Vragen en antwoorden maatregelen in instellingen voor langdurige zorg en thuiszorg na vaccinatie van de bewoners en medewerkers

Versie 16 juli 2021 (versiebeheer zie onderaan pagina) | Zie ook LCI-richtlijn COVID-19.

Nu steeds meer bewoners van instellingen voor langdurige zorg en cliënten in de thuiszorg volledig gevaccineerd zijn, kunnen extra maatregelen om deze kwetsbare bewoners te beschermen geleidelijk worden afgebouwd. Naar aanleiding van het advies van het 102e, 106e een 115e OMT werden versoepelingen aangekondigd voor instellingen in de langdurige zorg. Het uitgangspunt bij de versoepeling van de maatregelen in instellingen voor langdurige zorg is dat een optimale balans wordt nagestreefd tussen veiligheid voor bewoners en medewerkers enerzijds en de impact van de preventieve maatregelen op het welbevinden van de bewoners anderzijds. Daarbij geldt ook dat de maatregelen in instellingen voor langdurige zorg zoveel mogelijk aansluiten bij de maatregelen in de rest van de maatschappij en de versoepelingen daar zo veel mogelijk volgen

Op 8 juli werden de Handreiking voor contactonderzoek bij COVID-19 in instellingen voor langdurige zorg en Uitgangspunten testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis bijgewerkt naar aanleiding van nieuw beleid rondom bron- en contactonderzoek. Deze wijzigingen zijn nu ook verwerkt in dit document.

Branche- en beroepsorganisaties en instellingen kunnen aan de hand van de gegeven adviezen eigen beleid opstellen en waar nodig maatwerk leveren, afgestemd op de specifieke omstandigheden in de instelling of op een locatie.

Om welke versoepelingen gaat het?

  • Bezoekregeling
  • Quarantainebeleid voor medewerkers en bewoners
  • Groepsgrootte bij groepsactiviteiten
  • Toelaten vrijwilligers en contactberoepen
  • Scholing van medewerkers
     

Waar kunnen versoepelingen worden toegepast?

De hieronder besproken versoepelingen kunnen worden toegepast in instellingen voor langdurige zorg. Met 'instelling' bedoelen we, in deze vragen en antwoorden, een situatie in de ouderenzorg of de gehandicaptenzorg waarin bewoners (al dan niet tijdelijk) in groepsverband wonen. Veel van deze bewoners hebben een verhoogd risico op een ernstig beloop van COVID-19 op grond van hun leeftijd of onderliggend lijden. Veel bewoners van een instelling voor langdurige zorg komen veelvuldig in aanraking met andere bewoners en met meerdere verschillende zorgverleners. Daardoor wordt de kans op verspreiding van het coronavirus in de instelling vergroot. Naast bewoners of medewerkers kunnen ook bezoekers het coronavirus introduceren binnen (een locatie van) een instelling.

Gelden deze versoepelingen ook voor de thuiszorg?

Ja, de versoepelingen voor quarantaineregels en het preventief gebruik van mondneusmaskers, gelden ook voor thuiszorgmedewerkers en hun cliënten. In de thuiszorg bezoeken medewerkers kort achter elkaar cliënten thuis en kunnen zo het coronavirus snel kunnen verspreiden. Daarbij kan de vaccinatiegraad van de cliëntenpopulatie bij een thuiszorginstelling niet altijd (volledig) in beeld zijn. Het is van belang dat thuiszorginstellingen op de hoogte zijn van het landelijke risiconiveau en de daarbij behorende maatregelen. Daarnaast blijven zij alert op mogelijke nieuwe introductie van coronavirus in hun regionale werkgebied(en). Ten slotte is het van belang dat bij het verder versoepelen van de maatregelen de algemene infectiepreventiemaatregelen geborgd zijn, ook voor andere infectieziekte dan het coronavirus.

Wat zijn de voorwaarden voor (verdere) versoepelingen?

