Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 t/m 12 jaar)

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 27 januari 2022 | (versiebeheer zie onderaan pagina) | Zie ook Handreiking contact en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen 13 tot 18 jaar (VO)

Deze handreiking is bedoeld om GGD’en te ondersteunen bij het bron en contactonderzoek (BCO) en het nemen van maatregelen op kinderopvang of school* wanneer een kind (0 t/m 12 jaar)** of een medewerker die werkt met kinderen in deze leeftijd positief is getest op COVID-19. Deze handreiking sluit aan bij het Protocol Bron- en contactonderzoek, waarin beschreven is wie als contacten van een besmettelijke persoon worden aangemerkt, en wat de maatregelen en adviezen zijn voor deze contacten. In deze handreiking wordt dit nader uitgewerkt voor de kinderopvang en het primair onderwijs, en wordt de motivatie voor de maatregelen beschreven.

Deze handreiking kan door de GGD ook als leidraad worden gebruikt voor contact- en uitbraakonderzoek bij zomerkampen en andere soortgelijke jeugdactiviteiten.

* In deze handreiking wordt de algemene term ‘kinderopvang’ bedoeld voor dagopvang, voor- en buitenschoolse opvang en gastouderopvang, en wordt ‘school’ voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs gebruikt.

** De leeftijden van kinderen in de kinderopvang (0-12 jaar) en primair onderwijs PO (4-12 jaar) zijn (deels) verschillend. Voor een kind dat naar de kinderopvang gaat, gelden de regels van de kinderopvang ongeacht de leeftijd. Datzelfde geldt voor kinderen die naar PO gaan.

Algemene uitgangspunten

  • COVID-19 is een meldingsplichtige infectieziekte groep A veroorzaakt door SARS-CoV-2, die door de aanvrager en het laboratorium aan de GGD gemeld moet worden bij een bevestigde besmetting.
  • Daarnaast geldt dat potentieel ernstige aandoeningen aan de luchtwegen van vermoedelijk infectieuze aard in instellingen voor kwetsbare groepen gemeld worden volgens artikel 26 van de Wet publieke gezondheid.
  • Voor de uitvoering van meldingen van COVID-19 (verdachte/bevestigde) personen maken GGD’en vooraf afspraken met de kinderopvang en scholen in de regio. Zie ‘Melden door school/kinderopvang’, waarbij het in de praktijk geadviseerd wordt bij 1 geval al de GGD te informeren.
  • Om eventuele verspreiding van het virus onder kinderen en medewerkers tegen te gaan, kan een school of kinderopvang maatregelen nemen om de kans op transmissie op school zo klein mogelijk te houden. Zie hiervoor het Generiek kader Kinderopvang en scholen (0-12 jaar).
  • Voor iedereen in Nederland gelden basisregels over het openbaar en dagelijks leven. Zie de actuele informatie op Rijksoverheid.nl.

Testbeleid, isolatie en quarantaine

Periodiek (preventief) zelftesten

Het zelftestadvies is aangescherpt op advies van het 130e OMT. Per 3 december wordt periodiek (preventief) zelftesten aanbevolen voor leerlingen van de groepen 6, 7 en 8 en alle medewerkers in het onderwijs.

Periodiek zelftesten wordt tweemaal per week thuis uitgevoerd*, zo nodig met behulp van ouders of andere verzorgers. Hiervoor is geen afstemming met de GGD nodig. De testen worden beschikbaar gesteld door de school.

Als de zelftest positief is, gaat de leerling of medewerker in isolatie. De huisgenoten gaan zo nodig in quarantaine. Het advies is om na een positieve uitslag een afspraak te maken voor een confirmatietest bij de GGD. Voor het opstarten van het BCO, waaronder de advisering aan de index en diens contacten, hoeft niet gewacht te worden op de uitslag van een confirmatietest.

Bij een negatieve uitslag kan de leerling of medewerker naar school.

Meer informatie over het zelftesten in het onderwijs is te vinden op Lesopafstand.nl.

Voor kinderen en medewerkers die recent zelf een infectie met SARS-CoV-2 hebben doorgemaakt (<8 weken geleden eerste ziektedag of positieve test), is het niet nodig om zonder (nieuwe) klachten te testen en voor hen geldt geen quarantaineadvies.

