Vastgesteld 13-01-2025.  Publicatiedatum 14-01-2025

blok

Doel en doelgroep

Deze vaccinatiefactsheet geeft de actuele kennis en toepassingsgebieden weer voor een uniforme werkwijze van zorgprofessionals. De factsheet is gebaseerd op recente kennis, inzichten en kwaliteitsdocumenten en geeft informatie over de geregistreerde vaccins, de toepassingen, eigenschappen, contra-indicaties, vaccinatieschema’s en werkingsduur. Zie Ontwikkeling Vaccinatiefactsheets.

Vaccinatie tegen tekenencefalitis

Tekenencefalitisvaccinatie heeft als doel ziekte te voorkomen veroorzaakt door het tick-borne encephalitis (TBE)-virus. Voor informatie over deze ziekte zie de LCI-richtlijn Tekenencefalitis.

Indicaties

Hieronder worden indicaties genoemd die volgen uit een programmatisch aanbod en/of overige indicaties volgend uit bestaande kwaliteitsstandaarden. 

TBE-vaccinatie is niet opgenomen in een vaccinatieprogramma zoals het  (Rijksvaccinatieprogramma). Dit komt omdat het risico op TBE in Nederland voor de bevolking als geheel heel laag is (Gezondheidsraad 2023).

Tabel: Indicaties
ToepassingOpmerking
Beroepsgebonden indicaties

In 2023 adviseerde de Gezondheidsraad om twee risicogroepen een vaccin aan te bieden:

  • werkenden 'in het groen’ die het risico lopen om vaker dan 5 keer per jaar door teken te worden gebeten;
  • werkenden die door gericht werken direct in contact kunnen komen met het TBE-virus.

Zie ook paragraaf Vaccinatie voor werkenden in de LCI-richtlijn. 

Gedragsgebonden indicatiesReizigers: zie voor meer informatie over de indicaties voor reizigers het (Landelijke Coördinatiecentrum Reizigersadvisering)-protocol ‘Tekenencefalitis’ (voor abonnees via mijnlcr.nl) of via een deskundig reizigersgeneeskundig (huis)arts (via lcr.nl/Vaccinatie-adressen).

Kosten en vergoedingen vaccinaties

Kosten en vergoedingen vaccinaties

Als er een medische indicatie is voor een vaccin, betekent dat niet dat het daarmee automatisch voor vergoeding in aanmerking komt. Zie medicijnkosten.nl voor informatie over de kosten en de extramurale vergoeding van vaccins. Vaccinaties voor medische risicogroepen op indicatie van een behandelend arts kunnen vergoed worden via de Zorgverzekeringswet. Informatie over de vergoeding binnen de medisch-specialistische zorg en de mogelijkheden voor intramurale vergoeding is te vinden op de pagina Vaccinaties binnen de medisch-specialistische zorg (Nederlandse Zorgautoriteit.

Voor algemene vragen over de (intramurale en extramurale) vergoeding van vaccinaties binnen de Zorgverzekeringswet kan men terecht bij Zorginstituut Nederland via vragenaanzin@zinl.nl. Voor specifieke vragen kan men terecht bij de individuele zorgverzekeraar.

Op eigen verzoek

Als een persoon buiten de genoemde indicaties valt en – na overleg met huisarts of vaccinatiebureau - toch het vaccin wil krijgen, dan kan dat op eigen kosten via de huisarts, (Gemeentelijke gezondheidsdienst) of ander vaccinatiebureau.

Bij vaccinatie op eigen verzoek dient afgewogen te worden wat de te verwachten gezondheidswinst is van vaccinatie. De volgende overwegingen kunnen hierbij een rol spelen.

  • Ernst van de ziekte. Het TBE-virus kan ernstige ziekte veroorzaken waarvoor geen behandeling is.
  • Kans op infectie. De kans om een TBE-infectie op te lopen in Nederland is momenteel erg klein. Tussen 2016 en (juni) 2024 zijn er 23 patiënten gemeld die tekenencefalitis hebben opgelopen in Nederland.
  • Gedrag en preventieve maatregelen. Algemene preventieve maatregelen om tekenbeten te voorkomen verkleinende kans op een TBE-infectie. Vaccinatie tegen TBE biedt geen bescherming tegen andere teken overdraagbare ziektes, zoals de ziekte van Lyme; de tekenwerende maatregelen blijven van toepassing. Zie de pagina Tekenbeten op RIVM.nl.
  • Effectiviteit van vaccinatie. Vaccinatie biedt zeer goede bescherming tegen ernstige TBE-infecties. Er zijn echter regelmatig boostervaccinaties nodig om bescherming in de toekomst te waarborgen.
  • Bijwerkingen en veiligheid. Bijwerkingen van het vaccin zijn mogelijk.
  • Kosten. De kosten kunnen een rol spelen bij de afweging (basisserie en mogelijke booster). Meer informatie over de kosten van verschillende vaccins is te vinden op www.medicijnkosten.nl. Houd bij het kostenaspect rekening met de relatief korte beschermingsduur en de noodzaak van boostervaccinaties.
  • Vaccinatieprogramma’s in het buitenland/land van herkomst. Er zijn landen waar TBE-vaccinatie wordt aanbevolen in het  (Rijksvaccinatieprogramma), zoals Oostenrijk (Fischer 2024). Expats kunnen overwegen het opgestarte schema in land van herkomst te volgen of voort te zetten.

