Samenvatting
Verwekker: Chikungunyavirus (CHIKV)
Incubatieperiode: Gemiddeld 3 tot 7 dagen (spreiding van 1 -12 dagen)
Besmettingsweg: Beet van de besmette gelekoortsmug (Aedes aegypti) of de Aziatische tijgermug (Aedes albopictus)
Besmettelijke periode: Niet van toepassing
Maatregelen: Meldingsplicht groep C alleen voor Nederlands Caribisch gebied. In Caribisch NL muggenbestrijding
Symptomen: Hoge koorts, ernstige en soms langdurige gewrichtsklachten, huiduitslag
blok
Deze richtlijn is ontwikkeld voor zorgprofessionals werkzaam binnen de infectieziektebestrijding. De primaire doelgroepen zijn GGD- en LCI-professionals. Deze richtlijn bevat adviezen, taken en verantwoordelijkheden en vormt een basis voor het nemen van geïnformeerde beslissingen en het maken van beleid in de praktijk. Voor meer informatie zie Ontwikkeling LCI-richtlijnen.
Vaststelling richtlijn door (Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding): 19 mei 2026. Vaststelling Diagnostiek: 1 januari 2016.
Herziening 2026
De richtlijn is in 2026 herzien onder leiding van Dr. C.J.G. Kampman, auteur richtlijnen (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en arts M+G infectieziektebestrijding. De arbeidsrelevante aanvullingen zijn herzien onder leiding van dr. M. Wijffels-de Groot, bedrijfsarts RIVM.
Belangrijkste inhoudelijke wijzigingen herziening 2026:
- In de paragraaf Verwekker zijn nu de verschillende genotypen van (chikungunyavirus) toegevoegd.
- Door de richtlijn heen is het onderscheid gemaakt tussen Europees Nederland en Nederlands Caribisch gebied.
- De meldingscriteria zoals deze in Osiris staan, zijn overgenomen in de richtlijn. Wijzigingen in de meldingscriteria zijn:
- Waarschijnlijke chikungunya: positieve (immunoglobuline M) toegevoegd. Fout-positieve reacties komen voor. Toch is het belangrijk om al wel maatregelen te treffen bij het voldoen aan de klinische criteria in combinatie met een positieve IgM.
- Bevestigde chikungunya: een positieve IgM is vervangen door ‘Aantonen van een significante stijging van chikungunyaspecifieke IgM- en/of (immunoglobuline G)-antistoffen danwel seroconversie in een serumpaar’. Ook is ‘Positieve IgM met confirmatie door een referentielaboratorium’ toegevoegd bij de laboratoriumcriteria. Het criterium ‘Isolatie van chikungunyavirus uit serum of weefsel’ is komen te vervallen, omdat deze testmethode niet meer wordt gebruikt. De testmethoden staan nu op volgorde van meest waarschijnlijke testmethode naar minst waarschijnlijke testmethode.
Aangepast bij herziening 2026
- Herzien: De achtergronden, preventie, maatregelen en arbeidsrelevante aanvullingen zijn geheel herzien.
- Nieuw: De paragrafen Perinatale transmissie, Verhoogde kans op ernstig beloop bij zwangerschap en Muggenwerende maatregelen.
- Verwijderd: De paragraaf Preventieve maatregelen bij zwangeren is verwijderd, omdat deze maatregelen niet specifiek voor zwangeren waren.
Achtergronden
Verwekker
Chikungunyavirus (CHIKV) is de veroorzaker van chikungunya, wat ‘ziekte die gewrichten laat buigen’ of ‘de gebogen man’ betekent in het Kimakonde, een taal uit Zuid-Tanzania. (chikungunyavirus) is een enkelstrengs RNA-virus, die behoort tot het genus Alphavirus, familie Togaviridae (Bartholomeeusen 2023, de Lima Cavalcanti 2022). De 32 soorten die tot het genus Alphavirus behoren zijn onderverdeeld in groepen van nauwverwante virussen. CHIKV behoort, samen met onder meer het Ross River virus (RRV), Mayaro virus (MAYV) en het O’nyong’nyong virus (ONNV), tot de semlikiforestvirusgroep (Markoff 2020). Momenteel zijn er drie genotypen van CHIKV bekend: het Aziatische, West-Afrikaanse en Oost-/Centraal-/Zuid-Afrikaanse genotype, waarvan de Indiase Oceaan Lineage (IOL) een nieuwe variant is (Phadungsombat 2022).
Epidemiologie
Verspreiding in de wereld
Chikungunya is endemisch in veel tropische en subtropische landen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. In deze regio’s komen met enige regelmaat ook grotere uitbraken voor. Bij een uitbraak worden in korte tijd een grote hoeveelheid mensen besmet, waarna de uitbraak vrijwel uitdooft. Vervolgens kan er jaren later, als er weer een niet-immune populatie aanwezig is, opnieuw een verheffing optreden. In 2025 zijn er wereldwijd meer dan 450.000 personen die chikungunya hebben opgelopen gemeld, daarvan zijn er ongeveer 140 overledenen gemeld (ECDC 2025a). Kijk voor een actueel beeld op de ECDC website en voor chikungunyavirusuitbraken op de LCR website.
Chikungunya is niet endemisch in Europa. De meerderheid van de meldingen van CHIKV-infecties doet zich voor onder reizigers die het virus buiten het vasteland van Europa oplopen. Lokale transmissie van chikungunya komt echter af en toe voor in regio’s in Europa waar de Aedes albopictus-mug gevestigd is en waar deze ook lokale uitbraken veroorzaakt. Dit heeft zich in 2025 voorgedaan in Italië (n=384 patiënten) en Frankrijk (n=788 patiënten) (ECDC 2025c, Grandadam 2011, Rezza 2007).
Voorkomen in Nederland
Europees Nederland
De eerste melding van een persoon met een CHIKV-infectie in Nederland deed zich voor in 2006 na een bezoek aan Mauritius (Hassing 2008). Naar aanleiding van een uitbraak van chikungunya in het Caribisch gebied, is er in 2014 bij 181 reizigers chikungunya vastgesteld. Van deze reizigers hadden er tachtig gereisd naar het Caribisch gebied (Struik 2015). Tot nu toe is er geen autochtone infectie met chikungunya in Europees Nederland vastgesteld.
Sinds 2005 wordt de Aedes albopictus (de tijgermug) regelmatig geïntroduceerd in Nederland via handelsroutes, voornamelijk via tweedehands banden en bamboestekjes. De laatste jaren is de Aziatische tijgermug steeds meer door burgers gezien die binnen Europa op reis zijn geweest naar gebieden waar deze muggen gevestigd zijn. Deze toename is te wijten aan groeiende populaties van de vector in Zuid-Europa en uitbreiding van hun verspreidingsgebied, dat dichterbij Nederland komt. Sinds 2009 is er een effectief uitroeiingsbeleid in Nederland, waardoor er (nog) geen gevestigde populaties van tijgermuggen zijn en de kans op lokale transmissie in ons land verwaarsloosbaar is (Dijkstra 2024, Scholte 2008).
Nederlands Caribisch gebied
In 2013 werd de eerste autochtone transmissie van chikungunya gemeld op Sint-Maarten. In mei 2014 waren er meer dan achtduizend waarschijnlijke en bevestigde chikungunyapatiënten in het Caribisch gebied. Hierna heeft CHIKV nog enkele jaren gecirculeerd in de Caribische regio, maar is het aantal gemelde patiënten beperkt gebleven (Cleton 2014, Struik 2015). Tussen 2017 en 2026 zijn er geen uitbraken geweest en zijn er slechts sporadische of helemaal geen chikungunyameldingen meer geweest vanuit het Nederlands Caribisch gebied. Een volledig overzicht van alle chikungunyameldingen is te vinden op RIVM.nl.