Vaccinatiegraad op peil houden

Om het verder versoepelen van de maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus mogelijk te maken, is het van belang dat binnen de instellingen de vaccinatiegraad op peil wordt gehouden door nieuwe bewoners middels de permanente veegrondes de kans te bieden zich te laten vaccineren als zij nog niet gevaccineerd zijn en dat ook nieuwe medewerkers de mogelijkheid krijgen om zich te laten vaccineren.

Zicht houden op mogelijke infecties en verspreiding van coronavirus binnen de instelling

De infectiedruk is in Nederland weliswaar duidelijk dalend, maar nog steeds ingeschaald als ‘ernstig’. Dat betekent dat er buiten de instelling nog wel coronavirus voorkomt en dat er nog steeds een risico is dat medewerkers, bezoekers of vrijwilligers het coronavirus in de instelling binnenbrengen en dat ongevaccineerde bewoners daardoor ernstig ziek worden. Daarom is het belangrijk dat de instelling alert blijft op mogelijk nieuwe introducties van coronavirus en bewoners en medewerkers met klachten laagdrempelig test.

Goede infectiepreventiemaatregelen

Bij het verder versoepelen van de maatregelen is het van belang dat de algemene infectiepreventiemaatregelen geborgd zijn. Dit is niet alleen van belang bij COVID-19, maar ook als het gaat om preventie en bestrijding van andere uitbraken, zoals influenza- of norovirus. Het is belangrijk dat er een uitbraakplan is of ontwikkeld wordt (zie ook Onderzoeksverslag COVID-19 studie in verpleeghuizen).

Wanneer kunnen de versoepelingen ingaan? Moeten alle bewoners gevaccineerd zijn?

De versoepelingen kunnen ingaan nadat de bewoners volledig gevaccineerd zijn. Daarmee wordt bedoeld dat alle bewoners een volledige vaccinatie hebben aangeboden gekregen. Het is niet nodig dat álle bewoners ook daadwerkelijk gevaccineerd zijn. Er zijn immers bewoners die niet gevaccineerd kunnen of willen worden. Zie ook de volgende vraag betreffende de vaccinatiegraad.

In instellingen voor langdurige zorg waar bewoners volledig gevaccineerd zijn, lijkt het risico op introductie en verspreiding van het virus onder kwetsbare bewoners binnen de instelling beperkt. Na volledige vaccinatie duurt het nog even voordat je maximaal beschermd bent door het vaccin. De tijd die hiervoor nodig is wisselt per vaccin. 2 weken na volledige vaccinatie ben je bij alle vaccins maximaal beschermd. Versoepelingen kunnen in principe in gaan 2 weken na volledige vaccinatie van de bewoners. Het is belangrijk dat de vaccinatiegraad in de instelling op peil wordt gehouden en dat er in zogenoemde “veegrondes” vaccinatie wordt aangeboden aan nieuwe, nog ongevaccineerde bewoners en dat ook nieuwe medewerkers gevaccineerd worden. Ook bewoners onder de 18 jaar die voor vaccinatie in aanmerking komen kunnen worden meegenomen in deze veegronden.

Bij welke vaccinatiegraad onder de bewoners is er sprake van groepsimmuniteit?

In een kleine groep is geen sprake van groepsbescherming als er ongevaccineerde personen aanwezig zijn. Bewoners binnen instellingen wonen veelal in een dergelijke kleine groep met veel onderlinge contacten. Bij een onverhoopte introductie van het coronavirus door een medewerker, bezoeker of bewoner lopen alle niet beschermde bewoners hoog risico op besmetting, doordat zij allemaal direct contact hebben met de besmettelijke persoon (kringbesmetting). Niet-gevaccineerde bewoners worden dan niet beschermd door wel-gevaccineerde groepsgenoten om hen heen (groepsimmuniteit). Dit gebeurt onafhankelijk van de vaccinatiegraad. Wel is de kans op introductie en verspreiding van coronavirus kleiner naarmate er meer bewoners en medewerkers gevaccineerd zijn.

Kunnen er ook versoepelingen worden doorgevoerd als de vaccinatiegraad binnen de instelling of locatie laag is?

