Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (13 tot 18 jaar) (VO)

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 25 februari 2021 (versiebeheer zie onderaan pagina) | Zie ook Handreiking contact en uitbraakonderzoek kinderen 0 t/m 12 (PO)

Deze handreiking is bedoeld om GGD’en te ondersteunen bij het onderzoek en het nemen van maatregelen wanneer een kind van 13-18 jaar* of een medewerker in het voortgezet onderwijs (VO**) positief is getest op COVID-19; of wanneer een medewerker die werkt met groepen leerlingen in deze leeftijd positief is getest op COVID-19. Deze handreiking sluit aan bij het Protocol Bron- en contactonderzoek, waarin beschreven is wie als contacten van een besmettelijke persoon worden aangemerkt, en wat de maatregelen en adviezen zijn voor deze contacten. In deze handreiking wordt dit nader uitgewerkt voor het VO, en wordt de motivatie voor de maatregelen beschreven.

* De leeftijden van leerlingen op het VO (13-18 jaar) zijn (deels) verschillend. Voor een kind dat naar het VO gaat, gelden de regels van het VO ongeacht de leeftijd.

** In deze handreiking worden de algemene termen ‘voortgezet onderwijs’ of ’school’ gebruikt voor het voortgezet onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

Algemene uitgangspunten

  • COVID-19 is een meldingsplichtige infectieziekte groep A veroorzaakt door SARS-CoV-2, die door de aanvrager en het laboratorium aan de GGD gemeld moet worden bij een bevestigde besmetting.
  • Voor iedereen in Nederland gelden basisregels over het openbaar en dagelijks leven. Zie de actuele informatie op Rijksoverheid.nl.

Testbeleid, isolatie en quarantaine

  • Iedereen in Nederland met klachten passend bij COVID-19 blijft thuis en laat zich testen.
  • Zie voor het testen van kinderen in de middelbare schoolleeftijd: Rijksoverheid.nl.
  • Zie voor het testen van onderwijspersoneel: Rijksoverheid.nl.
  • Elk positief geteste leerling/medewerker gaat in isolatie. Diens contacten in categorie 1 en 2 gaan in quarantaine. Zie voor meer informatie het protocol BCO.
  • Zie voor de quarantaineregels: Rijksoverheid.nl.

Afstand houden

Overwegingen beleid bij kinderen (13-18 jaar)

De epidemiologie en transmissie bij kinderen/jongeren verloopt anders dan bij volwassenen; zie: Kinderen, school en COVID-19. De verspreiding van SARS-CoV-2 onder kinderen, of van kinderen naar volwassenen, komt minder vaak voor dan onder volwassenen of van volwassenen naar kinderen. Wel zien we een hogere, toenemende incidentie en transmissie bij kinderen naarmate ze ouder worden, met name in de leeftijd van 15 t/m 17 jaar. Voor kinderen (<18 jaar) geldt het volgende:

  • (Fysieke) deelname aan onderwijs, sporten en andere activiteiten is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen.
  • Kinderen (<18 jaar) met onderliggend lijden hebben geen verhoogd risico op een ernstig verloop van COVID-19, ongeacht het onderliggend lijden.
     

Het niet altijd afstand hoeven (of kunnen) houden voor jongeren van 13-18 jaar onderling heeft consequenties voor het contact- en uitbraakonderzoek en de daaruit voortvloeiende maatregelen:

  • Om eventuele verspreiding van het virus onder leerlingen en medewerkers tegen te gaan, kan een school maatregelen nemen om de kans op transmissie op school – en het aantal contacten per leerling – zo klein mogelijk te houden. Hiervoor is een Generiek kader opgesteld.

Contactonderzoek op school

Wanneer een persoon (leerling of medewerker) positief is getest voert de GGD bron- en contactonderzoek (BCO) uit, zowel buiten als binnen de school. Op school doet zij dit in samenwerking met de school.

Samenwerking en communicatie met de school en GGD-scholenteams

GGD-scholenteams

De GGD’en worden gevraagd een GGD-scholenteam samen te stellen. Het heeft de voorkeur dat vanuit de GGD de afdeling infectieziektebestrijding en de afdeling jeugdgezondheidszorg hierbij nauw samenwerken. Scholenteams kunnen ook ondersteunen bij uitbraakonderzoek/sequencing. Het doel van een GGD-scholenteam is een goede samenwerking tussen de JGZ en IZB binnen de GGD voor:

  • eenduidige communicatie;
  • eenduidig aanspreekpunt voor school en voor GGD;
  • de rol van de jeugdarts: Scholen kunnen met vragen terecht bij de jeugdarts en jeugdverpleegkundige die bekend is op de school. De jeugdgezondheidszorg is een laagdrempelige vraagbaak. De jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen denken mee over specifieke situaties, vragen en onrust van medewerkers en/of ouders en stemmen af met infectieziektebestrijding (medewerkers BCO, hygiëneadviseurs) over eventuele aanvullende maatregelen. De jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen houden ook tijdens een lockdown contact met scholen. Daarnaast blijven zij in contact met ouders, kinderen en jongeren. Zie de AJN-website voor meer informatie.

