(Verdenking) COVID-19 op schepen en in havens

Informatiebrief GGD’en, bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie: 26 februari 2021 (versiebeheer zie onderaan pagina)

Achtergrond

Maritieme casuïstiek op het gebied van COVID-19 kenmerkt zich door een multidisciplinair karakter, internationale componenten en omstandigheden die gepaard gaan met verhoogde kans op transmissie. De respons vereist in veel gevallen een aanpak op maat. Tot nadere afspraak worden alle Nederlandse havens geacht een schip met COVID-19-verdenkingen aan boord te kunnen ontvangen en kunnen acteren wanneer een schip een haven (nog) niet heeft aangedaan. Dit adviesdocument is opgesteld om de havens te ondersteunen bij maritieme casuïstiek bij beroepsmatige vaart, niet zijnde cruisevaart. Overleg met de LCI is laagdrempelig mogelijk.

Indienen Maritime Declaration of Health

Van ieder schip dat een internationale reis maakt en van vissersschepen die een meerdaagse reis maken moet de Maritime Declaration of Health (MDoH) voor binnenkomst actief worden opgevraagd door de havenautoriteiten. Regionaal maakt de GGD met de havenautoriteiten afspraken over doorkoppeling naar de GGD en reactie bij een positieve MDoH.

Wanneer een MDoH nog niet beschikbaar of niet volledig is, dient de volgende informatie actief te worden opgevraagd:

  • of er bemanningsleden zijn met klachten die kunnen passen bij COVID-19;
  • of er aan boord maatregelen zijn getroffen zoals isolatie van personen met klachten passend bij COVID-19 of quarantaine van anderen.
     

Indien de MDoH negatief is/er geen bemanningsleden aan boord zijn met klachten die kunnen passen bij COVID-19 dan kan free pratique worden verleend.

Stappenplan bij (verdenking) COVID-19 aan boord van schepen in havens of Nederlandse wateren.

1. Klachten passend bij COVID-19 bij bemanningsleden aan boord 

Als er sprake is van bemanningsleden aan boord met klachten passend bij COVID-19, dan plaatsen de havenautoriteiten het gehele schip in quarantaine tot een testuitslag bekend is of tot advies van de GGD volgt. Dat betekent dat geen bemanningsleden aan wal mogen tenzij onder voorwaarden voor bezoek aan een teststraat, aan een isolatielocatie of voor medische hulp.

1.1 Opvragen gegevens en inventarisatie medische situatie

De volgende gegevens worden bij het schip opgevraagd:

  • Maritime Declaration of Health (MDoH);
  • lijst van personen die aan boord zijn en zijn geweest (crewlist);
  • medisch logboek (medical log);
  • reishistorie schip;
  • uitbraakprotocol maatschappij, indien beschikbaar.
     

Daarnaast is het belangrijk om na te gaan of bemanningsleden (eerder) getest zijn op SARS-CoV-2 en wanneer, welke test is uitgevoerd, en welke laboratoria zijn betrokken.

Informeer ook of er contact is geweest met de Radio Medische Dienst (RMD) en waarom. Is eerder contact geweest met buitenlandse autoriteiten inzake de verdenking of besmetting, vraag dan de communicatie- en contactinformatie op.

1.2 Te nemen maatregelen

Maatregelen aan boord:

  • (Verdenking) van SARS-CoV-2 aan boord van een schip is geen reden tot het niet in een haven toelaten, tenzij lokaal specifieke redenen bestaan.
  • Bemanningsleden met klachten gaan in isolatie. Dit houdt in dat men in de eigen hut blijft. Deze worden op SARS-CoV-2 getest door middel van een gevalideerde test (PCR- of antigeentest)
  • Tot de testuitslag bekend is, blijft het hele schip in quarantaine (de gehele bemanning blijft op het schip). Bemanningsleden gaan niet van boord.
  • Er is extra aandacht voor coronamaatregelen aan boord (hand/hoesthygiëne, anderhalve meter afstand onderling).
  • Er worden niet onnodig mensen aan boord gelaten. Indien er toch mensen aan boord moeten (bevoorrading, loodswezen) dan kan dit in overleg worden toegelaten. Deze personen moeten dan zoveel als mogelijk buiten (niet in vertrekken) blijven, op anderhalve meter afstand van het scheepspersoneel. Zij dragen een mondneusmasker type IIR. Er moet exact worden bijgehouden wie aan boord komt in de passagierslijst.
  • Lading mag worden gelost. Bij twijfel over veiligheid bij het overslaan van vis of levensmiddelen kan er worden overlegd met de NVWA of de LCI

