(Verdenking) COVID-19 op schepen en in havens

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie: 12 oktober 2021 (versiebeheer zie onderaan pagina)

Achtergrond

Maritieme casuïstiek op het gebied van COVID-19 kenmerkt zich door een multidisciplinair karakter, internationale componenten en omstandigheden die gepaard gaan met verhoogde kans op transmissie. De respons vereist in veel gevallen een aanpak op maat. Nederlandse havens worden geacht een schip met COVID-19-verdenkingen aan boord te kunnen ontvangen en kunnen acteren wanneer een schip een haven (nog) niet heeft aangedaan. Dit adviesdocument is opgesteld om de GGD te ondersteunen bij maritieme casuïstiek bij beroepsmatige vaart, niet zijnde cruisevaart. Overleg met de LCI is laagdrempelig mogelijk.

Indienen Maritime Declaration of Health

Van ieder schip dat een internationale reis maakt en van vissersschepen die een meerdaagse reis maken moet de Maritime Declaration of Health (MDoH) voor binnenkomst actief worden opgevraagd door de havenautoriteiten. Schepen die geen internationale reis maken (geen haven in het buitenland aandoen), waar maximaal 10 opvarenden aan boord zijn en waar er geen bemanningswisseling plaatsvindt op zee of ankerplaats, hoeven alleen een MDoH voor binnenkomst in te dienen wanneer de havenautoriteit hierom verzoekt.

Wanneer er sprake is van (verdenking van) een COVID-besmetting moet alsnog een MDoH worden overhandigd aan de havenautoriteiten. Regionaal maakt de GGD met de havenautoriteiten afspraken over doorkoppeling naar de GGD en reactie bij een positieve MDoH.

Wanneer een MDoH nog niet beschikbaar of niet volledig is, moet de volgende informatie actief worden opgevraagd:

  • of er bemanningsleden zijn met klachten die kunnen passen bij COVID-19;
  • of er aan boord maatregelen zijn getroffen zoals isolatie van personen met klachten passend bij COVID-19 of quarantaine van nauwe contacten (categorie 1&2);
  • wat de vaccinatiestatus van de bemanningsleden/opvarenden is.

Indien er aan boord testen zijn uitgevoerd moet informatie m.b.t. de specifiek gebruikte testen worden opgevraagd:

  • wat voor testen (antigeentest, of evt. ‘point of care PCR-testen);
  • wanneer afgenomen en door wie zijn de testen uitgevoerd en beoordeeld;

Indien de MDoH negatief is/er geen bemanningsleden aan boord zijn met klachten die kunnen passen bij COVID-19 dan kan free pratique worden verleend.

Stappenplan bij (verdenking) COVID-19 aan boord van schepen in havens of Nederlandse wateren

1. Klachten passend bij COVID-19 bij bemanningsleden aan boord 

Als er sprake is van opvarenden aan boord met klachten passend bij COVID-19, dan gaan deze personen in isolatie conform het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 tot een testuitslag bekend is of tot advies van de GGD volgt. Dat betekent dat deze bemanningsleden niet aan wal mogen tenzij onder voorwaarden voor bezoek aan een teststraat, aan een isolatielocatie of voor medische hulp.

Informeer ook of er contact is geweest met de Radio Medische Dienst (RMD) en waarom. Is eerder contact geweest met buitenlandse autoriteiten inzake de verdenking of besmetting, vraag dan de communicatie- en contactinformatie op.

1.1 Te nemen maatregelen bij (verdenking van) COVID 19 aan boord

Op schepen kan in de basis het eigen protocol gevolgd worden bij verdenking, zolang dat ten minste de volgende te nemen stappen bevat:

