met het afweersysteem slechts een zwakke reactie op. Door deze zwakke reactie van het immuunsysteem kan 50% van de HPV-infecties langer dan 6-12 maanden persisteren, maar wordt in het algemeen (bij meer dan 90% van de infecties) een HPV-infectie ook binnen 2 jaar ondetecteerbaar en mogelijk geklaard (Rositch 2013). De cellulaire immuniteit is waarschijnlijk verantwoordelijk voor het klaren van de infectie. Daarnaast is er een rol voor de humorale immuniteit, maar deze is grotendeels onbekend (Doorbar 2006, Tian 2021). Bij een latente HPV-infectie treedt er immunologische controle op van het HPV; het virus trekt zich terug in de basale laag van de cervix en kan zo langdurig persisteren (Doorbar 2023, Malagón 2023). Er treedt vaker seroconversie (antistofvorming tegen het specifieke HPV-type) op bij een hoge virale lading en bij persisterende HPV-infectie (Mollers 2013). Na het doormaken van een HPV-type 16- of HPV-type 18-infectie is er doorgaans gedeeltelijke bescherming tegen een herinfectie met die typen. Deze beperkte bescherming is sterker bij vrouwen dan bij mannen (Beachler 2016, Safaeian 2018, Yao 2021). Voor alle HPV-typen geldt dat het beschermende effect van natuurlijke antistoffen (verkregen door HPV-infectie) tegen herinfectie zeer beperkt is (Yokoji 2023).
Natuurlijke immuniteit in de zwangerschap
De klaring van een HPV (humaanpapillomavirus )-infectie tijdens de zwangerschap is afgenomen door een verminderde afweer en door hormonale veranderingen. Hierdoor is er meer virusreplicatie bij de zwangere, met name in de eerste twee trimesters. Na de partus is de klaring van het virus juist weer verhoogd (Domža 2011, Nobbenhuis 2002).
Reservoir
Er zijn specifieke papillomovirustypen die alleen bij de mens voorkomen en papillomovirustypen die alleen onder dieren circuleren. Door species-specifieke eigenschappen van papillomavirussen, kunnen mensen niet geïnfecteerd worden met dierlijke papillomavirussen en dieren niet met menselijke papillomavirussen (IARC 2007, Rector 2013).
Transmissie
Transmissieroute
Er zijn verschillende transmissieroutes van HPV (humaanpapillomavirus ):
Directe transmissie
De meest voorkomende transmissieroute is de horizontale verspreiding via seksueel contact met geïnfecteerde genitale huid of slijmvliezen door laesies in de epitheliale lagen. Intacte huid of slijmvliezen zijn resistent voor inoculatie met het HPV-virus (Prabhu 2013). Geschat wordt dat 85% van de seksueel actieve vrouwen en 91% van de seksueel actieve mannen minstens één keer in het leven een HPV-infectie krijgt (Chesson 2014). De meeste personen worden geïnfecteerd kort na hun eerste seksueel contact en de kans op infectie is hoog na ieder seksueel contact met een nieuwe partner. Daarom is de HPV-prevalentie het hoogst in seksueel actieve mensen die jonger zijn dan 25 jaar (Bosch 2006, Mollers 2013, Prabhu 2013). Tevens is er een associatie tussen orale seks en orofaryngeale HPV-infectie, wat een genito-orale transmissieroute suggereert. Hetzelfde geldt voor oro-anale seks (Hernandez 2008, Pauli 2022b, Shah 2017).
Het risico op orofaryngeale transmissie via tongzoenen is moeilijk vast te stellen, omdat tongzoenen samen kan gaan met andere seksuele activiteiten (Rettig 2019). Een onderzoek toonde een associatie tussen een nieuwe ‘tongzoenpartner’ in de afgelopen 3 maanden en een HPV-infectie (Pickard 2012). Onderzoeken naar orale HPV-transmissie onder partners van een persoon met orofaryngeale HPV-kanker geven geen uitsluitsel of de prevalentie van HPV onder de partners hoger is dan in de algemene bevolking (D’Souza 2014, Tsao 2016).
Indirecte transmissie
HPV-virussen zijn goed bestand tegen uit/opdroging en kunnen meerdere dagen buiten het lichaam infectieus blijven (Boccardo 2021, Ding 2011). HPV wordt op verschillende oppervlakten gevonden. Dit is vooral relevant in de gezondheidszorg tijdens het gebruik van instrumenten, zoals vaginale echoapparatuur, colposcopen, specula, etc. In deze setting worden desinfectie en andere maatregelen om verspreiding te voorkomen aanbevolen (zie paragraaf Reiniging, desinfectie en sterilisatie) (Sabeena 2017). Het is zeer onwaarschijnlijk dat HPV-transmissie optreedt via toiletbrillen en zwembaden onder westerse hygiënische omstandigheden (Puranen 1996). Eén onderzoek heeft aangetoond dat transmissie via handen naar geslachtsorganen onwaarschijnlijk is (Malagon 2019). Er zijn aanwijzingen dat er niet-seksuele indirecte overdrachtsroutes bestaan, zoals via speeltjes en handdoeken (Anderson 2014, Sabeena 2017).
Perinatale overdracht
Omdat er geen viremische fase is bij een maternale HPV (humaanpapillomavirus )-infectie, is hematogene verspreiding naar de foetus onwaarschijnlijk. Verticale transmissie van HPV kan wel optreden tijdens de bevalling (Sabeena 2017). De concordantie van een HPV-infectie tussen moeder en pasgeborene is 39% met een range van 0,2-73% (Hong 2013, Smith 2010). In een systematisch meta-analyse werd het gepoolde relatieve risico op verticale transmissie van HPV berekend op 4,8 (Medeiros 2005).
De kans op transmissie van HPV rondom de bevalling is groter bij een vaginale bevalling dan bij een keizersnede (Merckx 2013, Sabeena 2017).
Transmissie van HPV door borstvoeding is niet waarschijnlijk (Sabeena 2017). Eén onderzoek liet een persisterende aanwezigheid van HPV in moedermelk zien bij 5,5% (9/164) personen. Er werd geen associatie gevonden tussen HPV in de borstvoeding en een HPV-infectie in het kind (Louvanto 2017).
Infectieuze periode
Over de aard en de lengte van de besmettelijke periode is relatief weinig bekend. De besmettelijke periode van een HPV (humaanpapillomavirus )-infectie hangt samen met de periode waarin de infectie productief is (virusuitscheiding). De meeste HPV-infecties zijn voorbijgaand van aard en zijn niet (meer) te detecteren met moleculaire technieken binnen 1 tot 2 jaar, waarbij een hrHPV langer aantoonbaar blijft dan een lrHPV. Langdurig persisterende HPV-infecties en latente HPV-infecties komen voor, waarbij de infectieuze periode duurt zolang er HPV-DNA gedetecteerd kan worden met een vagina- of cervixswab (Prabhu 2013, WHO (World Health Organization ) 2008, Winer 2005). Voor HPV-infecties van de penis wordt de infectieuze periode geschat op 8 tot 14 maanden. Dit is korter dan HPV-infecties in de anus, omdat HPV-infecties van de anus trager klaren. Voor een productieve CIN-laesie lijkt de infectieuze periode iets langer te zijn, ongeveer 2 jaar (Schiffman 2003). HPV-type 16 is geassocieerd met de langste infectieduur en de laagste klaring onder alle hrHPV-typen (Nelson 2023, Wei 2024).
Overdraagbaarheid
HPV-infecties zijn zeer besmettelijk. Direct contact tussen epithelia zorgt voor een gemakkelijke verspreiding van het virus, via microlaesies in de huid- of slijmvliezen. In een model is berekend dat de mediane kans op een HPV-infectie per seksueel contact ongeveer 40% is, met een range van 5 tot 100% (Burchell 2006). Tevens is de kans van overdracht van HPV van vrouw naar man hoger, dan van man naar vrouw. Dit heeft te maken met het feit dat vrouwen een groter genitaal slijmvliesoppervlak hebben dan mannen (Balaji 2020).