Er is een informatiebrief (op Kustwacht.nl) beschikbaar over algemene hygiëneadviezen en wat te doen bij een verdenking van COVID-19 op zee en in of bij het aanlopen van de haven. GGD Amsterdam heeft een advies opgesteld voor veilig werken aan boord van een vrachtschip in quarantaine.

Overweeg in het geval van een schip met in Nederland woonachtige opvarenden alleen de mogelijkheden voor isolatie of quarantaine op het woonadres of een alternatieve locatie wanneer de benodigde maatregelen goed kunnen worden uitgevoerd zowel bij het vervoer als op locatie.

Indien de testuitslag van alle bemanningsleden met klachten die kunnen passen bij COVID-19 negatief is, dan vervallen de beperkingen en wordt quarantaine van het schip opgeheven.

2. Een of meerdere bemanningsleden worden positief getest op SARS-CoV-2

2.1 Te nemen maatregelen

  • Positief geteste bemanningslid gaat in isolatie: het bemanningslid blijft te allen tijde in zijn eigen hut gedurende de isolatieperiode.
  • De hele bemanning wordt getest op SARS-CoV-2 doormiddel van een gevalideerde test (nulmeting)
  • Het schip blijft in quarantaine. De GGD adviseert aan de rederij of agent over het uit te voeren beleid of voert BCO uit. Voor overwegingen over quarantaine zie paragraaf 3
  • De rederij wordt verzocht een lijst bij te houden van alle opvarenden met informatie over periode doorgebracht aan boord, land van afkomst, eventuele klachten, testen, uitslagen en maatregelen

2.2 Informeren van ketenpartners en melden aan instanties

Overweeg welke ketenpartners geïnformeerd moeten worden. De volgende ketenpartners worden door de GGD geïnformeerd wanneer COVID-19 aan boord wordt vastgesteld:

  • havencoördinatiecentrum / havenautoriteit;
  • veiligheidsregio;
  • instanties die mogelijk aan boord moeten zijn;
  • marechaussee (bij aan wal laten gaan van bemanningsleden voor testen of isolatie/quarantaine). Zie paragraaf 7.1;
  • de afdeling THZ/ship sanitation binnen de GGD wanneer deze niet al betrokken is;
  • instanties die al aan boord zijn geweest. 

Uitbraken op schepen worden door de GGD gemeld aan de LCI. Aanbevolen wordt om de uitbraak ook melden in SIS (SHIPSAN ACT Information System). SIS is tijdens de pandemie slechts beperkt in gebruik en is alleen een aanvulling op reguliere communicatie.

3. Bron- en contactonderzoek aan boord en quarantainemaatregelen

Een onderscheid wordt gemaakt tussen schepen met minder of meer dan 20 opvarenden. De laatste categorie betreft veelal grotere vissersschepen, schepen met verwerkingscapaciteit, werkschepen en -platforms en onderzoeksschepen. De grens van 20 opvarenden is indicatief. Voor veerboten, zie paragraaf 6.

