Uitgangspunten testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 28 januari 2022 (versiebeheer zie onderaan pagina) 

Onderstaand vindt u uitgangspunten voor een optimale inzet van gezondheidszorgmedewerkers buiten het ziekenhuis, werkzaam in de directe patiëntenzorg, gebaseerd op de gezondheid van de medewerkers en het risico op besmetting van patiënten/cliënten/collega’s. De uitgangspunten vragen om een nadere invulling per sector of instelling, rekening houdend met de patiëntenpopulatie en context. De Federatie Medisch Specialisten heeft een leidraad Testbeleid en inzet zorgmedewerkers in het ziekenhuis opgesteld.

De Uitgangspunten zijn gericht op optimale infectiepreventie en patiëntveiligheid. Als een zorginstelling uitgaande van de Uitgangspunten niet meer in staat is essentiële zorg te leveren, kan de instelling besluiten om van de Uitgangspunten af te wijken. Dit is een verantwoordelijkheid op bestuurlijk niveau van de instelling. Hierbij kan men gebruik maken van het Afwegingskader ter ondersteuning van besluitvorming door zorginstellingen bij ernstig bedreigde zorgcontinuïteit.

Deze uitgangspunten gelden ook als zorgmedewerkers tegen COVID-19 gevaccineerd zijn of de infectie hebben doorgemaakt. De vaccineffectiviteit tegen infectie en transmissie lijkt te dalen door het verstrijken van de tijd na de afronding van de vaccinatieserie (waning immunity). Daarnaast beschermen vaccinatie en doorgemaakte infectie minder goed tegen de omikronvariant. Het blijft dus belangrijk om bij alle zorgmedewerkers infecties met SARS-CoV-2 vroegtijdig op te sporen en maatregelen te nemen tegen verdere verspreiding. Tevens is er op dit moment sprake van een sterke toename van het aantal besmettingen in Nederland en staat in veel zorginstellingen de zorgcontinuïteit onder druk van personele tekorten vanwege quarantainemaatregelen. Daarom zijn de uitgangspunten aangepast op basis van het advies van het 138e OMT. Zodra de epidemiologische situatie verandert of er nieuwe kennis beschikbaar komt over ziektelast of vaccineffectiviteit zullen deze uitgangpunten opnieuw worden beoordeeld.

    I Testbeleid en isolatie van zorgmedewerkers met klachten

    • Iedereen in Nederland met één of meer symptomen passend bij COVID-19 moet thuisblijven.
    • Iedereen met dergelijke klachten kan zich laten testen.
    • Totdat de testuitslag bekend is, moet de persoon met klachten thuisblijven. Het is van groot belang dat zorgmedewerkers (en hun huisgenoten) zich bij klachten direct laten testen.*

     
    * Voor zorgmedewerkers die milde klachten zoals malaise en verhoging ontwikkelen direct in aansluiting op COVID-19-vaccinatie waarbij de klachten als bijwerking geduid kunnen worden kan een uitzondering gelden. Hier is een zorgvuldige afweging nodig. Zie ook https://www.rivm.nl/covid19vaccinatieprofessionals/richtlijn-uitvoering.

    Zorgmedewerkers

    • met klachten die passen bij COVID-19; én
    • die onmisbaar zijn voor de (directe) patiëntenzorg en continuïteit van die zorg (dit geldt ook voor laboratoriumpersoneel); én
    • die niet vervangen kunnen worden door een collega, 

    kunnen zich met voorrang laten testen bij de GGD-teststraten. Zij kunnen zich aanmelden via Rijksoverheid. Hier is ook informatie opgenomen over welke zorgberoepen wel en welke beroepen niet in aanmerking komen voor testen met prioriteit.

    Voor het testen van zorgmedewerkers wordt de PCR-test geadviseerd omdat deze testen het meest gevoelig zijn voor SARS-CoV-2. In de GGD-voorrangsteststraten voor zorgmedewerkers worden PCR-testen gebruikt. Indien een zorgmedewerker toch met een antigeensneltest is getest en de testuitslag is negatief, moet de test herhaald worden met een PCR-test. Bij een positieve antigeentest kan op dezelfde manier gehandeld worden als bij een positieve PCR-test.

