COVID-19 aan boord van riviercruiseschepen

Handleiding voor GGD’en, bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 10 juni 2022 (versiebeheer zie onderaan pagina)

Achtergrond

Casuïstiek in de passagiersvaart op het gebied van COVID-19 kenmerkt zich door een multidisciplinair karakter, internationale componenten en omstandigheden die gepaard gaan met verhoogde kans op transmissie. De respons vereist in veel gevallen een aanpak op maat. Niet iedere GGD-regio krijgt op regelmatige basis te maken met (cruise)scheepvaartcasuïstiek. Dit stappenplan is opgesteld om GGD’en te ondersteunen bij maritieme COVID-19-casuïstiek in de riviercruisevaart.

Dit document is niet bedoeld voor uitbraken in de zeegaande cruisevaart.

Naast de LCI bieden ook GGD Kennemerland, GGD Amsterdam, en GGD Rotterdam-Rijnmond laagdrempelig intercollegiale hulp bij casuïstiek. Deze GGD’en beschikken over Ship Sanitation Certificate-inspecteurs die een training hebben gehad bij Healthy Gateways.

NB: in dit document wordt de term opvarenden gebruikt. Hiermee worden zowel de bemanningsleden als passagiers bedoeld.

Indienen Maritime Declaration of Health

Van ieder schip dat een internationale reis maakt die een meerdaagse reis maken moet de Maritime Declaration of Health (MDoH) voor binnenkomst gereed zijn zodat deze kan worden opgevraagd door de havenautoriteiten. Indien er enige infectie aan boord is dient de kapitein de MDoH actief in te dienen bij de GGD van de eerstvolgende haven OF doorgestuurd worden naar de GGD Rotterdam of Amsterdam wanneer de eerstvolgende haven nog niet bekend is of er geen contactgegevens zijn van de GGD van de eerstvolgende haven. Indien er na de eerste melding een verandering plaatsvindt in de gezondheidssituatie aan boord, stuurt de kapitein van het schip een nieuwe MDoH.

De volgende informatie kan worden opgevraagd:

  • Of er bemanningsleden zijn met klachten die kunnen passen bij COVID-19;
  • Of er aan boord maatregelen zijn getroffen zoals isolatie van personen met klachten passend bij COVID-19 of quarantaine van nauwe contacten (categorie 1 en 2);
  • Wat de vaccinatiestatus van de bemanningsleden/opvarenden is.
     

Indien de MDoH negatief is/er geen bemanningsleden aan boord zijn met COVID-19 dan kan free pratique worden verleend.

Regie & Casushouder

Het is belangrijk dat de GGD van de eerste melding de GGD van eindbestemmingshaven actief informeert. Hiervoor wordt het formulier ‘COVID-19-casuïstiek aan boord van riviercruises’ gebruikt. De twee genoemde GGD’en informeren zo nodig ook de LCI en andere GGD’en langs de vaarroute van het schip en betrekken deze, indien nodig, in het beleid. De LCI kan faciliteren in contactgegevens van een andere GGD.

Stappenplan bij COVID-19 aan boord van riviercruiseschepen in havens of Nederlandse rivieren

1. Een of meerdere opvarenden worden positief getest op SARS-CoV-2

1.1 Opvragen gegevens en inventarisatie medische situatie

De volgende gegevens worden bij het schip/agentschap opgevraagd:

  • Maritime Declaration of Health (MDoH).
     

Zelftesten volstaan voor diagnostiek. Wel wordt verzocht om te vermelden wanneer de bevestigde gevallen positief getest zijn. Indien er aan boord andere testen zijn uitgevoerd, wordt verzocht om aanvullende informatie m.b.t. de specifiek gebruikte testen te delen. Denk hierbij aan welke soort testen er zijn gebruikt (antigeentest, of evt. ‘point of care’ PCR-testen) en door wie deze zijn uitgevoerd en beoordeeld.