3.1 Een schip met een bemanning van 20 opvarenden of minder

Het advies is om op een schip met een bemanning van 20 opvarenden of minder alle opvarenden te beschouwen als nauwe contacten van de index (categorie 1- of categorie 2-contacten). Er zijn twee opties om de quarantaine in te stellen:

  • De contacten kunnen op het schip vrij bewegen zolang het schip in quarantaine is, zodat het schip draaiende kan worden gehouden. Hierbij bestaat kans op langduriger casuïstiek aan boord wanneer een of meerdere nieuwe positieve individuen worden geïdentificeerd. Deze overweging kan worden gemaakt, omdat het slechts een kleine bemanning betreft. De bemanningsleden dragen PBM (mondneusmasker type IIR)
  • Het is niet haalbaar dat alle contacten in individuele quarantaine op het schip gaan, omdat het schip dan niet draaiende kan worden gehouden. Daarom kan onderscheid worden gemaakt in de contacten, waarbij contacten die het meest nauw contact met de index hebben gehad (zoals hutgenoten) in individuele quarantaine op het schip gaan. Deze contacten blijven te allen tijde in de eigen hut en hebben geen contact meer met overige bemanningsleden. Eventueel kunnen afspraken worden gemaakt voor luchten op vaste tijden, met persoonlijke beschermmiddelen, zonder anderen te ontmoeten. De overige contacten kunnen vrij op het schip bewegen om het schip draaiende te houden. Zij dragen mondneusmasker type IIR. Het onderscheid maken tussen de contacten die in individuele quarantaine gaan en de contacten die vrij op het schip kunnen bewegen vereist maatwerk
  • Betreft het een schip met in Nederland woonachtige opvarenden, overweeg dan alleen mogelijkheden voor isolatie of quarantaine op het woonadres of een alternatieve locatie wanneer bij zowel vervoer als op locatie benodigde maatregelen goed kunnen worden uitgevoerd.

3.2 Een schip met een bemanning van meer dan 20 opvarenden

Het advies is om bij een schip met een bemanning van meer dan 20 opvarenden de volgende overwegingen in acht te nemen:

  • Beschouw in ieder geval de eventuele hutgenoten en het team waarin het positief geteste bemanningslid werkt te zien als nauwe contacten van de index (categorie 1- of 2-contacten). Daarnaast dienen overige categorie 2-contacten binnen de bemanning te worden geïdentificeerd. In verband met hoge attack rate aan boord van schepen is het advies bij twijfel over blootstelling de contacten toe te wijzen aan categorie 2-contacten.
  • Al deze nauwe contacten gaan in individuele quarantaine, waarbij elk nauw contact in zijn eigen hut blijft en geen contact meer heeft met overige bemanningsleden. Reden hiervoor is dat er anders een te groot risico is op langduriger casuïstiek aan boord bij een grote bemanning. Ook wordt eigen sanitair toegewezen wanneer de hut hier niet over beschikt. Eventueel kunnen afspraken worden gemaakt voor luchten op vaste tijden, met persoonlijke beschermmiddelen, zonder anderen te ontmoeten.
  • De rest van de bemanning wordt beschouwd als categorie 3-contact zolang deze aan boord verblijft. Zij mogen zich vrij op het schip bewegen om het schip draaiende te houden. Zij dragen PBM (mondneusmasker type IIR).
  • Het hele schip blijft in quarantaine. Ook de categorie 3-contacten, die weliswaar niet in individuele quarantaine in hun eigen hut zitten, dienen op het schip te blijven. Deze overwegingen gelden omdat er doorgaans een hoge attack rate op schepen is
  • Betreft het een schip met in Nederland woonachtige opvarenden, overweeg dan alleen mogelijkheden voor isolatie of quarantaine op het woonadres of een alternatieve locatie wanneer bij zowel vervoer als op locatie benodigde maatregelen goed kunnen worden uitgevoerd.

4. Testbeleid: opvolgen met vijfdaagse testrondes

De voltallige bemanning wordt bij de nulmeting getest op SARS-CoV-2 met een gevalideerde test.

  • Alle positief geteste bemanningsleden gaan in isolatie. Dit kan aan boord in de eigen hut zijn, maar er kan ook overwogen worden de positief geteste bemanningsleden aan wal in isolatie te laten gaan (zie paragraaf 7.1).
  • Alle negatief geteste bemanningsleden blijven op het schip en houden zich aan de quarantaine (zie paragraaf 3).