Overwegingen beleid bij jonge kinderen (0-12 jaar)

Bij kinderen leidt COVID-19 meestal tot een mild ziektebeeld, waarvoor niet vaak ziekenhuisopname nodig is. Ook de epidemiologie en transmissie bij kinderen verloopt anders dan bij volwassenen. Over het algemeen geldt: hoe jonger het kind, hoe kleiner de rol bij de verspreiding van het virus. Dit geldt zowel voor de klassieke virusvariant als voor de meer besmettelijke virusvarianten die sinds eind 2020 in Nederland circuleren. Wel is het zo dat alle leeftijdsgroepen bij de meer besmettelijke varianten het virus meer verspreiden dan bij de oude varianten. Zie Kinderen, school en COVID-19. Ook zien we een hogere, toenemende incidentie en transmissie bij kinderen naarmate ze ouder worden.

Voor kinderen gelden andere maatregelen dan voor volwassenen, omdat:

  • jonge kinderen een kleinere rol lijken te spelen in de transmissie van SARS-CoV-2;
  • (fysieke) deelname aan onderwijs, sporten en andere activiteiten belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen;
  • kinderen (<18 jaar) met onderliggend lijden geen verhoogd risico hebben op een ernstig verloop van COVID-19, ongeacht het onderliggend lijden. Zie voor meer informatie hierover het document van de NVK.

Samenwerking en communicatie met de school/kinderopvang en GGD-scholenteams

De GGD’en hebben een GGD-scholenteam samengesteld. Het heeft de voorkeur dat vanuit de GGD de afdeling infectieziektebestrijding en de afdeling jeugdgezondheidszorg hierbij nauw samenwerken. Scholenteams kunnen ook ondersteunen bij uitbraakonderzoek. Het doel van een GGD-scholenteam is een goede samenwerking tussen JGZ en IZB binnen de GGD voor eenduidige communicatie, een eenduidig aanspreekpunt, en de rol van de jeugdarts en -verpleegkundige die zowel een vraagbaak zijn als mee kunnen denken over eventuele aanvullende maateregelen in een specifieke situatie. Zie de AJN-website voor meer informatie.

Er zit een tijdsinterval tussen de uitslag van een positieve test en de uitvoering van het BCO door de GGD. Hierdoor is een kinderopvang of school er vaak eerder dan de GGD van op de hoogte dat een kind of medewerker positief getest is voor COVID-19 (via ouders), en ook dat er bij iemand verdenking is op COVID-19 is (door ziekmelding). Scholen, kinderopvangcentra en GGD’en worden gevraagd afspraken te maken om bij een COVID-19-(verdacht) geval laagdrempelig contact met elkaar op te nemen om adviezen af te stemmen. Hetzelfde geldt voor het vroeg opmerken van mogelijk gerelateerde gevallen.

Voor kinderopvang en scholen is er een Generiek kader Kinderopvang en scholen (0-12 jaar) waarin de maatregelen beschreven zijn die de opvang/school kan nemen om de kans op transmissie zo klein mogelijk te houden. Bovendien worden de kinderopvang en scholen geadviseerd via hun eigen sector een eigen stappenplan (handelingsperspectief) te maken. Scholen/kinderopvang worden gevraagd de maatregelen die zij nemen en het geldende handelingsperspectief/protocol met (het scholenteam van) de GGD te delen, om zo eventueel toekomstig BCO voor te bereiden.

Uitvoering van BCO bij positief getest(e) kind(eren)/medewerker(s)

De GGD en school/kinderopvang nemen contact met elkaar op en stellen de dagen vast waarvoor het contactonderzoek geldt afhankelijk van de aanwezigheid van de besmette persoon ('index') op school/kinderopvang (zie LCI COVID-19-richtlijn voor de besmettelijke periode). De school/kinderopvang maakt een lijst van de aanwezige personen met wie de index in deze periode in contact is geweest (de 'contacten').

