Ventilatie en COVID-19

Bijlage bij LCI-richtlijn COVID-19 | versie 23 juni 2020 (versiebeheer zie onderaan deze pagina)

Inleiding

In deze notitie wordt verder ingegaan op de rol van ventilatie bij de verspreiding van SARS-CoV-2. Het is een aanvulling op de notitie Aerogene verspreiding SARS-CoV-2 en ventilatiesystemen (onderbouwing). De aanleiding hiervoor is het verzoek van het ministerie van VWS om de rol van ventilatie nader toe te lichten om bedrijven en burgers in staat te stellen ventilatie op een goede manier toe te kunnen passen.

Meerdere universiteiten en kennisinstituten doen onderzoek naar de verspreiding van aerosolen en/of de aerogene verspreiding van SARS-CoV-2 in een ruimte. Het RIVM volgt deze ontwikkelingen. Indien daartoe aanleiding is, zal het huidige beleid worden herzien, waaronder dit advies over de ventilatienormen.

Het is op dit moment onduidelijk of aerogene verspreiding een relevante rol speelt bij de verspreiding van het virus. Een uitzondering vormen aerosolvormende handelingen in de zorg, waar aanvullende maatregelen worden geadviseerd. 

Voor woningen en (bedrijfs)gebouwen, inclusief binnensportlocaties, is het daarom vooralsnog niet nodig af te wijken van huidige ventilatienormen in het Bouwbesluit en de geldende landelijke richtlijnen. Wel is van belang na te gaan of ruimtes die voor bepaalde activiteiten gebruikt worden (zoals sportscholen), hiervoor ook oorspronkelijk bedoeld waren en geschikt zijn.

Toelichting ventileren en luchten

Ventileren is het voortdurend verversen van lucht. De buitenlucht vervangt telkens (een deel van) de binnenlucht die vervuild is door vocht, gassen zoals geurtjes en ziekteverwekkers (zie de RIVM-richtlijn Binnen- en buitenmilieu voor basisscholen). Ventileren is mogelijk via natuurlijke ventilatie (bijvoorbeeld roosters of kieren) of via mechanische ventilatie (ventilatiesysteem).

Luchten/spuien betekent dat in een gebouw ramen, luiken of deuren zo tegen elkaar open gezet worden dat er een flinke luchtstroming of -circulatie door de ruimte ontstaat. Soms kan het daarbij nodig zijn om naast de ramen, luiken of deuren in de gevel of het dak ook de binnendeuren tussen afzonderlijke ruimten open te zetten (Bouwbesluit, artikel 3.7).

Een ventilatiesysteem is een technisch bouwsysteem, geen onderdeel uitmakend van een verwarmings- of koelsysteem, dat verse lucht toevoert of verontreinigde binnenlucht afvoert, of een combinatie daarvan. Het gaat hier om mechanische ventilatie, een systeem waarbij met behulp van een ventilator de lucht wordt ververst (Bouwbesluit, artikel 1, lid 1).

Een airconditioning/koelsysteem is een technisch bouwsysteem met als doel het koelen van een ruimte binnen een gebouw of gedeelte daarvan, door middel van het toevoeren van koude of het ontvochtigen van de lucht of een combinatie van beide (Bouwbesluit, artikel 1, lid 1).

Een mobiele ventilator is een ventilator zorgt voor verkoeling, zonder dat de lucht kouder wordt. Dat komt door de luchtstroom: die zorgt ervoor dat je lichaamswarmte sneller wordt afgevoerd en zweet beter verdampt. Daardoor voelt het koeler aan (de gevoelstemperatuur wordt lager). Voorbeelden van mobiele ventilatoren zijn een tafelventilator en een staande ventilator (Milieu centraal).

Geldende eisen en normen voor luchtverversing en thermisch comfort

In het Bouwbesluit is in artikel 3.28 en 3.29 opgenomen dat voor een verblijfsgebied of ­ruimte een minimale hoeveelheid luchtverversing moet plaatsvinden. Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm³/s per m² vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm³/s. Voor sommige locaties is dit hoger. Voor scholen is dit 8,5 dm3/s / persoon, voor logiesfuncties 12 dm3/s / persoon, en voor kinderopvang, industrie, kantoor en sportlocaties 6,5 dm3/s / persoon (zie tabel 3.28). Ook in het Arbobesluit is in artikel 6.2 het hebben van goede luchtverversing opgenomen. De NOC-NSF heeft voor binnensportlocaties ook aanvullende normen voor ventileren. In de RIVM-hygiënerichtlijnen (paragraaf Binnenmilieu) wordt voor verschillende sectoren als norm gesteld dat 24 uur ventileren noodzakelijk is en dat minstens 1 keer per dag ongeveer 10-15 minuten gelucht moet worden en ook na bijvoorbeeld douchen of koken. Voor woningen hebben GGD’en richtlijnen voor ventileren. Voor meer informatie over deze richtlijnen kan contact opgenomen worden met de regionale GGD.