Risicogroepen
Verhoogde kans op infectie
De volgende groepen hebben een verhoogde kans op infectie:
- Het risico op een HPV-infectie is verhoogd bij personen met meerdere seksuele contacten (Bosch 2006, Pauli 2022a). Het risico op infectie is groter als het aantal sekspartners toeneemt, of als de huidige partner meerdere sekspartners heeft (Pauli 2022a). Maar ook het eerste seksueel contact kan al leiden tot een HPV-infectie (Bosch 2006). Er zijn aanwijzingen dat een jonge leeftijd bij het eerste sekscontact een verhoogd risico op HPV-infectie geeft (Louie 2009, Zhang 2020).
- Verschillende studies tonen aan dat sekswerkers en MSM (mannen die seks hebben met mannen ) een verhoogde kans hebben op een HPV-infectie, waarschijnlijk door wisselende seksuele contacten (Bosch 2007, Couture 2012, Goldstone 2011, Meites 2022, Pham 2022).
- Personen met andere genitale infecties, zoals chlamydia en herpes genitalis-type 2, alsmede mensen met hiv, hebben een verhoogde kans op een HPV-infectie (Akbari 2023, Bosch 2007, Liu 2018, Wang 2021).
- Personen met een bepaalde onderliggende aandoening hebben een verhoogd risico op een HPV-infectie. Het gaat hier onder andere om personen met auto-immuuninflammatoire reumatische aandoeningen, waaronder systemische lupus erythematodes (SLE), chronisch inflammatoire darmaandoeningen (IBD, zijnde ziekte van Crohn en colitis ulcerosa) en syndroom van Fanconi (Kim 2015, Santana 2011).
- Mannen die niet besneden zijn hebben ook een verhoogde kans op HPV-infectie. Mannen die besneden zijn hebben een drievoudig verminderde kans op een positieve HPV-test dan mannen die niet besneden zijn (Anic 2011, Bosch 2007, Tobian 2011). Verklaring hiervoor zou zijn dat het virus gedijt in de vochtige subpreputiale ruimte, van waaruit vervolgens auto-infectie kan plaatsvinden. Bovendien is er bij besneden mannen waarschijnlijk een kleinere kans op virale invasie door een slechtere doordringbaarheid van de epitheliale laag van de penis (Tobian 2011).
Verhoogde kans op ernstig beloop
Een mucosale hrHPV-infectie kan bij sommige groepen/personen meer kans hebben om te ontaarden in een hooggradige CIN-laesie of AIN-laesie en/of cervixcarcinoom of anuscarcinoom, dit is met name bij de volgende groepen/personen:
- Personen met een gecompromitteerd afweersysteem, zoals mensen met hiv of transplantatiepatiënten hebben een verhoogde kans op een ernstig beloop (Grulich 2007, Machalek 2012).
- De kans dat een HPV-infectie persisteert en vervolgens ontwikkelt tot een voorstadium van kanker verschilt per HPV-type en is het grootst bij personen die geïnfecteerd zijn met HPV-type 16 (Jaisamrarn 2013).
- Overige factoren die geassocieerd zijn met een verhoogde kans op maligniteiten bij een persisterende HPV-infectie zijn roken en alcoholgebruik, obesitas en het langdurig gebruik (>5 jaar) van orale anticonceptiva. Bij het langdurig gebruik van hormonale anticonceptiva kunnen echter andere factoren een rol spelen die een verhoogde kans op HPV-infectie kunnen geven (Castellsague 2006, Smith 2003).
Verhoogd risico bij zwangerschap
Tijdens de zwangerschap is er proliferatie van de basale cellagen van de cervix en een toegenomen slijmsecretie. Het binnenste deel van de cervix (de endocervix) beweegt zich in de zwangerschap richting de ectocervix. De endocervix is kwetsbaarder en daardoor bevattelijker voor infecties, waaronder HPV (humaanpapillomavirus ) (FMS 2021, Pandey 2019).
Diagnostiek
Algemene diagnostiek HPV
Behalve binnen het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is er geen meerwaarde om preventief op HPV (humaanpapillomavirus ) te testen. Deze meerwaarde is er mogelijk wel in een klinisch traject; de indicatie om te testen ligt dan bij de arts. De volgende diagnostiek kan eventueel ingezet worden om een HPV-infectie vast te stellen:
NAAT
Met NAAT (nucleïnezuur amplificatietest (zoals PCR) ) op HPV (HPV-DNA-PCR’s en varianten daarop) kan vastgesteld worden of een persoon op het moment van testen geïnfecteerd is met HPV. Met de meeste testen kan vervolgens ook vastgesteld worden om welk HPV-type het gaat (Bonnez 2019).
Serologie
Serologie is niet nuttig voor individuele diagnostiek, omdat er niet altijd antistoffen tegen HPV worden aangemaakt bij een HPV-infectie. Bij persisterende HPV-infecties worden eerder antistoffen aangemaakt, dan bij een voorbijgaande HPV-infectie. De aanwezigheid van antistoffen tegen HPV bewijst dus dat er in het verleden blootstelling is geweest aan HPV. Deze antistoffen blijven vervolgens jarenlang positief (Antonsson 2010, Stanley 2010). Na vaccinatie zijn de antistoftiters tientallen keren hoger dan na een natuurlijke HPV-infectie (Mollers 2013). Serologisch onderzoek naar een HPV-infectie wordt veelal toegepast bij vaccinatiestudies, als monitoring van de seroprevalentie in de bevolking of om vast te stellen welke HPV-typen er in een populatie circuleren (Bonnez 2019). Hierbij wordt vaak gebruik gemaakt van een multiplex immunoassay gebaseerd op virus-like particles (Scherpenisse 2013). Deze test heeft een goede correlatie met de pseudovirion-based neutralization assay (PBNA). De PBNA is de gouden standaard voor HPV-serologie en meet de totale hoeveelheid neutraliseren antistoffen tegen HPV met behulp van pseudovirions. Deze test is echter erg arbeidsintensief (Mollers 2013).
Kweek
Humane papillomavirussen zijn niet kweekbaar (Cerqueira 2017, Syrjanen 2018). Voor onderzoeksdoeleinden is men inmiddels wel in staat om pseudovirussen, zijnde papillomavirus-capsiden op een 1-laags celcultuur, te maken (Cerqueira 2017).
Diagnostiek opsporing baarmoederhalskanker
Cytologisch onderzoek
Cytologisch onderzoek betreft het uitstrijken van de cervix en het beoordelen van de cellen op morfologische kenmerken, waarna er een indeling volgens Papanicolaou gevolgd wordt (de zogenoemde PAP-klasse). Het cytologische uitstrijkje kenmerkt zich door een suboptimale gevoeligheid voor cervixcarcinoom en het meest ernstige voorstadium (dat wil zeggen CIN 3) daarvan. Deze gevoeligheid varieert van land tot land, maar komt nooit boven de 75% uit. In Nederland is de sensitiviteit van het cytologisch onderzoek voor hooggradige CIN-laesies 65%, wat in vergelijking met de omliggende landen hoog is.
Colposcopie en histologisch onderzoek
Indien er in het uitstrijkje afwijkende cellen gevonden worden, kan een colposcopie verricht worden. Hierbij wordt de baarmoedermond aangestipt met Lugol en azijnzuur (3-5%). Afwijkende gebieden die onder lage vergroting met een loep (colposcoop) te detecteren zijn kunnen gebiopteerd worden om vervolgens de laesie(s) histologisch in kaart te kunnen brengen.
Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker
Er is een bevolkingsonderzoek beschikbaar voor baarmoederhalskanker; voor andere HPV-gerelateerde maligniteiten niet. De hrHPV-PCR-test middels een uitstrijkje bij de huisarts is vanaf 2017 onderdeel van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Hierbij wordt er getest op de eventuele aanwezigheid van 14 hrHPV-typen. Bij de screening wordt eerst getest op de aanwezigheid van hrHPV. Bij een positieve test wordt in hetzelfde preparaat gekeken naar de morfologie van de cellen. Het type HPV en de uitslag van de cytologie bepalen het vervolgtraject (Gezondheidsraad 2021, Gok 2010).
