COVID-19

Versie: 28 augustus 2020 (versiebeheer zie onderaan pagina) | Nog niet vastgesteld door het LOVI, geagendeerd voor eerstvolgende bijeenkomst. Wordt vastgesteld in volgende LOVI als er ervaringen zijn opgedaan.

Dit stappenplan is een aanvulling op de LCI-richtlijn COVID-19. Het stappenplan geeft een overzicht van het handelen van de GGD bij een melding van een specifiek ziektegeval, en is daarmee een hulpmiddel om de bestrijding te stroomlijnen.

Voor achtergronden, toelichting en het tot stand komen van het stappenplan wordt verwezen naar de algemene toelichting op de VSI. De LCI spreekt zich niet uit over de taakverdeling tussen disciplines bij de uitvoering van de verschillende stappen. Daarvoor zijn de interne werkafspraken van de betreffende GGD leidend.

Inleiding

Bron- en contactonderzoek is een essentieel onderdeel van de bestrijding van de huidige COVID-19-epidemie. De uitvoering is een verantwoordelijkheid van gemeenten (Wpg, Art 6, lid 1c). Bron- en contactonderzoek kan pas geïnitieerd worden als er een melding is gedaan. In de Wpg is vastgelegd dat Groep-A-infectieziekten, zoals COVID-19, onverwijld na vaststellingen gemeld moeten worden door de behandelend arts en het laboratorium (Art 22-25). Ook een ongewoon aantal zieken (in een instelling) moet gemeld worden door het hoofd van de instelling (Art 26). Het doel van bron- en contactonderzoek is om contacten te identificeren, hen te informeren over de blootstelling en risico op besmetting en hen te wijzen op maatregelen die genomen moeten worden om verdere verspreiding te voorkomen en hen hierin te begeleiden. Bijzondere aandacht in het contactonderzoek bij COVID-19 betreft contacten die kwetsbaar zijn en contacten die werken met deze kwetsbare personen, zoals zorgmedewerkers.

De rol van bron- en contactonderzoek in de bestrijding van COVID-19 varieert per fase van de pandemie. In een fase van transitie/exit is het meenemen van alle contacten essentieel om het virus blijvend in te kunnen dammen.

Contactonderzoek verkort de duur tussen ontstaan klachten en het starten van isolatiemaatregelen, en reduceert daarmee transmissie. Daarnaast bevordert goede voorlichting en psychosociale begeleiding door de GGD de compliance van maatregelen bij de contacten.

Doelen

  • Zoveel mogelijk transmissie van COVID-19 voorkomen/beperken.
  • Contacten te identificeren, hen te informeren over de blootstelling en risico op besmetting en hen te wijzen op maatregelen die genomen moeten worden om verdere verspreiding te voorkomen, en hen hierin te begeleiden. Bijzondere aandacht in het contactonderzoek bij COVID-19 betreft contacten die kwetsbaar zijn en contacten die werken met deze kwetsbare personen, zoals zorgmedewerkers.
  • De index, huisgenoten, overige nauwe contacten en overige (niet nauwe) contacten zijn op de hoogte van de uitslag of hun identificatie als contact van een COVID-19 patiënt. Deze vier categorieën hebben na het bron- en contactonderzoek inzicht in de ziekte, transmissieroute en welke hygiënemaatregelen en leefregels (zie informatiebrieven LCI COVID-19) nodig zijn om transmissie naar anderen te voorkomen. Daarbij dienen de landelijke richtlijnen in acht genomen te worden.
  • Binnen 24 uur aan het RIVM de index en de mogelijke bron melden en gegevens leveren voor de landelijke surveillance van de meldingsplichtige A ziekte: COVID-19 door dit in OSIRIS te registreren.
  • De gegevens van de index, huisgenoten en overige nauwe contacten zijn vastgelegd in het elektronisch dossier dat de GGD.
  • Compliance van maatregelen door index en contacten optimaliseren.