Verder is in het Bouwbesluit in artikel 3.30 over thermisch comfort opgenomen: de toevoer van verse lucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s. Het Arboportaal adviseert 0,1 m/s.

Adviezen voor ventileren woningen en bedrijven

Onderstaand advies gaat uit van de huidige geldende maatregelen zoals 1,5 meter afstand houden, thuis blijven bij klachten en/of indien een persoon in quarantaine is (als huisgenoot of overig nauw contact van een bevestigde patiënt) en beperken van grote groepen in één ruimte. Er wordt ook van uit gegaan dat gebouwbeheerders het Bouwbesluit en eventuele aanvullende richtlijnen op gebied van ventilatie volgen. In bedrijven en woningen is ventileren verplicht en nodig.

1. Adviezen woningen en bedrijven met mechanische ventilatie of klimaatbeheersinstallatie in gebouw (waaronder ‘vaste’ airconditioning)

Volg de gebruiksaanwijzing en onderhoudsinstructies. Neem voor vragen contact op met de leverancier van het systeem of met een adviseur op het gebied van deze systemen. Voor meer informatie over ventilatie kan de website van de regionale GGD worden geraadpleegd of de website van milieu centraal.

2. Adviezen woningen en bedrijven zonder mechanische ventilatiesystemen

Zorg ervoor dat er mogelijkheden zijn om 24 uur per dag te ventileren, bijvoorbeeld via een ventilatierooster boven de ramen, zoals omschreven in het Bouwbesluit. Zorg er ook voor dat er kan worden gelucht na bijvoorbeeld douchen, koken of een samenkomst met meerdere mensen. Bedrijven kunnen op het Arboportaal meer informatie vinden over luchtverversing/ventilatie en kunnen voor vragen terecht bij de Arbocoördinator. Voor meer informatie over ventilatie kan de website van de regionale GGD worden geraadpleegd of de website van milieu centraal.

3. Adviezen mobiele ventilatoren en mobiele airconditioning

Voor mobiele ventilatoren en mobiele airconditioningsystemen geldt vooralsnog dezelfde conclusie, namelijk dat de rol van deze installaties in de verspreiding van SARS-CoV-2 nog niet opgehelderd is, maar dat ze geen relevante rol lijken te spelen bij de verspreiding van het virus. Hoewel onderbouwing ontbreekt of door de geforceerde luchtstromen druppels met SARS-CoV-2 verder dan 1,5 meter kunnen komen en kunnen leiden tot een besmetting, is het ook niet uit te sluiten. Tegen gebruik maken van deze systemen op individuele basis bestaat geen bezwaar.

Voor mensen met een kwetsbare gezondheid kan het advies van het Nationaal Hitteplan worden gevolgd. Hierin wordt vanwege SARS-CoV-2 geadviseerd om enkel ventilatoren te gebruiken in gemeenschappelijke ruimten als er geen andere verkoeling mogelijk is, zoals door goed onderhouden airconditioning. Wel dient erop gelet te worden dat de luchtstroom van de ventilator niet direct van de ene persoon naar de andere gaat. Het Nationaal Hitteplan is in lijn met de adviezen van de internationale werkgroep van de Global Heat Health Information Network.

Overigens kunnen in woningen (thuis/gezinssituatie) mobiele ventilatoren en mobiele aircosystemen worden gebruikt.

Voor alle overige locaties, zoals industrie, kantoren, sportlocaties, scholen, winkels, etc., dienen de COVID-19-afwegingskaders of richtlijnen gevolgd te worden. Als er niets is opgenomen over het gebruik van mobiele ventilatoren dan wordt uit voorzorg het gebruik van deze ventilatoren in ruimtes waar meerdere mensen verblijven ontraden.

Versiebeheer

  • 23-06-2020: Eerste versie.