Uitgangspunten testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 17 maart 2021 (versiebeheer zie onderaan pagina) 

Onderstaand vindt u uitgangspunten voor een optimale inzet van gezondheidszorgmedewerkers buiten het ziekenhuis, werkzaam in de directe patiëntenzorg, gebaseerd op de gezondheid van de medewerkers en het risico op besmetting van patiënten/cliënten/collega’s. De uitgangspunten vragen om een nadere invulling per sector of instelling, rekening houdend met de patiëntenpopulatie en context. De Federatie Medisch Specialisten heeft een leidraad Testbeleid en inzet zorgmedewerkers in het ziekenhuis opgesteld.

I Testbeleid en isolatie van zorgmedewerkers met klachten

  • Iedereen in Nederland met één of meer symptomen passend bij COVID-19 moet thuisblijven.
  • Iedereen met dergelijke klachten kan zich laten testen.
  • Totdat de testuitslag bekend is, moet de persoon met klachten thuisblijven. Als deze persoon koorts (38 graden Celsius of hoger) en/of benauwdheid heeft, dan moeten ook alle huisgenoten thuisblijven tot na de testuitslag.*

Het is van groot belang dat zorgmedewerkers (en hun huisgenoten) zich bij klachten direct laten testen.*

* Voor zorgmedewerkers die milde klachten zoals malaise en verhoging ontwikkelen direct in aansluiting op COVID-19-vaccinatie waarbij de klachten als bijwerking geduid kunnen worden kan een uitzondering gelden. Hier is een zorgvuldige afweging nodig. Zie ook  https://www.rivm.nl/covid19vaccinatieprofessionals/richtlijn-uitvoering.

Zorgmedewerkers

  • met klachten die passen bij COVID-19; én
  • die onmisbaar zijn voor de (directe) patiëntenzorg en continuïteit van die zorg (dit geldt ook voor laboratoriumpersoneel); én
  • die niet vervangen kunnen worden door een collega

kunnen zich met voorrang laten testen bij de GGD-teststraten. Zij kunnen zich aanmelden via Rijksoverheid. Hier is ook informatie opgenomen over welke zorgberoepen wel en welke beroepen niet in aanmerking komen voor testen met prioriteit.

Voor het testen van zorgmedewerkers wordt de PCR-test geadviseerd omdat deze testen het meest gevoelig zijn voor SARS-CoV-2. In de GGD-voorrangsteststraten voor zorgmedewerkers worden PCR-testen gebruikt. Indien een zorgmedewerker toch met een antigeensneltest is getest en de testuitslag is negatief dan moet de test herhaald worden met een PCR-test.

Als de testuitslag bekend is:

  • Indien de PCR-test negatief is, mag een zorgmedewerker met milde klachten (in ieder geval geen koorts) weer aan het werk. Dit geldt niet als de geteste medewerker in quarantaine is, dan moet de quarantaineperiode vervolgd worden.
  • Indien de PCR-test positief is, blijft de medewerker met klachten thuis in isolatie tot minimaal 7 dagen na de start van de symptomen1 EN 48 uur koortsvrij2 EN ten minste 24 uur symptoomvrij3.
     
  1. Start symptomen = ook wel de eerste ziektedag. Indien deze niet bekend is kan de datum van de monsterafname genomen worden.
  2. Koortsvrij = temperatuur onder de 38 graden, zonder koortsremmende medicatie.
  3. Symptoomvrij van COVID-19 = geen koorts, geen diarree, geen spierpijn, geen keelpijn, geen benauwdheid, geen neusverkoudheid. Symptomen zoals door patiënt en/of behandelaar herkenbaar bij hooikoorts, astma, chronische hoest om andere redenen vallen niet onder symptomen van COVID-19. Moeheid, anosmie, dysgeusie en postvirale hoest spelen geen rol bij de definitie van symptoomvrij. Deze klachten kunnen een paar dagen tot weken langer aanhouden, zoals bekend is bij andere virale verwekkers, zonder dat nog sprake is van besmettelijkheid.

