Artikel 26-meldingen door instellingen aan GGD

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 7 april 2021 (versiebeheer zie onderaan pagina)

Belang van artikel 26-meldingen voor surveillance en bestrijding

De melding van een cluster of uitbraak aan de GGD is van belang voor bron- en contactonderzoek (BCO), ook in het kader van mogelijke transmissie buiten de instelling/het ziekenhuis. BCO geeft meer inzicht in verspreidingspatronen en maakt gericht beleid mogelijk. Daarnaast wordt de analyse van data naar aanleiding van artikel 26-meldingen geëvalueerd in het kader van de landelijke advisering vanuit het RIVM en het OMT.

Een melding aan de GGD geeft hen voorinformatie indien er BCO buiten de instelling/het ziekenhuis moet plaatsvinden of als verdere verspreiding plaatsvindt. Ook geeft een melding aan de GGD de mogelijkheid om monitoring van contacten na ontslag uit de instelling/het ziekenhuis door de GGD te laten opvolgen. Dit alles vergroot de effectiviteit van het BCO en minimaliseert het risico dat contacten gemist worden.

Artikel 26-melding van instelling/ziekenhuis aan GGD

De initiële melding bevat de naam van een instelling met de omvang van het probleem.

In vervolg op een artikel 26-melding kan een GGD samen met de instelling/het ziekenhuis besluiten om bron-en contactonderzoek te starten in en buiten de instelling/het ziekenhuis. In geval van een A-ziekte gebeurt dit vrijwel altijd. In de regel neemt de instelling/het ziekenhuis het interne deel van de uitvoering voor zijn rekening en de GGD het externe deel. De GGD kijkt mee in verband met de taken en de eindverantwoordelijkheid voor (de kwaliteit van) het BCO en kan de NAW-gegevens ontvangen van alle contacten, waaronder de medewerkers. De AVG-wetgeving staat deze gegevensverstrekking aan de GGD niet in de weg. Individuele contacten hoeven niet verplicht medewerking te verlenen aan het BCO, zowel in de instelling/het ziekenhuis als daarbuiten door de GGD. Het is van het grootste belang dat de BCO-gegevens van de instelling/het ziekenhuis en GGD identiek zijn en geharmoniseerd worden.

Aandachtspunten en tips voor werkafspraken tussen GGD en ziekenhuizen

  • Deel en bespreek bilateraal de interne protocollen rondom BCO en het delen van contactgegevens om cruciale processtappen en uitvoerbaarheid te waarborgen.
  • Bij het delen van gegevens tussen GGD en ziekenhuis betreft het hier expliciet niet alleen het individueel melden van COVID-19-positieven, maar ook het delen van de contactenlijsten ingedeeld naar type contact en andere relevante informatie voor monitoring. Zie voor meer informatie het Draaiboek Artikel 26-meldingen Wpg instellingen en eventueel ook de Handreiking voor contactonderzoek bij COVID-19 in instellingen voor langdurige zorg.
  • Overweeg samenstelling van een bilateraal uitbraakteam met GGD/ziekenhuis, waarin in ieder geval de volgende disciplines vertegenwoordigd zijn: arts-microbioloog, deskundige infectiepreventie (GGD/ZKH), arts/verpleegkundige infectieziektebestrijding (GGD) en bedrijfsarts/arbodeskundige (ZKH).
  • Binnen ziekenhuizen is het infectiepreventiebeleid van de instelling leidend. Daarbuiten gelden voor zowel personeel als patiënten de landelijke regels zoals geadviseerd en gecommuniceerd door de GGD en het RIVM/LCI.
  • De wettelijke taken en verplichtingen bij overlap van bestrijding van infectieziekten in ziekenhuis en publiek domein zijn reeds helder omschreven in 2009 door juridisch adviseur G.B. Haringhuizen en arts-microbioloog prof. dr. M.C. Vos in het infectieziektebulletin (pag. 92-95). Dit artikel is toegeschreven op tuberculose, maar is ook van toepassing op andere infectieziekten, waaronder COVID-19.
  • Zie ook GGD-Inf@ct COVID-19 (97) voor basisregels en veelgestelde vragen over medewerking BCO en veelgestelde vragen vanuit een juridisch kader. De algemene uitgangspunten zijn ook in deze context bruikbaar.

Versiebeheer

  • 07-04-2021: eerste versie.