Geregistreerde vaccins

Tabel: Geregistreerde vaccins 
* Het vaccin is gekweekt in kippenembryofibroblastcellen en geadsorbeerd aan aluminiumhydroxide. Voor een volledig overzicht van bestanddelen zie SmPC-tekst.
Merknaam bijsluiterSamenstelling*LeeftijdBijzonderheden
FSME-IMMUN 0,5 ml
Bijsluiter en SmPc-tekst
Geïnactiveerd Tekenmeningo-encefalitisvirus
0,5 ml bevat 2,4 microgram volledig geïnactiveerd virus (Neudörflstam)*
Personen van 16 jaar en ouderDit vaccin is in de Verenigde Staten geregistreerd onder de naam TicoVa. 
FSME-IMMUN 0,25 ml Junior 
Bijsluiter en SmPc-tekst

Geïnactiveerd Tekenmeningo-encefalitisvirus

0,25 ml Junior bevat 1,2 microgram volledig geïnactiveerd virus (Neudörflstam)*

Kinderen van 1 tot en met 15 jaar 

Houd er rekening mee dat wanneer een vaccin geregistreerd is, dit niet automatisch betekent dat het ook verkrijgbaar is in Nederland. Als er een indicatie is voor een vaccin betekent dat niet dat het daarmee automatisch voor vergoeding in aanmerking komt. Meer informatie over de kosten van de verschillende vaccins is te vinden op www.medicijnkosten.nl.

Er zijn wereldwijd meerdere vaccins geregistreerd. In andere Europese landen wordt ook wel Encepur gebruikt. Andere vaccins zijn TBE-Moscow, EnceVir en het Chinese SenTaiBao (WHO 2011). Vaccins zijn onderling uitwisselbaar (Beran 2023, Bestehorn-Willmann 2023,  (World Health Organization) 2011). 

Doseringsschema

Basisserie

Tabel: Doseringsschema
* Versneld schema: Als het noodzakelijk is een snelle immuunrespons te bereiken, kan de 2e dosis ook 2 weken na de 1e dosis worden gegeven. Om immuniteit te bereiken vóór het begin van de seizoensgebonden activiteit van de teken (in de lente) dienen de 1e en 2e dosis bij voorkeur te worden gegeven in de wintermaanden. Na de 1e twee doses is naar verwachting voldoende bescherming verworven voor het huidige tekenseizoen. De 3e dosis kan 5 maanden na de 2e dosis worden gegeven. Een 3e dosis is nodig voor bescherming op langere termijn  (CBG/EMA 2021a, b).
DoelgroepDoseringSchema
Personen ≥16 jaar 3 dosesMaand 0,1 en 6
Kinderen van 1-15 jaar3 dosesMaand 0,1 en 6

Booster

Tabel: Booster
* Er hoeft geen nieuwe serie gestart (of booster gegeven) te worden bij langere intervallen. Met 1 extra vaccinatie krijgt ≥ 93% van de gevaccineerden weer voldoende bescherming (Schosser 2014).
DoelgroepDoseringSchema
Personen ≥16 jaar < 60 jaar1 dosisDe 1e boosterdosis dient 3 jaar na de 3e dosis van de basisserie te worden toegediend. Opeenvolgende boosterdoses dienen te worden toegediend elke 5 jaar na de laatste boosterdosis. *
Personen ≥ 60 jaar 1 dosisOm de 3 jaar *
Kinderen van 1-15 jaar1 dosisDe eerste boosterdosis dient 3 jaar na de derde dosis van de basisserie te worden toegediend. Opeenvolgende boosterdoses dienen te worden toegediend elke 5 jaar na de laatste boosterdosis. * 