Materiaal kan ook afgenomen worden met een zelfafnametest. Hiermee kan alleen op hrHPV getest worden. Indien hrHPV aangetoond wordt, dient er een uitstrijkje bij de huisarts gemaakt te worden om een dunnelaagscytologisch onderzoek te kunnen doen. Onderzoek toonde aan dat het doen van een uitstrijkje en de zelfafnametest, die vanaf 2017 zijn gebruikt in het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker, gelijkwaardig waren t.a.v. het opsporen van relevante laesies (Gezondheidsraad 2021).
Zie voor meer informatie: Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker op rivm.nl.
Preventie
Immunisatie
Vaccinatie
Binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) wordt HPV-vaccinatie aangeboden aan kinderen in het jaar dat ze 10 worden. HPV-vaccinatie is onderdeel van het RVP (Rijksvaccinatieprogramma ) sinds 2010 (geboortecohort 1997), tot 2022 was de vaccinatie alleen voor meisjes en vanaf 2022 voor jongens en meisjes. In 2009 werd een inhaalcampagne aangeboden voor meisjes geboren in 1993-1996. Van 1 januari 2022 tot 1 juni 2024 was er voor mannen en vrouwen (al dan niet spijtoptant) geboren in 1996 t/m 2011 ook een mogelijkheid om gevaccineerd te worden tegen HPV.
Immunisatie buiten het RVP is ook mogelijk voor personen met vaccinatiewens die buiten het RVP valt of een bredere bescherming willen dan met het vaccin van het RVP mogelijk is. Daarnaast is er een vaccinatie-indicatie voor vrouwen met een premaligne laesie op verwijzing van de gynaecoloog (FMS 2021).
Er zijn drie vaccins geregistreerd, die bescherming bieden tegen persisterende hrHPV-infectie en (voorloperstadia van) HPV gerelateerde kanker:
- 2-valent HPV-vaccin, bevat hrHPV type 16 en 18;
- 4-valent HPV-vaccin, bevat hrHPV type 16 en 18 en lrHPV type 6 en 11;
- 9-valent HPV-vaccin, bevat hrHPV type 16, 18, 31, 33, 45, 52 en 58 en lrHPV type 6 en 11.
Zie het Rijksvaccinatieprogramma voor meer informatie voor professionals over HPV-vaccinatie binnen het RVP. Zie ook de factsheet HPV-vaccinatie voor meer informatie over de samenstelling, veiligheid en effectiviteit, vaccinatieschema en bijsluiters.
Passieve immunisatie
Passieve immunisatie tegen HPV is niet beschikbaar. Er zijn wel diermodellen, waarin passieve immunisatie tegen HPV goede resultaten laat zien (Brendle 2022).
Algemene preventieve maatregelen
Om te voorkómen dat er een HPV-infectie plaatsvindt, zijn er verschillende maatregelen te overwegen:
- Condoomgebruik: Het is niet bewezen dat het gebruik van condooms in nieuwe seksuele relaties HPV-infecties voorkomt. Mogelijk is er wel een reductie van de transmissiekans van HPV, maar hier is de literatuur niet eenduidig over. De meeste onderzoeken laten zien dat condoomgebruik de kans op een HPV-infectie vermindert. Enkele andere onderzoeken beschrijven geen consistent bewijs voor een lagere kans op een HPV-infectie door condoomgebruik (Lam 2014, Manhart 2002, Quinlan 2021, Winer 2006).
- Seksueel gedrag: Het hebben van minder seksuele partners en het uitstellen van de eerste keer seks zou een effectieve maatregel kunnen zijn in het verminderen van de kans op een HPV-infectie (Quinlan 2021).
- Circumcisie: Circumcisie verlaagt de incidentie van HPV onder mannen en hiermee ook de verspreiding naar vrouwen verminderen (Castellsague 2006, Tobian 2011).
Reiniging, desinfectie en sterilisatie
Voor reiniging en desinfectie van instrumenten en materialen (bij voorbeeld een colposcoop), die besmet kunnen zijn met HPV, zijn specifieke maatregelen nodig (Sabeena 2017). Bij onvoldoende reiniging en desinfectie is er een risico op transmissie van diverse micro-organismen, waaronder HPV. Verschillende onderzoeken tonen aan dat HPV aangetroffen wordt op andere gynaecologische instrumenten na onvoldoende desinfectie (Casalegno 2012, Gallay 2016). Vanwege de mogelijke aanwezigheid van HPV ter plekke van de cervix is het advies dat medische hulpmiddelen die voor gynaecologisch onderzoek worden hergebruikt moeten worden gereinigd, gedesinfecteerd en gesteriliseerd.
Zie voor meer informatie:
- SRI-richtlijn Reiniging, desinfectie en sterilisatie (herbruikbare) medische hulpmiddelen
- LCI-richtlijn Reiniging, desinfectie en sterilisatie in de openbare gezondheidszorg
- NHG-richtlijn Infectiepreventie in de huisartsen- en verloskundigenpraktijk, onderdeel Reiniging en desinfectie of sterilisatie van herbruikbaar instrumentarium
Maatregelen
Meldingsplicht
HPV (humaanpapillomavirus ) (en aan HPV-gerelateerde maligniteiten) is geen meldingsplichtige ziekte.
Inschakelen van andere instanties
Niet van toepassing.
Bron- en contactonderzoek
Gezien de hoge prevalentie van HPV in de bevolking en het feit dat het merendeel (~90%) van de HPV-infecties spontaan zal klaren en nooit zal ontaarden in (voorstadia van) maligniteiten, is bron- en contactonderzoek (evenals partnernotificatie) weinig zinvol.
Maatregelen ten aanzien van index, contacten en bron
Ten aanzien van index en contacten kunnen de volgende maatregelen overwogen worden:
Maatregelen ten aanzien van index
Volgens de richtlijn hebben vrouwen die gevaccineerd zijn met een preventief (quadrivalent) HPV-vaccin voorafgaande aan behandeling voor CIN 2/3 minder kans op het ontwikkelen van recidief CIN dan vrouwen die niet gevaccineerd zijn. Hetzelfde geldt voor vaccinatie na behandeling, dit zou het risico op het ontwikkelen van een hooggradig recidief (CIN 2/3) verminderen. Echter, de resultaten van een nog niet gepubliceerd recente Nederlandse trial over dit onderwerp laten geen verschil zien in CIN-recidief tussen nonavalent gevaccineerde vrouwen en vrouwen gevaccineerd met een placebo(van de Laar 2020). Een systematische review van de ECDC (European Centre for Disease Prevention and Control ) over dit onderwerp laat zien dat het bewijs voor deze maatregel gebaseerd is op studies met een hoge kans op bias (ECDC 2024).
Indien er seksuele contacten zijn geweest zonder condoomgebruik, is het testen op seksueel overdraagbare aandoeningen mogelijk geïndiceerd.
Maatregelen ten aanzien van contacten
Het is niet bewezen dat het gebruik van condooms in nieuwe seksuele relaties HPV-infecties voorkomen. Mogelijk is er wel een reductie van de transmissiekans van HPV. In een vaste relatie heeft condoomgebruik een gering effect op HPV-klaring en regressie van cervix- en penislaesies (Bleeker 2005, Hogewoning 2003, Shew 2006, Winer 2006).
Hoewel HPV een overwegend seksuele transmissieroute kent, is testen op HPV van sekspartners (contacten) niet geïndiceerd. De reden is dat er vaak geen handelingsperspectief is bij een HPV-infectie en de kans op negatieve lange termijn gevolgen van een HPV-infectie klein is. De meeste mensen raken gedurende hun leven geïnfecteerd met HPV. Met name in een seksuele relatie (in vergelijking met een eenmalig seksueel contact) is het zeer waarschijnlijk dat de HPV reeds onderling is overgedragen (Balaji 2020, Bennett 2020, Wissing 2019). Bij het ontstaan van klachten, is bezoek aan een arts nodig. Het testen op seksueel overdraagbare aandoeningen is bij seksuele contacten zonder condoom mogelijk geïndiceerd.
