Samenvatting

Verwekker: Meerdere Borrelia-soorten behorend tot de bacterie-orde Spirochaetales

Incubatieperiode: LBRF meestal 8 dagen (range 5-15 dagen). TBRF meestal 7 dagen (range 3-18 dagen)

Besmettingsweg: LBRF door besmette kleerluis, transplacentair. TBRF door beet van besmette teek, transplacentair Teek zelf; transovarieel naar nageslacht

Symptomen: Terugkerende perioden van hoge koorts gedurende meestal 3 (3-7) dagen en aspecifieke symptomen. De koortsperioden worden afgewisseld met koortsvrije perioden van ongeveer 7 dagen (4-14 dagen). LBRF tot 4 koortsperioden; kan zeer ernstig verlopen met lever- en hartfalen, kan asymptomatisch. TBRF tot 11 koortsperioden; vaak met zeer abrupte hoge koorts, soms meteen al leidend tot coma en dood. Een chronische laaggradige koorts gepaard met hepato- (11%) en splenomegalie (45%) kan ook voorkomen, evenals hematurie, diarree, bronchitis, pneumonie en artritis.

blok

Deze richtlijn is ontwikkeld voor zorgprofessionals werkzaam binnen de infectieziektebestrijding. De primaire doelgroepen zijn GGD- en LCI-professionals. Deze richtlijn bevat adviezen, taken en verantwoordelijkheden en vormt een basis voor het nemen van geïnformeerde beslissingen en het maken van beleid in de praktijk. Voor meer informatie zie Ontwikkeling LCI-richtlijnen.

Vastgesteld LOI Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding (Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding ): 4 juni 2019. Diagnostiek vastgesteld: september 2021.

Overzicht wijzigingen:

  • 18 maart 2025: Nieuwe indeling in achtergrondinformatie en een richtlijndeel (met de hoofdstukken Diagnostiek, Preventie en Maatregelen en waar van toepassing arbeidsrelevante aanvullingen en veterinaire informatie). Historie is ondergebracht in andere hoofdstukken en ten dele vervallen.
  • 12 oktober 2021: Nieuwe paragraaf Diagnostiek toegevoegd (vastgesteld in september 2021).
  • 23 september 2019: Publicatie herziene versie. De richtlijn is herzien door Machiel Vonk (Regionaal Arts Consulent Noord-Nederland LCI Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding )/RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ) en Arts Infectieziektebestrijding GGD Gemeentelijke gezondheidsdienst (Gemeentelijke gezondheidsdienst ) Groningen) en vastgesteld door het LOI op 4 juni 2019. Aanpassingen ten opzichte van de vorige versie uit 2013 zijn:
    • Onder Pathogenese is een extra uitleg geplaatst over de spirocheet bij LBRFen de tabel is geüpdatet.
    • Paragraaf Epidemiologie is geüpdatet.
    • In de paragraaf Algemene preventieve maatregelen zijn de adviezen geüpdatet.
    • Onder Desinfectie is de extra uitleg over het desinfecteren van gebruikte kammen verwijderd.
    • De paragraaf Behandeling is geüpdatet.
    • Beroepsgerelateerde paragrafen zijn geüpdatet.

Achtergronden

Verwekker

Febris recurrens, of Louse borne relapsing fever (LBRF) en Tick borne relapsing fever (TBRF), wordt veroorzaakt door meerdere Borrelia-soorten die net als de verwekkers van syfilis, leptospirose en lymeziekte tot de Spirochaetales behoren (Dworkin 2008). Ondanks de vele verschillen tussen de verwekkers van LBRF en TBRF blijkt er genetisch gezien veel overlap te bestaan (Lescot 2008).

Louse borne relapsing fever (LBRF) wordt veroorzaakt door Borrelia (B.) recurrentis en overgedragen door de kleerluis (Pediculus humanus var. corporis). Dezelfde luis kan ook Ricketssia prowazekii (de verwekker van epidemische typhus) en Bartonella quintana (de verwekker van loopgravenkoorts, trench fever) overdragen. Tevens bestaat er een associatie met Acinetobacter baumanii (Brouqui 2006, Raoult 1999). B.recurrentis kan ook worden aangetoond in hoofdluizen (Pediculus humanus var. capitis), maar het is niet bekend of de hoofdluis ook een rol speelt bij de transmissie (Boutellis 2013).

Tick borne relapsing fever (TBRF) kan veroorzaakt worden door meer dan twintig verschillende Borrelia-soorten. De vector is de Ornithodoros-teek en deze behoort tot de familie van zogenaamde zachte teken (Argasidae). De harde teken (Ixodidae), die onder andere lymeziekte overbrengen, behoren tot een andere taxonomische tekenfamilie. De serotypering van de Borrelia wordt bepaald door lipoproteïnen op de buitenmembraan. De spirocheet muteert frequent waardoor nieuwe serotypen kunnen ontstaan.

