Publicatiedatum: 13 april 2026

Nieuw in versie 2026

Gezondheidsraadadvies ‘Vaccinatie tegen (humaanpapillomavirus) (2025)’ is toegevoegd. De paragraaf ‘Effectiviteit’ en ‘Beschermingsduur en revaccinatie’ zijn geactualiseerd. Overwegingen voor vaccinatie op eigen verzoek zijn opgenomen. De uitkomst van een RCT (Van de Laar 2025) over het effect van HPV-vaccinatie op het recidief risico bij vrouwen die behandeld zijn voor een voorstadium van cervixcarcinoom (CIN2-3), is opgenomen in de factsheet. Informatie over HPV-vaccinatie boven de leeftijd van 26 jaar, is toegevoegd.   

blok

Doel en doelgroep

Deze vaccinatiefactsheet geeft de actuele kennis en toepassingsgebieden weer voor een uniforme werkwijze van zorgprofessionals. De factsheet is gebaseerd op recente kennis, inzichten en kwaliteitsdocumenten en geeft informatie over de geregistreerde vaccins, de toepassingen, eigenschappen, contra-indicaties, vaccinatieschema’s en werkingsduur. Zie Ontwikkeling Vaccinatiefactsheets.

HPV-vaccinatie

HPV-vaccin is een vaccin tegen humaanpapillomavirusinfecties die kunnen leiden tot HPV-geassocieerde kankers (kanker aan de mond- en keelholte, penis, anus, vagina, schaamlippen/vulva en baarmoederhals) en anogenitale wratten. Voor informatie over deze ziekten zie LCI-richtlijn HPV-gerelateerde maligniteiten en LCI-richtlijn anogenitale wratten. Deze factsheet geeft informatie over de geregistreerde vaccins, de toepassingen, eigenschappen, contra-indicaties, vaccinatieschema’s en werkingsduur.

Indicaties

Hieronder worden indicaties genoemd die volgen uit een programmatisch aanbod en/of overige indicaties volgend uit bestaande kwaliteitsstandaarden. 

Programmatisch aanbod

Tabel: Programmatisch aanbod
IndicatieToelichting
(Rijksvaccinatieprogramma) < 18 jaarAlle kinderen tot de 18e verjaardag. De jongvolwassenen uit de cohort 2005 krijgen in 2024 nog een uitnodiging om de vaccinatieserie af te maken bij de JGZ, indien van toepassing. Zie Rijksvaccinatieprogramma HPV-vaccinatie.

Overige indicaties 

Tabel: Overige indicaties
* In een RCT onder vrouwen, die behandeld zijn voor voorstadium van cervixcarcinoom (CIN2 of CIN3) is aangetoond dat HPV-vaccinatie na de ingreep niet leidt tot een significant lager recidief risico (Van de Laar 2025). Vaccinatie helpt niet om bestaande laesies of infecties op te ruimen, maar beschermt wel tegen nieuwe HPV-infecties (Kassam 2025). Vaccinatie kan op individuele basis, mede afhankelijk van het blootstellingsrisico dan wel leeftijd, in dat geval enkel worden overwogen om nieuwe infecties te voorkomen. 
IndicatieToelichting
Medische indicatie:
  • Mensen met hiv of onderdrukte immuniteit. De werkzaamheid van het vaccin kan negatief beïnvloed worden door een afweerstoornis of door immunosuppressie. Zie WHO recommendation en Handleiding Vaccinatie bij chronisch inflammatoire aandoeningen.
  • De FMS richtlijn CIN AIS en VAIN (2021) vermeldt dat er aanwijzingen zijn dat vaccinatie met een profylactisch (quadrivalent) hrHPV-vaccin na behandeling het risico op het ontwikkelen van een hooggradig recidief (CIN2-3) vermindert*.
  • Mensen met IBD (inflammatory bowel disease) (Kirchgesner 2022, Sheena Crosby 2021, Jones 2021), zowel door de ziekte zelf als door de evt. behandeling.
  • Mensen met AIIRD (autoimmune inflammatory rheumatic disease waaronder o.a. SLE), zowel door de ziekte zelf als door de evt. behandeling. Zie Eular update 2021.
  • Mensen met fanconi-anemie, zie SKION Richtlijn Fanconi Anemie.
Gedragsgebonden indicaties:Voor andere groepen dan hierboven vermeld, met een verhoogd risico op het oplopen van een HPV-infectie, zijn er geen erkende richtlijnen of kwaliteitstandaarden in Nederland die vaccinatie aanbevelen. Hiervoor gelden de overwegingen zoals beschreven onder ‘op eigen verzoek’.