II Quarantaine en inzet van zorgmedewerkers zonder klachten

Bij quarantaine gaat het om personen die (nog) geen klachten van COVID-19 hebben, maar die een grote kans hebben om besmet te zijn omdat zij bijvoorbeeld huisgenoot zijn van iemand die positief getest is of 'overig nauw contact' hebben gehad met iemand die positief getest is. Deze personen kunnen geïdentificeerd zijn in het GGD-contactonderzoek of door de coronamelderapp.

Hieronder volgen de uitgangspunten voor het beleid bij zorgmedewerkers die om verschillende redenen een quarantaine- of thuisblijfadvies hebben gekregen. Zie ook het stroomschema onder aan deze pagina.

Inzet van zorgmedewerkers (zonder klachten) met een positief geteste huisgenoot

De kans dat huisgenoten van een COVID-19-patiënt ook besmet raken is erg groot. Zorgmedewerkers met een positief geteste huisgenoot moeten zich zo spoedig mogelijk laten testen. Daarnaast gaan zorgmedewerkers met een positief geteste huisgenoot in quarantaine tot 10 dagen na het laatste contact met de besmette huisgenoot en gaan zij in deze periode niet naar hun werk. Zij moeten thuisblijven, mogen niet naar buiten, ontvangen geen bezoek en gaan niet naar hun werk. Zie ook in het protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 de informatie onder de kop 'Beleid bij huisgenoten (categorie 1)'.

Zorgmedewerkers die in quarantaine zijn, krijgen ook op (of na) de 5e dag na het laatste contact met hun positief geteste huisgenoot een PCR-test aangeboden.

Indien de uitslag van deze PCR-test positief is, blijft de positief geteste zorgmedewerker zonder klachten thuis in isolatie tot en met de 5e dag na de testafname (dat is dus ten minste tot en met de 10e dag na het laatste contact met de positief geteste huisgenoot). De zorgmedewerker mag dan niet naar buiten en geen bezoek ontvangen.

Indien de uitslag van deze PCR-test negatief is, mag de zorgmedewerker daarna wel naar buiten om bijvoorbeeld te wandelen of boodschappen te doen. De zorgmedewerker mag echter tot 10 dagen na het laatste contact met de positief geteste huisgenoot niet naar het werk en moet ook buiten het werk contact met kwetsbare personen zoveel mogelijk vermijden. Bij zorgmedewerkers binnen een instelling voor langdurige zorg waar de bewoners in principe volledig gevaccineerd zijn (hiermee wordt bedoeld dat alle bewoners de mogelijkheid hebben gehad om zich volledig te laten vaccineren), kan de quarantaine beëindigd worden en kan de zorgmedewerker de werkzaamheden hervatten. Daarbij dragen deze zorgmedewerkers tot 10 dagen na het laatste contact met de positief geteste huisgenoot altijd een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II. 

Als de zorgmedewerker klachten krijgt laat deze zich onmiddellijk opnieuw testen.

Inzet van zorgmedewerkers (zonder klachten) die 'overig nauw contact' zijn van een positief geteste persoon

Zorgmedewerkers die 'overig nauw contact' zijn van iemand die positief getest is op SARS-CoV-2 laten zich zo spoedig mogelijk testen. Daarnaast gaan ze 10 dagen in quarantaine. Zij blijven thuis, ontvangen geen bezoek en gaan niet naar hun werk. Zie ook in het protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 de informatie onder de kop 'Beleid bij overige nauwe contacten (categorie 2)'.

Zorgmedewerkers die in quarantaine zijn, krijgen ook op (of na) de 5e dag na het laatste contact met de positief geteste persoon een PCR-test aangeboden.