  • Bemanningsleden met klachten gaan in isolatie- in de eigen hut met eigen sanitaire voorziening en zonder overige hutgenoten.
  • Zij worden z.s.m. op SARS-CoV-2 getest door middel van een gevalideerde test, PCR- of antigeentest.
  • De opvarenden wachten aan boord de uitslag van de test af.
  • I.o.m. GGD worden isolatie- en quarantaineadviezen gegeven met Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 als uitgangspunt.
  • Bij (verdenking van) besmettingen aan boord worden alleen strikt noodzakelijke mensen aan boord gelaten, zoals loods. Wanneer er door deze personen geen anderhalve meter afstand kan worden gehouden van de bemanning aan en de situatie nog niet in kaart is qua besmettingen wordt PBM (in ieder geval type IIR-mondneusmasker) geadviseerd. Bij werkzaamheden in binnenruimtes kan een medisch mondneusmasker worden geadviseerd. Er moet exact in de passagierslijst worden bijgehouden wie aan boord komt en wie het schip verlaat.
  • Voor het nemen van maatregelen aan boord kan worden verwezen naar het Advies voor veilig werken aan boord van schepen in quarantaine van GGD Amsterdam.
  • Lading mag in afwachting van testuitslagen worden gelost wanneer er daarbij geen contact hoeft te worden gemaakt door walpersoneel met bemanning (zoals bij containeroverslag, tankers). Bij twijfel over veiligheid bij het overslaan van vis of levensmiddelen kan er worden overlegd met de NVWA of de LCI
  • Lokale ketenpartners worden geïnformeerd wanneer hier aanleiding toe bestaat, zie paragraaf 2.3.
  • De kapitein of rederij wordt gevraagd aan te geven of bemanningsleden (eerder) getest zijn op SARS-CoV-2 en wanneer, welke test is uitgevoerd, en welke laboratoria zijn betrokken. Ook is het van belang in kaart te brengen of de bemanningsleden wel of niet immuun zijn.

 

Indien de testuitslag van alle bemanningsleden met klachten die kunnen passen bij COVID-19 negatief is, dan vervallen de beperkingen en wordt isolatie van bemanningsleden voor wie dat van toepassing is van het schip opgeheven.

2. Een of meerdere bemanningsleden worden positief getest op SARS-CoV-2

2.1 Opvragen gegevens en inventarisatie medische situatie

De volgende gegevens worden bij het schip / agentschap opgevraagd:

  • Maritime Declaration of Health (MDoH);
  • lijst van personen die aan boord zijn en zijn geweest (crewlist);
  • medisch logboek (medical log);
  • reishistorie schip;
  • plannen met de bemanning, gepande af- en aanmonsteringen, reisschema.
  • uitbraakprotocol maatschappij indien beschikbaar.

2.2 Te nemen maatregelen

  • Positief getest bemanningslid gaat in isolatie. Het bemanningslid blijft te allen tijde in een eenpersoonshut gedurende de isolatieperiode.
  • Alle categorie 1- en 2-contacten, ook immune, worden getest op SARS-CoV-2 door middel van een gevalideerde test: direct (nulmeting) en op dag 5. 
  • Overweeg bij een onduidelijk beeld van het aantal nauwe contacten om laagdrempelig alle categorie 3-contacten te testen. Zie ook paragraaf 3.1 en 3.2.
  • Opvarenden die niet in isolatie of quarantaine hoeven (immune categorie 1-, 2- en 3- contacten en eventueel niet-immune categorie 3-contacten) kunnen zich vrij bewegen over het schip en van boord gaan. Hen wordt wel aangeraden om zo veel mogelijk afstand te bewaren tot anderen. Mocht dat niet kunnen door bepaalde werkzaamheden die verricht moeten worden, dan wordt aangeraden om of een mondneusmaker type IIR te dragen of om andere werkzaamheden te verrichten. Wanneer omstandigheden een met hoog risico op transmissie gepaard gaan overweeg dan te adviseren om ook in quarantaine te gaan.
  • Er is extra aandacht voor de standaard maatregelen en instructie aan boord (hand-/hoesthygiëne, isolatie en eerder testen bij klachten), zie hiervoor ook het advies van GGD Amsterdam.

2.3 Informeren van ketenpartners en melden aan instanties

Overweeg welke ketenpartners geïnformeerd moeten worden. De volgende ketenpartners worden door de GGD geïnformeerd wanneer COVID-19 aan boord wordt vastgesteld of wanneer sprake is van een uitbraak:

  • havencoördinatiecentrum/havenautoriteit;
  • veiligheidsregio;
  • instanties die mogelijk aan boord moeten zijn;
  • instanties die al aan boord zijn geweest; 
  • marechaussee (bij aan wal laten gaan van bemanningsleden voor testen of isolatie/quarantaine) zie paragraaf 7.1;
  • de afdeling THZ/ship sanitation binnen de GGD wanneer deze niet al betrokken is;
  • LCI

Aanbevolen wordt om de uitbraak ook te melden in SIS (SHIPSAN ACT Information System). SIS is tijdens de pandemie slechts beperkt in gebruik en is alleen een aanvulling op reguliere communicatie.