Kosten en vergoedingen vaccinaties

Kosten en vergoedingen vaccinaties

Als er een medische indicatie is voor een vaccin, betekent dat niet dat het daarmee automatisch voor vergoeding in aanmerking komt. Zie medicijnkosten.nl voor informatie over de kosten en de extramurale vergoeding van vaccins. Vaccinaties voor medische risicogroepen op indicatie van een behandelend arts kunnen vergoed worden via de Zorgverzekeringswet. Informatie over de vergoeding binnen de medisch-specialistische zorg en de mogelijkheden voor intramurale vergoeding is te vinden op de pagina Vaccinaties binnen de medisch-specialistische zorg (Nederlandse Zorgautoriteit.

Voor algemene vragen over de (intramurale en extramurale) vergoeding van vaccinaties binnen de Zorgverzekeringswet kan men terecht bij Zorginstituut Nederland via vragenaanzin@zinl.nl. Voor specifieke vragen kan men terecht bij de individuele zorgverzekeraar.

Op eigen verzoek

Het vaccin Cervarix dat tot najaar 2026 in het RVP gebruikt wordt, beschermt niet tegen genitale wratten. Mensen die ook beschermd willen worden tegen genitale wratten kunnen op eigen verzoek en kosten gevaccineerd worden met Gardasil of Gardasil 9. Vanaf najaar 2026 zal binnen het RVP ook worden gevaccineerd met het 9-valente (humaanpapillomavirus)-vaccin, zie het Gezondheidsraadadvies 2025 en de Kamerbrief (pdf) van oktober 2025.

Overwegingen die bij individuele indicatiestelling een rol kunnen spelen:

  • De te verwachten gezondheidswinst. HPV-vaccinatie geeft een hoge bescherming tegen het ontstaan van baarmoederhalskanker en kan bescherming bieden tegen kanker aan de anus, mond, keel en penis. Bij sommige HPV gerelateerde kankers is de associatie met HPV minder sterk, omdat ook andere factoren dan HPV-infecties daar een belangrijke rol in spelen, zie ook het rapport van de Gezondheidsraad (2019). HPV-vaccinatie met Gardasil 4 en 9 geven ook bescherming tegen anogenitale wratten.
  • Seksuele anamnese. Aangezien de hoogrisico-HPV-typen voornamelijk seksueel worden overgedragen, levert vaccinatie voor het eerste seksuele contact de meeste gezondheidswinst op en neemt de gezondheidswinst af bij vaccinatie na  een toenemend aantal seksuele contacten. Echter ook na het eerste seksuele contact blijft de gezondheidswinst door vaccineren relevant aangezien het onwaarschijnlijk is dat alle in het vaccin aanwezige HPV-typen al een keer opgelopen zijn (Falcaro 2021). Blootstelling in het verleden en het in de toekomst verwachtte blootstellingsrisico kunnen worden meegenomen in de overweging.
  • Vaccineffectiviteit en leeftijd. De vaccineffectiviteit is vastgesteld bij vrouwen tot 26 jaar, waarbij in meerdere onderzoeken is aangetoond dat vaccinatie minder effectief wordt naarmate de leeftijd bij start vaccinatie hoger is (Silverberg, Oliveira, Herweijer). In een meta-analyse is de vaccineffectiviteit tegen cervixafwijkingen bij vaccinatie op leeftijd 18-26 jaar al substantieel lager dan bij vaccinatie op jongere leeftijd (Ellingson 2023).
    Voor effectiviteit van HPV-vaccinatie boven de leeftijd van 26 jaar is slechts beperkt bewijs (ACIP-CDC), en dat bewijs is op basis van een 3 doses schema (FUTURE III study). De effectiviteit van de HPV-vaccinatie neemt af omdat  de meeste personen dan al HPV-infecties hebben opgelopen en het vaccin geen effect heeft op actieve HPV-infecties of al aanwezige klinische ziekte veroorzaakt door HPV. Vaccinatie van vrouwen boven 26 jaar wordt niet routinematig aanbevolen, maar kan op individuele basis worden overwogen als er vanwege seksueel gedrag risico is op nieuwe HPV-infecties en de kans op reeds opgelopen besmetting klein is. Het vaccinatieschema voor deze leeftijdsgroep, is 3 doses (0,2,6 maanden), zie Gov.au Immunisation handbook.
  • Seksuele oriëntatie. Mannen die seks hebben met mannen (MSM) hebben een grotere kans op orale en anogenitale maligniteiten dan mannen die geen seks hebben met mannen.  (mannen die seks hebben met mannen) profiteren minder van de groepsimmuniteit door de vaccinatie van vrouwen sinds de opname van HPV-vaccinatie in het RVP. Sinds 2022 krijgen ook jongens de HPV-vaccinatie aangeboden. In 2023 was er een inhaalcampagne voor 18-26-jarige mannen. Dit kan de groepsimmuniteit voor mannen in de toekomst verbeteren.
  • Wens voor bescherming tegen genitale wratten: bij een wens om ook te beschermen tegen genitale wratten kan gevaccineerd worden met Gardasil of Gardasil 9.
  • Vaccinatie na behandeling van voorstadia van cervixcarcinoom (CIN 2-3). In een RCT onder vrouwen die behandeld zijn voor voorstadium van cervixcarcinoom (CIN2 of CIN3) is aangetoond dat HPV-vaccinatie na de ingreep niet leidt tot een significant lager recidief risico (Van de Laar 2025). Vaccinatie helpt niet om bestaande laesies of infecties op te ruimen, maar beschermt wel tegen nieuwe HPV-infecties. (Kassam 2025). Vaccinatie kan op individuele basis, mede afhankelijk van het blootstellingsrisico dan wel leeftijd, in dat geval enkel worden overwogen om nieuwe infecties te voorkomen. Dit geldt vooral voor vrouwen jonger dan 26 jaar, omdat de effectiviteit tegen nieuwe infecties vooral in deze leeftijdsgroep is bepaald.
  • Bij een afwijking in een PAP-uitstrijkje bij screening, een vastgestelde HPV-infectie of een CIN1-afwijking: Vaccinatie helpt niet om bestaande laesies of infecties op te ruimen, maar beschermt wel tegen nieuwe HPV-infecties. Vaccinatie kan op individuele basis, mede afhankelijk van het blootstellingsrisico dan wel leeftijd, in dat geval enkel worden overwogen om nieuwe infecties te voorkomen. Dit geldt vooral voor vrouwen jonger dan 26 jaar, omdat de effectiviteit tegen nieuwe infecties vooral in deze leeftijdsgroep is bepaald. 

