Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 3 december 2021 (versiebeheer zie onderaan pagina) | Zie ook Verpleegkundig stappenplan COVID-19 en Informatiebrieven

NB. Actuele zaken worden door middel van (Lab)Inf@ctberichten gecommuniceerd en daarna zo spoedig mogelijk verwerkt op de website. Bij discrepanties zijn (Lab)Inf@ctberichten leidend boven deze. 

Inleiding en uitgangspunten 

  • Bron- en contactonderzoek (BCO) is een essentieel onderdeel van de bestrijding van de huidige COVID-19-epidemie. De uitvoering is een verantwoordelijkheid van gemeenten (Art 6, lid 1c, Wet publieke gezondheid (Wpg)).
  • Bron- en contactonderzoek kan pas geïnitieerd worden als er een melding is gedaan. In de Wpg is vastgelegd dat groep A-infectieziekten, zoals COVID-19, onverwijld na vaststellingen gemeld moeten worden door de behandelend arts en het laboratorium (Art 22-25). Ook een ongewoon aantal zieken moet gemeld worden door het hoofd van de instelling (Art 26).
  • Het doel van bron- en contactonderzoek is om contacten te identificeren, hen te informeren over de blootstelling en risico op besmetting, hen te wijzen op maatregelen die genomen moeten worden om verdere verspreiding te voorkomen en hen hierin te begeleiden. Bijzondere aandacht in het contactonderzoek bij COVID-19 betreft contacten die kwetsbaar zijn en contacten die werken met deze kwetsbare personen, zoals zorgmedewerkers.
  • De rol van bron- en contactonderzoek in de bestrijding van COVID-19 varieert per fase van de pandemie.
  • Contactonderzoek verkort de duur tussen het ontstaan van klachten en het starten van isolatiemaatregelen, en reduceert daarmee transmissie (1,2). 
  • Als leidraad voor het protocol is het Technical Report van de European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) gebruikt (3).

Bronopsporing

Bij een persoon met bevestigde COVID-19 voert de GGD brononderzoek uit. 

  • Vraag bij elke bevestigde persoon na waar hij/zij in de incubatieperiode is geweest (o.a. reisgeschiedenis), en of er contact is geweest met iemand met een bevestigde COVID-19-infectie, zodat een mogelijke bron kan worden vastgesteld.
  • Wees lokaal, regionaal en landelijk alert op bijzondere clustering van cases. Doe nader onderzoek als dat het geval is en neem zo nodig aanvullende maatregelen.

Contactonderzoek

Bij een persoon met bevestigde COVID-19 voert de GGD contactonderzoek uit. De GGD initieert het contactonderzoek zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 24 uur nadat een melding van een persoon met (laboratorium)bevestigde COVID-19 is ontvangen. Snelle melding bij GGD door laboratorium en behandelend arts, inclusief contactgegevens, is essentieel voor de start van een bron- en contactonderzoek. 

 

Besmettelijke periode

Bij symptomatische infecties begint de besmettelijke periode 2 dagen voor de start van de klachten en eindigt als de persoon 24 uur klachtenvrij is en minimaal 7 dagen na start van de symptomen. Bij immuungecompromitteerde patiënten wordt minimaal 14 in plaats van 7 dagen gehanteerd (zie LCI-richtlijn, paragraaf Besmettelijke periode).

 

Bij asymptomatische infecties bij een niet-immune persoon begint de besmettelijke periode op de testdatum en eindigt 5 dagen na de testafname.

 

Bij asymptomatische infecties bij een immuun persoon (zie verder) begint de besmettelijke periode op de testdatum en eindigt 72 uur na de testafname.

 

Definitie contacten
Contacten worden onderscheiden in drie categorieën: 1. huisgenoten; 2. overige nauwe contacten; en 3. overige (niet nauwe) contacten. Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt in contacten die nog geen immuniteit hebben opgebouwd (niet-immune contacten) en contacten waarvan redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij afweer hebben opgebouwd tegen SARS-CoV-2 als gevolg van doorgemaakte infectie en/of vaccinatie (immune contacten).

  1. Huisgenoten zijn contacten die in dezelfde woonomgeving leven en langdurig op minder dan 1,5 meter afstand contact hadden met de bevestigde persoon.
  2. Als overige nauwe contacten worden beschouwd:
    2a. Personen die in totaal (binnen 24 uur) langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter afstand contact hadden met de bevestigde persoon tijdens diens besmettelijke periode. Personen die een melding vanuit de CoronaMelder-app hebben gekregen worden als overige nauwe contacten beschouwd. Voor vliegtuig-, bus- en treincontacten is verderop in dit protocol uitgewerkt wie van de passagiers en bemanningsleden voldoen aan de definitie overige nauwe contacten. 
    2b. In omstandigheden waarbij er een hoogrisicoblootstelling was van korter dan 15 minuten (bijvoorbeeld in het gezicht hoesten, of direct fysiek contact zoals zoenen) wordt deze persoon ook als ‘overig nauw contact’ beschouwd.
  3. Als overige (niet nauwe) contacten worden beschouwd:
    3a. Personen die langdurig contact (langer dan 15 minuten) hadden met de bevestigde persoon op meer dan 1,5 meter afstand in dezelfde ruimte, bijvoorbeeld op kantoor, in de klas of tijdens vergaderingen.
    3b. Personen die op minder dan 1,5 meter contact hadden met de bevestigde persoon tijdens diens besmettelijke periode gedurende minder dan 15 minuten (waarbij geen sprake was van hoogrisicoblootstelling, zie 2b).

 

Definitie immuun en niet-immuun

Bij het BCO wordt een persoon als immuun voor SARS-CoV-2 beschouwd als deze:

  • 14 dagen of langer geleden een vaccinatieserie heeft afgerond van Comirnaty (Pfizer), Spikevax (Moderna) of Vaxzevria (AstraZeneca); OF
  • 14 dagen of langer geleden 1 dosis van een van deze vaccins heeft gekregen na een doorgemaakte SARS-CoV-2-infectie; OF
  • 28 dagen of langer geleden het Janssen-vaccin heeft gekregen; OF
  • COVID-19 heeft doorgemaakt minder dan 12 maanden geleden.

