(Verdenking) COVID-19 aan boord van riviercruiseschepen

Handleiding voor GGD’en, bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 3 december 2021 (versiebeheer zie onderaan pagina)

Achtergrond

Met de heropening van de cruisevaart is er de reële verwachting dat er zich opnieuw COVID-19-casuïstiek zal voordoen aan boord van deze schepen. Om verschillende redenen is outbreakmanagement bij schepen een extra uitdaging. Niet iedere GGD-regio krijgt op regelmatige basis te maken met (cruise)scheepvaartcasuïstiek. Dit stappenplan is opgesteld om GGD’en te ondersteunen bij maritieme COVID-19-casuïstiek in de riviercruisevaart en kan samen met het Nieuw aanvullend kader herstarten riviercruise gebruikt worden.

Dit document is niet bedoeld voor uitbraken in de zeegaande cruisevaart.  

Er wordt in dit document rekening gehouden met een veranderend beleid omtrent immune opvarenden. Deze immuniteit heeft vooral invloed op het inzetten van collectieve maatregelen. Bij de invoering van collectieve maatregelen is steeds de afweging: helderheid in uniform geldende maatregelen ten opzichte van (individueel) maatwerk. De GGD maakt hiertussen, samen met het schip en de rederij, een passende afweging.

Naast de LCI bieden ook GGD Kennemerland, GGD Amsterdam, en GGD Rotterdam-Rijnmond laagdrempelig intercollegiale hulp bij casuïstiek. Deze GGD’en beschikken over Ship Sanitation Certificate-inspecteurs die een training hebben gehad bij Healthy Gateways.

NB: in dit document wordt de term opvarenden gebruikt. Hiermee worden zowel de bemanningsleden als passagiers bedoeld.

Indienen Maritime Declaration of Health

Rivierschepen op een (internationale) reis moeten een Maritime Declaration of Health (MDoH) indienen vόόrdat zij de Nederlandse grens passeren. Zij sturen de MDoH naar het RIVM (mdoh@rivm.nl) vóór binnenkomst in Nederland. Wanneer ≥ 1 vraag met ‘ja’ is beantwoord, wordt deze door het RIVM doorgestuurd naar de GGD waar het rivierschip verwacht wordt. Indien er na de eerste melding een verandering plaatsvindt in de gezondheidssituatie aan boord, stuurt de kapitein van het schip een nieuwe MDoH.

Wanneer een MDoH nog niet beschikbaar of niet volledig is, dient de volgende informatie actief te worden opgevraagd:

  • Zijn er opvarenden met klachten die kunnen passen bij COVID-19?
  • Zijn er aan boord maatregelen getroffen, zoals isolatie van personen met klachten passend bij COVID-19, of quarantaine van hun contacten?

 
Indien de MDoH negatief is/er geen opvarenden aan boord zijn met klachten die kunnen passen bij COVID-19, wordt het schip vrije doorgang verleend.

Regie & Casushouder

Het is belangrijk dat de GGD van de eerste melding de GGD van eindbestemmingshaven actief informeert. Hiervoor wordt het formulier ‘COVID-19-casuïstiek aan boord van riviercruises’ gebruikt. De twee genoemde GGD’en informeren zo nodig ook de LCI en andere GGD’en langs de vaarroute van het schip en betrekken deze, indien nodig, in het beleid. De LCI kan faciliteren in contactgegevens van een andere GGD.

Stappenplan bij (verdenking) COVID-19 aan boord van riviercruiseschepen in havens of Nederlandse rivieren

1. Klachten passend bij COVID-19 bij opvarenden aan boord 

Als er sprake is van opvarenden aan boord met klachten passend bij COVID-19, dan gaan deze personen in isolatie conform het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19, tot een testuitslag bekend is of tot advies van de GGD volgt.

Daarnaast is het belangrijk om na te gaan of opvarenden (eerder) getest zijn op SARS-CoV-2 en wanneer, welke test is uitgevoerd, en welke laboratoria zijn betrokken.

