Handreiking testen binnen bedrijven en ondernemingen op COVID-19

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 17 augustus 2021 (versiebeheer zie onderaan pagina) 

In opdracht van het ministerie van VWS heeft het RIVM, in samenspraak met meerdere partijen, deze handreiking opgesteld. De handreiking geldt als aanvulling op de Uitgangspunten voor inzet testen op COVID-19 buiten de GGD-testlocaties voor private/commerciële initiatieven. Bij de opstelling van de tekst is grote zorgvuldigheid betracht, maar er kunnen geen rechten aan ontleend worden. De verantwoordelijkheid voor correcte uitvoering ligt bij de bedrijfsarts en de door hem/haar ingehuurde/gebruikte testfaciliteiten.

Testen is een kritisch onderdeel van de bestrijding van de huidige pandemie. Deze handreiking richt zich voor nu enkel op de in Nederland klinisch gevalideerde testsoorten.

Naast het testen binnen de GGD-teststraatstaat binnen het Ontwerp fasering testen (de ‘routekaart’) is een aanvullend, privaat testspoor voor werkgevers benoemd waarbij werkgevers op eigen initiatief (snel)testen inzetten voor eigen personeel. De afname, uitslag en registratie van testen moeten ook binnen deze setting veilig, effectief en betrouwbaar zijn en zo goed mogelijk aansluiten bij de centrale gegevensverwerking voor de publieke bestrijding.

Zelftesten (al dan niet onder begeleiding) in het kader van werk valt buiten scope van deze handreiking. In het geval van (begeleide) zelftesten in bedrijven zullen andere uitgangspunten gelden dan hieronder beschreven. Meer informatie is hier te vinden.

Over deze handreiking

Deze handreiking wil de bedrijfsarts en/of arbodienst c.q. testaanbieder – en daarmee tevens de werkgever – helpen bij het borgen van de kwaliteit van dit private testspoor. Met de Uitgangspunten voor inzet testen op COVID-19 buiten de GGD-testlocaties (opgesteld door het ministerie van VWS) is een notitie geschreven gericht op de uitgangspunten en de van toepassing zijnde wet- en regelgeving rondom testen binnen dergelijke private/commerciële initiatieven.

Deze handreiking is geschreven voor bedrijven maar is ook toepasbaar voor bijvoorbeeld instellingen en scholen/onderwijsinstellingen. De medische eindverantwoordelijkheid kan in een dergelijke setting ook liggen bij een andere arts dan de bedrijfsarts, zoals de schoolarts of de instellingsarts. Verder gelden voor instellingen en scholen/onderwijsinstellingen de zaken zoals beschreven in deze handreiking.

Er moet bij testlocaties altijd sprake zijn van medisch-inhoudelijke betrokkenheid en toezicht van een BIG-geregistreerd (bedrijfs)arts (zie ook IGJ Testen op COVID-19). Bedrijfsartsen en arbodiensten spelen een essentiële rol in (preventief) beleid van werkgevers rond gezond en veilig werken; hiervan kan testen op SARS-CoV-2 onderdeel uit maken.

Bedrijfsartsen en/of arbodiensten dienen onafhankelijk te zijn ten opzichte van werkgever en werknemer en het testproces dient zodanig te worden geborgd dat voldaan wordt aan de relevante juridische en professionele kaders (Professioneel statuut van de bedrijfsartsHet moreel fundament van de bedrijfsartsBehandelingsovereenkomst WGBO). De bedrijfsarts moet door de klant/werkgever en/of arbodienst gefaciliteerd worden in deze rol. De Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) heeft op haar site bruikbare informatie over sneltesten en werkgeverstesten.

Aan deze handreiking hebben verschillende relevante stakeholders en partijen meegewerkt. Vakinhoudelijke afstemming binnen het arboveld vond plaats met verschillende partijen die bedrijfsartsen en bedrijfsgeneeskundige zorg vertegenwoordigen: de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), de brancheorganisatie van arbodiensten (OVAL), het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB), de vereniging van Zelfstandige en Freelance Bedrijfsartsen (ZFB) en bedrijfsartsen werkzaam binnen (landelijke) arbodiensten/multinationals.

Voor bedrijfsartsen is een Arbo-inf@ct verschenen met informatie over de inzet van antigeensneltesten bij bedrijven en instellingen en de rol van de bedrijfsarts.