Epidemiologie

Verspreiding in de wereld

LBRF (B. recurrentis) komt epidemisch voor bij overbevolking, slechte hygiëne, hongersnood, oorlog of extreme koude. De ziekte komt momenteel nog endemisch voor in Ethiopië, Soedan en Somalië. In Ethiopië betreft het nog een belangrijke oorzaak van sterfte. Recent is de ziekte in Nederland beschreven bij vluchtelingen afkomstig uit Eritrea (Wilting 2015).

TBRF (B. duttoni, hermsii, etc.) komt wereldwijd voor van gematigde streken tot tropische en subtropische regio’s. In sommige Afrikaanse landen behoort het tot de meest gerapporteerde bacteriële infecties met incidenties van 11 per 100.000 levensjaren (Lecompte 2003, Ramos 2007, Vial 2006). In de VS komt 50% van de infecties van de B. hermsii voor in juli en augustus. Dit hangt waarschijnlijk samen met de vakantietijd, wanneer mensen in vakantiehuisjes en boshutjes bivakkeren. In Mexico wordt de B. turicata-infectie, die wordt opgedaan in bergholen, voornamelijk in november tot januari gezien.

Behoudens in Spanje zijn gevallen van febris recurrens, besmet in West-Europa, niet bekend. Wel komen sporadisch geïmporteerde gevallen West-Europa binnen (Croft 2006, Hasin, 2006).

Tabel: Verspreiding LBRF en TBF in de wereld
LBRF/
TBRF
Gebied Species Vector
LBRF

Hoogendemisch in Ethiopië en Zuid-Soedan, laagendemisch in Oost-Europa, Noord-Afrika, Euro-Azië, Midden-Azië, Indiase driehoek en Zuidoost-Azië

B. recurrentis Pediculus humanus humanus syn. corporis
TBRF In Oost-, Centraal- en Zuid-Afrika B. duttoni Ornithodoros moubata
TBRF In de VS (voornamelijk de westelijke staten) en Mexico Voornamelijk de B. hermsii; minder vaak B. turicata of B. parkeri

Ornithodoros hermsii, Ornithodoros turicatae, Ornithodoros parkeri

TBRF Noord- en West-Afrika, Portugal en Spanje B. hispanica Ornithodoros erraticus
TBRF West-Afrika B. crocidurae Alectorobius sonrai
TBRF Israël, Libanon tot aan westelijk China B. persica Ornithodoros tholozani
TBRF Noordelijk en midwestelijk Zuid-Amerika B. venezuelensis Ornithodoros rudis

Voorkomen in Nederland

Febris recurrens komt alleen als importziekte voor, maar in zeer lage frequentie (van Dam 1999, Heerdink, 2006). Precieze cijfers van voorkomen zijn onbekend, gezien het feit dat detectie vaak lastig is en het in Nederland sinds 2008 niet meer aangifteplichtig is.

LBRF: In 2015 werden 2 patiënten met LBRF gediagnosticeerd (Wilting 2015). Zie ook het artikel Febris recurrens binnen de landsgrens uit 2015 (externe link).

TBRF: In Nederland komen geen tekensoorten behorende tot het Ornithodoros geslacht voor.

Pathogenese

Eenmaal in het bloed aangekomen delen de Borrelia-spirocheten zich elke 6 tot 12 uur, totdat ze aantallen bereiken van 105-108 per ml bloed. De spirocheten verlaten de bloedbaan waarna ze hersenen, ogen, binnenoor, lever, hart en andere organen binnendringen. Echter, het bloed is tijdens de acute ziekte de belangrijkste plaats waar replicatie plaatsvindt. Antigene variatie verklaart de terugkeer van spirocheten in het bloed, die ook correleert met het terugkeren van de klinische verschijnselen. De Borrelia-populatie kan zich aan de immuunrespons van de gastheer onttrekken door het veranderen van antigenen aan de buitenzijde van de bacterie (Dworkin 2008, Barbour 1990, Cadavid 2006, LaRocca 2008).

LBRF: De spirocheet is infectieus. Via uitwerpselen en lichaamsvloeistof, die vrijkomen bij het platdrukken van de luis, kan contaminatie en penetratie van huid, mucosa en wonden (scabiës) gemakkelijk plaatsvinden, zie ook paragraaf Besmettingsweg (Raoult 1999, ECDC European Centre for Disease Prevention and Control (European Centre for Disease Prevention and Control ) 2019).

