Noodzakelijk zittend vervoer van personen met COVID-19

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | versie 31 december 2020 (versiebeheer zie onderaan pagina)

Over de regels voor zittend vervoer

Wanneer gelden deze regels?

Zittend vervoer kan nodig zijn voor personen die besmet zijn met het nieuwe coronavirus. Bijvoorbeeld omdat zij naar het ziekenhuis moeten voor een behandeling met chemotherapie of dialyse. Deze regels gelden voor ritten met een passagier bij wie besmetting met het nieuwe coronavirus is vastgesteld door een test.

Wanneer kan zittend vervoer plaatsvinden?

Als de behandelend arts beslist dat het nodig is, kan iemand met het nieuwe coronavirus vervoerd worden. Dit kan zolang de chauffeur (bijvoorbeeld een taxichauffeur of een familielid) zich houdt aan de regels hieronder.

Het heeft sterk de voorkeur om een groter voertuig (busje) te gebruiken. Dan kan de afstand tussen passagier en chauffeur ten minste 1,5 meter zijn. Als het vervoer plaatsvindt in een personenauto (taxi), dan moet er een scherm geplaatst worden dat de chauffeur afschermt. Volg hiervoor de veiligheidsvoorschriften van de RDW

Vervoer met een ambulance gebeurt alleen als de gezondheid van de passagier dit vereist. Dit wordt bepaald volgens de normale afspraken door de behandelend arts of door de centralist van de meldkamer ambulance.

Wie mag het voertuig besturen?

Degene die normaal het voertuig bestuurt, kan dat nu ook doen. De chauffeur moet wel zelf gezond zijn. De chauffeur mag geen deel uitmaken van een risicogroep waardoor deze een groter risico loopt om ernstig ziek te worden door het coronavirus. De organisatie zorgt ervoor dat de chauffeur instructies heeft gekregen over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) en de chauffeur op de hoogte is van de geldende regels.

Hoeveel personen mogen vervoerd worden?

De chauffeur vervoert maximaal één passagier.

Regels zittend vervoer

Regels voorafgaand aan het vervoer

  • De centralist van de vervoerder bepaalt bij de ritaanvraag of vervoer volgens deze regels nodig is. De centralist bepaalt ook welk voertuig geschikt is voor de rit. Bij voorkeur wordt steeds hetzelfde voertuig gebruikt voor dit vervoer. 
  • De organisatie die voor het vervoer verantwoordelijk is, levert aan de chauffeur chirurgische mondneusmaskers type IIR en voor de passagier ten minste type II. Ook levert de organisatie handschoenen, handalcohol, schoonmaakspullen en vuilniszakken. Zie voor de juiste mondneusmaskers en handschoenen de tabel in PBM buiten het ziekenhuis.
  • De organisatie zorgt dat er een scherm is geplaatst als afstand tussen passagier en chauffeur minder dan 1,5 meter bedraagt.
  • De chauffeur of centralist geeft de passagier vooraf via de telefoon instructies:
    • Raak onderweg zo min mogelijk dingen aan.
    • Raak het eigen gezicht en mondneusmasker niet aan.
    • Volg de aanwijzingen van de chauffeur op.
    • Houd zoveel mogelijk afstand tot de chauffeur.
  • In het voertuig liggen geen losse spullen, zoals oplaadsnoeren, flesjes etc. 
  • De chauffeur dekt de zitting en leuning van de stoel/achterbank af met niet-vochtdoorlatend wegwerpmateriaal. Bijvoorbeeld met een plastic hoes of (huishoud)folie.

