Veterinaire informatie bij de LCI-richtlijn Shigatoxineproducerende E.coli (STEC)-infectie
Doel van de veterinaire informatie bij een LCI-richtlijn is om de GGD (Gemeentelijke gezondheidsdienst )-professional te voorzien van context die relevant kan zijn voor bestrijding van de infectieziekte bij de mens. Dit kan bijvoorbeeld bijdragen aan bronopsporing en begrip van de epidemiologie. Voor meer informatie zie Ontwikkeling LCI-richtlijnen.
Achtergronden
Dierlijke reservoirs
Herkauwers (zoals runderen, schapen en geiten) vormen het meest belangrijke reservoir van STEC (Shigatoxineproducerende E.coli-infectie ) (Mughini-Gras 2022, Mughini-Gras 2018). Daarnaast wordt STEC ook gevonden bij andere landbouwhuisdieren, gezelschapsdieren en wilde fauna (Persad 2014). De bacterie overleeft maanden in de bodem en weken in water (langer bij lagere temperaturen).
Epidemiologie bij dieren
Verspreiding in de wereld bij dieren
STEC komt overal ter wereld voor bij dieren.
Voorkomen in Nederland bij dieren
In de primaire fase (boerderij) is de prevalentie van STEC (alle serotypen) in de afgelopen jaren onderzocht (d.m.v. isolatie van E. coli) bij verschillende diersoorten binnen de Surveillance Landbouwhuisdieren. Bij kleine herkauwers (melkgeiten- en melkschapen) werd de hoogste bedrijfsprevalentie gevonden, namelijk 84% (Opsteegh 2018). Op vleeskalverbedrijven was de prevalentie 66% (Cuperus 2023). Opvallend hierbij was dat de STEC vaker werd aangetoond op bedrijven met rosé kalveren (75%) dan op bedrijven met blanke kalveren (56%). Bij volwassen melkvee en vleesrunderen (6 maanden of ouder) werd STEC minder vaak gevonden, namelijk op 21% en 25% van de bedrijven (Cuperus 2022, 2019). Tenslotte werd bij vleeskuikens op minder dan 1% van de bedrijven STEC gevonden (Cuperus 2020). Bij alle soorten herkauwers werden veel verschillende serotypen gevonden. Het meest prevalente serotype verschilde tussen de diersoorten (kleine herkauwers: O146, vleeskalveren: O116, melkvee: O182, vleesrunderen: O136 en O157).
Ziekteverschijnselen bij dieren
De meeste dieren zijn asymptomatische reservoirs en worden niet ziek van STEC. Bij biggen is E. coli een belangrijke veroorzaker van diarree en STEC van oedeemziekte (Casanova 2018, GD (Gezondheidsdienst voor Dieren ) 2025). Oedeemziekte treedt 1-2 weken na het spenen op en kan leiden tot acute sterfte met nerveuze verschijnselen (m.n. ataxie en fietsbewegingen), of begint met verminderde eetlust en diarree. Subcutaan oedeem van de kop en oogleden is kenmerkend, maar niet altijd aanwezig. Ook verandering van stemgeluid (hees en hoog) kan opvallen.
Transmissie bij dieren
Besmettingsweg bij dieren
Directe overdracht tussen dieren en tussen dier en mens is mogelijk via fecaal-oraal contact. Ook indirecte besmetting via het milieu is mogelijk gezien de lange overlevingstijd van de bacterie in het milieu (tot maanden) (Fremaux 2008).
Besmettelijke periode bij dieren
Dieren zijn dragers en blijven dus mogelijk besmettelijk. Uitscheiding van STEC is zeer variabel en varieert onder andere afhankelijk van leeftijd, dieet en seizoen. Het is bekend dat sommige runderen momenten hebben dat ze een zogenaamde ‘super-shedder’ zijn (>107/g). Stress bij dieren kan de uitscheiding verhogen (Talukder 2025, Cho 2013, Fox 2007, Callaway 2009, Withenshaw 2022, Zhao 2013).
Diagnostiek bij dieren
De detectie is gebaseerd op aantonen van STEC bij dieren en in voedsel met ISO/TS 13136:2012. Deze methode start met een niet-selectieve ophoping waarop na overnacht-incubatie PCR-assays worden uitgevoerd voor de detectie van eae, stx1- en stx2-genen. Stx-positieve ophopingen worden vervolgens uitgeplaat (voor O157 is er een selectief medium, voor de andere serotypen niet). Vervolgens worden op 10 pools van ieder 5 kolonies opnieuw de stx1 en/of stx2 (eventueel eae) PCRs uitgevoerd. Waarna vervolgens de individuele kolonies van de positieve pools wederom met stx1 en/of stx2 PCRs worden gescreened. De stx-positieve kolonies worden rein gestreken en geserotypeerd (serologisch, met PCRs of met whole genome sequencing (WGS)).
Preventie bij dieren
Immunisatie bij dieren
Er bestaat geen veterinaire vaccinatie tegen STEC.
Preventieve maatregelen bij dieren
Er wordt veel onderzoek gedaan naar interventies die bij dieren de prevalentie en/of uitscheiding van STEC kunnen verlagen, bijvoorbeeld via voeradditieven. Het aantal interventies waarvoor experts het effect voldoende bewezen achten is echter zeer beperkt (WHO 2022).
Maatregelen bij dieren
Meldingsplicht en maatregelen bij dieren
Niet van toepassing.
