Veterinaire informatie bij de LCI-richtlijn Brucellose
Doel van de veterinaire informatie bij een LCI (Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding )-richtlijn is om de GGD (Gemeentelijke gezondheidsdienst )-professional te voorzien van context die relevant kan zijn voor bestrijding van de infectieziekte bij de mens. Dit kan bijvoorbeeld bijdragen aan bronopsporing en begrip van de epidemiologie. Voor meer informatie zie Ontwikkeling LCI-richtlijnen.
Dierlijke reservoirs
Brucella-species hebben een voorkeur voor bepaalde diersoorten, maar ook andere diersoorten kunnen worden geïnfecteerd. Behalve bij (landbouw)huisdieren komen Brucella-infecties ook voor bij in het wild levende dieren. Zo komt Brucella abortus ook chronisch voor bij buffels in Yellowstone.
B. melitensis wordt vooral bij schapen en geiten gevonden, maar kan soms voorkomen bij runderen en varkens. Ook kamelen, dromedarissen en alpaca’s kunnen een bron van infectie voor de mens vormen. Bij honden kan B. melitensis worden aangetroffen.
B. abortus komt voor bij runderen en andere (wilde) herkauwers, zoals kamelen, bizons en elanden. Na contact met geïnfecteerde runderen kunnen andere diersoorten worden geïnfecteerd, zoals paarden, varkens en honden.
B. suis biovar 1 en 3 komen bij (wilde) varkens voor. Soms worden runderen, paarden en honden geïnfecteerd (van Dijk 2018). De voor mensen minder pathogene variant B. suis biovar 2 komt in Europa, waaronder Nederland, voor bij wilde zwijnen (van Tulden 2020). B. suis biovar 4 kan worden gevonden bij rendieren, kariboes en wilde hondachtigen, maar niet bij varkens.
B. canis komt voor bij honden uit endemische gebieden (o.a. Oost-Europa) en wordt bij geïmporteerde honden sinds eind 2016 met enige regelmaat vastgesteld in Nederland (van Dijk 2021).
B. ceti en B. pinnipedialis komen voor bij bruinvissen en zeehonden. Deze soorten zijn ook in Nederland aangetoond bij zeezoogdieren, maar zoönotische infecties zijn zelden beschreven (Kroese 2018, Maio 2014).
Daarnaast komen er nog meerdere Brucella-species voor. Zo is bijvoorbeeld Brucella neotomae ooit bij een wilde knaagdiersoort aangetroffen (Hull 2018). Brucella ovis (bij schapen) is uitsluitend van veterinair belang. Zie onderstaande tabel voor een overzicht van de diverse bekende Brucella-species.
Species | Dierlijk reservoir | Zoönotisch potentieel1 |
---|---|---|
B. melitensis | schapen, geiten, kamelen/dromedarissen | ja – hoog |
B. abortus | vee, elanden, bizons | ja – hoog |
B. suis | varkens, hazen, rendieren/kariboes | ja – hoog (afhankelijk van biovar)2 |
B. canis | (huis- en wilde) honden | ja – matig |
B. ovis | schapen | geen infecties gemeld |
B. neotomae | Neotoma lepida (rat) | geen infecties gemeld |
B. ceti | walvisachtigen | ja – laag |
B. pinnipedialis | zeeroofdieren | ja – laag |
B. microti | vossen, veldmuizen | geen infecties gemeld |
B. inopinata | onbekend | Niet goed onderzocht3 |
B. papionis | primaten (behalve de mens) | geen infecties gemeld |
B. vulpis | vossen | geen infecties gemeld |
Brucella NFXXXX | Australische ratten | geen infecties gemeld |
B. unnamed | blauwgespikkelde pijlstaartroggen | geen infecties gemeld |
B. inopinata-like 09RB8471 | Afrikaanse stierkikkers, Leptopelis vermiculatus (Tanzaniaanse kikker) | geen infecties gemeld |
Brucella UK8/14 | koraalteenboomkikkers | geen infecties gemeld |
Epidemiologie
Verspreiding in de wereld bij dieren
Brucellose komt wereldwijd voor bij dieren maar met name in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. In West-Europa komt Brucella niet meer voor bij de veehouderij maar B. melitensis en B. abortus komt veelvuldig voor in het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten. B. suis biovar 4 kan in Canada voorkomen bij gehouden rendieren en kariboes, runderen kunnen ook worden besmet. In het Midden-Oosten vormen dromedarissen een bron van infectie van de mens. Zie ook Dierlijke reservoirs en bijlage 3 voor de epidemiologie van B. canis bij honden.