Medische eindverantwoordelijkheid

Bij het testen van werknemers op SARS-CoV-2 zijn vier partijen betrokken, namelijk de werkgever, de werknemer, de bedrijfsarts/arbodienst en de testaanbieder. De testaanbieder is de rechtspersoon die in deze context testen aanbiedt en uitvoert (zie ook hierna). Binnen dit private testspoor wordt de test aangevraagd via een werkgever. Daarbij is de bedrijfsarts de verwijzer. Deze dient zich ervan te vergewissen dat de (snel)test uitgevoerd wordt door een ter zake kundige en veilige testfaciliteit die onder toezicht staat van een BIG-geregistreerd arts.

Wanneer een werknemer door zijn werkgever wordt aangemeld voor een test, vindt de onderliggende verwijzing plaats onder verantwoordelijkheid van de (bedrijfs)arts, waarbij de test eventueel wordt uitgevoerd door de interne of externe arbodienst. De bedrijfsarts is de verwijzer, want onder zijn/haar medische verantwoordelijkheid wordt het advies gegeven om een test af te nemen. De aanvrager is degene die de aanvraag administratief uitvoert (daarin zit zowel de administratieve handeling als het financiële akkoord besloten).

Indien er geen (bedrijfs)arts/arbodienst betrokken is, kunnen werknemers zich bij klachten of in het kader van bron- en contactonderzoek melden bij de Basis Testinfrastructuur (o.a. de GGD-teststraten).

Een arts in dienst van een bedrijf of onderneming (anders dan de bedrijfsarts bij een interne arbodienst) kan nooit de verwijzer zijn of een andere rol hebben in het testproces (bijvoorbeeld afname). Hij/zij wordt dan namelijk (juridisch) beschouwd als handelend namens de werkgever. De werkgever mag nooit medische gegevens van personeel verwerken zonder expliciete toestemming van betrokken werknemer.

Een testaanbieder kan dezelfde partij zijn als de arbodienst, maar dat hoeft niet. Wanneer het verschillende samenwerkende partijen zijn, is ook de medische eindverantwoordelijkheid uit te splitsen in verwijzen (arbodienst/eigen bedrijfsarts) en uitvoeren/opvolgen (testaanbieder). De arts verbonden aan de testaanbieder is medisch eindverantwoordelijk voor uitvoering van de testen en de opvolging van de testuitslag (aflezen, uitslag mededelen, melden van de positieve testuitslag bij de GGD 'als ware hij het laboratorium' en nazorg).

Testen volgens landelijk testbeleid

  • Testen, ook binnen bedrijven en ondernemingen, verloopt conform het landelijke testbeleid. Het testbeleid wordt voortdurend bijgesteld op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. De IGJ houdt toezicht op het testen en testproces. Uitvoerige uitleg over testen op COVID-19 vindt u op de RIVM-webpagina Testen op COVID-19, in de Aanvullende informatie diagnostiek COVID-19 bij de LCI-richtlijn COVID-19 en op Rijksoverheid.nl. Zie voor het meest recente testbeleid de OMT-adviezen.
  • Het testbeleid binnen het private testspoor in bedrijven en instellingen is erop gericht om transmissie van SARS-CoV-2 op de werkvloer te voorkomen en hiermee een veilige en gezonde werkplek, naast continuïteit van de werkzaamheden, te bevorderen.
  • Een teststrategie binnen de werksetting voor gerichte opsporing en bestrijding en/of ter eventuele gedeeltelijke vervanging van maatregelen t.b.v. de continuïteit van het werkproces (bijv. quarantaine/handhaving onderlinge afstand) / veilige toegang, bij werknemers zonder klachten en zonder bekende blootstelling is mogelijk binnen het landelijk testbeleid; zie groep 10 uit de tabel over verschillende type testen. Hierbij is sprake van preventief en frequent testen met antigeentesten van werknemers zonder klachten en zonder bekende blootstelling in werksituaties waarbij het niet mogelijk is om thuis te werken en waar de 1,5 meter moeilijk te handhaven is. Voor deze situaties geldt dat (vrijwillig) preventief en frequent testen kan worden ingezet om veiliger werken mogelijk te maken.* Hierbij gelden onveranderd de (overige) landelijke maatregelen.
  • Testen op SARS-CoV-2 is een van de bestrijdingsmaatregelen tegen SARS-CoV-2; alle landelijke ingestelde maatregelen dienen hiernaast op dit moment nog steeds opgevolgd te worden.
  • Voor de inzet van testen bij werknemers geldt dat deze testen op basis van vrijwilligheid aangeboden worden aan de werknemer en conform het landelijke testbeleid.