    Als de testuitslag bekend is:

    • Indien de PCR-test negatief is, mag een zorgmedewerker met milde klachten (in ieder geval geen koorts) weer aan het werk. Dit geldt niet als de geteste medewerker in quarantaine is; dan moet de quarantaineperiode vervolgd worden (zie II Quarantaine en inzet van zorgmedewerkers zonder klachten).
    • Indien de PCR-test positief is, blijft de medewerker met klachten thuis in isolatie tot minimaal 7 dagen na de start van de symptomen1 EN 48 uur koortsvrij2 EN ten minste 24 uur symptoomvrij3.
       
    1. Start symptomen = ook wel de eerste ziektedag. Indien deze niet bekend is kan de datum van de monsterafname genomen worden.
    2. Koortsvrij = temperatuur onder de 38 graden, zonder koortsremmende medicatie.
    3. Symptoomvrij van COVID-19 = geen koorts, geen diarree, geen spierpijn, geen keelpijn, geen benauwdheid, geen neusverkoudheid. Symptomen zoals door patiënt en/of behandelaar herkenbaar bij hooikoorts, astma, chronische hoest om andere redenen vallen niet onder symptomen van COVID-19. Moeheid, reuk- of smaakverlies en postvirale hoest spelen geen rol bij de definitie van symptoomvrij. Deze klachten kunnen een paar dagen tot weken langer aanhouden, zoals bekend is bij andere virale verwekkers, zonder dat nog sprake is van besmettelijkheid.

    II Quarantaine en inzet van zorgmedewerkers zonder klachten

    Bij quarantaine gaat het om personen die (nog) geen klachten van COVID-19 hebben, maar die een grote kans hebben om besmet te zijn omdat zij bijvoorbeeld huisgenoot zijn van iemand die positief getest is of 'overig nauw contact' hebben gehad met iemand die positief getest is. Deze personen kunnen geïdentificeerd zijn in het GGD-contactonderzoek of door de CoronaMelder-app.

    Zorgmedewerkers zonder klachten die huisgenoot of overig nauw contact zijn van een positief geteste persoon

    A. Zorgmedewerkers die een boostervaccinatie  hebben gehad of minder dan 8 weken geleden COVID-19 hebben doorgemaakt

    Op advies van het 138e OMT hoeven, sinds 15 januari 2022, personen die meer dan 7 dagen geleden een boostervaccinatie hebben ontvangen niet meer in quarantaine als zij aangemerkt zijn als categorie 1- of 2-contact (huisgenoot of overig nauw contact, zie Protocol BCO). Daarnaast zijn personen die minder dan 8 weken tevoren een infectie hebben doorgemaakt uitgezonderd van quarantaine. Dit algemene beleid geldt ook voor zorgmedewerkers. Het is echter mogelijk dat iemand na een boostervaccinatie of recent doorgemaakte infectie toch geïnfecteerd raakt. Dit vormt een risico voor kwetsbare patiënten/cliënten en kan leiden tot besmetting van directe collega’s, en daardoor tot meer uitval en een bedreigde zorgcontinuïteit. Om te voorkomen dat zij hun patiënten of collega’s besmetten, gelden daarom voor zorgmedewerkers die een boostervaccinatie hebben gehad of minder dan 8 weken geleden COVID-19 hebben gehad aanvullende maatregelen:

    • Zorgmedewerkers die meer dan 7 dagen geleden een boostervaccinatie hebben gehad of minder dan 8 weken geleden COVID-19 hebben doorgemaakt mogen werken als een huisgenoot of overig nauw contact positief getest is op COVID 19.
    • Deze zorgmedewerkers laten een PCR-test doen op dag 0 en dag 5 en als zij klachten krijgen (voor maatregelen bij klachten, zie I). Zorgmedewerkers die minder dan 8 weken geleden COVID-19 hebben gehad hoeven alleen te testen als zij klachten hebben.
    • Bij werkzaamheden met kwetsbare patiënten wordt geadviseerd dagelijks voor de start van de werkzaamheden een zelftest te doen.
    • De zorgmedewerkers dragen tijdens het werk steeds een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II.
    • Zij houden zoveel mogelijk 1,5 meter afstand van patiënten en collega’s.
    • Deze aanvullende maatregelen gelden tot en met dag 10 na het laatste contact met de positief geteste persoon.

     
    Indien de uitslag van de PCR-test op dag 0 of dag 5 positief is, blijft de positief geteste zorgmedewerker thuis in isolatie in elk geval tot en met de 7e dag na de testafname.

    B. Overige zorgmedewerkers die GEEN boostervaccinatie hebben gehad en NIET minder dan 8 weken geleden COVID-19 hebben doorgemaakt OF met onbekende status

    Deze zorgmedewerkers gaan in quarantaine als zij een positief geteste huisgenoot of overig nauw contact hebben. Zij blijven thuis en ontvangen geen bezoek.

    De zorgmedewerker laat zich zo snel mogelijk testen (dag 0), en nogmaals op dag 5, na het laatste contact met de positief geteste persoon.

    Indien de uitslag van de PCR-test op dag 0 of dag 5 positief is, blijft de positief geteste zorgmedewerker thuis in isolatie in elk geval tot en met de 7e dag na de testafname.

    Indien de PCR-test op dag 5 negatief is, mag de zorgmedewerker weer aan het werk. De zorgmedewerkers draagt dan tot en met dag 10 na het laatste contact met de positief geteste persoon tijdens het werk steeds een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II en blijft zoveel mogelijk op 1,5 meter afstand van patiënten en collega’s. Indien de zorgmedewerker klachten krijgt moet er een PCR-test worden gedaan (zie maatregelen onder I). Tevens wordt dagelijks voor de start van de werkzaamheden een antigeensneltest of zelftest gedaan tot en met dag 10 na het laatste contact met de positief geteste persoon.

    Als een zorginstelling door personeelsgebrek niet meer in staat is essentiële zorg te leveren, kan de instelling besluiten om van dit uitgangspunt af te wijken en een zorgmedewerker die in quarantaine is toch laten werken. Dit is een verantwoordelijkheid op bestuurlijk niveau van de instelling, zie ook het Afwegingskader ter ondersteuning van besluitvorming door zorginstellingen bij ernstig bedreigde zorgcontinuïteit.

    Indien een zorginstelling een medewerker die in quarantaine is toch laat werken gelden daarbij de volgende voorwaarden:

    • De inzet van de betreffende zorgmedewerker is absoluut noodzakelijk om de continuïteit van de patiëntenzorg te garanderen.
    • De zorgmedewerker heeft géén klachten.
    • De zorgmedewerker laat zich zo snel mogelijk testen met PCR-test (dag 0) en nogmaals op dag 5, na het contact met de positief geteste persoon.
    • Tevens wordt dagelijks voor de start van de werkzaamheden een antigeensneltest of zelftest gedaan tot en met dag 10 na het laatste contact met de positief geteste persoon.
    • Bij klachten blijft de zorgmedewerker thuis en wordt een PCR-test gedaan (zie verder I).
    • De zorgmedewerker draagt tot en met de 10e dag na het laatste contact met de positief geteste persoon tijdens het werk steeds een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II en houdt zoveel mogelijk 1,5 meter afstand van patiënten en collega’s.

     
    Indien de uitslag van de PCR-test op dag 0 of dag 5 positief is, blijft de positief geteste zorgmedewerker thuis in isolatie in elk geval tot en met de 7e dag na de testafname.