Als indicatie voor een lage vaccinatiegraad kan minder dan 80% worden aangehouden. In dat geval valt te overwegen om binnen die instelling of locatie geen of minder versoepelingen door te voeren. De risico’s van versoepelen zijn hier groter dan in instellingen met een hoge vaccinatiegraad. Deze grens voor een lage vaccinatiegraad is enigszins arbitrair, omdat ook de omgevingsprevalentie, de mogelijkheid van bewoners om zich aan de algemene regels te houden en de kwetsbaarheid van de bewoners van invloed zijn. Al deze factoren moeten meegenomen worden bij de beslissing om versoepelingen door te voeren. Deze afweging kan in samenspraak met de (lokale) verwanten- en cliëntenraden van deze instellingen gemaakt worden. Het is hierbij mogelijk dat binnen een instelling op sommige locaties versoepelingen worden doorgevoerd, terwijl dat niet gedaan wordt op andere locaties omdat daar sprake is van een lage vaccinatiegraad.

Moeten de zorgmedewerkers gevaccineerd zijn voordat deze versoepelingen in kunnen gaan?

Nee, de versoepelingen kunnen ingaan nadat de bewoners volledig gevaccineerd zijn.

De zorgmedewerkers moeten wel uitgenodigd worden om zich te laten vaccineren. Een medewerker kan niet verplicht worden om zich te laten vaccineren of zijn werkgever te informeren over zijn vaccinatiestatus. Zorgorganisaties mogen op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming ook niet registreren welke medewerkers zijn gevaccineerd. Het is dus niet mogelijk om de vaccinatiegraad onder medewerkers vast te stellen. We moeten ervan uitgaan dat een deel van de medewerkers zich niet zal laten vaccineren.

Het OMT gaat er op basis van het advies van de Gezondheidsraad vanuit dat vaccinatie in belangrijke mate bescherming biedt tegen transmissie, maar dat – zeker bij een hoge infectiedruk – transmissie door gevaccineerde personen niet volledig uitgesloten is. Het risico op verspreiding van het coronavirus in de instelling is derhalve kleiner als de bewoners gevaccineerd zijn, maar er blijft altijd een risico bestaan dat een al dan niet gevaccineerde medewerker, bewoner of bezoeker het virus introduceert in de instelling. Dit risico – en het risico op verdere verspreiding binnen de instelling – wordt verkleind door preventief gebruik van mondneusmaskers. Daarom moeten medewerkers vooralsnog – ook als de bewoners volledig gevaccineerd zijn – preventief een mondneusmasker blijven dragen en de basismaatregelen blijven toepassen. Dit advies geldt tot risicocategorie “waakzaam” volgens de routekaart van de Rijksoverheid.

Mensen jonger dan 18-jaar zijn veelal nog niet gevaccineerd. Gelden de versoepelingen ook voor hen?

In principe gelden de versoepelingen voor alle bewoners. Wel kan het nodig zijn om op sommige locaties of bij sommige bewoners voorzichtiger te zijn, omdat er kwetsbare bewoners zijn die (nog) niet volledig gevaccineerd zijn. Het is goed om hierbij een lokale afweging te maken van noodzaak tot extra beperkende maatregelen en de impact van deze maatregelen voor het individu en de groep en organisatie als geheel.

Hoeveel bezoek mag een bewoner ontvangen?

De bezoekregeling binnen instellingen volgt de bezoekregeling in de maatschappij. Bij verdere versoepelingen in de maatschappij, kunnen deze ook binnen instellingen worden ingevoerd. Het aantal bezoekers dat mensen thuis mogen ontvangen, geldt ook voor mensen woonachtig in een zorginstelling.

Uiteraard moeten de bezoekersstromen bij deze versoepeling wel veilig te reguleren zijn. Mogelijk moeten daarvoor per locatie of instelling aangepaste afspraken gemaakt worden (bijvoorbeeld om het aantal bezoekers per dag per locatie te beperken).

Aan welke infectiepreventiemaatregelen moeten bezoekers zich houden?