Indien de uitslag van de PCR-test positief is, blijft de positief geteste zorgmedewerker zonder klachten thuis in isolatie tot en met de 5e dag na de testafname (dat is dus ten minste tot en met de 10e dag na het laatste contact met de positief geteste persoon). De zorgmedewerker mag dan niet naar buiten en geen bezoek ontvangen.

Indien de uitslag van de PCR-test negatief is, hoeft de zorgmedewerker niet langer thuis te blijven. Werk kan hervat worden met aanvullende maatregelen tot en met dag 10.

Voor negatief geteste zorgmedewerkers die tijdens hun werk intensief contact hebben met patiënten met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19 geldt wel dat zij tot 10 dagen na het laatste contact met de positief geteste nauwe contactpersoon niet naar hun werk gaan. Ook buiten het werk moeten zij contacten met kwetsbare personen zoveel mogelijk vermijden.

Overige negatief geteste zorgmedewerkers mogen na de negatieve testuitslag hun werkzaamheden hervatten. Daarbij dragen zij tot 10 dagen na het laatste contact met de positief geteste contactpersoon altijd een chirurgisch mondneusmasker minimaal type II. Buiten het werk moeten zij contacten met kwetsbare personen zoveel mogelijk vermijden.

Ook zorgmedewerkers binnen een instelling voor langdurige zorg waar de bewoners in principe volledig gevaccineerd zijn, mogen na de negatieve testuitslag de werkzaamheden hervatten. Daarbij dragen zij tot 10 dagen na het laatste contact met de positief geteste contactpersoon altijd een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II. 

Inzet van zorgmedewerkers (zonder klachten) die ‘overig niet nauw contact zijn van een positief getest persoon

Zorgmedewerkers die een ‘overig niet nauw contact’ zijn van iemand die positief getest is op SARS-CoV-2 krijgen het advies om zich te laten testen. Zij hoeven niet in quarantaine en kunnen blijven werken en volgen daarbij de regels voor het dragen van PBM zoals voorgeschreven in de instelling of organisatie waar zij werken. Ook kunnen zij het advies krijgen vanuit de GGD krijgen om zich te laten testen. Zie ook in het protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 de informatie onder de kop 'Beleid bij overige (niet nauwe) contacten (categorie 3)'.

Inzet van zorgmedewerkers (zonder klachten) met een huisgenoot met koorts en/of benauwdheid

Als een zorgmedewerker huisgenoot is van iemand met klachten die passen bij COVID-19 en koorts en/of benauwdheid wordt deze zorgmedewerker geadviseerd thuis te blijven tot de testuitslag van de huisgenoot bekend is. Dit geldt ook als de huisgenoot een kind is in de leeftijd van 0-12 jaar.

Als de testuitslag van de huisgenoot negatief is, mag de zorgmedewerker weer aan het werk. Als de testuitslag van de huisgenoot positief is, gaat de zorgmedewerker in quarantaine; zie hierboven onder 'Zorgmedewerker met positief geteste huisgenoot'.

Voor huisgenoten die niet getest worden, geldt dat zorgmedewerkers thuisblijven totdat de huisgenoot tenminste 24 uur klachtenvrij is tot een maximum van 7 dagen na de eerste ziektedag.

Inzet van zorgmedewerkers (zonder klachten) die terugkeren uit een risicogebied

Landen met een verhoogd risico op COVID-19 kunnen het label oranje of rood krijgen: niet-essentiële reizen naar deze landen worden afgeraden. Reizigers die in deze landen zijn geweest krijgen het dringende advies om 10 dagen na aankomst in Nederland in quarantaine te gaan. Reizigers kunnen zich 5 dagen na terugkeer laten testen. Voor zorgmedewerkers is het advies om in deze situatie een PCR-test aan te bieden. Zie ook de informatie in de Handreiking reizen, toerisme en COVID-19: beleid voor patiënten en contacten onder het kopje ‘Personen die afkomstig zijn uit risicogebieden/-landen’.