    Zie ook  het protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 

    Inzet van zorgmedewerkers (zonder klachten) die terugkeren uit een hoog- of zeerhoogrisicogebied

    Voor zorgmedewerkers kunnen, net als voor andere reizigers, preventieve maatregelen gelden wanneer zijn terugkeren uit een hoogrisicogebied of een zeerhoogrisicogebied. De maatregelen kunnen verschillen per land, zie Naar Nederland reizen: verplichte negatieve testuitslag corona en Quarantaineplicht voor reizigers uit gebied met zeer hoog risico (verplicht thuisblijven). Hier is ook de actuele lijst met zeer-hoogrisicogebieden te vinden.

    De zorgmedewerker draagt vervolgens tot en met dag 10 na terugkeer uit zowel hoogrisicogebied als zeerhoogrisicogebied  tijdens het werk een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II.

    Duurzame inzetbaarheid van zorgmedewerkers

    Het uitgangspunt hierbij is dat werknemers gezond en veilig kunnen werken, ook met betrekking tot patiëntveiligheid. Alleen in uitzonderingssituaties, waarbij de continuïteit van zorg in het geding kan komen door dreigende personele krapte, is er ruimte voor uitzonderingen op quarantaine/thuisblijf maatregelen voor zorgmedewerkers. De instelling/werkgever formuleert criteria (eventueel met benoemen van specifieke functies) wanneer de continuïteit van zorg in het geding komt en waarbij werknemers ten tijde van quarantaine bij uitzondering wel kunnen werken met gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Instellingen/werkgevers kunnen dit doen in overleg met de arbodienst/bedrijfsarts, verantwoordelijke voor de infectiepreventie en eventueel de GGD. De instelling/werkgever draagt hiervoor de eindverantwoordelijkheid. Zie ook het Afwegingskader ter ondersteuning van besluitvorming door zorginstellingen bij ernstig bedreigde zorgcontinuïteit.

    Indien een medewerker vragen heeft over dit beleid, een wel/niet te maken uitzondering of zijn medische situatie (ook in het licht van de noodzaak te werken met PBM), heeft deze de mogelijkheid om contact op te nemen met een arbodienst/bedrijfsarts of eventueel de GGD voor een onafhankelijk advies.

    Aandachtspunten i.v.m. privacywetgeving

    Voor de uitvoering van BCO zoals in deze handreiking beschreven, kan door samenloop van wetgeving een mogelijk dilemma ontstaan. Zo bepaalt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) dat een werkgever slechts bijzondere persoonsgegevens mag verwerken als daarvoor een uitzondering bestaat. Gegevens over onder andere immuniteit en vaccinatiestatus zijn medische gegevens, en daarmee te beschouwen als bijzondere persoonsgegevens. Voor een werkgever is voor het verwerken van deze bijzondere persoonsgegevens geen uitzondering beschikbaar, en dus mag de werkgever bijvoorbeeld alleen de verplichte verzuimregistratie voeren zonder medisch inhoudelijke gegevens. Een werkgever mag dus niet registreren dat medewerkers wel of niet tegen COVID-19 zijn gevaccineerd. Tegelijkertijd kunnen medewerkers vanwege hun (mogelijke) niet-immune status een verhoogd risico vormen voor verspreiding van COVID-19 in een zorginstelling. Dit kan voor de werkgever een spanningsveld veroorzaken. Enerzijds is de zorginstelling verplicht kwalitatief goede en veilige zorg te bieden en anderzijds dient deze, als werkgever, te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving, maar de werkgever heeft daarbij ook een plicht om de privacy te waarborgen op het punt van vaccinatiestatus.

