Verantwoording bij de bijlage ‘Uitgangspunten PBM bij verpleging, verzorging of medische behandelingen buiten het ziekenhuis’ (versie 3 november 2020)

De documenten 'PBM buiten het ziekenhuis' en 'Beleid PBM voor de wijkverpleging' zijn samengevoegd tot één document, omdat de doelgroep van 'Beleid PBM voor de wijkverpleging' in zijn geheel ook onder de doelgroep van 'PBM buiten het ziekenhuis' valt. Alle informatie voor deze doelgroep is nu te vinden in één document Uitgangspunten PBM bij verpleging, verzorging of medische behandelingen buiten het ziekenhuis

Overzicht van de wijzigingen ten opzichte van het document Uitgangspunten PBM buiten het ziekenhuis, versie 27 augustus 2020

Titel

Aan de titel zijn de woorden "bij verpleging, verzorging of medische behandelingen" toegevoegd. Hiermee is verduidelijkt dat het document zich richt op het gebruik van PBM bij zorghandelingen in gezondheidszorgsettings anders dan het ziekenhuis.

Inleidende tekst 

Wijzigingen in de tekst "Deze uitgangspunten hebben betrekking op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) door zorgverleners buiten het ziekenhuis. Ze zijn geformuleerd op basis van veiligheid voor medewerkers (besmettingsrisico’s) in geval van (verdenking op) COVID-19. De uitgangspunten vragen om een nadere invulling per sector, rekening houdend met context en doelgroep. Als de specifieke situatie daarom vraagt, kunnen zorgmedewerkers op basis van hun professionele inzichten en ervaring beredeneerd afwijken van deze uitgangspunten":
 

  • In de eerste zin zijn de woorden "buiten het ziekenhuis" vervangen door "bij verzorging, verpleging of (para)medische behandelingen van personen met (een verdenking op) COVID-19 en het preventief gebruik van mondneusmaskers in een zorgsetting anders dan een ziekenhuis". Hiermee is een verduidelijking gemaakt dat het document zich richt op gebruik van PBM bij zorghandelingen in gezondheidszorgsettings anders dan het ziekenhuis. Tevens zijn enkele voorbeelden van zorgsettings buiten het ziekenhuis toegevoegd: "Onder deze zorgsettings vallen onder meer de verpleeghuiszorg, gehandicaptenzorg, wijkverpleging, huisartsenzorg en verloskundige zorg."
     
  • Het preventief gebruik van mondneusmaskers is opgenomen vanuit het advies van het OMT over preventief mondneusmaskergebruik. De zin die begint met "Ze zijn geformuleerd " is aangevuld met de tekst "en het voorkomen van introductie of verspreiding van COVID-19 in een zorginstelling of andere zorgsetting". Dit maakt de zin completer en conform het OMT-advies over preventief gebruik van een mondneusmasker.
     

Hierna is een tekst toegevoegd die begint met "Het RIVM stelt " en eindigt met "… de hier bovengenoemde factoren". Deze toegevoegde tekst beschrijft hoe het RIVM de uitgangspunten over dit onderwerp opstelt, en is ook terug te vinden op de website van het RIVM. Hiermee krijgt de doelgroep achtergrondinformatie over de systematische medisch-wetenschappelijke risico-inschattingen van het RIVM waar de uitgangspunten op gebaseerd zijn.

Aan de alinea die begint met "De uitgangspunten vragen een nader invulling per sector " is de zin volgende toegevoegd: "Veel (para)medische beroepsorganisaties hebben inmiddels richtlijnen voor infectiepreventie en het gebruik van PBM bij COVID-19 voor hun eigen beroepsgroep of sector opgesteld"om de lezer erop te attenderen dat er mogelijk al een specifieke uitwerking is voor de beroepsgroep of sector waar deze in geïnteresseerd is.

Inleidende tekst over algemene hygiënemaatregelen

Wijzigingen in de tekst: "Zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis dienen altijd de algemene hygiënerichtlijnen te volgen: geen handen geven; regelmatig handen wassen; hoesten en niezen in de elleboog; papieren zakdoekjes gebruiken. Daarnaast volgen de medewerkers de hygiënerichtlijnen voor hun beroepsgroep en specifieke beroepsmatige handelingen. Vanwege COVID-19 kan het nodig zijn om extra PBM te gebruiken."
 

