Handreiking reizen, toerisme en COVID-19: beleid voor patiënten en contacten

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 4 september 2020 (versiebeheer zie onderaan pagina) 

Uitgangspunten

Maatregelen t.a.v. isolatie en quarantaine worden in principe bepaald door de autoriteiten van het land waar iemand zich bevindt.

Personen bij wie in Nederland COVID-19 wordt vastgesteld en die besmettelijk zijn, gaan in isolatie. Dit betekent dat zij niet kunnen reizen. Alleen in bijzondere situaties, na overleg met GGD en LCI, kan hiervan afgeweken worden. In geval van een internationale reis, vraagt de LCI de betreffende landen (transit, bestemming) om toestemming.

Nauwe contacten van een persoon waarbij in Nederland COVID-19 is vastgesteld (huisgenoten en overige nauwe contacten) worden geïnformeerd over het risico wat zij hebben gelopen. Zij krijgen instructies over quarantaine en krijgen het advies om zich bij klachten te laten testen.

Nauwe contacten in Nederland worden door de GGD geïnformeerd en gemonitord gedurende 10 dagen.

Contacten in het buitenland worden geïnformeerd door de index, de GGD of via de LCI (zie verderop voor een uitwerking).

Quarantaine betekent dat nauwe contacten niet kunnen reizen. Alleen in overleg met de GGD kan hier van afgeweken worden, op voorwaarde dat het contact geen klachten heeft. 

Personen die in Nederland positief getest zijn op COVID-19

  • Alle personen die in Nederland zijn, kunnen zich bij klachten die passen bij COVID-19 laten testen in de teststraat van een van de GGD’en in Nederland.
  • Indien de test positief is, wordt de uitslag gemeld bij de GGD in de regio waar de persoon verblijft.
  • Personen die positief getest zijn op COVID-19, blijven de gehele periode van isolatie in Nederland, conform het beleid van andere EU-landen.
  • Voor reizigers, toeristen en buitenlandse werknemers gelden dezelfde regels voor thuisisolatie als voor Nederlanders.
  • Mensen mogen in de periode van isolatie niet reizen en mogen in deze periode dus niet terugkeren naar het land van herkomst.
  • Als het voor een persoon met COVID-19 die in isolatie is, toch noodzakelijk is om naar het land van herkomst te reizen, zal de GGD in overleg met de LCI bepalen of en hoe de toerist veilig naar huis kan reizen.
  • LCI informeert (via het Early Warning & Response System, EWRS) vooraf de public health-autoriteiten in het land van herkomst.
  • Als een besmettelijke patiënt Nederland verlaat, draag de LCI zorg voor het informeren van de public health-autoriteiten in het thuisland (en eventuele doorreislanden) over de komst van de patiënt.

Personen die een nauw contact (huisgenoten en overige nauwe contacten) zijn van een COVID-19-patiënt

  • De GGD van de regio waar de index zich bevindt, voert het contactonderzoek uit en informeert contacten die in Nederland wonen of verblijven.
  • De GGD informeert ook Nederlandse contacten die tijdelijk in het buitenland zijn (bijvoorbeeld op vakantie).
  • De GGD informeert deze contacten over het risico dat zij gelopen hebben en over het belang van quarantaine en testen bij klachten. Ook verzorgt de GGD de monitoring van deze contacten.
  • Niet-Nederlandse nauwe contacten van een COVID-19 patiënt die in Nederland zijn, blijven de gehele periode van quarantaine in Nederland conform het beleid van andere EU-landen. Zij mogen in de periode van quarantaine niet reizen en mogen in deze periode dus niet terugkeren naar het land van herkomst. Na de 10 dagen quarantaine, mogen zij weer (terug) reizen.
  • Als een reis naar het land van herkomst toch noodzakelijk is, wordt met het contact besproken waarom het van belang is om quarantaine te handhaven. Hierbij wordt benadrukt dat contact met andere mensen voorkomen moet worden. Reizen per vliegtuig of openbaar vervoer dient te worden vermeden. Buitenlandse autoriteiten worden in principe niet geïnformeerd als een asymptomatisch contact toch gaat reizen, tenzij er in het land van bestemming (vrijwel) geen COVID-19 voorkomt.
  • Ook voor niet-Nederlandse huisgenoten en overige nauwe contacten die (nog) in het buitenland zijn, geldt dat zij geïnformeerd moeten worden over het risico dat zij hebben gelopen. Voorbeelden hiervan zijn mensen (familie, vrienden, collega’s en reisgenoten) waarmee de index tijdens zijn besmettelijke periode nauw contact heeft gehad in het buitenland of in Nederland, en die nu niet meer in Nederland zijn. Sommige van deze contacten, zoals familieleden of vrienden, kunnen door de index zelf geïnformeerd worden. Als er nauwe contacten in het buitenland zijn, die niet door de index geïnformeerd kunnen worden, zoals vliegtuigcontacten en andere voor de index onbekende personen (bijvoorbeeld bij een bijeenkomst, groepsreis, buitenlands bedrijf/zorginstelling), kan deze informatie via de LCI worden doorgegeven aan de gezondheidsautoriteiten in het betreffende land. De gegevens worden alleen doorgegeven aan LCI/NFP/ GGD als er voldoende identificerende gegevens bekend zijn van het contactmoment en/of het contact (bv naam, contactgegevens, locatie, datum, organisator)
  • Voor contactonderzoek bij internationale vliegreizen is een praktische uitwerking op Viadesk beschikbaar.