Pathogenese
Nadat het virus via een muggenbeet in de bloedbaan terechtkomt, vermenigvuldigt het virus zich. Daarna verspreidt het zich via de bloedbaan naar de lever, spieren, gewrichten, de milt en hersenen (Bartholomeeusen 2023). De pathogenese van de gewrichtsklachten die kunnen ontstaan bij een chikungunyavirusinfectie is grotendeels onbekend. Waarschijnlijk is er een relatie met de hoogte van de viremie, die een sterke respons in cytokines en chemokines opwekt. CHIKV infecteert macrofagen, die vervolgens in de gewrichtsspleet inflammatoire cytokines loslaten. Ook worden osteoblasten geïnfecteerd, wat kan leiden tot botafbraak. Bij persisterende gewrichtspijnen is er mogelijk sprake van een onvermogen van het lichaam om het virus te klaren en daarbij van een persisterende inflammatoire respons (Bartholomeeusen 2023, de Lima Cavalcanti 2022, Fox 2016).
Incubatieperiode
Gemiddeld 3 tot 7 dagen (spreiding van 1 tot 12 dagen) na infecterende muggenbeet (Markoff 2020, Rudolph 2014).
Ziekteverschijnselen
Koorts
Ongeveer 65-85% van de CHIKV-infecties verloopt symptomatisch (Appassakij 2013, Staples 2025). Bij een symptomatische infectie is er vaak plotseling hoge koorts (> 39°C). De koorts kan bifasisch verlopen en houdt ongeveer een week aan (Bartholomeeusen 2023, Vu 2017). Bij de koorts zijn er vaak ook andere klachten, zoals spierpijn, rugpijn, misselijkheid, braken, huiduitslag en gewrichtsklachten (Staples 2025).
Gewrichtsklachten
Enkele dagen na het ontstaan van de koorts kunnen er gewrichtsklachten ontstaan, waaronder artralgie (gewrichtspijn) en artritis (gewrichtsontsteking). De gewrichtsklachten kunnen ernstig zijn en zijn vaak symmetrisch en bilateraal. De distale gewrichten zijn eerder aangedaan dan de proximale gewrichten (Paul 2018).
Huiduitslag
Na het ontstaan van de koorts ontstaat er na enkele dagen bij 40-75% van de personen een maculopapuleuze huiduitslag. Deze huiduitslag geeft in 25-50% van de gevallen jeuk en lokaliseert zich met name op de romp, extremiteiten (waaronder ook de handen, voeten) en soms in het gezicht (21% van de gevallen) (Lakshmi 2008, Paul 2018, Staples 2025, Taubitz 2007).
Chikungunya kan erg lijken op dengue of zika. De belangrijkste kenmerken en verschillen staan weergegeven in de tabel.
| Kenmerk | Dengue | Chikungunya | Zika |
|---|---|---|---|
| virus (genus) | Flavivirus | Alfavirus | Flavivirus |
| symptomatische infectie | 1 op de 4 patiënten | 3 op de 4 patiënten | 1 op de 4 à 5 patiënten |
| incubatieperiode in dagen | 3-14 | 1-12* | 3-12 |
| duur acute symptomen in dagen | 2-7 | 5-7 | 2-7 |
| primaire vector | Aedes spp. (A. aegypti, A. albopictus) | Aedes spp. (A. aegypti, A. albopictus, A. hensili) | Aedes spp. (onder andere A. aegypti, A. hensili, A. albopictus) |
| koorts | hoge koorts | hoge koorts | verhoging of lichte koorts |
| hepatomegalie | ++ | ++ | + |
| gewrichtspijn | ++ | +++, kan maanden tot jaren aanhouden | +++, kort |
| spierpijn | + | + | ++ |
| huiduitslag | +++ | +++ | +++ |
| jeuk | ++ | ++ | ++ |
| conjunctivitis | + | + | +++ |
| lymfadenopathie | ++ | ++ | + |
| trombopenie | ++ | + | - |
| leukopenie | ++ | ++ | + |
| bloedingen | + | - | - |
| oedeem van enkels, polsen of handen | - | - | ++ |
| retro-orbitale pijn | ++ | + | ++ |
Chronische chikungunya
Bij 40-80% (gemiddeld 50%) van de personen met klinische verschijnselen treedt de chronische vorm van chikungunya op, waarbij ziekteverschijnselen langer duren dan 3 maanden. Gewrichtsklachten staan hierbij op de voorgrond (Bartholomeeusen 2023, CDC 2023). Personen met chronische persisterende gewrichtsklachten hadden vaker een hogere virale lading van (chikungunyavirus) en een hogere leeftijd (Hoarau 2010).
Complicaties
Zeldzame, ernstige complicaties zijn met name beschreven bij patiënten ouder dan 65 jaar met onderliggende chronische aandoeningen (Dorléans 2018, Weaver 2015). Ernstige complicaties zijn o.a. neurologische aandoeningen (waaronder meningo-encefalitis en guillain-barrésyndroom, vaker bij kinderen en ouderen), myocarditis, hepatitis en diverse oculaire afwijkingen (waaronder neuritis optica) (da Silva 2022, ECDC 2025b, Mehta 2018).
De case fatality rate ligt ongeveer tussen de 0,1 tot 0,8% (Bartholomeeusen 2023, Cerqueira-Silva 2024)
Natuurlijke immuniteit
Een CHIKV-infectie geeft een sterke immuunrespons, waarbij er onder andere neutraliserende antistoffen worden gevormd (Fox 2016). Na een CHIKV-infectie bieden deze neutraliserende antistoffen levenslange bescherming tegen de symptomen van chikungunya. Daarnaast is het mogelijk dat deze antistoffen – al dan niet tijdelijk – ook bescherming bieden tegen herinfectie, zelfs met andere genotypen van CHIKV (de Souza 2023, Fumagalli 2021, Jin 2018).
Reservoir
De mens is het belangrijkste reservoir, met name tijdens epidemische perioden. Het virus circuleert tussen de mens en de mug. Er zijn aanwijzingen dat niet-humane primaten en enkele kleinere zoogdieren mogelijk als reservoir op kunnen treden (Bosco-Lauth 2016, ECDC 2025b, Ng 2010).
Transmissie
Besmettingsweg
Muggenbeten
Besmetting via muggenbeten is de belangrijkste transmissieroute van CHIKV (WHO 2025). De belangrijkste vectoren van CHIKV zijn de gelekoortsmug (de Aedes aegypti) en de Aziatische tijgermug (de Aedes albopictus). De Aedes hensilli is in Micronesië een vector gebleken voor CHIKV (Ledermann 2014). Zij staan bekend als dagactieve muggen, waarbij de hoogste activiteit vaak net na zonsopgang en voor zonsondergang is (Wynne 2024).
Aedes-muggen zijn dagactief en kunnen zowel binnen als buiten verblijven (CDC 2024a). Er zijn ook andere muggensoorten dan Aedes-muggen die chikungunya kunnen overdragen, met name in Afrikaanse oerwouden en jungles (de Lima Cavalcanti 2022, Staples 2025).