  • In de eerste zin is de term "de algemene hygiënerichtlijnen" vervangen door de term "de preventieve maatregelen voor zorgmedewerkers". Deze term wordt ook gebruikt in de LCI richtlijn COVID-19.
     
  • De volgende twee maatregelen zijn toegevoegd aan de opsomming van de preventieve maatregelen voor zorgmedewerkers: (1) zorgmedewerkers blijven thuis bij COVID-19 gerelateerde klachten; (2) gezondheidscheck bij de patiënt ('triage') bij begin van de zorg. Deze twee preventieve maatregelen waren in 'Uitgangspunten PBM buiten het ziekenhuis' versie van 17 augustus 2020 ook al benoemd, maar dan onder situatie A en situatie B.
     

De zin "Vanwege COVID-19 kan het nodig zijn om extra PBM te gebruiken" is verwijderd. Deze is vervangen door de nieuwe tekst onder het kopje "Gebruik van PBM". De nieuwe tekst "Zorgmedewerkers gebruiken PBM als aanvulling op de preventieve maatregelen voor COVID-19. Gebruik van PBM kan dus nooit een vervanging zijn van de hierboven genoemde preventieve maatregelen. Hieronder wordt het gebruik van PBM beschreven in verschillende situaties." geeft weer in welke context zorgmedewerkers PBM gebruiken en benadrukt nogmaals het belang van de algemene preventieve maatregelen.

Tekst bij A. PBM ter bescherming van de medewerker bij een patiënt met (verdenking op) COVID-19

De titel van het kopje is uitsluitend een tekstuele aanpassing.

Wijzigingen in de tekst vanaf "Is er sprake … t/m … worden uitgevoerd":
 

  • De tekst "Is er sprake van persoonlijke verzorging of lichamelijk onderzoek? Zo ja, wel PBM nodig." is verwijderd. De inhoud komt respectievelijk terug in de nieuwe titel van het document te weten 'Uitgangspunten PBM bij verzorging, verpleging of medische behandelingen buiten het ziekenhuis' en in de eerste alinea van de inleidende tekst in de eerste zin Deze uitgangspunten hebben betrekking op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) door zorgmedewerkers bij verzorging, verpleging of (para) medische behandelingen van personen met (een verdenking op ) COVID-19 en het preventief gebruik van mondneusmaskers in een zorgsetting anders dan een ziekenhuis".
     
  • Toegevoegd is de tekst "Indien een patiënt verdacht wordt van COVID-19 dient hij/zij zich zo spoedig mogelijk te laten testen. In afwachting van de testuitslag gaat de patiënt in isolatie op de kamer of in de woning". Hiermee wordt het belang van testen en isoleren van de patiënt benadrukt.
     
  • Tabel persoonlijke beschermingsmiddelen; De verwijzing naar deze tabel in het oude document "(zie ook de tabel in paragraaf Preventieve maatregelen voor zorgmedewerkers in de richtlijn)" is geschrapt. In plaats daarvan is in het nieuwe document deze tabel integraal opgenomen onder de laatste kop van het document "Toelichting op de kwaliteitseisen waar de verschillende PBM aan moeten voldoen". Aan de tabel is in de tweede kolom bij chirurgisch mondneusmasker het type II masker toegevoegd met de bijbehorende zin "Vermelding staat niet op masker, alleen op de doos" en in de derde kolom "Voor preventief gebruik volstaat een chirurgisch mondneusmasker type II".
     
  • Tevens is toegevoegd "De zorgmedewerker gebruikt PBM vanaf het moment dat hij/zij de kamer of ruimte waar de patiënt met (verdenking op) COVID-19 verblijft betreedt" en is de zin "PBM is niet nodig wanneer de afstand tot de patiënt meer dan 1,5 meter is" verwijderd. De risico-inschatting door het RIVM is niet veranderd. Conform de WIP-richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen voor verpleeghuizen, woonzorgcentra en voorzieningen voor kleinschalig wonen uit 2017 wordt het risico op besmetting op meer dan 1,5 meter afstand nog steeds zeer klein geacht. Dit leidde in de praktijk echter tot onduidelijkheid. In de ziekenhuizen houdt men namelijk aan om PBM te gebruiken bij het betreden van de kamer van een patiënt met (verdenking) op COVID-19. Na overleg met de beroepsverenigingen in de langdurige zorg (V&VN, Verenso en NVAVG) is besloten om bij patiënten met (een verdenking op) COVID-19 gebruik van PBM te adviseren bij het betreden van de kamer waar de patiënt verblijft, ongeacht de afstand tot de patiënt en tijdsduur. 
     