Melden door school

Bij een of meerdere positief geteste leerlingen of medewerkers is het van belang dat de GGD en de directie en/of het schoolbestuur in contact treden om de te nemen adviezen en maatregelen te bespreken. Er zit een tijdsinterval tussen de uitslag van een positieve test en de uitvoering van het BCO door de GGD. Hierdoor zijn scholen vaak eerder dan de GGD op de hoogte dat een leerling of medewerker positief getest is voor COVID-19 (via ouders), en ook dat er bij iemand verdenking is op COVID-19 (door ziekmelding). Scholen en GGD’en worden gevraagd afspraken te maken om bij een COVID-19-(verdacht) geval laagdrempelig contact met elkaar op te nemen om adviezen af te stemmen. Hetzelfde geldt voor het vroeg opmerken van mogelijk gerelateerde gevallen.

Afspraken vooraf met school

Ook als er nog geen besmettingen zijn geweest op een school is het goed om van tevoren met de school contact te hebben over en op de hoogte te zijn van de invulling van de algemeen genomen maatregelen op de locatie en het geldende protocol van de school. Voor scholen is er een Generiek kader Voortgezet onderwijs (13-18 jaar) waarin de maatregelen beschreven zijn die een school kan nemen om de kans op transmissie zo klein mogelijk te houden. Bovendien worden scholen geadviseerd via hun eigen sector een eigen stappenplan (handelingsperspectief) te maken. Scholen worden gevraagd de maatregelen die zij nemen en het geldende handelingsperspectief/protocol met (het scholenteam van) de GGD te delen, om zo eventueel toekomstig BCO voor te bereiden en daarbij samen afspraken te maken over:

  • de geldende (preventieve) maatregelen en het protocol van de school;
  • het aanspreekpunt vanuit school en het aanspreekpunt vanuit de GGD. Vaak zal dit iemand van de Jeugdgezondheidszorg zijn (de jeugdarts of jeugdverpleegkundige);
  • de procedure bij besmettingen op de school;
  • de communicatie van (ziek)meldingen van positief geteste medewerkers/leerlingen tussen de school en GGD;
  • de uitvoering van het BCO door de GGD en de rol van de school daarbij, bijvoorbeeld het bijhouden van klassenindelingen en -plattegronden, dagelijkse presentielijsten per klas/groep;
  • de maatregelen t.a.v. quarantaine en testbeleid;
  • de stappen die ondernomen moeten worden en de besluitvorming bij meerdere besmettingen of uitbraken, advies en ondersteuning bij preventieve maatregelen: duidelijke afspraken over met welke klachten een leerling wel of niet naar school mag/zich laat testen (onafhankelijk van of een leerling (nauw) contact is.

Uitvoering BCO bij 1 positief geteste leerling/medewerker

De GGD en school nemen contact met elkaar op en stellen vast op welke dagen de besmettelijk persoon op school was (besmettelijke periode: vanaf 2 dagen voor de 1e ziektedag). Voor de dagen dat de besmettelijke persoon op school was, worden de contacten van deze persoon in kaart gebracht. De medewerker/school maakt een lijst van de aanwezige personen met wie de besmette persoon in deze periode in contact is geweest. Afhankelijk van de maatregelen die op dat moment op school werden toegepast, kan men de volgende contacten onderscheiden:

  • Nauwe contacten (categorie 2) zijn leerlingen of medewerkers die in totaal op een dag meer dan 15 minuten contact hadden met de besmettelijk persoon op minder dan 1,5 meter afstand, zoals leerlingen die in hetzelfde groepje waren ingedeeld, of naast wie de besmette leerling ‘vast’ zit of gekoppeld is (‘buddy’), of met wie de leerling/medewerker nauw heeft samengewerkt. Dit kan ook bij de leerling/medewerker nagevraagd worden (denk ook aan pauzeruimtes). Ook kan het zijn dat een medeleerling een nauw contact is vanwege buitenschools contact, maar niet vanwege contact op school.
  • Overige contacten (categorie 3) zijn alle leerlingen en medewerkers die meer dan 15 minuten in dezelfde ruimte (klaslokaal, koffieruimte etc.) waren met de besmettelijke persoon, en ook de leerlingen of medewerkers die op een dag contact hadden met de besmettelijk persoon op minder dan 1,5 meter, maar korter dan 15 minuten.
    Zie ook het BCO-protocol.

