Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (13 tot 18 jaar) (VO)

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 5 oktober 2021 (versiebeheer zie onderaan pagina) | Zie ook Handreiking contact en uitbraakonderzoek kinderen 0 t/m 12 (PO)

Deze handreiking is bedoeld om GGD’en te ondersteunen bij het onderzoek en het nemen van maatregelen wanneer een kind van 13-18 jaar* of een medewerker in het voortgezet onderwijs (VO**) positief is getest op COVID-19; of wanneer een medewerker die werkt met groepen leerlingen in deze leeftijd positief is getest op COVID-19. Deze handreiking sluit aan bij het Protocol Bron- en contactonderzoek, waarin beschreven is wie als contacten van een besmettelijke persoon worden aangemerkt, en wat de maatregelen en adviezen zijn voor deze contacten. In deze handreiking wordt dit nader uitgewerkt voor het VO, en wordt de motivatie voor de maatregelen beschreven.

Deze handreiking kan door de GGD ook als leidraad worden gebruikt voor contact- en uitbraakonderzoek bij zomerkampen en andere soortgelijke jeugdactiviteiten. Hiervan uitgezonderd is het zelftestbeleid.

* De leeftijden van leerlingen op het VO (13-18 jaar) zijn (deels) verschillend. Voor een kind dat naar het VO gaat, gelden de regels van het VO ongeacht de leeftijd.

** In deze handreiking worden de algemene termen ‘voortgezet onderwijs’ of ’school’ gebruikt voor het voortgezet onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

Algemene uitgangspunten

  • COVID-19 is een meldingsplichtige infectieziekte groep A veroorzaakt door SARS-CoV-2, die door de aanvrager en het laboratorium aan de GGD gemeld moet worden bij een bevestigde besmetting.
  • Om eventuele verspreiding van het virus onder leerlingen en medewerkers tegen te gaan, kan een school maatregelen nemen om de kans op transmissie op school – en het aantal contacten per leerling – zo klein mogelijk te houden. Hiervoor is een Generiek kader opgesteld.
  • Voor iedereen in Nederland gelden basisregels over het openbaar en dagelijks leven. Zie de actuele informatie op Rijksoverheid.nl.

Testbeleid, isolatie en quarantaine

  • Iedereen in Nederland met klachten passend bij COVID-19 blijft thuis en laat zich testen.
  • Zie voor het testen van kinderen in de middelbare schoolleeftijd: Rijksoverheid.nl.
  • Zie voor het testen van onderwijspersoneel: Rijksoverheid.nl.
  • Zie voor het zelftesten in het voortgezet (speciaal) onderwijs Zelftesten (lesopafstand.nl) 
  • Elk positief geteste leerling/medewerker gaat in isolatie.
  • Zie voor meer informatie het protocol BCO.
  • Zie voor de quarantaineregels: Rijksoverheid.nl.
  • Daarnaast is het zeer van belang dat alle niet-immune* leerlingen en onderwijsmedewerkers twee keer per week gebruik maken van zelftesten (periodiek (preventief) zelftesten). Door de inzet van een periodiek (preventief) zelftestbeleid kunnen (nog) onopgemerkte besmettingen opgespoord worden en wordt de kans op transmissie binnen de school verkleind.
     

Voor uitleg van de begrippen immuun/niet-immuun zie verderop (onder kopje Maatregelen).

Overwegingen beleid bij kinderen (13-18 jaar)

Wereldwijd zijn er relatief weinig kinderen gemeld met COVID-19.  Kinderen worden minder ernstig ziek en hoeven bijna nooit opgenomen te worden in het ziekenhuis. Ook de epidemiologie en transmissie bij kinderen verloopt anders dan bij volwassenen. Over het algemeen geldt: hoe jonger het kind, hoe kleiner de rol bij de verspreiding van het virus. Dit geldt zowel voor de klassieke virusvariant als voor de meer besmettelijke virusvarianten die sinds eind 2020 in Nederland circuleren. Wel is het zo dat alle leeftijdsgroepen bij de meer besmettelijke varianten het virus meer verspreiden dan bij de oude varianten Zie Kinderen, school en COVID-19. Ook zien we een hogere, toenemende incidentie en transmissie bij kinderen naarmate ze ouder worden, met name in de leeftijd van 15 t/m 17 jaar. Voor kinderen (<18 jaar) geldt het volgende:

  • (Fysieke) deelname aan onderwijs, sporten en andere activiteiten is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen.
  • Kinderen (<18 jaar) met onderliggend lijden hebben geen verhoogd risico op een ernstig verloop van COVID-19, ongeacht het onderliggend lijden. 