    Hoe kunnen in deze situatie niet-gevaccineerden geïdentificeerd en aangesproken worden op hun verantwoordelijkheid bij een (potentiële) uitbraaksituatie? De GGD en de bedrijfsarts (of arbodienst) kunnen beide in dit spanningsveld een brugfunctie vervullen. De GGD heeft de bevoegdheid vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) om mensen in het kader van BCO te vragen naar hun vaccinatiestatus. De bedrijfsarts heeft een medisch beroepsgeheim en is in een organisatie zodanig onafhankelijk van de werkgever gepositioneerd dat medische gegevens, waaronder de vaccinatiestatus, niet verstrekt mogen worden aan de werkgever. De werkgever kan dus een bedrijfsarts (en/of arbodienst) inschakelen om een oordeel te geven over de mogelijkheden en beperkingen van de werknemer. Zij kunnen beide inventariseren wie wel/niet gevaccineerd is en het gesprek aangaan over het gewenste gedrag/maatregel, zonder dat de werkgever direct betrokken is. Komt de instelling er intern niet afdoende uit, dan dient de GGD het contactonderzoek uit te voeren en gerichte adviezen te geven.

    De specialist ouderengeneeskunde en de arts verstandelijk gehandicapten kan geen rol spelen bij het uitvoeren van het BCO voor medewerkers. Uiteraard kunnen zij wel een rol spelen bij het uitvoeren van het BCO bewoners/cliënten.

    De GGD heeft tot taak om n.a.v. een melding er op toe te zien dat BCO en afdoende maatregelen worden ingesteld in relatie tot de risicobeoordeling. Desgevraagd moet de instelling openheid van zaken geven over het uitgevoerde BCO. Wanneer de arts-IZB oordeelt dat onderzoek en maatregelen niet afdoende zijn, dan kan deze beschermingsmaatregelen, een tijdelijk beroepsverbod of quarantaine opleggen aan de individuele werknemers.

    In het gehele proces kan het onvermijdelijk zijn dat ten aanzien van sommige medewerkers toch afgeleid kan worden of zij wel of niet gevaccineerd zijn. Dat gegeven moet dan door de bedrijfsarts en/of arts-IZB afgewogen worden tegen de noodzaak van bescherming van anderen. In veel gevallen zal de bescherming van kwetsbaren dan prevaleren boven de inbreuk die gemaakt wordt op de privacy van de werknemer.

    Overzicht relevante wetgeving

    1. Wet publieke gezondheid: de gemeente voert risicobeoordeling en beschermende en preventieve maatregelen uit, in het kader van de infectieziektenbestrijding. Ook het uitvoeren van BCO valt expliciet onder deze taken. De wet schrijft voor dat deze taken door de GGD’en uitgevoerd worden. COVID-19 is vanuit de wet aangemerkt als een groep A-ziekte die meldingsplichtig is.
    2. Algemene Verordening Gegevensbescherming  (AVG): gezondheidsgegevens zijn bijzondere persoonsgegevens. Het is verboden deze te verwerken, tenzij een persoon uitdrukkelijk toestemming geeft of sprake is van een uitzondering in de wet. Het registreren van vaccinatiegegevens kan er toe leiden dat werknemers een druk of plicht voelen voor vaccinatie.     
    3. Artikel 2 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (WKKGZ): een zorgaanbieder moet goede en veilige zorg bieden.
    4. Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst WGBO, in casu artikel 446, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek: de hulpverlener moet de patiënt onder meer behoeden voor het ontstaan van een ziekte.
    5. Idem, artikel 454: de hulpverlener houdt een dossier bij ten behoeve van goede hulpverlening.
    6. Idem, artikel 457: op de hulpverlener rust een medisch beroepsgeheim
    7. Artikel 3 e.v. Arbeidsomstandighedenwet: de werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden.
    8. Artikel 14 Arbeidsomstandighedenwet: de werkgever laat zich voor specifieke taken op het gebied van preventie en bescherming bijstaan door een bedrijfsarts.