Bij het contactonderzoek worden contacten op school of de opvang ingedeeld op basis van de aard van het contact dat zij hadden. Hierbij zijn onderlinge afstand en duur van het contact belangrijke criteria:

  • Huisgenoten (categorie 1) zijn: broertjes of zusjes van de index, of andere personen die met de index een huishouden delen. Zie voor de maatregelen rondom huisgenoten het BCO-protocol; deze zijn niet opgenomen in deze handreiking.
  • Overige nauwe contacten (categorie 2) zijn alle klas- of groepsgenoten, en medewerkers van de klas of groep die nauw contact hebben gehad met de index. Nauwe contacten buiten opvang of school zijn vaak bij de (ouders/verzorgers van het) kind bekend, en worden bij de index en/of diens ouders/verzorgers uitgevraagd. Zie voor de maatregelen rondom nauwe contacten in de privésituatie en medewerkers (volwassenen) onderling het BCO-protocol; deze zijn niet opgenomen in deze handreiking. 
  • Overige (niet nauwe) contacten (categorie 3) zijn alle medewerkers en kinderen uit andere klassen of groepen die meer dan 15 minuten in dezelfde ruimte (klaslokaal, koffieruimte etc.) waren met de besmettelijke persoon op een afstand van 1,5 meter of meer. En ook de kinderen of medewerkers die contact hadden met de besmettelijk persoon op minder dan 1,5 meter, maar korter dan 15 minuten.
  • Kinderen en volwassenen buiten de eigen klas of groep met wie de index heeft buitengespeeld, of mogelijk contact heeft gehad tijdens andere activiteiten zoals een schoolreisje, worden niet automatisch als contact beschouwd. Alleen als er duidelijke aanwijzingen zijn dat het kind of de volwassene contact heeft gehad met de index, bijvoorbeeld als de leraar aangeeft dat zij langdurig, intensief samen hebben gespeeld, of in dezelfde bus hebben gezeten, wordt het kind of de volwassene beschouwd als nauw of overig (niet nauw) contact, op basis van een inschatting van de afstand en duur van het contact.

Maatregelen

Op advies van het 139e OMT (21 januari 2022) hoeven kinderen (0-12 jaar) niet in quarantaine als zij een huisgenoot (categorie 1) of nauw contact (categorie 2) zijn van een positieve index op school of kinderopvang. Dit betekent dat klas- en groepsgenoten van een positieve index in principe allemaal naar school en opvang kunnen, ongeacht of de index een kind of medewerker is. De reden hiervoor is dat het onderbreken van het onderwijs vanwege quarantaine voor alle kinderen en medewerkers op een groep of klas, niet proportioneel is in verhouding tot het belang van (fysieke) deelname aan onderwijs voor de ontwikkeling van kinderen. De GGD kan bij bijzondere situaties op basis van een risico-inschatting een ander advies geven.

Voor medewerkers in de kinderopvang en van de school geldt dat zij een quarantaineadvies krijgen indien zij een nauw contact (categorie 2) zijn van een volwassen index op opvang of school (bijvoorbeeld een andere medewerker). Voor de quarantainemaatregelen en de uitzonderingen op de quarantainemaatregelen, zie het algemene BCO-protocol en Rijksoverheid.

Bijzondere situaties

De meeste kinderen met een chronische ziekte of aandoening kunnen ‘gewoon’ naar school. Alleen in zeldzame situaties zijn aangepaste adviezen nodig. De behandelend (kinder)arts zal dit bespreken of heeft besproken met het kind en diens ouders/verzorgers (zie NVK - Documenten COVID-19).

Indien een kind als groeps- of klassencontact van een besmettelijk index wordt aangemerkt, en leeft in een huishouden met onvoldoende beschermde personen* met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19 kan een advies op maat door de GGD nodig zijn. In overleg met de ouder(s) kan het advies zijn dat het kind thuisblijft en zich laat testen bij de GGD op dag 5 na de blootstelling. Het kind kan dan weer naar school of opvang als na 7 dagen nadat de besmettelijke persoon voor het laatst op school of opvang is geweest er geen andere kinderen positief zijn bevonden in de groep of klas. Hoewel besmetting niet uitgesloten kunnen worden, omdat kinderen weinig symptomatisch zijn, kan op die manier de kans op besmetting voor de kwetsbare huisgenoot verkleind worden. Het is van belang goed te kijken of een dergelijk advies gerechtvaardigd is, gezien het belang van onderwijs voor het kind.  

* Tot de onvoldoend beschermde personen met een verhoogd risico op ernstig beloop behoren: 1. Personen met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19 die niet gevaccineerd zijn; 2. Personen met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19 door een ernstig gestoorde afweer (vanwege onderliggende medische conditie of afweer-onderdrukkende geneesmiddelen) met onvoldoende immuunrespons op COVID-19-vaccinatie die in aanmerking komen voor een derde vaccinatie.

