Q-koorts

Definitief - februari 2012

Dit stappenplan is een aanvulling op de LCI-richtlijn Q-koorts. De LCI spreekt zich niet uit over de taakverdeling tussen disciplines bij de uitvoering van de verschillende stappen. Daarvoor zijn de interne werkafspraken van de betreffende GGD leidend.

Doelen

  1. De patiënt heeft inzicht in zijn/haar besmetting met Q-koorts, de transmissieroute, eventuele controles en behandelingsmogelijkheden.
  2. De meest waarschijnlijke bronnen zijn onderzocht en de NVWA heeft bronopsporing uitgevoerd.
  3. De behandelaar en/of andere betrokken zorgverleners zijn bekend met de meldcriteria voor deze ziekte.
  4. De behandelaar en/of andere betrokken zorgverleners zijn bekend met primaire en vervolgdiagnostiek Q-koorts.
  5. Epidemiologische gegevens zijn verzameld ten behoeve van surveillance.
  6. Indien er sprake is van (verdenking van) een cluster en/of een mogelijke bron met risico voor de openbare gezondheid, is de NVWA ingeschakeld.

Stap 1 Melding

  1. Leg de melding vast in het registratiesysteem.
  2. Verifieer de diagnose bij de diagnosticerende arts voordat contact wordt gelegd met de patiënt of zijn/haar familie. In dat gesprek zijn de volgende punten belangrijk:
    • Vraag na welke diagnostiek is verricht.
    • Licht zonodig de meldprocedure toe.
    • Verifieer de meldingscriteria en de laboratoriumcriteria.
    • Verzamel aan de hand van het vragenformulier de aanvullende persoons- en ziektegegevens die nodig zijn voor de melding in Osiris. Stel deze voortdurend bij.
    • Vraag naar het klinische beeld van de patiënt, zoals de eerste ziektedag, medische risicofactoren. Daarnaast primaire en/of vervolgdiagnostiek, een mogelijke epidemiologische link en de vaccinatiestatus.
    • Informeer de behandelend arts over de acties die de GGD onderneemt in verband met brononderzoek, waaronder melding bij het RIVM en bij verdenking van een epidemiologisch cluster bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
    • Vraag de behandelend arts of de patiënt aanspreekbaar is, op de hoogte is van de diagnose en of er eventueel een contactpersoon is van de patiënt voor bronopsporing.
  3. Indien er (nog) geen volledige laboratoriumbevestiging is, vraag het laboratorium wanneer die te verwachten is en maak afspraken over doormelding naar de GGD.

Stap 2 Interventies

2.1 Planning

  1. Neem contact op met de patiënt om epidemiologische gegevens en Osirisvragen aan te kunnen vullen.
  2. Verifieer bij de patiënt de eerste ziektedag en meld deze meteen in Osiris.
  3. Overweeg bij een regionale clustering of epidemie een eigen casusregister bij te houden.
  4. Gebruik de Beslisboom Huisbezoek als handvat bij de beslissing om wel of niet op huisbezoek te gaan.

2.2 Bronopsporing

Onderzoek onderlinge verbanden tussen de verschillende patiëntgegevens / potentiële bronnen.

  1. Start brononderzoek. Indien van toepassing overleg met de NVWA voor bemonstering van de bronnen die het meest waarschijnlijk zijn. Brononderzoek bij dieren wordt door de NVWA verricht.
  2. Achterhaal zoveel mogelijk details met betrekking tot vermoedelijke bron(nen), zoals de namen, adressen en postcodes van plaatsen in Nederland en in het buitenland waar contact met dieren en veehouderijen is geweest en waar buitenluchtactiviteiten hebben plaatsgevonden (zie de vragenlijst bij de richtlijn).
  3. Informeer naar het beroep en inventariseer of de patiënt direct contact heeft met dieren en dierproducten tijdens het lammerenseizoen en of er sprake was van abortussen. Informeer waar en wanneer dit contact plaatsvond.
  4. Neem contact op met desbetreffende GGD indien er een potentiële bron aangewezen kan worden buiten de eigen regio. Vraag de betrokken GGD of bemonstering door de NVWA uitgevoerd kan worden, waarna terugkoppeling. Stem af wie de contacten met de NVWA onderhoudt.
  5. Als er sprake is van (verdenking van) een cluster, schakel de NVWA in; zij kunnen onderzoek doen bij de dieren, uit de geitenmelk of via stofmonsters uit de omgeving.
    Het telefoonnummer van de meldkamer van de NVWA (dag en nacht): 0800-0488.

