Aandachtspunten rondom inzet kwetsbare medewerkers

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 27 augustus 2020 (versiebeheer zie onderaan deze pagina)

Algemeen

Artikel 3 lid 1 sub a van de Arbowet verplicht werkgevers zo veel mogelijk te voorkomen dat het werk een nadelige invloed heeft op de gezondheid van werknemers. Kwetsbare werknemers hebben hierbij recht op extra bescherming.

Ongeveer 20% van de Nederlandse beroepsbevolking heeft een chronische aandoening. Gelukkig hoeft dit niet altijd te betekenen dat werknemers met een chronische aandoening niet aan het werkproces kunnen deelnemen. Mits er sprake is van een medisch stabiele situatie zijn er geen aanwijzingen voor een verhoogde risico op een meer ernstiger beloop.

Behalve door COVID-19, kan er natuurlijk sowieso sprake zijn van een verhoogd risico op gezondheidsschade door infectieziekten zoals Influenza. Uitgangspunt is dat mensen met een onderliggend lijden altijd extra goed op hygiëne dienen te letten en bestaande richtlijnen, procedures en protocollen geldend voor de uitvoering van het werk zorgvuldig opvolgen. Dit wordt tijdens een consult vaak besproken met de behandelend arts.

Definitie

Zie 'Verhoogde kans op ernstig beloop' bij Risicogroepen

Uitgangspunten ten aanzien van inzet in werk

Het uitgangspunt is dat zo lang er consequent en volgens de bestaande richtlijnen/procedures van de instelling of organisatie wordt gewerkt (naast de richtlijnen van het RIVM en eventueel de GGD) en oncontroleerbare situaties worden vermeden, ook een kwetsbare werknemer in principe zijn eigen werk kan blijven doen. Al dan niet in combinatie met aanvullende maatregelen, zoals persoonlijke beschermingsmiddelen en/of fysieke barrières.

De inhoud van het werk en de individuele gezondheidsfactoren en werkomstandigheden vormen altijd het vertrekpunt.
 

  • Binnen de verschillende ziekenhuizen, instellingen, medische beroepsgroepen etc., maar ook voor beroepsgroepen daarbuiten, dient hiervoor beleid worden opgesteld; hiervoor wordt verwezen naar de eigen werkgever/zorginstelling.
     
  • Goede informatievoorziening en voorlichting voor de groep kwetsbaren over het extra belang van het strikt en consequent werken volgens de bestaande hygiëne- en preventiemaatregelen, procedures en protocollen geldend voor specifieke beroepsgroepen/werkzaamheden is noodzakelijk met juist gebruik van en toegang tot persoonlijke beschermingsmiddelen.
     
  • Een kwetsbare werknemer moet als er een verhoogd gezondheidsrisico speelt (bepaald na een weging van de werkgebonden infectierisico’s en de individuele gezondheidsfactoren) worden vrijgesteld van werkzaamheden waarbij blootstelling mogelijk is aan COVID-19-positief geteste patiënten of voor COVID-19-verdachte personen (neusverkouden of hoesten of koorts) en/of aan besmette materialen/werk in een laboratoriumomgeving EN waarbij voldoende bescherming niet mogelijk is (= onbeschermd contact) of wanneer door de werkgever voldoende bescherming niet geleverd kan worden.
     

Indien een werknemer tot de medische risicogroepen (RIVM-lijst) behoort en niet zeker is over zijn medische situatie, in dat geval kan hij contact opnemen met zijn bedrijfsarts en/of zijn behandelaar. Het kan zijn dat  tijdens de corona-uitbraak aanvullende voorzorgsmaatregelen en instructies nodig zijn. Het is van belang dat met de werkgever/leidinggevende in goed overleg en met gezond verstand wordt bekeken hoe taken kunnen worden uitgevoerd; hierbij is altijd een individuele risico-inschatting en maatwerk nodig; de bedrijfsarts adviseert.