 
Iedereen die niet voldoet aan de criteria van immuun, wordt als niet-immuun beschouwd.

 

Voor de beoordeling van in het buitenland gegeven vaccins, zie paragraaf 8.3 van de uitvoeringsrichtlijn COVID-19-vaccinatie.

 

Bovenstaande definitie voor immuniteit geldt in het kader van BCO ook voor immuungecompromitteerde personen. Bij een klein deel van de immuungecompromitteerde personen zal, ondanks dat zij voldoen aan bovenstaande criteria, de afweer onvoldoende zijn, mogelijke zelfs nog na een derde vaccinatie. Hierdoor lopen zij toch nog risico om ziek te worden én om besmettelijk te worden voor hun omgeving. Omdat niet goed is te voorspellen bij wie dit het geval is, het maar om een klein deel van de totale groep immuungecompromitteerde patienten gaat, en gezien de hoge vaccinatiegraad en daarmee gepaard gaande immuniteit in Nederland, hoeft er geen aangepast beleid gehanteerd te worden voor deze groep.

 

Beleid bij asymptomatische infecties

Het beleid voor isolatie van de index en de maatregelen voor contacten bij asymptomatische infecties zijn gebaseerd op de bevinding dat de pre-symptomatische episode doorgaans 1-5 dagen duurt en dat tijdens deze episode transmissie kan plaatsvinden. Ook personen die asymptomatisch zijn (en blijven) kunnen besmettelijk zijn. Voor hen is de besmettelijke periode niet goed af te bakenen.

Index is niet immuun: een index die op het moment van testen geen klachten heeft blijft in ieder geval 5 dagen na testafname in isolatie. De huisgenoten en nauwe contacten volgen de voor hen geldende maatregelen (zie beleid bij huisgenoten en beleid bij overige nauwe contacten).

Een index die immuun voor SARS-CoV-2 wordt beschouwd, maar desondanks asymptomatisch positief getest is, blijft in ieder geval 72 uur na testafname in isolatie. De huisgenoten en nauwe contacten volgen de voor hen geldende maatregelen (zie onderstaand de paragrafen Beleid bij huisgenoten en Beleid bij overige nauwe contacten).

Beleid voor contacten

De maatregelen en adviezen verschillen per type contact en of het contact immuun voor SARS-CoV-2 wordt beschouwd.

Type contact

 

Niet-immuun contact

Immuun contact

Huisgenoten

(categorie 1) *

  • Quarantaine 10 dagen
  • Testen bij klachten: test bij GGD of zelftest***
  • Z.s.m. testen: zelftest
  • Testen dag 5 na laatste blootstelling (voor opheffen quarantaine): test bij GGD
  • Houd afstand, vermijd grote groepen en contact met kwetsbaren tot 10 dagen na het laatste contact met de besmettelijke huisgenoot
  • Quarantaine 10 dagen
  • Testen bij klachten: test bij GGD of zelftest***
  • Z.s.m. testen: zelftest
  • Testen dag 5 na testdatum index (voor opheffen quarantaine): test bij GGD
  • Houd afstand, vermijd grote groepen en contact met kwetsbaren tot 10 dagen na de testdatum van de index

Overig nauw contact

(categorie 2)

*

**

  • Quarantaine 10 dagen
  • Testen bij klachten: test bij GGD of zelftest***
  • Z.s.m. testen: zelftest
  • Testen dag 5 na laatste blootstelling (voor opheffen quarantaine): test bij GGD
  • Houd afstand, vermijd grote groepen en contact met kwetsbaren tot 10 dagen na de laatste blootstelling

 

  • Testen bij klachten: test bij GGD of zelftest***
  • Z.s.m. testen: zelftest
  • Testen dag 5: test bij GGD

Overig niet nauw contact

(categorie 3)

  • In bijzondere situaties: informeren en testadvies
  • In bijzondere situaties: informeren en testadvies

* Voor contacten die recent zelf een infectie met SARS-CoV-2 hebben doorgemaakt (<8 weken geleden eerste ziektedag of positieve test), is het niet nodig om zonder klachten te testen en voor hen geldt geen quarantaineadvies.
** Voor kinderen tot 4 jaar geldt geen quarantaineadvies en geen testadvies (z.s.m. en op dag 5) als zij een categorie 2-contact zijn. Voor hen geldt het advies om bij klachten (ook bij milde klachten) te testen bij de GGD of met een zelftest en thuis te blijven in afwachting van de testuitslag. Tot 10 dagen na het contact met de besmettelijke persoon is het advies voor deze kinderen om contact met
personen met een verhoogd risico op ernstig verloop te vermijden.
*** Voorwaarde voor het gebruik van zelftesten bij klachten is dat deze personen niet kwetsbaar zijn en niet in aanraking komen met kwetsbare mensen.

BCO op maat

Het BCO wordt ‘op maat’ uitgevoerd (zie advies n.a.v. 116e en 117e OMT). Afhankelijk van een risico-inschatting worden hierbij twee manieren van uitvoering van het BCO onderscheiden:

  • Standaard BCO: de GGD heeft contact met de index en inventariseert, registreert en informeert de huisgenoten. Het inventariseren en informeren van overige nauwe contacten wordt door de index gedaan.
  • Uitgebreid BCO: de GGD heeft contact met de index, de contactinventarisatie en registratie wordt door de GGD (samen met de index) gedaan, en de GGD informeert de overige nauwe contacten. 

 
De criteria voor de uitvoering van een uitgebreid BCO zijn:

  • De index heeft een aangetoonde infectie of heeft risico gelopen op een Variant of Interest (VOI) of Variant of Concern (VOC) (bijvoorbeeld door een reis) met beperkte verspreiding in Nederland.
  • De index behoort tot een moeilijk bereikbare groep (zoals bijvoorbeeld mensen waarbij er sprake is van een taalbarrière, sommige arbeidsmigranten, dak- en thuislozen).
  • De index bevindt zich in een omgeving met een lage (verwachte) vaccinatiegraad/lage immuniteit.
  • De index is onderdeel van een bekend cluster/uitbraak.
  • De index kan zelf geen contactonderzoek doen vanwege diverse redenen.