Zeldzame transmissieroutes
Naast muggenbeten zijn er enkele zeldzame transmissieroutes, zoals via bloed door prikaccidenten en via aerosolvorming in laboratoria (Staples 2025). Transmissie van CHIKV via bloedtransfusie of transplantatie is theoretisch mogelijk, maar is nog niet beschreven (ECDC 2025b, Petersen 2010). Hoewel CHIKV is aangetroffen in sperma en urine, is er geen bewijs voor seksuele transmissie (Bandeira 2016, Staples 2025).
Perinatale transmissie
De meeste CHIKV-infecties tijdens de zwangerschap resulteren niet in transmissie naar de foetus. In utero transmissie is beschreven, maar is wel zeldzaam (Fritel 2010, Vouga 2019). Perinatale transmissie kan optreden als de zwangere in de viremische fase zit tijdens de bevalling. Uit verschillende studies blijkt dat de intrapartum transmissiekans 3 tot 50% is (Contopoulos-Ioannidis 2018, Gérardin 2008, Gérardin 2014, van Aalst 2017). Deze transmissie vindt waarschijnlijk plaats via de placenta door contracties tijdens de bevalling. Er zijn geen aanwijzingen voor transmissie via moedermelk (Bartholomeeusen 2023, ECDC 2025b, Fritel 2010, Gérardin 2008).
Besmettelijke periode
Personen kunnen in de viremische fase Aedes-muggen besmetten, die dan weer andere personen kunnen infecteren, voornamelijk binnen het huishouden en in de directe omgeving van de viremische patiënt. Dit kan alleen in de viremische fase gebeuren: meestal voordat er ziekteverschijnselen zijn en in de eerste week met ziekteverschijnselen (Alvarez-Argüelles 2019, CDC 2024b, ECDC 2025b).
De duur van de complete transmissiecyclus van CHIKV van mens naar mug en dan weer terug naar de mens is sterk afhankelijk van de omgevingstemperatuur. Enkele onderzoeken wezen uit dat CHIKV al twee dagen na ingestie in de speekselklieren van de mug kan worden aangetoond (Dong 2016, Dubrulle 2009). Een Aedes-mug die het CHIKV met een bloedmaaltijd heeft ingenomen, blijft zijn leven lang infectieus (Mourad 2022, WHO 2025). De gemiddelde levensduur van de mug is 3 á 4 weken (Muhammad 2020).
Besmettelijkheid
Met uitzondering van zeldzame transmissieroutes, is directe mens-op-mens-overdracht van CHIKV niet beschreven. Overdracht verloopt vooral via de mug.
Risicogroepen
Verhoogde kans op infectie
Inwoners van en reizigers naar gebieden waar chikungunya voorkomt hebben een verhoogde kans op infectie. Chikungunya kent een epidemiologisch patroon dat wordt gekenmerkt door langdurige periodes van lage of afwezige viruscirculatie, afgewisseld met plotselinge, grootschalige uitbraken waarbij tot 75% van de lokale bevolking kan worden getroffen. Vooral als er sprake is van een uitbraak van chikungunya is er een verhoogde kans op infectie. Zie voor de epidemiologische situatie van chikungunya de ECDC.
Verhoogde kans op ernstig beloop
Personen die een verhoogde kans op ernstig beloop van chikungunya kunnen hebben zijn:
- Personen met comorbiditeiten: personen met pre-existent nierlijden, hart- en vaatziekten en slecht gereguleerde diabetes mellitus hebben een verhoogde kans op een ernstig beloop. Personen met pre-existente gewrichtsklachten (artrose, artritis) hebben een hogere kans om chronische gewrichtsklachten te ontwikkelen (Bartholomeeusen 2023, Bouquillard 2009, Sissoko 2009).
- Ouderen (>65 jaar): ouderen presenteren zich vaker met een ernstiger klinisch beeld en hebben een grotere kans op het ontwikkelen van chronische gewrichtsklachten en overlijden ten gevolge van chikungunya (Burt 2012, ECDC 2025b, Manimunda 2010).
- Neonaten: neonaten hebben een hogere kans op het ontwikkelen van meningo-encefalitis en hiermee ook een grotere kans op overlijden, zie ook Verhoogde kans op ernstig beloop bij zwangerschap (Burt 2012, ECDC 2025b, Gérardin 2008).
Verhoogde kans op ernstig beloop bij zwangerschap
Zwangerschap
Een CHIKV-infectie tijdens de zwangerschap leidt over het algemeen niet tot een verhoogde kans op complicaties. Er is echter wel een verhoogde kans op een gecompliceerd beloop in het derde trimester in vergelijking met het eerste en tweede trimester. Met name is er in het derde trimester een verhoogde kans op het ontstaan van sepsis en ziekenhuisopname (Escobar 2017, Vouga 2019).
Foetus
Miskramen ten gevolge van CHIKV-infecties komen zelden voor (Do Monte 2025, Gérardin 2008). In een systematisch review is het risico op foetale sterfte ten gevolge van CHIKV-infecties berekend op 0,3%. Hierbij was CHIKV vastgesteld in vruchtwater, de placenta of foetaal hersenweefsel (Contopoulos-Ioannidis 2018).
Neonaten
Ongeveer 50% van de neonaten die een perinatale CHIKV-infectie hebben opgelopen hebben ziekteverschijnselen, zoals koorts, zwelling van de gewrichten, oedeem en een huiduitslag. Ook kan er sprake zijn van een trombocytopenie en verhoogde leverenzymen. De ziekteverschijnselen ontstaan 3 tot 5 dagen postpartum (Bartholomeeusen 2023, Vouga 2019). In een grote cohortstudie ontwikkelde ongeveer de helft van de neonaten met een CHIKV-infectie kort na de geboorte een sepsis, meningo-encefalitis of intracerebrale hemorragie, soms met langdurige neurocognitieve verschijnselen (Gérardin 2008).
Behandeling
Er zijn geen antivirale middelen geregistreerd die effectief zijn tegen chikungunya. Bij de chronische vorm van chikungunya, waarbij gewrichtsklachten domineren, kunnen corticosteroïden of DMARDs (disease modifying antirheumatic drugs) geïndiceerd zijn. Revalidatie en fysiotherapie zijn ook van belang voor herstel (Bartholomeeusen 2023, Moizéis 2018). Zie voor de behandeling van chikungunya WHO guidelines for clinical management of arborviral diseases.
Diagnostiek
Zie ook Diagnostisch Vademecum Chikungunya.
Microbiologische diagnostiek
Afhankelijk van de reisbestemming dient aan CHIKV gedacht te worden. Differentiaaldiagnostisch moet, afhankelijk van de reisbestemming, gedacht worden aan onder andere dengue, malaria, andere alphavirusinfecties, sommige flavivirusinfecties, postinfectieuze artritis en reumatologische aandoeningen.
Chikungunya en dengue zijn klinisch vaak lastig van elkaar te onderscheiden. Bij beide ziektebeelden kan koorts optreden, hoofdpijn, pijn achter de ogen, gewrichtspijn, spierpijn en moeheid. Een ernstig klinisch beloop past meer bij dengue, omdat dengue neutropenie, trombocytopenie, hemorragie en shock (en soms sterfte) kan veroorzaken.
De keuze van de diagnostische test of combinatie van testen wordt bepaald door de timing van de monsterafname ten opzichte van de eerste ziektedag en de hoeveelheid aanwezig monster (serum/plasma/CSF).