 

* De testen voor de hierboven benoemde doelgroep werknemers kunnen door werkgevers worden aangeboden, werknemers kunnen zich hiervoor dus niet melden bij de GGD-teststraten. Testen is geen vervanging van de landelijk geldende maatregelen.

Wanneer worden welke testen wel/niet gebruikt?

  • Momenteel geldt dat volgens het landelijk testbeleid mensen met klachten die kunnen duiden op infectie met SARS-CoV-2 worden getest (zie advies OMT 83 en 84). Daarnaast kunnen ook mensen zonder klachten zich laten testen volgens het landelijk testbeleid (zie ook Corona teststrategie). Dit kan vooralsnog in de volgende gevallen:
    • Ze komen naar voren uit bron- en contactonderzoek omdat zij nauw contact hadden met een besmet persoon (zie het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19).​​​​​​
    • Ze krijgen een melding in de CoronaMelder-app omdat ze in contact zijn geweest met iemand met corona (zie het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19).​​​​​​
    • In het kader van uitbraakonderzoek als screening in instellingen waar kwetsbare personen verblijven.
    • In het kader van uitbraakonderzoek in andere instellingen, scholen en werksituaties e.d. als screening.
    • Voor terugkeer uit het buitenland.
    • In het kader van testen om veiliger te kunnen werken: preventief testen van werknemers zonder klachten en zonder bekende blootstelling (zie p. 40 spoor 2b van de kamerbrief van 23 februari 2021).
  • In de tabel over verschillende type testen vindt u informatie over welke test(en) bij welke groepen aangewezen zijn. Deze tabel wordt regelmatig bijgewerkt o.b.v. actuele ontwikkelingen en inzichten. Er wordt bij de testkeuze onder meer een onderscheid gemaakt tussen personen met recente klachten als ook personen zonder klachten.
  • Het is van belang de verschillende soorten testen voor de juiste doelgroepen in te zetten, de juiste techniek van bemonstering uit te voeren, en zich te realiseren dat het aantal dagen dat iemand al klachten heeft de gevoeligheid van de test beïnvloedt.
  • De testkeuze in de tabel houdt rekening met dit feit. Soms wordt het risico op een fout-negatieve test aanvaardbaar geacht (bij evt. besmetting van overigens gezonde personen, dus zonder verhoogd risico op een ernstig beloop en testen t.b.v. de volksgezondheid), soms niet – dan dient een negatieve testuitslag met een PCR bevestigd te worden, bijvoorbeeld bij zorgmedewerkers en bij kwetsbare personen (testen t.b.v. individuele diagnostiek).
  • Werknemers met ernstige klachten (koorts en/of benauwdheid) horen niet thuis in het private testspoor. Zij nemen (telefonisch) contact op met hun huisarts, behandelend arts of de huisartsenpost en worden niet via het private testspoor getest. Zie ook advies naar aanleiding van OMT 80).
  • Naast de PCR-test zijn er andere testen die qua techniek ook gebaseerd zijn op nucleïnezuuramplificatie en voor COVID-19-diagnostiek gebruikt worden, waaronder de loop-mediated isothermal amplification (LAMP)-test. Deze wordt als equivalent van de PCR-test beschouwd. De LAMP-test geeft sneller een resultaat dan de meeste PCR-testen en heeft slechts een beperkte labsetting nodig.
  • Antigeensneltesten laten snel en veelvuldig testen toe met een mogelijk hogere testbereidheid als gevolg. Maar antigeensneltesten zijn minder gevoelig dan reguliere PCR-testen en de LAMP-test. Antigeensneltesten hebben een lagere sensitiviteit dan een PCR-test; de specificiteit is goed. Dit betekent dat er weinig tot geen fout-positieve testuitslagen zijn, maar wel een grotere kans op fout-negatieve uitslagen. Een deel van de mensen die negatief getest zijn met een antigeensneltest kan dus toch besmettelijk zijn. Bij de antigeensneltest is daarom duidelijke communicatie nodig over de betekenis van een negatieve testuitslag en de noodzaak om bij verergering of ontstaan van klachten zich opnieuw te laten testen. De geadviseerde afnamemethode is in de basis een gecombineerde oropharyngeale/nasopharyngeale afname (zowel neus- als keelswabafname). Bij zorgmedewerkers moet een negatieve uitslag van een antigeentest altijd bevestigd worden door een PCR-test of LAMP-test. Werknemers (buiten zorginstellingen) uit een medische risicogroep (zie paragraaf Risicogroepen van de LCI-richtlijn COVID-19) die milde klachten hebben hoeven bij een negatieve antigeensneltestuitslag niet hertest te worden. Ook voor deze groep geldt dat duidelijke communicatie nodig is over de betekenis van een negatieve testuitslag en tevens het advies om bij verergering van klachten (telefonisch) contact op te nemen met hun huisarts, behandelend arts of de huisartsenpost.
  • De ademtest is een vóórscreeningstest. Bij een 'positieve' (c.q. niet negatieve) uitslag dient altijd een tweede test ingezet te worden ((LAMP-) PCR- of antigeensneltest), maar een negatieve ademtest sluit infectie bij symptomatische personen betrouwbaar uit.