Het vaccineren tegen HPV van de seksuele partner(s) van iemand die reeds HPV-geïnfecteerd is, is mogelijk minder effectief, omdat vaccinatie tegen HPV-typen die reeds zijn opgelopen niet werkt. Naarmate men meerdere seksuele contacten heeft (gehad), bestaat er een kans dat er al meerdere HPV-typen zijn opgelopen. Vaccinatie kan wel zinvol zijn tegen HPV-typen die nog niet opgelopen zijn. Behalve kosten, zitten er verder geen nadelen aan vaccinatie tegen HPV (Arbyn 2018, MacCosham 2022).
Maatregelen ten aanzien van zwangeren
Er zijn aanwijzingen dat de diagnostiek en behandeling van premaligne afwijkingen van de cervix minder betrouwbaar zijn tijdens de zwangerschap. Tevens zijn er meer risico’s aan behandeling, met name op bloedingen. Het uitstellen van de behandeling van premaligne cervicale afwijkingen tot na de zwangerschap is veilig indien een invasief proces in voldoende mate is uitgesloten. Zie voor meer informatie en wetenschappelijke onderbouwing de richtlijn CIN, AIS en VAIN van de Federatie Medisch Specialisten. Bij een HPV (humaanpapillomavirus )-infectie van de moeder, is het niet nodig om het geven van borstvoeding af te raden, zie voor de onderbouwing hiervan de paragraaf Perinatale overdracht.
Behandeling
Een HPV (humaanpapillomavirus )-infectie wordt niet behandeld, omdat de infectie meestal spontaan wordt geklaard of latent aanwezig blijft. Cervixcarcinoom en vulvacarcinoom, of de voorstadia ervan, worden vaak wel behandeld.
De behandeling van CIN is afhankelijk van de graad: hooggradige CIN-laesies worden behandeld, maar laaggradige, kleine CIN-laesies niet, vanwege de grote kans op spontane regressie. De behandeling kan bestaan uit een lisexcisie (ook wel LETZ [loop excision of the transformation zone] genoemd), exconisatie, cryotherapie en/of medicamenteuze behandeling CIN 2/3 met imiquimod (FMS 2021).
De behandeling van het cervixcarcinoom met curatieve intentie bestaat primair uit chirurgie, radiotherapie of een combinatie van radiotherapie met chemotherapie of hyperthermie. Bij tumoren beperkt tot de cervix of met minimale uitbreiding naar de proximale vagina wordt meestal primair gekozen voor radicale chirurgie. Bij uitbreiding buiten de cervix wordt primair gekozen voor radiotherapie in combinatie met chemotherapie of hyperthermie. Bij gemetastaseerd cervixcarcinoom (stadium IVB) waarbij radicale lokale excisie of locoregionale bestraling geen optie zijn, bestaat de behandeling uit palliatieve chemotherapie (FMS 2021).
De behandeling van HPV-geassocieerde vulvaire intra-epitheliale neoplasie is primair door middel van chirurgische excisie. Bij multifocale ziekte is chirurgische excisie erg mutilerend. Andere behandelopties zijn laser-ablatie en chemoradiatie (als chirurgie de darm of urinewegen kan aantasten) (Stern 2012).
Bij anuscarcinomen wordt er behandeld met elektrocoagulatie, infrarood coagulatie of laser-ablatie. Chirurgische excisie wordt toegepast bij hooggradige intra-epitheliale neoplasieën (AIN), waarbij er micro-invasieve ziekte vermoed wordt. Daarnaast zijn er topicale behandelingen voor AIN, zoals 5-fluoruracil, imiquimod of cidofovir (Stern 2012).
De behandeling van peniskanker is primair chirurgisch, eventueel met lymfadenectomie en chemotherapie. Topicale behandeling is enigszins effectief bij peniskanker in situ (Stern 2012).
Bij HPV-gerelateerde tumoren van hoofd en hals, waar orofarynxkanker ook onder valt, is chirurgische excisie de primaire behandelmethode. Bij inoperable tumoren wordt radiotherapie toegepast, gecombineerd met chemotherapie (Stern 2012).
Er zijn tot op heden geen therapeutische hrHPV-vaccins beschikbaar en/of goedgekeurd voor gebruik.
Literatuur
- Akbari E, Milani A, Seyedinkhorasani M, Bolhassani A. HPV co-infections with other pathogens in cancer development: A comprehensive review. J Med Virol. 2023;95(11):e29236. https://doi.org/10.1002/jmv.29236
- Anderson TA, Schick V, Herbenick D, Dodge B, Fortenberry JD. A study of human papillomavirus on vaginally inserted sex toys, before and after cleaning, among women who have sex with women and men. Sex Transm Infect. 2014;90(7):529–31. https://doi.org/10.1136/sextrans-2014-051558
- Anic GM, Giuliano AR. Genital HPV infection and related lesions in men. Preventive medicine. 2011;53 Suppl 1(Suppl 1):S36–41. https://doi.org/10.1016/j.ypmed.2011.08.002
- Antonsson A, Green AC, Mallitt KA, O'Rourke PK, Pandeya N, Pawlita M, et al. Prevalence and stability of antibodies to 37 human papillomavirus types--a population-based longitudinal study. Virology. 2010;407(1):26–32. https://doi.org/10.1016/j.virol.2010.07.046
- Arbyn M, Xu L, Simoens C, Martin-Hirsch PP. Prophylactic vaccination against human papillomaviruses to prevent cervical cancer and its precursors. Cochrane Database Syst Rev. 2018;5(5):Cd009069. https://doi.org/10.1002/14651858.CD009069.pub3
- Balaji R, MacCosham A, Williams K, El-Zein M, Franco EL. Directionality of Genital Human Papillomavirus Infection Transmission Within Heterosexual Couples: A Systematic Review and Meta-analysis. J Infect Dis. 2020;222(11):1928–37. https://doi.org/10.1093/infdis/jiaa302
- Beachler DC, Jenkins G, Safaeian M, Kreimer AR, Wentzensen N. Natural Acquired Immunity Against Subsequent Genital Human Papillomavirus Infection: A Systematic Review and Meta-analysis. J Infect Dis. 2016;213(9):1444–54. https://doi.org/10.1093/infdis/jiv753
- Bennett KF, Waller J, Ryan M, Bailey JV, Marlow LAV. Concerns about disclosing a high-risk cervical human papillomavirus (HPV) infection to a sexual partner: a systematic review and thematic synthesis. BMJ Sex Reprod Health. 2020;47(1):17–26. https://doi.org/10.1136/bmjsrh-2019-200503
- Bleeker MC, Berkhof J, Hogewoning CJ, Voorhorst FJ, van den Brule AJ, Starink TM, et al. HPV type concordance in sexual couples determines the effect of condoms on regression of flat penile lesions. Br J Cancer. 2005;92(8):1388–92. https://doi.org/10.1038/sj.bjc.6602524
- Boccardo E. New approaches for infective HPV detection, quantification and inactivation: Preventing accidental virus transmission in medical settings. EBioMedicine. 2021;64:103222. https://doi.org/10.1016/j.ebiom.2021.103222
- Bonnez. Chapter 143: Papillomaviruses. In: Bennet JE BM, editor. Mandell, Douglas, and Bennett's Principles and practices of infectious diseases. Philadelphia: Elsevier Saunders; 2019. p. 1799–806.