Contactonderzoek op school

Wanneer een persoon (leerling of medewerker) positief is getest voert de GGD bron- en contactonderzoek (BCO) uit, zowel buiten als binnen de school. Op school doet zij dit in samenwerking met de school.

Samenwerking en communicatie met de school en GGD-scholenteams

GGD-scholenteams

De GGD’en hebben een GGD-scholenteam samengesteld. Het heeft de voorkeur dat vanuit de GGD de afdeling infectieziektebestrijding en de afdeling jeugdgezondheidszorg hierbij nauw samenwerken. Scholenteams kunnen ook ondersteunen bij uitbraakonderzoek/sequencing. Het doel van een GGD-scholenteam is een goede samenwerking tussen de JGZ en IZB binnen de GGD voor:

  • eenduidige communicatie;
  • eenduidig aanspreekpunt voor school en voor GGD;
  • de rol van de jeugdarts: Scholen kunnen met vragen terecht bij de jeugdarts en jeugdverpleegkundige die bekend is op de school. De jeugdgezondheidszorg is een laagdrempelige vraagbaak. De jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen denken mee over specifieke situaties, vragen en onrust van medewerkers en/of ouders en stemmen af met infectieziektebestrijding (medewerkers BCO, hygiëneadviseurs) over eventuele aanvullende maatregelen. De jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen houden ook tijdens een lockdown contact met scholen. Daarnaast blijven zij in contact met ouders, kinderen en jongeren. Zie de AJN-website voor meer informatie.

Melden door school

Bij een of meerdere positief geteste leerlingen of medewerkers is het van belang dat de GGD en de directie en/of het schoolbestuur in contact treden om de te nemen adviezen en maatregelen te bespreken. Er zit een tijdsinterval tussen de uitslag van een positieve test en de uitvoering van het BCO door de GGD. Hierdoor zijn scholen vaak eerder dan de GGD op de hoogte dat een leerling of medewerker positief getest is voor COVID-19 (via ouders), en ook dat er bij iemand verdenking is op COVID-19 (door ziekmelding). Scholen en GGD’en worden gevraagd afspraken te maken om bij een COVID-19-(verdacht) geval laagdrempelig contact met elkaar op te nemen om adviezen af te stemmen. Hetzelfde geldt voor het vroeg opmerken van mogelijk gerelateerde gevallen.

Afspraken vooraf met school

Ook als er nog geen besmettingen zijn geweest op een school is het goed om van tevoren met de school contact te hebben over- en op de hoogte te zijn van de invulling van de algemeen genomen maatregelen op de locatie en het geldende protocol van de school. Voor scholen is er een Generiek kader Voortgezet onderwijs (13-18 jaar) waarin de maatregelen beschreven zijn die een school kan nemen om de kans op transmissie zo klein mogelijk te houden. Bovendien worden scholen geadviseerd via hun eigen sector een eigen stappenplan (handelingsperspectief) te maken. Scholen worden gevraagd de maatregelen die zij nemen en het geldende handelingsperspectief/protocol met (het scholenteam van) de GGD te delen, om zo eventueel toekomstig BCO voor te bereiden en daarbij samen afspraken te maken over:

  • de geldende (preventieve) maatregelen en het protocol van de school;
  • het aanspreekpunt vanuit school en het aanspreekpunt vanuit de GGD. Vaak zal dit iemand van de Jeugdgezondheidszorg zijn (de jeugdarts of jeugdverpleegkundige);
  • de procedure bij besmettingen op de school;
  • de communicatie van (ziek)meldingen van positief geteste medewerkers/leerlingen tussen de school en GGD;
  • de uitvoering van het BCO door de GGD en de rol van de school daarbij, bijvoorbeeld het bijhouden van klassenindelingen en -plattegronden, dagelijkse presentielijsten per klas/groep;
  • indien van toepassing: de maatregelen t.a.v. quarantaine en testbeleid;
  • indien van toepassing: de stappen die ondernomen moeten worden en de besluitvorming bij meerdere besmettingen of uitbraken, advies en ondersteuning bij preventieve maatregelen: duidelijke afspraken over met welke klachten een leerling wel of niet naar school mag/zich laat testen (onafhankelijk van of een leerling (nauw) contact is).

Het gebruik van zelftesten in het voortgezet onderwijs

Bij aanvang van het nieuwe schooljaar (2021-2022) wordt het periodiek (preventief) testen aanbevolen voor leerlingen en medewerkers die (nog) niet als immuun* worden beschouwd. Het risicogericht testen van categorie 3-contacten is vervallen.