TBRF: Na de beet kan soms het enige symptoom een roodvioletkleurige papel met een korstje erop zijn, die enkele dagen later ontstaat. Een enkele spirocheet is voldoende om ziekte te veroorzaken. De spirocheten leven en vermenigvuldigen zich vooral extracellulair in het bloed, vanwaar ze verschillende organen als de hersenen, lever, milt, hart en ogen invaderen.

Tabel: Eigenschappen van febris recurrens veroorzaakt door LBRF en TBRF (Brouqui 20016, Cadavid 1998, Heymann 2008)
Eigenschap LBRF TBRF
Verwekker Alleen Borrelia recurrentis ≥ 20 soorten Borreliae
Epidemiologie Epidemisch, met name in Soedan en Ethiopië Endemisch in veel landen (waaronder het westen van de VS) maar niet in Nederland
Vector Kleerluis (Pediculus humanus var. corporis) Ornithodoros-teek (Argasidae, zachte teek)
Incubatieperiode 8 dagen (range 5 tot 15) 7 dagen (range 3-18)
Levensduur vector Enkele weken Tot 20 jaar
Transmissie Via spirocheten uit platgedrukte besmette luis en de uitwerpselen door de huid en mucosa, transplacentair Beet van besmette teek, transplacentair.
Teek zelf: transovarieel naar nageslacht.
Reservoir Mens en kleerluis Knaagdieren, vleermuizen, wilde zwijnen, huisvarkens, de teken zelf en soms de mens
Klinische verschijnselen Tot 4 koortsperioden Tot 11 koortsperioden
Behandeling Eenmalige dosis antibioticum Meerdaagse antibioticumkuur
Jarisch-Herxheimerreactie Tot 80% na de behandeling Tot 54% na de behandeling
Sterfte - behandeld 2-5% < 2%
Sterfte - onbehandeld 10-40% 4-10%

Incubatieperiode

LBRF: Meestal 8 dagen (range 5-15 dagen) (Heymann 2008).

TBRF: Meestal 7 dagen (range 3 tot 18 dagen) (AAP 2006, Buckingham 2005).

Ziekteverschijnselen

Febris recurrens kenmerkt zich door terugkerende perioden van hoge koorts gedurende meestal 3 (3-7) dagen en aspecifieke symptomen zoals hoofdpijn, myalgie, gewrichtspijn, koude rillingen en buikpijn. Deze koortsperioden worden afgewisseld met koortsvrije perioden van ongeveer 7 dagen (4-14 dagen). Differentiaaldiagnostisch moet dan ook aan malaria en humane ehrlichiose worden gedacht.

LBRF kan zeer ernstig verlopen met lever- en hartfalen, maar ook een asymptomatisch beloop is beschreven. Het percentage asymptomatische patiënten is onbekend. Er is vaak een plots begin met rillingen en hoge koorts (> 39 graden), die gepaard kan gaan met apathie, verwardheid, duizeligheid, hoofdpijn, gegeneraliseerde spier- en gewrichtspijnen, misselijkheid en braken, een hoorbare dyspnoe met hoesten en epistaxis. Gedurende het beloop van LBRF komen koude rillingen, koorts, overvloedig zweten, tachycardie en hypertensie gevolgd door langdurige hypothermie, hypotensie en bradycardie voor. De koorts houdt 5-7 dagen aan en eindigt vaak met een crisis: 15-30 minuten van acute verergering van de klachten waarna de bloeddruk daalt, gepaard gaande met hevig transpireren, diarree en algehele zwakte. In deze periode is er de meeste kans op overlijden. Bij twee derde van de patiënten komt na 5-9 dagen de koorts minder ernstig terug. Een tweede aanval komt bij een kwart van de patiënten voor. Bij algemeen lichamelijk onderzoek valt een hepatosplenomegalie, icterus, ecchymosen en petechiën en soms meningeale prikkeling op. Tijdens de eerste koortsperiode kan een erythemateuze rash over de thorax gezien worden. Verder zijn vaak rood geïnjiceerde conjunctivae te zien en albuminurie.

Complicaties LBRF: Diffuse intravasale stolling (DIS), miltruptuur, myocarditis (galopritme bij auscultatie en verlengde QT-tijd op ECG) en subarachnoïdale bloedingen. Trombocytopenie en hemorragische complicaties, inclusief bloedbraken en bloederige diarree (Dworkin 2008). Onbehandeld is de kans op overlijden 10-40%, met directe, adequate behandeling 2-5% (Brouqui 2006, Raoult 1999, Thein 2008).