3. Bron- en contactonderzoek aan boord en quarantainemaatregelen

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen schepen met minder of meer dan 20 opvarenden. De laatste categorie betreft veelal grotere vissersschepen, schepen met verwerkingscapaciteit, werkschepen en -platforms en onderzoeksschepen. De grens van 20 opvarenden is indicatief. Voor veerboten zie paragraaf 6.

3.1 Een schip met een bemanning van 20 opvarenden of minder

Het advies is om op een schip met een bemanning van 20 opvarenden of minder alle opvarenden te beschouwen als nauwe contacten van de index (categorie 1- of categorie 2-contacten). Er zijn meerdere opties om de quarantaine in te stellen:

  • Wanneer het schip draaiende gehouden moet worden, worden opvarenden die aan het werk blijven als groep gecohorteerd. Hierbij bestaat uiteraard kans op langduriger casuïstiek aan boord wanneer een of meerdere nieuwe positieve individuen worden geïdentificeerd. Advies in die situatie om mondneusmaskers door alle opvarenden te dragen tijdens het werk. De niet-immune bemanningsleden dragen dan ten minste mondneusmasker type IIR)
  • Niet-immune categorie 1- en 2-contacten gaan in individuele quarantaine. Immune categorie 1- en 2- contacten wordt-aangeraden om zo veel mogelijk afstand te bewaren tot anderen. Mocht dat niet kunnen dan wordt geadviseerd een mondneusmaker type IIR te dragen of om andere werkzaamheden te verrichten.  
  • Wanneer omstandigheden een met hoog risico op transmissie gepaard gaan overweeg dan te adviseren om ook in quarantaine te gaan.
  • De contacten die wel in quarantaine moeten, blijven te allen tijde in de eigen hut (alléén, όf indien ze geen eigen hut hebben, in een speciaal voor quarantaine gereserveerde hut) en hebben geen contact meer met overige bemanningsleden. Eventueel kunnen afspraken worden gemaakt voor luchten op vaste tijden, met mondneusmasker, zonder anderen te ontmoeten.
  • De overige contacten kunnen vrij op het schip bewegen om het schip draaiende te houden.
  • Betreft het een schip met in Nederland woonachtige opvarenden, overweeg dan alleen mogelijkheden voor isolatie of quarantaine op het woonadres of een alternatieve locatie wanneer bij zowel vervoer als op locatie benodigde maatregelen goed kunnen worden uitgevoerd.
  • Voor testbeleid (nulmeting, dag 5-test) bij de diverse categorieën contacten, zie paragraaf 4.

Het onderscheid maken tussen de niet immune contacten die in individuele quarantaine gaan en de contacten die vrij op het schip kunnen bewegen vereist maatwerk

3.2 Een schip met een bemanning van meer dan 20 opvarenden

Het advies is om bij een schip met een bemanning van meer dan 20 opvarenden de volgende overwegingen in acht te nemen:

  • Beschouw in ieder geval de eventuele hutgenoten en het team waarin het positief geteste bemanningslid werkt te zien als nauwe contacten van de index (categorie 1- of 2-contacten). Daarnaast dienen overige categorie 3-contacten binnen de bemanning te worden geïdentificeerd. In verband met hoge attack rate aan boord van schepen is het advies bij twijfel over blootstelling de contacten te beschouwen als categorie 2-contacten.
  • De niet-immune nauwe contacten gaan in individuele quarantaine, waarbij elk nauw contact in zijn eigen hut blijft (όf indien geen eigen hut, in een speciaal daartoe gereserveerde hut) en geen contact meer heeft met overige bemanningsleden. Reden hiervoor is dat er anders een te groot risico is op langduriger casuïstiek aan boord bij een grote bemanning. Ook wordt eigen sanitair toegewezen wanneer de hut hier niet over beschikt. Eventueel kunnen afspraken worden gemaakt voor luchten op vaste tijden, met persoonlijke beschermmiddelen, zonder anderen te ontmoeten.
  • De immune nauwe contacten kunnen zich vrij over het schip of daarbuiten bewegen. Hen wordt geadviseerd om anderhalve meter afstand te bewaren tot anderen. Mocht dat niet kunnen - dan wordt aangeraden om een mondneusmaker type IIR te dragen of om ook in quarantaine te gaan
  • De rest van de bemanning mag zich vrij op het schip bewegen om het schip draaiende te houden met inachtneming van hygiënemaatregelen en scheiding van de quarantaine/isolatie - bemanning
  • Voor wat betreft testbeleid (nulmeting, dag 5-test) bij de diverse categorieën contacten, zie paragraaf 4.
  • Betreft het een schip met in Nederland woonachtige opvarenden, overweeg isolatie of quarantaine op het woonadres of een alternatieve locatie alleen wanneer bij zowel vervoer als op locatie benodigde maatregelen goed kunnen worden uitgevoerd.

