Hepatitis B - acuut

Dit stappenplan is een aanvulling op de LCI-richtlijn Hepatitis B. Voor de achtergronden en het tot stand komen van dit stappenplan wordt u verwezen naar de algemene toelichting en de verantwoording. De LCI spreekt zich niet uit over de taakverdeling tussen disciplines bij de uitvoering van de verschillende stappen. Echter, het is vanzelfsprekend dat de arts infectieziekten van de GGD altijd bij hepatitis B-casuïstiek betrokken is en verantwoordelijk blijft voor de medische inhoud. Daarvoor zijn de interne werkafspraken van de betreffende GGD leidend.

Doelen

  1. Patiënt heeft inzicht in zijn ziekte, de transmissieroute, het verloop en de eventuele behandeling.
  2. Patiënt heeft inzicht in welke preventieve maatregelen hij moet nemen om verspreiding naar andere personen te voorkomen.
  3. De mogelijke bron is bekend en de risicocontacten van de bron zijn geïdentificeerd, gewaarschuwd en voorgelicht over het tijdstip van screening.
  4. De gezins- of andere risicocontacten van de patiënt zijn gescreend, zo nodig beschermd, voorgelicht en geadviseerd over het risico van transmissie van hepatitis B.
  5. Gegevens zijn verzameld voor surveillance.

Stap 1 Melding

  1. Verifieer de diagnose bij de diagnosticerende arts voordat er contact wordt gelegd met betrokkenen.
    De volgende aandachtspunten zijn in dit gesprek belangrijk:
    -Wat was de reden voor onderzoek.
    -Betreft het een acute hepatitis B of een chronisch dragerschap (zie hiervoor Stappenplan hepatitis B chronisch).
    -Is de patiënt op de hoogte van de diagnose.
    -Is de mogelijke bron van de acute HBV bij de diagnosticerende arts bekend (om in te schatten of er sprake is van een mogelijke bedreiging van de volksgezondheid).
    -Vraag de schriftelijke laboratoriumuitslag op als die niet van het laboratorium is ontvangen.
    -Informeer de behandelaar over de te nemen actie naar de patiënt en eventuele contacten en de rol van de GGD. Maak afspraken over terugkoppeling.
  2. Toets de melding aan de meldingscriteria.
  3. Leg de melding zorgvuldig vast in de daar bijhorende registratiesystemen.
  4. Voer de melding in Osiris in.

Stap 2 Interventies

2.1 Planning

  1. Plan zo snel mogelijk een gesprek met de patiënt.
  2. Regel zonodig een tolk
  3. Gebruik de Beslisboom Huisbezoek als handvat bij de beslissing om wel of niet op huisbezoek te gaan.

2.2 Bronopsporing en contactonderzoek

  1. Start brononderzoek bij alle gevallen van acute hepatitis B. Gebruik daarvoor de hepatitis-specifieke vragenlijst. Voor aanvulling zie ook de Handleiding voor Counseling van Chronisch Hepatitis B Virusdragers, van de GGD Rotterdam en omstreken.
    Bij acute hepatitis B wordt het terugzoeken beperkt tot de maximale incubatietijd van 6 maanden.
  2. Inventariseer de contacten. Afhankelijk van de lokale afspraken diagnostiek inzetten bij contacten die risico hebben gelopen of hen hiervoor verwijzen naar eigen huisarts. Bespreek met betreffende huisarts vaccinatie, indien deze bescherming van toepassing en maak hier afspraken over.
  3. Onderzoek onderlinge relaties en verbanden tussen andere meldingen van HBV.
  4. Het counselinggesprek is declareerbaar volgend de beleidsregel. (vraag naar BSN en polisnummer)

2.3 Signaleren en verwijzen

  1. Verzamel gegevens over de melding voor het dossier, epidemiologie en melding in Osiris.
  2. Signaleer de lichamelijke, psychische en sociale aspecten als gevolg van de infectieziekte. Begeleid hierin of zorg voor verwijzing.

2.4 Voorlichting

  1. Bespreek met de patiënt de volgende zaken: besmettelijkheid, ziekteverloop, dragerschap en transmissie van hepatitis B.
  2. Bied hulp aan bij het informeren van contacten (partnerwaarschuwing) of andere instanties zoals werk indien patiënt de behoefte aangeeft. Maak eventueel gebruik van het LCI Draaiboek Partnerwaarschuwing bij Soa + bijlage 9.
  3. Informeer contacten hoe transmissie plaatsvindt en welke preventieve maatregelen nodig zijn. De contacten dienen dezelfde maatregelen in acht te nemen als de patiënt zolang de testuitslag niet bekend is.
  4. Beoordeel n.a.v. de bron en contactopsporing of bepaalde groepen (zoals bijvoorbeeld bezoekers van een homobar of homosauna) moeten worden voorgelicht over hepatitis B i.s.m. de soa-afdeling.

2.5 Netwerk/advisering

  1. Adviseer de behandelaar of huisarts om na zes maanden een (serologische) controle uit te voeren. Na acuut beloop kan dragerschap optreden. Men spreekt van chronisch dragerschap indien HBsAg langer dan zes maanden in het serum aantoonbaar blijft. Seroconversie kan later nog optreden. Bij chronische HBV-infectie wordt jaarlijks controle op HBsAg, HBeAG, anti-HBE en alanine aminotransferase (ALT) om de infectie te vervolgen geadviseerd aan de huisarts (NHG standaard). Bij afwijkende bevindingen wordt tevens verwijzing naar specialist geadviseerd.
  2. Wanneer betrokkene een risicovormer is (werker in de gezondheidszorg) dient de GGD op grond van de Infectieziektewet ervoor zorg te dragen dat het risico voor derden wordt weggenomen, dat wil zeggen dat de GGD betrokkene ervan dient te overtuigen dat hij of zij handelt conform de Landelijke Richtlijn Preventie Iatrogene hepatitis B, in overleg met de ARBO dienst van de betrokkende. Indien een risicovormer zelfstandig werkt (zonder arbodienst/ werkgever) dan dient hij of zij te worden aangemeld bij de commissie Preventie Iatrogene Hepatitis B, zoals omschreven in de gelijknamige richtlijn.
  3. Rapporteer je acties en bevindingen (schriftelijk) terug aan de behandelaar en/of de huisarts.
  4. Neem na 6 maanden contact op met index om na te gaan of het virus nog aanwezig is bij index d.m.v. een bloedtest.

2.6 Registratie en rapportage

  1. Registreer alle activiteiten in een registratiesysteem (elektronisch of handmatig, met datum, tijd en initialen).
  2. Maak de melding in Osiris volledig.

Stap 3 Evaluatie

  1. Beoordeel of de doelen behaald zijn.
  2. Wanneer het onderzoek en maatregelen bij de contacten en de verwijzing van de patiënt naar de specialist via de huisarts verlopen, neem dan nadien contact op met de huisarts en/ of de patiënt om na te gaan of de contacten zijn onderzocht, de vaccinatie bij onbeschermden is begonnen en de verwijzing is gerealiseerd.
  3. Bespreek bijzonderheden (bijvoorbeeld clusters of risicopersonen) in het werkoverleg.
  4. Meld trends en bijzonderheden in het jaarverslag.