* Voor uitleg van de begrippen immuun/niet-immuun zie verderop (onder kopje Maatregelen).

Periodiek (preventief) zelftesten wordt door de leerlingen en medewerkers twee keer per week thuis uitgevoerd. Hiervoor is geen afstemming met de GGD nodig. De testen worden beschikbaar gesteld door de school. De instructie is om bij een positieve uitslag thuis in isolatie te gaan en een afspraak te maken voor een confirmatietest bij de GGD.

Periodiek (preventief) zelftesten hoeft in principe niet te worden toegepast wanneer een persoon als immuun voor SARS-CoV-2 wordt beschouwd (zie onder).

Het gebruik van een zelftest en deelname van een school aan het zelftestbeleid voor scholen is altijd vrijwillig. Dit betekent dat er verschillen kunnen ontstaan in het gebruik van de zelftesten, zowel tussen scholen onderling als binnen een school (tussen leerlingen en tussen medewerkers). Het blijft van groot belang om zorgvuldig BCO en uitbraakonderzoek uit te voeren en de contacten en de school te adviseren over te nemen maatregelen in geval van een besmetting.

Het zelftestbeleid is een aanvulling op het landelijk geldende testbeleid en de basisregels. Het zelftesten is géén vervanging van adviezen van de GGD over het bron- en contactonderzoek  en het bijbehorende testbeleid. De zelftesten kunnen niet worden gebruikt als iemand:

  • klachten heeft passend bij corona;
  • een quarantaineadvies heeft (categorie 1- en 2-contacten);
  • terugkomt uit een land waarvoor de quarantaineplicht geldt;
  • een melding heeft gekregen van de Coronamelderapp.
     

In al deze gevallen is het nadrukkelijke advies om via de gebruikelijke routes een testafspraak bij een GGD-testlocatie te maken. 

Verder geldt:

  • Indien een positieve COVID-19-zelftest is geconfirmeerd in een GGD-teststraat, bevestigd middels een Nucleic Acid Amplification Test (NAAT; waaronder PCR en LAMP) of antigeentest, dan hoeft de index gedurende 6 maanden na de datum van de positieve zelftest geen periodieke (preventieve) zelftesten af te nemen;
  • Indien een positieve COVID-19-zelftest NIET is geconfirmeerd in een GGD-teststraat, dan wordt het periodiek (preventief) zelftesten gecontinueerd.
  • Alleen indien iemand in de afgelopen 6 maanden in het kader van risicogericht zelftesten (categorie 3-contact) positief is getest met een COVID-19-zelftest, hoeft de index gedurende 6 maanden na de datum van de positieve zelftest geen periodieke (preventieve) zelftesten af te nemen.
  • Onverlet blijft dat een leerling of leerkracht of werknemer zich opnieuw moet laten testen als er aanwijzingen zijn die een herinfectie sterk doen vermoeden, zoals een duidelijke nieuwe episode met typische en/of ernstige COVID-19-klachten na contact met een (bron)index.

Uitvoering BCO bij 1 positief geteste leerling/medewerker

De GGD en school nemen contact met elkaar op en stellen vast op welke dagen de besmettelijk persoon op school was (besmettelijke periode: vanaf 2 dagen voor de 1e ziektedag, of bij asymptomaten vanaf de dag van testen). Voor de dagen dat de besmettelijke persoon op school was, worden de contacten van deze persoon in kaart gebracht. De medewerker/school maakt een lijst van de aanwezige personen met wie de besmette persoon in deze periode in contact is geweest.

Bij het contactonderzoek worden contacten ingedeeld op basis van de aard van het contact dat zij hadden. Hierbij zijn onderlinge afstand en duur van het contact belangrijke criteria.