 

Zie ook: Verschillende type testen (RIVM.nl) .

Waar kunnen testen worden uitgevoerd?

De verantwoordelijk/verwijzend arts dient zich ervan te vergewissen dat de test voor de werknemer aangevraagd wordt bij een testfaciliteit waarvan het laboratorium bij gebruik van SARS-CoV-2-PCR-testen een verklaring van prestatie heeft van het RIVM en bij gebruik van een andere SARS-CoV-2-test dan een PCR-test de toepassing conform het testbeleid van de OMT-adviezen is én dat daarnaast een correcte validatie (evaluatie) is uitgevoerd.

Zodra het OMT positief adviseert over een nieuwe testsoort en over de inpassing ervan in het testbeleid heeft geadviseerd, kan de gebruikelijke weg voor het beoordelen van validatiestudies van (snel)testen van verschillende fabrikanten gevolgd worden: elk laboratorium en elke testaanbieder dient zich ervan te vergewissen dat de gebruikte test voldoende onafhankelijk gevalideerd is voor het testdoel. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is de handhavende partij in Nederland. Zij ziet hierop toe en controleert op de randvoorwaarden en (medische) eisen rond testen binnen private/commerciële initiatieven die zijn opgesteld door het ministerie van VWS .

Status validatie

Antigeentesten 

Er zijn verschillende antigeen(snel)testen voor het virus SARS-CoV-2 beschikbaar. Het is belangrijk om zorgvuldig te toetsen of de testen goed werken bij de doelgroepen waarvoor ze worden gebruikt. Het RIVM verzamelt de informatie uit de evaluatietrajecten bij verschillende laboratoria in een overzicht. Dit overzicht wordt afhankelijk van de hoeveelheid data die wordt aangeleverd bijgewerkt en gepubliceerd. Het RIVM is niet verantwoordelijk voor het goedkeuren van antigeentesten. Elk laboratorium en arts die testen aanvraagt, is zelf verantwoordelijk er op te letten dat aangeschafte testen voor gebruik bij een bepaalde doelgroep getoetst zijn. Dit overzicht is een hulpmiddel voor laboratoria en artsen in Nederland. Er worden eisen gesteld aan de fabrikant, de test zelf en de gebruiksvriendelijkheid. Naast het CE-certificaat dienen deze testen te voldoen aan alle eisen die de Wet medische hulpmiddelen (Wmh) en het Besluit in-vitro diagnostica (Bivd) aan medische hulpmiddelen en in vitro diagnostica stellen.