  • De opsomming van PBM die de zorgmedewerker dient te gebruiken is in het nieuwe document puntsgewijs weergegeven voor een beter overzicht.
     
  • De tekst "LET OP: Bij aerosolvormende handelingen (medische procedures) is het nodig een FFP2 mondneusmasker te dragen. De Federatie Medisch Specialisten heeft een overzicht van deze aerosolvormende handelingen gepubliceerd. Voorbeelden zijn uitzuigen van de longen, intubatie en verzorging van een tracheostoma." is toegevoegd. De link naar het document van FMS over aerosolvormende handeling is in deze tekst direct opgenomen in het document. In het oude document was dit indirect via de link naar preventieve maatregelen zorgmedewerkers uit de LCI richtlijn COVID-19. Ook zijn er drie voorbeelden van aerosolvormende handelingen benoemd. Deze handelingen komen ook voor in de zorg buiten het ziekenhuis en dienen ter verduidelijking voor de doelgroepen.
     
  • De zin "Voor nadere informatie aan welke eisen de PBM moeten voldoen zie ook de tabel in paragraaf Preventieve maatregelen voor zorgmedewerkers in de richtlijn." is vervangen door de zin "Voor nadere informatie aan welke eisen de PBM moeten voldoen zie ook de tabel onderaan dit document onder de kop Toelichting op de kwaliteitseisen waar de verschillende PBM aan moeten voldoen". De link naar de tabel met kwaliteitseisen voor PBM is hiermee vervangen door een weergave van de tabel onderaan het document.
     
  • De voetnoot "Er wordt gesproken van een verdenking als de patiënt klachten heeft die passen bij COVID-19 en/of in quarantaine verblijft op basis van een bron- en contactonderzoek of bij terugkeer uit een risicogebied/-land. Als hulpmiddel hierbij kan de gezondheidscheck worden uitgevoerd." is aangevuld met "Eventueel kunnen bij cliënten die in quarantaine verblijven vanwege bron- en contactonderzoek of terugkeer uit een risicogebied/-land die geen klachten hebben oogbescherming en schort achterwege blijven"De kans dat deze personen zonder klachten en zonder bevestigde infectie een medewerker besmetten via de ogen of kleding wordt zeer klein geacht.

Tekst bij B. Ter bescherming van de patiënt bij een medewerker met (verdenking op) COVID-19

Wijzigingen in de tekst vanaf "B. Ter bescherming … t/m … het ziekenhuis":
 

  • De titel van het kopje is veranderd in "B. PBM ter bescherming van de patiënt bij een medewerker die onbeschermd nauw contact heeft gehad met een persoon met COVID-19 of recent is teruggekeerd uit een risicogebied" Hiermee is specifieker omschreven wanneer dit advies geldt. 
     
  • Na de eerste zin "Het is … t/m … laten testen", is de tekst ingevoegd "De symptomen die passend bij COVID-19 zijn, staan benoemd in de LCI richtlijn COVID-19, Ziekte en Besmettelijkheid". Dit is een verduidelijking op welke symptomen zorgmedewerkers moeten letten.
     
  • Tussen "Totdat de testuitslag bekend blijft de zorgmedewerker thuis" en "Zie ook Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis" is de zin ingevoegd "Een zorgmedewerker die positief getest is blijft ook na de test thuis in isolatie"Dit is om te benadrukken dat positief geteste zorgmedewerkers thuis moeten blijven en dat de tekst eronder over quarantaine niet van toepassing is op positief geteste personen.
     
  • De tekst vanaf "Voor het beleid bij een zorgmedewerker die een huisgenoot heeft of een nauw contact is van een voor COVID-19 positief getest persoon en een zorgmedewerker die terugkeert uit een risicogebied/-land, wordt verwezen naar Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis" is verwijderd. Dit is vervangen door tekst vanaf "Het document … t/m … patiënt gewisseld". De nieuwe tekst bevat informatie over het doorwerken van medewerkers zonder klachten tijdens een quarantaineperiode die is ingesteld naar aanleiding van bron-en contactonderzoek of bij terugkeer uit een risicogebied en welke PBM dan gebruikt moet worden. In de praktijk is op sommige plaatsen de zorgcontinuïteit nu al in het geding en gebeurt het dat zorgmedewerkers zonder klachten onder voorwaarden doorwerken tijdens een quarantaineperiode. Het oude document bevatte deze informatie indirect, wanneer de lezer doorklikte op de link testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

Tekst bij C. Preventief gebruik van PBM bij verhoogde besmettingsgraad in de omgeving

Toelichting bij tekst vanaf "1. Preventief … t/m … uitsluitend zorgsituaties".
 