TBRF: Ziektegevallen komen sporadisch en niet endemisch voor en vaak met zeer abrupt hoge koorts, soms meteen al leidend tot coma en dood. De eerste periode van 4-5 dagen kan eindigen in een crisis als bij LBRF, maar dit komt minder frequent voor. Het koortsvrije interval is vaak korter en duurt 2 tot 3 dagen, maar kan ook wel eens 3 weken duren. Er komen meer koortsperioden in het gehele ziektebeloop voor. Zes keer is normaal; bij de Afrikaanse vormen kan het zelfs vaker voorkomen, zie paragraaf Epidemiologie. De koorts kan gepaard gaan met hoofdpijn, gegeneraliseerde spier- en gewrichtspijnen, anorexie, buikpijn, misselijkheid en braken, diarree, droge hoest, bronchitis of pneumonie, hematurie artritis en conjunctivale vaatinjectie. Een chronische laaggradige koorts gepaard met hepato- (11%) en splenomegalie (45%) kan ook voorkomen. Algemene neurologische verschijnselen als delirium en apathie komen minder vaak voor bij TBRF dan bij LBRF. Focale neurologische verschijnselen komen daarentegen bij TBRF juist weer meer voor: facialis parese, ophtalmoplegie (n. VI), doofheid (n. VIII), myelitis en radiculopathie (Cadavid 1998).

Complicaties TBRF: Myocarditis, meningitis, meningo-encefalitis met afasie of hemiplegie en verhoogde bloedingsneiging. Hemorragische verschijnselen zoals petechiën, hematemesis, hemoptoë, hersenbloeding en miltruptuur komen minder vaak voor bij TBRF dan bij LBRF, evenals myocoarditis. TBRF is een ernstige ziekte met, indien onbehandeld, een mortaliteit oplopend tot 5% (4-10%). Bij direct adequate behandeling is dit minder dan 2% (Brouqui 2004). Differentiaaldiagnostisch dient, afhankelijk van precieze reisomstandigheden, geografische gegevens en specifieke blootstellingen, onder meer aan onderstaande ziekten gedacht te worden. De differentiatie kan moeilijk zijn, maar de typische recurrente koorts komt bij de meeste alternatieven niet voor.

Differentiaaldiagnose: rickettsiose, leptospirose, malaria, buiktyfus, dengue, virale hemorrhagische koorts.

Natuurlijke immuniteit

Na een doorgemaakte Borrelia-infectie is er, door de genherschikking waarbij antigenen op de buitenmembraan veranderen en hierdoor nieuwe serotypen ontstaan, geen blijvende immuniteit.

Reservoir

LBRF: Naast de luis is alleen de mens het reservoir.

TBRF: Afhankelijk van de Borrelia-soort verantwoordelijk voor TBRF, vormen de mens, maar voornamelijk knaagdieren en soms ook andere dieren het reservoir. De teken zelf vormen ook een belangrijk reservoir aangezien ze jaren zonder voedsel kunnen overleven en infectieus blijven (Heerdink 2006).

Transmissie

Besmettingsweg

LBRF: De spirocheten worden niet overgebracht door de beet van de luis op zich, maar via uitwerpselen of lichaamsvloeistof die vrijkomen nadat de luis (per ongeluk) wordt doodgedrukt/-gekrabd (Hasin 2006). Spirocheten vermenigvuldigen zich in de hemolymfe doch niet in de organen van de luis. Daardoor is er geen besmetting van de speekselklieren en dientengevolge ook geen uitscheiding via het speeksel. De frequentie van het nuttigen van een bloedmaal is hoog.

TBRF: Wordt overgedragen door de beet van een geïnfecteerde Ornithodorus, een zachte teek (Argasida) die leeft in nesten van dieren, onder daken of houten vloeren van hutjes, bungalows en stallen, vooral in een bosrijke omgeving. In Mexico zijn er veel teken in grotten te vinden.

De teek bijt vaak 's nachts en binnen een uur is hij klaar met voeden. De beet is niet pijnlijk, de beten kunnen dan ook ongemerkt voorbijgaan. Soms ontstaat binnen een aantal dagen na de beet een kleine, roodvioletkleurige papel met een korstje erop. De transmissietijd voor de spirocheten, gedurende een beet van de zachte teken, ligt binnen de minuut. De geschatte transmissiekans bedraagt na een beet 50% (Heerdink 2006). Transplacentaire infectie kan ook plaatsvinden (Larsson 2006).

Besmettelijke periode

Luizen worden 4 à 5 dagen na een bloedmaal van een geïnfecteerd persoon infectieus en blijven dat voor de rest van hun leven. Ook teken blijven de rest van hun leven besmettelijk. Borreliae kunnen persisteren in organen als ogen of hersenen, de klinische implicaties hiervan zijn nog onbekend (Leiby 2004, Pantanowitz 2002).