Definitie contacten

Zie https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19#contactonderzoek

Stap 1 Melding

  • Controleer of de melding voldoet aan het meldingscriterium (positief/negatief).
  • Wanneer een positieve COVID-19-uitslag bij de GGD gemeld wordt, checkt de BCO-medewerker of de patiënt in de eigen GGD-regio woont. Indien dit niet het geval is, wordt deze melding via zorgmail naar de desbetreffende GGD gemaild.
  • Verifieer of de patiënt al bekend is bij de GGD.
  • Registratie elektronisch dossier GGD: Leg de gegevens van de positieve COVID-19-melding vast in het elektronisch patiëntendossier (HPzone) met hierbij de relevante gegevens. Als de er een Burgerservicenummer (BSN) beschikbaar is, leg dat dan vast in HPZone. Veelal verschijnt dan automatisch een overzicht van de meest relevante gegevens.
  • Verzamel de laboratoriumgegevens die de diagnose bevestigen. Sla de laboratoriumuitslag op onder Related Documents, in HPZone, ter voorkoming van interpretatievergissingen.
  • Verifieer de laboratoriumuitslag bij de diagnosticerend arts/behandelaar. Aandachtspunten daarbij zijn:
    • Informeer de betrokken arts over de werkwijze van de GGD.
    • Is de index op de hoogte van de diagnose?
    • Is de index opgenomen (geweest)?
    • Is de index in staat om zelf een GGD medewerker telefonisch te woord te staan?
    • Vraag indien nodig een telefoonnummer van de index of het nummer van een contactpersoon.
  • COVID-19 is een meldingsplichtige Groep-A-infectieziekten, waarvan een positieve uitslag binnen 24 uur in Osiris moet worden gemeld.

Stap 2 Interventies

2.1 Planning

  • Zodra de index op de hoogte is van de uitslag, neemt de GGD medewerker telefonisch contact op met de index (indien dit niet mogelijk is, dan met een contactpersoon).
  • Als de GGD de aanvrager is van het onderzoek, neemt de GGD contact op met de index om de uitslag te bespreken.

2.2 Bronopsporing en contactonderzoek

  • Start bronopsporing en contactonderzoek volgens protocol bron- en contactonderzoek COVID-19.
  • Inventariseer met de index onderstaande punten en rapporteer dit in HPZone/registratiesysteem:
    • gezondheidssituatie op dit moment;
    • eerste ziektedag;
    • symptomen;
    • onderliggend lijden;
    • immuungecomprommiteerd: gebruikt de index medicatie waardoor de immuniteit verminderd is? (indien hier sprake van is, wordt 24 uur klachtenvrij en minimaal 14 in plaats van 7 dagen isolatie gehanteerd na de eerste ziektedag);
    • monitorings- of quarantaineperiode;
    • werkgever;
    • functie;
    • laatste werkdag;
    • indien zorgmedewerker: met PBM gewerkt vanaf 2 dagen voor aanvang van de klachten ja/nee;
    • testafnamedatum;
    • welke diagnostiek;
    • testlocatie;
    • bij contacten: aard contact

Bronopsporing

  • Vraag naar de mogelijke bron. Rekening houdend met de incubatietijd: 2-14 dagen (gemiddeld 5-6 dagen).
    • Vraag bij elke index na waar hij/zij denkt de infectie mogelijk te hebben opgelopen.
    • Wees lokaal, regionaal en landelijk alert op bijzondere clustering van cases.
    • Onderzoek aanwijzingen voor een mogelijke bron. Doe nader onderzoek als dat het geval is en neem zo nodig aanvullende maatregelen.

