Totstandkoming LCI-richtlijnen

De LCI-richtlijnen zijn primair gericht op preventie en bestrijding in de publieke gezondheid. Het vaststellen van een infectieziekte betekent altijd dat er ergens een bron is, waaraan mogelijk meerdere mensen zijn blootgesteld, en soms dat de zieke ook weer verspreiding naar anderen veroorzaakt. Een snelle en adequate reactie met effectieve maatregelen is vereist. Omdat de mogelijke maatregelen legio zijn, en iedere situatie anders is, helpen richtlijnen om snel een zinvolle actie te ondernemen. De richtlijnen zijn bedoeld als ondersteuning voor de dagelijkse GGD-praktijk. In een richtlijn staan alle aspecten van een infectieziekte beschreven, zoals epidemiologie, onderzoek, preventie en bestrijding. Diverse deskundigen en meelezers uit verschillende disciplines geven in verschillende beoordelingsrondes hun commentaar op de conceptversies van de richtlijn.

LCI-richtlijnen geven per infectieziekte een systematisch overzicht van:

  1. de meest recente kennis over relevante aspecten;
  2. landelijke afspraken over de aanpak van de bestrijding;
  3. de rol van de GGD en andere professionals betrokken bij de bestrijding. Met name gegevens voor de bestrijding van een bepaalde infectieziekte in de Nederlandse situatie zijn van belang. De richtlijn moet toepasbaar zijn in de dagelijkse praktijk en dus moet de inhoud theoretische handboeken overstijgen.

 

Fase

 

Voortraject

  • Een AIOS en/of Provinciaal Overleg Infectieziekten maakt een analyse van de knelpunten in de praktijk en formuleert de meest relevante uitgangsvragen.

  • Knelpunten en vragen uit het registratiesysteem van de LCI en eventueel vragen uit patiëntperspectief worden verzameld.

 

 

De auteur maakt een eerste concept en werkt hierin de uitgangsvragen uit op basis van de methodiek voor evidencebased richtlijnontwikkeling.

 

 

1

1e commentaarfase

In deze fase wordt de conceptrichtlijn van commentaar voorzien door deskundigen (artsen/onderzoekers die de voorgaande jaren over het onderwerp hebben gepubliceerd), bijvoorbeeld:

  • deskundige(n) werkzaam in een klinische setting;
  • deskundige(n) werkzaam in de openbare gezondheidszorg;
  • deskundige(n) werkzaam in een laboratorium (buiten het RIVM);
  • artsen-microbiologen vanuit IDS en Z&O en epidemiologen van EPI.
 

 

De auteur maakt een tweede concept en geeft een verantwoording van de verwerking van de commentaren.

 

2

2e commentaarfase

In deze fase wordt de richtlijn van commentaar voorzien door een vaste groep meelezers vanuit beroepsverenigingen:

  • Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd;
  • Nederlands Huisartsengenootschap;
  • Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, indien relevant;
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, indien relevant;
  • LOI-redactieraad seksuele gezondheid, indien relevant;
  • Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg;
  • Vereniging voor Infectieziekten;
  • Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid (afstemming behandelparagraaf);

en de leden van de redactieraad van het LOI. Alle LOI-leden krijgen in deze fase de kans om te reageren, daarnaast worden twee POI’s gevraagd om de conceptrichtlijn te beoordelen en de toepasbaarheid in de praktijk te toetsen.

 

De auteur maakt een definitief concept en geeft een verantwoording van de verwerking van de commentaren.

 

 

Vaststelling LOI

Het Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding, waarin alle GGD’en zijn vertegenwoordigd, stelt de herziening vast.

 

 

Diagnostiek

De Subcommissie diagnostiek van de NVMM en de NVMM-leden verzorgen het hoofdstuk Diagnostiek.Op verzoek van de Subcommissie diagnostiek van de NVMM schrijft een arts-microbioloog, lid van de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie, het hoofdstuk Diagnostiek van de LCI-richtlijn. Het concept wordt beoordeeld door de Subcommissie diagnostiek en wordt ter becommentariëring door NVMM-leden gedurende 4 weken op de NVMM-website gepubliceerd. De auteur verwerkt het commentaar en koppelt de eventuele niet-verwerkte commentaren terug aan de commentator(en). De Subcommissie diagnostiek stelt de paragraaf vast; deze wordt toegevoegd aan de richtlijn, die vervolgens in zijn geheel ter vaststelling wordt aangeboden aan het Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding (LOI).

Arbo-informatie

Het arboteam, bestaande uit een bedrijfsarts en arbeidshygiënist en vertegenwoordigers van het NCvB, vult de richtlijn aan met arbeidsgerelateerde informatie. Ook bedrijfsartsen worden regelmatig geconfronteerd met vragen over de gevolgen van infectieziekten en de mogelijkheid van preventieve maatregelen in de werkomgeving. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en in samenwerking met het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten besteedt de LCI in haar richtlijnen aandacht aan arbeidsomstandigheden bij infectieziektebestrijding. Via de LCI-arboverantwoordelijke wordt een auteur gezocht die de arbo-aanvullingen levert, in afstemming met de beroepsorganisaties. Deze aanvullingen worden gedurende het proces van herziening toegevoegd aan de richtlijn. Zie ook bijlage ‘Werkwijze arboteam bij arbo-aanvullingen in de LCI-richtlijnen’.