Er zijn situaties denkbaar waarin het werk wél een verhoogd gezondheidsrisico oplevert en extra bescherming redelijkerwijs of in praktische zin niet te realiseren is.1 In die gevallen verplicht de wet de werkgever om, na een goede risico-inschatting,2 werknemers met verhoogde kwetsbaarheid vrij te stellen van de desbetreffende werkzaamheden en (tijdelijk) vervangend werk aan te bieden. Eventueel kan er ook aanvullende medische informatie worden opgevraagd bij de behandelaar (medisch specialist of huisarts).

Beleid rond kwetsbare werknemers hoort terug te komen in de periodieke risico-inventarisatie en -evaluatie. Zie ook vraag 6 en 7 in de speciale editie Arbo-inf@ct: COVID-19 en bedrijfsgezondheidsbeleid (maart 2020).

Met de behandelaar kan de werknemer zijn medische behandeling doornemen en bespreken wat hij zelf kan doen om zijn weerbaarheid te verhogen, bijvoorbeeld door meer te bewegen of een gezonde leefstijl.

  1. Denk bijvoorbeeld aan een baliemedewerker die patiënten te woord staat – waaronder mogelijk personen met een asymptomatische of milde infectie – waarbij de afstand van 1,5 meter niet altijd gehanteerd kan worden en waar geen fysieke barrière kan worden aangebracht (een scherm zoals in supermarkten). Of denk aan werk waarin de werknemer onbeschermd in contact kan komen met besmette materialen.
     
  2. Dit is maatwerk. Het risico op onbeschermde blootstelling zal in sommige gevallen minder specifiek of minder goed in te schatten zijn, bijvoorbeeld in situaties met veel intermenselijk verkeer (met name binnen een zorgsetting) met onvoldoende mogelijkheden tot social distancing of onvoldoende beschikbaarheid van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM), of wanneer comorbiditeit speelt, of wanneer de onderliggende conditie het werken met PBM bemoeilijkt (denk aan longaandoeningen). In deze gevallen moet een individuele risico-inschatting en -afweging plaatsvinden over het werkgebonden risico op besmetting, de mate van kwetsbaarheid van de medewerker en de haalbaarheid van (andere) preventieve maatregelen.

De gezondheidscheck

Vragen voor de gezondheidscheck: wanneer één van onderstaande vragen met JA wordt beantwoord, mag het bezoek niet langs komen. Het bezoek moet worden uitgesteld totdat op elke vraag met NEE beantwoord kan worden.

 

  1. Heb je de afgelopen 24 uur of op dit moment één of meerdere van de volgende (milde) klachten: verkoudheidsklachten (zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn), (licht) hoesten, verhoging of koorts, benauwdheid of plotseling verlies van reuk en/of smaak (zonder neusverstopping)?
     
  2. Heb je op dit moment een huisgenoot/gezinslid met koorts en/of benauwdheidsklachten?
     
  3. Heb je het nieuwe coronavirus gehad (vastgesteld met een laboratoriumtest) en is dit in de afgelopen 7 dagen vastgesteld?
     
  4. Heb je een huisgenoot/gezinslid met het nieuwe coronavirus (vastgesteld met een laboratoriumtest) en heb je korter dan 14 dagen geleden contact gehad met deze huisgenoot/gezinslid terwijl hij/zij nog klachten had?
     
  5. Ben je in quarantaine omdat je direct contact hebt gehad met iemand waarbij het nieuwe coronavirus is vastgesteld of omdat je korter dan 10 dagen geleden bent teruggekeerd uit een land/regio met code oranje of rood?

Download hier een overzicht van de vragen.

Versiebeheer

  • 27-08-2020: De quarantaineperiode is bekort van 14 naar 10 dagen, gerekend vanaf het laatste risicovolle contact of moment van mogelijke besmetting. Dit was 19-08-2020 al aangepast in andere bijlagen van de richtlijn COVID-19; nu hier ook. 
  • 28-07-2020: Vraag 5 van de gezondheidscheck uitgebreid met 'korter dan 14 dagen terug uit land/regio met code oranje/rood'.
  • 02-06-2020: Ziekteverschijselen aangepast (bij gezondheidscheck, stap 1).
  • 21-04-2020: Definitie risicogroepen nader gespecificeerd vanuit het 65e OMT in richtlijn en bijlagen Testbeleid risicogroepen COVID-19 en Aandachtspunten rondom inzet kwetsbare medewerkers.