Geregistreerde vaccins

Geen van de drie bovengenoemde vaccins is in Europa geregistreerd voor de bescherming tegen peniskanker en kanker van de mond-/keelholte, mede omdat ook andere factoren dan HPV-infecties daar een belangrijke rol in spelen. Zie ook het rapport van de Gezondheidsraad (2019).

Tabel: Geregistreerde vaccins 
Voor een volledig overzicht van bestanddelen zie de SmPC-teksten
Houd er rekening mee dat wanneer een vaccin geregistreerd is, dit niet automatisch betekent dat het ook verkrijgbaar is in Nederland. Voor een overzicht van geregistreerde vaccins zie dit overzicht van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. Als een persoon buiten de genoemde indicaties valt en – na overleg met huisarts of vaccinatiebureau - toch het vaccin wil krijgen, dan kan dat op eigen kosten via de huisarts, (Gemeentelijke gezondheidsdienst) of ander vaccinatiebureau.
Merknaam SamenstellingLeeftijd waarvoor het vaccin geregistreerd is
Cervarix Bijsluiter en SmPC-tekst

HPV-16 20 mcg, HPV-18
20 mcg. 1 dosis is 0,5 ml

Beschermt tegen HPV-16, -18 en de daardoor veroorzaakte premaligne laesies (cervicaal, vulvair, vaginaal, anaal) en maligne laesies (cervicaal, vulvair, vaginaal en anaal)

Vanaf 9 jaar
Gardasil Bijsluiter en SmPC-tekst

HPV-6 20 mcg, HPV-11 40 mcg, HPV-16 40 mcg, HPV-18 20 mcg. 1 dosis is 0,5 ml

Beschermt tegen HPV-6, -11, -16, -18 en de daardoor veroorzaakte genitale wratten, premaligne laesies (cervicaal, vulvair, vaginaal en anaal) en maligne laesies: (cervicaal, vulvair, vaginaal en anaal).

Vanaf 9 jaar
Gardasil 9 Bijsluiter en SmPC-tekst

HPV-6 30 mcg, HPV-11 40 mcg, HPV-16 60 mcg, HPV-18 40 mcg, HPV-31 20 mcg, HPV-33 20 mcg, HPV-45 20 mcg, HPV-52 20 mcg. HPV-58 20 mcg. 1 dosis is 0,5 ml

Beschermt tegen HPV-6, -11, -16, -18 en de daardoor veroorzaakte genitale wratten, larynxpapillomen, premaligne laesies (cervicaal, vulvair, vaginaal en anaal) en maligne laesies: (cervicaal, vulvair, vaginaal en anaal).

Vanaf 9 jaar

Eigenschappen vaccins

De vaccins Cervarix, Gardasil en Gardasil 9 zijn  geproduceerd door middel van recombinante DNA-technieken en bestaan uit virus-like particles (VLPs) die zijn gebaseerd op het L1-eiwit van HPV. Na vaccinatie maakt het lichaam tegen deze VLPs antistoffen aan die HPV effectief neutraliseren. Het vaccin bevat geen delen of erfelijk materiaal van het virus zelf, er is dus geen risico op ziekte (of maligniteiten) veroorzaakt door het vaccin.