Ad punt 1; In Nederland adviseerde het OMT op 27 augustus 2020 om bij een verhoogde prevalentie van COVID-19 in de omgeving van het verpleeghuis de medewerkers continu preventief chirurgische mondneusmaskers te laten dragen om introductie van COVID-19 in het verpleeghuis te voorkomen en de bewoners te beschermen. Het OMT van 28 september adviseerde deze maatregel vanwege de zorgelijke situatie in het hele land door te voeren. De zin "Overige instellingen voor langdurige zorg maken de keuze voor het preventief dragen van een mondneusmaskers per woonunit, afdeling of locatie op basis van een risicoafweging" komt uit het OMT advies van 5 oktober en geldt voor instellingen voor langdurige zorg anders dan een verpleeghuis.

Ad punt 2; Het OMT adviseerde op 5 oktober 2020 preventief mondneusmasker gebruik in de acute zorg in de volgende drie verschillende zorgsituaties, te weten: (1) waarbij meer dan 15 minuten géén 1,5 meter afstand gehouden kan worden tot een patiënt; (2) waarbij veel patiënten in een aaneengesloten periode op minder dan 1,5 meter worden beoordeeld/ behandeld; (3) in een acute situatie waarbij triage niet mogelijk is. Deze drie situaties staan onder punt 2 puntsgewijs benoemd. De tweede situatie is aangevuld met het voorbeeld "bij groepsvaccinatie". De derde situatie is aangevuld met het voorbeeld "bij een patiënt die zich in een levensbedreigende situatie bevindt"

Tevens is conform de FMS Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting benoemd dat bij diagnostische of therapeutische medische handelingen waarbij de zorgverlener langer dan 3 minuten, zeer dicht (<30 cm) bij het gelaat van de patiënt komt wordt geadviseerd een chirurgisch mondneusmasker tenminste type II en een spatbril /faceshield te dragen en dat voor kinderen t/m 12 jaar zonder voor COVID verdachte symptomen voor alle handelingen kan worden volstaan met basis hygiënische maatregelen.

Toelichting op overzicht van verschillende typen medische mondneusmaskers en face shields:

Deze tekst is gebaseerd op het OMT-document Preventief gebruik van mondneusmaskers door zorgmedewerkers in de langdurige zorg, de OMT-adviesnotitie Preventief gebruik van mond-neusbescherming in de acute zorg en de bijlage Onderbouwing van de Nederlandse adviezen over het gebruik van mondneusmaskers bij de LCI-richtlijn COVID-19. Het overzicht dient als aanvulling om de doelgroep te informeren welke type mondneusmaskers en faceshields er in Nederland in gebruik zijn.

Overzicht van de wijzigingen ten opzichte van het document Beleid PBM voor de wijkverplegingversie 29 mei 2020 

Titel

De titel is omgezet naar 'Uitgangspunten PBM bij verpleging, verzorging en medische handelingen buiten het ziekenhuis'. Hiermee is een verduidelijking gekomen dat het document zich richt op gebruik van PBM bij zorghandelingen in gezondheidszorgsettings anders dan het ziekenhuis. De zorghandelingen die vallen onder wijkverpleging vallen hier allemaal binnen.

Inleidende tekst 

Wijzigingen in de tekst vanaf "Medewerkers dienen … t/m … niet nodig":
 

  • De tekst "Medewerkers dienen … t/m … persoonlijke beschermingsmiddelen" is vervangen door een nieuwe tekst. Hiermee is verduidelijkt op welke (zorg)handelingen dit document zich richt en op welke handelingen niet. Het preventief gebruik van mondneusmaskers is opgenomen vanuit het advies van het OMT over preventief mondneusmasker gebruik. De genoemde maatregelen uit het oude document die onder de “veilige vijf adviezen voor de thuiszorg” vallen, zijn geïntegreerd onder de preventieve maatregelen voor zorgmedewerkers. De term "de preventieve maatregelen" wordt ook gebruikt in LCI richtlijn COVID-19.
     