Directe diagnostiek
CHIKV veroorzaakt een hoge viremie, doorgaans 4-6 dagen na start symptomen (range 3-12 dagen). Daarom is PCR op serum van waarde naast serologie indien het bloedmonster ≤ 12 dagen na het verschijnen van symptomen is afgenomen.
De PCR-diagnostiek wordt aangeboden door het WHO Reference and Research Centre for Arboviruses and Hemorrhagic Fever Viruses, Erasmus (Medisch Centrum) en door het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). In Nederland wordt geen kweek of Ag-detectie uitgevoerd in de routinediagnostiek.
Indirecte diagnostiek
Serologisch onderzoek naar CHIKV omvat antistofbepalingen voor (immunoglobuline M) en (immunoglobuline G).
IgM wordt meestal tussen dag 2-7 positief en blijft vaak gedurende 3-4 maanden positief. In uitzonderlijke gevallen blijft de IgM 2 jaar positief. IgG is meestal na 5-6 dagen aantoonbaar en blijft jarenlang positief. Bij neurologische verschijnselen kan de IgM in liquor sneller aanwezig zijn dan in het serum.
De prestaties van de commercieel beschikbare CHIKV-serologie hebben een sensitiviteit tussen 85%-90% voor IgM en IgG. Bij een laag-positief of negatief resultaat kan een tweede serummonster nodig zijn.
Er is geen serologische kruisreactiviteit met dengue. Serologische kruisreacties kunnen wel optreden met andere, overigens vrij zeldzame, alphavirussen, met name voor IgM binnen dezelfde serogroep zoals met mayarovirus (Zuid-Amerika), o’nyongnyongvirus (Oost- en Centraal-Afrika) en rossrivervirus (Oceanië). Kruisreactiviteit met deze virussen is zwak met uitzondering van o’nyongnyongvirus dat uitsluitend in Oost- en Centraal-Afrika voorkomt. Voor reizigers binnen Europa dient sindbisvirus in de differentiaaldiagnose opgenomen te worden. Kruisreactiviteit met sindbisvirus is zeer zwak.
Typering voor bron- en contactonderzoek
Genotypering is niet aangewezen voor de routinediagnostiek.
Preventie
Immunisatie
Vaccinatie
Voor de indicaties voor chikungunyavaccinatie, de geregistreerde vaccins, eigenschappen, contra-indicaties, vaccinatieschema’s en werkingsduur, is binnenkort de factsheet chikungunyavaccinatie te raadplegen. Zie ook Vaccinatie voor werknemers in de arbeidsrelevante aanvullingen.
Passieve immunisatie
Immunoglobulinen tegen chikungunya worden in Nederland niet toegepast.
Voor de komst van vaccins werd in Brazilië en op de eilanden in de Indische Oceaan soms wel anti-CHIKV humane polyvalente immunoglobuline gebruikt, vooral bij ernstige of atypische gevallen van chikungunya, of wanneer er neurologische symptomen optraden als gevolg van de ziekte (Fernandes 2019, Moizéis 2018).
Algemene preventieve maatregelen
De algemene preventieve maatregelen bestaan uit muggenwerende maatregelen en de bestrijding van de vector.
Muggenwerende maatregelen
Muggenwerende maatregelen worden aangeraden in endemische en epidemische gebieden. Zowel Aedes aegypti als Aedes albopictus zijn dag-actieve muggen waarbij de hoogste activiteit vaak net na zonsopgang of voor zonsondergang is (Wynne 2024). Zie voor muggenwerende maatregelen de LCI-richtlijn Muggenwerende maatregelen.
Bestrijding vector
De muggen die CHIKV kunnen verspreiden verblijven vaak in de onmiddellijke nabijheid van mensen. Ze gebruiken relatief kleine waterreservoirs (bijvoorbeeld bloempotten en drinkbakken) voor de voortplanting. Het verwijderen (leegmaken, schoonmaken en opbergen) of afdekken van dergelijke reservoirs is een belangrijke algemene preventieve maatregel. Bestrijding van de mug en hun larven door middel van chemische of biologische bestrijdingsmiddelen en door meer innovatieve methoden (genetisch gemodificeerde muggen, speciale vallen) kan een belangrijke rol spelen in de vectorbestrijding (Jones 2021, Roiz 2018). Biologische larviciden en adulticiden mogen enkel door gediplomeerde bestrijders worden ingezet.
Bestrijding vector in Europees Nederland
Sinds 2009 is er een landelijk effectief uitroeiingsbeleid tegen invasieve exotische muggen. In het geval er exotische muggen aangetroffen worden in Europees Nederland, ligt de bestrijding bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Omwonenden wordt gevraagd om hun medewerking om broedplaatsen te verwijderen. De (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) zet extra muggenvallen neer.
Het Centrum Monitoring Vectoren van de NVWA voert zowel een actieve als passieve surveillance van exotische muggensoorten uit. Bij een actieve surveillance worden risicolocaties gemonitord op de aanwezigheid van exotische muggensoorten. Een risicolocatie is bijvoorbeeld een locatie waarbij import van risicogoederen plaatsvindt, zoals bandenbedrijven en bedrijven die lucky bamboo importeren. Bij passieve surveillance wordt er geacteerd aan de hand van meldingen van inwoners (Brandwagt 2015).
Locaties waar muggen zijn gevonden door de NVWA, zijn te vinden via Vondsten invasieve exotische muggen (NVWA). Het beleid om vestiging van invasieve exotische muggen in Nederland te voorkomen staat beschreven in de wegwijzer Exotische steekmuggen.
Bestrijding vector in het Nederlands Caribisch gebied
In endemische gebieden hebben veel landen een nationaal plan voor de bestrijding van chikungunya. Dit bestaat onder andere uit de bestrijding van de vector en voorlichting over preventiemaatregelen (Van den Berg 2012). Een geïntegreerde, multidisciplinaire aanpak vraagt een strakke organisatie met veel aandacht voor betrokkenheid van de lokale gemeenschap. Ook in het Nederlands Caribisch gebied wordt een dergelijke aanpak nagestreefd (RIVM 2025).
Reiniging, desinfectie en sterilisatie
Niet van toepassing.
Maatregelen
Meldingsplicht
Chikungunya is een meldingsplichtige ziekte groep C en alleen meldingsplichtig bij vaststelling in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (Caribisch Nederland).
De meldingsplicht geldt niet voor vaststelling van de ziekte in Europees Nederland, vanwege het feit dat tijgermuggen zich nog niet permanent in Europees Nederland hebben gevestigd en daardoor de kans op verdere overdracht verwaarloosbaar is.
Voor Caribisch Nederland geldt dat artsen en hoofden van laboratoria bij vaststelling van de infectieziekte of verwekker dit binnen 1 werkdag moeten melden aan de (Gemeentelijke gezondheidsdienst). De GGD meldt gepseudonimiseerd conform de Wet publieke gezondheid binnen 1 week aan het (Centrum Infectieziektebestrijding) en levert gegevens voor de landelijke surveillance van meldingsplichtige ziekten.
Toelichting: de autonome landen (Curaçao, Aruba en Sint-Maarten) binnen het Koninkrijk der Nederlanden hebben hun eigen lokale wetgeving over meldplicht en rapportering richting publieke gezondheidsdiensten. Zij vallen niet onder de Nederlandse meldingsplicht zoals hierboven omschreven.
Zowel voor waarschijnlijke als voor bevestigde chikungunya geldt de meldingsplicht en bij beiden zijn er maatregelen nodig.