Net als in de maatschappij is het noodzakelijk dat bezoek in de openbare ruimtes binnen de instelling gebruik blijft maken van mondneusmaskers en zich houdt aan de basishygiëne- en afstandsregels. Dit geldt ook voor gevaccineerde bezoekers, om reden van het feit dat het praktisch en juridisch niet haalbaar is om de vaccinatiestatus van bezoekers te controleren. Op de eigen kamer van een volledig gevaccineerde bewoner kan door één of enkele vaste bezoekers afgezien worden van het dragen van een mondneusmasker en het afstand houden. Bezoekers dienen dan bij voorkeur zelf ook volledig gevaccineerd te zijn of thuis zichzelf te testen voorafgaand aan het bezoek.

Bij bezoek buiten, zoals wandelen of buiten zitten, zijn de risico’s lager dan bij bezoek op de kamer van de bewoner. Daarom kan in die situatie het mondneusmasker achterwege blijven. Waar mogelijk wordt 1,5 meter afstand gehouden.

Sommige kwetsbare bewoners zijn niet gevaccineerd. Kunnen ze toch gebruik maken van de versoepelingen t.a.v. bezoek?

De mogelijkheid om het bezoek uit te breiden geldt in principe voor alle bewoners, dus ook voor niet-gevaccineerde bewoners. Maar voor individuele ongevaccineerde en kwetsbare bewoners kunnen de bewoner en/of diens vertegenwoordiger er in overleg met de instelling er voor kiezen om geen gebruik te maken van de versoepeling van de bezoekregeling om risico’s op infectie te beperken.

Welke versoepeling kan worden toegepast t.a.v. de quarantainemaatregelen voor bewoners?

Voor cliënten/bewoners die onbeschermd nauw contact hebben gehad (categorie 1- of categorie 2-contact) geldt het volgende:

  • Immune bewoners die categorie 1-contact zijn, laten zich z.s.m. testen. Deze personen blijven thuis en kunnen binnen hun woning of afdeling de gebruikelijke onderlinge contacten met andere bewoners aangaan. Zij laten zich opnieuw testen bij klachten en op dag 5.
  • Immune bewoners die categorie 2-contact zijn, laten zich testen bij klachten en op dag 5. Zij kunnen hun gebruikelijke contacten en activiteiten binnen en buiten de woning continueren.
  • Niet-immune bewoners die categorie 1-contact zijn, laten zich z.s.m. testen en gaan in quarantaine. De quarantaine kan beëindigd worden na een negatieve test op dag 5. Bij klachten laten zij zich eveneens testen.
  • Niet-immune bewoners die categorie 2-contact zijn, gaan in principe in quarantaine, en laten zich z.s.m. testen. Indien quarantaine een uitzonderlijk grote belasting vormt voor een cliënt/bewoner, kan voor die cliënt/bewoner gekeken worden welke maatregelen proportioneel zijn in verhouding tot het risico op besmetting en verspreiding van het coronavirus. Deze personen blijven in ieder geval thuis en kunnen binnen hun woning of afdeling de gebruikelijke onderlinge contacten met andere bewoners aangaan. Zij laten zich testen bij klachten en op dag 5.
     

Zie voor verdere uitwerking de Handreiking voor contactonderzoek bij COVID-19 in instellingen voor langdurige zorg.

Isolatie in afwachting van de testuitslag en quarantaine na contact met een positief geteste persoon zijn voor bewoners die dit niet goed kunnen begrijpen zeer ingrijpende maatregelen. Bij volledig gevaccineerde bewoners kan er zo nodig beleid op maat worden gemaakt. Het is belangrijk om de proportionaliteit van de maatregelen te beoordelen en de nadelige consequenties voor het welzijn af te wegen tegen het risico op (verspreiding van) infectie. Hierbij kunnen de volgende factoren meegewogen worden: nadelige consequenties voor het welzijn, ernst van de eventuele klachten, infectiedruk in de directe omgeving, duur en intensiteit van contact met besmette personen, mogelijkheid van verlichten van de maatregelen door de bewegingsruimte iets uit te breiden (bijvoorbeeld in eigen groep blijven in plaats van op eigen kamer). Een deskundige infectiepreventie kan bij de afweging adviseren.

