Handreiking voor contactonderzoek bij COVID-19 in instellingen voor langdurige zorg

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | versie 17 maart 2022 (versiebeheer zie onderaan pagina) | Tot stand gekomen in overleg met Verenso en NVAVG, op uitvoerbaarheid getoetst door Actiz, VGN en De Nederlandse GGZ.

 

LET OP: Onderstaande tekst is niet langer actueel.

 

Deze handreiking is bedoeld om de samenwerking te beschrijven tussen GGD’en en instellingen voor langdurige zorg bij het nemen van maatregelen om verspreiding van COVID-19 in instellingen tegen te gaan en bij bron- en contactonderzoek indien een of meer bewoners, medewerkers of bezoekers van de instelling positief zijn bevonden. Bij instelling bedoelen we een situatie waarin cliënten/bewoners in groepsverband wonen. In deze handreiking gaan we uit van cliënten/bewoners met een verhoogd risico op een ernstig beloop van COVID-19. Daarnaast komen cliënten die wonen in een instelling voor langdurige zorg in aanraking met andere cliënten/bewoners en meerdere zorgverleners, wat de kans op verspreiding van COVID-19 in een instelling kan vergroten. Voor cliënten die zelfstandig wonen wordt het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19 gevolgd.

Deze handreiking geldt ook als zorgmedewerkers en/of cliënten tegen COVID-19 gevaccineerd zijn. De bescherming door vaccinatie neemt na verloop van tijd af en de bescherming tegen de omikronvariant lijkt beperkt. Het blijft dus belangrijk om infecties met SARS-CoV-2 vroegtijdig op te sporen en maatregelen te nemen tegen verdere verspreiding. 

1. Achtergrond

COVID-19 is een meldingsplichtige infectieziekte groep A veroorzaakt door SARS-CoV-2. De behandelend arts is verplicht een cliënt/bewoner met een bevestigde infectie te melden bij de GGD. Overigens wordt elke positief geteste persoon ook gemeld door het laboratorium aan de GGD.

Volgens de Wet publieke gezondheid zijn de GGD’en verantwoordelijk om bron- en contactonderzoek uit te (laten) voeren bij de gemelde personen. Doel van het contactonderzoek is het opsporen en in quarantaine plaatsen en/of monitoren van mogelijk besmette personen om verdere verspreiding van de ziekte tegen te gaan. In deze handreiking staat beschreven hoe de taken en verantwoordelijkheden bij dit bron- en contactonderzoek zijn verdeeld tussen de GGD en de zorginstelling. Het is belangrijk om hierover vooraf lokale afspraken te maken. Ook kan gebruikgemaakt worden van beschikbare lokale expertise in de instellingen.

Er zijn grote verschillen tussen instellingen voor langdurige zorg wat betreft de kenmerken van de bewoners en de aard van de geleverde zorg. Deze handreiking probeert voor die verschillende situaties handvatten te bieden.

Verenso (Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde) en de NVAVG (Nederlandse Vereniging van Artsen voor Verstandelijk Gehandicapten) hebben hun eigen richtlijn opgesteld voor diagnostiek en behandeling van COVID-19 voor bewoners in verpleeghuizen, instellingen voor verstandelijk gehandicapten, woonzorgcentra en kleinschalige woonvoorzieningen (mits hoofdbehandelaar). Hierin wordt ook aandacht besteed aan het beleid bij uitbraken in de instelling. Deze richtlijnen zijn zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming.

Voor de GGZ-instellingen is door verschillende partijen in deze sector de Richtlijn GGZ en corona opgesteld.

2. Algemeen

De artsen verbonden aan de instelling (zoals specialist ouderengeneeskunde, arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts) zijn verantwoordelijk voor het medisch beleid in instellingen voor langdurige zorg. De instelling is verantwoordelijk voor de algemene infectiepreventiemaatregelen. De GGD kan hierin adviseren. De Wet publieke gezondheid beschrijft de verantwoordelijkheden van de GGD.

2A. Preventief cohorteren

Pas bij landelijk hoge aantallen besmettingen preventief cohorteren toe: het zo min mogelijk mengen van verschillende groepen bewoners en zo min mogelijk uitwisseling van o.a. medewerkers tussen deze groepen. Een groep kan ook een kleine locatie zijn. Contacten vinden voornamelijk plaats binnen de groep maar het cohort is niet gesloten. Ook zijn externe contacten mogelijk (bijv. uitstapje of dagbesteding). Met preventief cohorteren wordt zoveel mogelijk voorkomen dat er bij een (onopgemerkte) besmetting direct een hele instelling/grote groep bewoners besmet raakt.