  • Huisgenoten (categorie 1). Broer(s) of zus(sen)  van de index, of andere personen die met de index een huishouden delen.
  • Overige nauwe contacten (categorie 2)  zijn personen waarmee de index tijdens zijn besmettelijke periode nauw contact heeft gehad. De nauwe contacten op school zijn vaak bij de leerling bekend, en kunnen bij de index worden uitgevraagd. Het is niet nodig om per medeleerling na te gaan of er mogelijk op een dag (cumulatief) 15 minuten contact is geweest met de index, het volstaat om aan de index te vragen met wie er veel (nauw) contact is geweest.
    Voorbeelden van nauwe contacten op school zijn leerlingen die naast elkaar hebben gezeten tijdens een les, goede vrienden waarmee veel contact is geweest (bijvoorbeeld in de pauzes) en leerlingen met wie de index nauw heeft samengewerkt.
  • Overige (niet nauwe) contacten (categorie 3) zijn de leerlingen en medewerkers waarmee de index een les heeft gevolgd (in hetzelfde lokaal), maar niet naast heeft gezeten of mee heeft samengewerkt. Ook leerlingen waarmee de index gymles heeft gevolgd worden beschouwd als categorie 3-contacten.
  • Leerlingen en volwassenen buiten de eigen klas met wie de index mogelijk contact heeft gehad tijdens andere activiteiten zoals een diploma-uitreiking, worden niet automatisch als contact beschouwd. Alleen als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de leerling of volwassene contact heeft gehad met de index, wordt de leerling of volwassene beschouwd als nauw of overig (niet nauw) contact, op basis van een inschatting van de afstand en duur van het contact.
     

Zie ook het BCO-protocol.

Maatregelen

De maatregelen en adviezen verschillen per soort contact en zijn afhankelijk of iemand in het kader van het BCO als niet-immuun of immuun wordt beschouwd.

Definitie immuun en niet-immuun

Bij het BCO wordt een persoon als immuun voor SARS-CoV-2 beschouwd als deze:

  • 14 dagen of langer geleden een vaccinatieserie heeft afgerond van Comirnaty (Pfizer), Spikevax (Moderna) of Vaxzevria (AstraZeneca); OF
  • 14 dagen of langer geleden 1 dosis van een van deze vaccins heeft gekregen na een doorgemaakte SARS-CoV-2-infectie; OF
  • 28 dagen of langer geleden het Janssen-vaccin heeft gekregen; OF
  • COVID-19 heeft doorgemaakt minder dan 6 maanden geleden.

 

Dit geldt in het kader van BCO voorlopig ook voor immuungecompromitteerde personen, totdat er specifiekere adviezen geformuleerd kunnen worden voor patiëntencategorieën waarbij vaccinatie onvoldoende beschermend effect blijkt te hebben.

 

Iedereen die niet voldoet aan de criteria van immuun, wordt als niet-immuun beschouwd.

Tabel Maatregelen voor contacten in het voortgezet onderwijs

 

Type contact Niet-immuun contact Immuun contact

Huisgenoten

(categorie 1)

  • Quarantaine 10 dagen
  • Testen bij klachten
  • Testen z.s.m. (bij GGD)
  • Testen dag 5 (voor opheffen quarantaine)
  • Testen bij klachten
  • Testadvies dag 5
  • Houd afstand, vermijd grote groepen en contact met kwetsbaren

Overig nauw contact

(categorie 2)*

  • Quarantaine 10 dagen
  • Testen bij klachten
  • Testen dag 5 (voor opheffen quarantaine)
  • Testen bij klachten

Overig niet nauw contact

(categorie 3)

  • Testen bij klachten
  • Informeren**
  • Testen bij klachten
  • Informeren**

* Afhankelijk van het aantal immune personen in een groep/klas kan het zo zijn dat de hele groep/klas of alleen een deel daarvan in quarantaine gaat
** Aan niet-immune contacten wordt aanbevolen het tweemaal per week preventief zelftesten, aangeboden door de school, te continueren. Daarnaast is het dringende advies om bij het ontstaan van klachten tijdens de 10 dagen na het contact met de besmettelijke persoon zich te laten testen via de GGD, ook als een eerdere (zelf)test negatief was.

Duur van de quarantaine

De quarantaine duurt in principe 10 dagen na het laatste contactmoment met de besmettelijke persoon. Als de test bij de GGD op of na dag 5 na het laatste contactmoment negatief is, kan de quarantaine worden opgeheven (zie ook het BCO-protocol). 

In de praktijk kan het zo zijn dat er weinig tijd is tussen het moment dat contacten te horen krijgen dat ze contact hebben gehad met een besmettelijke persoon en dag 5 na de laatste blootstelling. Testen voor dag 5 (categorie 1) na de laatste blootstelling zal hierdoor niet altijd mogelijk zijn.

Testen bij klachten

Het is een dringend advies dat alle contacten, zowel kind als medewerkers bij het ontstaan van klachten passend bij corona, en ook alleen bij verkoudheidsklachten tijdens de 10 dagen na het contact met de besmettelijke persoon, zich laten testen, ook als een eerdere test negatief was. Dit geldt voor zowel immune als niet-immune personen.