Welke versoepeling kan worden toegepast t.a.v. de quarantainemaatregelen voor medewerkers?

  • Immune zorgmedewerkers met een positief geteste huisgenoot (categorie 1 contact) hoeven niet in quarantaine. Zij dragen tot en met de 10e dag na het laatste contact met de positief geteste huisgenoot tijdens het werk een chirurgisch mondneusmasker tenminste type II en laten zich testen op dag 5.
    • Indien de uitslag van de PCR-test op dag 5 positief is, blijft de positief geteste zorgmedewerker zonder klachten thuis in isolatie tot en met de 3e dag na de testafname (de isolatieperiode bij immune medewerkers zonder klachten is verkort omdat zij minder virus verspreiden). De zorgmedewerker mag dan niet naar buiten en geen bezoek ontvangen. Vervolgens draagt de zorgmedewerker tot en met dag 10 na het laatste contact met de besmettelijke huisgenoot tijdens het werk een chirurgisch mondneusmasker tenminste type II.
  • Niet-immune zorgmedewerkers met een positief geteste huisgenoot gaan thuis in quarantaine, zij gaan niet naar hun werk en laten zich zo snel mogelijk testen. Daarnaast laten zij zich testen op dag 5 nadat de huisgenoot positief is getest (en uiteraard ook bij klachten, zie Testbeleid en isolatie van zorgmedewerkers met klachten).
    • Indien de uitslag van deze PCR-test positief is, blijft de positief geteste zorgmedewerker zonder klachten thuis in isolatie tot en met de 5e dag na de testafname. De zorgmedewerker mag dan niet naar buiten en geen bezoek ontvangen. Vervolgens draagt de zorgmedewerker tot en met dag 10 na het laatste contact met de besmettelijke huisgenoot tijdens het werk een chirurgisch mondneusmasker tenminste type II.
    • Indien de uitslag van de PCR-test op dag 5 na het laatste contact negatief is, wordt de quarantaine beëindigd. Vervolgens draagt de zorgmedewerker tot en met dag 10 na het laatste contact met de positief geteste huisgenoot tijdens het werk een chirurgisch mondneusmasker tenminste type II.
  • Immune zorgmedewerkers die onbeschermd nauw contact (categorie 2) hebben gehad hoeven niet in quarantaine. Zij dragen tot en met 10 dagen na het laatste contact met de positief geteste persoon tijdens het werk een chirurgisch mondneusmasker tenminste type II. Zij laten zich testen op dag 5 en indien zij klachten ontwikkelen.
  • Niet-immune zorgmedewerkers die onbeschermd nauw contact (categorie 2) hebben gehad met een positief getest persoon gaan thuis in quarantaine. Indien het voor de continuïteit van zorg noodzakelijk is mogen zij werken als zij tijdens het werk een chirurgisch mondneusmasker tenminste type II dragen.
     

Zie voor verdere uitwerking de Handreiking voor contactonderzoek bij COVID-19 in instellingen voor langdurige zorg en Uitgangspunten testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

Welke voorwaarden gelden voor logeren en bezoek buiten de instelling?

Bij logeren en bezoek buiten de instellingen dienen algemene maatregelen die in de maatschappij gelden, zoals goede handhygiëne, te worden toegepast. Waar mogelijk wordt 1,5 meter afstand gehouden. Ook dient bij logeren het in de maatschappij geldende advies omtrent bezoekersaantallen etc. te worden opgevolgd. Verder is het belangrijk om het aantal adressen waar bewoners logeren of op bezoek gaan te beperken tot 1 of 2 adressen, omdat tijdens logeren sprake is van zeer intensief, langdurig contact en het opvolgen van de algemene maatregelen hierbij vaak niet mogelijk is. Na logeren hoeven de bewoners in principe niet in quarantaine, tenzij er zorgen zijn over mogelijke blootstelling aan het coronavirus.

Welke verruiming kan worden toegepast in groepsgrootte van bewoners bij groepsactiviteiten?