 
Doel gesprekken:

Het uitgangspunt zal hierbij zijn dat de GGD met iedere index in ieder geval éénmalig (telefonisch) contact heeft. Dit gesprek is van belang voor het brononderzoek, het verzamelen van surveillancedata en het starten van contactonderzoek. Het brononderzoek en het signaleren van clusters wordt in een fase met een lage prevalentie belangrijker. Voor het monitoren van de vaccineffectiviteit is registreren van contactdossiers van huisgenoten (categorie 1) door de GGD van belang.

Het inventariseren en informeren van de contacten kan vaak door de index zelf gedaan worden (standaard BCO). Indien de index dit niet kan doen, of wanneer de index of contacten tot specifieke risicogroepen behoren of er bijzondere settings zijn, dan zal de GGD zelf de contacten informeren en een uitgebreid BCO verrichten.

Beleid bij huisgenoten (categorie 1) - niet-immuun

Bij een standaard BCO kan de index een huisgenoot, die categorie 1-contact is, zelf informeren. Bij voorkeur gebeurt dit mondeling en schriftelijk. Als er sprake is van een uitgebreid BCO (voor criteria zie hierboven), dan informeert de GGD de huisgenoot mondeling en schriftelijk.

De GGD informeert niet-immune huisgenoten mondeling en schriftelijk met het advies om:

 
Voor huisgenoten werkzaam in de zorg, zie
Uitgangspunten testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis
.

De quarantaine van een niet-immune huisgenoot wordt opgeheven

  • 10 dagen na het laatste contactmoment met de bevestigde persoon, of, als blootstelling voortduurt, 10 dagen nadat de bevestigde persoon 1 dag klachtenvrij is én ten minste 7 dagen na de start symptomen (bij immuungecompromitteerde patiënten wordt minimaal 14 in plaats van 7 dagen gehanteerd; zie LCI-richtlijn COVID-19) indien de huisgenoot geen klachten heeft gekregen in deze periode; 

óf 

  • na een negatieve uitslag van PCR-, LAMP- of antigeensneltest, mits deze is afgenomen 5 of meer dagen na het laatste contact met de index.

 
Er is nog een kleine kans dat iemand die 5 of meer dagen na de laatste blootstelling negatief is getest toch geïnfecteerd is. Daarom wordt huisgenoten bij wie de quarantaine eerder dan 10 dagen na het laatste blootstellingsmoment wordt opgeheven op basis van een negatieve uitslag van (LAMP) PCR- of antigeensneltest geadviseerd om: 

  • als er klachten ontstaan of (bestaande) klachten veranderen of toenemen, zich opnieuw te laten testen bij de GGD of met een zelftest en thuis te blijven totdat de uitslag bekend is; een positieve zelftest dient altijd te worden bevestigd middels een test bij de GGD;
  • afstand te houden, en grote groepen en contact met kwetsbaren te vermijden tot 10 dagen na het laatste contact met de besmettelijke huisgenoot.

 
De GGD heeft aan het begin, halverwege en aan het eind van de monitoringsperiode telefonisch contact met de niet-immune huisgenoot om de opvolging van de quarantainemaatregelen, het testen na 5 dagen en het ontstaan van klachten te bespreken.
Aanhoudende expositie (zoals bij kinderen waarbij geen afstand gehouden kan worden) en transmissie onder gezinsleden kan leiden tot verlenging van de quarantaine- en monitoringsperiode. De belmomenten worden hierop aangepast door de GGD.

Beleid bij huisgenoten (categorie 1) - immuun

Bij een standaard BCO kan de index een huisgenoot, die categorie 1-contact is, zelf informeren. Bij voorkeur gebeurt dit mondeling en schriftelijk. Als er sprake is van een uitgebreid BCO (voor criteria zie hierboven), dan informeert de GGD de huisgenoot mondeling en schriftelijk.

De GGD informeert immune huisgenoten mondeling en schriftelijk met het advies om:

  • geen contact te hebben met de besmettelijke huisgenoot;
  • gedurende 10 dagen na de testdatum van de (laatste) index in quarantaine te gaan;
  • bij het ontstaan van klachten een test bij de GGD of een zelftest te doen, ook als iemand eerder negatief is getest; een positieve zelftest dient altijd te worden bevestigd middels een test bij de GGD;
  • zo snel mogelijk een zelftest te doen, ook als zij geen klachten hebben, zodat een besmetting snel ontdekt kan worden en contactopsporing gestart kan worden; een positieve zelftest dient altijd te worden bevestigd middels een test bij de GGD;
  • zich vanaf 5 dagen na de testdatum van de index te laten testen bij de GGD met een PCR-, LAMP- of antigeensneltest (voor kinderen t/m 6 jaar kan dit, indien beschikbaar, d.m.v. een speekseltest). Indien er binnen het huishouden bij een andere huisgenoot COVID-19 wordt vastgesteld, gaat de quarantaine opnieuw in en geldt opnieuw het testadvies op dag 5.

 
Voor huisgenoten werkzaam in de zorg, zie Uitgangspunten testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

De quarantaine van een immune huisgenoot wordt opgeheven

  • 10 dagen na de testdatum van de (laatste) index indien de huisgenoot geen klachten heeft gekregen in deze periode; 

óf 

  • na een negatieve uitslag van PCR-, LAMP- of antigeensneltest, mits deze is afgenomen 5 of meer dagen na de testdatum van de (laatste) index.

 
Er is nog een kleine kans dat iemand die 5 of meer dagen na de testdatum van de index negatief is getest toch geïnfecteerd is. Daarom wordt huisgenoten bij wie de quarantaine eerder dan 10 dagen
na de testdatum van de (laatste) index wordt opgeheven op basis van een negatieve uitslag van (LAMP) PCR- of antigeensneltest geadviseerd om: 

  • als er klachten ontstaan of (bestaande) klachten veranderen of toenemen, zich opnieuw te laten testen bij de GGD of met een zelftest en thuis te blijven totdat de uitslag bekend is; een positieve zelftest dient altijd te worden bevestigd middels een test bij de GGD;
  • afstand te houden, en grote groepen en contact met kwetsbaren te vermijden tot 10 dagen na het laatste contact met de besmettelijke huisgenoot.