Signalen over bronnen in het buitenland hoeven alleen in bijzondere gevallen doorgegeven te worden aan de LCI. Bijvoorbeeld als mensen vermoedelijk op een locatie in het buitenland zijn besmet waar veel mensen dicht bij elkaar waren, zoals op een festival. Of bij vermoeden van clusters gelinkt aan een buitenlandse locatie of bijeenkomst.

Bij blootstelling in ruimtes of op een bijeenkomst waar over het algemeen 1, 5 m  afstand kon worden gehouden (vliegveld, congres, hotel, camping, restaurant etc.) is geen actie noodzakelijk.

 

Praktische zaken

De GGD/veiligheidsregio draagt zorg voor toezicht op isolatie van de patiënt en quarantaine van de contacten. Als een toerist dit niet zelf kan regelen, draagt de GGD/veiligheidsregio zorg voor een geschikte isolatie-/quarantainelocatie.

Personen die afkomstig zijn uit risicogebieden/-landen

Landen met een verhoogd risico op COVID-19 kunnen het label oranje of rood krijgen. Niet-essentiële reizen naar deze landen worden afgeraden. Reizigers die in deze landen geweest zijn, wordt geadviseerd om na aankomst in Nederland 10 dagen in quarantaine te gaan. Voor hen gelden de adviezen zoals die beschreven zijn voor overige nauwe contacten in het Protocol BCO. Voor zorgmedewerkers geldt een aangepast beleid. Zie Testbeleid en inzet zorgmedewerkers. Sommige andere groepen zijn ook uitgezonderd van dit dringende advies. Meer informatie hierover is ook te vinden op Rijksoverheid

Betreft

Beleid voor personen in  NL

Beleid als index in buitenland was vóór de diagnose gesteld werd

Beleid bij reizen naar het buitenland nadat diagnose gesteld is

Index (diagnose in NL)

Isolatie in NL, blijft in NL

 

 

Als in besmettelijke periode in buitenland geweest: informeren nauwe contacten in betreffende land (zie bij contacten).

 

Bijzondere situaties (bijeenkomsten, mogelijke clusters): informatie kan via LCI naar het National Focal Point van het betreffende land

Alleen na overleg met GGD en LCI en indien reizen noodzakelijk is

 

LCI informeert buitenlandse autoriteiten hierover

Huisgenoten en overige nauwe contacten

Blijven in quarantaine, testen bij klachten, monitoring door GGD

Als index in besmettelijke periode in het buitenland was en daar contacten heeft: informeren en instrueren nauwe contacten in betreffende land:

  • via index (vrienden, familie)
  • via LCI (bijv. bijeenkomst, bedrijf, vliegtuigcontacten)

Als nauw contact naar buitenland is gereisd:

  • Bij Nederlandse contacten: informeren en monitoring door GGD
  • Niet-Nederlandse contacten: via index (familie, bekenden) of via LCI (bijv. vliegtuigcontacten, bij een groep, bijzondere situaties)

 

Versiebeheer

  • 04-09-2020: De paragraaf over het informeren van niet-Nederlandse huisgenoten en overige nauwe contacten die (nog) in het buitenland zijn is aangepast.
  • 28-08-2020: De uitzondering voor zorgmedewerkers die afkomstig zijn uit risicogebieden/-landen is aangepast. Dit staat beschreven in het Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis. Hier wordt nu naar verwezen.
  • 19-08-2020: Op basis van het OMT-advies is de quarantaineperiode bekort van 14 naar 10 dagen, gerekend vanaf het laatste risicovolle contact of moment van mogelijke besmetting. Uit de nieuwste gegevens van het Nederlandse bron- en contactonderzoek blijkt: van alle contacten van een besmette patiënt die later zelf ziek werden, kreeg 99% COVID-19-klachten binnen 10 dagen na het laatste risicovolle contact.
  • 14-08-2020: Bij 'Personen die afkomstig zijn uit risicogebieden/-landen' uitzondering voor zorgmedewerkers opgenomen.
  • 31-07-2020: Bij 'Personen die afkomstig zijn uit risicogebieden/-landen' verwijzing opgenomen naar beleid voor overige nauwe contacten in Protocol BCO opgenomen. 
  • Gepubliceerd op de website: 20 juli 2020.