1.1 Te nemen maatregelen

  • (Verdenking) van SARS-CoV-2 aan boord van een schip is geen reden tot het niet in een haven toelaten.
  • Opvarenden met klachten gaan in isolatie aan boord (in een eenpersoonshut, gescheiden van andere passagiers inclusief huisgenoten), of in overleg met de betrokken GGD, op een geschikt bevonden wallocatie. Zij worden op SARS-CoV-2 getest door middel van een gevalideerde test (PCR- of antigeentest) όf via een officiële (GGD-)teststraat op de wal. Zelftests die aan boord zijn, kunnen voor dit doel niet worden gebruikt.
  • Het schip gaat ook bij immune* opvarenden actief na of zij klachten hebben die passen bij COVID-19. Bij klachten gaan deze opvarenden ook in isolatie en worden getest.
  • Voor individuele isolatie en quarantaine-adviezen wordt het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 gevolgd.
  • Er is extra aandacht voor de standaard maatregelen aan boord (hand-/hoesthygiëne, 1,5 meter afstand onderling).

 
*
Een persoon wordt als immuun voor SARS-CoV-2 beschouwd als deze aan 1 van onderstaande criteria voldoet:

  • 14 dagen of langer geleden een vaccinatieserie afgerond;
  • 14 dagen of langer geleden 1 vaccinatie ontvangen na een doorgemaakte SARS-CoV-2-infectie;
  • Minder dan 12 maanden geleden COVID-19 doorgemaakt.

 
Indien de testuitslag van alle opvarenden met klachten die kunnen passen bij COVID-19 negatief is, dan vervallen de beperkingen en wordt quarantaine opgeheven.

2. Eén of meerdere opvarenden worden positief getest op SARS-CoV-2

2.1 Opvragen gegevens en inventarisatie medische situatie

De volgende gegevens kunnen bij het schip worden opgevraagd:

  • Maritime Declaration of Health (MDoH);
  • Lijst van personen die aan boord zijn en zijn geweest (crewlist/passagierslijst);
  • Medisch logboek (medical log);
  • Reisschema schip (historie en geplande route);
  • Uitbraakprotocol maatschappij, indien beschikbaar;
  • Mogelijke cohortering aan boord en zo ja, in welk cohort de verdachte gevallen zich bevinden en in welke hut(ten) verdachte gevallen zijn geaccommodeerd;
  • Genomen maatregelen.

2.2 Te nemen maatregelen indien 1-2 besmettingen zijn vastgesteld binnen een reisgezelschap

  • Alle positief geteste personen gaan in isolatie, bij voorkeur aan de wal.
  • De kapitein/rederij voert, in samenwerking met de GGD, het bron- en contactonderzoek aan boord uit.
  • Alle categorie 1- en 2-contacten worden getest op SARS-CoV-2 door middel van een gevalideerde test (nulmeting). Bij een onduidelijk beeld van het aantal nauwe contacten wordt laagdrempelig geadviseerd alle niet-immune opvarenden te testen, dus ook categorie 3-contacten. Door opvarenden afgenomen zelftesten worden niet geaccepteerd, de testen dienen door daartoe gekwalificeerd personeel te worden afgenomen.
  • Voor verdere individuele isolatie, quarantaine en monitoring van adviezen wordt het standaard Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 gevolgd.
  • Opvarenden in quarantaine ondergaan het testbeleid zoal beschreven in paragraaf 3.
  • Opvarenden die niet in isolatie of quarantaine zitten, (immune categorie 2-contacten en alle categorie 3-contacten), kunnen zich vrij bewegen over het schip, en van boord gaan (voor bijvoorbeeld winkelen, uitstapjes of excursies).
  • Overweeg in het geval van een schip met in Nederland woonachtige opvarenden de mogelijkheden voor isolatie of quarantaine op het woonadres of een alternatieve locatie.
  • De GGD van de regio waar de eerste MDoH met (verdenking) op COVID-19 aan boord van het schip wordt gemeld, blijft casushouder zo lang het schip in de haven in die regio blijft. Deze GGD draagt het schip over aan de GGD van de eindbestemmingshaven indien het schip vertrekt, maar nog niet alle aanvullende maatregelen aan boord zijn opgeheven. Hiervoor wordt het formulier ‘COVID-19-casuïstiek aan boord van riviercruises’ gebruikt. Bij deze overdracht wordt verdere samenwerking in de casus tussen de GGD’en besproken.

2.3 Aanvullende maatregelen bij 3 of meer indexen of indexen binnen meerdere reisgezelschappen

Indien er meerdere mensen (3 of meer) positief zijn getest, of sprake is van twee indexen in verschillende reisgezelschappen, is er mogelijk sprake van een uitbraak (afhankelijk van de achtergrondincidentie). De casushoudende GGD doet een inschatting van de grootte van de uitbraak en de verspreiding aan boord. Dit stappenplan onderscheidt twee gradaties: 1. een kleine uitbraak met een index en aan elkaar gelinkte secundaire casussen, 2. een grote uitbraak en/of meerdere individuele casussen (met vermoeden van wijde verspreiding).
Dit stappenplan voor de riviercruisevaart stelt een arbitraire grenswaarde van de attack rate op 5% van het totaal aantal opvarenden. In praktijk maakt de casushoudende GGD de afweging welke maatregelen het meest passend zijn, mede op basis van de attack rate en andere variabelen.