Contactonderzoek index

  • Inventariseer samen met de index met wie hij/zij contact heeft gehad vanaf 2 dagen voorafgaand aan de eerste ziektedag. Definieer vervolgens deze contacten en breng ze onder in de juiste categorie:
    • huisgenoten;
    • overige nauwe contacten;
    • overige (niet nauwe) contacten.
  • Vraag van de huisgenoten en de overige nauwe contacten contactgegevens (naam, telefoonnummer en e-mailadres) voor de monitoring in HPZone.
  • De overige (niet nauwe) contacten worden met de index in kaart gebracht en worden door de index op de hoogte gesteld. Noteer het totaal aantal overige (niet nauwe) contacten in het registratiesysteem.
  • Inventariseer of er mogelijk al contacten zijn met klachten passend bij COVID-19. Dit geldt voor alle contacten van de index. De GGD zorgt ervoor dat contacten zo snel mogelijk op SARS-CoV-2 getest worden.
  • Indien er sprake is van (verdenking van) clustering: onderzoek onderlinge relaties en verbanden tussen andere meldingen van COVID-19. Denk aan mogelijke gemeenschappelijke blootstelling.
  • Bespreek met de index de informatiebrief ‘informatie voor een positief geteste COVID-19-patiënt in de thuissituatie’ en geef uitleg over de leefregels en hygiëneregels. Benoem expliciet dat de index strikt thuis in isolatie moet uitzieken omdat hij/zij besmettelijk is voor anderen. Zie advies voor opheffen isolatie. Rapporteer bijzonderheden.

Informatiebrieven sturen naar index

  • Per categorie is een beleid/leefregels afgesproken. Zie voor de categorieën het overzicht informatiebrieven. Gebruik de volgende brieven (voeg de contactgegevens van de GGD toe en eventueel een casusspecifieke inleiding):
  • Stuur eventueel andere relevante folders, denk aan PSH-folders of relevante lopende onderzoeken. Kan verschillend zijn per GGD-regio.
  • Als de huisarts nog niet op de hoogte is van de diagnose, informeer dan hem of haar. Soms wordt de index gevraagd om dit zelf te doen (afhankelijk van de GGD-regio).
  • Benoem expliciet dat de index strikt thuis in isolatie moet uitzieken omdat hij/zij besmettelijk is voor anderen. Zie advies voor opheffen isolatie.
  • Maak een risicoanalyse. Schat het dreigende gezondheidsprobleem in voor index-contacten-werksituatie-kinderopvang-school-instelling. Stel op basis daarvan prioriteiten en neem telefonisch contact op met huisgenoten en de nauwe contacten.

Contactonderzoek huisgenoten

  • Inventariseer of er mogelijk al huisgenoten zijn met klachten passend bij COVID-19. Zo ja, dan zorgt de GGD ervoor dat de huisgenoten zo snel mogelijk op SARS-CoV-2 getest worden.
  • Voeg in het elektronisch dossier/HPZone de huisgenoten toe als ‘household contact’ toe aan de ‘Confirmed case’ van de index. Vul de gegevens in. Zorg dat je vinkje (included LCI-rapport) aanzet zodat contactgegevens (anoniem) kunnen worden gedeeld met LCI.
  • De GGD informeert huisgenoten (inclusief kinderen) mondeling en schriftelijk.
  • Bespreek met de huisgenoten de informatiebrief ‘informatie voor huisgenoten van positief geteste COVID-19-patiënten’ en geef uitleg over de leefregels en hygiëneregels. Rapporteer bijzonderheden.
  • Benoem dat huisgenoten strikt in quarantaine moeten blijven conform de duur in het protocol BCO gedurende 10 dagen na het laatste contact met de index. (Voor personen in de zorg kan een uitzondering gelden; zie hiervoor Testbeleid en inzet zorgmedewerkers.)
  • Attendeer huisgenoten op het feit dat ze de aankomende 14 dagen alert zijn op COVID-19-gerelateerde klachten. Bij klachten moeten zij direct de GGD bellen voor beoordeling daarvan en het inzetten van diagnostiek.
  • Bepaal belmomenten en spreek deze af.