Testen bij klachten en in het kader van BCO

Voor alle contacten geldt het dringende advies om bij het ontstaan van klachten passend bij corona tijdens de 10 dagen na het contact met de besmettelijke persoon, ook bij alleen verkoudheidsklachten, thuis te blijven en zich te laten testen, ook als een eerdere test negatief was. Dit geldt voor zowel kinderen als medewerkers. Bij een negatieve zelftest mogen kinderen en medewerkers weer naar school, behalve als zij wachten op de uitslag van een test van de GGD. Indien de klachten aanhouden, dan dient de (zelf)test nog een keer herhaald te worden op de volgende dag. Indien dan opnieuw negatief getest wordt, is geen nieuwe (zelf)test meer nodig en wordt ervan uitgegaan dat de klachten niet door SARS-CoV-2 worden veroorzaakt.

Het OMT heeft in haar 130e advies (d.d. 22 november 2021) geadviseerd zelftesten breder in te zetten voor personen met klachten. Dit is verwerkt in deze handreiking en in de tabel Maatregelen voor kinderen 0 t/m 12 jaar (t/m groep 8) en medewerkers bij een besmettelijke index in het primair onderwijs en de kinderopvang.

Informatiebrieven

De GGD adviseert over eventuele informatieverstrekking door de school aan de ouders/verzorgers van nauwe contacten in de klas of groep van de besmettelijke index.  De (ouders/verzorgers van deze) contacten worden per brief geïnformeerd dat zij contact hebben gehad met de besmette persoon op school/kinderopvang. Zij worden verzocht tot 10 dagen na het laatste contact met de besmette persoon op klachten te letten, bij klachten thuis te blijven en zich te laten testen.

Ook de medewerkers die als nauw contact worden aangemerkt, ontvangen via de school hierover informatie en adviezen.

Tabel: Maatregelen voor kinderen 0 t/m 12 jaar (t/m groep 8) en medewerkers bij een besmettelijke index in het primair onderwijs en de kinderopvang

Type contact Alle kinderen 0 t/m 12 jaar (t/m groep 8) en medewerkers van groep of klas

Overig nauw contact in de groep/klas

(categorie 2)

  • Geen quarantaine
  • Informeren (brief)
  • Testen bij klachten: zelftest of test bij GGD*
  • Vermijd contact met kwetsbaren tot 10 dagen na de laatste blootstelling
  • Kinderen en medewerkers gaan niet in quarantaine als zij in de klas of groep zaten met iemand die corona heeft. Optioneel: testen indien gewenst door ouders of geadviseerd door GGD**
  • Tweemaal per week preventief zelftesten vanaf groep 6

Overig niet nauw contact

(categorie 3)

  • Informeren
  • Testen bij klachten: zelftest of test bij GGD*
  • Tweemaal per week preventief zelftesten

* Voorwaarde voor het gebruik van zelftesten bij klachten is dat deze personen niet kwetsbaar zijn en niet in aanraking komen met kwetsbare mensen.
** Dit kan geadviseerd worden door de GGD wanneer een contact leeft in een huishouden met kwetsbare personen. Zie onder het kopje ‘Bijzondere situaties’.

Uitbraakonderzoek en maatregelen

De GGD draagt zorg voor het bron- en contactonderzoek, maar kan (delen hiervan) delegeren aan de instelling. De opvang of school neemt voordat zij communiceren over besmettingen in een groep/klas contact op met de GGD. Zo houdt de GGD het zicht op de situatie in de opvang of school. Samen met de school/kinderopvang bepaalt de GGD welke maatregelen genomen kunnen worden om verdere verspreiding te voorkomen.

Er is sprake van een uitbraak als er binnen een groep of klas 3 of meer gevallen (zowel kinderen als medewerkers) zijn binnen 7 dagen. Bij een uitbraak hoeven kinderen niet in quarantaine. Zij krijgen het advies om bij (milde) klachten een (zelf)test te doen. Voor hen is het tweemaal per week preventief zelftesten extra belangrijk.