Besmettelijkheid

De patiënt is behalve via directe bloedinoculatie niet besmettelijk voor anderen.

LBRF: De transmissie van kleerluizen van mens op mens is onder bepaalde omstandigheden mogelijk, bijvoorbeeld via besmette kleren en beddengoed. De luis wordt 4-5 dagen na een bloedmaal bij een geïnfecteerde patiënt besmettelijk en blijft dit voor de rest van zijn leven (20-40 dagen).

TBRF: De teken kunnen jaren zonder bloedmaal leven en blijven al die tijd de Borreliae onopgemerkt met zich meedragen. Zij dragen de Borrelia-infectie transovarieel aan hun nageslacht over (Blevins 2008).

Risicogroepen

Verhoogde kans op infectie

Epidemieën van beide infecties komen vaker voor in het regenseizoen, wanneer mensen samenscholen.

LBRF: Slechte hygiënische omstandigheden en een omgeving met personen die met B. recurrentis besmette luizen geïnfesteerd zijn. Overdracht vindt met name plaats in situaties met sterke overbevolking en weinig hygiëne (zoals tijdens oorlogen, in vluchtelingenkampen of gevangenissen), waarbij ernstige epidemieën ontstaan met een hoge mortaliteit.

TBRF: Vooral overnachtingen in grotten of hutjes met rieten of houten daken in bebost gebied, met name in de onder paragraaf Verspreiding in de wereld genoemde gebieden, vormen een risico (Jensenius 2006).

Verhoogde kans op ernstig beloop

Jonge kinderen en mensen met een (functionele) asplenie en/of afwijkende B-celfunctie hebben meer kans op een ernstiger beloop (Buckingham 2005).

Risico's tijdens de zwangerschap

Tijdens de zwangerschap is het beloop vaak ernstiger: bij het kind is er een toegenomen kans op perinatale sterfte en bij de moeder op een spontane abortus en ARDS (Adult Respiratory Distress Syndrome) (CDC Centers for Disease Control and Prevention (Centers for Disease Control and Prevention) 2007). Foetale sterfte wordt waarschijnlijk veroorzaakt door directe placentaire invasie van de spirocheten resulterend in trombocytopenie en retroplacentaire bloedingen.

Behandeling

Zie de behandeladviezen voor borreliose (Relapsing fever) (externe link) van de Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB).

LBRF kan worden behandeld met benzylpenicilline gevolgd door doxycycline. Er zijn verschillende studies gedaan met verschillende antibiotische schema’s, waardoor in diverse bronnen verschillende behandelschema’s zijn opgenomen.

  • bij patiënten met CZS centraal zenuwstelsel (centraal zenuwstelsel )-betrokkenheid adviseert men ceftriaxon of hoge doseringen penicilline;
  • zwangere vrouwen: erythromycine 500 mg IV;
  • kinderen: erythromycine IV of amoxicilline.

In verband met het veelvuldig voorkomen van een Jarisch-Herxheimerreactie (door het massaal vrijkomen van onder meer pro-inflammatoire cytokines zoals TNFalpha door destructie van spirocheten, waardoor de klinische situatie van de patiënt in korte tijd dramatisch kan verslechteren) moet behandeling in een klinische setting worden gegeven en dient de patiënt voorzien te worden van minstens één goedlopend infuus. Deze reactie treedt meestal op binnen twee uur na het starten van de antibiotische behandeling. Prednison heeft hierop weinig effect.

TBRF kan worden behandeld met amoxicilline of doxycycline. Bij ernstige gevallen kan gedacht worden aan ceftriaxon en als derde alternatief penicilline G.35.

Diagnostiek

Zie ook Diagnostisch Vademecum Borrelia recurrentis (externe link).

Microbiologische diagnostiek

Directe diagnostiek

Relapsing Fever borreliae, de verwekkers van febris recurrens, kunnen door middel van moleculaire technieken (PCR) worden aangetoond in EDTA ethyleendiaminetetra-azijnzuur (ethyleendiaminetetra-azijnzuur )-bloed en kunnen bij voldoende load in principe worden gedifferentieerd tot speciesniveau (PCR: dekking van de assay o.a. B. recurrentis/B. duttonii en B. miyamotoi). 16S-rRNA-gen-PCR en sequencing kunnen ook worden gebruikt om de infectie vast te stellen en voor bepaling van de species.

Een andere manier van directe diagnostiek is d.m.v. microscopie van een dikke druppel of gewone bloedfilm, gekleurd met Giemsa- of Wrightkleuring. De bacteriën zijn als dunne onregelmatig gespiraliseerde draadjes te herkennen. Middels de Quantitative Buffy Coat (QBC-)techniek is een hogere gevoeligheid te bereiken (Cobey 2001, Van Dam 1999). Zie het Diagnostisch Vademecum Borrelia recurrentis (externe link) voor de beschikbaarheid van moleculaire en microscopische testen in verschillende laboratoria.