Beleid bij overige nauwe contacten (categorie 2) - niet-immuun

Bij een standaard BCO informeert de index de nauwe contacten zelf. Bij voorkeur gebeurt dit mondeling en schriftelijk. Als er sprake is van een uitgebreid BCO (voor criteria zie hierboven), dan informeert de GGD de nauwe contacten mondeling en schriftelijk.

De GGD informeert niet-immune overige nauwe contacten van 4 jaar en ouder mondeling en schriftelijk met het advies om:

  • gedurende 10 dagen na het laatste contactmoment met de bevestigde persoon in quarantaine te gaan;
  • bij het ontstaan van klachten een test bij de GGD of een zelftest te doen, ook als iemand eerder negatief is getest; een positieve zelftest dient altijd te worden bevestigd middels een test bij de GGD;
  • zo snel mogelijk een zelftest te doen, ook als zij geen klachten hebben, zodat een besmetting snel ontdekt kan worden en contactopsporing gestart kan worden; een positieve zelftest dient altijd te worden bevestigd middels een test bij de GGD;
  • zich te laten testen vanaf 5 dagen na de laatste blootstelling met een PCR-, LAMP- of antigeensneltest (voor kinderen t/m 6 jaar kan dit, indien beschikbaar, d.m.v. een speekseltest).

 
Voor kinderen tot 4 jaar geldt geen quarantaineadvies en geen testadvies (z.s.m. en op dag 5) als zij een categorie 2-contact zijn. Voor hen geldt het advies om bij klachten (ook bij milde klachten) te testen bij de GGD of met een zelftest en thuis te blijven in afwachting van de testuitslag. Tot 10 dagen na het contact met de besmettelijke persoon is het advies voor deze kinderen om contact met
personen met een verhoogd risico op ernstig verloop te vermijden.

Voor nauwe contacten werkzaam in de zorg, zie Uitgangspunten testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

De quarantaine van het nauwe contact wordt opgeheven:

  • 10 dagen na het laatste contactmoment met de bevestigde persoon indien er geen klachten zijn ontstaan; 

óf

  • na een negatieve uitslag van een (LAMP-)PCR- of antigeensneltest, die minimaal 5 dagen na het laatste contact met de index is afgenomen.

 
Er is nog een kleine kans dat iemand die 5 of meer dagen na de laatste blootstelling negatief is getest toch geïnfecteerd is. Daarom wordt overige nauwe contacten bij wie de quarantaine eerder dan 10 dagen na het laatste blootstellingsmoment wordt opgeheven op basis van een negatieve PCR-, LAMP- of antigeensneltest geadviseerd om: 

  • als er klachten ontstaan of (bestaande) klachten veranderen of toenemen, zich opnieuw te laten testen bij de GGD of met een zelftest en thuis te blijven totdat de uitslag bekend is; een positieve zelftest dient altijd te worden bevestigd middels een test bij de GGD;
  • afstand te houden, en grote groepen en contact met kwetsbaren te vermijden tot 10 dagen na het laatste contact met de besmettelijke huisgenoot.

Beleid bij overige nauwe contacten (categorie 2) - immuun

Bij een standaard BCO informeert de index overige nauwe contacten zelf. Bij voorkeur gebeurt dit mondeling en schriftelijk. Als er sprake is van een uitgebreid BCO (voor criteria zie hierboven), dan informeert de GGD de nauwe contacten mondeling en schriftelijk.

Voor immune overige nauwe contacten is het advies om:

  • alert te zijn op klachten;
  • bij het ontstaan van klachten een test bij de GGD of een zelftest te doen, ook als iemand eerder negatief is getest; een positieve zelftest dient altijd te worden bevestigd middels een test bij de GGD;
  • zo snel mogelijk een zelftest te doen, ook als zij geen klachten hebben, zodat een besmetting snel ontdekt kan worden en contactopsporing gestart kan worden; een positieve zelftest dient altijd te worden bevestigd middels een test bij de GGD;
  • zich te laten testen op dag 5 na de laatste blootstelling met een PCR-, LAMP- of antigeensneltest (voor kinderen t/m 6 jaar kan dit, indien beschikbaar, d.m.v. een speekseltest).

 
Voor overige nauwe contacten werkzaam in de zorg, zie 
Uitgangspunten testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis
. 

Beleid bij overige (niet nauwe) contacten (categorie 3) - immuun of niet-immuun

Vanwege het lage risico op besmetting, worden overige, niet nauwe contacten in principe niet geïnformeerd. Hierop zijn enkele uitzonderingen:

CoronaMelder-app

Personen die een notificatie vanuit de CoronaMelder-app hebben gekregen, zijn niet altijd in beeld bij de GGD, en kunnen dan niet door de GGD geïnformeerd en gemonitord worden. Via de app krijgen deze personen adviezen over quarantaine en testen. 

Kinderen

Contacten van kinderen met COVID-19 kunnen aangemerkt worden als overig nauw contact (categorie 2). Dit kan bij een kind met COVID-19 leiden tot veel nauwe contacten en grootschalige quarantaine. Het contactonderzoek bij kinderen <18 jaar met COVID-19 is verder uitgewerkt in de handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 t/m 12 jaar) en de handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (13 tot 18 jaar).

Zorgmedewerkers

Zorgmedewerkers die categorie 2-contact zijn van een positief getest persoon worden niet als contact geïncludeerd in het contactonderzoek als:

  • zij volledige persoonsbeschermende middelen (PBM; chirurgisch mondneusmasker ten minste type IIR, handschoenen, bril en schort) hebben gebruikt bij het contact met een iemand met een bevestigde SARS-CoV-2-infectie tijdens diens besmettelijke periode; OF
  • preventief een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II en handschoenen hebben gedragen of adequate handhygiëne hebben toegepast bij het contact met een patiënt die achteraf in besmettelijke periode bleek te zijn.