Voorkomen in Nederland bij dieren
Sinds 1 augustus 1999 is Nederland officieel vrij van runderbrucellose (B. abortus); het laatste geval is in 1996 vastgesteld (import). Sinds 1993 is Nederland officieel Brucella-melitensis vrij verklaard. Het laatste geval van B. suis bij varkens is vastgesteld in 1973. Deze uitbraak ontstond door het voeren van vleesafval van geïmporteerde hazen. Het is in Nederland sinds de jaren negentig verboden om varkens te voeren met keuken- of vleesafval (swill-voedering). De voor mensen minder pathogene variant B. suis biovar 2 komt wel in Nederland voor bij wilde zwijnen. Vanaf eind 2016 is bij verscheidene honden B. canis vastgesteld en bij één hond B. suis biovar 1 waarschijnlijk door het eten van geïmporteerd rauw vlees (van Dijk 2021, van Dijk 2018).
De vrijstatus voor brucellose in de veehouderij wordt gemonitord. Bij kleine herkauwers wordt jaarlijks een steekproef van de populatie serologisch onderzocht; bij runderen worden verplichte meldingen van abortus onderzocht en bij varkens worden dekberen serologisch onderzocht.
Ziekteverschijnselen bij dieren
Ziekteverschijnselen door Brucella-species verschillen per diersoort:
- B. melitensis-infectie kan bij schapen en geiten eenmalig en laat in de dracht abortus* veroorzaken. Niet-drachtige dieren kunnen symptoomloos geïnfecteerd zijn. Bij runderen kan B. melitensis de uier symptoomloos koloniseren, soms komt abortus voor. Bij varkens kan B. melitensis dezelfde ziekteverschijnselen geven als bij infectie door B. suis.
- B. abortus is vooral pathogeen voor het rund. Na infectie kan dit bij koeien, die voor het eerst drachtig zijn abortus veroorzaken. Stieren kunnen epididymitis of orchitis krijgen. Bij paarden kunnen (zeer zelden) fistels en builen aan nek en schoft voorkomen.
- B. suis geeft bij varkens afhankelijk van de lokalisatie van de bacteriën na infectie verschillende ziekteverschijnselen, zoals artritis, reproductieproblemen of abortus.
- B. canis veroorzaakt bij honden na infectie reproductieproblemen, zoals bij drachtige teven abortus en bij reuen epididymitis, prostatitis of orchitis. Ook discospondilitis (spondylodiscitis) en lymfadenitis zijn bekende manifestaties van deze infectie. Daarnaast wordt ook uveïtis beschreven. Een aanzienlijk deel van geïnfecteerde honden vertoont geen verschijnselen, terwijl ze wel bacteriëmisch kunnen zijn (Wanke 2004).
* De term abortus wordt gebruikt voor zowel abortus als vroeggeboorte
Natuurlijke immuniteit bij dieren
Hoewel sommige dieren Brucella effectief kunnen elimineren, kan Brucella zich langdurig vestigen in reproductieorganen, uierweefsel en lymfeklieren. Abortus komt meestal eenmalig voor. Dieren kunnen bij daarna volgende, normaal verlopende, partussen opnieuw bacteriën uitscheiden.
Bij dieren kan het voorkomen dat ze al in utero worden geïnfecteerd. Van in utero geïnfecteerde runderen is bekend dat ze serologisch niet op te sporen zijn. Deze zogenaamde ‘latente dragers’ blijven serologisch negatief, totdat ze tijdens hun eerste drachtigheidsperiode Brucella uit gaan scheiden.
Transmissie bij dieren
Besmettingsweg bij dieren
Directe transmissie kan bij dieren plaatsvinden via inhalatie van aerosolen, via huid en slijmvliezen, via melk en via natuurlijke dekking (sperma). Bij dieren is intra-uteriene infectie of besmetting via moedermelk mogelijk. Dieren kunnen indirect worden geïnfecteerd door het eten van besmette geboorteproducten of door het eten van besmet (rauw) vlees (bijvoorbeeld bij ‘rauw vlees voedering’).
Van B. canis is bekend dat bacteriën voornamelijk in abortusmateriaal, vaginale vloeistof, sperma en urine worden uitgescheiden. Transmissie kan mogelijk ook via andere lichaamsvloeistoffen optreden, zoals speeksel (Hensel 2018, NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit )).
Besmettelijke periode bij dieren
De besmettelijke periode van dieren is afhankelijk van de diersoort. Dieren kunnen latent geïnfecteerd zijn en pas bij een volgende dracht bacteriën uit gaan scheiden. De meeste runderen en geiten blijven persisterend (intermitterend) uitscheiden via melk. Uitscheiding van Brucella-species kan ook optreden zonder dat abortus heeft plaatsgevonden. Bij honden is de hoeveelheid Brucella in sperma met name de eerste 8 weken na infectie hoog, maar honden kunnen B. canis jarenlang intermitterend uitscheiden (Santos 2021). Pups die de infectie overleven kunnen permanente dragers van B. canis worden en zo een belangrijke bron van infectie vormen.