Voor elke bovengenoemde techniek geldt dat de kans om de spirocheten in het bloed aan te tonen in de koortsperioden het hoogst is. Het optimale materiaal is d.m.v. EDTA onstolbaar gemaakt volbloed.

Het kweken van Relapsing fever borreliae is buitengewoon lastig en is niet beschikbaar als routinebepaling.

Indirecte diagnostiek

Er bestaat nog geen specifieke serologische test voor deze infectieziekte. Door overeenkomsten tussen antigenen van Borrelia burgdorferi en andere spirocheten (zoals TBRF, LBRF en lues) kunnen sera van patiënten met febris recurrens kruisreageren in sommige serologische testen, zoals onder andere voor lymeborreliose. De mate waarin dit verschijnsel optreedt, verschilt van test tot test. Geen van deze testen is echter gevalideerd voor de diagnostiek van febris recurrens.

Typering voor bron- en contactonderzoek

Niet van toepassing.

Niet-microbiologische diagnostiek

Niet van toepassing.

Preventie

Immunisatie

Vaccinatie

Nog niet mogelijk.

Passieve immunisatie

Nog niet mogelijk.

Algemene preventieve maatregelen

LBRF: Ontluizen door het wassen van alle kleren en beddengoed op 60 graden (zie ook paragraaf Desinfectie). Handhaaf een normale hygiëne.

TBRF: In landen waar TBRF sporadisch voorkomt, zijn aanbevolen maatregelen vooral gericht op het vergroten van kennis over het risico van teken bij de risicogroepen en het vermijden van teekcontacten.

Vroeg verwijderen van de teek

Het vroegtijdig verwijderen van deze zachte teken speelt geen rol van betekenis omdat de vindkans van een aangehechte teek minimaal is omdat de teek slechts kort en meestal tijdens de slaap aanhecht om te voeden. Bij het signaleren van een mogelijke tekenbeet (paars/rode papel, soms met een donkergekleurd korstje erop) overwegen om profylactisch te behandelen (zie paragraaf Postexpositieprofylaxe). Noteer in ieder geval de datum van de (vermoedelijke) tekenbeet.

Reiniging, desinfectie en sterilisatie

De bestrijding gaat voornamelijk over de bestrijding van de luis en de teek. 

In de LCI-richtlijn Reiniging, desinfectie en sterilisatie in de openbare gezondheidszorg staat een aantal standaard methoden voor het desinfecteren van bepaalde onderdelen zoals niet-intacte huid, handen en textiel. Extra toelichting voor het desinfecteren van textiel: in plaats van wassen volgens de standaardmethode kan men ook stomen, 48 uur buiten luchten, het textiel 24 uur in een diepvriezer (-18 graden) leggen of 1 week in een afgesloten plastic bij kamertemperatuur bewaren. Daarna zijn de luizen dood. Klop en borstel de spullen daarna goed uit.

Maatregelen

Meldingsplicht

Geen.

Inschakelen van andere instanties

WHO World Health Organization (World Health Organization ).

Bron- en contactonderzoek

Bronopsporing

Voor LBRF (B. recurrentis) die mogelijk opgelopen is in Nederland is bronopsporing noodzakelijk. In geval van een bron in het buitenland eventueel overleggen met de LCI Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding ) of een melding naar het buitenland nodig is.

Voor TBRF is bronopsporing niet noodzakelijk.

Contactonderzoek

Bij LBRF is contactonderzoek zeer wenselijk.

Bij TBRF is contactonderzoek niet noodzakelijk.

Maatregelen ten aanzien van index, contacten en bron

LBRF: Behandeling van kleding is voor LBRF noodzakelijk (zie paragraaf Behandeling) in verband met het mogelijk achterblijven van luizen in de kleding. Hierbij is het tevens belangrijk om aangedane contactpersonen actief op te sporen en de kleding identiek te behandelen.

TBRF: Maatregelen t.a.v. patiënten zijn vanwege de onmiddellijke transmissie niet nodig. Behandeling van kleding is ook voor TBRF wel noodzakelijk i.v.m. het mogelijk achterblijven van teken in kleding (zie paragraaf Behandeling).

Postexpositieprofylaxe

Er zijn aanwijzingen dat in TBRF-endemische gebieden een 5-daagse profylactisch doxycyclinekuur (200 mg op dag 1, 100 mg voor overige 4 dagen) het risico op het ontwikkelen van TBRF kan verminderen. Tot nu toe zijn er slechts enkele studies uitgevoerd, weliswaar met goede resultaten maar bij een selecte populatie (gezonde, mannelijke militairen); in een andere studie induceerde de kuur diverse bijwerkingen zoals een foto-allergische huiduitslag (Croft 2006, Hasin 2006, Balicer 2010).