Afnemen en uitvoeren van testen

  • De afname van het monster en de uitvoering van de test op de testlocatie gebeurt conform de instructies van de fabrikant en onder medische eindverantwoordelijkheid van een (bedrijfs)arts met een BIG-registratie die daartoe verbonden is aan de testaanbieder. Deze (test/zorg)aanbieder is verantwoordelijk voor het gehele proces van registratie, testafname, rapportage, toepassing wet- en regelgeving omtrent privacy, melding 'als ware hij het laboratorium' en nazorg.
  • De uitvoering van deze activiteiten kan onder (gedelegeerde) verantwoordelijkheid van de arts plaatsvinden door bijvoorbeeld een verpleegkundige of doktersassistent. Binnen de testlocatie wordt erop toegezien door de verantwoordelijk arts dat het personeel bevoegd, bekwaam en goed getraind en geïnstrueerd is (vergelijkbaar met het personeel in GGD-teststraten). Het werken in taakdelegatie is goed denkbaar in de bedrijfsgeneeskundige setting waarin de bedrijfsarts mogelijk niet altijd op de testlocatie aanwezig kan zijn.
  • Er is sprake van veilige en gezonde werkomstandigheden voor de medewerkers bij de testlocatie met juist gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. De werkgever van de testafnemer is daarvoor verantwoordelijk.
  • De locatie waar de testen uitgevoerd worden, moet voldoen aan de relevante en vigerende wet- en regelgeving, richtlijnen en professionele normen, zoals:
  • De swabs, de testen en de PBM worden beschouwd als biologisch gecontamineerd en dienen veilig vervoerd en afgevoerd te worden (zie publicatie Staatscourant 3 november 2020 en Aanvullende informatie diagnostiek COVID-19, hoofdstuk 7).

​​​​​​​Terugkoppeling van resultaten en nazorg

Terugkoppeling van resultaten

  • Met goede mondelinge en schriftelijke communicatie wordt de geteste persoon geïnformeerd over de betekenis van het testresultaat inclusief heldere (gedrags)instructies. Bij een positieve testuitslag is de eindverantwoordelijke arts wettelijk verplicht dit te melden bij de GGD en gelden de leefregels voor een positief getest persoon, waarvan isolatie de belangrijkste is, (zie leefregels en informatiebrieven bron- en contactonderzoek). De GGD zal contact opnemen met de werknemer met een positieve uitslag om het BCO te verrichten. Een negatieve testuitslag sluit een besmetting niet uit; de uitslag moet worden beoordeeld in relatie tot het moment van (mogelijke) blootstelling of tijdsduur vanaf de eerste ziektedag. Voor werknemers met klachten die werkzaam zijn in de zorg is altijd een bevestiging van een negatieve antigeentestuitslag nodig met behulp van PCR of LAMP-test (zie ‘Wanneer worden welke testen wel/niet gebruikt’). De geteste persoon dient daarover informatie te krijgen.
  • Voor die gevallen waarin de bedrijfsarts advies nodig heeft over de interpretatie / betekenis van de uitslag en bij twijfel over een indicatie tot hertesten, is vooraf geregeld dat de bedrijfsarts consult kan vragen met een arts-microbioloog/viroloog.

Nazorg

  • Binnen dit private testspoor is aandacht voor de psychosociale begeleiding van geteste werknemers noodzakelijk. Hiertoe behoren de medische aspecten/beperkingen, verzuimbegeleiding voortvloeiend uit gezondheidsklachten en/of een positieve test en duiding en vertaling naar de context van het werk. Hierbij is het NVAB professionele statuut van de bedrijfsartsen leidend.
  • Indien er sprake is van (een verdenking op) een cluster gerelateerd aan een (onderdeel van een) bedrijf of onderneming vormt de GGD de back-up. De (bedrijfs)arts dient contact op te nemen met de GGD voor advies over de te nemen maatregelen. De plicht tot het bieden van een veilige werkplek/werkomstandigheden vormt hier de wettelijke grondslag. Het is van belang verspreiding binnen een bedrijf goed te monitoren (bijvoorbeeld verspreiding binnen een afdeling ten gevolge van fout-negatieve uitslagen). De GGD kan adviseren over de bestrijding en het uitvoeren van het uitbraakonderzoek.

