MRSA

Versie: april 2007.

Wat is MRSA?

De Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus, kortweg MRSA, is een stafylokok. Stafylokokken zijn bacteriën die veel voorkomen bij gezonde mensen, zonder dat zij daar last van hebben. De MRSA is een bijzondere stafylokok want hij is ongevoelig (resistent) voor behandeling met de meeste antibiotica. In Nederland komt MRSA regelmatig voor.

Wat zijn de ziekteverschijnselen van MRSA?

Mensen kunnen MRSA bij zich dragen zonder ziek te zijn. De bacteriën zitten vooral op de huid en in de neus van deze ‘dragers’, maar kunnen ook in de keel, darmen en urine voorkomen. Dit MRSA-dragerschap is meestal van tijdelijke aard; men raakt de bacterie vaak ook weer vanzelf kwijt.

MRSA kan ook infecties veroorzaken, zoals een steenpuist. In zeldzame gevallen kan een bloedvergiftiging, botinfectie of longontsteking ontstaan.

Het is onduidelijk hoe lang het duurt totdat er eventuele verschijnselen ontstaan.

Hoe kun je MRSA krijgen en hoe kun je anderen besmetten?

Besmetting met MRSA vindt vooral plaats door direct huidcontact, voornamelijk via de handen. Soms kan MRSA via huidschilfers of niezen in de lucht komen en zo ingeademd worden, dit leidt zelden tot besmetting. MRSA is vanwege de resistentie voornamelijk een probleem voor ziekenhuizen en verpleeghuizen. Sommige buitenlandse ziekenhuizen hebben veel last van MRSA. Patiënten met een MRSA-infectie zijn meestal besmettelijker dan personen die MRSA-drager zijn.

Er zijn aanwijzingen dat MRSA ook bij verschillende diersoorten voorkomt en van dier op mens wordt overgedragen. Vooral bij varkens kan dit voorkomen.

Wie kan MRSA krijgen en wie loopt extra risico?

Iedereen kan drager worden van MRSA. Maar voor gezonde mensen is het risico klein om daar klachten van te krijgen. MRSA gedijt goed in een omgeving waar bepaalde soorten  antibiotica worden gebruikt, zoals in een ziekenhuis of verpleeghuis. Omdat MRSA ongevoelig is voor de meeste antibiotica, kan MRSA zich juist daar gemakkelijk handhaven en verspreiden. Bovendien zijn patiënten in ziekenhuizen of verpleeghuizen vaak gevoeliger voor infecties door bijvoorbeeld chronische ziekte, medicijngebruik, operatie of verwondingen. In ziekenhuizen en verpleeghuizen worden MRSA-infecties vooral gezien bij:

  • patiënten die antibiotica gebruiken;
  • patiënten met huidaandoeningen (zoals eczeem) of open wonden;
  • patiënten met een implantaat, infuus of katheter;
  • patiënten met een verzwakte afweer.
     

Hoe kan MRSA worden voorkomen?

In Nederland wordt veel gedaan om verspreiding van MRSA in ziekenhuizen en verpleeghuizen te voorkomen.

  • Patiënten met MRSA worden apart verpleegd en behandeld.
  • Bij medewerkers die zonder beschermingsmaatregelen voor een met MRSA besmette patiënt zorgden, worden kweken afgenomen om te onderzoeken of ze MRSA-dragers zijn.
  • Bij patiënten en medewerkers die in een buitenlands ziekenhuis verbleven of werkten, worden ook kweken afgenomen. Zij worden tijdelijk apart verpleegd of mogen niet met patiënten werken totdat blijkt dat zij geen MRSA-drager zijn.
  • Binnen de Nederlandse ziekenhuizen is vanaf begin juli 2006 het MRSA-beleid gewijzigd. Naast patiënten die worden opgenomen uit buitenlandse ziekenhuizen zullen ook patiënten die beroepsmatig in nauw contact komen met levende varkens op varkensbedrijven en zij die woonachtig zijn op dergelijke varkensbedrijven gecontroleerd worden op MRSA-dragerschap.
  • Goede hygiëne kan bijdragen om de kans op MRSA-dragerschap te verkleinen. Was daarom na contact met varkens en kalveren de handen met water en zeep en droog ze zorgvuldig af.
     

Is MRSA te behandelen?

Ondanks de ongevoeligheid voor veel antibiotica kunnen MRSA-infecties wel worden behandeld. De huisarts kan door laboratoriumonderzoek vaststellen of iemand besmet is met MRSA. In het laboratorium blijkt uit de kweek voor welke antibiotica de MRSA nog wel gevoelig is. De huisarts kan zonodig die antibiotica voorschrijven.

Behandeling met antibiotica is pas mogelijk als de patiënt geen risicofactoren voor MRSA-dragerschap, zoals wonden of katheters, heeft.

Na behandeling met antibiotica worden kweken afgenomen om het resultaat van de behandeling te controleren. Meestal is de MRSA-bacterie dan niet meer aanwezig. Soms zijn meerdere antibioticakuren nodig.

Men kan geen afweer opbouwen tegen MRSA. Dat betekent dat men vaker een MRSA- infectie kan krijgen.

Personen die MRSA-drager zijn of patiënten met een MRSA-infectie, moeten dit melden als zij behandeld of opgenomen worden in een ziekenhuis of verpleeghuis. Dan kunnen er preventieve maatregelen worden genomen.

Kan iemand met MRSA naar kindercentrum, school of werk?

Personen die MRSA-drager zijn, kunnen gewoon naar kindercentrum, school of werk.

Kinderen met een MRSA-infectie (zoals MRSA-krentenbaard) kunnen naar school of kindercentrum als behandeling 24 uur daarvoor is gestart en als zij zich goed voelen.

Er gelden bijzonderheden voor:

  • Een medisch kinderdagverblijf. Afhankelijk van ziekten die de kinderen daar hebben moet worden gestreefd naar het behandelen van de MRSA-drager. Als behandelen van het dragerschap niet lukt kan het kind in overleg met de GGD, met eventuele aanpassingen en optimale hygieneafspraken ook op een medisch kindercentrum verblijven.
  • Bewezen MRSA-positieve personen of huisgenoten daarvan die in een ziekenhuis of een verpleeghuis werken (of een ander medisch verzorgend beroep hebben). Zij moeten overleggen met de arbodienst of infectiepreventieadviseur welke maatregelen nodig zijn voordat zij gaan werken.
     

Publieksinformatie

Meer publieksinformatie en folders over ziekten en uitbraken vindt u op www.rivm.nl.