Bewaking en monitoring van dieren vindt plaats met behulp van de volgende testen: serumagglutinatie, CBR (complement-bindingsreactie ), ELISA en Rose Bengal test. Kruisreacties kunnen voorkomen, bijvoorbeeld met Yersinia enterocolitica en Francisella tularensis. Geïnfecteerde stieren zijn soms serologisch negatief, net als intra-uterien geïnfecteerde runderen (latente dragers). Het kweken van Brucella is diagnostisch doorslaggevend, sommige Brucella-species hebben CO2 nodig in het kweekmedium. De kweekuitslag volgt binnen 2 tot 3 weken. Bij verdenking van besmetting wordt bacteriologisch onderzoek gedaan op de maaginhoud van de verworpen vrucht, uterus, melk en lymfeklieren van de verdachte dieren.
Een PCR is ook beschikbaar (WBVR (Wageningen Bioveterinary research (voorheen Centraal veterinair instituut CVI) )).
Brucella-species worden getypeerd aan de hand van kweek en/of serologische en biochemische bepalingen; inmiddels zijn ook moleculaire typeringsmethoden beschikbaar bij WBVR (onder andere MLVA, MLST (multi-locus sequence typing ) en in silico WGS).
Immunisatie bij dieren
Nederland is vrij van B. melitensis, B. abortus en B. suis en daarom wordt hier in Nederland niet tegen gevaccineerd. In endemische landen wordt wel gevaccineerd en in het buitenland bestaan verschillende vaccins. Levend verzwakte vaccins zijn effectief, maar hebben ook nadelen. Voor schapen en geiten bestaat het REV-1-vaccin, dat vooral effectief is tegen abortus. Dit vaccin is levend verzwakt en kan mensen en dieren infecteren. Het vaccin geeft een persisterende positieve serologie. Voor runderen bestaat het S19-vaccin, ook levend verzwakt, waarbij abortus deels wordt voorkomen (Heidary 2022, Seleem 2010).
Meldingsplicht veterinair
Voor brucellose bij dieren geldt een aangifteplicht voor zowel veehouders als dierenartsen en laboratoria. Iedere veehouder is verplicht om van runderen die na 100 tot 260 dagen dracht verwerpen een bloedmonster in te sturen naar de Royal GD (Gezondheidsdienst voor Dieren ) voor onderzoek op brucellose. Aangifteplicht geldt ook wanneer veehouders bij hun dieren verschijnselen signaleren die kunnen duiden op een aangifteplichtige ziekte. Daarnaast bestaat er een bestrijdingsplicht voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Maatregelen bij dierhouderijen
Nederland is vrij van B. melitensis, B. abortus en B. suis. Er geldt sinds jaren een verbod op het voeren van keuken- en slachtafval (swill) aan landbouwhuisdieren om dierziektes te voorkomen. In opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur (LVVN) voert de Royal GD de jaarlijkse monitoring op Brucella melitensis uit (Royal GD). Het doel van deze monitoring is om vast te stellen dat Nederland vrij is van deze aandoening. De ziektevrije status is vastgelegd in een Europese richtlijn. Deze richtlijn schrijft voor dat jaarlijks ten minste 1.475 locaties in Nederland moet worden onderzocht om de ziektevrije status te behouden. Onderzoek op B. suis onder dekberen (mannelijke fokvarkens) voor kunstmatige inseminatie gebeurt door jaarlijks bloedonderzoek. De bewaking bij runderen is voornamelijk gebaseerd op de meldingsplicht van abortusgevallen: een dierhouder kan dit doen door het opsturen van een bloedmonster naar de Royal GD in Deventer. Daarnaast vindt serologisch onderzoek plaats bij export en bij spermawinstations.
Bij dieren wordt bronopsporing en contactonderzoek verricht door de NVWA. Bij een positieve uitslag treedt het bestrijdingsdraaiboek Brucellose van de NVWA in werking. Op een bedrijf met een met B. abortus besmet rund worden alle dieren ouder dan 1 jaar serologisch getest. De positief testende dieren worden daarna overgenomen voor bacteriologisch onderzoek. Tijdens deze testen wordt het bedrijf geblokkeerd voor afvoer van levende dieren. Melk mag (op voorwaarde van pasteurisatie) worden opgehaald. Met betrekking tot mest zijn er geen maatregelen. Runderen mogen (met ontheffing) wel worden afgevoerd voor slacht, waarbij er een verzwaarde keuring op het karkas plaatsvindt.