Melden bij de GGD in het kader van de Wet publieke gezondheid

Meldplicht

  • Elk laboratorium en elke arts onder wiens auspiciën een SARS-CoV-2-(snel)test uitgevoerd is, is verplicht (op grond van de Wet Publieke Gezondheid) een positieve bevinding aan de GGD te melden. Er vindt dus van twee kanten melding plaats. Men mag deze verantwoordelijkheid niet delegeren aan de werknemers zelf. Deze verantwoordelijkheid ligt a) bij de aanvragende bedrijfsarts (uitgebreide melding ex art. 21-23 Wpg) en b) en bij de eindverantwoordelijk arts van de test-/zorgaanbieder die optreedt als 'ware hij het laboratorium' (beperkte melding ex art. 25 Wpg).
  • Ten aanzien van het bron- en contactonderzoek kan er sprake zijn van een verlengde-armconstructie waarbij de bedrijfsarts, onder supervisie van een GGD-arts infectieziektebestrijding en/of lokale GGD, uitvoering kan geven aan de Wpg-taken. Dit kan alleen als daar heldere afspraken met de GGD over gemaakt zijn.
  • De GGD zal meldingen van positieve testen binnen het private testspoor accepteren wanneer deze conform deze handreiking uitgevoerd zijn.
  • Hoewel de toepassing van niet-gevalideerde testen dan wel het anderszins niet volgen van deze handreiking waarin de vigerende OMT-adviezen verwerkt zijn, nadrukkelijk niet de bedoeling is, is het in het kader van de publieke gezondheid gewenst en verplicht dat ook daarbij melding gedaan wordt van positieve uitslagen, zeker wanneer de betreffende (bedrijfs)arts/arbodienst daar consequenties aan zou gaan verbinden in het kader van werkverbod of contactopsporing. In die gevallen kan de GGD aan de betrokken persoon adviseren om een aanvullende test via de Basis Testinfrastructuur te laten doen.

Uitvoering meldplicht

  • Testen uitgevoerd in de Basis Testinfrastructuur (GGD-teststraten) worden geregistreerd en verwerkt in CoronIT. Hiermee is niet alleen de registratie, maar ook de automatische melding bij de GGD geborgd en wordt bron- en contactonderzoek door de GGD opgestart. Er is een apart meldportaal gemaakt voor partijen in het private testspoor waarin de registratie van de geteste werknemers inclusief (positieve) uitslagen kan plaatsvinden. Dit portaal is de voorkeursoptie voor meldingen, informatie is bij GGD GHOR Nederland te vinden.
  • De melding aan de GGD, totdat het meldportaal voor alle aanbieders beschikbaar is, verloopt anders vanuit het private testspoor; via beveiligde mail. Raadpleeg de website van de GGD of neem contact op met de regionale GGD.
  • De aanvragende (bedrijfs)arts dient bij ontvangst van een positieve uitslag een uitgebreide melding te doen aan de GGD (zie voor de gegevens art. 24 Wpg)
  • Met het vaststellen van de ziekteverwekker fungeert de testfaciliteit de facto als laboratorium. Op de testfaciliteit rust een qua gegevens beperktere meldplicht aan de GGD, namelijk naam, geboortedatum, BSN van de betrokkene en de naam van de aanvragende arts, aangevuld met het telefoonnummer van betrokkene om BCO te kunnen starten.
  • Vallen aanvragend arts en uitvoering testfaciliteit samen dan volstaat de uitgebreide melding die op de aanvragend arts rust, aangevuld met het telefoonnummer van de betrokkene.

Vertrouwelijkheid van gegevens

  • De Wet geneeskundige behandelovereenkomst is bij opdracht van een werkgever om een werknemer te testen in verband met veilig werken niet van toepassing. Met de registratie van de aanvraag van de test wordt feitelijk wel een dossier aangelegd met bijzondere medische persoonsgegevens. Hierop is dus niet de Wgbo in volle omvang van toepassing, maar wel de privacybescherming van de AVG. Wanneer iemand zich presenteert bij een testlocatie mag stilzwijgend informed consent verondersteld worden. De werknemer geeft daarmee ook toestemming voor het registeren van diens gegevens, omdat dat nodig is voor het terugkoppelen van de uitslag.
  • De gegevens dienen organisatorisch en technisch adequaat verwerkt en opgeslagen te worden en verstrekking van informatie aan derden dient achterwege te blijven. In afwijking hiervan is verstrekking van de uitslag aan een (bedrijfs)arts in wiens opdracht de diagnostiek werd uitgevoerd in het kader van arbeidsgeneeskunde of ter beoordeling van de arbeidsgeschiktheid, wel toegestaan.
  • Binnen een zorginstelling kunnen afspraken gelden dat gegevens gedeeld worden met de arts-microbioloog c.q. de deskundigen infectiepreventie. Op deze wijze worden clusters geïdentificeerd in combinatie met testuitslagen van positief geteste personen inclusief patiënten. De afspraken en procedure rond het uitwisselen van deze informatie dient uiteraard goed te worden vastgelegd.
  • Het bovenstaande laat onverlet de meldplicht door de arts en de testlocatie/het laboratorium aan de GGD een positief geteste patiënt te melden (zie hierboven bij: Melden bij de GGD in het kader van de Wet publieke gezondheid).​​​​​​​