 
NB. Bij een bekend positieve patiënt of verdenking op COVID-19 dient altijd volledige PBM gebruikt te worden.

Bij zorgmedewerkers die zelf positief getest zijn en gewerkt hebben in hun besmettelijke periode, wordt nagegaan of zij tijdens het contact met cliënten:

  • asymptomatisch waren;
  • ten minste een chirurgisch mondneusmasker type II hebben gedragen; én
  • handschoenen hebben gedragen of adequate handhygiëne hebben toegepast.

 
Indien aan al deze voorwaarden is voldaan én de preventieve maatregelen consequent en adequaat zijn toegepast, is de kans op besmetting van cliënten minimaal, en worden de cliënten niet als contact beschouwd. Als niet aan deze drie voorwaarden is voldaan, worden cliënten gezien als categorie 2-contact.

Voor het testbeleid en inzet van zorgmedewerkers, zie Uitgangspunten testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis en Handreiking voor contactonderzoek bij COVID-19 in instellingen voor langdurige zorg.

Vanwege de lagere sensitiviteit van de antigeensneltest ten opzichte van de PCR-test is deze niet geschikt voor het testen van zorgmedewerkers op of na dag 5 na blootstelling.

Bemanning internationale (lucht)vaart met passagiers

 
Bij het ontstaan van klachten, is het advies om opnieuw te testen, ook wanneer eerdere uitslagen negatief waren. Dit kan met een zelftest of een test bij de GGD; een positieve zelftest dient bij voorkeur te worden bevestigd middels een test bij de GGD. Wanneer iemand een positieve testuitslag krijgt, moet deze persoon zo snel mogelijk weer in isolatie.

Voor categorie 1- en 2-contacten die aan boord van vliegtuigen of internationale veerboten werken waarbij ook passagiers aan boord zijn, geldt dat zij in omstandigheden werken waar het opvolgen van bovenstaand advies niet altijd mogelijk is. Daarom geldt voor niet-immune categorie 1- en 2-contacten en immune categorie 1-contacten dat zij pas 10 dagen na het laatste blootstellingsmoment weer kunnen werken in de internationale (lucht)vaart met passagiers. Dit geldt niet voor immune categorie 2-contacten, omdat bij hen de kans op transmissie klein is. Immune categorie 2-contacten hoeven niet in quarantaine, maar hebben wel een dubbeltestadvies; op dag 0 (zelftest of test bij GGD) en op dag 5 (test bij GGD). Geadviseerd wordt om het rooster zo aan te passen dat immune categorie 2-contacten in Nederland zijn om op dag 5 een test te doen bij de GGD. Lukt dit niet, dan wordt geadviseerd om zo snel mogelijk bij terugkeer in Nederland een test bij de GGD in te plannen en op de dagen voorafgaand aan de GGD-test, elke dag (tellend vanaf dag 5) een zelftest af te nemen.

Beleid bij vliegtuigcontacten

Onderzoek naar de contacten in het vliegtuig, voor zowel passagiers als bemanningsleden, wordt uitgevoerd door GGD Kennemerland.

Contactonderzoek van vliegtuigcontacten wordt opgestart als de index in de besmettelijke periode aan boord van een vliegtuig heeft gezeten. Gegevens van de index worden door de betreffende GGD doorgegeven aan GGD Kennemerland via het meldingsformulier (beschikbaar op GGD Kennisnet of op de website van GGD Kennemerland).

De volgende vliegtuigcontacten worden als ‘overig nauw contact’ (categorie 2a) gedefinieerd:

  • passagiers zittend binnen 2 stoelen afstand voor, achter en zijwaarts van de index (max. 24 contacten), waarbij het gangpad als een rij stoelen wordt beschouwd en vliegtuigcompartimenten/secties als grens (zie ook SeatGuru.com);
  • bemanningsleden die intensief contact hebben gehad met de index (bijvoorbeeld omdat extra zorg is verleend).

 
Indien een bemanningslid besmettelijk was: passagiers met wie dit bemanningslid intensief contact heeft gehad (bijvoorbeeld omdat extra zorg is verleend) en direct samenwerkende collega’s die cumulatief meer dan 15 minuten contact hadden op minder dan 1,5 meter afstand. In de praktijk zullen dit vaak de bemanningsleden zijn die in hetzelfde compartiment/sectie hebben gewerkt.

Deze overig nauwe contacten volgen het beleid voor categorie 2-contacten.

Overige bemanningsleden en andere medereizigers worden niet beschouwd als overige nauwe contacten.

Beleid bij internationale trein- en buscontacten

Contactopsporing van internationale bus- en treinreizigers is alleen mogelijk indien er bruikbare plaatsgegevens en contactgegevens van passagiers beschikbaar zijn. In de praktijk kan contactonderzoek worden uitgevoerd bij passagiers als: 

  • boekingen plaatsvinden met vaste zitplaatsen, zoals bij EUROSTAR en Thalys; Passagiers die binnen een straal van 2 stoelen (voor, achter en zijwaarts) zaten van de index worden beschouwd als overige nauwe contacten, waarbij het gangpad als 1 stoelrij geldt.
    Overige medereizigers hoeven niet door de GGD te worden geïnformeerd.
  • boekingen niet met vaste zitplaats zijn, maar er wel gegevens van de passagiers beschikbaar zijn, zoals bij internationale bussen van touroperators: de medepassagiers van de index worden aangemerkt als overig niet nauw contact, en kunnen via de touroperator middels een standaardbrief worden geïnformeerd. Deze brief informeert de passagiers over testen bij klachten en de mogelijkheid om ook zonder klachten te testen na aankomst in Nederland.

 
Als er geen of maar zeer beperkt gegevens van reizigers beschikbaar zijn, is contactonderzoek niet mogelijk. Dit is bijvoorbeeld het geval bij reizen met Flixbus, Eurolines, internationale intercity’s. 

