Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 t/m 12 jaar)

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 8 februari 2021 | (versiebeheer zie onderaan pagina) | Zie ook Handreiking contact en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen 13 tot 18 jaar (VO)

Deze handreiking is bedoeld om GGD’en te ondersteunen bij het bron en contactonderzoek (BCO) en het nemen van maatregelen op kinderopvang of school* wanneer een kind (0 t/m 12 jaar)** of een medewerker die werkt met kinderen in deze leeftijd positief is getest op COVID-19. Deze handreiking sluit aan bij het Protocol Bron- en contactonderzoek, waarin beschreven is wie als contacten van een besmettelijke persoon worden aangemerkt, en wat de maatregelen en adviezen zijn voor deze contacten. In deze handreiking wordt dit nader uitgewerkt voor de kinderopvang en scholen, en wordt de motivatie voor de maatregelen beschreven.

* In deze handreiking wordt de algemene term ‘kinderopvang’ bedoeld voor dagopvang, voor- en buitenschoolse opvang en gastouderopvang, en wordt ‘school’ voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs gebruikt.

** De leeftijden van kinderen in de kinderopvang (0-12 jaar) en PO (4-12 jaar) zijn (deels) verschillend. Voor een kind dat naar de kinderopvang gaat, gelden de regels van de kinderopvang ongeacht de leeftijd. Datzelfde geldt voor kinderen die naar PO gaan.

Algemene uitgangspunten

  • COVID-19 is een meldingsplichtige infectieziekte groep A veroorzaakt door SARS-CoV-2, die door de aanvrager en het laboratorium aan de GGD gemeld moet worden bij een bevestigde besmetting.
  • Daarnaast geldt dat potentieel ernstige aandoeningen aan de luchtwegen van vermoedelijk infectieuze aard in instellingen voor kwetsbare groepen gemeld worden volgens artikel 26 van de Wet publieke gezondheid. Concreet houdt dit in dat basisscholen en kindercentra de GGD in ieder geval op de hoogte brengen als er 3 of meer kinderen of medewerkers in een groep zijn met een verdenking op COVID-19.
  • Voor de uitvoering van meldingen van COVID-19 (verdachte/bevestigde) personen maken GGD’en vooraf afspraken met de kinderopvang en scholen in de regio. Zie ‘Melden door school/kinderopvang’, waarbij het in de praktijk geadviseerd wordt bij 1 geval al de GGD te informeren.
  • Voor iedereen in Nederland gelden basisregels over het openbaar en dagelijks leven. Zie de actuele informatie op Rijksoverheid.nl.

Testbeleid, isolatie en quarantaine

  • Iedereen in Nederland met klachten passend bij COVID-19 blijft thuis en laat zich testen.
  • Voor kinderen van 0 tot 4 jaar en leerlingen in het primair onderwijs (PO) kan een aangepast testbeleid en thuisblijfadvies gelden. Zie de Handreiking bij neusverkouden kinderen en Rijksoverheid.nl.
  • Zie voor het testen van kinderen: Rijksoverheid.nl.
  • Zie voor het testen van onderwijspersoneel: Rijksoverheid.nl.
  • Elk positief getest kind of medewerker gaat in isolatie. Diens contacten in categorie 1 en 2 gaan in quarantaine. Zie voor meer informatie het protocol BCO.
  • Zie voor de quarantaineregels: Rijksoverheid.nl.

Afstand houden

  • Om verspreiding van COVID-19 te voorkomen, gelden in Nederland regels over het 1,5 meter afstand houden. Zie voor de regels en uitzonderingen Rijksoverheid.nl.
  • Een uitzondering is dat kinderen tot en met 12 jaar geen 1,5 meter afstand hoeven te houden, niet tot elkaar en ook niet tot oudere kinderen en volwassenen.