Meldingscriteria
Waarschijnlijke chikungunya
Een patiënt met acute koorts (≥ 38.5°C) én symptomen (tenminste 1) van ernstige artralgie, myalgie of artritis, die niet te verklaren zijn door andere aandoeningen,
EN
- een enkel serummonster positief voor chikungunya-specifieke IgM
OF
- woont in, of heeft bezocht, een epidemisch of endemisch gebied in de 2 weken voor de eerste ziektedag.
Bevestigde chikungunya
Een patiënt met een positieve testuitslag voor tenminste één van de onderstaande chikungunya-specifieke laboratoriumtesten:
- Positieve IgM met confirmatie door een referentielaboratorium
- Aantonen van een significante stijging van chikungunya-specifieke IgM- en/of IgG-antistoffen, danwel seroconversie in een gepaard serum (minimaal 14 dagen ertussen)
- Detectie van chikungunya viraal genetisch materiaal
Inschakelen van andere instanties
In Caribisch Nederland kan zo nodig vectorbestrijdingsdienst ingeschakeld worden om verspreiding van CHIKV te voorkomen (RIVM 2025).
Bron- en contactonderzoek
Bronopsporing
In Europees Nederland, waar de vector zich nog niet gevestigd heeft, zijn bronopsporing van vectoren (muggen) en maatregelen ten aanzien van de bron niet nodig.
In het Nederlands Caribisch gebied, waar de vector gevestigd is, wordt laagdrempelige bronopsporing van vectoren (muggen) en maatregelen ten aanzien van de bron toegepast. Bij individuele ziektegevallen is de reisgeschiedenis relevant om te identificeren of het om een geïmporteerde infectie gaat of om een nieuwe lokale uitbraak.
Contactonderzoek
Niet van toepassing.
Maatregelen ten aanzien van index, contacten en bron
Maatregelen ten aanzien van index
In gebieden waar de mug endemisch is, is het advies voor de index om in de eerste ziekteweek muggenwerende maatregelen te nemen, zodat besmetting van muggen (en daarmee indirecte transmissie naar andere mensen) kan worden voorkomen (WHO 2025).
Maatregelen ten aanzien van contacten
Er zijn geen maatregelen nodig ten aanzien van contacten.
Maatregelen ten aanzien van de bron
Al bij een waarschijnlijk geval wordt in het Nederlands Caribisch gebied muggenbestrijding uitgevoerd door de afdelingen publieke gezondheidszorg van de openbare lichamen (bijvoorbeeld een GGD). Hierbij worden muggenbroedplaatsen opgespoord en verwijderd. De muggenbestrijding gebeurt rondom de woning en de directe omgeving van de index. Bewoners kunnen worden voorgelicht over muggenwerende maatregelen, muggenbestrijding en het herkennen van symptomen (RIVM 2025). Zie ook Bronopsporing.
Postexpositieprofylaxe
Geen.
Wering
Wering is niet van toepassing.
Arbeidsrelevante aanvullingen
Deze aanvullingen zijn geschreven voor en door bedrijfsartsen en beschrijven de preventieve maatregelen om het oplopen van infectieziekten tijdens het werk te voorkomen (werknemer als risicoloper) en de maatregelen/aanpassingen die genomen kunnen worden bij vaststelling van de infectieziekte bij de werknemer (werknemer als risicovormer). In de werksituatie gelden de Arbowet, het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) en de Europese Richtlijn 2000/54 gericht op preventie. Zie ook biologische agentia in de wet (Arboportaal.nl).
Ziekteverschijnselen in relatie tot arbeid
Zie de paragraaf Ziekteverschijnselen. Belastbaarheid in werk wordt bepaald door de ernst van de symptomen. Met name de chronische ziekteverschijnselen kunnen de belastbaarheid voor werk langdurig negatief beïnvloeden. De bedrijfsarts kan de beperkingen in relatie tot werkzaamheden duiden en adviseren over mogelijkheden.
Arbeidsgerelateerde risicogroepen
Risicolopers
Beroepsgroepen met een verhoogde kans op infectie zijn werknemers die voor hun werk verblijven in gebieden waar chikungungya (endemisch) voorkomt, zoals veldonderzoekers, medisch personeel of militairen (Frickmann 2019, Kling 2025). Overdracht via bloed is mogelijk: er is één geval gedocumenteerd waarbij een zorgverlener werd blootgesteld aan bloed van een besmette patiënt. Verder zijn er ook gevallen beschreven bij laboratoriumpersoneel (Staples 2025).
Preventieve maatregelen op het werk
Om blootstelling aan chikungunya zo veel mogelijk te voorkomen, zijn preventieve maatregelen aangewezen zoals beschreven onder Preventieve maatregelen. Voorlichting aan medewerkers die beroepsmatig reizen naar gebieden met gezondheidsrisico’s, zoals de aanwezigheid van infectieziekten als chikungunya, is essentieel. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor het organiseren van adequate voorlichting voor deze werknemers. Deze kan zich laten bijstaan door een professional met aantoonbare deskundigheid, bij voorkeur verbonden aan een gespecialiseerd centrum, zoals een (Landelijke Coördinatiecentrum Reizigersadvisering)-gecertificeerde reizigersadvies- en vaccinatiekliniek. Het advies moet afgestemd worden op de bestemming, de uit te voeren werkzaamheden en individuele risicofactoren van de medewerker. Voor medewerkers in Nederland die tijgermuggen ruimen gelden alleen reguliere maatregelen tegen muggenbeten.
(chikungunyavirus) is ingedeeld in risicoklasse 3 van biologische agentia (zie EU-richtlijn 2019). Voor werken met CHIKV in laboratoria gelden specifieke voorschriften zoals beschreven in Richtlijn 2000/54/EG en de richtlijnen van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Microbiologie (Bitter 2021).
Als medewerkers blootgesteld kunnen worden aan biologische agentia van de categorie 3 of 4 is de werkgever verplicht een register bij te houden. Voor meer informatie en instructies, zie Arbobesluit artikel 4.90. Jeugdige werknemers verrichten geen arbeid met of worden niet blootgesteld aan biologische agentia van categorie 3 of 4 (Arbobesluit artikel 4.105). Ook zwangeren verdienen speciale aandacht (Arbobesluit artikel 4.107).
Vaccinatie werknemers
Vaccinatie kan onderdeel zijn van de preventieve maatregelen die werkgevers moeten treffen om de veiligheid en gezondheid van werknemers te waarborgen. De indicatie voor vaccinatie is gebaseerd op een individuele risicobeoordeling, waarbij de aard van het werk (directe of indirecte blootstelling) en het risico op blootstelling (langdurig verblijf, gebied met uitbraak) centraal staan. Hierbij moet rekening gehouden worden met de leeftijdsgroepen waarvoor het beschikbare vaccin is goedgekeurd (Kling 2025, Staples 2025). Voor de indicaties voor chikungunyavaccinatie, de geregistreerde vaccins, eigenschappen, contra-indicaties, vaccinatieschema’s en werkingsduur, is binnenkort de factsheet chikungunyavaccinatie te raadplegen.
Preventieve maatregelen bij kinderwens, zwangerschap of lactatie
Werkgevers die actief zijn in risicosectoren dienen medewerkers met een zwangerschapswens, zwangerschap of lactatie te wijzen op het anonieme open spreekuur bij de bedrijfsarts (arbeidsomstandighedenspreekuur of preventief spreekuur). Bij voorkeur gebeurt dit voordat potentiële blootstelling plaatsvindt. Bespreek voor vertrek naar het endemisch gebied in een preconceptioneel consult de risico’s van CHIKV-infectie tijdens de zwangerschap, zie Verhoogde kans op ernstig beloop bij zwangerschap.