1.2 Te nemen maatregelen indien er bij minder dan 5% van de opvarenden besmettingen zijn vastgesteld

De GGD van de regio waar de eerste MDoH met (verdenking) op COVID-19 aan boord van het schip wordt gemeld, blijft casushouder zo lang het schip in de haven in die regio blijft. Deze GGD draagt het schip over aan de GGD van de eindbestemmingshaven indien het schip vertrekt, maar nog niet alle aanvullende maatregelen aan boord zijn opgeheven. Hiervoor wordt het formulier ‘COVID-19-casuïstiek aan boord van riviercruises’ gebruikt. Bij deze overdracht wordt verdere samenwerking in de casus tussen de GGD’en besproken.

De rederij is primair verantwoordelijk voor de maatregelen aan boord. De GGD beoordeelt of de rederij voldoende uitvoering aan deze taak kan geven en stuurt waar nodig bij.

  • Positief getest bemanningslid gaat in isolatie. Het bemanningslid blijft te allen tijde in een eenpersoonshut gedurende de isolatieperiode.
  • Contacten volgen de adviezen zoals beschreven in de Richtlijn COVID-19.
  • Contacten kunnen worden getest op SARS-CoV-2 door middel van ten minste een antigeen (zelf)test. 
  • Opvarenden die niet in isolatie hoeven kunnen zich vrij bewegen over het schip en van boord gaan. Hen wordt wel aangeraden om zo veel mogelijk afstand te bewaren tot anderen.
  • Beschouw in ieder geval de eventuele hutgenoten en het team waarin het positief geteste bemanningslid werkt te zien als nauwe contacten van de index.
  • Contacten kunnen zich vrij over het schip of daarbuiten bewegen. Hen wordt geadviseerd om anderhalve meter afstand te bewaren tot anderen. Mocht dat niet kunnen, dan wordt aangeraden om een mondneusmaker type IIR te dragen of om ook in quarantaine te gaan.
  • De rest van de bemanning kan zich vrij op het schip bewegen om het schip draaiende te houden met inachtneming van hygiënemaatregelen en scheiding van de quarantaine/isolatie - bemanning.

1.3 Aanvullende maatregelen bij een grote uitbraak en/of meerdere individuele indexen (met vermoeden van wijde verspreiding), arbitraire attack rate vanaf 5% van het totaal opvarenden

De casushoudende GGD doet een inschatting van de grootte van de uitbraak en de verspreiding aan boord. Dit stappenplan voor de riviercruisevaart stelt een arbitraire grenswaarde van de attack rate op 5% van het totaal aantal opvarenden. In praktijk maakt de casushoudende GGD de afweging welke maatregelen het meest passend zijn, mede op basis van de attack rate en andere variabelen.

De volgende aanvullend informatie kan worden opgevraagd in aanvulling op paragraaf 1.1:

  • Lijst van personen die aan boord zijn en zijn geweest (crewlist);
  • Medisch logboek (medical log);
  • Reishistorie schip;
  • Plannen met de bemanning, gepande af- en aanmonsteringen, reisschema.
  • Uitbraakprotocol maatschappij, indien beschikbaar.

Neem de volgende maatregelen in aanvulling op de maatregelen in paragraaf 1.2:

  • Overweeg om contacten van de index te testen met een zelftest op dag 0 en 5 na het laatste contact met de index.
  • Er is extra aandacht voor de standaard maatregelen en instructie aan boord (hand-/hoesthygiëne, isolatie en eerder testen bij klachten);
  • De situatie wordt met de kapitein/rederij geëvalueerd en verdere beperkingen in het continueren van de vaart worden overwogen. Naast het aantal indexen heeft ook het aantal opvarenden dat in quarantaine zit hierop een grote impact en kan het een grote belemmering vormen voor het in werking houden van het schip en de bedrijfsvoering aan boord.
     

