Handreiking voor contactonderzoek bij COVID-19 in instellingen voor langdurige zorg

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | versie 8 juli 2021 (versiebeheer zie onderaan pagina) | Tot stand gekomen in overleg met Verenso en NVAVG, op uitvoerbaarheid getoetst door Actiz, VGN en De Nederlandse GGZ.

Deze handreiking is bedoeld om de samenwerking te beschrijven tussen GGD’en en instellingen voor langdurige zorg bij het nemen van maatregelen om verspreiding van COVID-19 in instellingen tegen te gaan en bij bron- en contactonderzoek indien een of meer bewoners, medewerkers of bezoekers van de instelling positief zijn bevonden. Bij instelling bedoelen we een situatie waarin cliënten/bewoners in groepsverband wonen. In deze handreiking gaan we uit van cliënten/bewoners met een verhoogd risico op een ernstig beloop van COVID-19. Daarnaast komen cliënten die wonen in een instelling voor langdurige zorg in aanraking met andere cliënten/ bewoners en meerdere zorgverleners wat de kans op verspreiding van het COVID-19 virus in een instelling kan vergroten. Voor cliënten die zelfstandig wonen, wordt het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 gevolgd.

Deze handreiking geldt ook als zorgmedewerkers en/of cliënten tegen COVID-19 gevaccineerd zijn. Vaccinatie geeft geen 100% bescherming en het is nog niet bekend hoe lang het vaccin beschermt. Ook is nog onvoldoende bekend in hoeverre iemand die gevaccineerd is toch het virus kan verspreiden. Vaccinatie vormt op dit moment dus geen reden om het testbeleid aan te passen. De verwachte effecten van vaccinatie binnen instellingen voor langdurige zorg geven wel ruimte voor enkele beperkte versoepelingen rondom quarantaine.

 

Inhoud

  1. Achtergrond
  2. Algemeen
    - Voor cliënten/bewoners
    - Voor medewerkers
    - Bron- en contactonderzoek
  3. Eén cliënt/bewoner, medewerker of bezoeker positief getest
    - Cliënt/bewoner
    - Medewerker
    - Bezoeker
  4. Cluster/uitbraak-scenario

1. Achtergrond

COVID-19 is een meldingsplichtige infectieziekte groep A veroorzaakt door SARS-CoV-2. De behandelend arts is verplicht een cliënt/bewoner met een bevestigde infectie te melden bij de GGD. Overigens wordt elke positief geteste persoon ook gemeld door het laboratorium aan de GGD.

Volgens de Wet publieke gezondheid zijn de GGD’en verantwoordelijk om bron- en contactonderzoek uit te (laten) voeren bij de gemelde personen. Doel van het contactonderzoek is het opsporen en in quarantaine plaatsen en/of monitoren van mogelijk besmette personen om verdere verspreiding van de ziekte tegen te gaan. In deze handreiking staat beschreven hoe de taken en verantwoordelijkheden bij dit bron- en contactonderzoek zijn verdeeld tussen de GGD en de zorginstelling. Het is belangrijk om hierover vooraf lokale afspraken te maken. Ook kan gebruik gemaakt worden van beschikbare lokale expertise in de instellingen.

Er zijn grote verschillen tussen instellingen voor langdurige zorg wat betreft de kenmerken van de bewoners en de aard van de geleverde zorg. Deze handreiking probeert voor die verschillende situaties handvatten te bieden.

Verenso (Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde) en de NVAVG (Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten) hebben hun eigen richtlijn opgesteld voor diagnostiek en behandeling van COVID-19 voor bewoners in verpleeghuizen, instellingen voor verstandelijk gehandicapten, woonzorgcentra en kleinschalige woonvoorzieningen (mits hoofdbehandelaar). Hierin wordt ook aandacht besteed aan het beleid bij uitbraken in de instelling.

Voor de GGZ instellingen is door verschillende partijen in deze sector de Richtlijn GGZ en corona opgesteld.