  • De volgende twee maatregelen zijn toegevoegd aan de opsomming van de preventieve maatregelen voor zorgmedewerkers: (1) Zorgmedewerkers blijven thuis bij COVID-19 gerelateerde klachten (2) Gezondheidscheck bij de patiënt ('triage') bij begin van de zorg. Deze twee preventieve maatregelen stonden in het document Beleid PBM voor de wijkverpleging niet benoemd, maar zijn volgend uit de RIVM-documenten Testbeleid en inzet zorgmedewerkers en Gezondheidscheck Coronavirus ook van toepassing voor de wijkverpleging.
     
  • De zin "Het uit voorzorg gebruiken van PBM bij patiënten die geen (verdenking op) COVID-19 hebben is niet nodig" is verwijderd. Dit is vervangen door de nieuwe tekst onder het kopje "Gebruik van PBM". De nieuwe tekst vanaf "Zorgmedewerkers gebruiken … t/m … verschillende situaties" geeft weer waarom en in welke context zorgmedewerkers PBM gebruiken. Het preventief gebruik van PBM is conform het OMT-advies van 5 oktober 2020 ook van toepassing op de wijkverpleging. Zie ook de uitleg hieronder onder de kop "Toelichting op de tekst in het document “Uitgangspunten PBM bij verpleging, verzorging en medische handelingen buiten het ziekenhuis kopje C Preventief gebruik van PBM bij verhoogde besmettingsgraad in de omgeving".

Tekst bij kop Uitvoering maatregelen bij een patiënt met (verdenking op) COVID-19

  • De tekst onder het kopje "Zorgverlening bij persoonlijke verzorging/ lichamelijk onderzoek" is vervangen in het document 'Uitgangspunten PBM bij verpleging, verzorging en medische handelingen buiten het ziekenhuis' door de tekst onder het kopje A "PBM ter bescherming van de medewerker bij een patiënt met (verdenking op) COVID-19" vanaf "PBM ter … t/m … en verzorging van de tracheostoma".
     
  • De tekst onder het kopje "Handelingen op meer dan 1,5 meter afstand van de patiënt" is verwijderd. De risico-inschatting door het RIVM is niet veranderd. Conform de WIP-richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen voor verpleeghuizen, woonzorgcentra en voorzieningen voor kleinschalig wonen uit 2017 wordt het risico op besmetting op meer dan 1,5 meter afstand nog steeds zeer klein geacht. Dit leidde in de praktijk echter tot onduidelijkheid. In de ziekenhuizen houdt men namelijk aan om PBM te gebruiken bij het betreden van de kamer van een patiënt met (verdenking) op COVID-19. Na overleg met de beroepsverenigingen in de langdurige zorg (V&VN, Verenso en NVAVG) is besloten om bij patiënten met (een verdenking op) COVID-19 gebruik van PBM te adviseren bij het betreden van de kamer waar de patiënt verblijft, ongeacht de afstand tot de patiënt en tijdsduur. 
     
  • Ook de zin "Dit geldt ook voor het snel iets aangeven aan een patiënt of iemand te hulp schieten" is verwijderd. Hier geldt eveneens dat het risico op besmetting nog steeds heel klein word geacht, maar dat het in de praktijk tot onduidelijkheid leidde. Zie ook toelichting op aanpassing uitgangspunten mondneusmaskers.

Tekst bij kop Maatregelen bij een medewerker met klachten

In plaats van een beschrijving van de symptomen is een link opgenomen naar de LCI-richtlijn, Ziekte en Besmettelijkheid. Daar staan ook symptomen vermeld die minder vaak voorkomen.

In de nieuwe tekst wordt benadrukt dat een zorgmedewerker met klachten zich direct moet laten testen, thuis moet blijven tot de testuitslag bekend is en bij een positieve uitslag ook thuis moet blijven in isolatie. Er wordt verwezen naar het document Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis. De nieuwe tekst bevat informatie over het doorwerken van medewerkers zonder klachten tijdens een quarantaineperiode die is ingesteld naar aanleiding van bron-en contactonderzoek of bij terugkeer uit een risicogebied en welke PBM dan gebruikt moet worden. In de praktijk is op sommige plaatsen de zorgcontinuïteit nu al in het geding en gebeurt het dat zorgmedewerkers zonder klachten onder voorwaarden doorwerken tijdens een quarantaineperiode. 