Om het aantal contacten te beperken, wordt er binnen instellingen voor langdurige zorg vaak gewerkt met cohortering (vaste groepen) van de bewoners, waarbij alle groepsactiviteiten binnen dezelfde vaste cohorten worden georganiseerd. In april werd al geadviseerd te overwegen om de omvang van deze cohorten enigszins te verruimen, waarbij rekening gehouden moet worden met de vaccinatiestatus van de bewoners, de kwetsbaarheid van de (ongevaccineerde) bewoners, de gevolgen voor de bewoners van het cohort in geval van een besmetting of uitbraak (quarantaine, testen en mogelijk isolatie van bewoners bij een positieve groepsgenoot). Instellingen moeten op organisatie- of zelfs locatieniveau afwegen welke groepsgrootte en samenstelling passend is voor de betreffende bewoners.

Wanneer bewoners zich aan de algemene maatregelen kunnen houden – waaronder afstand houden, goede handhygiëne en het dragen van een mondneusmasker op aangewezen plekken – kan overwogen worden om groepsactiviteiten buiten het cohort te hervatten. Net als in de algemene maatschappij blijft het binnen instellingen voor langdurige zorg van belang om het aantal verschillende sociale contacten te beperken. Dit geldt ook na vaccinatie van de bewoners. Hierbij moeten de zelfde overwegingen worden meegenomen als bij het eventueel verruimen van cohorten. Bij voorkeur houden deelnemers 1,5 meter afstand. Wanneer dit niet mogelijk of wenselijk is, worden zij bij sociale contacten in de openbare ruimte in vaste groepen van 4 ingedeeld om het risico op verspreiding bij een eventuele besmetting te beperken. Wanneer de 1,5 meter afstand wel kan worden gehouden, geldt er net als in de maatschappij geen maximale groepsgrootte meer.

Gezien de huidige infectiedruk en vaccinatiegraad in de maatschappij wordt nog steeds geadviseerd om geen bewoners of bezoekers van buiten de instelling toe te laten tot groepsactiviteiten. Voor externe deelnemers die volledig gevaccineerd zijn, kan deelname aan groepsactiviteiten binnen instellingen voor langdurige zorg overwogen worden. Organisaties in de gehandicaptenzorg kunnen eventueel overwegen om een of enkele externe cliënten toe te voegen aan een dagbestedingscohort. Hierbij moeten dezelfde overwegingen worden meegenomen als bij het eventueel verruimen van cohorten.

Restaurants in de instellingen kunnen open gaan voor bewoners voor zover dat nog niet van toepassing is, met inachtneming van de coronamaatregelen zoals die gelden voor restaurants in de maatschappij.

Kunnen er ook versoepelingen worden toegepast rondom testen en gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)?

Nee, laagdrempelig testen (PCR) en het gebruik van PBM binnen instellingen voor langdurige zorg moeten voorlopig worden gecontinueerd. De werkzaamheid van het vaccin is niet 100%. En hoewel na volledige vaccinatie het risico op uitgebreide verspreiding kleiner is, is het belangrijk om preventief mondneusmaskergebruik door medewerkers te continueren totdat landelijk het risiconiveau ‘waakzaam’ geldt. Daarnaast dienen gevaccineerde bewoners en medewerkers zich laagdrempelig te laten testen bij klachten die zouden kunnen passen bij COVID-19. Uitzondering hierop betreft 1 of enkele vaste bezoekers die onder voorwaarden op de kamer van de bewoner kunnen afzien van het dragen van een mondneusmasker en het afstand houden, zoals hierboven beschreven.

Waarom moeten medewerkers nog steeds preventief een mondneusmasker dragen als de meeste bewoners gevaccineerd zijn?