    Bijlage

    Versiebeheer

    • 28-01-2021: Tekstuele verduidelijking
    • 21-01-2021: Tekstuele verduidelijking
    • 20-01-2022: Het quarantainebeleid voor zorgmedewerkers met een positief geteste huisgenoot of positief getest overig nauw contact is aangepast aan het nieuwe BCO-beleid op basis van het advies van het 138e OMT. Voor zorgmedewerkers gelden er aanvullende maatregelen om besmetting van kwetsbare patiënten en collega’s te voorkomen.
    • 24-12-2021: Het quarantainebeleid voor zorgmedewerkers met een positief geteste huisgenoot of positief getest overig nauw contact is aangepast aan het nieuwe BCO-beleid vanwege de omikronvariant. Ook de inleidende tekst is aangepast op basis van de ontwikkelingen rondom de omikronvariant.
    • 14-12-2021: Het Afwegingskader ter ondersteuning van besluitvorming door zorginstellingen bij ernstig bedreigde zorgcontinuïteit is toegevoegd als bijlage. 
    • 03-12-2021: Wijziging definitie immuniteit na doorgemaakte infectie van 6 naar 12 maanden na infectie.
    • 19-11-2021: Het beleid voor immune zorgmedewerkers met een positief geteste huisgenoot is aangepast n.a.v. het 129e OMT-advies. Er zijn tabellen toegevoegd om het beleid bij zorgmedewerkers met een positief geteste huisgenoot of overig nauw contact te verduidelijken. In de inleiding is de vaccineffectiviteit tegen transmissie geüpdatet. De aandachtspunten i.v.m. de privacywetgeving zijn naar achteren verplaatst.
    • 06-09-2021: De definitie 'immuun' is aangepast op basis van het type vaccin dat ontvangen is.
    • 01-09-2021: De tekst onder de kop ‘Niet-immune zorgmedewerkers met een positief geteste huisgenoot’ is aangepast: zij laten zich testen op dag 5 na het laatste contact met de positief geteste huisgenoot.
    • 23-07-2021: Onder de kop ‘Niet-immune zorgmedewerkers met een positief geteste huisgenoot’ is een tekstuele aanpassing gedaan ter verduidelijking van het testbeleid op dag 5.
    • 16-07-2021: Tekstuele aanpassingen voor immune zorgmedewerkers met een positieve huisgenoot of een overig nauw contact (cat.2). De isolatieduur is van tot en met de 3e dag na de testafname, naar in elk geval tot en met de 3e dag na testafname. Daarbij is toegevoegd de optie van 5 dagen  niet werken bij een verhoogd risico op transmissie naar kwetsbare patiënten. Onder de kop inzet van zorgmedewerkers (zonder klachten) die terugkeren uit een hoog of  zeer hoog risicogebied is de tekst aangepast naar het actuele reizigersbeleid van de Rijksoverheid.
    • 08-07-2021: Bron- en contactonderzoek voor immuun- en niet immuun contacten aangepast n.a.v. 117e OMT-advies. Aandachtspunten i.v.m. privacywetgeving toegevoegd.
    • 21-04-2021: Verduidelijking definitie ‘volledig gevaccineerd’ en verduidelijking beleid na volledige vaccinatie bewoners.
    • 17-03-2021: Versoepelingen van quarantainemaatregelen doorgevoerd voor zorgmedewerkers binnen instellingen voor langdurige zorg waar de bewoners volledig gevaccineerd zijn n.a.v. het 102e OMT-advies.
    • 18-02-2021: N.a.v. de adviezen van het 97e OMT (22 januari) is het BCO-protocol aangescherpt en n.a.v. de adviezen van het 99e OMT is het document Handreiking bij neusverkouden kinderen aangepast. Deze wijzigingen zijn ook in dit document doorgevoerd:
      • De wijzigingen in de definities van contacten in het BCO-protocol zijn in dit document verwerkt met de toevoeging dat categorie 1- en categorie 2-contacten zich zo snel mogelijke laten testen naast de test vanaf dag 5 in quarantaine.