- Bosch FX, de Sanjose S. The epidemiology of human papillomavirus infection and cervical cancer. Dis Markers. 2007;23(4):213–27. https://doi.org/10.1155/2007/914823
- Bosch FX, Qiao YL, Castellsague X. CHAPTER 2 The epidemiology of human papillomavirus infection and its association with cervical cancer. Int J Gynaecol Obstet. 2006;94 Suppl 1:S8–S21. https://doi.org/10.1016/S0020-7292(07)60004-6
- Brendle SA, Li J, Cladel NM, Balogh KK, Booth J, Shearer DA, et al. Passive Immunization with a Single Monoclonal Neutralizing Antibody Protects against Cutaneous and Mucosal Mouse Papillomavirus Infections. J Virol. 2022;96(16):e0070322. https://doi.org/10.1128/jvi.00703-22
- Bruni L, Albero G, Rowley J, Alemany L, Arbyn M, Giuliano AR, et al. Global and regional estimates of genital human papillomavirus prevalence among men: a systematic review and meta-analysis. The Lancet Global health. 2023;11(9):e1345–e62. https://doi.org/10.1016/S2214-109X(23)00305-4
- Bruni L, Diaz M, Castellsague X, Ferrer E, Bosch FX, de Sanjose S. Cervical human papillomavirus prevalence in 5 continents: meta-analysis of 1 million women with normal cytological findings. J Infect Dis. 2010;202(12):1789–99. https://doi.org/10.1086/657321
- Burchell AN, Richardson H, Mahmud SM, Trottier H, Tellier PP, Hanley J, et al. Modeling the sexual transmissibility of human papillomavirus infection using stochastic computer simulation and empirical data from a cohort study of young women in Montreal, Canada. Am J Epidemiol. 2006;163(6):534–43. https://doi.org/10.1093/aje/kwj077
- Casalegno JS, Le Bail Carval K, Eibach D, Valdeyron ML, Lamblin G, Jacquemoud H, et al. High risk HPV contamination of endocavity vaginal ultrasound probes: an underestimated route of nosocomial infection? PLoS One. 2012;7(10):e48137. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0048137
- Castellsague X, Diaz M, de Sanjose S, Munoz N, Herrero R, Franceschi S, et al. Worldwide human papillomavirus etiology of cervical adenocarcinoma and its cofactors: implications for screening and prevention. J Natl Cancer Inst. 2006;98(5):303–15. https://doi.org/10.1093/jnci/djj067
- CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). Overledenen; doodsoorzaak (uitgebreide lijst), leeftijd, geslacht. 2025. Beschikbaar via: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/7233
- CDC. Cancers Caused by HPV. 2025. Beschikbaar via: https://www.cdc.gov/hpv/about/cancers-caused-by-hpv.html
- Cerqueira C, Schiller JT. Papillomavirus assembly: An overview and perspectives. Virus Res. 2017;231:103–7. https://doi.org/10.1016/j.virusres.2016.11.010
- Chesson HW, Dunne EF, Hariri S, Markowitz LE. The estimated lifetime probability of acquiring human papillomavirus in the United States. Sex Transm Dis. 2014;41(11):660–4. https://doi.org/10.1097/OLQ.0000000000000193
- Couture MC (Medisch Centrum ), Page K, Stein ES, Sansothy N, Sichan K, Kaldor J, et al. Cervical human papillomavirus infection among young women engaged in sex work in Phnom Penh, Cambodia: prevalence, genotypes, risk factors and association with HIV infection. BMC Infect Dis. 2012;12:166. https://doi.org/10.1186/1471-2334-12-166
- D’Souza G, Agrawal Y, Halpern J, Bodison S, Gillison ML. Oral sexual behaviors associated with prevalent oral human papillomavirus infection. J Infect Dis. 2009;199(9):1263–9. https://doi.org/10.1086/597755
- D’Souza G, Gross ND, Pai SI, Haddad R, Anderson KS, Rajan S, et al. Oral human papillomavirus (HPV) infection in HPV-positive patients with oropharyngeal cancer and their partners. J Clin Oncol. 2014;32(23):2408–15. https://doi.org/10.1200/JCO.2014.55.1341
- D’Souza G, Wentz A, Kluz N, Zhang Y, Sugar E, Youngfellow RM, et al. Sex Differences in Risk Factors and Natural History of Oral Human Papillomavirus Infection. J Infect Dis. 2016;213(12):1893–6. https://doi.org/10.1093/infdis/jiw063
- de Martel C, Georges D, Bray F, Ferlay J, Clifford GM. Global burden of cancer attributable to infections in 2018: a worldwide incidence analysis. The Lancet Global health. 2020;8(2):e180–e90. https://doi.org/10.1016/S2214-109X(19)30488-7
- de Martel C, Plummer M, Vignat J, Franceschi S. Worldwide burden of cancer attributable to HPV by site, country and HPV type. Int J Cancer. 2017;141(4):664–70. https://doi.org/10.1002/ijc.30716
- de Souza HD, Waissman AL, Diório GRM, Peres SV (sociaal verpleegkundige ), Francisco RPV, Galletta MAK. Prevalence of oncogenic human papillomavirus in pregnant adolescents, association with colpocytological changes, risk factors and obstetric outcomes. Clinics (Sao Paulo). 2022;77:100127. https://doi.org/10.1016/j.clinsp.2022.100127
- Della Fera AN, Warburton A, Coursey TL, Khurana S, McBride AA. Persistent Human Papillomavirus Infection. Viruses. 2021;13(2). https://doi.org/10.3390/v13020321
- Ding DC, Chang YC, Liu HW, Chu TY. Long-term persistence of human papillomavirus in environments. Gynecol Oncol. 2011;121(1):148–51. https://doi.org/10.1016/j.ygyno.2010.11.040
- Domža G, Gudlevičienė Z, Didžiapetrienė J, Valuckas KP, Kazbarienė B, Drąsutienė G. Human papillomavirus infection in pregnant women. Arch Gynecol Obstet. 2011;284(5):1105–12. https://doi.org/10.1007/s00404-010-1787-4
- Dona MG, Vescio MF, Latini A, Giglio A, Moretto D, Frasca M, et al. Anal human papillomavirus in HIV-uninfected men who have sex with men: incidence and clearance rates, duration of infection, and risk factors. Clin Microbiol Infect. 2016;22(12):1004 e1– e7. https://doi.org/10.1016/j.cmi.2016.08.011
- Doorbar J. Molecular biology of human papillomavirus infection and cervical cancer. Clin Sci (Lond). 2006;110(5):525–41. https://doi.org/10.1042/cs20050369
- Doorbar J. The human Papillomavirus twilight zone - Latency, immune control and subclinical infection. Tumour Virus Res. 2023;16:200268. https://doi.org/10.1016/j.tvr.2023.200268
- ECDC (European Centre for Disease Prevention and Control ). Efficacy, effectiveness and safety of HPV vaccination in women with conisation: a systematic review and meta-analyses. 2024. Beschikbaar via: https://www.ecdc.europa.eu/en/publications-data/efficacy-effectiveness-and-safety-hpv-vaccination-women-conisation-systematic
- Egawa N. The low-risk papillomaviruses. Virus Research. 2017;231:119–27. https://doi.org/https://doi.org/10.1016/j.virusres.2016.12.017
- FMS (Federatie Medisch Specialisten ). Richtlijn CIN, AIS en VAIN 2021. Beschikbaar via: https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/cin_ais_en_vain/startpagina_-_cin_ais_en_vain.html.
- Gallay C, Miranda E, Schaefer S, Catarino R, Jacot-Guillarmod M, Menoud PA, et al. Human papillomavirus (HPV) contamination of gynaecological equipment. Sex Transm Infect. 2016;92(1):19–23. https://doi.org/10.1136/sextrans-2014-051977
- Gezondheidsraad. Vaccinatie tegen HPV. Den Haag: Gezondheidsraad; 2019.
- Gezondheidsraad. Verbetermogelijkheden bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Den Haag: Gezondheidsraad; 2021. Beschikbaar via: https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2021/10/19/verbetermogelijkheden-bevolkingsonderzoek-baarmoederhalskanker.