Definitie ‘immuun’

In het beleid met betrekking tot bron- en contactonderzoek speelt de immuniteit van de blootgestelde personen een belangrijke rol.

Personen kunnen als immuun worden beschouwd indien zij:

  • de vaccinatieserie afgerond hebben >14 dagen geleden ;
  • COVID-19 doorgemaakt hebben en daarna 1 vaccinatie hebben ontvangen >14 dagen geleden;
  • COVID-19 doorgemaakt hebben <6 maanden geleden.
     

Iedereen die niet voldoet aan de criteria van immuun, wordt beschouwd als niet-immuun.

2. Algemeen

De artsen verbonden aan de instelling (zoals specialist ouderengeneeskunde, arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts) zijn verantwoordelijk voor het medisch beleid in instellingen voor langdurige zorg. De instelling is verantwoordelijk voor de algemene infectiepreventiemaatregelen. De GGD kan hierin adviseren.

De Wet publieke gezondheid beschrijft de verantwoordelijkheden van de GGD.

2A. Cliënten/bewoners

Voor immune cliënten/bewoners geldt:

  • Iedere cliënt/bewoner met klachten passend bij COVID-19* wordt geïsoleerd op een (eigen) 1-persoonskamer tot de testuitslag bekend is.
  • Indien de test negatief is, mag de cliënt/bewoner zich weer vrij bewegen
  • Indien de test positief is, wordt de positief geteste cliënt/bewoner geïsoleerd op een (eigen) 1-persoonskamer of in cohort en volgt bron- en contactonderzoek.
     

Voor niet-immune cliënten/bewoners geldt:

  • Iedere cliënt/bewoner met klachten passend bij COVID-19* wordt geïsoleerd op een (eigen) 1-persoonskamer tot de testuitslag bekend is.
  • Indien de test negatief is, mag de cliënt/bewoner zich weer vrij bewegen, behalve als hij/zij nog in een quarantaine zit als nauw contact.
  • Indien de test positief is, wordt de positief geteste cliënt/bewoner geïsoleerd op een (eigen) 1-persoonskamer of in cohort en volgt bron- en contactonderzoek.
     

* Zie de LCI-richtlijn COVID-19, paragraaf Ziekteverschijnselen.

Zie voor het beleid in de verpleeghuizen en intramurale VG-sector: het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG.

2B. Medewerkers

Voor medewerkers (incl. vrijwilligers) geldt:

  • Iedere medewerker met een verdenking op COVID-19 blijft thuis tot de testuitslag bekend is.
  • Indien de test negatief is, mag de medewerker zich weer vrij bewegen, tenzij er een quarantaine-advies geldt (zoals terugkeer uit een hoog risicogebied) of als de medewerker niet-immuun is en in quarantaine zit (bijvoorbeeld als nauw contact).
  • Indien de test positief is, blijft de medewerker thuis. Er volgt bron- en contactonderzoek door de GGD. Afhankelijk van de vaccinatiestatus van de huisgenoten moeten de huisgenoten van de medewerker in quarantaine*. (Zie Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 | LCI richtlijnen (rivm.nl))