​​​​​​​Versiebeheer

  • 17-08-2021: Door het gehele document zijn wijzigingen doorgevoerd, zodat het klopt met de actuele stand van zaken. De paragraaf ‘Wanneer worden welke testen wel/niet gebruikt?’ is aangepast conform het huidige bron- en contactonderzoek protocol en de geadviseerde afnamemethode is gespecificeerd voor antigeensneltesten. De informatie over de status van de validatie van antigeentesten heeft een update gekregen. En informatie over het Meldportaal is toegevoegd en het kopje ‘registratie’ is in zijn geheel verwijderd n.a.v. het beschikbaar komen van het meldportaal.
  • 26-03-2021: Korte toevoeging over (begeleide) zelfafname in bedrijven; toepassing hiervan valt buiten deze handreiking. Informatieve link hierover toegevoegd.
  • 08-03-2021: Toevoeging preventief en frequent testen van werknemers (vrijwillig) zonder klachten en zonder bekende blootstelling in specifieke werksituaties tijdens de lockdown, om veiliger werken mogelijk te maken.
  • 24-02-2021: Aanpassingen n.a.v. wijziging landelijk testbeleid. Toevoeging dat handreiking ook van toepassing is op instellingen en scholen/onderwijsinstellingen.
  • 15-02-2021: Tekstuele aanpassing in de uitleg over de door het ministerie van VWS opgestelde notitie ‘Uitgangspunten voor inzet testen op COVID-19 (waaronder antigeen(snel)testen) buiten de GGD-testlocaties’.  
  • 03-02-2021: T.a.v. de LAMP-test en antigeentest is meer achtergrondinformatie toegevoegd in de handreiking onder het kopje ‘Wanneer worden welke testen wel/niet gebruikt?’. Daarnaast is onder hetzelfde kopje een aantal nieuwe situaties toegevoegd wanneer mensen zonder klachten zich kunnen laten testen volgens het landelijk testbeleid.
  • 15-01-2021: Aanpassingen n.a.v. recente OMT’s over testen. De belangrijkste wijziging is dat de handreiking nu niet enkel antigeensneltesten maar (snel)testen in algemene zin behandelt; de LAMP-test en ademtest zijn toegevoegd aan het stuk. En er is een link opgenomen naar Welke testen bij welke groepen
  • In de tekst is het onderdeel ‘Waar kunnen testen worden uitgevoerd’ uitvoerig aangepast. Het kopje ‘Antigeensneltesten en validatie’ is vervangen door het kopje ‘Status validatie testen’.
  • 22-12-2020: Inmiddels is een aantal antigeensneltesten klinisch gevalideerd voor gebruik bij verschillende groepen personen. Zie Status validatie SARS-CoV-2-antigeensneltesten, te downloaden vanaf de pagina Toetsen van antigeensneltesten.
  • 10-12-2020: Discrepantie opgelost: onder 'Terugkoppeling van resultaten' is verwijderd dat ook bij werknemers met (milde) klachten behorend tot de medische risicogroepen altijd een PCR-bevestiging van een negatieve antigeenuitslag nodig is; eerder in de handreiking (onder kopje Wanneer kunnen antigeensneltesten wel/niet gebruikt worden?) was namelijk al (terecht) gemeld dat zij niet hertest hoeven te worden.
  • 01-12-2020: Paragraaf antigeensneltesten: werknemers uit een medische risicogroep met milde klachten (buiten zorginstellingen) hoeven bij een negatieve testuitslag van een antigeensneltest niet hertest te worden.
  • 27-11-2020: Eerste versie.