De huidige wetgeving m.b.t. de meldingsplicht (Wet dieren) voorziet niet in een bestrijdingsplicht voor gezelschapsdieren, in tegenstelling tot landbouwhuisdieren. Dit is vastgelegd in de Verordening EU2016/429 (Animal Health Law) en de uitvoeringsverordening EU (Europese unie) 2018/1882. De te nemen maatregelen worden geadviseerd door het Incident Crisiscentrum (NVIC (Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum )) van de NVWA. Als de eigenaar de adviezen niet vrijwillig opvolgt kan gekeken worden of er sprake is van een gevaar voor de volksgezondheid. In dit uitzonderlijke geval is het van belang dat betrokken partijen (humaan en veterinair) gezamenlijk optrekken om een gefundeerd advies te geven aan de burgemeester die uiteindelijk wel maatregelen kan opleggen.
Behandeling bij dieren
Nederland is vrij van B. melitensis, B. abortus en B. suis, daarom mogen voedselproducerende dieren niet worden behandeld. Indien er weer gevallen optreden zullen deze worden geëuthanaseerd volgens het bestrijdingsdraaiboek van de NVWA (zie Maatregelen bij dieren).
Behandeling van geïnfecteerde honden met antibiotica is meestal niet effectief in het elimineren van de bacterie. Als gevolg van stress kan bij persistent geïnfecteerde honden de infectie actief worden, waarna er opnieuw een risico bestaat op verspreiding van de bacterie.
- Heidary M, Dashtbin S, Ghanavati R, Mahdizade Ari M, Bostanghadiri N, Darbandi A, et al. Evaluation of Brucellosis Vaccines: A Comprehensive Review. Front Vet Sci. 2022;9:925773. https://doi.org/10.3389/fvets.2022.925773
- Hensel ME, Negron M, Arenas-Gamboa AM. Brucellosis in Dogs and Public Health Risk. Emerg Infect Dis. 2018;24(8):1401-6. https://doi.org/10.3201/eid2408.171171
- Hull N, Miller J, Berry D, Laegreid W, Smith A, Klinghagen C, Schumaker B. Optimization of Brucella abortus Protocols for Downstream Molecular Applications. J Clin Microbiol. 2018;56(4). https://doi.org/10.1128/jcm.01894-17
- Hull NC, Schumaker BA. Comparisons of brucellosis between human and veterinary medicine. Infect Ecol Epidemiol. 2018;8(1):1500846. https://doi.org/10.1080/20008686.2018.1500846
- Kroese MV, Beckers L, Bisselink Y, Brasseur S, van Tulden PW, Koene MGJ, et al. BRUCELLA PINNIPEDIALIS IN GREY SEALS ( HALICHOERUS GRYPUS) AND HARBOR SEALS ( PHOCA VITULINA) IN THE NETHERLANDS. J Wildl Dis. 2018;54(3):439-49. https://doi.org/10.7589/2017-05-097
- Maio E, Begeman L, Bisselink Y, van Tulden P, Wiersma L, Hiemstra S, et al. Identification and typing of Brucella spp. in stranded harbour porpoises (Phocoena phocoena) on the Dutch coast. Vet Microbiol. 2014;173(1-2):118-24. https://doi.org/10.1016/j.vetmic.2014.07.010
- Santos RL, Souza TD, Mol JPS, Eckstein C, Paíxão TA. Canine Brucellosis: An Update. Front Vet Sci. 2021;8:594291. https://doi.org/10.3389/fvets.2021.594291
- Seleem MN, Boyle SM, Sriranganathan N. Brucellosis: a re-emerging zoonosis. Vet Microbiol. 2010;140(3-4):392-8. https://doi.org/10.1016/j.vetmic.2009.06.021
- van Dijk MAM, Engelsma MY, Visser VXN, Keur I, Holtslag ME, Willems N, et al. Transboundary Spread of Brucella canis through Import of Infected Dogs, the Netherlands, November 2016-December 2018. Emerg Infect Dis. 2021;27(7):1783-8. https://doi.org/10.3201/eid2707.201238
- van Dijk MAM, Engelsma MY, Visser VXN, Spierenburg MAH, Holtslag ME, Willemsen PTJ, et al. Brucella suis Infection in Dog Fed Raw Meat, the Netherlands. Emerg Infect Dis. 2018;24(6):1127-9. https://doi.org/10.3201/eid2406.171887
- van Tulden P, Gonzales JL, Kroese M, Engelsma M, de Zwart F, Szot D, et al. Monitoring results of wild boar (Sus scrofa) in The Netherlands: analyses of serological results and the first identification of Brucella suis biovar 2. Infect Ecol Epidemiol. 2020;10(1):1794668. https://doi.org/10.1080/20008686.2020.1794668
- Wanke MM. Canine brucellosis. Anim Reprod Sci. 2004;82-83:195-207. https://doi.org/10.1016/j.anireprosci.2004.05.005