Buiktyfus en paratyfus

LCI november 2012

Dit stappenplan is een aanvulling op de LCI-richtlijnen Buiktyfus en Paratyfus. Voor de achtergronden en het tot stand komen van dit stappenplan wordt u verwezen naar de algemene toelichting voor VSI en de verantwoording op de RIVM-website. De LCI spreekt zich niet uit over de taakverdeling tussen disciplines bij de uitvoering van de verschillende stappen. Daarvoor zijn de interne werkafspraken van de betreffende GGD leidend.

Doelen:

  • Transmissie van buiktyfus en paratyfus is voorkomen.
  • De patiënt heeft inzicht in de ziekte, de transmissieroute en de preventiemaatregelen.
  • De patiënt heeft inzicht in welke hygiënische maatregelen genomen moeten worden om verspreiding naar andere personen te voorkomen.
  • Door middel van bronopsporing en contactonderzoek is de meest waarschijnlijke bron bekend en zijn de contacten geïnventariseerd en geadviseerd en is, indien nodig, hun feces gecontroleerd (volgens de LCI-richtlijn).
  • Gegevens zijn verzameld voor surveillance.

Stap 1: Melding
 

1. Leg de melding of het signaal zorgvuldig en compleet vast met behulp van een registratiesysteem volgens geldende afspraken.

2. Verifieer de diagnose bij de behandelend arts voordat contact wordt gelegd met betrokkene. De volgende aandachtspunten zijn in dit gesprek belangrijk: 

  • Verzamel de aanvullende persoons- en ziektegegevens die nodig zijn voor, onder andere, melding in Osiris. 
  • Vraag naar het klinisch beeld van de patiënt, met name de eerste ziektedag (koorts) en of de patiënt recent het buitenland heeft bezocht. 
  • Bij buiktyfus, na bezoek buitenland, ook vaccinatiestatus navragen. 
  • Vraag of de patiënt op de hoogte is van de diagnose, zo niet maak hier afspraken over met de behandelend arts. 
  • Informeer de behandelend arts over de te nemen actie naar de omgeving en de taak van de GGD (zie Stap 2: Interventies). 
  • Maak afspraken over de uitvoering van feces-(na)controle bij patiënt en contacten.  De GGD bewaakt de uitvoering daarvan. 
     

3. Toets de melding aan de meldingscriteria (zie de LCI-richtlijn) na inventarisatie van de verzamelde gegevens.

4. Registreer de melding in Osiris. 

Stap 2: Interventies

2.1 Planning
 

1. Onderneem meteen actie. 

2. Plan zo spoedig mogelijk een gesprek met de patiënt ouders/verzorgers/familieleden van de patiënt (eventueel in het ziekenhuis).

3. Gebruik de Beslisboom huisbezoek als handvat om wel of niet op huisbezoek te gaan.

2.2 Bronopsporing en contactonderzoek
 

1. Start brononderzoek (zie de LCI-richtlijn). Indien de bron niet in het buitenland is, moet worden gezocht naar een bron in de vorm van besmet voedsel of een persoon in de omgeving van de patiënt. 

2. Doe contactonderzoek (zie de LCI-richtlijn). Inventariseer de contacten en neem actie bij contacten die risico hebben gelopen.

3. Regel/coördineer fecesonderzoek op buiktyfus/paratyfus indien van toepassing. 

4. Bespreek met de patiënt de preventieve maatregelen. Ga na welk beroep de patiënt heeft. Indien contact met voedingsmiddelen (voedselbereiding en/of voedselverstrekking) en/of werk in de patiënten-verzorging, zo nodig wering bespreken (zie de LCI-richtlijn). Licht in die situatie, in overleg met de patiënt, de bedrijfsarts op het werk in en bespreek maatregelen. Zo nodig kunnen vervangende werkzaamheden worden aangeboden. 

2.3 Signaleren en verwijzen
 

1. Verzamel gegevens over de melding voor het dossier, epidemiologie en aangifte.

2. Indien de bron voedsel genuttigd in Nederland betreft: de NVWA inschakelen.

3. Wees alert op collectieve onrust indien de bron voedsel betreft en/of wanneer het een explosie betreft. Anticipeer daarop en reageer zo nodig met voorlichtingsactiviteiten. 

4. Ga bij eventueel betrokken instellingen na of bij het personeel behoefte bestaat aan voorlichting op maat. 

5. Indien de de patiënt een school/kinderdagverblijf bezoekt: direct contact opnemen met school/kinderdagverblijf en eventuele meerdere ziektegevallen inventariseren. Benadruk de (toilet)hygiëne en geef adviezen volgens de LCI-standaardmethoden Reiniging, desinfectie en sterilisatie in de openbare gezondheidszorg. Geef uitleg over het weringsbeleid en bevestig dit schriftelijk. Breng JGZ/0-4-jarigenzorg op de hoogte. 

2.4 Voorlichting
 

1. Verstrek informatie en geef voorlichting op maat aan de patiënt, de familie en zo nodig andere betrokkenen zoals werk, school, kindercentrum, reisgezelschap (de publieksinformatie buiktyfus en paratyfus kan gebruikt worden als uitgangspunt). 

2. Indien de bron zich in het buitenland bevindt en patiënt deel heeft uitgemaakt van een groepsreis: afspraken maken met reisorganisatie over informatie aan medereizigers en met de LCI bespreken of er een inf@ct-bericht moet worden aangemaakt. 

2.5 Netwerk/advisering 
 

1. Bespreek met behandelend arts het fecescontrolebeleid en de afgrenzingcriteria (wie wel en niet, volgens de richtlijn). 

2. Schakel zo nodig andere personen of instanties in of informeer hen. Denk aan school, kindercentrum, werk, arbodienst en afdeling JGZ/0-4-jarigenzorg.

3. Informeer bij te verwachten persbelangstelling de eigen directie, afdeling communicatie en het bevoegd gezag (burgemeester en wethouders), conform de intern geldende afspraken. 

2.6 Registratie en rapportage
 

1. Toets de melding aan meldingscriteria na inventarisatie van de verzamelde gegevens. 

2. Leg alle activiteiten vast in een rapportage met datum, tijd en initialen (op papier en/of digitaal). 

3. Maak zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen drie dagen na melding, een melding in Osiris. 

4. Verzamel gegevens voor verslaglegging, registratie en epidemiologie. 

5. Rapporteer je acties en adviezen (schriftelijk) terug aan de diagnosticerend dan wel behandelend arts, volgens de intern geldende afspraken. 

Stap 3: Evaluatie
 

1. Beoordeel of de doelen behaald zijn. 

2. Indien groepsvoorlichting is gegeven: vraag na 2 weken hoe de voorlichting ervaren is ten behoeve van de kwaliteitsborging. 

3. Overweeg de patiënt na 4 weken te benaderen om de ervaring met de GGD te evalueren ten behoeve van de kwaliteitsborging. 

4. Bespreek bijzonderheden in een werkoverleg.

5. Meldt trends en bijzonderheden in een jaarverslag. 

6. Maak, indien gebruikelijk, een rapportage voor gemeentes, inspectie en LCI

7. Archiveer de gegevens systematisch.