Informatiebrieven

De GGD adviseert over eventuele informatieverstrekking aan de ouders. Voor de verschillende type contacten zijn verschillende brieven beschikbaar.

Uitbraakonderzoek

Er is sprake van een uitbraak als er binnen de school 3 of meer gevallen zijn die gerelateerd lijken te zijn in tijd en plaats. De GGD brengt samen met de school in kaart of er sprake is van een cluster of uitbraak en of er (mogelijk) verspreiding heeft plaatsgevonden op school. Hiervoor doet de GGD epidemiologisch uitbraakonderzoek (waarvoor het Excel-bestand ‘Clusteronderzoek GGD'en checklist minimale epi dataset’ dat op Viadesk te vinden is, als hulpmiddel gebruikt kan worden) en vult dit zo nodig aan met sequencing van de gevonden virusstammen (zie onder Whole genome sequencing -WGS).

Praktisch gezien betekent bovenstaande het volgende:

  • Onder leiding van de betreffende GGD wordt een uitbraakonderzoek uitgevoerd om de situatie in kaart te brengen.
  • De GGD inventariseert samen met de school de samenhang in tijd en plaats (klas/groep) van de gemelde gevallen.
  • De GGD doet, in samenwerking met de leiding van de school, het BCO rondom de positieve medewerkers en/of leerlingen op school. De GGD en de school nemen contact met elkaar op en stellen de dagen vast waarvoor het contactonderzoek geldt. Dit is afhankelijk van de aanwezigheid van de besmette personen op school (besmettelijke periode: vanaf 2 dagen voor de 1e ziektedag). De medewerker/school maakt (samen met de leerling) een lijst van de aanwezige personen met wie de besmette personen in nauw contact zijn geweest.
  • Afhankelijk van de context wordt alleen de groep/klas of worden meerdere groepen/klassen bevraagd.
  • De GGD adviseert over eventuele informatieverstrekking aan de ouders, waaronder het testadvies bij klachten.
  • De GGD informeert ook buur-GGD’en als de school leerlingen van een grotere regio ontvangt.

Maatregelen bij een uitbraak

De maatregelen en adviezen verschillen per soort contact en zijn afhankelijk of iemand in het kader van het BCO als niet-immuun of immuun wordt beschouwd.

Definitie immuun en niet-immuun

Bij het BCO wordt een persoon als immuun voor SARS-CoV-2 beschouwd als deze:

  • 14 dagen of langer geleden een vaccinatieserie heeft afgerond van Comirnaty (Pfizer), Spikevax (Moderna) of Vaxzevria (AstraZeneca); OF
  • 14 dagen of langer geleden 1 dosis van een van deze vaccins heeft gekregen na een doorgemaakte SARS-CoV-2-infectie; OF
  • 28 dagen of langer geleden het Janssen-vaccin heeft gekregen; OF
  • COVID-19 heeft doorgemaakt minder dan 6 maanden geleden.

 

Dit geldt in het kader van BCO voorlopig ook voor immuungecompromitteerde personen, totdat er specifiekere adviezen geformuleerd kunnen worden voor patiëntencategorieën waarbij vaccinatie onvoldoende beschermend effect blijkt te hebben.

 

Iedereen die niet voldoet aan de criteria van immuun, wordt als niet-immuun beschouwd.

 
Indien de GGD op basis van epidemiologisch uitbraakonderzoek heeft vastgesteld dat er sprake is van een cluster of uitbraak waarbij verspreiding heeft plaatsgevonden op de school (meerdere besmettingen verspreid over een klas, of over de school), bepaalt de GGD samen met de school welke maatregelen genomen kunnen worden om verdere verspreiding te voorkomen. Denk hierbij aan beter handhaven van algemene maatregelen of quarantaine voor meer groepen en medewerkers die een verhoogd risico gelopen hebben op besmetting, en/of grootschalig testen om sluiting van de school te voorkomen. Het is ook een optie om tijdelijk cohorteringsmaatregelen te adviseren voor de school, waarbij klassen zoveel mogelijk apart van elkaar worden gehouden.

Mogelijke maatregelen, afhankelijk van de situatie op de school:

  • Bij meerdere (≥2) besmettingen in 1 klas/groep (cluster) gaat de gehele groep/klas in quarantaine.
  • Bij meerdere klassen waar ≥1 besmetting is geconstateerd en waarbij meerdere leerlingen bij het contactonderzoek als categorie 2-contact worden aangewezen, kan dit tot gevolg hebben dat meerdere groepen/klassen in quarantaine gaan.
  • Bij een cluster of grotere uitbraak met gerelateerde besmettingen verspreid over meerdere klassen, kan meer uitgebreide quarantaine voor de (gehele) school geadviseerd worden.
     