Zie ook Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

2C. Bron- en contactonderzoek

  • Bron- en contactonderzoek vindt plaats naar aanleiding van een positieve test.
  • De GGD draagt zorg voor het bron- en contactonderzoek. De GGD kan (delen hiervan) delegeren aan de instelling, maar blijft eindverantwoordelijk hiervoor. De instelling heeft een eigenstandige verantwoordelijkheid voor o.a. goede zorgverlening aan cliënten/bewoners en adequate arbeidsomstandigheden voor zorgmedewerkers.
  • Bij het bron- en contactonderzoek wordt aan de positief geteste persoon gevraagd met wie hij/zij in de besmettelijke periode (vanaf 2 dagen voor het ontstaan van de klachten) contact heeft gehad. Indien de positief geteste persoon daar zelf niet toe in staat is, vindt overleg plaats met de betrokken medewerkers en/of familie. Afhankelijk van de tijdsduur van het contact, de vaccinatiestatus en de afstand tot de positief geteste persoon wordt een indeling gemaakt in welke categorie een contact valt en welke maatregelen van toepassing zijn. Zie hiervoor ook LCI protocol Bron- en Contactonderzoek.
  • Bij de uitvoering van het contactonderzoek wordt onderscheid gemaakt in contacten binnen en buiten de instelling. GGD en instelling maken afspraken wie welke contacten benadert.
  • Voor contactonderzoek binnen de instelling is overleg met de GGD gewenst, de GGD kan adviseren wie in welke contactcategorie valt en welke informatie gedeeld moet worden met de contacten.
  • Zorgmedewerkers worden door de GGD beschouwd als risicogroep vanwege hun beroep. De GGD neemt daarom de regie in het BCO onder zorgmedewerkers, waaronder het opsporen en informeren van contacten of delegeert dit (gedeeltelijk) naar de werkgever of bedrijfsarts van de zorgmedewerker.
  • Aangezien een werkgever niet mag vragen naar de vaccinatiestatus van zijn medewerker, zal de vaccinatiestatus van de medewerker niet altijd bekend zijn bij de werkgever. In dat geval kan de werkgever niet volledig het contactonderzoek uitvoeren. De GGD voert dan dat deel (vaccinatie) van het contactonderzoek onder medewerkers uit, of delegeert dit aan de bedrijfsarts. Zie ook hoofdstuk 5. Aandachtspunten i.v.m. privacywetgeving.
  • De GGD voert het contactonderzoek uit bij de contacten buiten de instelling. De instelling draagt de daarvoor benodigde gegevens over aan de GGD.

3. Eén cliënt/bewoner, medewerker of bezoeker positief getest

COVID-19 is een meldingsplichtige ziekte groep A. Bij een positieve bevinding moet deze door de behandelend arts én door het laboratorium direct gemeld worden bij de GGD.

3A. Cliënt/bewoner positief getest

Een bewoner van een instelling voor langdurige zorg die verdacht wordt van COVID-19, gaat direct in isolatie en wordt getest.

Binnen de instelling zijn afspraken gemaakt wie verantwoordelijk is voor de informatie aan de directie/raad van bestuur van de instelling.

Maatregelen:

  • De instelling brengt op korte termijn de contacten van de positief geteste cliënt/bewoner (index) binnen de eigen muren in kaart.
  • Cliënten/bewoners die dezelfde gemeenschappelijke ruimtes delen binnen een woongroep/unit (woonkamer, keuken) worden beschouwd als huisgenoten. Voor andere cliënten/bewoners wordt gekeken wie meer dan 15 minuten contact hebben gehad op minder dan 1,5 meter. Maak hierbij onderscheid in immune en niet-immune contacten.
  • Ga na met welke medewerkers, vrijwilligers en bezoekers de cliënt/bewoner contact heeft gehad. Afhankelijk van de tijdsduur van het contact, de vaccinatiestatus en de afstand tot de positief geteste persoon wordt een indeling gemaakt in welke categorie een contact valt en welke maatregelen van toepassing zijn. De GGD heeft hiervoor de eindverantwoordelijkheid en kan dit wanneer het medewerkers betreft delegeren aan de bedrijfsarts. Het contactonderzoek onder bewoners/cliënten kan gedelegeerd worden aan de arts van de instelling. Zie hiervoor het LCI Protocol Bron en contactonderzoek COVID-19.
  • Zorgmedewerkers die volledige persoonlijke beschermingsmiddelen (chirurgisch mondneusmasker ten minste type IIR, handschoenen, bril en schort) op de juiste manier hebben gebruikt, worden niet als contact geïncludeerd in het contactonderzoek. Ook zorgmedewerkers die preventief een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II en handschoenen op de juiste manier hebben gedragen/adequate handhygiëne hebben toegepast bij het contact met een patiënt tijdens diens besmettelijke periode, zonder tevens een bril en een schort, worden niet geïncludeerd in het contactonderzoek.
  • NB: bij bekend positieve cliënt/bewoner dient altijd volledige persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) gebruikt te worden.
  • Voor cliënten/bewoners die onbeschermd nauw contact hebben gehad (categorie 1- of categorie 2-contact) geldt het volgende:

Zorgmedewerkers

  • Immune zorgmedewerkers die onbeschermd nauw contact (categorie 2) hebben gehad met een positief geteste cliënt/bewoner hoeven niet in quarantaine. Zij dragen tot en met 10 dagen na het laatste contact met de positief geteste cliënt/bewoner tijdens het werk een chirurgisch mondneusmasker tenminste type II. Zij laten zich testen op dag 5 en indien zij klachten ontwikkelen.
  • Niet-immune zorgmedewerkers die onbeschermd nauw contact (categorie 2) hebben gehad met een positief geteste cliënt/bewoner gaan thuis in quarantaine. Indien het voor de continuïteit van zorg noodzakelijk is mogen zij werken als zij tijdens het werk een chirurgisch mondneusmasker tenminste type II dragen.
     

Zie voor uitwerking van quarantainebeleid voor deze contacten Zie Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

Vrijwilligers en bezoekers

  • Vrijwilligers en bezoekers die onbeschermd nauw contact (categorie 1 of 2) hebben gehad met een positief geteste persoon moeten gedurende 10 dagen contact met kwetsbare personen mijden. Zie ook Protocol Bron- en contactonderzoek.

3B. Medewerker positief getest

Het is belangrijk dat een zorgmedewerker de werkgever zo spoedig mogelijk op de hoogte stelt van een positieve testuitslag, onafhankelijk van de indicatie voor het testen (bijvoorbeeld vanwege een contact in de privésituatie).

Indien een medewerker getest wordt via een teststraat van de GGD, krijgt de medewerker zelf de uitslag via de GGD. Bij elke positief geteste persoon wordt door de GGD de werksituatie nagevraagd en contacten in de werksituatie. Na overleg met de medewerker informeert de GGD de instelling, tenzij de medewerker dit zelf al gedaan heeft.

Maatregelen:

3C. Bezoeker positief getest

Bij elke positief geteste persoon wordt door de GGD navraag gedaan naar overige nauwe contacten (categorie 2-contacten). Indien die persoon een bezoek heeft gebracht aan een instelling voor langdurige zorg (tussen 48 uur voor het ontstaan van de klachten en de testuitslag) informeert de GGD na overleg met de bezoeker de instelling.

Voor de maatregelen buiten de instelling volgt de GGD het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19. Onderstaande maatregelen worden gevolgd binnen de instelling.

Maatregelen:

  • De positief geteste bezoeker maakt, in overleg met de GGD, een lijst van alle cliënten/bewoners en medewerkers waarmee hij of zij in zijn besmettelijke periode (vanaf 48 uur voor het ontstaan van de eerste ziekteverschijnselen) in contact is geweest.
  • Voor cliënten/bewoners met wie de positief geteste bezoeker contact gehad heeft, geldt het volgende:
    • Immune cliënten/bewoners die categorie 2-contact zijn laten zich testen op dag 5 en indien zij klachten ontwikkelen.
    • Niet-immune cliënten/bewoners die categorie 2-contact zijn, gaan in principe in quarantaine en nemen en laten zich z.s.m. testen. Indien quarantaine een uitzonderlijk grote belasting vormt voor een client/bewoner, kan voor die client/bewoner gekeken worden welke maatregelen proportioneel zijn in verhouding tot het risico op besmetting en verspreiding van het coronavirus. Cliënten/bewoners nemen in ieder geval gedurende nemen gedurende 5 dagen niet deel aan groepsactiviteiten met kwetsbare personen buiten de eigen groep. Zij laten zich testen op dag 5 en indien zij klachten ontwikkelen.
  • Immune zorgmedewerkers die onbeschermd nauw contact (categorie 2) hebben gehad met een positief geteste bezoeker hoeven niet in quarantaine. Zij dragen tot en met 10 dagen na het laatste contact met de positief geteste bezoeker tijdens het werk een chirurgisch mondneusmasker tenminste type II. Zij laten zich testen op dag 5 en indien zij klachten ontwikkelen.
  • Niet-immune zorgmedewerkers die onbeschermd nauw contact (categorie 2) hebben gehad met een positief geteste bezoeker gaan thuis in quarantaine. Indien het voor de continuïteit van zorg noodzakelijk is-mogen zij werken als zij tijdens het werk een chirurgisch mondneusmasker tenminste type II dragen.
  • Zie voor uitwerking van quarantainebeleid voor deze contacten Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.
  • De instelling informeert de cliënten/bewoners, wettelijk vertegenwoordigers, medewerkers en vrijwilligers die categorie 1- of 2-contact zijn over de mogelijke besmetting en noodzakelijke maatregelen.

4. Cluster/uitbraak-scenario: meerdere cliënten/bewoners of medewerkers positief getest op COVID-19

De instelling stelt de arts infectieziektebestrijding van de betreffende GGD op de hoogte op basis van art. 26 van de Wet publieke gezondheid.

Er is sprake van een cluster/uitbraak wanneer er minimaal 2 bewoners en/of medewerkers positief testen, die op dezelfde unit of afdeling wonen of werken of anderszins epidemiologisch gerelateerd zijn.

De keuze voor de hieronder genoemde maatregelen wordt mede bepaald door de soort zorginstelling. Voor een verpleeghuis kunnen andere maatregelen belangrijk zijn dan voor bijvoorbeeld een instelling voor jonge mensen met een verstandelijke beperking. De instelling volgt bij de afwegingen de adviezen uit de sector.

Maatregelen:

  • Formeer een uitbraakteam met daarin idealiter bestuur/directie, deskundige infectiepreventie, instellingsarts, bedrijfsarts, management, P&O, hoofd schoonmaak, communicatie en -minimaal bij de start- de GGD. Doel van dit team is om te overleggen over de stand van zaken, knelpunten op te lossen en hier verslaglegging van te doen. Het is raadzaam om voor het overzicht een goede registratie bij te houden van aantal zieke en niet-zieke medewerkers en bewoners, inclusief eerste ziektedagen en datum testuitslagen.
  • De GGD en de instelling doen bron- en contactonderzoek rondom de positieve cliënten/bewoners, medewerkers, vrijwilligers en bezoek (zie onder 3).
  • De instelling volgt voor isolatie, cohortering en quarantaine het sectorbeleid. Voor de verpleeghuizen en de instellingen voor verstandelijk gehandicapten is het Behandeladvies van Verenso/NVAVG beschikbaar.
     

Onderstaande maatregelen gelden in ieder geval voor verpleeghuizen. Overweeg dit ook in andere instellingen. De instelling kan met de GGD overleggen om tot een keuze te komen.

  • Test bij een uitbraak ook bewoners en medewerkers zonder klachten van de unit of afdeling waar de uitbraak plaatsvindt om de omvang van de uitbraak in beeld te brengen.
  • Test bij een uitbraak gedurende de duur van de uitbraak wekelijks de niet eerder positief geteste cliënten/bewoners van de unit of afdeling waar de uitbraak plaatsvindt.
  • Test bij een uitbraak gedurende de duur van de uitbraak wekelijks de niet eerder positief geteste medewerkers van de unit of afdeling waar de uitbraak plaatsvindt.
  • Overweeg het invoeren van een beperking in het aantal bezoekers ook op de andere units of afdelingen.
     