4. Testbeleid: opvolgen met vijfdaagse testrondes

De voltallige bemanning wordt bij de nulmeting getest op SARS-CoV-2 met een gevalideerde test.

  • Alle positief geteste bemanningsleden gaan in isolatie. Dit kan aan boord in de eigen hut zijn, maar er kan ook overwogen worden de positief geteste bemanningsleden aan wal in isolatie te laten gaan (zie paragraaf 7.1).
  • Alle negatief niet immune geteste bemanningsleden blijven op het schip en houden zich aan de quarantaine (zie paragraaf 3). Overweeg ook immune opvarenden tot dag 5 aan boord te laten.

Vijf dagen na de nulmeting worden de immune en niet-immune categorie 1- en 2-contacten getest. Geadviseerd wordt om ook de categorie 3 contacten te testen.

  • De quarantaine voor de bemanningsleden wordt opgeheven indien 5 dagen na de nulmeting de testuitslag negatief is. Er dient dan wel scherpe aandacht te zijn voor nieuwe gevallen. Zie paragraaf 7.2 voor overwegingen om de quarantaine toch tien dagen te laten duren.
  • Als er weer bemanningsleden positief worden getest, gaan zij in isolatie (aan wal of in eigen hut), niet immune categorie 1-2-contacten in quarantaine en volgt na vijf dagen opnieuw een testronde, etc.

Deze vijfdaagse testrondes gaan door totdat er bij een testronde geen positieve uitslagen meer zijn.

Overweeg geen of zo min mogelijk nieuwe bemanningsleden aan boord te laten terwijl een deel van de bemanning in quarantaine is. Men kan er wel voor kiezen de gehele bemanning te vervangen. Zie voor overwegingen rondom het vervangen van bemanning paragraaf 7.3.

5. Wanneer mag het schip uitvaren?

5.1 Algemene uitgangspunten

Het schip mag uitvaren als alle positief geteste bemanningsleden ofwel van boord zijn gegaan ofwel inmiddels uit isolatie zijn, en als de negatief geteste bemanningsleden hun quarantaineperiode hebben doorgebracht (zie paragraaf 7.2 over overwegingen rondom de duur van de quarantaine). Ook de immune bemanningsleden moeten op dag 5 negatief getest zijn De uitbraak mag dan als voorbij worden beschouwd en aan het schip mag free pratique worden verleend. Vanzelfsprekend mag een schip ook uitvaren als de gehele bemanning is gewisseld.

5.2 Uitvaren met bemanningsleden in quarantaine of isolatie aan boord

In principe kan een schip niet uitvaren als er bemanningsleden aan boord zijn die nog in isolatie zitten of hun quarantaineperiode nog niet hebben volbracht. Als een schip toch wil uitvaren, moet dit worden overlegd met de LCI en moet in ieder geval aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • Alle bemanningsleden die nog in isolatie of quarantaine zijn blijven te allen tijde in hun eigen hut. De isolatie mag pas worden opgeheven volgens de adviezen in de COVID-19-richtlijn. Voor overwegingen rondom het opheffen van quarantaine zie paragraaf 7.2.
  • Er is een klinische inschatting gemaakt dat de bemanningsleden in isolatie of quarantaine geen grote kans hebben op een ernstig verloop van COVID-19, omdat men op zee niet goed medisch kan ingrijpen. Dit geldt zowel voor de reeds positief geteste bemanningsleden in isolatie, als voor de bemanningsleden die nog in quarantaine verblijven. De inschatting wordt bij voorkeur door een arts gemaakt, maar de verantwoordelijkheid hiervoor kan bij de rederij worden gelaten. De rederij wordt gewezen op de kans van het op zee (nog) zieker worden van deze bemanningsleden en daarmee op de verantwoordelijkheid van goed werkgeverschap.
  • Een volgende haven wordt door de rederij geïnformeerd en akkoord wordt vόόr uitvaren gevraagd. De rederij levert betrokken contactgegevens in die haven aan waarmee de GGD deze afspraak kan verifiëren.
  • In principe blijft het schip in Nederlandse wateren, tenzij buitenlandse autoriteiten waarvan de wateren worden aangedaan worden geïnformeerd over de aanwezigheid van positief geteste bemanningsleden en/of bemanningsleden in quarantaine. Dit gebeurt door middel van contact tussen de GGD en de buitenlandse Port Health Authority of via EWRS/NFP. Een melding aan een volgende haven via SIS wordt geadviseerd.
  • Lokale stakeholders die met het uitvarende schip te maken kunnen krijgen worden geïnformeerd. Dit betreft ook het loodswezen.