Wanneer er aanvullend informatie, anders dan alleen de attack rate, aanleiding geeft tot het verder opschalen van maatregelen gelden de volgende adviezen:

  • Overweeg geen nieuwe opstappende passagiers toe te laten tot het schip.
  • Overweeg bij de faciliteiten aan boord, zoals restaurant, schoonheidssalon en casino, de toegangsaantallen te beperken.
  • Overweeg geen bezoeken en uitstapjes aan wal toe te laten.
  • Overweeg het schip tot nader order aan te meren en aangemeerd te blijven tot ten minste na inventarisatie van de situatie en overleg met GGD. Bespreek de voorbereidingen door de rederij wanneer walcapaciteit benodigd zal blijken.
  • Overweeg het schip in quarantaine te plaatsen. In dat geval wordt het opstappen van nieuwe opvarenden beperkt tot alleen noodzakelijk personeel. Deze personen worden strikt gescheiden van de overige opvarenden, houden 1,5 meter afstand en dragen een mondneusmasker type IIR. Het schip houdt bij wie er aan boord komt en/of wie het schip verlaat.

1.4 Informeren van ketenpartners en melden aan instanties

Ketenpartners en instanties worden geïnformeerd door de GGD, denk bijvoorbeeld aan:

  • Havenautoriteiten (indien van toepassing);
  • De veiligheidsregio;
  • Instanties die aan boord gaan (THZ/Ship sanitation).

 
Ook de GGD van de volgende regio waar het schip heen vaart (bij eventueel vertrek) en de GGD van de eindbestemming worden geïnformeerd, gebruik hiervoor het formulier ‘COVID-19-casuïstiek aan boord van riviercruises’.

Uitbraken op schepen worden door de GGD gemeld aan de LCI.

2. Testbeleid: opvolgen met vijfdaagse testrondes

2.1 Nulmeting (dag 0)

Overweeg om alle categorie 1- en 2-contacten te testen op SARS-CoV-2 door middel van een zelftest (nulmeting). Afhankelijk van het reguliere testschema aan boord, en bij een onduidelijk beeld van het aantal nauwe contacten, kan geadviseerd worden laagdrempelig alle categorie 3-contacten te testen.

Bij een grote uitbraak, met vermoeden van wijde verspreiding (arbitraire attack rate vanaf 5% van het totaal aantal opvarenden) kan overwogen worden om:

  • Het testbeleid aan boord naar alle opvarenden van het schip. Zelftesten zijn hierbij toegestaan. Overweeg bij grote aantallen een prioritering van groepen aan boord en aan te vullen met regionale (GGD-)testcapaciteit.
  • Tot de testuitslag bekend is, het hele schip in quarantaine te plaatsen. Dit is exclusief de personen die zijn uitgezonderd van quarantaine conform de richtlijn COVID-19, of tenzij er sprake is van een duidelijke scheiding tussen nauwe (categorie 1- en 2-) en overige (categorie 3-) contacten, bijvoorbeeld d.m.v. cohortering.
  • Voor verdere adviezen na de testuitslagen ten aanzien van individuele isolatie, quarantaine en monitoring, de richtlijn COVID-19 te volgen.

2.2 Opvolging van het testbeleid op dag 5 en verder

Vijf dagen na de nulmeting kan overwogen worden om alle op dag 0 negatief geteste opvarenden opnieuw te testen.

  • Indien iedereen negatief test op dag 5 na het laatste contact worden alle extra maatregelen aan boord afgeschaft.
  • Indien opnieuw opvarenden positief testen op dag 5 na het laatste contact gaan deze besmette opvarenden in isolatie en wordt het beleid gevolgd conform het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19.
  • Vijf dagen later wordt opnieuw iedereen getest met een gevalideerde test.
     

Deze vijfdaagse testrondes gaan door totdat er bij een testronde geen positieve uitslagen meer zijn.

3. Wanneer mag het schip uitvaren?

Algemeen uitgangspunt

 

  • Het schip kan uitvaren als het beleid met de GGD is afgestemd.

De GGD overlegt met de LCI als een schip niet aan alle voorwaarden voldoet en toch wil uitvaren. Voor maatregelen wanneer een schip zonder overleg of tegen advies in toch uitvaart, zie paragraaf 4.6.