De maatregelen kunnen worden opgeheven zodra de uitbraak onder controle is. Het uitbraakteam van de instelling neemt hierover het besluit. Zie het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG.

5. Aandachtspunten i.v.m. privacywetgeving

Voor de uitvoering van BCO voor immune en niet-immune contacten zoals in deze handreiking beschreven, kan door samenloop van wetgeving een mogelijk dilemma ontstaan. Zo bepaalt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) dat een werkgever slechts bijzondere persoonsgegevens mag verwerken als daarvoor een uitzondering bestaat. Gegevens over onder andere immuniteit en vaccinatiestatus zijn medische gegevens, en daarmee te beschouwen als bijzondere persoonsgegevens. Voor een werkgever is voor het verwerken van deze bijzondere persoonsgegevens geen uitzondering beschikbaar, en dus mag de werkgever bijvoorbeeld alleen de verplichte verzuimregistratie voeren zonder medisch inhoudelijke gegevens. Een werkgever mag dus niet registreren dat medewerkers wel of niet tegen COVID-19 zijn gevaccineerd. Tegelijkertijd kunnen medewerkers vanwege hun (mogelijke) niet-immune status een verhoogd risico vormen voor verspreiding van COVID-19 in een zorginstelling. Dit kan voor de werkgever een spanningsveld veroorzaken. Enerzijds is de zorginstelling verplicht kwalitatief goede en veilige zorg te bieden en anderzijds dient deze, als werkgever, te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving, maar de werkgever heeft daarbij ook een plicht om de privacy te waarborgen op het punt van vaccinatiestatus.

Hoe kunnen in deze situatie niet-gevaccineerden geïdentificeerd en aangesproken worden op hun verantwoordelijkheid bij een (potentiële) uitbraaksituatie? De GGD en de bedrijfsarts (of arbodienst) kunnen beide in dit spanningsveld een brugfunctie vervullen. De GGD heeft de bevoegdheid vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) om mensen in het kader van BCO te vragen naar hun vaccinatiestatus. De bedrijfsarts heeft een medisch beroepsgeheim en is in een organisatie zodanig onafhankelijk van de werkgever gepositioneerd dat medische gegevens, waaronder de vaccinatiestatus, niet verstrekt mogen worden aan de werkgever. De werkgever kan dus een bedrijfsarts (en/of arbodienst) inschakelen om een oordeel te geven over de mogelijkheden en beperkingen van de werknemer. Zij kunnen beide inventariseren wie wel/niet gevaccineerd is en het gesprek aangaan over het gewenste gedrag/maatregel, zonder dat de werkgever direct betrokken is. Komt de instelling er intern niet afdoende uit, dan dient de GGD het contactonderzoek uit te voeren en gerichte adviezen te geven.

De specialist ouderengeneeskunde en de arts verstandelijk gehandicapten kan geen rol spelen bij het uitvoeren van het BCO voor medewerkers. Uiteraard kunnen zij wel een rol spelen bij het uitvoeren van het BCO bewoners/cliënten.

De GGD heeft tot taak om n.a.v. een melding er op toe te zien dat BCO en afdoende maatregelen worden ingesteld in relatie tot de risicobeoordeling. Desgevraagd moet de instelling openheid van zaken geven over het uitgevoerde BCO. Wanneer de arts-IZB oordeelt dat onderzoek en maatregelen niet afdoende zijn, dan kan deze beschermingsmaatregelen, een tijdelijk beroepsverbod of quarantaine opleggen aan de individuele werknemers.

In het gehele proces kan het onvermijdelijk zijn dat ten aanzien van sommige medewerkers toch afgeleid kan worden of zij wel of niet gevaccineerd zijn. Dat gegeven moet dan door de bedrijfsarts en/of arts-IZB afgewogen worden tegen de noodzaak van bescherming van anderen. In veel gevallen zal de bescherming van kwetsbaren dan prevaleren boven de inbreuk die gemaakt wordt op de privacy van de werknemer.