Overwegingen beleid bij jonge kinderen (0-12 jaar)

De epidemiologie en transmissie bij kinderen verloopt anders dan bij volwassenen. Zie Kinderen, school en COVID-19. De verspreiding van SARS-CoV-2 onder kinderen, of van kinderen naar volwassenen, komt minder vaak voor dan onder volwassenen of van volwassenen naar kinderen. Wel zien we een hogere, toenemende incidentie en transmissie bij kinderen naarmate ze ouder worden, met name in de leeftijd van 15 t/m 17 jaar. Voor jonge kinderen gelden andere maatregelen dan bij kinderen van 12 jaar en ouder, omdat:

  • jonge kinderen een beperkte rol lijken te spelen in de transmissie van SARS-CoV-2. En daarnaast:
  • 1,5 meter afstand houden tot en tussen jonge kinderen praktisch moeilijk uitvoerbaar is;
  • (fysieke) deelname aan onderwijs, sporten en andere activiteiten belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen;
  • kinderen (<18 jaar) met onderliggend lijden geen verhoogd risico hebben op een ernstig verloop van COVID-19, ongeacht het onderliggend lijden. 
     

Het niet afstand hoeven houden voor kinderen onderling en voor kinderen tot volwassenen, en de afwijkende epidemiologie van COVID-19 bij kinderen (zie Kinderen, school en COVID-19) heeft consequenties voor het contact- en uitbraakonderzoek en de daaruit voortvloeiende maatregelen en adviezen.

  • Om eventuele verspreiding van het virus onder kinderen en medewerkers tegen te gaan, kan een school of kinderopvang maatregelen nemen om de kans op transmissie op school – en het aantal contacten per kind – zo klein mogelijk te houden. Zie hiervoor het Generiek kader.
  • Medewerkers onderling houden minstens 1,5 meter afstand tot elkaar.

Contactonderzoek op kinderopvang en school

Wanneer een persoon (leerling of medewerker) positief is getest voert de GGD bron- en contactonderzoek (BCO) uit, zowel buiten als binnen de kinderopvang of school. Op de kinderopvang of school doet zij dit in samenwerking met de school of kinderopvang.

Samenwerking en communicatie met de school/kinderopvang en GGD-scholenteams

GGD-scholenteams

GGD’en worden gevraagd een GGD-scholenteam samen te stellen. Het heeft de voorkeur dat vanuit de GGD de afdeling Infectieziektebestrijding en de afdeling Jeugdgezondheidszorg hierbij nauw samenwerken. Scholenteams kunnen ook ondersteunen bij uitbraakonderzoek/sequencing. Het doel van een GGD-scholenteams is goede samenwerking tussen de JGZ en IZB binnen de GGD voor:

  • eenduidige communicatie;
  • eenduidig aanspreekpunt voor een kinderopvang of school en voor de GGD;
  • de rol van de jeugdarts: scholen en kinderopvang kunnen met vragen terecht bij de jeugdarts en jeugdverpleegkundige die bekend is op de kinderopvang of de school. De jeugdgezondheidszorg is een laagdrempelige vraagbaak. De jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen denken mee over specifieke situaties, vragen en onrust van medewerkers en/of ouders en stemmen af met Infectieziektebestrijding (medewerkers BCO, hygiëneadviseurs) over eventuele aanvullende maatregelen. De jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen houden ook tijdens een lockdown contact met kinderopvangcentra en scholen. Daarnaast blijven zij in contact met ouders, kinderen en jongeren. Zie de AJN-website voor meer informatie.

Melden door school/kinderopvang

Bij een of meerdere positief geteste kinderen of medewerkers is het van belang dat de GGD en de directie en/of het schoolbestuur in contact treden om de te nemen adviezen en maatregelen te bespreken. Er zit een tijdsinterval tussen de uitslag van een positieve test en de uitvoering van het BCO door de GGD. Hierdoor is een kinderopvang of school vaak eerder dan de GGD op de hoogte dat een kind of medewerker positief getest is voor COVID-19 (via ouders), en ook dat er iemand verdacht van COVID-19 is (door ziekmelding). Scholen, kinderopvangcentra en GGD’en worden gevraagd afspraken te maken om bij een COVID-19-(verdacht) geval laagdrempelig contact met elkaar op te nemen om adviezen af te stemmen. Hetzelfde geldt voor het vroeg opmerken van mogelijk gerelateerde gevallen.