Bij een uitbraak (ongeacht of dit leerlingen of medewerkers betreft) krijgen medewerkers wel een quarantaineadvies, met uitzondering voor medewerkers die:

  • een infectie met SARS-CoV-2 hebben doorgemaakt in de 8 weken voor blootstelling (aangetoond met (zelf)test); OF
  • een infectie met SARS-CoV-2 hebben doorgemaakt vanaf 1 januari 2022; OF
  • een boostervaccinatie hebben ontvangen >1 week voor de blootstelling; OF
  • enkel type 3-contact zijn van de bron (leerling of medewerker); OF
  • uitgezonderd zijn van quarantaine in overleg met de werkgever in lijn met het beleid voor werknemers in essentiële bedrijfsprocessen.

 
Voor de quarantainemaatregelen en de uitzonderingen op de quarantaine, zie het algemene
BCO-protocol en Rijksoverheid.

Bij het ontstaan van klachten moeten kinderen en medewerkers wel thuisblijven en zich (laten) testen. Voor personen die een infectie met SARS-CoV-2 hebben doorgemaakt in de 8 weken voor blootstelling én klachten krijgen, zie de LCI-richtlijn COVID-19.

Bijzondere uitbraken

In principe wordt er geen quarantaine meer geadviseerd voor de leerlingen indien er meerdere besmettingen zijn in een groep of klas. Alleen bij een bijzondere uitbraak kan de GGD besluiten toch een quarantaineadvies te geven voor een klas of groep. Hiervoor is maatwerk nodig vanuit de GGD. Situaties waarin de GGD zou kunnen overwegen om toch een quarantaineadvies te geven, zijn bijvoorbeeld: een groep of klas met veel kwetsbare kinderen, veel onrust onder ouders of medewerkers, of een grote uitbraak die ondanks maatregelen niet onder controle is of waarbij er kinderen of medewerkers zijn met een afwijkend klinisch beeld (symptomen, ernst). Zie ook de Handreiking clusters en lokale verheffingen.

Whole genome sequencing-WGS

Overweeg om in aanvulling op het epidemiologisch uitbraakonderzoek moleculair onderzoek (WGS) van de gevonden virusstammen te verrichten. Voor meer informatie, zie Indicaties voor whole genome sequencing. 