Preventief gebruik van mondneusmakers vermindert de ongemerkte verspreiding van coronavirus van zorgmedewerkers (van wie de vaccinatiestatus niet bekend is) naar ongevaccineerde bewoners. Ook kunnen gevaccineerde zorgmedewerkers soms nog coronavirus verspreiden en kunnen gevaccineerde bewoners soms nog besmet raken en ziek worden. Naarmate de infectiedruk verder afneemt, wordt dit risico wel steeds kleiner. Gebruik van mondneusmaskers biedt niet alleen bescherming voor de bewoners maar ook voor de zorgmedewerkers.

Als bewoners en medewerkers binnen de instelling volledige vaccinatie aangeboden hebben gekregen, ontstaat er meer ruimte om gemotiveerd van de richtlijn af te wijken, bijvoorbeeld in situaties waar mondneusmaskergebruik door zorgmedewerkers een bewoner angstig maakt of de communicatie ernstig belemmerd wordt. Dilemma hierbij is dat de werkgever de vaccinatiestatus van de zorgmedewerkers niet mag vragen. Dit bemoeilijkt het maken van een goede risicoafweging in dergelijke situaties. Bij twijfel of onduidelijkheid rondom de vaccinatiestatus geldt het advies om maatwerk in te richten in samenspraak met de zorgverlener(s) en (familie van) de bewoner.

Wanneer hoeven zorgmedewerkers in de langdurige zorg niet meer preventief een mondneusmasker te dragen?

Preventief medisch mondneusmaskergebruik door zorgmedewerkers kan zowel in instellingen voor langdurige zorg als in de thuiszorg worden gestopt als risiconiveau ‘waakzaam’ is bereikt.

Daarbij dient aan een aantal voorwaarden te zijn voldaan:

  • Binnen (locaties van) instellingen voor langdurige zorg wordt de vaccinatiegraad op peil gehouden middels de permanente veegronde. Wanneer er geen hoge vaccinatiegraad binnen de instelling of locatie is (minimaal 80%), dient de instelling een afweging te maken van de risico’s van het staken van het mondneusmaskergebruik en het belang hiervan voor de bewoners en medewerkers. Dit kan in samenspraak met cliënten/verwantenraden gedaan worden.
  • Bij thuiszorg en instellingen voor langdurige zorg dient er goed zicht te zijn op introductie en verspreiding van het virus. Daarom dienen bewoners en medewerkers bij klachten of contact met een geïnfecteerde persoon getest te worden volgens de geldende protocollen.
  • Bij thuiszorg en instellingen voor langdurige zorg dienen algemene hygiënemaatregelen, zoals goede handhygiëne, gehandhaafd te worden. Er dient een deskundige infectiepreventie beschikbaar te zijn om zo nodig maatwerkadviezen te geven. En er dient een COVID-19-uitbraakprotocol aanwezig te zijn of ontwikkeld te worden om een eventuele nieuwe introductie te bestrijden. In dat kader kan het nodig zijn om, ongeacht het risiconiveau, preventief medische mondneusmaskers te gebruiken.

Zie ook Staken mondneusmaskergebruik langdurige zorg.

Let op: bovenstaande adviezen hebben betrekking op algemeen preventief mondneusmaskergebruik door zorgmedewerkers. Bij een bewoner/cliënt met (verdenking op) COVID-19 moet, ongeacht het risiconiveau, PBM inclusief een mondneusmasker worden toegepast volgens de geldende protocollen.

Daarnaast kan in specifieke situaties (bijvoorbeeld in het kader van bron- en contactonderzoek) voor zorgmedewerkers het advies gelden om tijdens het werk een medisch mondneusmasker te dragen, zie hiervoor de betreffende protocollen en handreikingen.

Kunnen er vrijwilligers en contactberoepen worden toegelaten?

Er is nadat aan de bewoners volledige vaccinatie is aangeboden geen bezwaar tegen bezoek of inzet van vrijwilligers. Ook voor de vrijwilligers geldt het advies om zich aan de algemene basisregels te houden, waaronder afstand houden en goede handhygiëne. Vrijwilligers dienen binnen de instelling een chirurgisch mondneusmasker minimaal type II te dragen, net zoals de zorgmedewerkers. Als de vrijwilliger zelf tot een risicogroep behoort, is het te adviseren om nog geen vrijwilligerswerk binnen de instelling te verrichten zolang zij niet gevaccineerd zijn. Ook hier geldt dat de werkgever of organisatie niet naar de vaccinatiestatus van de zorgmedewerker mag vragen.