Wering

Wering is niet nodig.

Arbeidsrelevante aanvullingen

Deze aanvullingen zijn geschreven voor en door bedrijfsartsen en beschrijven de preventieve maatregelen om het oplopen van infectieziekten tijdens werk te voorkomen (werknemer als risicoloper) en de maatregelen/aanpassingen die genomen kunnen worden bij vaststelling van de infectieziekte bij de werknemer (werknemer als risicovormer). Zie ook Maatregelen bij het werken met biologische agentia (Arboportaal) (externe link).

Arbeidsgerelateerde risicogroepen

Besmetting komt in Nederland alleen als importziekte voor. Behoudens in Spanje zijn gevallen van febris recurrens, besmet in West-Europa, niet bekend. Wel komen sporadisch geïmporteerde gevallen West-Europa binnen. Zie paragraaf Epidemiologie.

Risicolopers voor LBRF zijn bijvoorbeeld militairen en vluchtelingen-/welzijnswerkers die naar endemische gebieden worden uitgezonden. Overcrowding speelt een rol in combinatie met primitieve omstandigheden (onder andere gebrek aan hygiëne en sanitaire voorzieningen) (Couturier 2009). Risicolopers voor TBRF zijn personen die werkzaam zijn in hoger gelegen bos-/struikrijke gebieden waar de Ornithodoros-teek endemisch voorkomt. Bij TBRF vormt primitieve behuizing (met name door aanwezigheid van (nesten van) knaagdieren/vogels) een extra risico. Een kwetsbare groep vormen werknemers met een (functionele) asplenie en zwangeren (zie Verhoogde kans op ernstig beloop) (CDC-CfDCap, 2012).

Risicovormers: febris recurrens is niet van mens op mens overdraagbaar.

Preventieve maatregelen op het werk

Werknemers reizend naar/verblijvend in risicogebieden, dienen kennis te hebben van mogelijke infectierisico’s en te worden voorgelicht over de wijze van transmissie, het belang van goede hygiëne (LBRF) en het signaleren van tekenbeten (TBRF). Deze werknemers dienen directe toegang te hebben tot medische zorg, zodat na een tekenbeet en/of (vragen over) ziekteverschijnselen, met name bij koorts, medische beoordeling kan plaatsvinden.

Melden als beroepsziekte

Indien de ziekte (waarschijnlijk) is opgelopen tijdens de beroepsuitoefening moet de casus door een geregistreerd bedrijfsarts worden gemeld bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (externe link) (NCvB).

Bij het NCvB Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (Nederlands Centrum voor Beroepsziekten ) zijn tot heden geen meldingen geregistreerd van febris recurrens. Dit zegt weinig over het daadwerkelijk aantal beroepsmatig opgelopen infecties; het beeld zal vaak niet als zodanig worden herkend. Daarnaast heeft het NCvB te maken met onderregistratie.