Vijf dagen na de nulmeting worden alle negatief geteste bemanningsleden opnieuw getest.

  • Vijf dagen na de nulmeting wordt quarantaine opgeheven van alle negatief geteste bemanningsleden die asymptomatisch zijn. Er dient dan wel scherpe aandacht te zijn voor nieuwe gevallen. Zie paragraaf 7.2 voor overwegingen om de quarantaine toch tien dagen te laten duren.
  • Als er weer bemanningsleden positief worden getest, gaan zij in isolatie (aan wal of in eigen hut) en volgt na vijf dagen opnieuw een testronde, etc.

Deze vijfdaagse testrondes gaan door totdat er bij een testronde geen positieve uitslagen meer zijn.

Het is in principe niet toegestaan om nieuwe bemanningsleden aan boord te laten terwijl het schip in quarantaine is. Men kan er wel voor kiezen de gehele bemanning te vervangen. Zie voor overwegingen rondom het vervangen van bemanning paragraaf 7.3.

5. Wanneer mag het schip uitvaren?

5.1 Algemene uitgangspunten

Het schip mag uitvaren als alle positief geteste bemanningsleden ofwel van boord zijn gegaan ofwel inmiddels uit isolatie zijn, en als de negatief geteste bemanningsleden hun quarantaineperiode hebben doorgebracht (zie paragraaf 7.2 over overwegingen rondom de duur van de quarantaine). De uitbraak mag dan als voorbij worden beschouwd en aan het schip mag free pratique worden verleend. Vanzelfsprekend mag een schip ook uitvaren als de gehele bemanning is gewisseld.

5.2 Uitvaren met bemanningsleden in quarantaine of isolatie aan boord

In principe kan een schip niet uitvaren als er bemanningsleden aan boord zijn die nog in isolatie zitten of hun quarantaineperiode nog niet hebben volbracht. Als een schip toch wil uitvaren, moet dit worden overlegd met de LCI en moet in ieder geval aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • Alle bemanningsleden die nog in isolatie of quarantaine zijn blijven te allen tijde in hun eigen hut. De isolatie mag pas worden opgeheven volgens de adviezen in de COVID-19-richtlijn. Voor overwegingen rondom het opheffen van quarantaine zie paragraaf 7.2.
  • Er is een klinische inschatting gemaakt dat de bemanningsleden in isolatie of quarantaine geen grote kans hebben op een ernstig verloop van COVID-19, omdat men op zee niet goed medisch kan ingrijpen. Dit geldt zowel voor de reeds positief geteste bemanningsleden als de bemanningsleden die nog in quarantaine verblijven. De inschatting wordt bij voorkeur door een arts gemaakt, maar de verantwoordelijkheid hiervoor kan bij de rederij worden gelaten. De rederij wordt gewezen op de kans van het op zee (nog) zieker worden van deze bemanningsleden en daarmee op de verantwoordelijkheid van goed werkgeverschap.
  • Een volgende haven wordt door de rederij geïnformeerd en akkoord wordt voor uitvaren gevraagd. De rederij levert betrokken contactgegevens in die haven aan waarmee de GGD deze afspraak kan verifiëren.
  • In principe blijft het schip in Nederlandse wateren, tenzij buitenlandse autoriteiten waarvan de wateren worden aangedaan worden geïnformeerd over de aanwezigheid van positief geteste bemanningsleden en/of bemanningsleden in quarantaine. Dit gebeurt door middel van contact tussen de GGD en de buitenlandse Port health Authority of via EWRS/NFP. Een melding aan een volgende haven via SIS wordt geadviseerd.
  • Lokale stakeholders die met het uitvarende schip te maken kunnen krijgen worden geïnformeerd. Dit betreft ook het loodswezen.

Voor maatregelen wanneer een schip zonder overleg of tegen advies in toch uitvaart, zie paragraaf 7.7.