De zin "PBM om te voorkomen dat de medewerker het virus verspreidt, bestaat uit een chirurgisch mondneusmasker type II en wegwerphandschoenen voor de medewerker" is vervangen door:
"De zorgmedewerker:

  • Draagt tijdens het werk altijd een chirurgisch mondneusmasker minimaal type II. Het mondneusmasker kan langere tijd achtereen gebruikt worden bij meerdere patiënten. Het mondneusmasker dient gewisseld te worden als het nat of vuil is, uiterlijk na 3 uur.
  • Draagt wegwerphandschoenen bij persoonlijke verzorging of lichamelijk onderzoek bij patiënten. De wegwerphandschoenen worden per patiënt gewisseld."

Hier wordt nu dus uitgebreider beschreven hoe PBM in deze situatie moet worden toegepast.

Tabel persoonlijke beschermingsmiddelen

De tabel in het oude document is in het document 'Uitgangspunten PBM bij verpleging, verzorging en medische handelingen buiten het ziekenhuis' opgenomen onder de laatste kop van het document "Toelichting op de kwaliteitseisen waar de verschillende PBM aan moeten voldoen". Aan de tabel is in de tweede kolom bij chirurgisch mondneusmasker het type II masker toegevoegd met de bijbehorende zin "Vermelding staat niet op masker, alleen op de doos" en in de derde kolom "Voor preventief gebruik volstaat een chirurgisch mondneusmasker type II".

Toelichting op de nieuwe tekst onder C. Preventief gebruik van PBM bij verhoogde besmettingsgraad in de omgeving *

Toelichting bij tekst vanaf "1. Preventief … t/m … uitsluitend zorgsituaties".
 

Ad punt 1; In Nederland adviseerde het OMT op 27 augustus 2020 om bij een verhoogde prevalentie van COVID-19 in de omgeving van het verpleeghuis de medewerkers continu preventief chirurgische mondneusmaskers te laten dragen om introductie van COVID-19 in het verpleeghuis te voorkomen en de bewoners te beschermen. Het OMT van 28 september adviseerde deze maatregel vanwege de zorgelijke situatie in het hele land door te voeren. De zin "Overige instellingen voor langdurige zorg maken de keuze voor het preventief dragen van een mondneusmaskers per woonunit, afdeling of locatie op basis van een risicoafweging" komt uit het OMT advies van 5 oktober en geldt voor instellingen voor langdurige zorg anders dan een verpleeghuis.

Ad punt 2; Het OMT adviseerde op 5 oktober 2020 preventief mondneusmasker gebruik in de acute zorg in de volgende drie verschillende zorgsituaties, te weten;

  • waarbij meer dan 15 minuten géén 1,5 meter afstand gehouden kan worden tot een patiënt.
  • waarbij veel patiënten in een aaneengesloten periode op minder dan 1,5 meter worden beoordeeld/ behandeld
  • in een acute situatie waarbij triage niet mogelijk is.

Deze drie situaties staan onder punt 2 puntsgewijs benoemd. De tweede situatie is aangevuld met het voorbeeld "bij groepsvaccinatie". De derde situatie is aangevuld met het voorbeeld "bij een patiënt die zich in een levensbedreigende situatie bevindt". 

Tevens is conform de FMS Leidraad Persoonlijke bescherming in de (poli)klinische setting benoemd dat bij diagnostische of therapeutische medische handelingen waarbij de zorgverlener langer dan 3 minuten, zeer dicht (<30 cm) bij het gelaat van de patiënt komt wordt geadviseerd een chirurgisch mondneusmasker tenminste type II en een spatbril /faceshield te dragen en dat voor kinderen t/m 12 jaar zonder voor COVID verdachte symptomen voor alle handelingen kan worden volstaan met basis hygiënische maatregelen.

Toelichting op overzicht van verschillende typen medische mondneusmaskers en face shields:

Tabel persoonlijke beschermingsmiddelen

Deze tabel staat nu onder Toelichting op de kwaliteitseisen waar de verschillende PBM aan moeten voldoen. Aan de tabel is in de tweede kolom bij chirurgisch mondneusmasker het type II masker toegevoegd met de bijbehorende zin "Vermelding staat niet op masker, alleen op de doos" en in de derde kolom "Voor preventief gebruik volstaat een chirurgisch mondneusmasker type II".