- Gok M, Heideman DA, van Kemenade FJ, Berkhof J, Rozendaal L, Spruyt JW, et al. HPVtesting on self collected cervicovaginal lavage specimens as screening method for women who do not attend cervical screening: cohort study. BMJ. 2010;340:c1040. https://doi.org/10.1136/bmj.c1040
- Goldstone S, Palefsky JM, Giuliano AR, Moreira ED, Jr., Aranda C, Jessen H, et al. Prevalence of and risk factors for human papillomavirus (HPV) infection among HIV-seronegative men who have sex with men. J Infect Dis. 2011;203(1):66–74. https://doi.org/10.1093/infdis/jiq016
- Gravitt PE. The known unknowns of HPV natural history. J Clin Invest. 2011;121(12):4593–9. https://doi.org/10.1172/JCI57149
- Gravitt PE, Winer RL. Natural History of HPV Infection across the Lifespan: Role of Viral Latency. Viruses. 2017;9(10). https://doi.org/10.3390/v9100267
- Grulich AE, van Leeuwen MT, Falster MO, Vajdic CM. Incidence of cancers in people with HIV/AIDS compared with immunosuppressed transplant recipients: a meta-analysis. Lancet. 2007;370(9581):59–67. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(07)61050-2
- Hammer A, Blaakaer J, de Koning MNC, Steiniche T, Mejlgaard E, Svanholm H, et al. Evidence of latent HPV infection in older Danish women with a previous history of cervical dysplasia. Acta Obstet Gynecol Scand. 2022;101(6):608–15. https://doi.org/10.1111/aogs.14362
- Hernandez BY, Wilkens LR, Zhu X, Thompson P, McDuffie K, Shvetsov YB, et al. Transmission of human papillomavirus in heterosexual couples. Emerg Infect Dis. 2008;14(6):888–94. https://doi.org/10.3201/eid1406.070616
- Hogewoning CJ, Bleeker MC, van den Brule AJ, Voorhorst FJ, Snijders PJ, Berkhof J, et al. Condom use promotes regression of cervical intraepithelial neoplasia and clearance of human papillomavirus: a randomized clinical trial. Int J Cancer. 2003;107(5):811–6. https://doi.org/10.1002/ijc.11474
- Hong Y, Li SQ, Hu YL, Wang ZQ. Survey of human papillomavirus types and their vertical transmission in pregnant women. BMC Infect Dis. 2013;13:109. https://doi.org/10.1186/1471-2334-13-109
- IARC. Human Papillomaviruses. International Agency for Research on Cancer (IARC), editor. Lyon: IARC; 2007.
- IARC. Monographs on the evaluation of carcinogenic risks to humans, Vol. 100B. A review of human carcinogens: biological agents. Lyon: International Agency for Research on Cancer; 2012.
- IKNL. Nederlandse Kankerregistratie 2025. Beschikbaar via: https://iknl.nl/nkr/nkr-cijfers. Geraadpleegd op 7-3-2025.
- Insinga RP, Dasbach EJ, Elbasha EH. Epidemiologic natural history and clinical management of Human Papillomavirus (HPV) Disease: a critical and systematic review of the literature in the development of an HPV dynamic transmission model. BMC Infect Dis. 2009;9:119. https://doi.org/10.1186/1471-2334-9-119
- Jaisamrarn U, Castellsague X, Garland SM, Naud P, Palmroth J, Del Rosario-Raymundo MR, et al. Natural history of progression of HPV infection to cervical lesion or clearance: analysis of the control arm of the large, randomised PATRICIA study. PLoS One. 2013;8(11):e79260. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0079260
- Kim SC, Glynn RJ, Giovannucci E, Hernandez-Diaz S, Liu J, Feldman S, et al. Risk of high-grade cervical dysplasia and cervical cancer in women with systemic inflammatory diseases: a population-based cohort study. Ann Rheum Dis. 2015;74(7):1360–7. https://doi.org/10.1136/annrheumdis-2013-204993
- Kusters JMA, Brouwer JGM, van Benthem BHB, Heijne JCM, Schim van der Loeff MF. Global Type-Specific Genital Human Papillomavirus Prevalence in Men, by Sexual Orientation: A Systematic Review and Meta-Analysis. J Infect Dis. 2023;228(8):1023–32. https://doi.org/10.1093/infdis/jiad109
- Lam JU, Rebolj M, Dugue PA, Bonde J, von Euler-Chelpin M, Lynge E. Condom use in prevention of Human Papillomavirus infections and cervical neoplasia: systematic review of longitudinal studies. J Med Screen. 2014;21(1):38–50. https://doi.org/10.1177/0969141314522454
- Larson DA, Derkay CS. Epidemiology of recurrent respiratory papillomatosis. APMIS. 2010;118(6-7):450–4. https://doi.org/10.1111/j.1600-0463.2010.02619.x
- Lechner M, Fenton TR. The Genomics, Epigenomics, and Transcriptomics of HPV-Associated Oropharyngeal Cancer--Understanding the Basis of a Rapidly Evolving Disease. Adv Genet. 2016;93:1–56. https://doi.org/10.1016/bs.adgen.2015.12.001
- Liu G, Sharma M, Tan N, Barnabas RV. HIV-positive women have higher risk of human papilloma virus infection, precancerous lesions, and cervical cancer. AIDS (London, England). 2018;32(6):795–808. https://doi.org/10.1097/qad.0000000000001765
- Louie KS, de Sanjose S, Diaz M, Castellsagué X, Herrero R, Meijer CJ, et al. Early age at first sexual intercourse and early pregnancy are risk factors for cervical cancer in developing countries. Br J Cancer. 2009;100(7):1191–7. https://doi.org/10.1038/sj.bjc.6604974
- Louvanto K, Sarkola M, Rintala M, Syrjanen K, Grenman S, Syrjanen S. Breast Milk Is a Potential Vehicle for Human Papillomavirus Transmission to Oral Mucosa of the Spouse. Pediatr Infect Dis J. 2017;36(7):627–30. https://doi.org/10.1097/INF.0000000000001546
- MacCosham A, El-Zein M, Burchell AN, Tellier PP, Coutlée F, Franco EL. Protection to Self and to One’s Sexual Partner After Human Papillomavirus Vaccination: Preliminary Analysis From the Transmission Reduction And Prevention with HPV Vaccination Study. Sex Transm Dis. 2022;49(6):414–22. https://doi.org/10.1097/olq.0000000000001620
- Machalek DA, Poynten M, Jin F, Fairley CK, Farnsworth A, Garland SM, et al. Anal human papillomavirus infection and associated neoplastic lesions in men who have sex with men: a systematic review and meta-analysis. Lancet Oncol. 2012;13(5):487–500. https://doi.org/10.1016/s1470-2045(12)70080-3
- Malagon T, Louvanto K, Wissing M, Burchell AN, Tellier PP, El-Zein M, et al. Hand-to-genital and genital-to-genital transmission of human papillomaviruses between male and female sexual partners (HITCH): a prospective cohort study. Lancet Infect Dis. 2019;19(3):317–26. https://doi.org/10.1016/S1473-3099(18)30655-8
- Malagón T, Trottier H, El-Zein M, Villa LL, Franco EL. Human Papillomavirus Intermittence and Risk Factors Associated With First Detections and Redetections in the Ludwig-McGill Cohort Study of Adult Women. J Infect Dis. 2023;228(4):402–11. https://doi.org/10.1093/infdis/jiad043
- Mammas IN, Sourvinos G, Spandidos DA. Human papilloma virus (HPV) infection in children and adolescents. Eur J Pediatr. 2009;168(3):267–73. https://doi.org/10.1007/s00431-008-0882-z
