Aandachtspunten rondom inzet van onvoldoende beschermde kwetsbare werknemers

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 17 maart 2022 (versiebeheer zie onderaan deze pagina)

Algemeen

Artikel 3 lid 1 sub a van de Arbowet verplicht werkgevers zo veel mogelijk te voorkomen dat het werk een nadelige invloed heeft op de gezondheid van werknemers. Kwetsbare werknemers hebben hierbij recht op extra bescherming.

Ongeveer 20% van de Nederlandse beroepsbevolking heeft een chronische aandoening. Ook deze werknemers met een chronische aandoening kunnen aan het werkproces deelnemen mogelijk met additionele voorzorgsmaatregelen.

Behalve door COVID-19 kan er natuurlijk ook sprake zijn van een verhoogd risico op arbeidsgebonden gezondheidsschade door andere infectieziekten, zoals door influenza. Uitgangspunt is dat mensen met een onderliggend lijden altijd extra goed op hygiëne dienen te letten en bestaande richtlijnen, procedures en protocollen geldend voor de uitvoering van het werk zorgvuldig opvolgen.

Onvoldoende beschermde kwetsbare personen

Een groot deel van de Nederlandse bevolking is inmiddels gevaccineerd en geboosterd tegen COVID-19. Mensen met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19 worden over het algemeen door vaccinatie goed beschermd tegen ernstige ziekte. Er zijn echter mensen uit de risicogroepen die verhoogd kwetsbaar blijven:

  1. Mensen met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19 die niet (volledig) gevaccineerd en vervolgens geboosterd zijn, bijvoorbeeld vanwege ernstige bijwerkingen.
     
  2. Mensen met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19 die onvoldoende reageren op COVID-19-vaccinatie/booster (door een ernstig gestoorde afweer vanwege een onderliggende medische aandoening of vanwege afweeronderdrukkende geneesmiddelen).

Zie ook Risicogroepen en COVID-19.

Uitgangspunten ten aanzien van inzet in werk

Het uitgangspunt is dat zo lang er consequent en volgens de bestaande richtlijnen/procedures van de instelling of organisatie wordt gewerkt (naast de richtlijnen van het RIVM en eventueel de GGD) ook een kwetsbare werknemer in principe zijn eigen werk kan doen. Al dan niet in combinatie met het aanhouden van aanvullende maatregelen, zoals persoonlijke beschermingsmiddelen en/of fysieke barrières.

De inhoud van het werk, de individuele gezondheidsfactoren en de werkomstandigheden vormen altijd het vertrekpunt. Voor kwetsbare werknemers is het van extra belang dat zij, wanneer zij (nog) niet gevaccineerd zijn, goed worden voorgelicht over het belang van vaccinatie tegen COVID-19 vanwege het risico op complicaties.

Het is aan de bedrijfsarts om te adviseren of en hoe een individuele medewerker – gezien zijn onderliggende ziekte(s), vaccinatiestatus en werkomstandigheden – veilig kan werken.
 

  • Binnen de verschillende ziekenhuizen, instellingen, medische beroepsgroepen etc. – maar ook voor beroepsgroepen daarbuiten – wordt het beleid vormgegeven vanuit het perspectief van bescherming van de werknemers; hiervoor wordt verwezen naar de eigen werkgever.
     
  • Goede informatievoorziening en voorlichting voor de groep kwetsbaren over het extra belang van het strikt en consequent blijven werken volgens de bestaande hygiëne- en preventiemaatregelen, procedures en protocollen geldend voor specifieke beroepsgroepen/werkzaamheden is noodzakelijk. Daarnaast is informatie over juist gebruik van en toegang tot persoonlijke beschermingsmiddelen van belang.
     
  • Een kwetsbare werknemer moet, als er een verhoogd gezondheidsrisico speelt (bepaald na een weging van de werkgebonden infectierisico’s en de individuele gezondheidsfactoren), worden vrijgesteld van werkzaamheden waarbij blootstelling mogelijk is aan COVID-19-positief geteste patiënten of voor COVID-19-verdachte personen (met klachten passend bij COVID-19) en/of aan besmette materialen/werk in een laboratoriumomgeving EN waarbij voldoende bescherming niet mogelijk is (= onbeschermd contact). Dit geldt ook wanneer door de werkgever niet voldoende en voor deze groep de hoogst mogelijke bescherming geleverd kan worden. Het uitgangspunt is dat een werkgever dit – redelijkerwijs en mits praktisch uitvoerbaar – dient te faciliteren.
     

Indien een werknemer tot de medische risicogroepen behoort en niet zeker is over de medische situatie, kan de werknemer contact opnemen met de bedrijfsarts en/of de behandelaar. Het is van belang dat met de werkgever/leidinggevende in goed overleg en met gezond verstand wordt bekeken hoe taken (weer) kunnen worden uitgevoerd. Hierbij zijn altijd individuele risico-inschatting en maatwerk nodig; de bedrijfsarts adviseert.

Er zijn situaties denkbaar waarin het werk wel een verhoogd gezondheidsrisico oplevert maar waar extra bescherming redelijkerwijs of in praktische zin niet te realiseren is. In die gevallen verplicht de wet de werkgever om, na een goede risico-inschatting, werknemers met verhoogde kwetsbaarheid die onvoldoende beschermd zijn vrij te stellen van de desbetreffende werkzaamheden en (tijdelijk) vervangend werk aan te bieden. Eventueel kan er ook aanvullende medische informatie worden opgevraagd bij de behandelaar (medisch specialist of huisarts).

Beleid rond kwetsbare werknemers hoort terug te komen in de periodieke risico-inventarisatie en -evaluatie.

Zie ook de Q&A van het RIVM en de Uitvoeringsrichtlijn COVID-19-vaccinatie.

Versiebeheer

  • 17-03-2022: Een groot deel van de Nederlandse bevolking is inmiddels gevaccineerd tegen COVID-19 De tekst is hiermee in lijn gebracht, ook met betrekking tot de inzet voor werk. De titel van deze bijlage is hierbij aangepast van 'Aandachtspunten rondom inzet kwetsbare werknemers' naar 'Aandachtspunten rondom inzet van onvoldoende beschermde kwetsbare werknemers'.
  • 29-04-2021: Paragraaf 'Na vaccinatie' toegevoegd.
  • 25-01-2021: Paragraaf over COVID-19-vaccinatie toegevoegd en een aantal tekstuele wijzingen doorgevoerd. De titel is aangepast naar ‘Aandachtspunten rondom inzet kwetsbare werknemers’.
  • 12-11-2020: De tekst onder de paragraaf 'De gezondheidscheck' is vervangen door een hyperlink naar het document Gezondheidscheck coronavirus op RIVM.nl
  • 27-08-2020: De quarantaineperiode is bekort van 14 naar 10 dagen, gerekend vanaf het laatste risicovolle contact of moment van mogelijke besmetting. Dit was 19-08-2020 al aangepast in andere bijlagen van de richtlijn COVID-19; nu hier ook. 
  • 28-07-2020: Vraag 5 van de gezondheidscheck uitgebreid met 'korter dan 14 dagen terug uit land/regio met code oranje/rood'.
  • 02-06-2020: Ziekteverschijselen aangepast (bij gezondheidscheck, stap 1).
  • 21-04-2020: Definitie risicogroepen nader gespecificeerd vanuit het 65e OMT in richtlijn en bijlagen Testbeleid risicogroepen COVID-19 en Aandachtspunten rondom inzet kwetsbare medewerkers.