Maatregelen

De maatregelen en adviezen verschillen per soort contact:

Alle nauwe contacten (categorie 2) gaan, conform het BCO-protocol, in thuisquarantaine gedurende 10 dagen. Dat betekent dat zij niet naar school kunnen komen. Deze contacten krijgen het advies om zich zo snel mogelijk te laten testen, zodat eventuele infecties snel opgespoord kunnen worden. Ook krijgen zij het advies om zich te laten testen op of na dag 5 na het laatste contactmoment met de besmettelijke persoon. Als de test op of na dag 5 na het laatste contactmoment negatief is, kan de quarantaine worden opgeheven (zie ook het BCO-protocol). Daarnaast is het dringende advies om bij het ontstaan van klachten tijdens de 10 dagen na het contact met de besmettelijke persoon zich te laten testen, ook als een eerdere test negatief was.

De overige contacten (categorie 3) mogen wel naar school komen en hoeven conform het BCO-protocol niet in quarantaine. Deze contacten krijgen het advies om zich op of rond dag 5 na het laatste contactmoment met de besmettelijke persoon te laten testen, ook als zij geen klachten hebben (zie ook het BCO-protocol). Daarnaast is het dringende advies om bij het ontstaan van klachten tijdens de 10 dagen na het contact met de besmettelijke persoon zich te laten testen, ook als een eerdere test negatief was.

In de praktijk kan het zo zijn dat er weinig tijd is tussen het moment dat contacten te horen krijgen dat ze contact hebben gehad met een besmettelijke persoon en dag 5 na de laatste blootstelling. Eerder testen dan op of na dag 5 na de laatste blootstelling zal hierdoor niet altijd mogelijk zijn.

De GGD adviseert over eventuele informatieverstrekking aan de ouders.

Indien veel leerlingen in de klas waar een besmetting is geconstateerd bij het contactonderzoek als categorie 2-contact worden aangewezen, kan dit tot gevolg hebben dat op indicatie van de GGD/arts infectieziektebestrijding een hele klas thuis moet blijven en getest wordt op dag 5 (of eerder indien klachten), uit praktische overwegingen en/of op advies van de GGD om doorgaande transmissie te voorkomen.

Extra testbeleid

Indien de index een medewerker is, is het raadzaam dat alle medewerkers die tijdens de besmettelijke periode van de index op school zijn geweest, ook worden getest.

Naast het testbeleid conform het BCO-protocol wordt bij iedere index geadviseerd om ook alle overige contacten (categorie 3) zo spoedig mogelijk na de positieve uitslag van de index te testen, om a- en presymptomatische personen te identificeren.

In de praktijk kan het zo zijn dat er weinig tijd is tussen het moment dat contacten te horen krijgen dat ze contact hebben gehad met een besmettelijke persoon en dag 5 na de laatste blootstelling. Eerder testen dan op of na dag 5 na de laatste blootstelling zal hierdoor niet altijd mogelijk zijn.

Uitbraakonderzoek

Er is sprake van een uitbraak als er binnen de school 3 of meer gevallen zijn die gerelateerd lijken te zijn in tijd en plaats. De GGD brengt samen met de school in kaart of er sprake is van een cluster of uitbraak en of er (mogelijk) verspreiding heeft plaatsgevonden op school. Hiervoor doet de GGD epidemiologisch uitbraakonderzoek (waarvoor het Excel-bestand ‘Clusteronderzoek GGD'en checklist minimale epi dataset’ dat op Viadesk te vinden is, als hulpmiddel gebruikt kan worden) en vult dit zo nodig aan met sequencing van de gevonden virusstammen (zie onder Whole genome sequencing -WGS).

Praktisch gezien betekent bovenstaande het volgende:

  • Onder leiding van de betreffende GGD wordt een uitbraakonderzoek uitgevoerd om de situatie in kaart te brengen.
  • De GGD inventariseert samen met de school de samenhang in tijd en plaats (klas/groep) van de gemelde gevallen.
  • De GGD doet, in samenwerking met de leiding van de school, het BCO rondom de positieve medewerkers en/of leerlingen op school. De GGD en de school nemen contact met elkaar op en stellen de dagen vast waarvoor het contactonderzoek geldt. Dit is afhankelijk van de aanwezigheid van de besmette personen op school (besmettelijke periode: vanaf 2 dagen voor de 1e ziektedag). De medewerker/school maakt (samen met de leerling) een lijst van de aanwezige personen met wie de besmette personen in nauw contact zijn geweest.
  • Afhankelijk van de context wordt alleen de groep/klas of worden meerdere groepen/klassen bevraagd.
  • De GGD adviseert over eventuele informatieverstrekking aan de ouders, waaronder het testadvies bij klachten.
  • De GGD informeert ook buur-GGD’en als de school leerlingen van een grotere regio ontvangt.