2B. Cliënten/bewoners

Voor cliënten/bewoners geldt:

  • Iedere cliënt/bewoner met klachten passend bij COVID-19 wordt geïsoleerd op een (eigen) 1-persoonskamer tot de testuitslag bekend is.
  • Indien de test negatief is, mag de cliënt/bewoner zich weer vrij bewegen, behalve als hij/zij nog in een quarantaine zit als nauw contact (zie hoofdstuk 3C, 4A en 5).
  • Indien de test positief is, wordt de positief geteste cliënt/bewoner geïsoleerd op een (eigen) 1-persoonskamer of in cohort en volgt het bron- en contactonderzoek.

* Zie de LCI-richtlijn COVID-19, paragraaf Ziekteverschijnselen.

Zie voor het beleid in de verpleeghuizen en intramurale VG-sector: het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG.

2C. Medewerkers

Voor medewerkers (incl. vrijwilligers) geldt:

  • Iedere medewerker met een verdenking op COVID-19 blijft thuis tot de testuitslag bekend is.
  • Indien de test negatief is, mag de medewerker zich weer vrij bewegen, tenzij er een quarantaine-plicht of quarantaine-advies geldt.
  • Indien de test positief is, blijft de medewerker thuis. Er volgt bron- en contactonderzoek door de GGD (zie Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19).

Zie ook Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis en het Afwegingskader ter ondersteuning van besluitvorming door zorginstellingen bij ernstig bedreigde zorgcontinuïteit.

2D. Bron- en contactonderzoek

 

  • Bron- en contactonderzoek vindt plaats naar aanleiding van een positieve test.
  • De GGD draagt zorg voor het bron- en contactonderzoek. De GGD kan (delen hiervan) delegeren aan de instelling, maar blijft eindverantwoordelijk hiervoor. De instelling heeft een eigenstandige verantwoordelijkheid voor o.a. goede zorgverlening aan cliënten/bewoners en adequate arbeidsomstandigheden voor zorgmedewerkers.
  • Bij het bron- en contactonderzoek wordt aan de positief geteste persoon gevraagd met wie hij/zij in de besmettelijke periode (vanaf 2 dagen voor het ontstaan van de klachten) contact heeft gehad. Indien de positief geteste persoon daar zelf niet toe in staat is, vindt overleg plaats met de betrokken medewerkers en/of familie. Afhankelijk van de tijdsduur van het contact, en de afstand tot de positief geteste persoon wordt een indeling gemaakt in welke categorie een contact valt en welke maatregelen van toepassing zijn. Zie hiervoor ook Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19.
  • Bij de uitvoering van het contactonderzoek wordt onderscheid gemaakt in contacten binnen en buiten de instelling. De instelling verzorgt het BCO binnen de instelling, de GGD het BCO buiten de instelling. In overleg kan hiervan worden afgeweken. De instelling draagt de daarvoor benodigde gegevens over aan de GGD.
  • Voor contactonderzoek binnen de instelling kan de GGD geconsulteerd worden, de GGD kan adviseren wie in welke contactcategorie valt en welke informatie gedeeld moet worden met de contacten.
  • Zorgmedewerkers worden door de GGD beschouwd als risicogroep vanwege hun beroep. De GGD neemt daarom zo mogelijk de regie in het BCO onder zorgmedewerkers, waaronder het opsporen en informeren van contacten of delegeert dit (gedeeltelijk) naar de werkgever of bedrijfsarts van de zorgmedewerker.
  • Aangezien een werkgever niet mag vragen naar de vaccinatiestatus van zijn medewerker, zal de vaccinatiestatus van de medewerker niet altijd bekend zijn bij de werkgever. In dat geval kan de werkgever niet volledig het contactonderzoek uitvoeren. De GGD voert dan dat deel (vaccinatie) van het contactonderzoek onder medewerkers uit, of delegeert dit aan de bedrijfsarts. 

3. Eén cliënt/bewoner of medewerker positief getest

3A. Positief geteste persoon gaat in isolatie

Een cliënt/bewoner van een instelling voor langdurige zorg die positief getest is gaat direct in isolatie tot ten minste 24 uur symptoomvrij EN 48 uur koortsvrij EN ten minste 5 dagen na de eerste ziektedag of testdatum (indien geen klachten). Na beëindiging van de isolatie dient de cliënt/bewoner tot en met dag 10 contact met grote groepen te vermijden. Binnen instellingen wordt een maximale isolatieduur 10 dagen aangehouden, behalve als het een instelling met kwetsbare bewoners betreft; zie in dat geval het Behandeladvies COVID-19 acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG.