Beleid bij buitenlandse reizigers in Nederland

Als buitenlandse reizigers die in Nederland verblijven positief testen op COVID-19, worden de Nederlandse richtlijnen voor isolatie en BCO gehanteerd. De GGD van de regio waar de reiziger verblijft voert het contactonderzoek uit in Nederland. Buitenlandse reizigers in thuisisolatie of quarantaine mogen niet reizen, ook niet naar hun land van herkomst. Is dit toch noodzakelijk dan wordt overlegd met de GGD en/of de LCI. Verlaat een persoon met COVID-19 Nederland, dan informeert de GGD de LCI hierover. Zie ook de Handreiking reizen, toerisme en COVID-19: beleid voor patiënten en contacten.

Beleid bij contacten in het buitenland

Ook voor niet-Nederlandse huisgenoten en overige nauwe contacten die (nog) in het buitenland zijn, geldt dat zij geïnformeerd moeten worden over het risico dat zij hebben gelopen. Voorbeelden hiervan zijn mensen (familie, vrienden, collega’s en reisgenoten) waarmee de index tijdens zijn besmettelijke periode nauw contact heeft gehad in het buitenland of in Nederland, en die nu niet meer in Nederland zijn. Zie ook de Handreiking reizen, toerisme en COVID-19: beleid voor patiënten en contacten.

Klachten waarbij er een indicatie is voor testen van contacten

Aangezien het huidige beleid gebaseerd is op intensief bron- en contactonderzoek zal een contact van een persoon met bevestigde COVID-19 laagdrempelig getest worden bij aanwijzingen van een van de klachten uit het gehele brede palet aan klachten van COVID-19. 

Contacten worden daarom getest als zij een of meerdere van de volgende klachten hebben: 

  • verkoudheidsklachten zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn; 
  • (licht) hoesten;
  • plotseling verlies van reuk en/of smaak (zonder neusverstopping);
  • benauwdheid;
  • verhoging of koorts. 

En bij andere klachten die bij COVID-19 kunnen passen, soms in combinatie met bovenstaande klachten: 

  • algehele malaise;
  • hoofdpijn;
  • spierpijn;
  • pijn achter de ogen;
  • vermoeidheid en anorexie.

 
Minder voorkomend zijn: 

  • koude rillingen;
  • algehele pijnklachten;
  • pijn bij de ademhaling;
  • duizeligheid;
  • schorre stem;
  • prikkelbaarheid/verwardheid/ delier;
  • buikpijn;
  • diarree;
  • misselijkheid, overgeven;
  • conjunctivitis;
  • verschillende huidafwijkingen.

Monitoring bron- en contactonderzoek

Om de effecten van het bron- en contactonderzoek te monitoren wordt dagelijks vanuit HPZone informatie over contacten doorgegeven aan het RIVM door aanvinken van de checkbox in HPZone. 

De contacten die op individueel niveau in HPZone een contactdossier krijgen voor wat betreft de contactmonitoring naar het RIVM zijn:

  • alle categorie 1-contacten (immuun, niet-immuun i.v.m. het testen op dag 5);
  • categorie 2-contacten bij uitgebreid BCO.

 
In HPZone worden de volgende gegevens gerapporteerd per contact:

  • persoonskenmerken (geslacht, geboortejaar, postcode);
  • link aan index (Osiris-nummer) of situatie;
  • categorie contact (type 1- of 2 -contact);
  • eerste en laatste dag blootstelling;
  • monitoringsperiode;
  • belcontacten tijdens monitoringsperiode;
  • ontstaan van klachten inclusief eerste ziektedag en soort klachten;
  • datum afgenomen diagnostiek en uitslag.

 
Hiermee is de individuele registratie richting het RIVM van categorie 2-contacten
bij het standaard BCO komen te vervallen.

In Osiris wordt alleen bij uitgebreid BCO een schatting ingevoerd van het aantal categorie 1- en 2-contacten dat gewaarschuwd wordt.

Reguliere evaluatie zal plaatsvinden om het beleid waar noodzakelijk en mogelijk bij te stellen.

Informatiebrieven voor (huisgenoten en contacten van) positief geteste personen

De informatiebrieven zijn te vinden op deze overzichtspagina. Zie ook de Quarantaine Check COVID-19 (Rijksoverheid.nl).

