Hantavirusinfectie

Dit stappenplan is een aanvulling op de LCI-richtlijn ‘Hantavirusinfectie'. Voor de achtergronden en het tot stand komen van dit stappenplan wordt u verwezen naar de algemene toelichting en de verantwoording op www.rivm.nl. De LCI spreekt zich niet uit over de taakverdeling tussen disciplines bij de uitvoering van de verschillende stappen. Daarvoor zijn de interne werkafspraken van de betreffende GGD leidend.

Doelen

  1. Transmissie van hantavirus (besmetting) en nieuwe ziektegevallen is voorkomen.
  2. De mogelijke bron is bekend (knaagdieren (muis/rat) en/of de excreta van deze dieren) en zo mogelijk verwijderd.
  3. De patiënt heeft inzicht in de ziekte, (zoönose) de transmissieroute, het verloop en de eventuele behandeling.
  4. De patiënt heeft inzicht in de te nemen preventieve maatregelen en hygiënische maatregelen.
  5. De gegevens zijn geïnventariseerd voor surveillance.

Stap 1 Melding

  1. Leg de melding of het signaal zorgvuldig en compleet vast volgens intern geldende afspraken.
    -Verzamel de aanvullende persoons- en ziektegegevens die nodig zijn voor onder andere de melding in Osiris. Stel deze gegevens voortdurend bij wanneer nieuwe informatie beschikbaar komt.
    -Licht zonodig de meldingsprocedure toe. Informeer de behandelend arts over de maatregelen naar de omgeving en de taak van de GGD.
    -Vraag naar het klinisch beeld van de patiënt en de eerste ziektedag (eerste dag met koorts).
    -Vraag of er vermoedens zijn over de bron.
    -Vraag of de patiënt op de hoogte is van de diagnose. Als dit niet het geval is, maak hier dan afspraken over.
  2. Verifieer direct het signaal bij de behandelend arts voordat contact wordt gelegd met de patiënt of diens familie. In dat gesprek zijn de volgende punten belangrijk:
  3. Toets de melding aan de meldingscriteria en voer de melding in Osiris in, binnen 3 dagen.

Stap 2 Interventies

2.1 Planning

  1. Plan zo spoedig mogelijk na overleg met behandelend arts, een gesprek met de patiënt.
  2. Gebruik de Beslisboom Huisbezoek als handvat bij de beslissing om wel of niet op huisbezoek te gaan.

2.2 Bronopsporing

  1. Bronopsporing is zinvol bij een bewezen humaan geval (richtlijn Hantavirus, Bronopsporing)
  2. Onderzoek of er discrepanties zijn tussen de anamnese van de patiënt en de informatie van de huisarts, zoals de eerste ziektedag, en los deze op.
  3. Informeer naar het beroep van de patiënt en inventariseer of patiënt (recent) contact heeft gehad met knaagdieren (muizen/ratten) en/of urine /feces/ speeksel (besmette excreta) of aerosolen van feces en urine van besmette knaagdieren en waar en wanneer dit contact heeft plaatsgevonden. (richtlijn Hantavirus, Incubatieperiode)
  4. Schakel, indien nodig, een dienst dierplaagbestrijding in, die het terrein waar de infectie is opgelopen kan onderzoeken op het voorkomen van dieren die de bron kunnen zijn, en preventiemaatregelen kan adviseren.
  5. Contactonderzoek is niet nodig.

2.3 Signaleren en verwijzen

  1. Indien er contact is met de patiënt signaleer de mogelijke lichamelijke, psychische en sociale aspecten als gevolg van de infectieziekte. Begeleid en adviseer hierin de patiënt.
  2. Bespreek met de patiënt de eventuele melding bij NVWA en coördineer het contact tussen patiënt en NVWA.

2.4 Voorlichting

  1. Geef voorlichting aan de patiënt en verstrek achtergrondinformatie over de ziekte en eventueel te nemen maatregelen.
  2. Geef ( zo nodig) aan de hand van de Vragen en antwoorden Hantavirus, informatie over het reinigen van een besmette ruimte.

2.5 Netwerk/advisering

  1. Informeer wanneer onderzoek gewenst is de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit. (NVWA). Maak afspraken over contact met de patiënt en terugrapportage.
  2. Overleg met de NVWA of zij brononderzoek noodzakelijk achten en eventueel de bron kunnen elimineren.
  3. Indien de mogelijke bron buiten de eigen regio ligt, informeer dan de betreffende GGD.
  4. Schakel zo nodig andere instanties in zoals de Regionale Inspectie Milieuhygiëne, de gemeente en/of het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD).
  5. Wanneer de ziekte (waarschijnlijk) is opgelopen tijdens de beroepsuitoefening moet de casus door een geregistreerde bedrijfsarts worden gemeld bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) (www.beroepsziekten.nl/). De GGD kan de bedrijfsarts hierop attenderen.

2.6 Registratie en rapportage

  1. Maak zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen een week de melding in Osiris definitief.
  2. Leg alle gegevens en activiteiten vast in een rapportage met datum, tijd en initialen (op papier en/of digitaal).
  3. Verzorg terugrapportage naar de melder (behandelaar/huisarts) volgens de intern geldende afspraken.

Stap 3 Evaluatie

  1. Beoordeel of de doelen behaald zijn.
  2. Bespreek bijzonderheden (bijvoorbeeld risicopersonen) in een werkoverleg.
  3. Archiveer de gegevens systematisch.
  4. Overweeg de patiënt na vier weken te benaderen om de ervaring met de GGD te evalueren ten behoeve van de kwaliteitsborging volgens intern geldende afspraken.
  5. Rapporteer in een jaarverslag.

Versiebeheer

Dit stappenplan is op 6 september 2011 vastgesteld in het LOVI, zie ook de verantwoording. Auteur: Gerry van Renselaar, GGD Flevoland.

Downloads