2.3.1 Aanvullende maatregelen bij een kleine uitbraak met aan elkaar gelinkte indexen, arbitraire attack rate tot 5% van het totaal aantal opvarenden
  • Alle niet-immune opvarenden worden getest op SARS-CoV-2 door middel van een gevalideerde test (nulmeting) en uitgevoerd door gekwalificeerd personeel (dus niet d.m.v. zelftesten). Bij een onduidelijk beeld van het aantal nauwe contacten wordt laagdrempelig geadviseerd alle opvarenden te testen. Het verdere testbeleid staat beschreven in paragraaf 3. 
  • Adviseer de kapitein/rederij de overige contacten (categorie 3) te cohorteren (indien er nog geen cohortering plaatsvindt) om vervolgbeleid beter te faciliteren.
  • Overweeg geen nieuwe opstappende passagiers toe te laten tot het schip. Dit valt te overwegen indien er additionele variabelen zijn, buiten de attack rate.
  • Overweeg bij de faciliteiten aan boord, zoals restaurant, schoonheidssalon en casino, de toegangsaantallen te beperken, of geheel te sluiten. Dit valt te overwegen indien er additionele variabelen zijn, buiten de attack rate.
  • Overweeg geen bezoeken en uitstapjes aan wal toe te laten. Dit valt te overwegen indien er additionele variabelen zijn, buiten de attack rate.
  • De situatie wordt met de kapitein/rederij geëvalueerd en verdere beperkingen in het continueren van de vaart worden overwogen. Naast het aantal indexen heeft ook het aantal opvarenden dat in quarantaine zit hierop een grote impact en kan het een grote belemmering vormen voor het in werking houden van het schip en de bedrijfsvoering aan boord.
2.3.2 Maatregelen bij een grote uitbraak, en/of meerdere individuele indexen (met vermoeden van wijde verspreiding), arbitraire attack rate vanaf 5% van het totaal aantal opvarenden
  • Adviseer het schip aan te meren en aangemeerd te blijven tot tenminste na inventarisatie van de situatie en overleg met GGD.
  • Alle opvarenden worden getest op SARS-CoV-2 door middel van een gevalideerde test (nulmeting) en uitgevoerd door gekwalificeerd personeel (Dus niet d.m.v. zelftesten). Het verdere testbeleid staat beschreven in paragraaf 3.
  • Alle niet-immune opvarenden gaan in quarantaine conform het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19. Daarnaast gaan alleen personen aan boord en van boord in overeenstemming met de autoriteiten (havenautoriteit in samenspraak met de GGD). Het schip mag in dit geval in principe de haven niet verlaten.
  • Overweeg het schip in quarantaine te plaatsen, betrek hierbij de veiligheidsregio indien nog niet betrokken. 
  • Indien het gehele schip in quarantaine verblijft, wordt opstappen van nieuwe opvarenden beperkt tot alleen noodzakelijk personeel. Deze personen worden strikt gescheiden van de overige opvarenden, houden 1,5 meter afstand, en/of dragen een mondneusmasker type IIR. Het schip houdt bij wie er aan boord komt.
  • Faciliteiten aan boord, zoals restaurant, schoonheidssalon en casino, gaan dicht.
  • Geen bezoeken en uitstapjes aan wal.
  • De situatie wordt met de kapitein/rederij geëvalueerd en verdere beperkingen in het continueren van de vaart worden overwogen. Knelpunten in isolatie/quarantaine worden geïnventariseerd, en zo nodig bespreekt de GGD, in overleg met de veiligheidsregio, alternatieve isolatie-/quarantainelocaties.

2.4 Informeren van ketenpartners en melden aan instanties

Ketenpartners en instanties worden geïnformeerd door de GGD, denk bijvoorbeeld aan:

  • havenautoriteiten;
  • De veiligheidsregio;
  • Immigratie/marechaussee (bij niet-EU opvarenden);
  • Instanties die aan boord gaan (THZ/Ship sanitation).

 
Ook de GGD van de volgende regio waar het schip heen vaart (bij eventueel vertrek) en de GGD van de eindbestemming worden geïnformeerd, gebruik hiervoor het formulier ‘COVID-19-casuïstiek aan boord van riviercruises’.