Indien de uitslag van de PCR-test positief is, blijft de positief geteste zorgmedewerker zonder klachten thuis in isolatie tot en met de 5e dag na de testafname (dat is dus ten minste tot en met de 10e dag na terugkeer). De zorgmedewerker mag dan niet naar buiten en geen bezoek ontvangen.

Indien de uitslag van de PCR-test negatief is, hoeft de zorgmedewerker niet langer thuis te blijven.

Voor negatief geteste zorgmedewerkers die tijdens hun werk intensief contact hebben met patiënten met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19 geldt wel dat zij tot 10 dagen na terugkeer niet naar hun werk gaan. Ook buiten het werk moeten zij contacten met kwetsbare personen zoveel mogelijk vermijden.

Overige negatief geteste zorgmedewerkers mogen na de negatieve testuitslag hun werkzaamheden hervatten. Daarbij dragen zij tot 10 dagen na terugkeer altijd een chirurgisch mondneusmasker minimaal type II. Buiten het werk moeten zij contacten met kwetsbare personen zoveel mogelijk vermijden.

Ook zorgmedewerkers binnen een instelling voor langdurige zorg waar de bewoners in principe volledig gevaccineerd zijn mogen na de negatieve testuitslag de werkzaamheden hervatten. Daarbij dragen zij tot 10 dagen na het laatste contact met de positief geteste contactpersoon altijd een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II. 

Duurzame inzetbaarheid van zorgmedewerkers

Het uitgangspunt hierbij is dat werknemers gezond en veilig kunnen werken, ook met betrekking tot patiëntveiligheid. Alleen in uitzonderingssituaties, waarbij de continuïteit van zorg in het geding kan komen door dreigende personele krapte, is er ruimte voor uitzonderingen op quarantaine/thuisblijf maatregelen voor zorgmedewerkers. De instelling/werkgever formuleert criteria (eventueel met benoemen van specifieke functies) wanneer de continuïteit van zorg in het geding komt en waarbij werknemers ten tijde van quarantaine bij uitzondering wel kunnen werken met gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Instellingen/werkgevers kunnen dit doen in overleg met de arbodienst/bedrijfsarts, verantwoordelijke voor de infectiepreventie en eventueel de GGD. De instelling/werkgever draagt hiervoor de eindverantwoordelijkheid.

Indien een medewerker vragen heeft over dit beleid, een wel/niet te maken uitzondering of zijn medische situatie (ook in het licht van de noodzaak te werken met PBM), heeft deze de mogelijkheid om contact op te nemen met een arbodienst/bedrijfsarts of eventueel de GGD voor een onafhankelijk advies.

 

stroomschema

U kunt op de figuur klikken om een pdf van het stroomschema te downloaden.