Informatiebrieven sturen naar huisgenoot

  • Per categorie is een beleid/leefregels afgesproken. Zie voor de categorieën het overzicht informatiebrieven. Gebruik de volgende brief (voeg de contactgegevens van de GGD toe en eventueel een casusspecifieke inleiding):
  • Stuur eventueel andere relevante folders, denk aan PSH-folders of relevante lopende onderzoeken. Kan verschillend zijn per GGD-regio.
  • Benoem dat huisgenoten tijdens de monitoringsperiode telefonisch bereikbaar zijn voor de GGD. Na het eerste contact is er rond dag 7 van de monitoringsperiode nogmaals contact. Afhankelijk van de inschatting of alles begrepen is en de inschatting van de compliance, kan ervoor gekozen worden om extra belmomenten af te spreken.
  • De GGD heeft aan het eind van de quarantaineperiode contact met de huisgenoot en sluit de monitoring af.

Contactonderzoek overige nauwe contacten

  • Inventariseer of er mogelijk al nauwe contacten zijn met klachten passend bij COVID-19. Zo ja, dan zorgt de GGD ervoor dat de nauwe contacten zo snel mogelijk op SARS-CoV-2 getest worden. In afwachting van de testresultaten blijven overige nauwe contacten strikt thuis en maken een overzicht van hun eigen contacten vanaf 2 dagen voorafgaand aan de klachten.
  • Voeg in het elektronisch dossier/HPZone de nauwe contacten als ‘contact’ toe aan de ‘Confirmed case’ van de index. Vul de gegevens in. Zorg dat je vinkje (included LCI-rapport) aanzet zodat contactgegevens (anoniem) kunnen worden gedeeld met LCI.
  • De GGD informeert overige nauwe contacten mondeling en schriftelijk. Benoem dat nauwe contacten tijdens de monitoringsperiode telefonisch bereikbaar zijn voor de GGD. Na het eerste contact is er, rond op dag 7 van de monitoringsperiode nogmaals contact. Afhankelijk van de inschatting of alles begrepen is en de inschatting van de compliance, kan ervoor gekozen worden om extra belmomenten af te spreken. Wordt de compliance voor quarantaine laag ingeschat of is er een andere reden waarvoor extra motivatie nodig is, dan zal vaker contact nodig zijn.
  • Bespreek met de nauwe contacten de informatiebrief ‘informatie voor nauwe contacten van positief geteste COVID-19-patiënten’ en geef uitleg over de leefregels en hygiëneregels. Rapporteer bijzonderheden.
  • Benoem dat nauwe contacten thuis moeten blijven gedurende 10 dagen na het laatste fysieke contact met de index. Dit betekent dat zij niet naar hun werk gaan. (Voor personen in de zorg kan een uitzondering gelden; zie hiervoor Testbeleid en inzet zorgmedewerkers.) Benoem dat deze contacten geen gebruik mogen maken van openbaar vervoer, geen bezoek mogen ontvangen en zeker geen bezoek van mensen die een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19 hebben; kinderen van 4-12 jaar mogen wel naar school en sporten.
  • Attendeer nauwe contacten op het feit dat ze de aankomende 14 dagen alert zijn op COVID-19-gerelateerde klachten. Bij klachten moeten zij direct de GGD bellen voor een beoordeling en het inzetten van diagnostiek.

Informatiebrieven sturen naar nauwe contacten

  • Per categorie is een beleid/leefregels afgesproken. Zie voor de categorieën het overzicht informatiebrieven. Gebruik de volgende brief (voeg de contactgegevens van de GGD toe en eventueel een casusspecifieke inleiding):
  • Stuur eventueel andere relevante folders, denk aan PSH folders of relevante lopende onderzoeken. Kan verschillend zijn per GGD regio.
  • NB: Specifiek advies voor contacten in kinderopvang en primair onderwijs: als bij een onderwijzer, begeleider of leerling in het primair onderwijs of kinderopvang COVID-19 wordt vastgesteld, dan worden de groepsgenoten geïnformeerd conform het beleid voor overige (niet nauwe) contacten. Mocht in dit geval een onderwijzer, begeleider of leerling in het primair onderwijs of kinderopvang klachten ontwikkelen, dan worden deze beoordeeld en wordt diagnostiek ingezet op COVID-19.