Uitbraken op schepen worden door de GGD gemeld aan de LCI.

3. Testbeleid: opvolgen met vijfdaagse testrondes

3.1 Nulmeting (dag 0)

Afhankelijk van de verschillende situaties zoals beschreven in paragraaf 2 worden alle niet-immune opvarenden of een deel daarvan bij de nulmeting getest op SARS-CoV-2 door middel van een gevalideerde test. Deze testen worden afgenomen/uitgevoerd door een daartoe gekwalificeerd persoon van buiten het schip/de rederij. Zelftesten zijn niet geschikt voor deze nulmeting.

  • Tot de testuitslag bekend is, blijft het hele schip in quarantaine. Dit is exclusief de immune, klachtenvrije opvarenden conform het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19, of tenzij er sprake is van een duidelijke scheiding tussen nauwe (categorie 1- en 2-) en overige (categorie 3-) contacten, bijvoorbeeld d.m.v. cohortering.
  • Voor verdere adviezen na de testuitslagen ten aanzien van individuele isolatie, quarantaine en monitoring, wordt het standaard Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 gevolgd.

3.2 Opvolging van het testbeleid op dag 5 en verder

Vijf dagen na de nulmeting worden alle op dag 0 negatief geteste opvarenden opnieuw getest. Ook de immune categorie 1-contacten worden in deze testronde meegenomen.

  • Indien iedereen negatief test op dag 5 na het laatste contact worden alle extra maatregelen aan boord afgeschaft.
  • Indien er opnieuw opvarenden positief testen op dag 5 na het laatste contact, gaan deze besmette opvarenden in isolatie en wordt beleid gevolgd conform het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19.
  • 5 dagen later wordt opnieuw iedereen getest met een gevalideerde test.

 
Deze vijfdaagse testrondes gaan door totdat er bij een testronde geen positieve uitslagen meer zijn.

4. Wanneer mag het schip uitvaren?

4.1 Algemene uitgangspunten

Het schip kan uitvaren als alle positief geteste opvarenden ofwel van boord zijn gegaan ofwel inmiddels uit isolatie zijn (zie paragraaf 5.3 over overwegingen rondom de duur van de isolatie/quarantaine). De uitbraak mag dan als voorbij worden beschouwd en het schip mag worden vrijgegeven.

4.2 Uitvaren met opvarenden in quarantaine of isolatie aan boord

Het schip kan onder voorwaarden uitvaren:

  • Er zijn geen positief geteste opvarenden meer aan boord. Alle positief geteste opvarenden (bemanningsleden EN passagiers) zijn van boord en zijn elders in isolatie ondergebracht.
  • Alle opvarenden die nog in quarantaine zijn, blijven te allen tijde in hun eigen hut. De quarantaine mag pas worden opgeheven conform de adviezen in de COVID-19-richtlijn. Voor overwegingen rondom het opheffen van quarantaine, zie paragraaf 5.3.
  • Een volgende haven wordt door de rederij/GGD geïnformeerd en er wordt akkoord voor uitvaren gevraagd. De rederij levert betrokken contactgegevens in die haven aan de GGD, die vervolgens deze afspraak kan verifiëren. De GGD informeert de GGD van de regio waar de eindbestemmingshaven ligt. De GGD van de regio van de eindbestemmingshaven wordt casushouder van de uitbraak. Samenwerking tussen meerdere GGD’en kan noodzakelijk zijn voor management van de uitbraak.

 
De GGD overlegt met de LCI als een schip niet aan alle voorwaarden voldoet en toch wil uitvaren. Voor maatregelen wanneer een schip zonder overleg of tegen advies in toch uitvaart, zie paragraaf 5.6.

5. Algemene aandachtspunten en overwegingen

5.1 Verantwoordelijkheden van het schip en de rederij

Het schip en de rederij zien in het kader van uitbraakmanagement toe op:

  • registratie van alle opvarenden met informatie over vaccinatiestatus, land van herkomst, klachten, testen, uitslagen en maatregelen. De kapitein deelt deze informatie op verzoek van de GGD.
  • Uitvoering van bron- en contactonderzoek aan boord in samenwerking met de GGD.
  • Beschikbare en geschikte isolatie- en quarantaineverblijfplaatsen aan boord en/of aan wal (in afstemming met de GGD). Om hotels te informeren over wat zij kunnen verwachten bij het toelaten van opvarenden uit de havens, kan de template Informatie voor hotels over gasten in quarantaine en isolatie vanuit de haven gebruikt worden.
  • Medische monitoring van positief geteste opvarenden, en zo nodig toegang tot medische zorg en het transport.
  • Monitoring van categorie 3-contacten, en dat zij zich melden bij mogelijke COVID-19-klachten. Opvarenden die klachten ontwikkelen, gaan in isolatie en worden getest.