Afspraken vooraf met school/kinderopvang

Ook als er nog geen besmettingen zijn geweest op een school is het goed om van tevoren met de school/ kinderopvang contact te hebben over en op de hoogte te zijn van de invulling van de algemeen genomen maatregelen op de locatie en het geldende protocol van de kinderopvang of school. Voor kinderopvang en scholen is er een Generiek kader Kinderopvang en scholen (0-12 jaar) waarin de maatregelen beschreven zijn die een school kan nemen om de kans op transmissie zo klein mogelijk te houden. Bovendien worden de kinderopvang en scholen geadviseerd via hun eigen sector een eigen stappenplan (handelingsperspectief) te maken. Scholen/kinderopvang worden gevraagd de maatregelen die zij nemen en het geldende handelingsperspectief/protocol met (het scholenteam van) de GGD te delen, om zo eventueel toekomstig BCO voor te bereiden en daarbij samen afspraken te maken over:

  • de geldende (preventieve) maatregelen en het protocol van de school en van de opvang;
  • het aanspreekpunt vanuit de opvang of school en het aanspreekpunt vanuit de GGD. Vaak zal dit iemand van de Jeugdgezondheidszorg zijn (de jeugdarts of jeugdverpleegkundige);
  • de procedure bij besmettingen op de opvang of school;
  • de communicatie van (ziek)meldingen van positief geteste medewerkers/kinderen tussen de opvang of school en GGD;
  • de uitvoering van het BCO door de GGD en de rol van de opvang of school daarbij, bijvoorbeeld het bijhouden van klassenindelingen en -plattegronden, dagelijkse presentielijsten per klas/groep.;
  • de maatregelen t.a.v. quarantaine en testbeleid;
  • de stappen die ondernomen moeten worden en de besluitvorming bij meerdere besmettingen of uitbraken, advies en ondersteuning bij preventieve maatregelen: duidelijke afspraken over met welke klachten een kind wel of niet naar school/kinderopvang mag/zich laat testen (onafhankelijk van of een kind (nauw) contact is).

Uitvoering BCO bij 1 positief getest(e) kind/medewerker

De GGD en school/kinderopvang nemen contact met elkaar op en stellen de dagen vast waarvoor het contactonderzoek geldt afhankelijk van de aanwezigheid van de besmette persoon op school/kinderopvang (besmettelijke periode: vanaf 2 dagen voor de eerste ziektedag). De leerkracht/school/kinderopvang maakt een lijst van de aanwezige personen, met wie de besmette persoon in deze periode in contact is geweest.

  • Als een kind of leerkracht positief wordt getest wordt in principe de hele klas of groep en de leerkracht of medewerker aangemerkt als nauw contact (categorie 2).
     

Alleen als er maatregelen zijn toegepast om het aantal contacten per kind zo laag mogelijk te houden, kan het mogelijk zijn om onderscheid te maken tussen nauwe contacten (categorie 2) en overige contacten (categorie 3). Bij het contactonderzoek  worden contacten ingedeeld op basis van de aard van het contact dat zij hadden. Hierbij zijn onderlinge afstand en duur van het contact belangrijke criteria.

  • Nauwe contacten (categorie 2) zijn kinderen of medewerkers die in totaal op een dag meer dan 15 minuten contact hadden met de besmettelijk persoon op minder dan 1,5 meter afstand.
  • Overige contacten (categorie 3) zijn alle medewerkers en kinderen die meer dan 15 minuten in dezelfde ruimte (klaslokaal, koffieruimte etc.) waren met de besmettelijke persoon. En ook de kinderen of medewerkers die contact hadden met de besmettelijk persoon op minder dan 1,5 meter, maar korter dan 15 minuten.
     

Zie ook het BCO-protocol.

Maatregelen

De maatregelen en adviezen verschillen per soort contact:

Alle nauwe contacten (categorie 2) gaan, conform het BCO-protocol, in thuisquarantaine gedurende 10 dagen. Dat betekent dat zij niet naar de school of kinderopvang kunnen komen.
Zij kunnen zich op of na dag 5 na het laatste contactmoment met de besmettelijke persoon laten testen*. Als de test op of na dag 5 na het laatste contactmoment negatief is, kan de quarantaine worden opgeheven (zie ook het BCO-protocol). 
Daarnaast is het dringende advies om bij het ontstaan van klachten tijdens de 10 dagen na het contact met de besmettelijke persoon, het kind te laten testen, ook als een eerdere test negatief was. 