Maatregelen

Indien de GGD op basis van epidemiologisch uitbraakonderzoek heeft vastgesteld dat er sprake is van een cluster of uitbraak waarbij verspreiding heeft plaatsgevonden op de school (meerdere besmettingen verspreid over een klas, of over de school), bepaalt de GGD samen met de school welke maatregelen genomen kunnen worden om verdere verspreiding te voorkomen. Denk hierbij aan beter handhaven van algemene maatregelen of quarantaine voor meer groepen en medewerkers die een verhoogd risico gelopen hebben op besmetting, en/of grootschalig testen om sluiting van de school te voorkomen. Daarnaast:

  • Bij meerdere (≥2) besmettingen in 1 klas/groep (cluster) gaat de gehele groep/klas in quarantaine.
  • Bij meerdere klassen waar 1 besmetting is geconstateerd en waarbij meerdere leerlingen bij het contactonderzoek als categorie 2-contact worden aangewezen, kan dit tot gevolg hebben dat meerdere groepen/klassen in quarantaine gaan.
  • Bij een cluster of grotere uitbraak met gerelateerde besmettingen verspreid over meerdere klassen, kan meer uitgebreide quarantaine voor de (gehele) school geadviseerd worden.

(Extra) testbeleid bij een uitbraak

Naast het testbeleid conform het BCO-protocol, worden in de onderscheiden situaties de volgende (extra) testen geadviseerd:

  • Bij meerdere (≥2) besmettingen in 1 klas/groep (cluster) worden alle leerlingen en medewerkers in de klas/groep zo spoedig mogelijk na de uitslag van de 2e index en 5 dagen na het laatste contact met die index getest. Indien de 2e index een medewerker is, worden alle medewerkers die tijdens de besmettelijke periode van de 2e index op school zijn geweest, ook getest op dezelfde momenten
  • Bij meerdere klassen waar 1 besmetting geconstateerd wordt en bij een cluster of grotere uitbraak met gerelateerde besmettingen verspreid over meerdere klassen worden alle leerlingen en medewerkers van de locatie zo spoedig mogelijk en 5 dagen na de 1e test getest.

Whole genome sequenecing -WGS

Overweeg om in aanvulling op het epidemiologisch uitbraakonderzoek moleculair onderzoek (WGS) van de gevonden virusstammen te verrichten. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd om clustering fylogenetisch te bevestigen dan wel uit te sluiten, een variant van het virus op te sporen en/of om een mogelijke bron in beeld te brengen.

GGD’en kunnen voor overleg hierover en de praktische uitvoering contact opnemen met de LCI.

Het kan zinvol zijn een of meerdere positieve monsters te sequencen, bijvoorbeeld bij opvallende clustering (meerdere gevallen, verspreid over vrijwel alle klassen op scholen), verspreiding die duidelijk anders of sneller verloopt dan normaal gebruikelijk, of als men geen zicht en controle heeft op de uitbraak.

WGS is meestal alleen mogelijk bij lage Ct-waarden (32 of lager). In het geval van veel positieve monsters kan overwogen worden om slechts een deel van de monsters te sequencen. Daarbij is het van belang om van elke te onderscheiden groep een beperkt aantal positieve monsters te selecteren, naast een selectie in de tijd en het insturen van zoveel mogelijk monsters van zowel medewerkers als leerlingen. Daarbij dient gelet te worden op de Ct-waarden van de positieve monsters (indien bekend); monsters met een lagere Ct-waarde hebben de voorkeur.

Op basis van de combinatie van epidemiologische gegevens en de resultaten van het moleculair onderzoek, kunnen conclusies worden getrokken (door de GGD in samenspraak met de virologen) over de verspreiding van het virus binnen het cluster. De conclusies worden met het RIVM/LCI gedeeld als input voor eventuele aanpassing van landelijk beleid.