Literatuur

  • AAP. Red book (American Academy of Pediatrics). United States of America 27th ed2006.
  • Balicer RD, Mimouni D, Bar-Zeev Y, et al. Post exposure prophylaxis of tick-borne relapsing fever. Eur J Clin Microbiol Infect Dis 2010;29:253-8.
  • Barbour AG. Antigenic variation of a relapsing fever Borrelia species. Annu Rev Microbiol 1990;44:155-71.
  • Blevins SM, Greenfield RA, Bronze MS. Blood smear analysis in babesiosis, ehrlichiosis, relapsing fever, malaria, and Chagas disease. Cleve Clin J Med 2008;75:521-30.
  • Boutellis A, Mediannikov O, Bilcha KD, et al. Borrelia recurrentis in head lice, Ethiopia. Emerging infectious diseases 2013;19:796-8.
  • Brouqui P, Bacellar F, Baranton G, et al. Guidelines for the diagnosis of tick-borne bacterial diseases in Europe. Clin Microbiol Infect 2004;10:1108-32.
  • Brouqui P, Raoult D. Arthropod-borne diseases in homeless. Ann N Y Acad Sci 2006;1078:223-35.
  • Buckingham SC. Tick-borne infections in children: epidemiology, clinical manifestations, and optimal management strategies. Paediatr Drugs 2005;7:163-76.
  • Cadavid D, Barbour AG. Neuroborreliosis during relapsing fever: review of the clinical manifestations, pathology, and treatment of infections in humans and experimental animals. Clin infect Dis 1998;26:151-64.
  • Cadavid D. The mammalian host response to borrelia infection. Wien Klin Wochenschr 2006;118:653-8.
  • CDC Centers for Disease Control and Prevention (Centers for Disease Control and Prevention). Acute respiratory distress syndrome in persons with tickborne relapsing fever--three states, 2004-2005. MMWR Morbidity and mortality weekly report 2007;56:1073-6.
  • CDC-CfDCap. Tickborne relapsing fever in a mother and newborn child--Colorado, 2011. MMWR Morbidity and mortality weekly report 2012;61:174-6.
  • Cobey FC, Goldbarg SH, Levine RA, Patton CL. Short report: Detection of borrelia (relapsing fever) in rural Ethiopia by means of the quantitative buffy coat technique. Am J Trop Med Hyg 2001;65:164-5.
  • Couturier A, William E. Occupational and Environmental Infectious Diseases. Beverly Farms, OEM Press2009.
  • Croft AM, Jackson CJ, Darbyshire AH. Doxycycline for the prevention of tick-borne relapsing fever. N Engl J Med 2006;355:1614; author reply -5.
  • Dworkin MS, Schwan TG, Anderson DE, Jr., Borchardt SM. Tick-borne relapsing Fever. Infect Dis Clin North Am 2008;22:449-68.
  • ECDC European Centre for Disease Prevention and Control (European Centre for Disease Prevention and Control ). Facts about louse-borne relapsing fever (externe link). Geraadpleegd maart 2019.
  • Hasin T, Davidovitch N, Cohen R, et al. Postexposure treatment with doxycycline for the prevention of tick-borne relapsing fever. N Engl J Med 2006;355:148-55.
  • Heerdink G, Petit PL, Hofwegen H, van Genderen PJ. A patient with fever following a visit to the tropics: tick-borne relapsing fever discovered in a thick blood smear preparation. Ned Tijdschr Geneeskd 2006;150:2386-9.
  • Heerdink G, Petit PLC, Hofwegen H, van Genderen PJJ. Een patiënt met koorts na een bezoek aan de tropen: 'tick-borne relapsing fever' ontdekt in een dikkedruppelpreparaat. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 2006;150:2386-9
  • Heymann D. 19th ed. Washington: American Public Health Association; 2008.
  • Jensenius M, Parola P, Raoult D. Threats to international travellers posed by tick-borne diseases. Travel Med Infect Dis 2006;4:4-13.
  • LaRocca TJ, Benach JL. The important and diverse roles of antibodies in the host response to Borrelia infections. Curr Top Microbiol Immunol 2008;319:63-103.
  • Larsson C, Andersson M, Guo BP, et al. Complications of pregnancy and transplacental transmission of relapsing-fever borreliosis. J Infect Dis 2006;194:1367-74.
  • Lecompte Y, Trape JF. West African tick-borne relapsing fever. Ann Biol Clin (Paris) 2003;61:541-8.
  • Leiby DA, Gill JE. Transfusion-transmitted tick-borne infections: a cornucopia of threats. Transfus Med Rev 2004;18:293-306.
  • Lescot M, Audic S, Robert C, et al. The genome of Borrelia recurrentis, the agent of deadly louse-borne relapsing fever, is a degraded subset of tick-borne Borrelia duttonii. PLoS genetics 2008;4:e1000185.
  • Pantanowitz L, Telford SR, Cannon ME. Tick-borne diseases in transfusion medicine. Transfus Med 2002;12:85-106.
  • Ramos JM, Reyes F, Tesfamariam A, Malmierca E. Louse-borne relapsing fever and malaria co-infection in Ethiopia. Trop Doct 2007;37:121-2.
  • Raoult D, Roux V. The body louse as a vector of reemerging human diseases. Clin Infect Dis 1999;29:888-911.
  • Thein M, Bunikis I, Denker K, et al. Oms38 is the first identified pore-forming protein in the outer membrane of relapsing fever spirochetes. J Bacteriol 2008;190:7035-42.
  • van Dam AP, van Gool T, Wetsteyn JC, Dankert J. Tick-borne relapsing fever imported from West Africa: diagnosis by quantitative buffy coat analysis and in vitro culture of Borrelia crocidurae. J Clin Microbiol 1999;37:2027-30.
  • Vial L, Diatta G, Tall A, et al. Incidence of tick-borne relapsing fever in west Africa: longitudinal study. Lancet 2006;368:37-43.
  • Wilting KR, Stienstra Y, Sinha B, Braks M, et al. Louse-borne relapsing fever (Borrelia recurrentis) in asylum seekers from Eritrea, the Netherlands, Euro Surveill. 2015 Jul 30;20(30). pii: 21196.