Veterinaire informatie

Infectieziekten bij dieren die gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van de mens noemen we zoönosen. In de LCI-richtlijnen over deze infectieziekten is informatie opgenomen over diergezondheidsaspecten die relevant zijn voor de preventie en bestrijding van zoönosen bij de mens. Sinds 2014 wordt deze informatie structureel toegevoegd aan alle zoönoserichtlijnen. Een veterinair deskundige stelt de teksten met de veterinaire informatie samen in nauwe samenwerking met het Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie (Z&O) van het RIVM.

Onafhankelijkheid van de auteur en werkgroepleden

De auteur en de referenten hebben geen financieel of zakelijk belang bij het onderwerp van de richtlijn. Dit wordt vastgelegd in de auteursovereenkomst, waarvan het ondertekenen van de Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling deel uitmaakt. Financiële ondersteuning bestaat uit een onkostenvergoeding voor de auteur.

Houdbaarheid

Uiterlijk 5 jaar na aanname van de herziene richtlijn wordt beoordeeld of aanpassing van de richtlijn nodig is. De keuze wordt gemaakt op basis van:

  • literatuuronderzoek;
  • het oordeel van een expert;
  • het oordeel van de LOI-redactieraad;
  • de knelpunteninventarisaties van Provinciale Overleggen Infectieziektebestrijding;
  • analyse van de vragen uit het veld in het registratiesysteem van de binnengekomen casuïstiek.
     

De mogelijke keuzes zijn:

  • Soms volstaat een verlenging (dan is er alleen een redactionele herziening van de indeling door de LCI).
  • Soms wordt gekozen voor een ‘update’: een actualisering op bepaalde punten door een expert en actualisering van de NVMM-paragraaf door de subcommissie Diagnostiek.
  • Als er veel wijzigingen zijn, bijvoorbeeld als er wijzigingen zijn in de bestrijdingsmaatregelen van de GGD, is er reden om een volledige herziening te doen. Dit verloopt volgens de procedure die gelijkstaat aan de procedure van een nieuwe richtlijn, zie bovenin.
     

De geldigheid is uiterlijk 7 jaar. Binnen 2 jaar na de start van de herziening moet de nieuw herziene richtlijn gereed zijn. Soms maken ontwikkelingen het noodzakelijk de richtlijn eerder te herzien.

Up-to-date

De LCI-richtlijnen zijn ‘levende richtlijnen’. Dat wil zeggen dat ze te allen tijde aangepast kunnen worden als de actualiteit daar aanleiding toe geeft. Deze aanpassingen worden altijd vermeld op de webversie van de richtlijn. Suggesties voor aanvullingen zijn welkom via lci@rivm.nl. De bureauredactie zal uw opmerking in behandeling nemen. Blijf op de hoogte van alle wijzigingen via onze overzichten per mail: https://www.rivm.nl/abonneren.

Disclaimer

De LCI-richtlijnen worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opgesteld. Desondanks is het mogelijk dat de inhoud onvolledig/onjuist is. De LCI is niet aansprakelijk voor eventuele onjuistheden in de inhoud of genomen beslissingen gebaseerd op de inhoud van de LCI-richtlijnen.

Bronvermelding

De inhoud uit de richtlijnen mag worden gebruikt met bronvermelding.

Evidence-based onderbouwing

Sinds 2007 volgt de LCI een werkwijze die is gebaseerd op de evidence-based methodiek voor richtlijnontwikkeling zoals wordt toegepast door het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO. De uitgangsvragen worden beantwoord via literatuurzoekacties in de databases Medline en Embase. Voor het richtlijnonderwerp wordt een ‘P’ (=probleem of patiëntenpopulatie). Deze ‘P’ wordt op meerdere manieren gecombineerd met de invalshoek ‘infectieziektenbestrijding’. De resultaten per zoekvraag worden op relevantie en kwaliteit beoordeeld. De aldus geschikt bevonden artikelen worden gebruikt om de vastgestelde uitgangsvragen op een evidencebased wijze te beantwoorden. De beschikbare informatie over infectieziekten is zeer omvangrijk en divers wat betreft kwaliteit en betrouwbaarheid. De gemaakte keuzes worden bepaald door het doel van de richtlijnen: realiseren en handhaven van een transparant landelijk kwaliteitsbeleid op het gebied van de infectieziektebestrijding.

Voor het evidence-based uitwerken van uitgangsvragen wordt gewerkt met een format waarbij duidelijk zichtbaar is welk deel van het antwoord op de vraag is gebaseerd op evidence en welk deel op consensus. Voor het weergeven van het type van bewijs is gekozen om niet de door het CBO gehanteerde indeling (A, B, C, D) te gebruiken, aangezien de gebruikte onderzoeken meestal van niveau D zijn en de indeling dan niet meer onderscheidt, maar de volgende soorten publicaties (niet hiërarchisch) te onderscheiden:

  • richtlijn/rapport I (van autoriteit)
  • richtlijn/rapport II (overig)
  • review
  • vergelijkend onderzoek (inclusief trials)
  • case-report
  • overige publicaties

Meer weten?

Neem contact op met de redactie via lci-webredactie@rivm.nl.