Overzicht relevante wetgeving:

  1. Wet publieke gezondheid: de gemeente voert risicobeoordeling en beschermende en preventieve maatregelen uit, in het kader van de infectieziektenbestrijding. Ook het uitvoeren van BCO valt expliciet onder deze taken. De wet schrijft voor dat deze taken door de GGD’en uitgevoerd worden. COVID-19 is vanuit de wet aangemerkt als een groep A ziekte die meldingsplicht is.
  2. Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG): gezondheidsgegevens zijn bijzondere persoonsgegevens. Het is verboden deze te verwerken, tenzij een persoon uitdrukkelijk toestemming geeft of sprake is van een uitzondering in de wet. Het registreren van vaccinatiegegevens kan er toe leiden dat werknemers een druk of plicht voelen voor vaccinatie.
  3. Artikel 2 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (WKKGZ): een zorgaanbieder moet goede en veilige zorg bieden.
  4. Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst WGBO, in casu artikel 446, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek: de hulpverlener moet de patiënt onder meer behoeden voor het ontstaan van een ziekte.
  5. Idem, artikel 454: de hulpverlener houdt een dossier bij ten behoeve van goede hulpverlening.
  6. Idem, artikel 457: op de hulpverlener rust een medisch beroepsgeheim
  7. Artikel 3 e.v. Arbeidsomstandighedenwet: de werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden.
  8. Artikel 14 Arbeidsomstandighedenwet: de werkgever laat zich voor specifieke taken op het gebied van preventie en bescherming bijstaan door een bedrijfsarts.

Versiebeheer

  • 08-07-2021: Bron- en contactonderzoek voor immune- en niet-immune contacten aangepast n.a.v. 117e OMT-advies. Aandachtspunten i.v.m. privacywetgeving toegevoegd.
  • 10-06-2021: Quarantainemaatregelen voor ongevaccineerde bewoners gelijk getrokken aan gevaccineerde bewoners n.a.v. 115e OMT-advies.
  • 21-04-2021: Toelichting definitie ‘volledig gevaccineerd’ en verduidelijking beleid na volledige vaccinatie bewoners.
  • 17-03-2021: Versoepeling van quarantainemaatregelen doorgevoerd voor instellingen waar de bewoners in principe volledig gevaccineerd zijn n.a.v. het 102e OMT-advies.
  • 18-02-2021: Bovenaan de handreiking is een disclaimer toegevoegd m.b.t. het BCO-protocol en het sneller testen van categorie 1- en 2-contacten.
  • 26-01-2021: Aan de inleidende alinea ("Deze handleiding is bedoeld...") is toegevoegd dat deze handreiking ook geldt als zorgmedewerkers en/of cliënten gevaccineerd zijn tegen COVID-19; vaccinatie vormt op dit moment geen reden om het testbeleid aan te passen.
  • 18-12-2020: Uitgangspunten verduidelijkt m.b.t. specifieke risico’s voor bewoners langdurige zorginstellingen. | Wijzigingen in LCI-protocol BCO en bijlage Testbeleid en inzet zorgmedewerkers met betrekking tot quarantaine en testen op dag 5 doorgevoerd voor zover geïndiceerd in instellingen voor langdurige zorg. | Advies toegevoegd om in PG-zorg maatregelen uitbraakscenario al te nemen bij 1 positief geteste cliënt/bewoner vanwege het grote risico op verspreiding. | Advies toegevoegd om bij uitbraak de niet eerder positief geteste bewoners/cliënten en medewerkers wekelijks te hertesten. | Advies verwijderd om bij uitbraak preventief mondneusmasker te dragen door medewerkers en bezoekers verwijderd. Dit Is inmiddels algemeen beleid. | Tevens enkele inhoudelijke verduidelijkingen en tekstuele aanpassingen doorgevoerd.
  • 14-10-2020: Eerste versie