Referenties

Versiebeheer

  • 03-12-2021: Wijziging definitie immuniteit na doorgemaakte infectie van 6 naar 12 maanden na infectie. Uitbreiding testadviezen: z.s.m. testen voor immune categorie 1- en categorie 2-contacten en het testen op dag 5 bij de immune categorie 2-contacten. (n.a.v. OMT 128 en adviezen BAO). Adviezen rondom gebruik zelftesten door contacten (n.a.v. OMT 130). Aanpassing maatregelen werken internationale (lucht)vaart na quarantaine.
  • 19-11-2021: Aanpassing quarantaineadviezen: immune categorie 1-contacten van alle leeftijden krijgen een quarantaineadvies tot 10 dagen na de testdatum van de (laatste) index. Niet-immune categorie 1-contacten van 0 tot 4 jaar krijgen nu ook een quarantaineadvies tot 10 dagen na de laatste blootstelling. Daarmee is het beleid voor categorie 1-contacten voor alle leeftijden gelijk.
  • 08-11-2021: Per abuis heeft er van vrijdagmiddag 5 november t/m zondagochtend 7 november een extra testadvies voor immune contacten online gestaan. Dit beleid is echter nog niet van kracht en wordt voorbereid. Deze testadviezen zijn daarom op 7 november verwijderd. 
  • 05-11-2021: Het BCO op maat toegevoegd aan het protocol n.a.v. 116e en 117e OMT en 126e OMT. Er wordt onderscheid gemaakt tussen standaard BCO en uitgebreid BCO. Bij standaard BCO worden contacten door de index zelf geïnformeerd. Uitgebreid BCO wordt door de GGD bij specifieke groepen gedaan na een risico-inventarisatie.
  • 15-10-2021: N.a.v. OMT 127 is het quarantaineadvies voor kinderen jonger dan 4 jaar vervallen, ongeacht of zij huisgenoot of nauw contact zijn, omdat deze kinderen een erg kleine rol spelen in de transmissie van het coronavirus. Dit is ook verwerkt in de informatiebrieven.
  • 28-09-2021: Bij de definitie van immuniteit is, ten behoeve van de beoordeling van buitenlandse vaccins, een link opgenomen naar LCI-uitvoeringsrichtlijn COVID-19 vaccinatie. De definitie voor immuniteit in het kader van BCO blijft gelden voor patiënten met een (ernstige) immuunsuppressie; dit is nader toegelicht.
  • 17-09-2021: Bij het beleid voor overige (niet nauwe) contacten is de link naar de handreiking contact- uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 t/m 12 jaar) verwijderd omdat per 20 september het beleid voor kinderen in de kinderopvang en het primair onderwijs is gewijzigd.
  • 13-08-2021: Toegevoegd paragraaf over contactberoepen en werknemers op drukke werkplekken.
  • 12-08-2021: De definitie van immuniteit na het COVID-19-vaccin van Janssen is gewijzigd: iemand die het Janssen-vaccin heeft gekregen, wordt voortaan na 28 dagen i.p.v. 14 als immuun beschouwd.
  • 08-07-2021: Naar aanleiding van OMT-advies 117 d.d. 17 juni 2021 en de bijlage BCO bij dit advies, is het protocol is aangepast.
    • De definitie immune en niet-immune contacten is toegevoegd en de adviezen voor de contacten aangepast waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen immune en niet-immune contacten.
    • Het advies om zo spoedig mogelijk na de blootstelling te testen, is vervallen voor niet-immune categorie 2-contacten.
    • Categorie 3-contacten worden niet meer standaard geïnformeerd.
    • Voor asymptomatische infecties bij immune personen is de besmettelijke periode en isolatieperiode 72 uur.
  • 20-04-2021: Het beleid voor overige, niet nauwe contacten is aangepast: voor contacten die zelf een infectie hebben doorgemaakt <8 weken geleden, is het niet zinvol om zonder klachten te testen.
  • 26-02-2021: Bij Contactonderzoek is toegevoegd onder welke voorwaarden cliënten van een positief geteste zorgmedewerker die in zijn besmettelijke periode met PBM gewerkt heeft, niet als contact worden beschouwd. 
  • 19-02-2021: Gebruik van antigeensneltest voor het testen op of na dag 5 na de laatste blootstelling voor contacten is toegevoegd naar aanleiding van het advies van het 99e OMT. Het beleid voor situaties waarbij een zorgmedewerker met PBM gewerkt heeft in de besmettelijke periode is toegevoegd. 
  • 04-02-2021: De aanvullende adviezen voor werknemers in de luchtvaart en internationale veerdiensten zijn toegevoegd. De tekst onder de kopjes Beleid bij vliegtuigcontacten en Beleid bij internationale trein- en buscontacten is nog enigszins aangepast.
  • 03-02-2021: Nav de adviezen van het 97e OMT (22 januari) is het BCO-protocol aangescherpt. Deze wijzigingen zijn in het protocol doorgevoerd, ook voor vliegtuigcontacten en internationale trein- en buscontacten.
    • De definitie van de contacten is gewijzigd: categorie 2a is uitgebreid met personen die cumulatief binnen een periode van 24 uur meer dan 15 minuten binnen 1,5 meter in contact zijn geweest met een index in diens besmettelijke periode; personen die langer dan 15 minuten in dezelfde ruimte waren met een besmettelijke index, worden aangemerkt als categorie 3a contact (voorheen categorie 3); personen die korter dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter zijn blootgesteld aan een besmettelijke index, worden voortaan als categorie 3b-contacten beschouwd.
    • Er is een aanvullend advies voor testen van contacten, met als doel om de infecties snel op te sporen, snel isolatie in te kunnen stellen en contactopsporing te starten. contacten categorie 1 en 2 krijgen het advies om zich zo snel mogelijk te laten testen, naast de test vanaf dag 5 in quarantaine. Contacten categorie 3 krijgen het advies om zich te laten testen, op of rond dag 5 na de blootstelling.
  • 25-01-2021: Het protocol is aangepast naar de meest recente regels over afstand houden bij kinderen.
  • 23-12-2020: De term 'patiënt' is, waar van toepassing, vervangen door '(bevestigde) persoon', aangezien mensen ook positief kunnen testen op SARS-CoV-2 zonder dat zij zorg behoeven.
  • 16-12-2020: Aan het advies om de maatregelen conform categorie 3-contacten te volgen als een contact (huisgenoot of overig nauw contact) zelf een (aangetoonde) infectie heeft doorgemaakt met een eerste ziektedag minder dan 8 weken geleden, zijn uitzonderingen toegevoegd; het advies geldt niet voor personen van 70 jaar of ouder, immuungecompromitteerden, verpleeg- of verzorgingshuisbewoners en anderen met een verminderde weerstand.
  • 14-12-2020: In Besmettelijke periode (kader) en Beleid asymptomatische personen aanpassingen. Bij asymptomatische infecties begint de besmettelijke periode op de testdatum en eindigt 5 dagen na de testafname. Beleid is zoals bij symptomatische infecties.