Voor maatregelen wanneer een schip zonder overleg of tegen advies in toch uitvaart, zie paragraaf 7.7.

6. Aanvullende adviezen voor veerboten

Bij veerboten verschilt de situatie van andere schepen, omdat hier ook passagiers aan boord zijn. Ook bij veerboten is het belang om te blijven varen duidelijk aanwezig, maar moet met zorgvuldigheid worden omgegaan met de COVID-19-maatregelen en mogelijk besmette bemanningsleden/passagiers.

In het algemeen geldt dat het personeel van de veerboot zoveel mogelijk het contact met passagiers beperkt.

6.1 Positief geteste bemanningsleden en hun contacten

  • Positief geteste bemanningsleden gaan aan wal in isolatie zodat het schip verder kan varen. Ook alle niet-immune categorie 1- en categorie 2-contacten van positief geteste bemanningsleden gaan bij voorkeur aan wal in quarantaine.
  • Wanneer de GGD dit verantwoord acht kunnen niet-immune categorie 1- of categorie 2-contacten van positief geteste bemanningsleden aan boord blijven na overleg met GGD. Plaats deze personen dan op een separate gang of verdieping. De haven van aankomst wordt hierover geïnformeerd.
  • Voor niet immuun personeel op veerboten geldt dat er altijd tien dagen quarantaine moet worden aangehouden onafhankelijk van een negatieve SARS-CoV-2-test op dag 5 (zie paragraaf 7.2). Contacten op veerboten wordt geadviseerd geen werkzaamheden uit te voeren waarbij contact met passagiers bestaat.

6.2 Uitbraaksituatie onder personeel van veerboten

Wanneer een uitbraaksituatie onder personeel van een veerboot ontstaat en de veerboot in functie blijft varen, wordt geadviseerd een multidisciplinair overleg met betrokken stakeholders in te stellen om maatregelen vast te stellen. Betrek daarbij havenautoriteiten, veerbootmaatschappij, veiligheidsregio en LCI. Overweeg in aanvulling op beleid uit de voorgaande paragrafen:

  1. aangescherpte maatregelen te nemen voor passagiers, waaronder het dragen van mondneusmasker type IIR, die door de maatschappij worden verstrekt;
  2. cateringvoorzieningen aan te passen;
  3. alleen vrachtwagens en chauffeurs te vervoeren;
  4. alleen trailers te vervoeren (en dus geen chauffeurs);
  5. de hele bemanning te vervangen;
  6. de veerboot uit de vaart te nemen.

6.3 Positieve passagiers

Indien blijkt dat op een veerboot passagiers aan boord waren die later positief zijn getest, is bron- en contactopsporing worden onder de opvarenden geïndiceerd. Hiervoor kunnen eventueel de passenger locator forms worden opgevraagd. De GGD beoordeelt met de rederij of uitvoering an het onderzoek haalbaar is en kan besluiten beperkt of geen BCO uit te voeren.

Passagiers en bemanning, moeten kunnen de rederij worden geïnformeerd. Een brief voor het informeren van deze mensen wordt beschikbaar gesteld door de GGD.