Postvaccinatie-titercontrole

Postvaccinatie-titercontrole wordt niet aangeraden. In uitzonderingsgevallen kan dit worden overwogen, zoals bij een immuungecompromitteerd persoon die beroepsmatig een hoog risico op tekenbeten heeft. Titerbepaling moet in overleg met de afdeling Virologie van het Erasmus  (Medisch Centrum)(Medisch Centrum ). Een NT-waarde ≥ 10 wordt vaak gebruikt als een indicatie voor een adequate immuunrespons (CBG/EMA 2021a). Het is niet bekend hoelang een NT-waarde > 10 bij immuungecompromitteerden bescherming kan geven maar er wordt uitgegaan van maximaal 3 jaar (LCR 2024). Per casus dient daarom een afweging gemaakt te worden op basis van het risico of het zinvol is om jaarlijks de titer te bepalen en eventueel vervroegd te revaccineren. 

Wijze van toediening

Het vaccin dient via intramusculaire injectie te worden toegediend in de bovenarm (musculus deltoideus). 

Het vaccin is niet geregistreerd voor subcutane toediening. Er zijn geen gegevens beschikbaar over de immuunrespons van een primaire serie via de subcutane route. Beperkte gegevens bij gezonde volwassenen wijzen op een vergelijkbare immuunrespons voor subcutane boostervaccinaties in vergelijking met intramusculaire boostervaccinaties (Hopf 2016). Subcutane toediening kan leiden tot een toegenomen risico op lokale bijwerkingen. 

Contra-indicaties

Absolute contra-indicaties:

  • Ernstige aangetoonde overgevoeligheid (anafylactische reactie) voor ei- en kippenproteïnen. Milde allergie is geen contra-indicatie (WHO 2011). Zie toelichting Lareb over vaccins gekweekt op kippenembryo-fibroblastcellen.
  • Gebleken overgevoeligheid voor eerdere toediening van het vaccin, productieresidu’s (o.a. neomycine, gentamicine) of overige bestanddelen van het vaccin. Voor een volledige lijst van de in een vaccin aanwezige bestanddelen of gebruikte hulpstoffen wordt verwezen naar de SmPC-tekst. 

 Relatieve contra-indicatie:

  • De vaccinatie tegen tekenencefalitis dient te worden uitgesteld bij acute, matig tot ernstig verlopende (infectie-) ziekte of koorts > 38,0 graden C.

Er zijn geen gegevens bekend over de veiligheid van het vaccin tijdens de zwangerschap of bij het geven van borstvoeding. Geef het vaccin alleen als bescherming dringend noodzakelijk is, na zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen.

Interferenties

Er zijn geen bekende interacties. 

Veiligheid en bijwerkingen

Er is veel ervaring met het vaccin. Tussen 2001 en 2021 zijn er ongeveer 75 miljoen doses vaccin toegediend in ongeveer 30 verschillende landen (Hills 2023). 

Na vaccinatie kunnen lokale of algemene reacties optreden zoals reactie op de injectieplaats, pijn, hoofdpijn, misselijkheid, vermoeidheid, spier- en gewrichtspijn (CBG/EMA 2021a, b). 

Bij kinderen kan koorts optreden. Bij jonge kinderen (1 tot 2 jaar) heeft 1 op de 3 lichte koorts na de 1e injectie. Bij minder dan 1 op 10 kinderen van 3 t/m 15 jaar treedt koorts op. Doorgaans duurt de koorts slechts 1-2 dagen. Koorts treedt minder vaak op na de 2e of 3e injectie of na de injectie van een boosterdosis (CBG/EMA 2021b).

Voor meer informatie over de veiligheid en bijwerkingen zie de systematische beoordeling van de adviescommissie van de CDC (CDC 2021). 

content bijwerkingen

Zie voor het volledige overzicht van de bijwerkingen de bijsluiters van de vaccins. Zie ook bijwerkingencentrum Lareb.

Zorgprofessionals en niet-zorgprofessionals kunnen contact opnemen met Lareb voor het melden van postvaccinale verschijnselen/bijwerkingen. Dit kan via een meldformulier op de website van Lareb: www.lareb.nl.

Lareb geeft geen medisch advies. Bij gezondheidsklachten of vragen wordt geadviseerd contact op te nemen met de arts of apotheker.

Effectiviteit

De werkzaamheid (efficacy) wordt bepaald in vergelijkende klinische studies en uitgedrukt in een percentage van het aantal voorkomen ziektegevallen in de gevaccineerde groep ten opzichte van het aantal ziektegevallen in de groep die placebo kreeg. Een werkzaamheid van 80% wil zeggen dat er in de gevaccineerde groep 80% minder ziektegevallen waren.