Doseringsschema

Eind 2022 verschenen adviezen van de Gezondheidsraad (2022) en de  (World Health Organization) (2022) waarbij een 2-dosesschema met een interval van minimaal 6 maanden voor alle gezonde personen vanaf 9 jaar geadviseerd werd, ongeacht de leeftijd en het type vaccin. De Gezondheidsraad gaf aan dat er voor een 1-dosisschema nog te veel onzekerheid omtrent het aanhouden van het effect van vaccinatie bestaat. Het ministerie van  (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) heeft het advies overgenomen (Kamerbrief 2022). In het RVP wordt bij de HPV-vaccinatie sinds 2023 gevaccineerd volgens een 2-dosesschema

Bij vrouwen van 26 jaar en ouder, die vanwege seksueel gedrag risico hebben op nieuwe HPV-infecties, kan op individuele basis overwogen worden op te vaccineren met een drie doses schema (0, 2, 6 mnd), zie Australian Immunisation Handbook.

Immuungecompromitteerde personen en personen met hiv (ook met een normaal CD4-getal) houden een 3-dosesschema (0, 1-2 en 6 maanden) in lijn met het advies van de WHO en de JCVI (Joint Committee on Vaccination and Immunisation). De immuunrespons op de HPV-vaccinatie bij personen met of zonder hiv valt doorgaans uit in het nadeel van de personen met hiv, ook onder antiretrovirale therapie (Lacey 2019). Momenteel is nog onvoldoende bekend over de immunogeniciteit en effectiviteit bij personen met hiv om een ander doseringsschema dan een 3-dosesschema te rechtvaardigen. 

In een RCT onder vrouwen, die behandeld zijn voor voorstadium van cervixcarcinoom (CIN2-3) is aangetoond dat HPV-vaccinatie na de ingreep niet leidt tot een significant lager recidief risico (Van de Laar 2025). Vaccinatie kan op individuele basis, mede afhankelijk van het blootstellingsrisico dan wel leeftijd, in dat geval enkel worden overwogen om nieuwe infecties te voorkomen. In dat geval wordt bij personen met een bestaand (dan wel behandeld) voorloperstadium van cervixkanker (CIN2-3) het 3-dosesschema op 0-1-6-maanden aangehouden (SmPC teksten, addendum RVP-richtlijn Uitvoering in afstemming met de  (Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie)).

Onderstaande vaccins hebben volgens de bijsluiter een registratie voor een 3-dosesschema. Het 2‑dosesschema is off-label. Dit is echter voldoende onderbouwd in de literatuur en in het advies van de Gezondheidsraad. Ook in het RVP wordt bij de HPV-vaccinatie sinds 2023 gevaccineerd volgens een 2‑dosesschema.

Tabel: Doseringsschema
* Vanaf najaar 2026 zal binnen het RVP worden gevaccineerd met het 9-valente HPV-vaccin, zie het Gezondheidsraadadvies 2025 en de Kamerbrief van oktober 2025 (pdf). Aangaande de overstap naar het 9-valante HPV-vaccin, vermeldt het Gezondheidsraadadvies dat in een overgangsperiode een vaccinatieserie kan bestaan uit het 2-valente vaccin (1e dosis) gevolgd door het 9-valente vaccin (2e dosis). De gezondheidsraad geeft aan dat hier op grond van de werkzaamheid en veiligheid van vaccinatie geen bezwaar tegen is.
** Op indicatie is een 0,1,6-maandenschema mogelijk binnen het RVP. Bij een al eerder opgestart 3-dosesschema dit afmaken volgens het 0,1,6-maandenschema. Als de eerste vaccinatie lang geleden is, hoeft het schema niet opnieuw te worden opgestart. Het is aan te raden alle vaccinaties met hetzelfde vaccin te geven. De HPV-vaccins zijn uitwisselbaar en in een serie na elkaar te gebruiken (van laag- naar hoogvalent).
DoelgroepDoseringSchemaEvaluatie
Rijksvaccinatieprogramma 9-18 jaar0,5 ml Cervarix*0, > 6 mnd**Serie bij voorkeur voltooien binnen 1 jaar
Mensen met gestoorde immuniteit vanaf 9 jaar0,5 ml Cervarix, Gardasil of Gardasil 90, 1-2, 6 mndSerie bij voorkeur voltooien binnen 1 jaar
Mensen met hiv vanaf 9 jaar0,5 ml Cervarix, Gardasil of Gardasil 90, 1-2, 6 mndSerie bij voorkeur voltooien binnen 1 jaar
Op eigen verzoek van 9 jaar – 25 jaar0,5 ml Cervarix, Gardasil of Gardasil 90, > 6 mndSerie bij voorkeur voltooien binnen 1 jaar
Personen ≥ 26 jaar0,5 ml Cervarix, Gardasil of Gardasil 90, 1-2, 6 mndSerie bij voorkeur voltooien binnen 1 jaar

Contra-indicaties

Absolute contra-indicaties:

  • (Ernstige) overgevoeligheid voor de werkzame stof(fen) of voor (een van) de hulpstoffen;
  • (Ernstige) overgevoeligheid na eerdere toediening van HPV-vaccins.