Op indicatie kunnen deze contacten zich zonder klachten al laten testen voor dag 5 na de laatste blootstelling (conform het BCO protocol). Het doel van deze test is om eventuele infectie snel op te sporen, zodat de contacten van het kind zo snel mogelijk geïnformeerd kunnen worden over het risico wat zij gelopen hebben. Dit kan vooral van belang zijn als het kind (na het contact op school of opvang) nauw contact heeft gehad met iemand met een verhoogd risico op gecompliceerd beloop van COVID-19. Gezien de belasting van testen voor (jonge) kinderen wordt dit testmoment niet dringend geadviseerd, maar kunnen ouders in dergelijke gevallen wel kiezen voor deze extra test. Deze test heeft niet als doel om de quarantaineperiode te verkorten: als de test negatief is, blijft het kind nog in quarantaine.

De overige contacten (categorie 3) mogen wel naar school en kinderopvang komen, zij hoeven conform het BCO-protocol niet in quarantaine. Deze contacten krijgen ook het advies om zich te laten testen, ook als zij geen klachten hebben. Bij voorkeur laten zij zich testen op of rond dag 5 na het laatste contactmoment met de besmettelijk persoon (zie ook het BCO-protocol).

De GGD adviseert over eventuele informatieverstrekking aan de ouders.

Dit is conform kabinetsbeleid en wijkt af van het OMT-advies en BCO-protocol, waarin overige nauwe contacten (categorie 2) geadviseerd worden zich zo snel mogelijk en op dag 5 na de laatste blootstelling te laten testen.

Extra testbeleid

Indien de index een medewerker is, is het raadzaam dat alle medewerkers die tijdens de besmettelijke periode van de index op school zijn geweest, ook worden getest.

Naast het testbeleid conform het BCO-protocol kan op het primair onderwijs voor categorie 3-contacten een extra test zo spoedig mogelijk na de positieve uitslag van de index worden geadviseerd.

Uitbraakonderzoek

Er is sprake van een uitbraak als er binnen de school/kinderopvang 3 of meer gevallen zijn die gerelateerd lijken te zijn in tijd en plaats. De GGD brengt samen met de school in kaart of er sprake is van een cluster of uitbraak en of er (mogelijk) verspreiding heeft plaatsgevonden op school of in de kinderopvang. Hiervoor doet de GGD epidemiologisch uitbraakonderzoek (waarvoor het Excel-bestand ‘Clusteronderzoek GGD'en_checklist minimale epi dataset’ dat op Viadesk te vinden is als hulpmiddel gebruikt kan worden) en vult dit zo nodig aan met sequencing van de gevonden virusstammen (zie onder Whole genome sequencing -WGS).

Praktisch gezien betekent bovenstaande het volgende:

  • Onder leiding van de betreffende GGD wordt een uitbraakonderzoek uitgevoerd om de situatie in kaart te brengen.
  • De GGD inventariseert de samenhang in tijd en plaats (klas/groep) van de gemelde gevallen.
  • De GGD doet, in samenwerking met de leiding van de school/kinderopvang het BCO rondom de positieve medewerkers en/of kinderen op school/kinderopvang. De GGD en de school/kinderopvang nemen contact met elkaar op en stellen de dagen vast waarvoor het contactonderzoek geldt. Dit is afhankelijk van de aanwezigheid van de besmette personen op de school/kinderopvang (besmettelijke periode: 2 dagen voor de 1e ziektedag). De leerkracht/school/kinderopvang maakt een lijst van de aanwezige personen met wie de besmette personen in nauw contact zijn geweest.
  • Afhankelijk van de context wordt alleen de groep/klas of worden meerdere groepen/klassen bevraagd.
  • De GGD adviseert over eventuele informatieverstrekking aan de ouders.

Maatregelen

Indien de GGD op basis van epidemiologisch uitbraakonderzoek heeft vastgesteld dat er sprake is van een cluster of uitbraak waarbij verspreiding heeft plaatsgevonden op de school/kinderopvang (meerdere besmettingen verspreid over een klas, of over de school/kinderopvang) bepaalt de GGD samen met de school/kinderopvang welke maatregelen genomen kunnen worden om verdere verspreiding te voorkomen. Denk hierbij aan beter handhaven van algemene maatregelen of quarantaine voor meer groepen en medewerkers die een verhoogd risico gelopen hebben op besmetting en/of grootschalig testen om sluiting van de school/kinderopvang te voorkomen. Daarnaast:

  • Bij meerdere (≥2) besmettingen in 1 klas/groep (cluster) gaat de gehele groep/klas in quarantaine.
  • Bij meerdere klassen waar 1 besmetting is geconstateerd en waarbij meerdere kinderen bij het contactonderzoek als categorie 2-contact worden aangewezen, kan dit tot gevolg hebben dat meerdere groepen/klassen in quarantaine gaan.
  • Bij een cluster of grotere uitbraak met gerelateerde besmettingen verspreid over meerdere klassen, kan meer uitgebreide quarantaine voor de (gehele) opvang of school geadviseerd worden.
  • Zie ook hierna onder Testbeleid.