7. Algemene aandachtspunten en overwegingen

7.1 Het aan wal gaan van bemanning

Er zijn verschillende situaties denkbaar waarbij bemanning aan wal gaat. Denk hierbij aan:

  • het testen van de bemanning in een GGD-teststraat;
  • positief geteste bemanningsleden die van boord worden gehaald om aan wal in isolatie te gaan;
  • negatief geteste bemanningsleden die aan wal in quarantaine gaan om later nieuwe bemanning te kunnen vormen; 

Wanneer het personen betreft met een niet EU-nationaliteit moet overlegd worden met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de marechaussee. De rederij / agentschap voor de bemanning is primair verantwoordelijk voor het vinden van een verblijfplaats. Met de GGD wordt beoordeeld of deze verblijfplaatsen geschikt zijn. Indien geen locatie wordt gevonden lukt, kan de Veiligheidsregio hierin faciliteren.

Voor informatie hoe om te gaan met het vervoer van bemanningsleden met of verdacht van COVID-19 naar een locatie aan de wal, zie de LCI-bijlage Noodzakelijk zittend vervoer.

7.2 Overwegingen rondom duur van quarantaine

In principe geldt volgens de Nederlandse COVID-19-richtlijn dat een contact dat in quarantaine is geplaatst op dag 5 na instellen van de quarantaine kan worden getest op SARS-CoV-2. Bij een negatieve testuitslag kan dan de quarantaine worden opgeheven. Men moet vervolgens wel alert blijven op het ontstaan van nieuwe klachten mogelijk passend bij COVID-19 na dag 5.

Het advies is om bij niet-immune opvarenden te overwegen 10 dagen quarantaine aan te houden, ongeacht een eventuele negatieve testuitslag op dag 5. Dit omdat er een kleine kans is dat iemand toch nog na dag 5 COVID-19 ontwikkelt. Dat is onwenselijk als een schip inmiddels is uitgevaren, omdat dan niet meteen een nieuwe test kan worden afgenomen en omdat medisch ingrijpen op zee niet goed mogelijk is, met name in trans-Atlantische vaart

Houd rekening met andere regels omtrent quarantaine in omringende landen. In niet alle omringende landen wordt deze 5-dagenregel gehanteerd. Voor passagiersvaart (net als bij luchtvaart) geldt een verscherpt quarantaineadvies voor niet-immune bemanningsleden.

7.3 Het vervangen van bemanning

Er bestaat een risico op voortgaande transmissie wanneer nieuwe bemanningsleden aan boord worden gelaten ter vervanging van bemanningsleden die in isolatie of quarantaine aan wal gaan. Als er teveel bemanningsleden in individuele quarantaine en/of isolatie zitten (aan wal of aan boord) zodat de dagelijkse bezigheden op het schip in gevaar komen, of wanneer het belang om uit te varen zwaarwegend wordt bevonden door ketenpartners, bespreek dan mogelijkheden de hele bemanning te vervangen. Het schip wordt voor de nieuwe bemanning aan boord gaat extra gereinigd (deep clean).

Bemanningsleden die reeds klachtenvrij zijn of die de quarantaineperiode hebben doorgebracht kunnen weer deel uitmaken van de nieuwe bemanning Met name bij werk-, vissers- en verwerkingsschepen met een Nederlandse thuishaven kan deze optie haalbaar zijn.

7.4 Verhalen van een schip

Het verhalen van het schip in quarantaine kan alleen in afstemming met havenautoriteiten en met de GGD. Verhalen kan gebeuren door de bemanning die niet in afzonderlijke quarantaine verblijft. Wanneer bemanning die in quarantaine verblijft wordt ingezet moeten specifieke afspraken worden gemaakt over werkzaamheden en maatregelen aan boord en moeten persoonlijk beschermingsmiddelen worden gebruikt. Contact met derden wordt vermeden.

7.5 Repatriëring van bemanningsleden

Negatief geteste afstappende niet-immune bemanning mag naar huis als zij in quarantaine hebben gezeten en op de vijfde dag na contact met een positief besmet bemanningslid negatief worden getest.

Immune bemanning mag naar huis indien de nulmeting negatief is na contact met een positief besmet bemanningslid. Op dag 5 volgt wel een additionele meting en moet het bemanningslid in isolatie indien deze positief is. Ten alle tijden wordt er getest bij het ontstaan van klachten. Verwijs naar overheidsinformatie over reizen vanuit Nederland voor meer informatie.