Relatieve contra-indicaties:

  • Acute, ernstige, met koorts gepaard gaande ziekte (dan vaccinatie uitstellen).
  • Ernstig verhoogde bloedingsneiging, zowel aangeboren als verworven. Zie voor verdere informatie: RVP-richtlijn Uitvoering Contra-indicaties.
  • Zwangerschap. Vaccineer bij voorkeur buiten de zwangerschap. Als het vaccin toch toegediend wordt tijdens de zwangerschap dan is de verwachting dat dit geen risico’s oplevert voor moeder of kind (Garland 2009).
  • Lactatie. Vaccineer bij voorkeur buiten de lactatieperiode. Mocht het vaccin toch toegediend worden tijdens de lactatie dan is de verwachting dat dit zonder risico’s voor het kind is.

Interferenties

Indien gelijktijdige toediening met andere vaccins nodig wordt geacht, moeten de vaccins op verschillende injectieplaatsen worden toegediend. Het is onwaarschijnlijk dat gelijktijdige toediening met andere vaccins zal resulteren in een vermindering van de immuunrespons.

Veiligheid en bijwerkingen

Zoals bij alle vaccinaties kunnen er milde bijwerkingen worden verwacht zoals slaperigheid, hoofdpijn, plaatselijke reacties zoals roodheid, zwelling en pijn op de injectieplaats. 

Er zijn geen aanwijzingen voor ernstige negatieve gevolgen van HPV-vaccinatie, ook niet op lange termijn (Arnheim 2013, Macki 2016, Gezondheidsraad 2019, Rosillon 2020). Voor verschillende ernstige bijwerkingen die gerapporteerd zijn na de HPV-vaccinatie is nader onderzoek verricht. Uit dit onderzoek blijkt geen verband tussen vaccinatie tegen HPV en verschillende aandoeningen of syndromen of het optreden van auto-immuunziekten. Onderzoek wijst uit dat er geen verband is tussen het chronische-vermoeidheidssyndroom (CVS) en de HPV-vaccinatie (Schurink-van ’t Klooster 2018, Donegan 2013, EMA 2015). Er zijn geen aanwijzingen dat HPV-vaccinatie de vruchtbaarheid vermindert (Wise 2008, Wise 2010, Segal 2011).

content bijwerkingen

Zie voor het volledige overzicht van de bijwerkingen de bijsluiters van de vaccins. Zie ook bijwerkingencentrum Lareb.

Zorgprofessionals en niet-zorgprofessionals kunnen contact opnemen met Lareb voor het melden van postvaccinale verschijnselen/bijwerkingen. Dit kan via een meldformulier op de website van Lareb: www.lareb.nl.

Lareb geeft geen medisch advies. Bij gezondheidsklachten of vragen wordt geadviseerd contact op te nemen met de arts of apotheker.

Effectiviteit

De werkzaamheid (efficacy) wordt bepaald in vergelijkende klinische studies en uitgedrukt in een percentage van het aantal voorkomen ziektegevallen in de gevaccineerde groep ten opzichte van het aantal ziektegevallen in de groep die placebo kreeg. Een werkzaamheid van 80% wil zeggen dat er in de gevaccineerde groep 80% minder ziektegevallen waren.

De effectiviteit (effectiveness) beschrijft de bescherming van het vaccin onder alledaagse omstandigheden. De effectiviteit wordt daarmee bepaald door meer factoren dan de werkzaamheid, bijvoorbeeld hoe goed het vaccin aangepast is aan het virus of de bacterie die mensen in die periode ziek maakt, de leeftijd en gezondheid van de gevaccineerden en eerdere infecties of vaccinaties. Sommige groepen (zoals immuungecompromitteerden of de alleroudsten) zijn vaak niet opgenomen in klinische studies, maar soms is er wel data over de effectiviteit uit observationeel onderzoek.

De immunogeniciteitsgegevens (vaccinrespons, de antistoffenconcentraties in bloedmonsters van gevaccineerden) kunnen een indicatie van de werkzaamheid geven, mits bekend is welke antistofconcentraties nodig zijn voor bescherming tegen ziekte.

Bij HPV-vaccinatie is het primaire doel het voorkomen van het ontstaan van maligniteiten door HPV. Op basis van Nederlandse data is de effectiviteit van het 2-valente vaccin tegen baarmoederhalskanker meer dan 90% (risicoratio 0,085; 95% BI 0,025-0,24). Bij CIN3- of hoger laesies is de risicoratio 0,19 (95% BI 0,16-0,23). Dit is in lijn met internationale literatuur (Falcaro 2021, Lauri 2022).