- Manhart LE, Koutsky LA. Do condoms prevent genital HPV infection, external genital warts, or cervical neoplasia? A meta-analysis. Sex Transm Dis. 2002;29(11):725–35. https://doi.org/10.1097/00007435-200211000-00018
- McDonald SA, Qendri V, Berkhof J, de Melker HE, Bogaards JA. Disease burden of human papillomavirus infection in the Netherlands, 1989-2014: the gap between females and males is diminishing. Cancer causes & control : CCC. 2017;28(3):203–14. https://doi.org/10.1007/s10552-017-0870-6
- Medeiros LR, Ethur AB, Hilgert JB, Zanini RR, Berwanger O, Bozzetti MC, et al. Vertical transmission of the human papillomavirus: a systematic quantitative review. Cad Saude Publica. 2005;21(4):1006–15. https://doi.org/10.1590/s0102-311x2005000400003
- Meites E, Wilkin TJ, Markowitz LE. Review of human papillomavirus (HPV burden and HPV vaccination for gay, bisexual, and other men who have sex with men and transgender women in the United States. Hum Vaccin Immunother. 2022;18(1):2016007. https://doi.org/10.1080/21645515.2021.2016007
- Merckx M, Liesbeth WV, Arbyn M, Meys J, Weyers S, Temmerman M, et al. Transmission of carcinogenic human papillomavirus types from mother to child: a meta-analysis of published studies. Eur J Cancer Prev. 2013;22(3):277–85. https://doi.org/10.1097/CEJ.0b013e3283592c46
- Mollers M, Vossen JM, Scherpenisse M, van der Klis FR, Meijer CJ, de Melker HE. Review: current knowledge on the role of HPV antibodies after natural infection and vaccination: implications for monitoring an HPV vaccination programme. J Med Virol. 2013;85(8):1379–85. https://doi.org/10.1002/jmv.23616
- Munoz N, Castellsague X, Berrington de Gonzalez A, Gissmann L. Chapter 1: HPV in the etiology of human cancer. Vaccine. 2006;24 Suppl 3:S3/1–10. https://doi.org/10.1016/j.vaccine.2006.05.115
- Nelson CW. Human papillomavirus genomics: Understanding carcinogenicity. Tumour Virus Res. 2023;15:200258. https://doi.org/10.1016/j.tvr.2023.200258
- Nobbenhuis MA, Helmerhorst TJ, van den Brule AJ, Rozendaal L, Bezemer PD, Voorhorst FJ, et al. High-risk human papillomavirus clearance in pregnant women: trends for lower clearance during pregnancy with a catch-up postpartum. Br J Cancer. 2002;87(1):75–80. https://doi.org/10.1038/sj.bjc.6600367
- Pandey D, Solleti V, Jain G, Das A, Shama Prasada K, Acharya S, et al. Human Papillomavirus (HPV) Infection in Early Pregnancy: Prevalence and Implications. Infect Dis Obstet Gynecol. 2019;2019:4376902. https://doi.org/10.1155/2019/4376902
- Pauli S, Kops NL, Bessel M, Lina Villa L, Moreno Alves Souza F, Mendes Pereira GF, et al. Sexual practices and HPV infection in unvaccinated young adults. Sci Rep. 2022a;12(1):12385. https://doi.org/10.1038/s41598-022-15088-8
- Pauli S, Kops NL, Bessel M, Lina Villa L, Moreno Alves Souza F, Mendes Pereira GF, et al. Sexual practices and HPV infection in unvaccinated young adults. Sci Rep. 2022b;12(1):12385. https://doi.org/10.1038/s41598-022-15088-8
- Pham QD, Prem K, Le TA, Van Trang N, Jit M, Nguyen TA, et al. Prevalence and risk factors for human papillomavirus infection among female sex workers in Hanoi and Ho Chi Minh City, Viet Nam: a cross-sectional study. Western Pac Surveill Response J. 2022;13(4):1–11. https://doi.org/10.5365/wpsar.2022.13.4.894
- Pickard RK, Xiao W, Broutian TR, He X, Gillison ML. The prevalence and incidence of oral human papillomavirus infection among young men and women, aged 18-30 years. Sex Transm Dis. 2012;39(7):559–66. https://doi.org/10.1097/OLQ.0b013e31824f1c65
- Plotkin S, Orenstein WA, Offit PA. Vaccines. 7 ed2018.
- Prabhu SR, Wilson DF. Human papillomavirus and oral disease - emerging evidence: a review. Aust Dent J. 2013;58(1):2–10; quiz 125. https://doi.org/10.1111/adj.12020
- Puranen M, Syrjanen K, Syrjanen S. Transmission of genital human papillomavirus infections is unlikely through the floor and seats of humid dwellings in countries of high-level hygiene. Scand J Infect Dis. 1996;28(3):243–6. https://doi.org/10.3109/00365549609027165
- Quinlan JD. Human Papillomavirus: Screening, Testing, and Prevention. Am Fam Physician. 2021;104(2):152–9.
- Rector A, Van Ranst M. Animal papillomaviruses. Virology. 2013;445(1-2):213–23. https://doi.org/10.1016/j.virol.2013.05.007
- Rettig EM, Fakhry C, Nathan CO. To kiss or not to kiss in the era of the human papillomavirus-associated head and neck cancer "epidemic"? Laryngoscope. 2019;129(1):4–5. https://doi.org/10.1002/lary.27277
- Rintala M, Grenman S, Puranen M, Syrjanen S. Natural history of oral papillomavirus infections in spouses: a prospective Finnish HPV Family Study. J Clin Virol. 2006;35(1):89–94. https://doi.org/10.1016/j.jcv.2005.05.012
- Rositch AF, Koshiol J, Hudgens MG, Razzaghi H, Backes DM, Pimenta JM, et al. Patterns of persistent genital human papillomavirus infection among women worldwide: a literature review and meta-analysis. Int J Cancer. 2013;133(6):1271–85. https://doi.org/10.1002/ijc.27828
- Sabeena S, Bhat P, Kamath V, Arunkumar G. Possible non-sexual modes of transmission of human papilloma virus. J Obstet Gynaecol Res. 2017;43(3):429–35. https://doi.org/10.1111/jog.13248
- Safaeian M, Castellsague X, Hildesheim A, Wacholder S, Schiffman MH, Bozonnat MC, et al. Risk of HPV-16/18 Infections and Associated Cervical Abnormalities in Women Seropositive for Naturally Acquired Antibodies: Pooled Analysis Based on Control Arms of Two Large Clinical Trials. J Infect Dis. 2018;218(1):84–94. https://doi.org/10.1093/infdis/jiy112
- Santana IU, Gomes Ado N, Lyrio LD, Rios Grassi MF, Santiago MB. Systemic lupus erythematosus, human papillomavirus infection, cervical pre-malignant and malignant lesions: a systematic review. Clin Rheumatol. 2011;30(5):665–72. https://doi.org/10.1007/s10067-010-1606-0
- Scherpenisse M, Schepp RM, Mollers M, Mooij SH, Meijer CJ, Berbers GA, et al. Comparison of different assays to assess human papillomavirus (HPV) type 16- and 18-specific antibodies after HPV infection and vaccination. Clin Vaccine Immunol. 2013;20(8):1329–32. https://doi.org/10.1128/CVI.00153-13
- Schiffman M, Castle PE, Jeronimo J, Rodriguez AC, Wacholder S. Human papillomavirus and cervical cancer. Lancet. 2007;370(9590):890–907. https://doi.org/10.1016/s0140-6736(07)61416-0
- Schiffman M, Kjaer SK. Chapter 2: Natural history of anogenital human papillomavirus infection and neoplasia. Monogr JNCI, editor2003.
- Schurink-van ’t Klooster TM, de Melker HE. HPV vaccination: Background information for the Dutch Health Council. Bilthoven: the National Institute for Public Health and the Environment; 2017. Beschikbaar via: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2017-0020.pdf.