Versiebeheer

  • 17-03-2021: Versoepelingen van quarantainemaatregelen doorgevoerd voor zorgmedewerkers binnen instellingen voor langdurige zorg waar de bewoners volledig gevaccineerd zijn n.a.v. het 102e OMT-advies.
  • 18-02-2021: N.a.v. de adviezen van het 97e OMT (22 januari) is het BCO-protocol aangescherpt en n.a.v. de adviezen van het 99e OMT is het document Handreiking bij neusverkouden kinderen aangepast. Deze wijzigingen zijn ook in dit document doorgevoerd:
    • De wijzigingen in de definities van contacten in het BCO-protocol zijn in dit document verwerkt met de toevoeging dat categorie 1- en categorie 2-contacten zich zo snel mogelijke laten testen naast de test vanaf dag 5 in quarantaine.
    • Zorgmedewerker die vallen onder categorie 3-contacten zijn toegevoegd. Zij hoeven niet in quarantaine, mogen werken en kunnen het advies krijgen vanuit de GGD om zich te laten testen.
    • Bovenstaande wijzigingen zijn ook doorgevoerd in het stroomschema. Bij de twee bovenste blauwe blokken is de tekst ‘en negatieve test zorgmedewerker’ ingevoegd. Categorie 3-zorgmedewerkers zijn niet in het stroomschema benoemd, omdat zij geen stappen doorlopen die passen in dit schema.
    • Voor zorgmedewerker die een huisgenoot hebben met klachten die passen bij COVID-19 en koorts en/of benauwdheid is de uitzondering van de kinderen in de leeftijd van 0-6 jaar komen te vervallen.
    • Indien een huisgenoot met klachten die passen bij COVID-19 en koorts en/of benauwdheid zich niet laat testen, blijft de zorgmedewerker thuis tot de huisgenoot tenminste 24 uur klachtenvrij is met een maximum tot aan 7 dagen na de eerste ziektedag.
    • Bovenstaande wijzigingen zijn ook in het stroomschema aangepast. Na het derde blauwe blok van boven volgen nu de opties ‘huisgenoot doet test’ en ‘huisgenoot doet geen test’.
  • 26-01-2021: Toegevoegd m.b.t.t reizigers hoogrisicolanden: Reizigers kunnen zich 5 dagen na terugkeer laten testen. Voor zorgmedewerkers is het advies om in deze situatie een PCR-test aan te bieden'.
  • 31-12-2020: Voor zorgmedewerkers die milde klachten zoals malaise en verhoging ontwikkelen direct in aansluiting op COVID-19-vaccinatie waarbij de klachten als bijwerking geduid kunnen worden kan een uitzondering gelden. Hier is een zorgvuldige afweging nodig. Zie ook https://www.rivm.nl/covid19vaccinatieprofessionals/richtlijn-uitvoering.
  • 01-12-2020: Toegevoegd dat uitgangspunten vragen om nadere invulling per sector of instelling. Nieuwe indeling: I Testbeleid en isolatie zorgmedewerkers met klachten en II Quarantaine en inzet van zorgmedewerkers zonder klachten. Voor het testen van zorgmedewerkers wordt een PCR-test geadviseerd. Bij negatieve uitslag antigeensneltest moet alsnog een PCR-test worden gedaan. Het quarantainebeleid is aangepast: PCR-test dag 5 en consequenties voor inzetbaarheid in verschillende situaties toegevoegd. Tevens schema toegevoegd om nieuwe beleid te verduidelijken.
  • 30-10-2020: Verduidelijking aangebracht bij II Inzet bij quarantaine, over het verschil tussen isolatie en quarantaine. 
  • 09-10-2020: De niet-limitatieve opsomming van de sectoren is verwijderd en vervangen door de – door Rijksoverheid gebruikte – definitie van zorgmedewerkers. De mogelijkheid van voorrang voor de test is toegevoegd. De genoemde klachten van een huisgenoot zijn aangepast naar klachten die passen bij corona en koorts of benauwdheid, conform de omschrijvingen elders.
  • 17-09-2020: Een link naar het eigen opgestelde beleid rondom testen en inzet van zorgmedewerkers in een ziekenhuis is toegevoegd.
  • 11-09-2020: De informatie over de Coronamelder-app is toegevoegd onder 'Wat te doen als een zorgmedewerker terugkeert uit een risicogebied/-land of een notificatie van de Coronamelder-app hebben gekregen?'.
  • 24-08-20: Meer eenduidigheid in beleid en aanpassing in lijn met algemeen verscherpt quarantainebeleid.