Een positief geteste medewerker gaat ook direct in isolatie en komt niet naar het werk. Positief geteste personen worden door de GGD gevraagd om hun contacten te informeren. Het is belangrijk dat een zorgmedewerker die positief getest wordt de werkgever zo spoedig mogelijk op de hoogte stelt van diens positieve testuitslag, zodat de werkgever/bedrijfsarts maatregelen kan nemen.

Binnen de instelling zijn afspraken gemaakt wie verantwoordelijk is voor de informatie aan de directie/raad van bestuur van de instelling.

3B. Contactonderzoek

  • Breng als instelling op korte termijn de contacten van de positief geteste persoon (index) binnen de eigen muren in kaart.
    Ga bij een positief geteste cliënt/bewoner na met welke cliënten/bewoners, medewerkers, vrijwilligers en bezoekers deze cliënt/bewoner contact heeft gehad in de 2 dagen voorafgaand aan de eerste ziektedag. Afhankelijk van de tijdsduur van het contact en de afstand tot de positief geteste cliënt/bewoner wordt een indeling gemaakt in welke categorie een contact valt (zie Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19) en welke maatregelen van toepassing zijn. Cliënten/bewoners die dezelfde gemeenschappelijke ruimtes delen binnen een woongroep/unit (woonkamer, keuken) worden beschouwd als huisgenoten. 
    Maak bij een positief geteste medewerker een lijst van alle cliënten/bewoners die door medewerker in zijn besmettelijke periode (vanaf 2 dagen voor het ontstaan van de eerste ziekteverschijnselen) verzorgd zijn. Daarbij is de aard en duur van de verzorging van belang en ook of de juiste PBM door de medewerker is gebruikt. De instelling maakt tevens een lijst van alle medewerkers die als contact kunnen worden gekenmerkt van de positief geteste medewerker. Het gaat hier om de collega’s met wie de index contact heeft gehad vanaf 2 dagen voor het ontstaan van de 1e ziekteverschijnselen, waarbij met name de nauwe contacten (>15 minuten op <1,5 meter) nauwkeurig geïnventariseerd worden.
    De GGD heeft de eindverantwoordelijkheid voor het BCO en kan dit wanneer het medewerkers betreft delegeren aan de bedrijfsarts. Het contactonderzoek onder bewoners/cliënten kan gedelegeerd worden aan de arts van de instelling. Zie hiervoor het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19.
    Zorgmedewerkers die volledige persoonlijke beschermingsmiddelen (chirurgisch mondneusmasker ten minste type IIR, handschoenen, bril en schort) op de juiste manier hebben gebruikt, worden niet als contact geïncludeerd in het contactonderzoek. Ook zorgmedewerkers die preventief een chirurgisch mondneusmasker ten minste type II en handschoenen op de juiste manier hebben gedragen/adequate handhygiëne hebben toegepast bij het contact met een patiënt tijdens diens besmettelijke periode, zonder tevens een bril en een schort, worden niet geïncludeerd in het contactonderzoek.

3C. Maatregelen

CLIËNTEN/BEWONERS die nauw contact hebben gehad (categorie 1 of 2) met de positief geteste medecliënt/-bewoner, medewerker of bezoeker

Cliënt/bewoner heeft meer dan 7 dagen geleden boostervaccinatie ontvangen of in 2022 COVID-19 doorgemaakt

Voor cliënten/bewoners die nauw contact hebben gehad (categorie 1- of categorie 2-contact) met de positief geteste persoon en meer dan 7 dagen geleden een boostervaccinatie hebben ontvangen of in 2022 een SARS-CoV-2-infectie hebben doorgemaakt, geldt geen quarantaineadvies. Deze personen worden nauwlettend gemonitord en getest zodra zij klachten ontwikkelen. Omdat cliënten/bewoners ondanks de boostervaccinatie wel geïnfecteerd kunnen worden en om te voorkomen dat zij dan kwetsbare medebewoners besmetten wordt in overweging gegeven om cliënten/bewoners die de boostervaccinatie hebben ontvangen te testen op dag 0 en dag 5 na het contact met de besmette persoon. In deze overweging kunnen de belasting van de test voor de cliënt(en) en kwetsbaarheid van de medebewoners meegenomen worden.
NB. Voor de algemene bevolking geldt in dit geval het advies om gedurende 10 dagen geen contact te hebben met kwetsbare personen.