 
Verdere verantwoordelijkheden van het schip en de rederij worden beschreven in het
Nieuw aanvullend kader herstarten riviercruise.

5.2 Het aan wal gaan van opvarenden

Er zijn verschillende situaties denkbaar waarbij mensen aan wal gaan. Denk hierbij aan:

  • het testen van de opvarenden in een GGD-teststraat of bij een commerciële partij;
  • Positief geteste opvarenden die aan wal in isolatie te gaan;
  • Negatief geteste niet-immune opvarenden die aan wal in quarantaine gaan; 
  • Het wisselen van de gehele bemanning waarbij de oude bemanning aan wal in isolatie gaat (bij nulmeting positief geteste bemanningsleden), of in quarantaine (bij nulmeting negatief geteste bemanningsleden).

 
De rederij is primair verantwoordelijk voor het vinden van een verblijfplaats aan wal, vervoer naar de teststraat en medisch toezicht indien positief geteste opvarenden in isolatie in een hotel aan de wal verblijven. Wanneer het personen betreft met een niet EU-nationaliteit overlegt de rederij zo nodig met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de marechaussee.

Voor informatie over hoe om te gaan met het vervoer van opvarenden met of verdacht van COVID-19 naar een locatie aan de wal, zie ook de LCI-bijlage Noodzakelijk zittend vervoer.

5.3 Overwegingen rondom duur van quarantaine

In principe geldt volgens de Nederlandse COVID-19-richtlijn dat een contact op dag 5 na het instellen van de quarantaine kan worden getest op SARS-CoV-2. Bij een negatieve testuitslag kan dan de quarantaine voor dat contact worden opgeheven. Men moet vervolgens wel alert blijven op het ontstaan van nieuwe klachten mogelijk passend bij COVID-19 na dag 5; let op de advisering aan het schip bij uitvaren.

5.4 Repatriëring van opvarenden

Opvarenden kunnen terugkeren naar huis als zij conform het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 niet in quarantaine of isolatie verblijven, of volgens het testbeleid, zoals beschreven in paragraaf 3, negatief getest zijn op dag 5. Verwijs naar overheidsinformatie over reizen vanuit Nederland voor meer informatie.

5.5 Passagiers die de reis willen afbreken

Passagiers die in quarantaine verblijven omdat ze nauw contact zijn van een positief getest of ziek persoon of omdat het gehele schip in quarantaine is geplaatst, kunnen de wens hebben de reis te willen afbreken. Alleen als het in Nederland woonachtige opvarenden betreft, kan isolatie of quarantaine op het woonadres of een alternatieve locatie worden overwogen.
Voor alle overige passagiers die niet in isolatie/quarantaine verblijven, geldt dat terugkeren naar huis mogelijk is, zie ook
paragraaf 5.4.

5.6 Wat als een schip tegen advies in uitvaart?

Als een schip uitvaart tegen de adviezen zoals beschreven in paragraaf 4, moeten relevante ketenpartners, de LCI, en de opvolgende GGD’en worden geïnformeerd (zie paragraaf 2.4). Wanneer het schip de grens over gaat, wordt in overleg met de LCI een EWRS-bericht overwogen.

5.7 Wettelijk kader: opleggen dwingende maatregelen

Er bestaan mogelijkheden tot het opleggen van dwingende maatregelen (testen, quarantaine, isolatie, uitvaarverbod). In dit document volstaan wij door te verwijzen naar de Wet publieke gezondheid (Wpg), artikel 47, 50, 51 en 53.

5.8 Onderzoek aan boord door de GGD

Wanneer voor uitbraakbestrijding onderzoek aan boord nodig is, gelden hiervoor de algemene voorschriften voor het dragen van PBM. Geadviseerd wordt een Ship Sanitation-inspecteur te betrekken bij het onderzoek aan boord. Dit kan via GGD Kennemerland, GGD Amsterdam of GGD Rotterdam-Rijnmond.

Bronnen en relevante documenten

Versiebeheer

  • 03-12-2021: Wijziging definitie immuniteit na doorgemaakte infectie van 6 naar 12 maanden na infectie.
  • 30-07-2021: Eerste versie.