Melden als beroepsziekte
Als de ziekte (waarschijnlijk) is opgelopen tijdens de beroepsuitoefening is de bedrijfsarts verplicht (Arbobesluit artikel 9.3) om dit (online) te melden bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB).
In de periode 2015-2025 zijn bij het (Nederlands Centrum voor Beroepsziekten) negen meldingen gedaan van beroepsgerelateerde chikungunya. De meldingen komen uit de luchtvaart (n=7) en andere uit andere sectoren waarbij medewerkers worden uitgezonden naar het buitenland.
Literatuur
Alvarez-Argüelles M-E, Rojo Alba S, Boga Riveiro JA, Melón García S, Rodríguez Pérez M. Diagnosis and Molecular Characterization of Chikungunya Virus Infections. In: Rodriguez-Morales AJ, editor. Current Topics in Neglected Tropical Diseases. London: IntechOpen; 2019.
Appassakij H, Khuntikij P, Kemapunmanus M, Wutthanarungsan R, Silpapojakul K. Viremic profiles in asymptomatic and symptomatic chikungunya fever: a blood transfusion threat? Transfusion. 2013;53(10 Pt 2):2567–74. https://doi.org/10.1111/j.1537-2995.2012.03960.x
Bandeira AC, Campos GS, Rocha VFD, Souza BSdF, Soares MBP, Oliveira AA, et al. Prolonged shedding of Chikungunya virus in semen and urine: A new perspective for diagnosis and implications for transmission. IDCases. 2016;6:100–3. https://doi.org/https://doi.org/10.1016/j.idcr.2016.10.007
Bartholomeeusen K, Daniel M, LaBeaud DA, Gasque P, Peeling RW, Stephenson KE, et al. Chikungunya fever. Nat Rev Dis Primers. 2023;9(1):17. https://doi.org/10.1038/s41572-023-00429-2
Bitter F, van den Berg L, Bleijs D, de Cock H, van Doorn J, van Driel H, et al. Veilig werken met micro-organismen, parasieten, en cellen in laboratoria en andere werkruimten. 5 ed. Bitter F, editor. Groenekan: KNVM; 2021.
Bosco-Lauth AM, Nemeth NM, Kohler DJ, Bowen RA. Viremia in North American Mammals and Birds After Experimental Infection with Chikungunya Viruses. Am J Trop Med Hyg. 2016;94(3):504–6. https://doi.org/10.4269/ajtmh.15-0696
Bouquillard E, Combe B. Rheumatoid arthritis after Chikungunya fever: a prospective follow-up study of 21 cases. Ann Rheum Dis. 2009;68(9):1505–6. https://doi.org/10.1136/ard.2008.097626
Brandwagt DA, Stroo CJ, Braks MA, Fanoy EB. [Fighting mosquitoes in the Netherlands: risks and control of exotic mosquitoes]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:A8025. (Muggenbestrijding in Nederland: risico's en bestrijding van exotische muggen.)
Burt FJ, Rolph MS, Rulli NE, Mahalingam S, Heise MT. Chikungunya: a re-emerging virus. Lancet. 2012;379(9816):662–71. https://doi.org/10.1016/s0140-6736(11)60281-x
CDC. Chronic arthralgia after chikungunya 2023. Beschikbaar via: https://www.cdc.gov/acip/downloads/slides-2023-02-22-24/Chikungunya-04-Lindsey-508.pdf.
CDC. Life Cycle of Aedes Mosquitoes 2024a. Beschikbaar via: https://www.cdc.gov/mosquitoes/about/life-cycle-of-aedes-mosquitoes.html.
CDC. Transmission of Chikungunya Virus 2024b. Beschikbaar via: https://www.cdc.gov/chikungunya/php/transmission/.
Cerqueira-Silva T, Pescarini JM, Cardim LL, Leyrat C, Whitaker H, Antunes de Brito CA, et al. Risk of death following chikungunya virus disease in the 100 Million Brazilian Cohort, 2015-18: a matched cohort study and self-controlled case series. Lancet Infect Dis. 2024;24(5):504–13. https://doi.org/10.1016/s1473-3099(23)00739-9
Cleton NB, Reusken C, van Gorp EC. [The chikungunya epidemic in the Caribbean: implications for travellers and physicians]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:A7918. (De chikungunya-epidemie in de Cariben: implicaties voor reiziger en arts.)
Contopoulos-Ioannidis D, Newman-Lindsay S, Chow C, LaBeaud AD. Mother-to-child transmission of Chikungunya virus: A systematic review and meta-analysis. PLoS Negl Trop Dis. 2018;12(6):e0006510. https://doi.org/10.1371/journal.pntd.0006510
da Silva LCM, da Silva Platner F, da Silva Fonseca L, Rossato VF, de Andrade DCP, de Sousa Valente J, et al. Ocular Manifestations of Chikungunya Infection: A Systematic Review. Pathogens. 2022;11(4). https://doi.org/10.3390/pathogens11040412
de Lima Cavalcanti TYV, Pereira MR, de Paula SO, Franca RFO. A Review on Chikungunya Virus Epidemiology, Pathogenesis and Current Vaccine Development. Viruses. 2022;14(5). https://doi.org/10.3390/v14050969
de Souza WM, de Lima STS, Simões Mello LM, Candido DS, Buss L, Whittaker C, et al. Spatiotemporal dynamics and recurrence of chikungunya virus in Brazil: an epidemiological study. Lancet Microbe. 2023;4(5):e319–e29. https://doi.org/10.1016/s2666-5247(23)00033-2
Dijkstra P. Stand van zaken introducties tijgermug (Aedes albopictus) in Nederland (kamerbrief, Kenmerk: 3802933-1064057-PG). Den Haag 2024.
Do Monte ACP, Lacerda HR. Fetal and Neonatal Deaths Resulting from Chikungunya Virus Infection During Pregnancy: A Case Series. Int Med Case Rep J. 2025;18:479–85. https://doi.org/10.2147/imcrj.S506873
Dong S, Kantor AM, Lin J, Passarelli AL, Clem RJ, Franz AW. Infection pattern and transmission potential of chikungunya virus in two New World laboratory-adapted Aedes aegypti strains. Sci Rep. 2016;6:24729. https://doi.org/10.1038/srep24729
Dorléans F, Hoen B, Najioullah F, Herrmann-Storck C, Schepers KM, Abel S, et al. Outbreak of Chikungunya in the French Caribbean Islands of Martinique and Guadeloupe: Findings from a Hospital-Based Surveillance System (2013-2015). Am J Trop Med Hyg. 2018;98(6):1819–25. https://doi.org/10.4269/ajtmh.16-0719
Dubrulle M, Mousson L, Moutailler S, Vazeille M, Failloux AB. Chikungunya virus and Aedes mosquitoes: saliva is infectious as soon as two days after oral infection. PLoS One. 2009;4(6):e5895. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0005895
(European Centre for Disease Prevention and Control). Chikungunya virus disease worldwide overview 2025a. updated june 2025. Beschikbaar via: https://www.ecdc.europa.eu/en/chikungunya-monthly. Geraadpleegd op 31-7-2025.