Cliënt/bewoner heeft geen/minder dan 7 dagen geleden boostervaccinatie ontvangen en niet in 2022 COVID-19 doorgemaakt

Voor cliënten/bewoners die nauw contact hebben gehad (categorie 1- of 2-contact) met de positief geteste persoon en die geen/minder dan 7 dagen geleden een boostervaccinatie hebben ontvangen en niet in 2022 een SARS-CoV-2-infectie hebben gehad, geldt het volgende:

  • Zij gaan in quarantaine op een 1-persoonskamer tot en met dag 10 na de laatste blootstelling.
  • Zij worden zo snel mogelijk getest en getest bij klachten. Zo snel mogelijk testen kan van invloed zijn op de totale quarantaine en isolatieduur bij een positieve testuitslag. Bijvoorbeeld: als een cliënt op dag 2 positief test, gaat de minimale isolatieduur van 5 dagen dan al in. Als de cliënt pas op dag 5 positief test, gaat de minimale isolatieduur pas op dag 5 in, waardoor de cliënt in totaal langer op zijn kamer moet blijven. Wanneer testen erg belastend is voor een cliënt, kan ervoor worden gekozen om alleen op dag 5 te testen (zie volgende punt) .
  • Daarnaast worden cliënten/bewoners getest op dag 5 na de laatste blootstelling, indien deze test negatief is kan de quarantaine opgeheven worden.
  • Na een negatieve test op dag 5 blijven zij tot en met de 10e dag na de laatste blootstelling op de afdeling en nemen zij geen deel aan grote bijeenkomsten.
  • Zie voor de verdere uitwerking het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG en het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19.
     

ZORGMEDEWERKERS die nauw contact hebben gehad (categorie 2) met een positief geteste cliënt/bewoner, medewerker of bezoeker

Zie voor uitwerking van het quarantainebeleid voor zorgmedewerkers Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.
 

Vrijwilligers en bezoekers die nauw contact hebben gehad (categorie 2) met een positief geteste cliënt/bewoner of medewerker

  • Vrijwilligers en bezoekers die nauw contact (categorie 1 of 2) hebben gehad met een positief geteste persoon dienen ongeacht of zij een boostervaccinatie hebben gehad of recente COVID-19 hebben doorgemaakt contact met kwetsbare personen te mijden tot en met dag 10 na het laatste contact met de positief geteste persoon. Zij komen dan dus niet in de instelling. Zie ook het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19.
     

De instelling informeert de cliënten/bewoners, wettelijke vertegenwoordigers, medewerkers en vrijwilligers die categorie 1- of 2-contact zijn over de mogelijke besmetting en noodzakelijke maatregelen.

Zie voor de verdere uitwerking het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG en het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19.

4. Eén cliënt/bewoner of medewerker die nauw contact is van een positief geteste persoon buiten de instelling

4A. Cliënt/bewoner die nauw contact is van positief geteste persoon buiten de instelling

Voor cliënten/bewoners die nauw contact hebben gehad met een positief persoon buiten de instelling (bijvoorbeeld na een uitstapje of bezoek dagbesteding) en meer dan 7 dagen geleden een boostervaccinatie hebben ontvangen of in 2022 COVID-19 hebben doorgemaakt geldt dat zij niet in quarantaine hoeven en getest worden bij klachten. Tevens kan overwogen worden om te testen op dag 0 en dag 5 om het risico op introductie in de instelling te verkleinen. In deze overweging kunnen de belasting van de test voor de cliënt en kwetsbaarheid van de medebewoners meegenomen worden.
NB. Voor de algemene bevolking geldt in dit geval het advies om gedurende 10 dagen geen contact te hebben met kwetsbare personen.

Voor cliënten/bewoners die geen boostervaccinatie hebben ontvangen en die ook niet in 2022 COVID-19 hebben doorgemaakt, geldt het quarantaineadvies conform het landelijk beleid. Zij gaan in quarantaine op een 1-persoonskamer en worden getest op dag 0 en op dag 5. Zie het Protocol bron- en contactonderzoek COVID-19.

4B. Medewerker die nauw contact is van positief geteste persoon buiten de instelling

Zie voor uitwerking van quarantainebeleid voor zorgmedewerkers Testbeleid en inzet zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

5. Cluster/uitbraak-scenario: meerdere cliënten/bewoners of medewerkers positief getest op COVID-19

De instelling stelt de arts infectieziektebestrijding van de betreffende GGD op de hoogte op basis van art. 26 van de Wet publieke gezondheid.