Uitgezonderd van bovenstaande adviezen voor quarantaine zijn zowel kinderen als medewerkers die aangemerkt zijn als overig nauwe contact (categorie 2) of overig niet-nauw contact (categorie 3)  die als immuun worden beschouwd. Afhankelijk van het aantal immune personen in een groep/klas/school gaat de hele groep/klas of school , of alleen een deel daarvan in quarantaine.

(Extra) testbeleid bij een uitbraak

Naast het testbeleid in de tabel maatregelen voor contacten in het voortgezet onderwijs, kunnen in de onderscheiden situaties de volgende (extra) testen overwogen worden:

  • Bij meerdere (≥2) besmettingen in 1 klas/groep (cluster) worden alle leerlingen en medewerkers in de klas/groep zo spoedig mogelijk na de uitslag van de 2e index en 5 dagen na het laatste contact met die index getest bij de GGD.
  • Bij meerdere klassen waar ≥1 besmetting geconstateerd wordt en bij een cluster of grotere uitbraak met gerelateerde besmettingen verspreid over meerdere klassen worden alle leerlingen en medewerkers van de locatie zo spoedig mogelijk getest, en 5 dagen na de 1e test getest bij de GGD.
     

Deze extra testadviezen gelden niet voor kinderen en medewerkers die als immuun worden beschouwd. Zij krijgen wel het dringende advies om te testen bij klachten.

Whole genome sequenecing - WGS

Overweeg om in aanvulling op het epidemiologisch uitbraakonderzoek moleculair onderzoek (WGS) van de gevonden virusstammen te verrichten. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd om clustering fylogenetisch te bevestigen dan wel uit te sluiten, een variant van het virus op te sporen en/of om een mogelijke bron in beeld te brengen.

GGD’en kunnen voor overleg hierover en de praktische uitvoering contact opnemen met de LCI.

Het kan zinvol zijn een of meerdere positieve monsters te sequencen, bijvoorbeeld bij opvallende clustering (meerdere gevallen, verspreid over vrijwel alle klassen op scholen), verspreiding die duidelijk anders of sneller verloopt dan normaal gebruikelijk, of als men geen zicht en controle heeft op de uitbraak.

WGS is meestal alleen mogelijk bij lage Ct-waarden (32 of lager). In het geval van veel positieve monsters kan overwogen worden om slechts een deel van de monsters te sequencen. Daarbij is het van belang om van elke te onderscheiden groep een beperkt aantal positieve monsters te selecteren, naast een selectie in de tijd en het insturen van zoveel mogelijk monsters van zowel medewerkers als leerlingen. Daarbij dient gelet te worden op de Ct-waarden van de positieve monsters (indien bekend); monsters met een lagere Ct-waarde hebben de voorkeur.

Op basis van de combinatie van epidemiologische gegevens en de resultaten van het moleculair onderzoek, kunnen conclusies worden getrokken (door de GGD in samenspraak met de virologen) over de verspreiding van het virus binnen het cluster. De conclusies worden met het RIVM/LCI gedeeld als input voor eventuele aanpassing van landelijk beleid. Meer informatie over kiemsurveillance is te vinden in de paragraaf Diagnostiek, met daarin een verdere link naar informatie over gedetecteerde virusvarianten. 