De effectiviteit (effectiveness) beschrijft de bescherming van het vaccin onder alledaagse omstandigheden. De effectiviteit wordt daarmee bepaald door meer factoren dan de werkzaamheid, bijvoorbeeld hoe goed het vaccin aangepast is aan het virus of de bacterie die mensen in die periode ziek maakt, de leeftijd en gezondheid van de gevaccineerden en eerdere infecties of vaccinaties. Sommige groepen (zoals immuungecompromitteerden of de alleroudsten) zijn vaak niet opgenomen in klinische studies, maar soms is er wel data over de effectiviteit uit observationeel onderzoek.

De immunogeniciteitsgegevens (vaccinrespons, de antistoffenconcentraties in bloedmonsters van gevaccineerden) kunnen een indicatie van de werkzaamheid geven, mits bekend is welke antistofconcentraties nodig zijn voor bescherming tegen ziekte.

Er zijn geen effectiviteitsdata vanuit gerandomiseerde studies beschikbaar. De lage ziekte-incidentie maakt grote trials onhaalbaar. Schattingen over vaccineffectiviteit na ≥ 3 doses liggen tussen 91-99% voor de preventie van verschillende uitkomsten (ziekenhuisopname, ziektegevallen etc.) (Angulo 2023, Baroutsou 2020, Erber 2022, Heinz 2007, Nygren 2022, Pugh 2022, Zavadska 2023a). Een neutraliserende antistoftiter (NT) ≥ 10 wordt vaak beschouwd als beschermend (Hills 2023). De SmPC-tekst geeft aan dat 94,8% van de volwassenen 21 dagen na de 2e vaccinatie voldoende antistoffen heeft; 99,4% heeft dat 21 dagen na de 3e vaccinatie. Bij kinderen van 1 tot 5 jaar liggen deze percentages nog hoger, namelijk 98,5% na de 2e vaccinatie en 99,5% na de 3e vaccinatie. Voor kinderen van 6 tot 15 jaar maakt 95,5% voldoende antistoffen aan na de 2e vaccinatie en 99,7% na de 3e vaccinatie (CBG/EMA 2021a, b). Postvaccinatie-titercontrole wordt alleen in uitzondersgevallen geadviseerd.

Data met betrekking tot bescherming tegen de verschillende TBE-subtypes zijn beperkt. De meeste van de studies zijn uitgevoerd in landen waar het Europese TBE-subtype dominant is. Bescherming tegen het Siberische subtype en het Far Eastern subtype is minder goed onderzocht. Serologisch onderzoek toont aan dat vaccinatie statistisch gelijkwaardige titers opwekt tegen alle drie de TBE-subtypes (CBG/EMA 2021a, Orlinger 2011). Data over vaccinaties bij oudere volwassenen (≥ 60 jaar) zijn beperkt. Studies geven aan dat bij oudere volwassenen de antistoffen sneller dalen in de loop der tijd, en tevens een grotere kans hebben om seronegatief te worden na verloop van tijd (Hills 2023). Voor meer informatie over de immunogeniciteit en vaccineffectiviteit zie de aanbevelingen van de adviescommissie van de CDC (ACIP) (Hills 2023).

Beschermingsduur en revaccinatie

Beschermingsduur basisserie

Drie jaar na de basisserie had 95% voldoende beschermende antistoffen (FDA 2021, Loew-Baselli 2009). Het percentage kinderen met voldoende beschermende antistoffen was 98% na 3 jaar (FDA 2021). De 1e boostervaccinatie wordt geadviseerd 3 jaar na een volledige basisserie. Daarna kunnen boosters elke 5 jaar worden toegediend, tenzij iemand > 60 jaar is, dan wordt om de 3 jaar geadviseerd. Zie Doseringsschema voor het boosterschema.

Beschermingsduur boostervaccinaties

Vijf jaar na de 1e boosterdosis had 94% van de volwassenen nog voldoende beschermende antistoffen (Hills 2023). Na 10 jaar was dat 85% (Konior 2017). Het percentage met voldoende beschermende antistoffen neemt af met de leeftijd, met name voor oudere volwassenen (≥ 60 jaar). 

Voor kinderen onder de 18 jaar, waarbij de booster 3 tot 5 jaar na de basisserie was gegeven, was de bescherming hoger. Vijf jaar na de boosterdosis had 99% van de kinderen voldoende antistoffen en na 10 jaar was dat nog 90% (Poellabauer 2019).

Literatuur