De effectiviteit op het voorkomen van genitale wratten door type 6 en 11 na vaccinatie met Gardasil of Gardasil 9 is meer dan 95% voor iemand die nog niet geïnfecteerd is met deze types (Bosch 2013).

Net als bij andere vaccins kan het zijn dat bij personen die immunogecompromitteerd zijn geen adequate respons wordt bereikt. Zie ook Handleiding Vaccinatie bij chronisch inflammatoire aandoeningen.

Beschermingsduur en revaccinatie

HPV-vaccins zijn sinds 2006/2007 op de markt. Er zijn nog geen aanwijzingen voor een vermindering van de immunogeniciteit en effectiviteit over de tijd. Na 12 jaar werd nog altijd een hoge antistoftiter met goede effectiviteit gevonden tegen de verschillende HPV-types (WHO 2022). Revaccinatie is vooralsnog niet geïndiceerd.

Literatuur

  • Agence nationale de sécurité des medicaments et des produits de santé. Vaccins anti-HPV et risque de maladies autoimmunes: étude pharmacoépidémiologique. 2015.
  • Arnheim-Dahlstrom L, Pasternak B, Svanstrom H, Sparen P, Hviid A. Autoimmune, neurological, and venous thromboembolic adverse events after immunisation of adolescent girls with quadrivalent human papillomavirus vaccine in Denmark and Sweden: cohort study. BMJ. 2013;347:f5906. DOI: 10.1136/bmj.f5906
  • Beachler DC, Jenkins G, Safaeian M, Kreimer AR, Wentzensen N. Natural Acquired Immunity Against Subsequent Genital Human Papillomavirus Infection: A Systematic Review and Meta-analysis. J Infect Dis. 2016;213(9):1444-54.  DOI: 10.1093/infdis/jiv753
  • De Vincenzo R, Conte C, Ricci C, Scambia G, Capelli G. Long-term efficacy and safety of human papillomavirus vaccination. Int J Womens Health. 2014;6:999-1010. DOI: 10.2147/IJWH.S50365
  • Dobson SR, McNeil S, Dionne M, et al. Immunogenicity of 2 doses of HPV vaccine in younger adolescents vs 3 doses in young women: a randomized clinical trial. JAMA 2013; 309:1793–802. DOI: 10.1001/jama.2013.1625
  • Donegan K, Beau-Lejdstrom R, King B, Seabroke S, Thomson A, Bryan P. Bivalent human papillomavirus vaccine and the risk of fatigue syndromes in girls in the UK. Vaccine. 2013;31(43):4961-7. DOI: 10.1016/j.vaccine.2013.08.024
  • EMA. HPV vaccines: EMA confirms evidence does not support that they cause CRPS or POTS. 20 nov 2015
  • Falcaro M, Castañon A, Ndlela B, Checchi M, Soldan K, Lopez-Bernal J, Elliss-Brookes L,  Sasieni P. The effects of the national HPV vaccination programme in England, UK, on cervical cancer and grade 3 cervical intraepithelial neoplasia incidence: a register-based observational study. Lancet 2021. DOI: 10.1016/S0140-6736(21)02178-4
  • García-Carrasco M, Mendoza-Pinto C, Rojas-Villarraga A, Molano-González N, Vallejo-Ruiz V, Munguía-Realpozo P, Colombo AL & Cervera R. Prevalence of cervical HPV infection in women with systemic lupus erythematosus: A systematic review and meta-analysis. Autoimmunity reviews 18(2), 184-191. (2019)DOI: 10.1016/j.autrev.2018.09.001
  • Garland SM, Ault KA, Gall SA, Paavonen J, Sings HL, Ciprero KL, et al. Pregnancy and infant outcomes in the clinical trials of a human papillomavirus type 6/11/16/18 vaccine: a combined analysis of five randomized controlled trials. Obstet Gynecol. 2009;114(6):1179-88. DOI: 10.1097/AOG.0b013e3181c2ca21
  • Gezondheidsraad. Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker (2008)
  • Gezondheidsraad. Vaccinatie tegen HPV (2019)
  • Gezondheidsraad. Aanpassing doses HPV-vaccinatie (2022)
  • Georgousakis M, Jayasinghe S, Brotherton J, Gilroy N, Chiu C, Macartney K. Population-wide vaccination against human papillomavirus in adolescent boys: Australia as a case study. Lancet Infect Dis. 2012;12(8):627-34.
  • Gov.Au https://immunisationhandbook human-papillomavirus-hpv
  • JCVI statement on a one dose schedule, April 2022 via https://www.gov.uk/government/publications/jcvi-updated-statement-on-the-covid-19-vaccination-programme-for-autumn-2022