  • 19-08-2020: Op basis van het OMT-advies is de quarantaineperiode bekort van 14 naar 10 dagen, gerekend vanaf het laatste risicovolle contact of moment van mogelijke besmetting. Uit de nieuwste gegevens van het Nederlandse bron- en contactonderzoek blijkt: van alle contacten van een besmette patiënt die later zelf ziek werden, kreeg 99% COVID-19-klachten binnen 10 dagen na het laatste risicovolle contact.
  • 18-08-2020: De informatie over zorgmedewerkers die terugkomen uit een risicogebied/-land is ook toegevoegd aan de overzichtstabel.
  • 14-08-2020: Toegevoegd 'Wat te doen bij zorgmedewerkers die terugkomen uit een risicogebied/-land'.
  • 24-07-2020: Toegevoegd in 'Wat te doen als een huisgenoot of nauw contact van een zorgmedewerker positief is of klachten heeft?' dat, naast het chirurgisch mondneusmasker type II, de handschoenen gedragen moeten worden bij persoonlijke verzorging of lichamelijk onderzoek.
  • 11-06-20: Het beleid geldt voor de zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis. De maatregelen voor zorgmedewerkers in een bron- en contactonderzoek zijn aangepast. Ziekenhuizen zullen zelf apart beleid opstellen.
  • 04-06-2020: toegevoegd dat bij een positief geteste medewerker bron- en contactopsporing door de GGD volgt en wat een medewerker moet doen indien een van de huisgenoten of nauwe contacten positief getest is of klachten heeft.
  • 29-05-2020: klachten passend bij COVID-19 en testroute voor ziekenhuismedewerkers zijn aangepast.
  • 07-05-2020: Er hoeft niet gewacht te worden met testen tot er 24 uur symptomen zijn en de criteria voor werkhervatting na een positieve test zijn uitgebreid.
  • 06-05-2020: Ziekenhuizen toegevoegd, apart testbeleid ziekenhuizen is hiermee komen te vervallen.
  • 30-04-2020: De sectoren worden niet allemaal meer opgesomd en de voorwaarde voor het leveren van directe zorg binnen 1,5 m afstand is verlaten.
  • 28-04-2020: Het testbeleid voor de verschillende sectoren buiten ziekenhuis is vorige week drastisch aangepast, waarmee de verschillen onderling zo goed als nihil zijn geworden. Om deze reden is hier nu één testbeleid geformuleerd voor alle zorgmedewerkers buiten ziekenhuis. Dit beleid vervangt de vorige 'Uitgangspunten inzetten en testten zorgmedewerkers' en alle daarbij behorende nadere uitwerkingen per sector.
  • 17-04-2020: Een zorgmedewerker kan direct getest worden indien er symptomen zijn van COVID-19. Het proces tot aan en vanaf de testuitslag is beschreven.
  • 10-04-2020: jeugdzorg toegevoegd aan inzet en testbeleid
  • 08-04-2020: Prioritering testen voor zorgmedewerkers die werken met lichamelijk kwetsbare of oudere personen.
  • 07-04-2020: Bij koorts thuisblijven tot koortsvrij i.p.v. tot klachtenvrij; de vraag over een onbeschermd contact met bevestigde COVID-19-positieve patiënt is eruit gehaald; verschil in werken met lichamelijk kwetsbare of lichamelijk gezonde personen is verlaten.
  • 03-04-2020: Link naar uitwerking specifiek voor verloskundigen toegevoegd. Uitwerkingen voor huisartsenpraktijk, gehandicaptenzorg, verpleeghuizen, woonzorgcentra en kleinschalige woonvormen, wijkverpleging en huishoudelijke hulp zijn gewijzigd.
  • 01-04-2020: Link naar uitwerking specifiek voor zorgmedewerkers ziekenhuizen toegevoegd.
  • 31-03-2020: Link naar uitwerking specifiek voor zorgmedewerkers ambulancedienst toegevoegd.
  • 30-03-2020: Link naar uitwerking specifiek voor medewerkers gehandicaptenzorg, voor medewerkers verpleeghuizen, woonzorgcentra en kleinschalige woonvormen, en voor medewerkers wijkverpleging en huishoudelijke hulp toegevoegd.
  • 25-03-2020: Link naar uitwerking specifiek voor medewerkers huisartsenpraktijk toegevoegd.
  • 24-03-2020: Eerste versie (als 'Uitgangspunten inzetten en testen zorgmedewerkers').
     

Zie ook LCI-richtlijn COVID-19.