Referenties

  • Danis K, Epaulard O, Bénet T, Gaymard A, Campoy S, Bothelo-Nevers E, Bouscambert-Duchamp M, Spaccaferri G, Ader F, Mailles A, Boudalaa Z, Tolsma V, Berra J, Vaux S, Forestier E, Landelle C, Fougere E, Thabuis A, Berthelot P, Veil R, Levy-Bruhl D, Chidiac C, Lina B, Coignard B, Saura C; Investigation Team. Cluster of coronavirus disease 2019 (Covid-19) in the French Alps, 2020, Clin Infect Dis. 2020 Apr 11:ciaa424. doi: 10.1093/cid/ciaa424. PMID: 32277759; PMCID: PMC7184384.
  • ECDC. COVID-19 in children and the role of school settings in transmission -first update. 23 December 2020.
  • Heavey L, Casey G, Kelly C, Kelly D, McDarby G. No evidence of secondary transmission of COVID-19 from children attending school in Ireland, 2020. Euro Surveill 2020 May; 25(21): 2000903. doi: 10.2807/1560-7917.ES.2020.25.21.2000903. PMID: 32489179; PMCID: PMC7268273.
  • Jing QL, Liu MJ, Zhang ZB, Fang LQ, Yuan J, Zhang AR, Dean NE, Luo L, Ma MM, Longini I, Kenah E, Lu Y, Ma Y, Jalali N, Yang ZC, Yang Y. Household secondary attack rate of COVID-19 and associated determinants in Guangzhou, China: a retrospective cohort study. Lancet Infect Dis. 2020 Jun 17:S1473-3099(20)30471-0. doi: 10.1016/S1473-3099(20)30471-0. PMID: 32562601.
  • NCIRS. Report: COVID-19 in schools – the experience in NSW-Australia. 26 April 2020.
  • Posfay-Barbe KM, Wagner N, Gauthey M, Moussaoui D, Loevy N, Diana A, L'Huillier AG. COVID-19 in Children and the Dynamics of Infection in Families. Pediatrics. 2020 May 26:e20201576. doi: 10.1542/peds.2020-1576. PMID: 32457213.
  • RIVM. Kinderen, school en COVID-19.
  • RIVM. Wekelijkse nieuwsberichten en update.
  • Viner RM, Russell SJ, Croker H, Packer J, Ward J, Stansfield C, Mytton O, Bonell C, Booy R. School Closure and Management Practices During Coronavirus Outbreaks Including COVID-19: A Rapid Systematic Review, 2020. Lancet Child Adolesc Health 2020 May; 4(5): 397-404. doi: 10.1016/S2352-4642(20)30095-X. PMID: 32272089; PMCID: PMC7270629.
  • WHO. Considerations for school-related public health measures in the context of COVID-19: Annex to Considerations in adjusting public health and social measures in the context of COVID-19. 14 September 2020.