  • Harper DM, DeMars LR. HPV vaccines – A review of the first decade. Gynecologic Oncology. 2017;146(1):196-204. DOI: 10.1016/j.ygyno.2017.04.004
  • Kassam 2025 Kassam P, Laurie C, El-Zein M, Tota JE, Tellier PP, Coutlée F, Burchell AN, Franco EL. Impact of HPV vaccination on the incidence and clearance of HPV infections in sexually active young women. Vaccine. 2025 Sep 17;63:127632. Epub 2025 Aug 23. PMID: 40850293. DOI: 10.1016/j.vaccine.2025.127632
  • Kechagias KS, Kalliala I, Bowden SJ, Athanasiou A, Paraskevaidi M, Paraskevaidis E, Dillner J, Nieminen P, Strander B, Sasieni P, Veroniki AA, Kyrgiou M. Role of human papillomavirus (HPV) vaccination on HPV infection and recurrence of HPV related disease after local surgical treatment: systematic review and meta-analysis. BMJ. 2022 Aug 3;378:e070135. PMID: 35922074; PMCID: PMC9347010. DOI: 10.1136/bmj-2022-070135
  • Kimberly Levinson et al. The measure of therapeutic benefit from prophylactic HPV vaccination The Lancet Obstetrics, Gynaecology, & Women’s Health, Volume 1, Issue 1, e3 - e4 /PIIS3050-5038(25)00039-1/fulltext
  • Kjaer SK, Nygård M, Sundström K, et al. Final analysis of a 14-year long-term follow-up study of the effectiveness and immunogenicity of the quadrivalent human papillomavirus vaccine in women from four nordic countries. EClinicalMedicine 2020; 23: 100401. DOI: 10.1016/j.eclinm.2020.100401
  • Kreimer AR, Struyf F, Del Rosario-Raymundo MR, Hildesheim A, Skinner, SR, Wacholder S, & Trial CRV (2015). Efficacy of fewer than three doses of an HPV-16/18 AS04-adjuvanted vaccine: combined analysis of data from the Costa Rica Vaccine and PATRICIA trials. The Lancet Oncology 16(7), 775-786. 
  • Kreimer AR, Herrero R, Sampson JN, Porras C, Lowy DR, Schiller JT, ... & Gonzalez, P. (2018). Evidence for single-dose protection by the bivalent HPV vaccine—review of the Costa Rica HPV vaccine trial and future research studies. Vaccine, 36(32), 4774-4782. DOI: 10.1016/j.vaccine.2017.12.078
  • Lacey CJ. HPV vaccination in HIV infection Papillomavirus Res. 2019 Dec;8:100174. doi: 10.1016/j.pvr.2019.100174. Epub 2019 Jun 25
  • Lareb. Long-lasting adverse events following immunization with Cervarix. 2015.
  • Lauri E. Markowitz, Mélanie Drolet, Rayleen M. Lewis, Philippe Lemieux-Mellouki, Norma Pérez, Mark Jit, Julia M. Brotherton, Gina Ogilvie, Aimée R. Kreimer, Marc Brisson, Human papillomavirus vaccine effectiveness by number of doses: Updated systematic review of data from national immunization programs, Vaccine, Volume 40, Issue 37, 2022, Pages 5413-5432,ISSN 0264-410X  DOI10.1016/j.vaccine.2022.06.065
  • Macki M, Dabaja AA. Literature review of vaccine-related adverse events reported from HPV vaccination in randomized controlled trials. Basic Clin Androl. 2016;26:16. doi: 10.1186/s12610-016-0042-7
  • Malagon T, Drolet M, Boily  (Medisch Centrum), Franco EL, Jit M, Brisson J, et al. Cross-protective efficacy of two human papillomavirus vaccines: a systematic review and meta-analysis. Lancet Infect Dis. 2012;12(10):781-9. DOI: 10.1016/S1473-3099(12)70187-1 
  • Markowitz LE, Dunne EF, Saraiya M, Chesson HW, Curtis CR, Gee J, et al.Quadrivalent Human Papillomavirus Vaccine: Recommendations of the Advisory Committee on Immunization Practices (ACIP) - PubMed PMID: 17380109 
  • Olsson S-E, Restrepo JA, Reina JC, et al. Long-term immunogenicity, effectiveness, and safety of nine-valent human papillomavirus vaccine in girls and boys 9 to 15 years of age: Interim analysis after 8 years of follow-up. Papillomavirus Research 2020: 100203. DOI: 10.1016/j.pvr.2020.100203 
  • Romanowski B, Schwarz TF, Ferguson LM, et al. Immunogenicity and safety of the HPV-16/18 AS04-adjuvanted vaccine administered as a 2-dose schedule compared with the licensed 3-dose schedule: results from a randomized study. Hum Vaccin 2011; 7:1374–86. DOI: 10.4161/hv.7.12.18322