Ook contactberoepen zoals kappers en (niet-medische) pedicures kunnen worden toegelaten in de instelling conform de voor hun beroepsgroep geldende richtlijnen. Wel dienen zij binnen de instelling een chirurgisch mondneusmasker minimaal type II te dragen om de kans op introductie van het coronavirus binnen de instelling te verkleinen.

Kan bijscholing van personeel hervat worden?

Om als zorgorganisatie goede kwaliteit van zorg te kunnen bieden, moet er voldoende geschoold personeel aanwezig zijn. Hoewel nog niet alle zorgmedewerkers in de langdurige zorg gevaccineerd zijn, is het nadat de bewoners van de instellingen in principe volledig gevaccineerd zijn, mogelijk om trainingen die essentieel voor de zorgverlening (zoals reanimatietrainingen en trainingen fysieke weerbaarheid) weer plaats te laten vinden met inachtneming van de basismaatregelen en/of voorafgaande test.

Er dient tijdens de trainingen zoveel mogelijk afstand gehouden te worden en zoveel mogelijk gebruik gemaakt te worden van PBM volgens de geldende richtlijnen. Waar het tijdens de training niet mogelijk is om onderling afstand te houden en/of een mondneusmasker te dragen, kan binnen de training in vaste duo’s of groepjes gewerkt worden om het risico op eventuele besmettingen te beperken.

Voorafgaand aan de training is triage van de deelnemers van groot belang. Deelnemers dienen klachtenvrij te zijn en voor de training getest te worden als niet aan de basismaatregelen voldaan kan worden. Omdat het om medewerkers zonder klachten gaat, kan hier gebruik gemaakt worden van een in Nederland gevalideerde antigeen sneltest. Hierbij heeft een professioneel afgenomen antigeen sneltest de voorkeur. Bij inzet van een zelftest is er een risico op verkeerde afname waardoor de betrouwbaarheid lager is. De gevolgen van introductie van het coronavirus door een fout-negatief geteste medewerker binnen een team zorgmedewerkers en daarmee mogelijk binnen de instelling zijn groot . Ook zullen (een deel van) de deelnemers in quarantaine moeten als een van de deelnemers later positief blijkt, hetgeen een grote impact kan hebben op de organisatie van de zorg.

Versiebeheer

  • 16-07-2021: In de titel is het woord ‘thuiszorg' opgenomen en er is een vraag toegevoegd specifiek voor de thuiszorg.
  • 08-07-2021: In het kader van het advies over versoepelingen in de langdurige zorg van de OMT-werkgroep langdurige zorg d.d. 24 juni 2021, is de tekst over het preventief dragen van mondneusmaskers aangepast. Bron- en contactonderzoek voor immuun- en niet-immuun-contacten is aangepast n.a.v. het 117e OMT-advies. Aandachtspunten i.v.m. privacywetgeving zijn toegevoegd.
  • 07-07-2021: Vraag toegevoegd: Wanneer hoeven zorgmedewerkers in de langdurige zorg niet meer preventief een mondneusmasker te dragen?
  • 10-06-2021: Adviezen 115e OMT opgenomen in Q&A, waarbij maatregelen zoveel mogelijk gelijk getrokken worden aan de maatschappij: Verdere versoepelingen op gebied van quarantainebeleid en groepsactiviteiten, incl. voorwaarden om verder te kunnen versoepelen.
  • 21-04-2021: Adviezen 106e OMT opgenomen in Q&A: definitie hoge/lage vaccinatiegraad verduidelijkt; op eigen kamer kunnen gevaccineerde bewoners één of enkele vaste bezoeker(s) ontvangen zonder mondneusmasker en zonder afstand te houden; adviezen t.a.v. inzet vrijwilligers en contactberoepen, cohorten bewoners en dagactiviteiten, en scholing personeel.
  • 18-03-2021: Publicatie