Bijlage bij de LCI-richtlijn Kinkhoest

Inleiding

In 2014 is er een RAC-project geweest om te komen tot een landelijke consensus t.a.v. het afhandelen van de kinkhoestmeldingen, met oog voor bestrijding én voor surveillance van de kinkhoestcomponent in het Rijksvaccinatieprogramma. Dit project is in 2018 afgerond. In 2023 is de consensuswerkwijze uit 2018 geëvalueerd en op sommige vlakken herzien. De meldingscriteria zijn daarbij niet gewijzigd, zodat de kinkhoestepidemiologie goed te duiden bleef t.o.v. de periode voor de COVID-pandemie. Deze liet op dat moment namelijk nog niet zijn oude patronen zien.

De kinkhoestepidemie in 2023/24 leidde tot een hoge werklast voor de (Gemeentelijke gezondheidsdienst)’en. Omdat een groot deel van de kinkhoestmeldingen serologisch was vastgesteld, was er vaak geen direct handelingsperspectief. Sommige GGD’en ontwikkelden een eigen werkwijze om de kinkhoestmeldingen toch af te kunnen handelen. De hoge werklast, en het feit dat sinds een aantal jaar een groter deel van de meldingen op basis van PCR in plaats van serologie wordt gedaan, heeft tot herziening van de meldingscriteria voor kinkhoest geleid. Vanaf 1 juli 2026 zijn serologisch vastgestelde kinkhoestinfecties bij personen ouder dan 12 jaar niet meer meldingsplichtig. Dat is in deze herziening van de consensus in de afhandeling van kinkhoestmeldingen verwerkt.

Beide aspecten waarover in de naam van deze consensus wordt gesproken – bestrijding en surveillance – blijven belangrijk. Het een kan niet zonder het ander, en voor beide geldt dat het streven is om dat zo efficiënt mogelijk te doen. De Osiris-vragenlijst voor kinkhoest is meerdere keren herzien en bevat – nu met de laatste herziening van de meldingcriteria nog twee vragen zijn verwijderd –  alleen nog  informatie die echt noodzakelijk is voor de surveillance, waaronder het kunnen monitoren van bijvoorbeeld vaccineffectiviteit. Het verzoek is daarom om de vragenlijst volledig in te vullen.

Uitgangspunten bij de werkwijze

1. Maak afspraken met ketenpartners voor een zo efficiënt mogelijk proces:

  • Spreek met huisartsen af om de 1e ziektedag bij de aanvraag voor kinkhoestdiagnostiek te vermelden op het labformulier en spreek met de laboratoria af dat de 1e ziektedag en de soort diagnostiek (PCR of serologie) vermeld wordt op de melding naar de GGD.
  • Spreek met de huisartsen de beoogde aanpak (zie onderstaand schema) door en spreek af dat huisartsen contact opnemen met de GGD bij bijzonderheden, zoals een kinkhoestinfectie bij een ongevaccineerde zwangere in het 3e trimester of bij een ongevaccineerde of onvolledig gevaccineerde zuigeling in het gezin.

2. Meld alle laboratoriummeldingen van kinkhoest direct via Osiris aan het (Centrum Infectieziektebestrijding):

  • Bij kinderen tot en met 12 jaar wordt de vaccinatiestatus voor kinkhoest nagegaan bij DVP, omdat goede registratie van de vaccinatiestatus essentieel is voor het monitoren van de vaccineffectiviteit. DVP mag aan de arts infectieziektebestrijding de vaccinatiestatus doorgeven, ook zonder toestemming van de ouder(s), indien de arts de volgende gegevens kan aanleveren: (burgerservicenummer), NAW-gegevens, geboortedatum en Osirisnummer.

NB Voor vaccinaties die gezet worden vanaf 1 januari 2022 moeten ouders toestemming geven voor uitwisseling van vaccinatiegegevens tussen de (jeugdgezondheidszorg) en het (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Vaccinaties van kinderen van ouders die geen toestemming hebben gegeven worden bij het RIVM niet geregistreerd. Indien er bij een kind geen vaccinaties staan geregistreerd bij het RIVM wordt daarom verzocht om de kinkhoestvaccinatiestatus van het kind te controleren bij JGZ. Indien verificatie bij JGZ niet mogelijk is, wordt verzocht de kinkhoestvaccinatiestatus te verifiëren bij de ouders van het kind. 

  • Indien de patiënt een zuigeling betreft (jonger dan 1 jaar), wordt naast de vaccinatiestatus van de zuigeling ook de maternale vaccinatiestatus bij de moeder nagevraagd, evenals de zwangerschapsduur ten tijde van de vaccinatie en ten tijde van de geboorte. Deze informatie is essentieel voor het monitoren van de vaccineffectiviteit van de maternale (Difterie, kinkhoest, tetanus)-vaccinatie.
  • Kinkhoestmeldingen o.b.v. epilinken hoeven al langer niet meer gemeld te worden in Osiris, tenzij de GGD hiervoor goede redenen heeft. Belangrijk is dan dat het Osirisnummer van het gelinkte geval goed wordt genoteerd, net als de reden van het melden. Goede redenen voor melden op basis van epilinken zijn bijvoorbeeld ernstige ziekte (ziekenhuisopname) en sterfte en uitbraak in een ‘pocket’ van ongevaccineerde personen, die zich mogelijk minder snel laten testen bij klachten.
In de flowchart staan de stappen beschreven om een kinkhoestmelding af te handelen

Flowchart Afhandelen kinkhoestmelding
*Check vaccinatiestatus bij JGZ en/of ouders indien een kind als ongevaccineerd geregistreerd staat bij DVP vanaf januari 2022 of later.