Er is sprake van een cluster/uitbraak wanneer er minimaal 2 bewoners en/of medewerkers positief testen, die op dezelfde unit of afdeling wonen of werken of anderszins epidemiologisch gerelateerd zijn.

De keuze voor de hieronder genoemde maatregelen wordt mede bepaald door de soort zorginstelling. Voor een verpleeghuis kunnen andere maatregelen belangrijk zijn dan voor bijvoorbeeld een instelling voor jonge mensen met een verstandelijke beperking. De instelling volgt bij de afwegingen de adviezen uit de sector.
Maatregelen:

  • Formeer een uitbraakteam met daarin idealiter bestuur/directie, deskundige infectiepreventie, instellingsarts, bedrijfsarts, management, P&O, hoofd schoonmaak, communicatie en – minimaal bij de start – de GGD. Doel van dit team is om te overleggen over de stand van zaken, knelpunten op te lossen en hier verslaglegging van te doen. Het is raadzaam om voor het overzicht een goede registratie bij te houden van aantal zieke en niet-zieke medewerkers en bewoners, inclusief eerste ziektedagen en datum testuitslagen.
  • De GGD en de instelling doen bron- en contactonderzoek rondom de positieve cliënten/bewoners, medewerkers, vrijwilligers en bezoek (zie onder 3).
  • De instelling volgt voor isolatie, cohortering en quarantaine het sectorbeleid. Dit sluit zoveel mogelijk aan bij het landelijke beleid, maar houdt waar nodig rekening met de kwetsbaarheid van cliënten/bewoners. Voor de verpleeghuizen en de instellingen voor verstandelijk gehandicapten is het Behandeladvies van Verenso/NVAVG beschikbaar.
     

Onderstaande maatregelen worden geadviseerd voor verpleeg- en verzorgingshuizen. Overweeg dit ook op locaties van andere instellingen met een vergelijkbare doelgroep. 

Breng de omvang van de uitbraak in kaart:

  • Test in elk geval cliënten/bewoners en medewerkers met klachten.
  • Test bij een uitbraak ook medewerkers zonder klachten van de unit of afdeling waar de uitbraak plaatsvindt.
  • Test op de betreffende unit of afdeling ook de cliënten/bewoners zonder klachten die geen (of minder dan 7 dagen geleden) boostervaccinatie hebben ontvangen en ook niet recent (minder dan 8 weken geleden) COVID-19 hebben doorgemaakt.
  • Overweeg om verdere verspreiding zoveel mogelijk te voorkomen om ook cliënten/bewoners te testen die meer dan 7 dagen geleden een boostervaccinatie hebben ontvangen of minder dan 8 weken geleden COVID-19 hebben doorgemaakt. In deze overweging kunnen de belasting van de test voor de cliënt(en) en kwetsbaarheid van de medebewoners meegenomen worden.

Maatregelen:

  • Positief geteste cliënten/bewoners gaan in isolatie op een 1-persoonskamer.
  • Cliënten/bewoners die een nauw contact zijn en een boostervaccinatie ontvangen (meer dan 7 dagen geleden) of in 2022 COVID-19 hebben doorgemaakt, gaan in groepsquarantaine. Zij worden getest bij klachten en op dag 5 na het laatste contact met de positief geteste persoon. Zij hebben geen contacten met cliënten/bewoners buiten het quarantainecohort en gaan niet naar de dagbesteding.
  • Cliënten/bewoners die een nauw contact zijn en geen boostervaccinatie hebben ontvangen en ook niet in 2022 COVID-19 hebben doorgemaakt gaan conform het landelijke beleid in quarantaine op een 1-persoonskamer. Zij worden getest bij klachten en op dag 5. Als de test op dag 5 negatief is, kunnen zij aansluiten bij het quarantainecohort. Indien quarantaine op een 1-persoonskamer niet mogelijk of niet proportioneel is, is het te overwegen om deze personen aan te laten sluiten bij het quarantainecohort waarbij zij zeer nauwlettend gemonitord moeten worden en direct getest worden en in isolatie gaan bij klachten.
  • Opheffen quarantainecohort: tot en met dag 10 na laatste contact met de (laatste) besmette patiënt. De quarantaine kan eerder opgeheven worden als alle groepsleden op dag 5 negatief getest worden. Als een persoon binnen het cohort positief wordt, gaat deze in isolatie en gaat de quarantaineduur opnieuw in vanaf het moment van het laatste contact met de positieve patiënt.
  • Overweeg om gedurende de duur van de uitbraak wekelijks de niet eerder positief geteste cliënten/bewoners van de unit of afdeling waar de uitbraak plaatsvindt te testen. In deze overweging dienen de belasting van de test voor de cliënten en kwetsbaarheid van de bewoners meegenomen worden.
  • Overweeg het invoeren van een beperking in het aantal bezoekers.
     