4. Algemene aandachtspunten en overwegingen

4.1 Verantwoordelijkheden van het schip en de rederij

Het schip en de rederij zien in het kader van uitbraakmanagement toe op:

  • Opvolging van alle gegeven adviezen.
  • 24 uur beschikbaarheid voor GGD en autoriteiten.
  • Registratie van alle opvarenden met informatie over vaccinatiestatus, land van herkomst, klachten, testen, uitslagen en maatregelen (de kapitein deelt deze informatie op verzoek van de GGD).
  • Uitvoering van onderzoek aan boord in samenwerking met de GGD.
  • Beschikbare en geschikte isolatieverblijfplaatsen (en quarantaineverblijfplaatsen voor het geval dat de GGD ervoor kiest om contacten van een index alsnog in quarantaine te plaatsen) aan boord en/of aan wal (in afstemming met de GGD) – om hotels te informeren over wat zij kunnen verwachten bij het toelaten van opvarenden uit de havens, kan de template ‘Informatie voor hotels over gasten in quarantaine en isolatie vanuit de haven’ gebruikt worden.
  • Medische monitoring van positief geteste opvarenden (ook t.a.v. opvarenden die in isolatie (of quarantaine als de GGD hiervoor gekozen heeft) aan de wal verblijven) en zo nodig toegang tot medische zorg en het transport.

 
Verdere verantwoordelijkheden van het schip en de rederij worden beschreven in het 
Nieuw aanvullend kader herstarten riviercruise.

4.2 Het aan wal gaan van opvarenden

Er zijn verschillende situaties denkbaar waarbij mensen aan wal gaan. 

De rederij is verantwoordelijk voor het vinden van een verblijfplaats aan wal, vervoer naar de teststraat en medisch toezicht indien positief geteste opvarenden in isolatie in een hotel aan de wal verblijven. Wanneer het personen betreft met een niet EU-nationaliteit overlegt de rederij zo nodig met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de marechaussee.

Voor informatie over hoe om te gaan met het vervoer van opvarenden met of verdacht van COVID-19 naar een locatie aan de wal, zie ook de LCI-bijlage Noodzakelijk zittend vervoer.

4.3 Repatriëring van opvarenden

Opvarenden kunnen terugkeren naar huis als zij conform de Richtlijn COVID-19 niet in quarantaine of isolatie verblijven, of volgens het testbeleid, zoals beschreven in paragraaf 2. Geadviseerd wordt om iedereen die van boord gaan te testen. Verwijs voor meer informatie naar de overheidsinformatie over coronaregels voor reizen en vakantie. Het organiseren van de repatriëring is de verantwoordelijkheid van de rederij. Bij grote aantallen kan coördinatie in de regio nodig zijn.

4.4 Wat als een schip tegen advies in uitvaart?

Als een schip uitvaart tegen de adviezen zoals beschreven in paragraaf 3, moeten relevante ketenpartners, de LCI, en de opvolgende GGD’en worden geïnformeerd (zie paragraaf 1.4). Wanneer het schip de grens over gaat, wordt in overleg met de LCI een EWRS-bericht overwogen.

4.5 Wettelijk kader: opleggen dwingende maatregelen

Er bestaan mogelijkheden tot het opleggen van dwingende maatregelen (testen, quarantaine, isolatie, uitvaarverbod). In dit document volstaan wij door te verwijzen naar de Wet publieke gezondheid (Wpg), artikel 47, 50, 51 en 53.

4.6 Onderzoek aan boord door de GGD

Wanneer voor uitbraakbestrijding onderzoek aan boord nodig is, gelden hiervoor de algemene voorschriften voor het dragen van PBM. Geadviseerd wordt een Ship Sanitation-inspecteur te betrekken bij het onderzoek aan boord. Dit kan via GGD Kennemerland, GGD Amsterdam of GGD Rotterdam-Rijnmond.

Bronnen en relevante documenten

Versiebeheer