Hepatitis A

Versie 2013

Dit stappenplan is een aanvulling op de LCI-richtlijn Hepatitis A. Voor de achtergronden en het tot stand komen van dit stappenplan wordt u verwezen naar de algemene toelichting en de verantwoording op de website www.rivm.nl. De LCI spreekt zich niet uit over de taakverdeling tussen disciplines bij de uitvoering van de verschillende stappen. Daarvoor zijn de interne werkafspraken van de betreffende GGD leidend.

Doelen

Verdere verspreiding en nieuwe ziektegevallen beperken of voorkomen door:

  • onderzoek naar een bron en deze zo mogelijk elimineren
  • dat de patient en zijn omgeving inzicht heeft in de ziekte en de transmissieroute
  • dat de patiënt hygiënemaatregelen toepast
  • vaccinatie/immunisatie van risicopersonen
  • weringsadviezen

Stap 1 Melding

  1. Leg de melding of het signaal zorgvuldig en compleet vast in het registratiesysteem volgens intern gemaakte afspraken.
  2. Verifieer direct het signaal bij de diagnosticerende arts voordat contact wordt gelegd met de patiënt of diens familie. In dat gesprek zijn de volgende punten belangrijk:
    •    Voldoet de melding aan de meldingscriteria.
    •    Informatie navragen die nodig is voor het invullen van de Osirismelding.
    •    Zijn er meer gevallen bekend (op klinisch beeld of ingezette labtesten) en hoeveel.
    •    Vraag naar het klinische beeld van de patiënt; in het bijzonder naar de eerste dag dat de persoon icterisch was en/of koorts had.
    •    Vraag na of de patiënt (recent) gevaccineerd is.
    •    Zijn betrokkenen op de hoogte van de diagnose? Indien dit niet het geval is, maak hier dan afspraken over.
    •    Informeer de behandelend arts over de maatregelen naar de omgeving en de taak van de GGD.
    •    Maak afspraken over de uitvoering van het profylaxebeleid (immunoglobuline of hepatitis A-vaccin). De GGD bewaakt de uitvoering daarvan (zie Interventies, punt 2.2).
    •    Verifieer of de diagnose door adequaat laboratoriumonderzoek is bevestigd. Indien er (nog) geen laboratoriumbevestiging is, vraag wanneer die te verwachten is en maak afspraken over acute doormelding naar de GGD. Overleg het aanvragen van CITO-diagnostiek indien 8-dagentermijn overschreden dreigt te worden (richtlijn §9.3).

Stap 2 Interventies

2.1 Planning

  1. Onderneem meteen actie.
  2. Plan een gesprek met de patiënt of ouders/verzorgers/familieleden van de patiënt.
  3. Indien van toepassing bezoek de school of kindercentra
  4. Gebruik de Beslisboom Huisbezoek als handvat bij de beslissing om wel of niet op huisbezoek te gaan.

2.2 Bronopsporing en contactonderzoek

  1. Start brononderzoek (zie ook richtlijn §9.1) en laat zonodig de patiënt de vragenlijst “onderzoek naar puntbron door hepatitis A-virus” invullen.
  2. Inventariseer de risicocontacten (richtlijn §9.2) met name personen die van dezelfde toiletvoorziening gebruik maken als de patiënt. Denk daarbij aan gezins- en daarmee vergelijkbare contacten, seksuele contacten en eventuele sociale activiteiten.
    •   Inventariseer of een breder profylaxebeleid noodzakelijk is (denk aan scholen etc) volgens richtlijn.
    •   Onderzoek onderlinge verbanden tussen verschillende patiëntgegevens.
  3. Indien er sprake is van clustering (of verdenking):
    •   Meld dit bij de LCI als er een grote vaccinatieactie wordt overwogen, in verband met mogelijke mediabelangstelling.
    •   Indien de cluster regio-overschrijdend is en alertheid van andere GGD'en gewenst is, kan in overleg met de LCI een inf@ctbericht worden aangemaakt.
    •   Maak een caseregister aan met minimaal naam, geboortedatum en eerste ziektedag.
  4. Toets het profylaxebeleid (wie, door wie voorgeschreven, startmoment, keuze vaccin of gammaglobuline) door dit na te vragen bij de direct betrokkenen.

2.3 Signaleren en verwijzen

  1. Wees alert op collectieve onrust, met name indien profylaxebeleid veel mensen betreft.
  2. Organiseer zo nodig voorlichtingsactiviteiten.

2.4 Voorlichting

  1. Geef voorlichting aan de patiënt en zijn/haar contacten over de hygiënemaatregelen (richtlijn §5 en §9.3) en verstrek achtergrondinformatie over de ziekte en maatregelen.
  2. Bespreek met patiënt/ouders en arbodienst, wering van kindercentrum, school of werk (richtlijn §9.5).
  3. Verstrek informatie en geef voorlichting op maat in de sociale omgeving zoals werk,  vereniging of sportclub (uitgangspunt is ISI-standaard).
  4. Indien de patiënt een school bezoekt, direct contact opnemen met de schoolleiding, bezoek de school, inventariseer eventuele andere ziektegevallen, benadruk de (toilet)hygiëne en geef aan de leiding en verantwoordelijke voor de schoonmaakadviezen volgens de LCI-standaardmethoden ‘Reiniging, desinfectie en sterilisatie in de openbare gezondheidszorg’. Overweeg ouders van kinderen die van hetzelfde toilet gebruikmaken te informeren (uitgangspunt is de ISI-standaard). Biedt aan zonodig groepsvoorlichting te geven.
  5. Geef informatie aan de gevaccineerde contacten over de vervolgvaccinatie en beschermingsduur.

2.5 Netwerk/advisering

  1. Bespreek met de behandelaar(s) het profylaxebeleid en de afgrenzingcriteria (wie wel en wie niet, volgens protocol).
  2. Schakel zo nodig andere personen of instanties in of informeer hen (GGD in andere regio, school of kindercentrum, werk, arbodienst, huisartsen in de omgeving).
  3. Informeer 0-4 jarigenzorg, afdeling JGZ, als informatie naar of vanuit een kindercentrum, respectievelijk school wordt verstuurd.
  4. Informeer (bij te verwachten persbelangstelling) de eigen directie, afdeling communicatie en het bevoegd gezag (burgemeester en wethouders), conform interne afspraken.

2.6 Registratie en rapportage

  1. Verzamel gegevens voor verslaglegging, registratie en epidemiologie. Leg alle activiteiten vast in een rapportage met datum en tijd en initialen.
  2. Verzorg terugrapportage naar de melder (behandelaar/huisarts) volgens de intern geldende afspraken.
  3. Maak, indien gebruikelijk, een rapportage voor gemeentes.

Stap 3 Evaluatie

  1. Beoordeel of de doelen behaald zijn.
  2. Indien groepsvoorlichting is gegeven, vraag dan na 2 weken hoe de voorlichting ervaren is ten behoeve van de kwaliteitsborging.
  3. Overweeg de patiënt of zijn familie na 4 weken te benaderen om de ervaring met de GGD te evalueren ten behoeve van de kwaliteitsborging.
  4. Koppel bijzonderheden (bijvoorbeeld clusters of risicopersonen) mondeling terug in een werkoverleg.