ECDC. Factsheet for health professionals about chikungunya virus disease 2025b. Beschikbaar via: https://www.ecdc.europa.eu/en/chikungunya/facts/factsheet.
ECDC. Local transmission of chikungunya virus in mainland (Europese Unie)/EEA, 2007–2024 2025c. updated July 2025. Beschikbaar via: https://www.ecdc.europa.eu/en/infectious-disease-topics/chikungunya-virus-disease/surveillance-and-updates/local-transmission-previous-years.
Escobar M, Nieto AJ, Loaiza-Osorio S, Barona JS, Rosso F. Pregnant Women Hospitalized with Chikungunya Virus Infection, Colombia, 2015. Emerg Infect Dis. 2017;23(11):1777–83. https://doi.org/10.3201/eid2311.170480
Fernandes AIV, Souza JR, Silva AR, Cruz S, Castellano LRC. Immunoglobulin Therapy in a Patient With Severe Chikungunya Fever and Vesiculobullous Lesions. Front Immunol. 2019;10:1498. https://doi.org/10.3389/fimmu.2019.01498
Fox JM, Diamond MS. Immune-Mediated Protection and Pathogenesis of Chikungunya Virus. J Immunol. 2016;197(11):4210–8. https://doi.org/10.4049/jimmunol.1601426
Frickmann H, Herchenröder O. Chikungunya Virus Infections in Military Deployments in Tropical Settings-A Narrative Minireview. Viruses. 2019;11(6). https://doi.org/10.3390/v11060550
Fritel X, Rollot O, Gerardin P, Gauzere BA, Bideault J, Lagarde L, et al. Chikungunya virus infection during pregnancy, Reunion, France, 2006. Emerg Infect Dis. 2010;16(3):418–25. https://doi.org/10.3201/eid1603.091403
Fumagalli MJ, de Souza WM, de Castro-Jorge LA, de Carvalho RVH, Castro Í A, de Almeida LGN, et al. Chikungunya Virus Exposure Partially Cross-Protects against Mayaro Virus Infection in Mice. J Virol. 2021;95(23):e0112221. https://doi.org/10.1128/jvi.01122-21
Gérardin P, Barau G, Michault A, Bintner M, Randrianaivo H, Choker G, et al. Multidisciplinary prospective study of mother-to-child chikungunya virus infections on the island of La Réunion. PLoS Med. 2008;5(3):e60. https://doi.org/10.1371/journal.pmed.0050060
Gérardin P, Sampériz S, Ramful D, Boumahni B, Bintner M, Alessandri JL, et al. Neurocognitive outcome of children exposed to perinatal mother-to-child Chikungunya virus infection: the CHIMERE cohort study on Reunion Island. PLoS Negl Trop Dis. 2014;8(7):e2996. https://doi.org/10.1371/journal.pntd.0002996
Goupil BA, Mores CN. A Review of Chikungunya Virus-induced Arthralgia: Clinical Manifestations, Therapeutics, and Pathogenesis. Open Rheumatol J. 2016;10:129–40. https://doi.org/10.2174/1874312901610010129
Grandadam M, Caro V, Plumet S, Thiberge JM, Souarès Y, Failloux AB, et al. Chikungunya virus, southeastern France. Emerg Infect Dis. 2011;17(5):910–3. https://doi.org/10.3201/eid1705.101873
Hassing RJ, Heijstek MW, van Beek Y, van Doornum GJ, Overbosch D. [First case of chikungunya diagnosed in the Netherlands]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152(2):101–3. (Chikungunya voor het eerst gediagnosticeerd in Nederland.)
Hoarau JJ, Jaffar Bandjee (Medisch Centrum), Krejbich Trotot P, Das T, Li-Pat-Yuen G, Dassa B, et al. Persistent chronic inflammation and infection by Chikungunya arthritogenic alphavirus in spite of a robust host immune response. J Immunol. 2010;184(10):5914–27. https://doi.org/10.4049/jimmunol.0900255
Jin J, Galaz-Montoya JG, Sherman MB, Sun SY, Goldsmith CS, O'Toole ET, et al. Neutralizing Antibodies Inhibit Chikungunya Virus Budding at the Plasma Membrane. Cell Host & Microbe. 2018;24(3):417–28.e5. https://doi.org/https://doi.org/10.1016/j.chom.2018.07.018
Jones RT, Ant TH, Cameron MM, Logan JG. Novel control strategies for mosquito-borne diseases. Philos Trans R Soc Lond B Biol Sci. 2021;376(1818):20190802. https://doi.org/10.1098/rstb.2019.0802
Kling K, Falman A, Branke L, Harder T, Feldt T, Löbermann M, et al. Beschluss und wissenschaftliche Begründung der STIKO-Empfehlung zur Impfung gegen Chikungunya. Epidemiologisches Bulletin 2025;28:3–38. https://doi.org/10.25646/13274
Lakshmi V, Neeraja M, Subbalaxmi MV, Parida MM, Dash PK, Santhosh SR, et al. Clinical features and molecular diagnosis of Chikungunya fever from South India. Clin Infect Dis. 2008;46(9):1436–42. https://doi.org/10.1086/529444
Ledermann JP, Guillaumot L, Yug L, Saweyog SC, Tided M, Machieng P, et al. Aedes hensilli as a potential vector of Chikungunya and Zika viruses. PLoS Negl Trop Dis. 2014;8(10):e3188. https://doi.org/10.1371/journal.pntd.0003188
Manimunda SP, Vijayachari P, Uppoor R, Sugunan AP, Singh SS, Rai SK, et al. Clinical progression of chikungunya fever during acute and chronic arthritic stages and the changes in joint morphology as revealed by imaging. Trans R Soc Trop Med Hyg. 2010;104(6):392–9. https://doi.org/10.1016/j.trstmh.2010.01.011
Markoff L. Alphaviruses (Chikungunya, Eastern Equine Encephalitis). In: J.E. B, Dolin R, Blaser MJ, editors. Mandell, Douglas, and Bennett's Principles and Practice of Infectious Diseases. Philadelphia: Elsevier Saunders; 2020. p. 1997–2012.