6. Aanvullende adviezen voor veerboten

Bij veerboten verschilt de situatie van andere schepen, omdat hier ook passagiers aan boord zijn. Ook bij veerboten is het belang om te blijven varen duidelijk aanwezig, maar moet met zorgvuldigheid worden omgegaan met de COVID-19-maatregelen en mogelijk besmette bemanningsleden/passagiers.

In het algemeen geldt dat het personeel van de veerboot zoveel mogelijk het contact met passagiers beperkt.

6.1 Positief geteste bemanningsleden en hun contacten

  • Positief geteste bemanningsleden gaan aan wal in isolatie zodat het schip verder kan varen. Ook alle categorie 1- en categorie 2-contacten van positief geteste bemanningsleden gaan bij voorkeur aan wal in quarantaine.
  • Bij zwaarwegende redenen kunnen categorie 1- of categorie 2-contacten van positief geteste bemanningsleden aan boord blijven na overleg met GGD. Plaats deze personen dan op een separate gang of verdieping. De haven van aankomst wordt hierover geïnformeerd.
  • Voor personeel op veerboten geldt dat er altijd tien dagen quarantaine moet worden aangehouden onafhankelijk van een negatieve SARS-CoV-2-test op dag 5 (zie paragraaf 7.2).

6.2 Uitbraaksituatie onder personeel van veerboten

Wanneer een uitbraaksituatie onder personeel van een veerboot ontstaat en de veerboot in functie blijft varen, wordt geadviseerd een multidisciplinair overleg met betrokken stakeholders in te stellen om maatregelen vast te stellen. Betrek daarbij havenautoriteiten, veerbootmaatschappij, veiligheidsregio en LCI. Overweeg in aanvulling op beleid uit de voorgaande paragrafen:

  1. aangescherpte maatregelen te nemen voor passagiers, waaronder het dragen van mondneusmasker type IIR, die door de maatschappij worden verstrekt;
  2. cateringvoorzieningen aan te passen;
  3. alleen vrachtwagens en chauffeurs te vervoeren;
  4. alleen trailers te vervoeren (en dus geen chauffeurs);
  5. de hele bemanning te vervangen;
  6. de veerboot uit de vaart te nemen.

6.3 Positieve passagiers

Indien bleek dat op een veerboot passagiers aan boord waren die later positief zijn getest, moet er bron- en contactopsporing worden verricht onder de passagiers. Hiervoor kunnen eventueel de passenger locator forms worden opgevraagd.

Overige contacten, de rest van de passagiers en bemanning, moeten door de rederij worden geïnformeerd. Een brief voor het informeren van deze mensen wordt beschikbaar gesteld door de GGD.

7. Algemene aandachtspunten en overwegingen

7.1 Het aan wal gaan van bemanning

Er zijn verschillende situaties denkbaar waarbij bemanning aan wal gaat. Denk hierbij aan:

  • het testen van de bemanning in een GGD-teststraat;
  • positief geteste bemanningsleden die van boord worden gehaald om aan wal in isolatie te gaan;
  • negatief geteste bemanningsleden die aan wal in quarantaine gaan om later nieuwe bemanning te kunnen vormen; 
  • het wisselen van de gehele bemanning waarbij de oude bemanning in isolatie (bij nulmeting positief geteste bemanningsleden) of in quarantaine (bij nulmeting negatief geteste bemanningsleden) aan wal gaat.

Wanneer het personen betreft met een niet EU-nationaliteit moet overlegd worden met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de marechaussee. De rederij is primair verantwoordelijk voor het vinden van een verblijfplaats. Indien dit niet lukt, kan de Veiligheidsregio hierin faciliteren.

Voor informatie hoe om te gaan met het vervoer van bemanningsleden met of verdacht van COVID-19 naar een locatie aan de wal, zie de LCI-bijlage Noodzakelijk zittend vervoer.