      • Zorgmedewerker die vallen onder categorie 3-contacten zijn toegevoegd. Zij hoeven niet in quarantaine, mogen werken en kunnen het advies krijgen vanuit de GGD om zich te laten testen.
      • Bovenstaande wijzigingen zijn ook doorgevoerd in het stroomschema. Bij de twee bovenste blauwe blokken is de tekst ‘en negatieve test zorgmedewerker’ ingevoegd. Categorie 3-zorgmedewerkers zijn niet in het stroomschema benoemd, omdat zij geen stappen doorlopen die passen in dit schema.
      • Voor zorgmedewerker die een huisgenoot hebben met klachten die passen bij COVID-19 en koorts en/of benauwdheid is de uitzondering van de kinderen in de leeftijd van 0-6 jaar komen te vervallen.
      • Indien een huisgenoot met klachten die passen bij COVID-19 en koorts en/of benauwdheid zich niet laat testen, blijft de zorgmedewerker thuis tot de huisgenoot ten minste 24 uur klachtenvrij is met een maximum tot aan 7 dagen na de eerste ziektedag.
      • Bovenstaande wijzigingen zijn ook in het stroomschema aangepast. Na het derde blauwe blok van boven volgen nu de opties ‘huisgenoot doet test’ en ‘huisgenoot doet geen test’.
    • 26-01-2021: Toegevoegd m.b.t.t reizigers hoogrisicolanden: Reizigers kunnen zich 5 dagen na terugkeer laten testen. Voor zorgmedewerkers is het advies om in deze situatie een PCR-test aan te bieden'.
    • 31-12-2020: Voor zorgmedewerkers die milde klachten zoals malaise en verhoging ontwikkelen direct in aansluiting op COVID-19-vaccinatie waarbij de klachten als bijwerking geduid kunnen worden kan een uitzondering gelden. Hier is een zorgvuldige afweging nodig. Zie ook https://www.rivm.nl/covid19vaccinatieprofessionals/richtlijn-uitvoering.
    • 01-12-2020: Toegevoegd dat uitgangspunten vragen om nadere invulling per sector of instelling. Nieuwe indeling: I Testbeleid en isolatie zorgmedewerkers met klachten en II Quarantaine en inzet van zorgmedewerkers zonder klachten. Voor het testen van zorgmedewerkers wordt een PCR-test geadviseerd. Bij negatieve uitslag antigeensneltest moet alsnog een PCR-test worden gedaan. Het quarantainebeleid is aangepast: PCR-test dag 5 en consequenties voor inzetbaarheid in verschillende situaties toegevoegd. Tevens schema toegevoegd om nieuwe beleid te verduidelijken.
    • 30-10-2020: Verduidelijking aangebracht bij II Inzet bij quarantaine, over het verschil tussen isolatie en quarantaine. 
    • 09-10-2020: De niet-limitatieve opsomming van de sectoren is verwijderd en vervangen door de – door Rijksoverheid gebruikte – definitie van zorgmedewerkers. De mogelijkheid van voorrang voor de test is toegevoegd. De genoemde klachten van een huisgenoot zijn aangepast naar klachten die passen bij corona en koorts of benauwdheid, conform de omschrijvingen elders.
    • 17-09-2020: Een link naar het eigen opgestelde beleid rondom testen en inzet van zorgmedewerkers in een ziekenhuis is toegevoegd.
    • 11-09-2020: De informatie over de Coronamelder-app is toegevoegd onder 'Wat te doen als een zorgmedewerker terugkeert uit een risicogebied/-land of een notificatie van de Coronamelder-app hebben gekregen?'.
    • 24-08-20: Meer eenduidigheid in beleid en aanpassing in lijn met algemeen verscherpt quarantainebeleid.
    • 19-08-2020: Op basis van het OMT-advies is de quarantaineperiode bekort van 14 naar 10 dagen, gerekend vanaf het laatste risicovolle contact of moment van mogelijke besmetting. Uit de nieuwste gegevens van het Nederlandse bron- en contactonderzoek blijkt: van alle contacten van een besmette patiënt die later zelf ziek werden, kreeg 99% COVID-19-klachten binnen 10 dagen na het laatste risicovolle contact.