7.6 Bron- en contactonderzoek bij schepen die voor anker liggen voor de Nederlandse kust, boorplatforms en werkschepen met permanente locatie op zee

Bron- en contactonderzoek wordt uitgevoerd door de GGD waar personen aanlanden. Bij boorplatforms en werkschepen met permanente locatie op zee wordt BCO uitgevoerd door de GGD waar transportschip aanmeert of helikopter landt. De GGD kan aan een lokale partij, zoals een arts op locatie, een deel hiervan overdragen. BCO rondom transport in een helikopter wordt uitgevoerd net als bij een vliegtuig.

7.7 Wat als een schip tegen advies in uitvaart?

Als een schip tegen de adviezen zoals beschreven in paragraaf 5.2 uitvaart, moeten relevante ketenpartners en de LCI worden geïnformeerd (zie ook paragraaf 2.2). Ruim voor aankomst wordt door de GGD de Port Health Authority van de haven van bestemming op de hoogte gebracht. Wanneer dit contact niet tijdig tot stand komt, wordt in overleg met de LCI een EWRS/NFP-bericht verstuurd.

7.8 Wettelijk kader: opleggen dwingende maatregelen

Er bestaan mogelijkheden tot het opleggen van dwingende maatregelen (testen, quarantaine, isolatie, uitvaarverbod). In dit document volstaan wij door te verwijzen naar de Wet publieke gezondheid (Wpg), artikel 47, 50, 51 en 53.

7.9 Ship Sanitation Certificaten

Het Ship Sanitation Certificate (SSCEC) kan in geval van uitbraak worden opgevraagd ter ondersteuning van de inschatting van de eerder genomen maatregelen aan boord. Schepen mogen ten tijde van de pandemie een verlengd certificaat voeren dat maandelijks kan worden verlengd. Zie www.who.int joint statement on medical-certificates of seafarers ship sanitation certificates.

7.10 Onderzoek aan boord door de GGD

Wanneer voor uitbraakbestrijding onderzoek aan boord nodig is gelden hiervoor de algemene voorschriften voor het dragen van PBM. Geadviseerd wordt een Ship Sanitation Inspecteur te betrekken bij het onderzoek aan boord.

7.11 Communicatie via het ShipSan information System (SIS)

Voor communicatie tussen Europese havengezondheidsdiensten inzake casuïstiek op passagiersschepen is SIS in gebruik. In aanvulling op reguliere contactmethoden zijn hier formulieren beschikbaar waarbij gedetailleerdere informatie betreffende een maritieme casus gedeeld kan worden. Deze informatie is daarmee beschikbaar voor elke (nieuw) betrokken autoriteit. Met name voor communicatie over passagiersvaart is het belangrijk dat betrokken GGD medewerkers toegang hebben tot SIS https://sis.shipsan.eu. SIS kan hiervoor vanaf heden worden gebruikt.

Bronnen

Versiebeheer

  • 12-10-2021: Herziening beleid immune opvarenden en contacten.
  • 01-07-2021: De tekst van het hoofdstuk 'Indienen Maritime Declaration of Health' is geactualiseerd.
  • 15-04-2021: Het advies voor communicatie bij een schip dat tegen advies uitvaart is aangepast. Advies voor het gebruik van de webapplicatie SIS voor communicatie tussen havenautoriteiten bij casuïstiek in de passagiervaart is toegevoegd. 26-02-2021: Vernieuwd naar aanleiding van diverse recente casuïstiek. De bijlage behandelt nu ook situaties op andere schepen dan vrachtschepen (zoals vissersschepen en veerboten). De bijlage is als stappenplan ingericht en gaat ook in op afwijkende situaties, zoals het verwisselen van gehele bemanningen, het moeten uitvaren van een schip met personen in quarantaine of isolatie, en het opleggen van dwingende maatregelen.
  • 19-08-2020: Op basis van het OMT-advies is de quarantaineperiode bekort van 14 naar 10 dagen, gerekend vanaf het laatste risicovolle contact of moment van mogelijke besmetting. Uit de nieuwste gegevens van het Nederlandse bron- en contactonderzoek blijkt: van alle contacten van een besmette patiënt die later zelf ziek werden, kreeg 99% COVID-19-klachten binnen 10 dagen na het laatste risicovolle contact.
  • 12-06-2020: De bijlage is aangepast aan het nieuwe BCO-protocol.
  • 14-04-2020: Eerste versie.