Inzet en testbeleid medewerkers huisartsenpraktijk

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 3 april 2020 (versiebeheer zie onderaan pagina) | Gezamenlijk advies van NHG, LHV en RIVM
Terug naar Algemene uitgangspunten inzetten en testen zorgmedewerkers

Bij een medewerker met symptomen van COVID-19 ( hoesten en/of neusverkouden en/of koorts) worden de volgende vragen doorlopen:

  1. Heeft de medewerker koorts > 38 graden?
    Zo ja: thuisblijven tot 24 uur koortsvrij.
     
    Indien hoesten en/of neusverkoudheid blijven bestaan ook de volgende vragen doorlopen.
     
  2. Is het mogelijk dat de medewerker thuisblijft of de werkzaamheden aanpast zodat er geen significant contact is met patiënten? Dat wil zeggen:
    medewerker werkt thuis; OF
    medewerker verricht alleen telefonische/ administratieve werkzaamheden; OF
    medewerker houdt 1,5 meter afstand van patiënt.
    Zo ja: thuisblijven tot 24 uur klachtenvrij of werkzaamheden aanpassen en algemene hygiënemaatregelen in acht nemen.
    Zo nee: de medewerker TESTEN.
    In afwachting van de uitslag persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)* gebruiken zodat de medewerker de patiënt niet besmet.
     

*PBM om te voorkomen dat de medewerker het virus verspreidt, bestaat uit een chirurgisch mondneusmasker en wegwerphandschoenen voor de medewerker. Het mondneusmaker kan 3 uur achtereen gedragen worden (bij verschillende patiënten). De handschoenen moeten per patiënt gewisseld worden. 

Huisartsenpraktijk

Versiebeheer

  • 03-04-2020: Aangepast op basis van het gewijzigde testbeleid, waarbij er meer mogelijkheden zijn om zorgmedewerkers te testen.
  • 25-03-2020: Eerste versie.