7.2 Overwegingen rondom duur van quarantaine

In principe geldt volgens de Nederlandse COVID-19-richtlijn dat een contact dat in quarantaine is geplaatst op dag 5 na instellen van de quarantaine kan worden getest op SARS-CoV-2. Bij een negatieve testuitslag kan dan de quarantaine worden opgeheven. Men moet vervolgens wel alert blijven op het ontstaan van nieuwe klachten mogelijk passend bij COVID-19 na dag 5.

Het advies is om op schepen te overwegen 10 dagen quarantaine aan te houden, ongeacht een eventuele negatieve testuitslag op dag 5. Dit omdat er een kleine kans is dat iemand toch nog na dag 5 COVID-19 ontwikkelt. Dat is onwenselijk als een schip inmiddels is uitgevaren, omdat dan niet meteen een nieuwe test kan worden afgenomen en omdat medisch ingrijpen op zee niet goed mogelijk is.

Dit advies om 10 dagen quarantaine aan te houden geldt des te meer voor schepen die een lange/internationale reis gaan maken. Houd rekening met andere regels omtrent quarantaine in omringende landen. In niet alle omringende landen wordt deze 5-dagen regel gehanteerd. Voor passagiersvaart (net als bij luchtvaart) geldt altijd dat men 10 dagen quarantaine aanhoudt voor bemanningsleden.

7.3 Het vervangen van bemanning

Er bestaat een hoog risico op voortgaande transmissie wanneer nieuwe bemanningsleden aan boord worden gelaten ter vervanging van bemanningsleden die in isolatie of quarantaine aan wal gaan, omdat het hele schip nog steeds in quarantaine is geplaatst. Kies hier, buiten uitzonderlijke gevallen, niet voor. Als er teveel bemanningsleden in individuele quarantaine en/of isolatie zitten (aan wal of aan boord) zodat de dagelijkse bezigheden op het schip in gevaar komen, of wanneer het belang om uit te varen zwaarwegend wordt bevonden door ketenpartners, bespreek dan mogelijkheden de hele bemanning te vervangen.

Men kan er voor kiezen de gehele bemanning te vervangen. De hele bemanning gaat van boord en gaat aan wal in isolatie (positief geteste bemanningsleden) of quarantaine (negatief geteste bemanningsleden) (zie ook paragraaf 7.1). Het schip wordt gereinigd en een nieuwe bemanning gaat aan boord. Hier kunnen bemanningsleden deel uit van maken die reeds klachtenvrij zijn of die de quarantaineperiode hebben doorgebracht. Met name bij werk-, vissers- en verwerkingsschepen met een Nederlandse thuishaven kan deze optie haalbaar zijn.

7.4 Verhalen van een schip

Het verhalen van het schip in quarantaine kan alleen in afstemming met havenautoriteiten en met de GGD. Verhalen kan gebeuren door de bemanning die niet in afzonderlijke quarantaine verblijft. Wanneer bemanning die in quarantaine verblijft wordt ingezet moeten specifieke afspraken worden gemaakt over werkzaamheden en maatregelen aan boord en moeten persoonlijk beschermingsmiddelen worden gebruikt. Contact met derden wordt vermeden.

7.5 Repatriëring van bemanningsleden

Negatief geteste afstappende bemanning mag naar huis als zij in quarantaine hebben gezeten en op de vijfde dag na contact met een positief besmet bemanningslid negatief worden getest. Verwijs naar overheidsinformatie over reizen vanuit Nederland voor meer informatie.

7.6 Bron- en contactonderzoek bij schepen die voor anker liggen voor de Nederlandse kust, boorplatforms en werkschepen met permanente locatie op zee

Bron- en contactonderzoek wordt uitgevoerd door de GGD waar personen aanlanden. Bij boorplatforms en werkschepen met permanente locatie op zee wordt BCO uitgevoerd door de GGD waar transportschip aanmeert of helikopter landt. BCO rondom transport in een helikopter wordt uitgevoerd net als bij een vliegtuig.