Extra testbeleid bij een uitbraak

Deze paragraaf is alleen van toepassing op het primair onderwijs

Naast het testbeleid conform het BCO-protocol, worden in de onderscheiden situaties de volgende (extra) testen geadviseerd.

  • Bij meerdere (≥2) besmettingen in 1 klas/groep (cluster) worden alle kinderen en leerkrachten in de klas/groep zo spoedig mogelijk na de uitslag van de 2e index en 5 dagen na het laatste contact met die index getest. Indien de 2e index een leerkracht is, worden alle medewerkers die tijdens de besmettelijke periode van de 2e index op school zijn geweest, ook getest.
  • Bij meerdere klassen waar 1 besmetting geconstateerd wordt en bij een cluster of grotere uitbraak met gerelateerde besmettingen verspreid over meerdere klassen worden alle kinderen en medewerkers van de locatie zo spoedig mogelijk en 5 dagen na de eerste test getest.

Bij het RIVM wordt een onderzoek voorbereid waarin alle klasgenoten van een positief geteste leerling of leerkracht op een basisschool worden getest op dag 0. De positief geteste personen gaan in isolatie en hun familie wordt gevraagd om deel te nemen aan een follow-up-onderzoek in de thuissituatie. De negatief geteste personen uit de groep/klas worden 5-7 dagen later opnieuw getest en leveren ook op dag 28 nog een sample in (voor serologisch onderzoek). Het doel van het onderzoek is om beter zicht te krijgen op de rol van kinderen in de transmissie van SARS-CoV-2 op scholen. Details van het onderzoek worden nog verder uitgewerkt. Het streven is om te starten als de basisscholen weer opengaan. Als de GGD hoort van een school die aan het onderzoek wil meewerken, kan contact worden opgenomen met het onderzoeksteam via: FFX-COVID-19@rivm.nl.

Whole genome sequencing-WGS

Overweeg om in aanvulling op het epidemiologisch uitbraakonderzoek moleculair onderzoek (WGS) van de gevonden virusstammen te verrichten. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd om clustering fylogenetisch te bevestigen dan wel uit te sluiten, een variant van het virus op te sporen en/of om een mogelijke bron in beeld te brengen. GGD’en kunnen voor overleg hierover en de praktische uitvoering contact opnemen met de LCI.

Het kan zinvol zijn een of meerdere positieve monsters te sequencen, bijvoorbeeld bij opvallende clustering (meerdere gevallen, verspreid over vrijwel alle klassen op scholen), verspreiding die duidelijk anders of sneller verloopt dan normaal gebruikelijk, of als men geen zicht en controle heeft op de uitbraak.

WGS is meestal alleen mogelijk bij lage Ct-waarden (32 of lager). In het geval van veel positieve monsters kan overwogen worden om slechts een deel van de monsters te sequencen. Daarbij is het van belang om van elke te onderscheiden groep een beperkt aantal positieve monsters te selecteren, naast een selectie in de tijd en het insturen van zoveel mogelijk monsters van zowel leerkrachten als leerlingen. Daarbij dient gelet te worden op de Ct-waarden van de positieve monsters (indien bekend); monsters met een lagere Ct-waarde hebben de voorkeur.

Op basis van de combinatie van epidemiologische gegevens en de resultaten van het moleculair onderzoek, kunnen conclusies worden getrokken (door de GGD in samenspraak met de virologen) over de verspreiding van het virus binnen het cluster. De conclusies worden met het RIVM/de LCI gedeeld als input voor eventuele aanpassingen van het landelijk beleid.