Regels tijdens het vervoer

  • De chauffeur zet een chirurgisch mondneusmasker type IIR op bij aankomst bij de woning van de passagier. Deze houdt hij op tijdens de hele rit.
  • De chauffeur geeft het chirurgisch mondneusmasker (ten minste type II) aan de passagier, zonder de passagier aan te raken en op zoveel mogelijk afstand.
  • De passagier zet buiten de auto het mondneusmasker op en desinfecteert de handen met handalcohol.
  • De passagier zit achterin de auto op de plek die door de chauffeur afgedekt is.
  • De passagier opent zelf het portier en stapt in. Is er hulp bij het instappen nodig? Of wordt er een rolstoel ingereden? Dan gebruikt de chauffeur naast het mondneusmasker ook oogbescherming (spatbril of face shield) en wegwerphandschoenen. Dit geldt ook bij het plaatsen van een rolstoel in het voertuig. Daarna trekt de chauffeur de handschoenen weer uit en doet de spatbril of face shield af. De chauffeur desinfecteert daarna de handen met handalcohol.
  • De passagier doet zelf de gordel vast en los. Als het kan, houdt de passagier zijn bagage op schoot. Als dit niet kan, mag de bagage ook ergens anders in het voertuig worden gezet.
  • Tijdens de rit staat de ventilatie in het voertuig aan, waarbij verse lucht van buiten wordt aangezogen.
  • Bij aankomst bij het ziekenhuis of de instelling opent de passagier zelf het portier. Als hulp bij uitstappen noodzakelijk is, gebruikt de chauffeur naast het mondneusmasker ook oogbescherming (spatbril of face shield) en wegwerphandschoenen. Daarna trekt de chauffeur de handschoenen weer uit en doet de spatbril of face shield af. De chauffeur desinfecteert daarna de handen met handalcohol 
  • De passagier houdt het mondneusmasker op. De passagier doet deze pas af als hij niet meer in de buurt van de chauffeur is.
  • De chauffeur doet het mondneusmasker af als de passagier uit de buurt is en gooit deze weg.
  • De chauffeur desinfecteert de handen met handalcohol.
  • Als het een heen-en-terugrit is, wacht de chauffeur buiten de auto tot de passagier terugkeert. Tijdens het wachten de auto in ieder geval 5 minuten luchten. Bij terugkeer van de passagier: alle stappen opnieuw uitvoeren en nieuwe chirurgische mondneusmaskers gebruiken.

Regels bij terugkomst bij de woning van de passagier

  • De passagier houdt het mondneusmasker op tot in de woning. De passagier doet het masker pas af als de chauffeur weg is.
  • De passagier gooit het masker weg bij het normale afval. Of in een gesloten afvalzak die later bij het normale afval wordt weggeworpen.

Regels na afloop van de rit

Deze regels gelden na afloop van een eenmalige rit en na afloop van een heen en terugrit. De chauffeur kan ook na afloop van een rit eerst naar een andere locatie rijden om de volgende handelingen uit te voeren.

  • Laat de auto 5 minuten luchten voordat de chauffeur gaat schoonmaken.
  • De chauffeur trekt handschoenen aan, verwijdert de folie van de passagiersstoel.
  • De chauffeur reinigt de gebruikte portieren, het stuur, de versnellingspook en de gebruikte gordels. Dit kan met een reinigingsdoekje met zeep (bijvoorbeeld allesreiniger), met een kant en klaar vochtig reinigingsdoekje, of met een nat microvezeldoekje. Het doekje kan worden weggegooid bij het reguliere afval. Of in een gesloten afvalzak die later bij het reguliere afval wordt weggeworpen. Een microvezeldoekje kan ook in de was.
  • Daarna trekt de chauffeur de handschoenen uit. Na het uittrekken wast hij de handen met water en zeep, of desinfecteert met handalcohol.
  • De spatbril of face-shield kan na reiniging worden hergebruikt.

Versiebeheer

  • 31-12-2020: update van het protocol in lijn met actuele adviezen. De grootste aanpassingen zijn: naast de patiënt wordt ook de chauffeur aangeraden een chirurgisch mondneusmasker te dragen tijdens de rit; de types mondneusmasker zijn gespecificeerd; het dragen van een spatbril of face shield wordt geadviseerd tijdens hulp verlenen bij in- en uitstappen; de uitleg over wanneer deze regels gelden is ingekort; de chauffeur moet vooraf instructies hebben gekregen over het gebruik van PBM en de uitvoering van de regels. 
  • 08-05-2020: Kleine veranderingen/verduidelijkingen, en naar eenvoudiger taalniveau.
  • 01-04-2020: Eerste versie.