Versiebeheer

  • 05-10-2021: Aanpassingen van de handreiking i.v.m. loslaten 1,5 meter afstandsmaatregel en de mondkapjesplicht in het voortgezet onderwijs.
  • 17-08-2021: Het risicogericht zelftesten vervalt per 23 augustus. Categorie 3-contacten worden alleen nog geïnformeerd van de besmetting en krijgen het advies om te testen bij klachten. Daarnaast vervalt ook het testadvies om zo spoedig mogelijk te testen voor niet-immune categorie 2-contacten. Het extra testbeleid bij een medewerker als index, namelijk het testen van de andere aanwezige medewerkers, is ook vervallen.
  • 12-08-2021: De definitie van immuniteit na het COVID-19-vaccin van Janssen is gewijzigd: iemand die het Janssen-vaccin heeft gekregen, wordt voortaan na 28 dagen i.p.v. 14 als immuun beschouwd.
  • 09-07-2021 De handreiking is aangepast aan het nieuwe BCO-beleid, waarbij maatregelen en adviezen verschillen per soort contact en afhankelijk zijn van de afweer die de persoon naar verwachting heeft opgebouwd tegen het coronavirus (immuniteit). Andere aspecten van het nieuwe BCO-beleid blijven voor de kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs tot de start van het schooljaar 2021-2022 ongewijzigd. (OMT 117)
  • 24-06-2021: Aanpassing van de handreiking naar aanleiding van het kabinetsbesluit om de cohortering in de kinderopvang en het onderwijs los te laten.
  • 08-06-2021: Toevoeging van beleid bij een positieve zelftest in het kader van risicogericht testen en de voortzetting van periodiek (preventief) zelftesten.
  • 28-05-2021: De handreiking is aangepast n.a.v. het advies van het 114eOMT: op school hoeven leerlingen onderling geen 1,5 meter afstand meer te houden met de nadruk dat gebruik wordt gemaakt van twee keer per week periodiek (preventief) zelftesten.
  • 19-05-2021: Onder ‘Het gebruik van zelftesten in het onderwijs’ is het periodiek (preventief) zelftesten van leerlingen toegevoegd. Bij de test op dag 5 voor cat. 3-contacten is vermeld dat dit bij voorkeur d.m.v. een zelftest gebeurt.  
  • 21-04-2021: Informatie over het gebruik van zelftesten in het VO is toegevoegd.
  • 25-02-2021: Link naar het inmiddels gepubliceerde Generiek kader voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (leeftijd 13-18 jaar) ingevoegd.
  • 17-02-2021: Aanpassing van het testbeleid voor categorie 2 en 3 n.a.v. de aanpassing van het algemene BCO. Daarnaast is na het advies van het 98e OMT het testbeleid voor scholen toegevoegd.
  • 26-01-2021: Tekstuele verduidelijking onder ‘Maatregelen’ en een wijziging bij de maatregelen die scholen kunnen nemen om de transmissie zo klein mogelijk te houden. Deze zullen worden beschreven in het Generiek kader (voor scholen).
  • 22-01-2021: De handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 tot 18 jaar) is gesplitst in deze handreiking voor het voortgezet onderwijs en een handreiking voor de kinderopvang en het basisonderwijs. Deze handreiking, voor kinderen van 13 tot 18 jaar, is compleet vernieuwd n.a.v. het advies van het 95e OMT over het veilig heropenen van de scholen. Voor kinderen op het voortgezet onderwijs die wel naar school gaan geldt vanaf 12 januari 2021 dat zij wel zoveel mogelijk 1,5 meter afstand moeten houden tot elkaar en in ieder geval altijd tot medewerkers. Ook zijn de uitvoering van het BCO bij 1 positief geteste kind/medewerker en bij een uitbraak in de klas/school en het testbeleid in de handreiking nader uitgewerkt.
  • 01-12-2020: Tekstuele verduidelijking onder 'testbeleid en maatregelen contacten'.
  • 27-11-2020: Aanpassing test- en quarantainebeleid van kinderen 0 tot en met 12 jaar (naar aanleiding van 87e OMT-advies) en thuisblijfadvies voor huisgenoten kinderen 0 tot en met 6 jaar (naar aanleiding van 88e OMT-advies).
  • 09-10-2020: De handreiking is aangepast aan het gewijzigde thuisblijf- en testbeleid voor neusverkouden kinderen van 0-4 jaar en op de basisschool. Het beleid ten aanzien van contacten <18 jaar van een index <18 jaar met COVID-19 gewijzigd (beleid per 2 oktober 2020); in principe worden alle contacten <18 jaar als een overig, niet nauw contact (categorie 3, zie ook informatiebrief) beschouwd, tenzij het gaat om kinderen in de middelbareschoolleeftijd die in hun vrije tijd frequent en intensief contact met elkaar hebben gehad. Paragraaf G is toegevoegd met praktische aanvullende maatregelen die scholen kunnen implementeren bij clusters en verhoogde regionale verspreiding.
  • 28-09-2020: Link voor uitzonderingen ingevoegd in 'Kinderen t/m 12 jaar mogen naar de kinderopvang of andere vormen van kinderopvang én naar de basisschool als zij alleen verkoudheidsklachten hebben zonder koorts. Hierop zijn uitzonderingen, zie https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen.'
  • 25-09-2020: link Rijksoverheid.nl/quarantaine.
  • 19-09-2020: aangepast n.a.v. gewijzigde beleid thuisblijven bij klachten voor kinderen t/m 12 jaar.
  • 04-09-2020: aangepast bij uitgangspunten: de voorwaarde minimaal 48 uur koortsvrij is verwijderd in 'De positief geteste persoon blijft thuis tot minimaal 7 dagen na de start van de symptomen en tot de persoon ten minste 24 uur symptoomvrij is'.
  • 03-09-2020: Onder 'Testbeleid en maatregelen contacten' is aangepast: kinderen t/m 12 jaar mogen wel naar kinderopvang/school/bso en sporten (niet meer vanaf 4 jaar).
  • 05-08-2020: Verduidelijking quarantainebeleid voor kinderen als ‘overige nauwe contacten’: leeftijd 4 t/m 12 jaar in plaats van ≤ 12 jaar. (Toelichting: de uitzondering voor het quarantainebeleid voor kinderen in categorie 2, overige nauwe contacten, geldt alleen voor kinderen in de leeftijd 4 t/m 12 jaar. De reden hiervoor is het welzijnsprincipe, het belang van school- en sportparticipatie is in deze leeftijdsgroep groter dan het risico op eventuele verspreiding. Dit geldt niet voor kinderen in de andere leeftijdsgroepen.)
  • 20-07-2020: Handreiking is uitgebreid naar alle kinderen van 0 tot 18 jaar. Uitgebreide herziening van de handreiking.
  • Ook bij uitgangspunten vermeld: Indien de test negatief is en kinderen alleen neusverkouden zijn of een snotneus hebben en verder niet ziek zijn, mogen zij naar school of kindercentrum en hoeven zijn niet thuis te blijven.
  • 18-06-2020: Onder scenario E, punt 1: "de school informeert..." aangepast naar "in overleg met de GGD informeert de school zo nodig..."
  • 11-06-2020: Eerste versie.