Referenties

Versiebeheer

  • 08-02-2021: Onder 'Uitvoering BCO bij 1 positief getest(e) kind/medewerker' is het testbeleid voor kinderen die categorie 2-contacten zijn gewijzigd.
  • 04-02-2021: Aanpassing van het testbeleid voor categorie 2 en 3 n.a.v. de aanpassing van het algemene BCO. Daarnaast is na het advies van het 98e OMT het testbeleid voor scholen toegevoegd.
  • 26-01-2021: Tekstuele verduidelijking onder ‘Maatregelen’ en een wijziging bij de maatregelen die scholen kunnen nemen om de transmissie zo klein mogelijk te houden. Deze zullen worden beschreven in het Generiek kader (voor scholen).
  • 22-01-2021: De Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 tot 18 jaar) is gesplitst in deze handreiking voor het basisonderwijs en een handreiking voor het voortgezet onderwijs. De handreiking is compleet vernieuwd herzien n.a.v. het advies van het 95e OMT over het veilig heropenen van de scholen, De uitvoering van het BCO bij 1 positief geteste kind/medewerker, of bij een uitbraak in de klas/school en testbeleid is in de handreiking nader uitgewerkt.
  • 01-12-2020: Tekstuele verduidelijking onder 'testbeleid en maatregelen contacten'.
  • 27-11-2020: Aanpassing test- en quarantainebeleid van kinderen 0 tot en met 12 jaar (naar aanleiding van 87e OMT-advies) en thuisblijfadvies voor huisgenoten kinderen 0 tot en met 6 jaar (naar aanleiding van 88e OMT-advies).
  • 09-10-2020: De handreiking is aangepast aan het gewijzigde thuisblijf- en testbeleid voor neusverkouden kinderen van 0-4 jaar en op de basisschool. Het beleid ten aanzien van contacten <18 jaar van een index <18 jaar met COVID-19 gewijzigd (beleid per 2 oktober 2020); in principe worden alle contacten <18 jaar als een overig, niet nauw contact (categorie 3, zie ook informatiebrief) beschouwd, tenzij het gaat om kinderen in de middelbareschoolleeftijd die in hun vrije tijd frequent en intensief contact met elkaar hebben gehad. Paragraaf G is toegevoegd met praktische aanvullende maatregelen die scholen kunnen implementeren bij clusters en verhoogde regionale verspreiding.
  • 28-09-2020: Link voor uitzonderingen ingevoegd in 'Kinderen t/m 12 jaar mogen naar de kinderopvang of andere vormen van kinderopvang én naar de basisschool als zij alleen verkoudheidsklachten hebben zonder koorts. Hierop zijn uitzonderingen, zie https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen.'
  • 25-09-2020: link Rijksoverheid.nl/quarantaine.
  • 19-09-2020: aangepast n.a.v. gewijzigde beleid thuisblijven bij klachten voor kinderen t/m 12 jaar.
  • 04-09-2020: aangepast bij uitgangspunten: de voorwaarde minimaal 48 uur koortsvrij is verwijderd in 'De positief geteste persoon blijft thuis tot minimaal 7 dagen na de start van de symptomen en tot de persoon ten minste 24 uur symptoomvrij is'.
  • 03-09-2020: Onder 'Testbeleid en maatregelen contacten' is aangepast: kinderen t/m 12 jaar mogen wel naar kinderopvang/school/bso en sporten (niet meer vanaf 4 jaar).
  • 05-08-2020: Verduidelijking quarantainebeleid voor kinderen als ‘overige nauwe contacten’: leeftijd 4 t/m 12 jaar in plaats van ≤ 12 jaar. (Toelichting: de uitzondering voor het quarantainebeleid voor kinderen in categorie 2, overige nauwe contacten, geldt alleen voor kinderen in de leeftijd 4 t/m 12 jaar. De reden hiervoor is het welzijnsprincipe, het belang van school- en sportparticipatie is in deze leeftijdsgroep groter dan het risico op eventuele verspreiding. Dit geldt niet voor kinderen in de andere leeftijdsgroepen.)
  • 20-07-2020: Handreiking is uitgebreid naar alle kinderen van 0 tot 18 jaar. Uitgebreide herziening van de handreiking.
  • Ook bij uitgangspunten vermeld: Indien de test negatief is en kinderen alleen neusverkouden zijn of een snotneus hebben en verder niet ziek zijn, mogen zij naar school of kindercentrum en hoeven zijn niet thuis te blijven.
  • 18-06-2020: Onder scenario E, punt 1: "de school informeert..." aangepast naar "in overleg met de GGD informeert de school zo nodig..."
  • 11-06-2020: Eerste versie.