  • 04-12-2020: In paragraaf Beleid bij vliegtuigcontacten is een link toegevoegd naar het meldingsformulier op de website van GGD Kennemerland.
  • 02-12-2020: Isolatie bij asymptomatische personen met SARS-CoV-2 is verlengd van 3 naar 5 dagen.
  • 30-11-2020: Aanpassing quarantaine voor categorie 1- en 2-contacten waarbij vanaf 1 december 2020 de quarantaine opgeheven kan worden als een PCR-test negatief is op of na 5 dagen na de laatste blootstelling. Wijziging monitoringsperiode gesprekken voor categorie 2-contacten: het contactmoment halverwege de monitoringsperiode is vervallen. Toevoeging beleid bij internationale trein- en buscontacten. Toevoeging beleid bij contacten in het buitenland. Toevoeging dat mensen die zelf een bewezen infectie hebben doorgemaakt <8 weken geleden als categorie 3-contact worden beschouwd.
  • 28-10-2020: Uitzonderingssituatie bij zorgmedewerkers in het blauwe vak is aangepast.
  • 09-10-2020: Zin: 'Het contactonderzoek kan later worden aangevuld met digitale oplossingen zoals een anonieme track-and-trace-app, specifiek voor contacten die niet door/via de indexpatiënt kunnen worden benaderd' verwijderd, want de coronamelderapp wordt 10 oktober 2020 in gebruik genomen. | Verduidelijking (tekstuele toevoeging) bij beleid bij asymptomatische infecties I Aanpassing alinea 'Beleid bij overige nauwe contacten (categorie 2)'/ 'Uitzonderingen op bovenstaand beleid' nav aanpassingen in de Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen'.
  • 03-09-2020: Beleid bij 'Overige nauwe contacten' is aangepast: kinderen t/m 12 jaar mogen wel naar kinderopvang/school/bso en sporten (voorheen vanaf 4 jaar).
  • 28-08-2020: De uitgangspunten voor de belmomenten zijn: Er is geen verschil in belmomenten tussen categorie 1- en 2-contacten. Het 1e gesprek is voor uitleg en instructie, het 2e gesprek op dag 5 is om te informeren hoe het gaat en of er klachten zijn, het 3e gesprek checkt of er reden is om de quarantaine te verlengen. Als dat niet het geval is, is dit een afsluitend gesprek, waarmee de monitoring beëindigd wordt. Als er tussen twee belmomenten minder dan 2 dagen (48 uur) zit, dan vervalt een gesprek, en wordt de inhoud van de twee gesprekken gecombineerd).
  • 21-08-2020: De verandering van 20-08-2020 is teruggedraaid in afwachting van een uiteindelijke beslissing in het kader van het GGD-BCO-opschalingsplan.
  • 20-08-2020: Voor de categorie 2-contacten (overige nauwe contacten) vervalt het belmoment halverwege de monitoringsperiode. Toelichting: voor deze categorie contacten vindt het eerste belmoment vaak al enige dagen na het laatste blootstellingsmoment plaats, en is het interval tussen het eerste belmoment en het afsluiten van de monitoring relatief kort. Daarnaast is voor deze contacten de secundaire attack rate relatief laag vergeleken met die van de huishoudcontacten. Twee belmomenten (bij aanvang van de monitoring en ter afsluiting) zijn voor deze categorie voldoende.
  • 19-08-2020: Op basis van het OMT-advies is de quarantaineperiode bekort van 14 naar 10 dagen, gerekend vanaf het laatste risicovolle contact of moment van mogelijke besmetting. Uit de nieuwste gegevens van het Nederlandse bron- en contactonderzoek blijkt: van alle contacten van een besmette patiënt die later zelf ziek werden, kreeg 99% COVID-19-klachten binnen 10 dagen na het laatste risicovolle contact.
  • 05-08-2020: Verduidelijking quarantainebeleid voor kinderen als ‘overige nauwe contacten’: leeftijd 4 t/m 12 jaar in plaats van ≤ 12 jaar. (Toelichting: de uitzondering voor het quarantainebeleid voor kinderen in categorie 2, overige nauwe contacten, geldt alleen voor kinderen in de leeftijd 4 t/m 12 jaar. De reden hiervoor is het welzijnsprincipe, het belang van school- en sportparticipatie is in deze leeftijdsgroep groter dan het risico op eventuele verspreiding. Dit geldt niet voor kinderen in de andere leeftijdsgroepen.)
  • 23-07-2020: Onder Beleid bij overige nauwe contacten was 20-07-2020 per abuis een alinea blijven staan uit de vorige versie over mogelijke uitzonderingen t.a.v. thuisblijven; deze informatie was onjuist en de alinea is verwijderd.
  • 20-07-2020: Werken van contacten in is aangepast waarbij er geen uitzondering meer is voor personen met cruciale beroepen of werkzaam in vitale sectoren. Beleid bij overige nauwe contacten is aangepast (m.b.t. kinderen). Link naar Handreiking contact en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen en Handreiking reizen, toerisme en COVID-19 is toegevoegd.
  • 23-06-2020: Beleid bij vliegtuigcontacten is toegevoegd, beleid voor nauwe contacten bij asymptomatische personen is aangepast (nauwe contacten gaan in quarantaine tot 3 dagen na de testafname), beleid voor buitenlandse reizigers is toegevoegd
  • 12-06-2020: Beleid bij asymptomatische infecties duidelijker uitgewerkt. Beleid op kindercentra en basisscholen is opgenomen zoals verwoord in de Handreiking uitbraakonderzoek bij kindercentra en basisscholen. Link opgenomen naar Inzet en testbeleid zorgmedewerkers. 
  • 29-05-2020: Paragraaf 'Klachten waarbij er een indicatie is voor testen van contacten' toegevoegd.
  • 28-05-2020: Het beleid rondom asymptomatische dragers is toegevoegd. Informatiebrieven aangepast. Aanpassingen n.a.v. voortschrijdend inzicht bron- en contactopsporing, leesbaarheid en klachten waarbij getest wordt op COVID-19.
  • 20-05-2020: De overige nauwe contacten worden verdeeld in categorie 2a (blootstelling langer dan 15 minuten) en 2b (kortdurende hoogrisicoblootstelling). Hierdoor kan de mate van het risico op overdracht beter worden opgevolgd en kunnen bijbehorende maatregelen zo nodig per subgroep worden aangepast. | De GGD informeert de huishoudcontacten én de nauwe contacten (zowel categorie 2a als categorie 2b) telefonisch, en heeft halverwege en aan het einde van de monitoringsperiode nogmaals telefonisch contact met deze contacten. | De leefregels voor overige nauwe contacten zijn verduidelijkt: zij blijven thuis en mogen niet buiten de deur werken. Een uitzondering hierop kan gemaakt worden in overleg met de GGD voor mensen werkzaam in de vitale sector of met cruciale beroepen. | Het beleid voor vliegtuigcontacten is nader toegelicht.
  • 11-05-2020: bij 'overig contact bij 'minder dan 1,5 meter afstand': toegevoegd 'in dezelfde ruimte'.
  • 07-05-2020: Links naar brieven toegevoegd
  • Vastgesteld LOI 29 april 2020. Publicatiedatum 6 mei 2020.