    • 18-08-2020: De informatie over zorgmedewerkers die terugkomen uit een risicogebied/-land is ook toegevoegd aan de overzichtstabel.
    • 14-08-2020: Toegevoegd 'Wat te doen bij zorgmedewerkers die terugkomen uit een risicogebied/-land'.
    • 24-07-2020: Toegevoegd in 'Wat te doen als een huisgenoot of nauw contact van een zorgmedewerker positief is of klachten heeft?' dat, naast het chirurgisch mondneusmasker type II, de handschoenen gedragen moeten worden bij persoonlijke verzorging of lichamelijk onderzoek.
    • 11-06-20: Het beleid geldt voor de zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis. De maatregelen voor zorgmedewerkers in een bron- en contactonderzoek zijn aangepast. Ziekenhuizen zullen zelf apart beleid opstellen.
    • 04-06-2020: toegevoegd dat bij een positief geteste medewerker bron- en contactopsporing door de GGD volgt en wat een medewerker moet doen indien een van de huisgenoten of nauwe contacten positief getest is of klachten heeft.
    • 29-05-2020: klachten passend bij COVID-19 en testroute voor ziekenhuismedewerkers zijn aangepast.
    • 07-05-2020: Er hoeft niet gewacht te worden met testen tot er 24 uur symptomen zijn en de criteria voor werkhervatting na een positieve test zijn uitgebreid.
    • 06-05-2020: Ziekenhuizen toegevoegd, apart testbeleid ziekenhuizen is hiermee komen te vervallen.
    • 30-04-2020: De sectoren worden niet allemaal meer opgesomd en de voorwaarde voor het leveren van directe zorg binnen 1,5 m afstand is verlaten.
    • 28-04-2020: Het testbeleid voor de verschillende sectoren buiten ziekenhuis is vorige week drastisch aangepast, waarmee de verschillen onderling zo goed als nihil zijn geworden. Om deze reden is hier nu één testbeleid geformuleerd voor alle zorgmedewerkers buiten ziekenhuis. Dit beleid vervangt de vorige 'Uitgangspunten inzetten en testten zorgmedewerkers' en alle daarbij behorende nadere uitwerkingen per sector.
    • 17-04-2020: Een zorgmedewerker kan direct getest worden indien er symptomen zijn van COVID-19. Het proces tot aan en vanaf de testuitslag is beschreven.
    • 10-04-2020: jeugdzorg toegevoegd aan inzet en testbeleid
    • 08-04-2020: Prioritering testen voor zorgmedewerkers die werken met lichamelijk kwetsbare of oudere personen.
    • 07-04-2020: Bij koorts thuisblijven tot koortsvrij i.p.v. tot klachtenvrij; de vraag over een onbeschermd contact met bevestigde COVID-19-positieve patiënt is eruit gehaald; verschil in werken met lichamelijk kwetsbare of lichamelijk gezonde personen is verlaten.
    • 03-04-2020: Link naar uitwerking specifiek voor verloskundigen toegevoegd. Uitwerkingen voor huisartsenpraktijk, gehandicaptenzorg, verpleeghuizen, woonzorgcentra en kleinschalige woonvormen, wijkverpleging en huishoudelijke hulp zijn gewijzigd.
    • 01-04-2020: Link naar uitwerking specifiek voor zorgmedewerkers ziekenhuizen toegevoegd.
    • 31-03-2020: Link naar uitwerking specifiek voor zorgmedewerkers ambulancedienst toegevoegd.
    • 30-03-2020: Link naar uitwerking specifiek voor medewerkers gehandicaptenzorg, voor medewerkers verpleeghuizen, woonzorgcentra en kleinschalige woonvormen, en voor medewerkers wijkverpleging en huishoudelijke hulp toegevoegd.
    • 25-03-2020: Link naar uitwerking specifiek voor medewerkers huisartsenpraktijk toegevoegd.
    • 24-03-2020: Eerste versie (als 'Uitgangspunten inzetten en testen zorgmedewerkers').

       
      Zie ook 
      LCI-richtlijn COVID-19.