Contactonderzoek overige (niet nauwe) contacten

  • De overige (niet nauwe) contacten worden besproken met de index. Er wordt een risico inschatting gedaan en het totaal aantal overige contacten wordt geregistreerd in het registratiesysteem. Inventariseer of er mogelijk al (overige) contacten bekend zijn bij de index met klachten passend bij COVID-19. Zo ja, dan zorgt de GGD ervoor dat de (overige) contacten zo snel mogelijk op SARS-CoV-2 getest worden. In afwachting van de testresultaten blijven zij strikt thuis en maken zij een overzicht van hun eigen contacten vanaf 2 dagen voorafgaand aan de klachten.

Informatiebrieven sturen naar overige (niet nauwe) contacten

  • In de praktijk zal de brief worden verstrekt aan de index zodat deze zelf deze overige contacten op de hoogte brengt per e-mail; bij een instelling zal dit door de instellingsleiding worden gedaan. Vraag de index/leiding expliciet te benoemen aan de overige contacten dat wanneer zij klachten passend bij COVID-19 ontwikkelen, zij direct contact opnemen met de GGD. Schat in of index dit kan uitvoeren of hierbij ondersteuning nodig heeft.
  • Per categorie is een beleid/leefregels afgesproken. Zie voor de categorieën het overzicht informatiebrieven.
    • Informatie voor overige (niet nauwe) contacten van positief geteste COVID-19-patiënt. Zet in de brief het unieke registratienummer (HPzone registratie nummer of soortgelijk nummer) van de index. Dit om het contact aan de juiste index te kunnen koppelen indien dit contact zich mocht melden met klachten en vervolgens positief test voor COVID-19.
  • Stuur eventueel andere relevante folders, denk aan PSH-folders of relevante lopende onderzoeken. Kan verschillend zijn per GGD-regio.

2.3 Signaleren en verwijzen

  • Signaleer de lichamelijke, psychische en sociale aspecten als gevolg van de infectieziekte. Begeleid hierin de index en huisgenoten. Stuur zo nodig een PSH-folder.
  • Indien je inschat dat patiënt psychische hulp nodig heeft, kun je verwijzen naar de volgende telefoon- en/of chatlijnen:
    • ANBO: een telefoonlijn voor ouderen die zich zorgen maken over het coronavirus, praktische vragen hebben of graag een praatje willen maken. Zij zijn 7 dagen per week van 09:00 tot 21:00 uur bereikbaar op telefoon 0348 - 46 66 66.
    • Rode Kruis Hulplijn: een telefoonlijn voor kwetsbaren die een luisterend oor, advies of extra hulp nodig hebben omdat zij in quarantaine of thuisisolatie zitten. Bereikbaar op 070-4455 888. Dit nummer is van maandag t/m zondag bereikbaar tussen 9:00 – 21:00 uur.
    • Luisterlijn: dag en nacht (24/7) bereikbaar voor een luisterend oor op 0900 0767. Ook per chat of mail bereikbaar op www.deluisterlijn.nl.
    • GGD Chat: www.jouwggd.nl.
  • Indien de patiënt informatie in een andere taal nodig heeft, kan gebruik worden gemaakt van de volgende bronnen:

2.4 Voorlichting

  • Geef voorlichting aan de index over COVID-19: besmettingsweg, algemene preventieve maatregelen en maatregelen.
  • Geef schriftelijke informatie: zie de informatiebrieven.
  • Verstrek informatie en hygiëneadviezen aan betrokken instelling(en) (kinderopvang, school, bedrijfsarts of werkgever). Bij vragen van instellingen kan algemene informatie zonder toestemming van de index worden gegeven. Schakel zo nodig een deskundige infectiepreventie in.
  • Benadruk bij voorlichting aan school/kinderopvang de hygiëneadviezen en geef adviezen.
  • Zorg ervoor dat het schoonmaakbedrijf en de schoonmakers (van school, kinderopvang of instelling) zijn geïnformeerd over hygiënemaatregelen die genomen moeten worden.