7.7 Wat als een schip tegen advies in uitvaart?

Als een schip tegen de adviezen zoals beschreven in paragraaf 5.2 uitvaart, moeten relevante ketenpartners en de LCI worden geïnformeerd (zie ook paragraaf 2.2). Ruim voor aankomst wordt door de GGD de Port Health Authority van de haven van bestemming op de hoogte gebracht. Wanneer dit contact niet tijdig tot stand komt, wordt in overleg met de LCI een EWRS/NFP-bericht verstuurd.

7.8 Wettelijk kader: opleggen dwingende maatregelen

Er bestaan mogelijkheden tot het opleggen van dwingende maatregelen (testen, quarantaine, isolatie, uitvaarverbod). In dit document volstaan wij door te verwijzen naar de Wet publieke gezondheid (Wpg), artikel 47, 50, 51 en 53.

7.9 Ship Sanitation Certificaten

Het Ship Sanitation Certificate (SSCEC) kan in geval van uitbraak worden opgevraagd ter ondersteuning van de inschatting van de eerder genomen maatregelen aan boord. Schepen mogen ten tijde van de pandemie een verlengd certificaat voeren dat maandelijks kan worden verlengd. Zie www.who.int joint statement on medical-certificates of seafarers ship sanitation certificates.

7.10 Onderzoek aan boord door de GGD

Wanneer voor uitbraakbestrijding onderzoek aan boord nodig is gelden hiervoor de algemene voorschriften voor het dragen van PBM. Geadviseerd wordt een Ship Sanitation Inspecteur te betrekken bij het onderzoek aan boord.

7.11 Cruiseschepen

Op dit moment is cruisevaart met passagiers zowel op zee als op de binnenwateren niet mogelijk. Voor de beide categorieën zijn op Europees niveau separate adviezen in ontwikkeling. Deze richtlijn richt zich niet op het bestrijden van uitbraken op cruiseschepen met passagiers. Nederland kan worden aangedaan door cruiseschepen die varen met bemanningsleden en onderhoudspersoneel. Dit kan om relatief grote aantallen gaan. De richtlijn is hier wel van toepassing. 

7.12 Communicatie via het ShipSan information System (SIS)

Voor communicatie tussen Europese havengezondheidsdiensten inzake casuïstiek op passagiersschepen zal SIS opnieuw in gebruik genomen worden.  In aanvulling op reguliere contactmethoden zijn hier formulieren beschikbaar waarbij gedetailleerdere informatie betreffende een maritieme casus gedeeld kan worden. Deze informatie is daarmee beschikbaar voor elke (nieuw) betrokken autoriteit. In aanloop naar een toename van passagiervaart is het belangrijk dat betrokken GGD medewerkers toegang hebben tot SIS https://sis.shipsan.eu/. SIS kan hiervoor vanaf heden worden gebruikt.

Bronnen

Versiebeheer

  • 15-04-2021: Het advies voor communicatie bij een schip dat tegen advies uitvaart is aangepast. Advies voor het gebruik van de webapplicatie SIS voor communicatie tussen havenautoriteiten bij casuïstiek in de passagiervaart is toegevoegd. 26-02-2021: Vernieuwd naar aanleiding van diverse recente casuïstiek. De bijlage behandelt nu ook situaties op andere schepen dan vrachtschepen (zoals vissersschepen en veerboten). De bijlage is als stappenplan ingericht en gaat ook in op afwijkende situaties, zoals het verwisselen van gehele bemanningen, het moeten uitvaren van een schip met personen in quarantaine of isolatie, en het opleggen van dwingende maatregelen.
  • 19-08-2020: Op basis van het OMT-advies is de quarantaineperiode bekort van 14 naar 10 dagen, gerekend vanaf het laatste risicovolle contact of moment van mogelijke besmetting. Uit de nieuwste gegevens van het Nederlandse bron- en contactonderzoek blijkt: van alle contacten van een besmette patiënt die later zelf ziek werden, kreeg 99% COVID-19-klachten binnen 10 dagen na het laatste risicovolle contact.
  • 12-06-2020: De bijlage is aangepast aan het nieuwe BCO-protocol.
  • 14-04-2020: Eerste versie.