Literatuur
- Callaway TR, Carr MA, Edrington TS, Anderson RC, Nisbet DJ. Diet, Escherichia coli O157:H7, and cattle: a review after 10 years. Curr Issues Mol Biol. 2009;11(2):67-79. Beschikbaar via: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19351974/
- Casanova NA, Redondo LM, Dailoff GC, Arenas D, Fernández Miyakawa ME. Overview of the role of Shiga toxins in porcine edema disease pathogenesis. Toxicon. 2018;148:149–54. https://doi.org/10.1016/j.toxicon.2018.04.019
- Cho S, Fossler CP, Diez-Gonzalez F, et al. Herd-level risk factors associated with fecal shedding of Shiga toxin-encoding bacteria on dairy farms in Minnesota, USA. Can Vet J. 2013;54(7):693-697. Beschikbaar via: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3685005/
- Cuperus TO, M; van der Ark, K; Neppelenbroek, N; Wit, B; Wullings, B; Kool, J; Dierikx, C; van Duijkeren, E; van der Hoek, A; Hengeveld, P; Bos, M; Kuijpers, E; van der Giessen, J. Surveillance zoönosen in melkvee 2021. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ); 2022. Beschikbaar via: http://hdl.handle.net/10029/626111.
- Cuperus TO, M; Wit, B; Dierikx, C; Hengeveld, P; Dam, C; Uiterwijk, M; Roelfsema, J; van Hoek, A; van der Giessen, J. Onderzoek zoönosen in de vleesveehouderij in 2017. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2019. Beschikbaar via: http://hdl.handle.net/10029/623186.
- Cuperus TO, M; Wit, B; Gijsbers, E; Dierikx, C; Hengeveld, P; Dam, C; van Hoek, A; van der Giessen, J. Surveillance zoönosen in vleeskuikens 2018-2019. Bilthoven: RIVM; 2020.2020–09–03 Beschikbaar via: http://hdl.handle.net/10029/624351.
- Cuperus TW, B; Hoekstra, J; van Hoek, A; Hengeveld, P; Dierikx, C; van Duijkeren, E; Opsteegh, M. Surveillance zoönosen in vleeskalveren 2022. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2023. Beschikbaar via: http://hdl.handle.net/10029/626981.
- Fox JT, Depenbusch BE, Drouillard JS, Nagaraja TG. Dry-rolled or steam-flaked grain-based diets and fecal shedding of Escherichia coli O157 in feedlot cattle. J Anim Sci. 2007;85(5):1207-1212. http://doi:10.2527/jas.2006-079
- Fremaux B, Prigent-Combaret C, Vernozy-Rozand C. Long-term survival of Shiga toxin-producing Escherichia coli in cattle effluents and environment: an updated review. Vet Microbiol. 2008;132(1-2):1–18. https://doi.org/10.1016/j.vetmic.2008.05.015
- GD (Gezondheidsdienst voor Dieren ). E. coli 2025. Beschikbaar via: https://www.gddiergezondheid.nl/nl/dapcontact/Dierziektes/E-coli. Geraadpleegd op 2025-01-02.
- Mughini-Gras L, Benincà E, McDonald SA, de Jong A, Chardon J, Evers E, et al. A statistical modelling approach for source attribution meta-analysis of sporadic infection with foodborne pathogens. Zoonoses Public Health. 2022;69(5):475–86. https://doi.org/10.1111/zph.12937
- Mughini-Gras L, van Pelt W, van der Voort M, Heck M, Friesema I, Franz E. Attribution of human infections with Shiga toxin-producing Escherichia coli (STEC) to livestock sources and identification of source-specific risk factors, The Netherlands (2010-2014). Zoonoses Public Health. 2018;65(1):e8–e22. https://doi.org/10.1111/zph.12403
- Opsteegh M, Roon van A, Wit B, Hagen-Lenselink R, Duijkeren van E, Dierikx C, et al. Surveillance zoönosen in de melkgeiten- en melkschapenhouderij in 2016. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2018. Beschikbaar via: https://www.rivm.nl/publicaties/surveillance-zoonosen-in-melkgeiten-en-melkschapenhouderij-in-2016.
- Persad AK, LeJeune JT. Animal Reservoirs of Shiga Toxin-Producing Escherichia coli. Microbiol Spectr. 2014;2(4):Ehec–0027–2014. https://doi.org/10.1128/microbiolspec.EHEC-0027-2014
- Talukder S, Yang F, Klopatek S, Oltjen J, Yang X. Effect of conventional grain-fed and grass-fed feeding systems on fecal microbiota and shiga toxin-producing Escherichia coli in beef cattle. BMC Microbiology. 2025;25(351). https://doi.org/10.1186/s12866-025-04073-6
- WHO (World Health Organization ). Control measures for Shiga toxin-producing Escherichia coli (STEC) associated with meat and dairy products. WHO Meeting report. 2022. Beschikbaar via: https://www.who.int/publications/i/item/9789240058576
- Withenshaw SM, Smith RP, Davies R, Smith AEO, Gray E, Rodgers J. A systematized review and qualitative synthesis of potential risk factors associated with the occurrence of non-O157 Shiga toxin-producing Escherichia coli (STEC) in the primary production of cattle. Comprehensive reviews in foor science and food safety. 2022;21(3):2363-2390. https://doi.org/10.1111/1541-4337.12929
- Zhao L, Tyler PJ, Starnes J, Bratcher CL, Rankins D, McCaskey TA, Wang L. Correlation analysis of Shiga toxin–producing Escherichia coli shedding and faecal bacterial composition in beef cattle. Journal of Applied Microbiology. 2013;115(2):591-603. https://doi.org/10.1111/jam.12250