2.3 Contactopsporing

  1. Contactonderzoek is meestal niet van toepassing. Denk in geval van een bedrijf met een positiefstatus voor Q-koorts ook aan de psychosociale hulpverlening bij een besmet bedrijf. Volg daarvoor interne afspraken.

2.4 Signaleren en verwijzen

  1. Signaleer de lichamelijke, psychische en sociale aspecten als gevolg van Q-koorts. Verwijs betrokkene zo nodig naar behandelend arts.
  2. Signaleer de patiënten met een risicofactor op een mogelijk chronisch beloop van de ziekte en informeer de behandelend arts op het beleid voor vervolgdiagnostiek.
  3. Signaleer eventuele collectieve onrust, anticipeer en reageer daarop met publieksinformatie.
  4. Signaleer of de Q-koortsinfectie werkgerelateerd is en verwijs in dat geval de patiënt ook naar de bedrijfsarts.

2.5 Voorlichting

  1. Geef voorlichting en verstrek achtergrondinformatie aan de patiënt en zijn/haar familie over de ziekte.
  2. Ga na of er in de omgeving van de patiënt behoefte is aan aanvullende informatie over de ziekte en geef aan dat de GGD die kan verstrekken. Maak gebruik van de toolkit Q-koorts.
  3. Verwijs en informeer indien wenselijk naar/over patiëntenverenigingen. (stichtingQuestion.nl en deeljezorg.nl).

2.6 Netwerk/advisering

  1. Informeer (bij te verwachten persbelangstelling) de eigen directie, afdeling communicatie en het bevoegde gezag (burgemeester en wethouders), conform interne afspraken.
  2. Houd bij de casus betrokken ketenpartners (o.a. huisartsen, dierenartsen, NVWA, medisch microbiologen, bedrijfsarts) op de hoogte over de activiteiten van de GGD.
  3. Wanneer de ziekte (waarschijnlijk) is opgelopen tijdens de beroepsuitoefening moet de casus door een geregistreerde bedrijfsarts worden gemeld bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) (www.beroepsziekten.nl). De GGD kan de bedrijfsarts hierop attenderen.

2.7 Registratie en rapportage

  1. Toets de melding aan de meldingscriteria, na inventarisatie van de verzamelde gegevens.
  2. Maak zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen drie werkdagen na melding, een melding aan in Osiris indien aan de meldcriteria wordt voldaan.
  3. Leg alle activiteiten vast conform interne afspraken.
  4. Meld clusters bij de LCI.
  5. Koppel terug naar de behandelaar conform interne werkafspraken.

Stap 3 Evaluatie

  1. Beoordeel of de beoogde doelen zijn behaald.
  2. Bespreek bijzonderheden in een werkoverleg.
  3. Meld trends en bijzonderheden bij management en directie en beschrijf dit in het jaarverslag.
  4. Overweeg de patiënt of zijn familie na vier weken te benaderen om de ervaring met de GGD te evalueren ten behoeve van de kwaliteitsborging en uit zorgplicht.
  5. Maak, indien gebruikelijk, een rapportage voor gemeentes, inspectie en LCI.
  6. Archiveer de gegevens systematisch.

Publieksinformatie

Q-koorts Publieksinformatie

Zie ook

Q-koorts Richtlijn