McMahon R, Toepfer S, Sattler N, Schneider M, Narciso-Abraham M, Hadl S, et al. Antibody persistence and safety of a live-attenuated chikungunya virus vaccine up to 2 years after single-dose administration in adults in the USA: a single-arm, multicentre, phase 3b study. Lancet Infect Dis. 2024;24(12):1383–92. https://doi.org/10.1016/s1473-3099(24)00357-8
Mehta R, Gerardin P, de Brito CAA, Soares CN, Ferreira MLB, Solomon T. The neurological complications of chikungunya virus: A systematic review. Rev Med Virol. 2018;28(3):e1978. https://doi.org/10.1002/rmv.1978
Moizéis RNC, Fernandes T, Guedes P, Pereira HWB, Lanza DCF, Azevedo JWV, et al. Chikungunya fever: a threat to global public health. Pathog Glob Health. 2018;112(4):182–94. https://doi.org/10.1080/20477724.2018.1478777
Mourad O, Makhani L, Chen LH. Chikungunya: An Emerging Public Health Concern. Current Infectious Disease Reports. 2022;24(12):217–28. https://doi.org/10.1007/s11908-022-00789-y
Muhammad NAF, Abu Kassim NF, Ab Majid AH, Abd Rahman A, Dieng H, Avicor SW. Biting rhythm and demographic attributes of Aedes albopictus (Skuse) females from different urbanized settings in Penang Island, Malaysia under uncontrolled laboratory conditions. PLoS One. 2020;15(11):e0241688. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0241688
Ng LC, Hapuarachchi HC. Tracing the path of Chikungunya virus--evolution and adaptation. Infect Genet Evol. 2010;10(7):876–85. https://doi.org/10.1016/j.meegid.2010.07.012
Paul BJ, Sadanand S. Chikungunya Infection: A Re-emerging Epidemic. Rheumatol Ther. 2018;5(2):317–26. https://doi.org/10.1007/s40744-018-0121-7
Petersen LR, Busch MP. Transfusion-transmitted arboviruses. Vox Sang. 2010;98(4):495–503. https://doi.org/10.1111/j.1423-0410.2009.01286.x
Phadungsombat J, Imad HA, Nakayama EE, Leaungwutiwong P, Ramasoota P, Nguitragool W, et al. Spread of a Novel Indian Ocean Lineage Carrying E1-K211E/E2-V264A of Chikungunya Virus East/Central/South African Genotype across the Indian Subcontinent, Southeast Asia, and Eastern Africa. Microorganisms. 2022;10(2). https://doi.org/10.3390/microorganisms10020354
Rezza G, Nicoletti L, Angelini R, Romi R, Finarelli AC, Panning M, et al. Infection with chikungunya virus in Italy: an outbreak in a temperate region. Lancet. 2007;370(9602):1840–6. https://doi.org/10.1016/s0140-6736(07)61779-6
(Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Guidance document on chikungunya preparedness & response measures in the Dutch Caribbean region. Bilthoven; 2025.28–4–2025
Roiz D, Wilson AL, Scott TW, Fonseca DM, Jourdain F, Müller P, et al. Integrated Aedes management for the control of Aedes-borne diseases. PLoS Negl Trop Dis. 2018;12(12):e0006845. https://doi.org/10.1371/journal.pntd.0006845
Rudolph KE, Lessler J, Moloney RM, Kmush B, Cummings DA. Incubation periods of mosquito-borne viral infections: a systematic review. Am J Trop Med Hyg. 2014;90(5):882–91. https://doi.org/10.4269/ajtmh.13-0403
Schneider M, Narciso-Abraham M, Hadl S, McMahon R, Toepfer S, Fuchs U, et al. Safety and immunogenicity of a single-shot live-attenuated chikungunya vaccine: a double-blind, multicentre, randomised, placebo-controlled, phase 3 trial. Lancet. 2023;401(10394):2138–47. https://doi.org/10.1016/s0140-6736(23)00641-4
Scholte EJ, Dijkstra E, Blok H, De Vries A, Takken W, Hofhuis A, et al. Accidental importation of the mosquito Aedes albopictus into the Netherlands: a survey of mosquito distribution and the presence of dengue virus. Med Vet Entomol. 2008;22(4):352–8. https://doi.org/10.1111/j.1365-2915.2008.00763.x
Silva MMO, Kikuti M, Anjos RO, Portilho MM, Santos VC, Gonçalves TSF, et al. Risk of chronic arthralgia and impact of pain on daily activities in a cohort of patients with chikungunya virus infection from Brazil. Int J Infect Dis. 2021;105:608–16. https://doi.org/10.1016/j.ijid.2021.03.003
Sissoko D, Malvy D, Ezzedine K, Renault P, Moscetti F, Ledrans M, et al. Post-epidemic Chikungunya disease on Reunion Island: course of rheumatic manifestations and associated factors over a 15-month period. PLoS Negl Trop Dis. 2009;3(3):e389. https://doi.org/10.1371/journal.pntd.0000389
Staples JE, Hills SL, Powers AM. Chikungunya. 2025. In: CDC Yellow Book: Health Information for International Travel [Internet]. CDC. 2026. Available from: https://www.cdc.gov/yellow-book/hcp/travel-associated-infections-diseases/chikungunya.html.
Struik J, Berend K, Gerstenbluth I. Wees alert op Chikungunya2015. Available from: https://www.medischcontact.nl/actueel/laatste-nieuws/artikel/wees-alert-op-chikungunya.
Taubitz W, Cramer JP, Kapaun A, Pfeffer M, Drosten C, Dobler G, et al. Chikungunya fever in travelers: clinical presentation and course. Clin Infect Dis. 2007;45(1):e1–4. https://doi.org/10.1086/518701
Tegar S, Brass DP, Purse BV, Cobbold CA, White SM. Temperature-sensitive incubation, transmissibility and risk of Aedes albopictus-borne chikungunya virus in Europe. J R Soc Interface. 2026;23(235). https://doi.org/10.1098/rsif.2025.0707
van Aalst M, Nelen CM, Goorhuis A, Stijnis C, Grobusch MP. Long-term sequelae of chikungunya virus disease: A systematic review. Travel Med Infect Dis. 2017;15:8–22. https://doi.org/10.1016/j.tmaid.2017.01.004
Van den Berg H, Clifford M, Ichimori K. Guidance on policy-making for integrated vector management. 2012. Beschikbaar via: https://iris.who.int/items/0256eec3-0d72-44fe-b0c7-bd65f85478c2.
Vega-Rúa A, Zouache K, Girod R, Failloux AB, Lourenço-de-Oliveira R. High level of vector competence of Aedes aegypti and Aedes albopictus from ten American countries as a crucial factor in the spread of Chikungunya virus. J Virol. 2014;88(11):6294–306. https://doi.org/10.1128/jvi.00370-14
von Eije KJ, Schinkel J, van den Kerkhof JH, Schreuder I, de Jong MD, Grobusch MP, et al. [Imported Zika virus infection in the Netherlands]. Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;160:D153. (Import van zikavirus-infectie in Nederland.)
Vouga M, Chiu YC, Pomar L, de Meyer (sociaal verpleegkundige), Masmejan S, Genton B, et al. Dengue, Zika and chikungunya during pregnancy: pre- and post-travel advice and clinical management. J Travel Med. 2019;26(8). https://doi.org/10.1093/jtm/taz077
Vu DM, Jungkind D, Angelle Desiree L. Chikungunya Virus. Clin Lab Med. 2017;37(2):371–82. https://doi.org/10.1016/j.cll.2017.01.008
Waggoner JJ, Gresh L, Vargas MJ, Ballesteros G, Tellez Y, Soda KJ, et al. Viremia and Clinical Presentation in Nicaraguan Patients Infected With Zika Virus, Chikungunya Virus, and Dengue Virus. Clin Infect Dis. 2016;63(12):1584–90. https://doi.org/10.1093/cid/ciw589
Weaver SC, Lecuit M. Chikungunya virus and the global spread of a mosquito-borne disease. N Engl J Med. 2015;372(13):1231–9. https://doi.org/10.1056/NEJMra1406035
(World Health Organization). Factsheet chikungunya 2025. Beschikbaar via: https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/chikungunya.
Wynne NE, Applebach E, Chandrasegaran K, Ajayi OM, Chakraborty S, Bonizzoni M, et al. Aedes albopictus colonies from different geographic origins differ in their sleep and activity levels but not in the time of peak activity. Med Vet Entomol. 2024;38(4):495–507. https://doi.org/10.1111/mve.12765
Zeana C, Kelly P, Heredia W, Cifuentes A, Franchin G, Purswani M, et al. Post-chikungunya rheumatic disorders in travelers after return from the Caribbean. Travel Med Infect Dis. 2016;14(1):21–5. https://doi.org/10.1016/j.tmaid.2016.01.009