Referenties

Versiebeheer

  • 25-02-2021: Link naar het inmiddels gepubliceerde Generiek kader voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (leeftijd 13-18 jaar) ingevoegd.
  • 17-02-2021: Aanpassing van het testbeleid voor categorie 2 en 3 n.a.v. de aanpassing van het algemene BCO. Daarnaast is na het advies van het 98e OMT het testbeleid voor scholen toegevoegd.
  • 26-01-2021: Tekstuele verduidelijking onder ‘Maatregelen’ en een wijziging bij de maatregelen die scholen kunnen nemen om de transmissie zo klein mogelijk te houden. Deze zullen worden beschreven in het Generiek kader (voor scholen).
  • 22-01-2021: De handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 tot 18 jaar) is gesplitst in deze handreiking voor het voortgezet onderwijs en een handreiking voor de kinderopvang en het basisonderwijs. Deze handreiking, voor kinderen van 13 tot 18 jaar, is compleet vernieuwd n.a.v. het advies van het 95e OMT over het veilig heropenen van de scholen. Voor kinderen op het voortgezet onderwijs die wel naar school gaan geldt vanaf 12 januari 2021 dat zij wel zoveel mogelijk 1,5 meter afstand moeten houden tot elkaar en in ieder geval altijd tot medewerkers. Ook zijn de uitvoering van het BCO bij 1 positief geteste kind/medewerker en bij een uitbraak in de klas/school en het testbeleid in de handreiking nader uitgewerkt.
  • 01-12-2020: Tekstuele verduidelijking onder 'testbeleid en maatregelen contacten'.
  • 27-11-2020: Aanpassing test- en quarantainebeleid van kinderen 0 tot en met 12 jaar (naar aanleiding van 87e OMT-advies) en thuisblijfadvies voor huisgenoten kinderen 0 tot en met 6 jaar (naar aanleiding van 88e OMT-advies).
  • 09-10-2020: De handreiking is aangepast aan het gewijzigde thuisblijf- en testbeleid voor neusverkouden kinderen van 0-4 jaar en op de basisschool. Het beleid ten aanzien van contacten <18 jaar van een index <18 jaar met COVID-19 gewijzigd (beleid per 2 oktober 2020); in principe worden alle contacten <18 jaar als een overig, niet nauw contact (categorie 3, zie ook informatiebrief) beschouwd, tenzij het gaat om kinderen in de middelbareschoolleeftijd die in hun vrije tijd frequent en intensief contact met elkaar hebben gehad. Paragraaf G is toegevoegd met praktische aanvullende maatregelen die scholen kunnen implementeren bij clusters en verhoogde regionale verspreiding.
  • 28-09-2020: Link voor uitzonderingen ingevoegd in 'Kinderen t/m 12 jaar mogen naar de kinderopvang of andere vormen van kinderopvang én naar de basisschool als zij alleen verkoudheidsklachten hebben zonder koorts. Hierop zijn uitzonderingen, zie https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen.'
  • 25-09-2020: link Rijksoverheid.nl/quarantaine.
  • 19-09-2020: aangepast n.a.v. gewijzigde beleid thuisblijven bij klachten voor kinderen t/m 12 jaar.
  • 04-09-2020: aangepast bij uitgangspunten: de voorwaarde minimaal 48 uur koortsvrij is verwijderd in 'De positief geteste persoon blijft thuis tot minimaal 7 dagen na de start van de symptomen en tot de persoon ten minste 24 uur symptoomvrij is'.
  • 03-09-2020: Onder 'Testbeleid en maatregelen contacten' is aangepast: kinderen t/m 12 jaar mogen wel naar kinderopvang/school/bso en sporten (niet meer vanaf 4 jaar).
  • 05-08-2020: Verduidelijking quarantainebeleid voor kinderen als ‘overige nauwe contacten’: leeftijd 4 t/m 12 jaar in plaats van ≤ 12 jaar. (Toelichting: de uitzondering voor het quarantainebeleid voor kinderen in categorie 2, overige nauwe contacten, geldt alleen voor kinderen in de leeftijd 4 t/m 12 jaar. De reden hiervoor is het welzijnsprincipe, het belang van school- en sportparticipatie is in deze leeftijdsgroep groter dan het risico op eventuele verspreiding. Dit geldt niet voor kinderen in de andere leeftijdsgroepen.)
  • 20-07-2020: Handreiking is uitgebreid naar alle kinderen van 0 tot 18 jaar. Uitgebreide herziening van de handreiking.
  • Ook bij uitgangspunten vermeld: Indien de test negatief is en kinderen alleen neusverkouden zijn of een snotneus hebben en verder niet ziek zijn, mogen zij naar school of kindercentrum en hoeven zijn niet thuis te blijven.
  • 18-06-2020: Onder scenario E, punt 1: "de school informeert..." aangepast naar "in overleg met de GGD informeert de school zo nodig..."
  • 11-06-2020: Eerste versie.