  • Rosillon D, Willame C, Tavares Da Silva F, Guignard A, Caterina S, Welby S, Struyf F: Meta-analysis of the risk of autoimmune thyroiditis, Guillain-Barré syndrome, and inflammatory bowel disease following vaccination with AS04-adjuvanted human papillomavirus 16/18 vaccine. Pharmacoepidemiol Drug Saf. 2020  DOI: 10.1002/pds.5063
  • Schiller JT, Castellsague X, Garland SM. A review of clinical trials of human papillomavirus prophylactic vaccines. Vaccine. 2012;30 Suppl 5:F123-38. DOI: 10.1016/j.vaccine.2012.04.108
  • Schurink-van't Klooster TM, Kemmeren JM, van der Maas NAT, van de Putte EN, ter Wolbeek M, Nijhof SL, Vanrolleghem AM, van Vliet JA, Sturkenboom M, de Melker HE. No evidence found for an increased risk of long-term fatigue following human papillomavirus vaccination of adolescent girls. Vaccine. 2018;36:6796-6802. DOI: 10.1016/j.vaccine.2018.09.019
  • Segal L, Wilby OK, Willoughby CR, Veenstra S, Deschamps M. Evaluation of the intramuscular administration of Cervarix vaccine on fertility, pre- and post-natal development in rats. Reprod Toxicol. 2011;31(1):111-20 DOI: 10.1016/j.reprotox.2010.09.001
  • Segal Y, Dahan S, Calabrò M, Kanduc D & Shoenfeld Y. HPV and systemic lupus erythematosus: a mosaic of potential crossreactions. Immunologic research 65(2), 564-571 (2017). DOI: 10.1007/s12026-016-8890-y
  • Van Damme P, Bonanni P, Bosch FX, Joura E, Kjaer SK, Meijer CJ, et al. Use of the nonavalent HPV vaccine in individuals previously fully or partially vaccinated with bivalent or quadrivalent HPV vaccines. Vaccine. 2016;34(6):757-61. DOI: 10.1016/j.vaccine.2015.12.063
  • Van de Laar Ralf L O van de Laar, Ward Hofhuis, Ruben G Duijnhoven, Ruud L M Bekkers, Huberdina P M Smedts, Gatske M Nieuwenhuyzen-de Boer, Heleen J van Beekhuizen, Angèle (A.) Oei, Annechien (A.) Bouman, Jojanneke (A.M.G.) van de Swaluw, Marchien (W.M.) van Baal, Sabrina (S.A.H.M.) van den Tillaart, Arnold Jan (A.J.) Kruse, Brenda (B.M.) Pijlman, Banut (B.S.M.) Verbruggen, Dorien (A.D.) ten Cate, Rafli (R.) van de Laar, Mirjam (M.J.A.) Engelen, Adjuvant prophylactic human papillomavirus vaccination for prevention of recurrent high-grade cervical intraepithelial neoplasia lesions in women undergoing lesion surgical treatment (VACCIN): a multicentre, phase 4 randomised placebo-controlled trial in the Netherlands, The Lancet Obstetrics, Gynaecology, & Women's Health, Volume 1, Issue 1, 2025, Pages e37-e46, ISSN 3050-038 DOI: 10.1016/j.lanogw.2025.100007
  • (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) beleidsreactie 2022 Kamerbrief 2022
  • (World Health Organization). Global Advisory Committee on Vaccine safety (GACVS) statement on safety of HPV vaccines. 17 December 2015
  • WHO Summary of WHO Position Paper on Human Papillomavirus (HPV) Vaccines, December 2022 pdf
  • WHO. Immunisation Coverage (2019).
  • Wise LD, Wolf JJ, Kaplanski CV, Pauley CJ, Ledwith BJ. Lack of effects on fertility and developmental toxicity of a quadrivalent HPV vaccine in Sprague-Dawley rats. Birth Defects Res B Dev Reprod Toxicol. 2008;83(6):561-72. DOI: 10.1002/bdrb.20174
  • Wise LD, Pauley CJ, Michael B, Wolf JJ. Lack of effects on male fertility from a quadrivalent HPV vaccine in Sprague-Dawley rats. Birth Defects Res B Dev Reprod Toxicol. 2010;89(5):376-81. DOI: 10.1002/bdrb.20259
  • Zhao S, Hu S, Xu X, Zhang X, Pan Q, Chen F, Zhao F. Impact of HPV-16/18 AS04-adjuvanted vaccine on preventing subsequent infection and disease after excision treatment: post-hoc analysis from a randomized controlled trial. BMC Infect Dis. 2020 Nov 16;20(1):846. doi: 10.1186/s12879-020-05560-z. PMID: 33198657; PMCID: PMC7667753.DOI: 10.1186/s12879-020-05560-z