Kader vervoer naar dagbesteding

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 28 mei 2020 (versiebeheer zie onderaan pagina) 
 

Dit kader geldt voor groepsvervoer van personen ouder dan 18 jaar in het kader van dagbesteding. Het gaat hierbij om thuiswonende ouderen, vaak met (beginnende) dementie, en om personen met een beperking die thuis of in een instelling wonen. Vervoer van thuis naar de dagbesteding betreft structureel vervoer waar de passagier een indicatie voor heeft.

Overwegingen vooraf

  • Kwetsbaarheid. Ouderen ≥ 70 jaar behoren tot de risicogroep voor een ernstig beloop en personen ≥ 18 jaar met een verstandelijke beperking die in een instelling wonen hebben een verhoogd risico om anderen te infecteren.
  • De chauffeurs verdienen speciale aandacht, omdat het hier ook kan gaan om oudere vrijwilligers, die tot de risicogroep voor een ernstig beloop behoren.
  • Algemene preventieve maatregel. Iedereen met luchtwegklachten moet thuisblijven. Dit betekent dat diegene dit moet melden bij het vervoersbedrijf en bij de dagbesteding, zodat die niet opgehaald wordt.
  • Triage. De gezondheidscheck vormt de basis voor de beslissing om een persoon met het busje te laten reizen. Dit betekent dat personen met klachten (neusverkouden en/of hoesten en/of koorts) of personen die gezinscontacten met deze klachten hebben, niet per busje kunnen reizen. Als zij of hun gezinscontacten klachten hebben, dan dienen zij ook niet op de dagbesteding te verblijven.
  • De triage kan het beste uitgevoerd worden door de (zorg)medewerkers van de dagbesteding, omdat zij de cliënten het beste kennen en daartoe het beste geschoold zijn. Waar nodig wordt overlegd met ouders.
  • Afstand. Het bewaren van afstand van 1,5 meter tussen betrokkenen wordt waar mogelijk aangehouden. De meeste busjes voor dit soort vervoer zijn niet heel groot, waardoor 1,5 m afstand een forse beperking oplevert voor het aantal te vervoeren personen per rit. De chauffeurs zijn verantwoordelijk voor het op de juiste wijze vastzetten van rolstoelen in de bus, waardoor fysiek contact van de chauffeur en de te vervoeren persoon niet altijd kan worden uitgesloten.
  • Alternatieven. Wanneer niet aan de voorwaarden voor vervoer kan worden voldaan, wordt gezocht naar andere mogelijkheden van vervoer. Daarbij wordt ook bekeken of vervoer kan plaatsvinden door gezinscontacten of via individueel taxivervoer. Bij een beperkte mogelijkheid tot individueel taxivervoer, wordt hierbij voorrang gegeven aan personen met een ernstige meervoudige beperking, aan personen waarbij sprake is van gedragsproblematiek en aan personen die moeite hebben instructies te volgen.
     

Wanneer vervoer naar dagbesteding plaats moet vinden én er tussen de passagiers onderling geen 1,5 meter afstand kan worden aangehouden, gelden onderstaande regels:

Basisregels

Voor de personen die vervoerd worden:

Personen worden zo veel mogelijk vervoerd in groepen met een vaste samenstelling.

Voor de chauffeur:

Volg de volgende stappen:

  1. Tussen de te vervoeren personen en de chauffeur wordt minimaal 1.5 meter aangehouden waar mogelijk.
     
  2. Wanneer deze afstand tot de chauffeur niet mogelijk is, wordt op een verkeersveilige manier een fysieke afscheiding geplaatst tussen de chauffeur en de passagiers.
     
  3. Indien er geen 1,5 m afstand gehouden kan worden én indien er geen fysieke afscheiding aanwezig is, draagt de chauffeur tijdens de werkzaamheden een chirurgisch mondneusmasker. Wanneer een chirurgisch mondneusmasker wordt gedragen volgt de chauffeur hierbij de instructies voor zorgmedewerkers: https://vimeo.com/403728699.

Dit getrapte advies is passend door een stapeling van risicofactoren: suboptimale triage van de passagiers, de relatief kleine ruimte in het vervoersmiddel, de gemiddelde duur van de ritten, de mogelijke kwetsbaarheid van de chauffeur en vanwege de soms moeilijk te instrueren passagiers en hun kwetsbaarheid.

Chauffeurs dienen extra instructie te ontvangen om te voorkomen dat zij te dicht bij het gelaat van de te vervoeren persoon komen. Handhygiëne na afloop van het vastzetten van de rolstoel is aangewezen.

Indien de chauffeur gerede twijfel heeft of iemand klachtenvrij is, kan hij/zij besluiten een persoon niet mee te nemen, na overleg met de dagbesteding.

Hygiëne

  • Voor het instappen in het voertuig passen personen handhygiëne toe.
     
  • Tijdens het vervoer staat de ventilatie aan.
     
  • Oppervlakken die tijdens gebruik veel worden aangeraakt, zoals deurhendels en handgrepen, worden na gebruik gereinigd met water en zeep of reinigingsdoekjes.
     

Versiebeheer

  • 28-05-2020: In de paragraaf Hygiëne is de zin 'Tijdens het vervoer staat de ventilatie aan en blijven de ramen gesloten' aangepast naar 'Tijdens het vervoer staat de ventilatie aan'. 
  • 27-05-2020: Eerste versie.