De maatregelen kunnen worden opgeheven zodra de uitbraak onder controle is. Het uitbraakteam van de instelling neemt hierover het besluit. Zie het Behandeladvies COVID-19 Acute fase en nazorg van Verenso/NVAVG.

Versiebeheer

  • 17-03-2022: Tekstuele verduidelijking.
  • 04-02-2022: Tekstuele verduidelijking.
  • 03-03-2022: Aan de beschreven acties in het geval dat een positief geteste cliënt/medewerker in isolatie gaat, is als uitzondering toegevoegd 'behalve als het een instelling met kwetsbare bewoners betreft' en wordt er doorverwezen naar het dan geldende behandeladvies van Verenso/NVAVG. 
  • 25-02-2022: 'Minder dan 8 weken geleden COVID-19 doorgemaakt' is aangepast naar 'in 2022 COVID-19 doorgemaakt'.
  • 18-02-2022: Aanpassing isolatieduur doorgevoerd n.a.v. 142e OMT.
  • 08-02-2022: Aanpassingen quarantainebeleid doorgevoerd.
  • 03-01-2022: Kleine tekstuele correcties
  • 31-12-2021: Quarantainebeleid bij positief geteste huisgenoot en positief getest nauw contact aangepast conform protocol BCO. Vanwege opkomst omikronvariant speelt immuunstatus geen rol meer.
  • 03-12-2021: Wijziging definitie immuniteit na doorgemaakte infectie van 6 naar 12 maanden na infectie.
  • 12-08-2021: De definitie van immuniteit na het COVID-19-vaccin van Janssen is gewijzigd: iemand die het Janssen-vaccin heeft gekregen, wordt voortaan na 28 dagen i.p.v. 14 als immuun beschouwd.
  • 08-07-2021: Bron- en contactonderzoek voor immune- en niet-immune contacten aangepast n.a.v. 117e OMT-advies. Aandachtspunten i.v.m. privacywetgeving toegevoegd.
  • 10-06-2021: Quarantainemaatregelen voor ongevaccineerde bewoners gelijk getrokken aan gevaccineerde bewoners n.a.v. 115e OMT-advies.
  • 21-04-2021: Toelichting definitie ‘volledig gevaccineerd’ en verduidelijking beleid na volledige vaccinatie bewoners.
  • 17-03-2021: Versoepeling van quarantainemaatregelen doorgevoerd voor instellingen waar de bewoners in principe volledig gevaccineerd zijn n.a.v. het 102e OMT-advies.
  • 18-02-2021: Bovenaan de handreiking is een disclaimer toegevoegd m.b.t. het BCO-protocol en het sneller testen van categorie 1- en 2-contacten.
  • 26-01-2021: Aan de inleidende alinea ("Deze handleiding is bedoeld...") is toegevoegd dat deze handreiking ook geldt als zorgmedewerkers en/of cliënten gevaccineerd zijn tegen COVID-19; vaccinatie vormt op dit moment geen reden om het testbeleid aan te passen.
  • 18-12-2020: Uitgangspunten verduidelijkt m.b.t. specifieke risico’s voor bewoners langdurige zorginstellingen. | Wijzigingen in LCI-protocol BCO en bijlage Testbeleid en inzet zorgmedewerkers met betrekking tot quarantaine en testen op dag 5 doorgevoerd voor zover geïndiceerd in instellingen voor langdurige zorg. | Advies toegevoegd om in PG-zorg maatregelen uitbraakscenario al te nemen bij 1 positief geteste cliënt/bewoner vanwege het grote risico op verspreiding. | Advies toegevoegd om bij uitbraak de niet eerder positief geteste bewoners/cliënten en medewerkers wekelijks te hertesten. | Advies verwijderd om bij uitbraak preventief mondneusmasker te dragen door medewerkers en bezoekers verwijderd. Dit Is inmiddels algemeen beleid. | Tevens enkele inhoudelijke verduidelijkingen en tekstuele aanpassingen doorgevoerd.
  • 14-10-2020: Eerste versie