Kinkhoest

Versie 2012

Dit stappenplan is een aanvulling op het LCI-richtlijn. Voor de achtergronden en het tot stand komen van dit stappenplan wordt u verwezen naar de algemene toelichting en de verantwoording. De LCI spreekt zich niet uit over de taakverdeling tussen disciplines. Echter het is vanzelfsprekend dat de arts infectieziekten van de GGD altijd bij kinkhoestcasuïstiek betrokken is en verantwoordelijk blijft voor de medische inhoud; dit volgens de interne werkafspraken van de betreffende GGD.

Doelen

  • Risicopersonen, te weten niet- of onvolledig gevaccineerde kinderen onder de leeftijd van 1 jaar, kinderen die op het punt staan geboren te worden (zwangerschap >34 weken), en kinderen met ernstige hart- of long afwijkingen (bijv. cystic fibrosis) worden adequaat beschermd tegen kinkhoest.
  • Ouder(s) en/of verzorger(s) van risicokinderen hebben inzicht in en toegang tot de preventieve maatregelen die genomen kunnen worden.
  • De meldend arts is op de hoogte van het protocol met betrekking tot risicopersonen.
  • De gegevens zijn verzameld voor surveillance.

Stap 1 Melding

  1. Leg de melding zorgvuldig en compleet vast aan de hand van het basisregistratieformulier (of een vergelijkbaar registratieformulier).
  2. Verifieer de melding bij de diagnosticerend arts.
  3. Toets de melding aan de IGZ-criteria, na inventarisatie van de verzamelde gegevens.

Stap 2 Interventies

2.1 Planning

  1. Indien de eerste ziektedag meer dan zes weken geleden is: onderneem geen verdere actie behalve wat nodig is voor melding aan IGZ. (LOI-besluit, 87.11)
  2. Indien de eerste ziektedag korter is dan 6 weken geleden is:
  • Neem contact op met de behandelaar en verifieer of patiënt/ouder op de hoogte is van de diagnose. Meld de rol van de GGD.
  • Neem contact op met de patiënt en/of ouders om na te gaan of er risicopersonen zijn in de directe omgeving en verzamel ontbrekende gegevens.
  • Verifieer de vaccinatiestatus.

Gebruik de Beslisboom Huisbezoek als handvat bij de beslissing om wel of niet op huisbezoek te gaan.2.2 Bronopsporing en contactonderzoek

  1. Vraag de patiënt en/of ouders naar andere ziektegevallen.
  2. Maak een risicoanalyse van de risicopersonen (zie stap 2).
  3. Adviseer de huisarts chemoprofylaxe bij risicopersonen volgens het protocol (§9.4).
  4. Adviseer de huisarts kinkhoestvaccinaties op peil te brengen bij risicopersonen volgens het protocol.

2.3 Signaleren en verwijzen

Niet van toepassing.

2.4. Voorlichting

Geef zo nodig voorlichting en/of bied een voorlichtingsbrief of folder aan (uitgangspunt is de ISI-standaard).

2.5 Netwerk/advisering

  1. Verstrek informatie aan instelling(en), kindercentrum of school: beantwoord vragen en/of bied folder of een voorlichtingsbrief aan.
  2. Informeer de afdeling JGZ als een voorlichtingsbrief naar een kindercentrum respectievelijk school wordt verstuurd.

2.6 Registratie en rapportage

  1. Maak een aanmelding in OSIRIS voor IGZ en RIVM binnen een maand.
  2. Verzamel gegevens voor verslaglegging, registratie en epidemiologie. Leg alle activiteiten vast in een rapportage met datum, tijd en initialen.
  3. Verzorg terugrapportage naar de melder (behandelaar / huisarts) volgens de intern geldende afspraken.

Stap 3 Evaluatie

  1. Beoordeel of de doelen behaald zijn.
  2. Bespreek bijzonderheden (bijvoorbeeld clusters of risicopersonen) in een werkoverleg.
  3. Ga na of profylaxe voor gezinscontacten is ingesteld als er in het gezin een persoon met verhoogd risico op ernstig beloop is.
  4. Verzorg evaluatie van grootschalige profylaxe verstrekking.
  5. Overweeg controle op de uitvoering van het profylaxebeleid door drie weken na het profylaxe-advies de gedefinieerde risicopersonen te vragen of nieuwe ziektegevallen zijn opgetreden.
  6. Meld trends en bijzonderheden in het jaarverslag.