2.5 Netwerk/advisering

  • Adviseer index om de huisarts en de werkgever in te lichten.
  • Adviseer index om de huisgenoten en de contacten in te lichten.
  • Informeer in geval van infectie binnen een zorginstelling de instellingsarts en/of de deskundige infectiepreventie.
  • Informeer in geval van actie naar kinderopvang of school de respectievelijk uitvoerende zorg 0-19 jaar en eventueel de inspecteur kinderopvang.
  • Informeer een collega GGD indien in desbetreffende regio een mogelijke bron ligt of indien er onrust kan ontstaan.
  • Informeer bij te verwachten persbelangstelling en/of collectieve onrust de eigen directie, afdeling communicatie en het bevoegd gezag (burgemeester en wethouders), conform interne afspraken.

2.6 Registratie en rapportage

  • Binnen 24 uur de melding in Osiris registreren.
  • Verzamel gegevens voor verslaglegging, registratie en epidemiologie. Leg alle activiteiten vast in een rapportage met datum, tijd en initialen. Zorg dat je vinkje (included LCI-rapport) aanzet zodat contactgegevens (anoniem) kunnen worden gedeeld met LCI.
  • Verifieer of de definitieve uitslag binnen is en verwerk deze volgens interne afspraken.
  • Controleer of er tussentijds gerelateerde gevallen gemeld zijn.
  • Rapporteer zo nodig terug naar de melder (betrokken arts/huisarts) volgens de intern geldende afspraken.

Stap 3 Evaluatie

  • Halverwege en aan het eind van de quarantaineperiode is er telefonisch contact met de index en huisgenoten de overige nauwe contacten.
  • Rapporteer dit in HPZone en sluit de monitoring.

Versiebeheer

  • 28-08-2020: Er is een aanpassing van de belmomenten in de brieven voor huisgenoten en nauwe contacten. Achtergrond: de uitgangspunten voor de belmomenten zijn: Er is geen verschil in belmomenten tussen categorie 1- en 2-contacten. Het 1e gesprek is voor uitleg en instructie, het 2e gesprek op dag 5 is om te informeren hoe het gaat en of er klachten zijn, het 3e gesprek checkt of er reden is om de quarantaine te verlengen. Als dat niet het geval is, is dit een afsluitend gesprek, waarmee de monitoring beëindigd wordt. Als er tussen twee belmomenten minder dan 2 dagen (48 uur) zit, dan vervalt een gesprek, en wordt de inhoud van de twee gesprekken gecombineerd).
  • 21-08-2020: De verandering van 20-08-2020 is teruggedraaid in afwachting van een uiteindelijke beslissing in het kader van het GGD-BCO-opschalingsplan.
  • 20-08-2020: Voor de categorie 2-contacten (overige nauwe contacten) vervalt het belmoment halverwege de monitoringsperiode. Toelichting: voor deze categorie contacten vindt het eerste belmoment vaak al enige dagen na het laatste blootstellingsmoment plaats, en is het interval tussen het eerste belmoment en het afsluiten van de monitoring relatief kort. Daarnaast is voor deze contacten de secundaire attack rate relatief laag vergeleken met die van de huishoudcontacten. Twee belmomenten (bij aanvang van de monitoring en ter afsluiting) zijn voor deze categorie voldoende.
  • 19-08-2020: Op basis van het OMT-advies is de quarantaineperiode bekort van 14 naar 10 dagen, gerekend vanaf het laatste risicovolle contact of moment van mogelijke besmetting. Uit de nieuwste gegevens van het Nederlandse bron- en contactonderzoek blijkt: van alle contacten van een besmette patiënt die later zelf ziek werden, kreeg 99% COVID-19-klachten binnen 10 dagen na het laatste risicovolle contact.
  • 20-05-2020: Eerste versie

Richtlijn

COVID-19 Richtlijn