- Serrano B, de Sanjosé S, Tous S, Quiros B, Muñoz N, Bosch X, et al. Human papillomavirus genotype attribution for HPVs 6, 11, 16, 18, 31, 33, 45, 52 and 58 in female anogenital lesions. European Journal of Cancer. 2015;51(13):1732–41. https://doi.org/https://doi.org/10.1016/j.ejca.2015.06.001
- Shah A, Malik A, Garg A, Mair M, Nair S, Chaturvedi P. Oral sex and human papilloma virus-related head and neck squamous cell cancer: a review of the literature. Postgrad Med J. 2017;93(1105):704–9. https://doi.org/10.1136/postgradmedj-2016-134603
- Shew ML, Fortenberry JD, Tu W, Juliar BE, Batteiger BE, Qadadri B, et al. Association of condom use, sexual behaviors, and sexually transmitted infections with the duration of genital human papillomavirus infection among adolescent women. Arch Pediatr Adolesc Med. 2006;160(2):151–6. https://doi.org/10.1001/archpedi.160.2.151
- Smith EM, Parker MA, Rubenstein LM, Haugen TH, Hamsikova E, Turek LP. Evidence for vertical transmission of HPV from mothers to infants. Infect Dis Obstet Gynecol. 2010;2010:326369. https://doi.org/10.1155/2010/326369
- Smith JS, Green J, Berrington de Gonzalez A, Appleby P, Peto J, Plummer M, et al. Cervical cancer and use of hormonal contraceptives: a systematic review. Lancet. 2003;361(9364):1159–67. https://doi.org/10.1016/s0140-6736(03)12949-2
- Snijders PJ, Steenbergen RD, Heideman DA, Meijer CJ. HPV-mediated cervical carcinogenesis: concepts and clinical implications. J Pathol. 2006;208(2):152–64. https://doi.org/10.1002/path.1866
- Sonawane K, Suk R, Chiao EY, Chhatwal J, Qiu P, Wilkin T, et al. Oral Human Papillomavirus Infection: Differences in Prevalence Between Sexes and Concordance With Genital Human Papillomavirus Infection, NHANES 2011 to 2014. Ann Intern Med. 2017;167(10):714–24. https://doi.org/10.7326/M17-1363
- Stanley M. HPV - immune response to infection and vaccination. Infect Agent Cancer. 2010;5:19. https://doi.org/10.1186/1750-9378-5-19
- Stern PL, van der Burg SH, Hampson IN, Broker TR, Fiander A, Lacey CJ, et al. Therapy of human papillomavirus-related disease. Vaccine. 2012;30 Suppl 5(0 5):F71–82. https://doi.org/10.1016/j.vaccine.2012.05.091
- Sung H, Ferlay J, Siegel RL, Laversanne M, Soerjomataram I, Jemal A, et al. Global Cancer Statistics 2020: GLOBOCAN Estimates of Incidence and Mortality Worldwide for 36 Cancers in 185 Countries. CA Cancer J Clin. 2021;71(3):209–49. https://doi.org/10.3322/caac.21660
- Syrjanen S. Oral manifestations of human papillomavirus infections. Eur J Oral Sci. 2018;126 Suppl 1(Suppl Suppl 1):49–66. https://doi.org/10.1111/eos.12538
- Tian T, Fu L, Lin YF, Zou H. Potential role of naturally acquired immunity against HPV in the control of HPV related diseases. Lancet Reg Health West Pac. 2021;13:100220. https://doi.org/10.1016/j.lanwpc.2021.100220
- Timbang MR, Sim MW, Bewley AF, Farwell DG, Mantravadi A, Moore MG. HPV-related oropharyngeal cancer: a review on burden of the disease and opportunities for prevention and early detection. Hum Vaccin Immunother. 2019;15(7-8):1920–8. https://doi.org/10.1080/21645515.2019.1600985
- Tobian AA, Kong X, Gravitt PE, Eaton KP, Kigozi G, Serwadda D, et al. Male circumcision and anatomic sites of penile high-risk human papillomavirus in Rakai, Uganda. Int J Cancer. 2011;129(12):2970–5. https://doi.org/10.1002/ijc.25957
- Tsao AS, Papadimitrakopoulou V, Lin H, Guo M, Lee JJ, Holsinger FC, et al. Concordance of oral HPV prevalence between patients with oropharyngeal cancer and their partners. Infect Agent Cancer. 2016;11:21. https://doi.org/10.1186/s13027-016-0066-9
- van de Laar RLO, Hofhuis W, Duijnhoven RG, Polinder S, Melchers WJG, van Kemenade FJ, et al. Adjuvant VACcination against HPV in surgical treatment of Cervical Intra-epithelial Neoplasia (VACCIN study) a study protocol for a randomised controlled trial. BMC Cancer. 2020;20(1):539. https://doi.org/10.1186/s12885-020-07025-7
- Vardas E, Giuliano AR, Goldstone S, Palefsky JM, Moreira ED, Jr., Penny ME, et al. External genital human papillomavirus prevalence and associated factors among heterosexual men on 5 continents. J Infect Dis. 2011;203(1):58–65. https://doi.org/10.1093/infdis/jiq015
- Vink MA, Bogaards JA, van Kemenade FJ, de Melker HE, Meijer CJ, Berkhof J. Clinical progression of high-grade cervical intraepithelial neoplasia: estimating the time to preclinical cervical cancer from doubly censored national registry data. Am J Epidemiol. 2013;178(7):1161–9. https://doi.org/10.1093/aje/kwt077
- Wang K, Muñoz KJ, Tan M, Sütterlin C. Chlamydia and HPV induce centrosome amplification in the host cell through additive mechanisms. Cell Microbiol. 2021;23(12):e13397. https://doi.org/10.1111/cmi.13397
- Wei F, Georges D, Man I, Baussano I, Clifford GM. Causal attribution of human papillomavirus genotypes to invasive cervical cancer worldwide: a systematic analysis of the global literature. Lancet. 2024;404(10451):435–44. https://doi.org/10.1016/s0140-6736(24)01097-3
- WHO (World Health Organization ). Cervical cancer, human papillomavirus (HPV) and HPV vaccines: key points for policy-makers and health professionals.; 2008. Beschikbaar via: https://iris.who.int/handle/10665/69873.
- WHO. Human papillomavirus vaccines: WHO position paper, December 2022. 2022.December Beschikbaar via: https://www.who.int/publications/i/item/who-wer9750-645-672.
- Winer RL, Hughes JP, Feng Q, O’Reilly S, Kiviat NB, Holmes KK, et al. Condom use and the risk of genital human papillomavirus infection in young women. N Engl J Med. 2006;354(25):2645–54. https://doi.org/10.1056/NEJMoa053284
- Winer RL, Kiviat NB, Hughes JP, Adam DE, Lee SK, Kuypers JM, et al. Development and duration of human papillomavirus lesions, after initial infection. J Infect Dis. 2005;191(5):731–8. https://doi.org/10.1086/427557
- Wissing MD, Louvanto K, Comète E, Burchell AN, El-Zein M, Rodrigues A, et al. Human Papillomavirus Viral Load and Transmission in Young, Recently Formed Heterosexual Couples. J Infect Dis. 2019;220(7):1152–61. https://doi.org/10.1093/infdis/jiz238
- Yao X, Chen W, Zhao C, Wei L, Hu Y, Li M, et al. Naturally acquired HPV antibodies against subsequent homotypic infection: A large-scale prospective cohort study. Lancet Reg Health West Pac. 2021;13:100196. https://doi.org/10.1016/j.lanwpc.2021.100196
- Yokoji K, Giguère K, Malagón T, Rönn MM, Mayaud P, Kelly H, et al. Association of naturally acquired type-specific HPV antibodies and subsequent HPV re-detection: systematic review and meta-analysis. Infect Agent Cancer. 2023;18(1):70. https://doi.org/10.1186/s13027-023-00546-3
- Zagorianakou N, Mitrogiannis I, Konis K, Makrydimas S, Mitrogiannis L, Makrydimas G. The HPV-DNA Test in Pregnancy: A Review of the Literature. Cureus. 2023;15(5):e38619. https://doi.org/10.7759/cureus.38619
- Zhang J, Ke Y, Chen C, Jiang Z, Liu H, Liu Y, et al. HPV cancer burden by anatomical site, country, and region in 2022. Scientific Reports. 2025;15(1):21048. https://doi.org/10.1038/s41598-025-06700-8
- Zhang S, Xu H, Zhang L, Qiao Y. Cervical cancer: Epidemiology, risk factors and screening. Chin J Cancer Res. 2020;32(6):720–8. https://doi.org/10.21147/j.issn.1000-9604.2020.06.05
- Zielinski GD, Snijders PJ, Rozendaal L, Voorhorst FJ, van der Linden HC, Runsink AP, et al. HPV presence precedes abnormal cytology in women developing cervical cancer and signals false negative smears. Br J Cancer. 2001;85(3):398–404. https://doi.org/10.1054/bjoc.2001.1926