Referenties

Versiebeheer

  • 27-01-2022: N.a.v. het 139e OMT is het quarantaineadvies voor kinderen 0 tot 18 jaar aangepast: zij hoeven niet meer in quarantaine als categorie 1- of 2-contact, of bij meerdere besmettingen in de groep of klas.
  • 18-01-2022: Vanaf 14 januari is er een uitzondering op quarantaine voor cat. 1- en 2-contacten die recent (<8 weken) een SARS-CoV-2-infectie hebben doorgemaakt; die na 1 januari 2022 een SARS-CoV-2-infectie hebben doorgemaakt; die minimaal een week geleden een boosterprik hebben ontvangen. Dit geldt ook voor kinderen en medewerkers en is toegevoegd in de handreiking.
  • 24-12-2021: Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen immune en niet-immune personen; maatregelen categorie 2-contacten zijn gelijkgetrokken voor kinderen en medewerkers.
  • 03-12-2021: Aanpassing testbeleid voor categorie 2-contacten van 0 t/m 12 jaar: zelftesten mogen gebruikt worden bij klachten; testen zo spoedig mogelijk na waarschuwing (zelftest/test GGD); testen op dag 5 (test GGD).
  • 19-11-2021: Aanpassing quarantainebeleid voor categorie 1-contacten van 0 tot 4 jaar (immuun en niet-immuun): zij krijgen nu ook een quarantaineadvies.
  • 14-10-2021: De handreiking is aangepast n.a.v. het advies van het 127e OMT. Kinderen van 0 t/m 3 jaar zonder klachten hoeven ook buiten de kinderopvang niet meer in quarantaine als zij een huisgenoot of contact zijn van iemand met corona.
  • 17-09-2021: Aanpassingen van de handreiking naar aanleiding van het kabinetsbesluit om het BCO op PO en kinderopvang verder te versoepelen. Klas-/groepsgenoten gaan niet meer in quarantaine bij één besmetting in de klas/groep.
  • 17-08-2021: Toevoeging preventief testen niet-immune werknemers. Het extra testbeleid bij een medewerker als index, namelijk het testen van de andere aanwezige medewerkers, is vervallen.
  • 12-08-2021: De definitie van immuniteit na het COVID-19-vaccin van Janssen is gewijzigd: iemand die het Janssen-vaccin heeft gekregen, wordt voortaan na 28 dagen i.p.v. 14 als immuun beschouwd.
  • 09-07-2021 De handreiking is aangepast aan het nieuwe BCO-beleid, waarbij maatregelen en adviezen verschillen per soort contact en afhankelijk zijn van de afweer die de persoon naar verwachting heeft opgebouwd tegen het coronavirus (immuniteit). Andere aspecten van het nieuwe BCO-beleid blijven voor de kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs tot de start van het schooljaar 2021-2022 ongewijzigd (OMT 117).
  • 24-06-2021: Aanpassing van de handreiking naar aanleiding van het kabinetsbesluit om de cohortering in de kinderopvang en het onderwijs los te laten.
  • 08-02-2021: Onder 'Uitvoering BCO bij 1 positief getest(e) kind/medewerker' is het testbeleid voor kinderen die categorie 2-contacten zijn gewijzigd.
  • 04-02-2021: Aanpassing van het testbeleid voor categorie 2 en 3 n.a.v. de aanpassing van het algemene BCO. Daarnaast is na het advies van het 98e OMT het testbeleid voor scholen toegevoegd.
  • 26-01-2021: Tekstuele verduidelijking onder ‘Maatregelen’ en een wijziging bij de maatregelen die scholen kunnen nemen om de transmissie zo klein mogelijk te houden. Deze zullen worden beschreven in het Generiek kader (voor scholen).
  • 22-01-2021: De Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 tot 18 jaar) is gesplitst in deze handreiking voor het basisonderwijs en een handreiking voor het voortgezet onderwijs. De handreiking is compleet vernieuwd herzien n.a.v. het advies van het 95e OMT over het veilig heropenen van de scholen, De uitvoering van het BCO bij 1 positief geteste kind/medewerker, of bij een uitbraak in de klas/school en testbeleid is in de handreiking nader uitgewerkt.
  • 01-12-2020: Tekstuele verduidelijking onder 'testbeleid en maatregelen contacten'.
  • 27-11-2020: Aanpassing test- en quarantainebeleid van kinderen 0 tot en met 12 jaar (naar aanleiding van 87e OMT-advies) en thuisblijfadvies voor huisgenoten kinderen 0 tot en met 6 jaar (naar aanleiding van 88e OMT-advies).
  • 09-10-2020: De handreiking is aangepast aan het gewijzigde thuisblijf- en testbeleid voor neusverkouden kinderen van 0-4 jaar en op de basisschool. Het beleid ten aanzien van contacten <18 jaar van een index <18 jaar met COVID-19 gewijzigd (beleid per 2 oktober 2020); in principe worden alle contacten <18 jaar als een overig, niet nauw contact (categorie 3, zie ook informatiebrief) beschouwd, tenzij het gaat om kinderen in de middelbareschoolleeftijd die in hun vrije tijd frequent en intensief contact met elkaar hebben gehad. Paragraaf G is toegevoegd met praktische aanvullende maatregelen die scholen kunnen implementeren bij clusters en verhoogde regionale verspreiding.
  • 28-09-2020: Link voor uitzonderingen ingevoegd in 'Kinderen t/m 12 jaar mogen naar de kinderopvang of andere vormen van kinderopvang én naar de basisschool als zij alleen verkoudheidsklachten hebben zonder koorts. Hierop zijn uitzonderingen, zie https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen.'
  • 25-09-2020: link Rijksoverheid.nl/quarantaine.
  • 19-09-2020: aangepast n.a.v. gewijzigde beleid thuisblijven bij klachten voor kinderen t/m 12 jaar.
  • 04-09-2020: aangepast bij uitgangspunten: de voorwaarde minimaal 48 uur koortsvrij is verwijderd in 'De positief geteste persoon blijft thuis tot minimaal 7 dagen na de start van de symptomen en tot de persoon ten minste 24 uur symptoomvrij is'.
  • 03-09-2020: Onder 'Testbeleid en maatregelen contacten' is aangepast: kinderen t/m 12 jaar mogen wel naar kinderopvang/school/bso en sporten (niet meer vanaf 4 jaar).
  • 05-08-2020: Verduidelijking quarantainebeleid voor kinderen als ‘overige nauwe contacten’: leeftijd 4 t/m 12 jaar in plaats van ≤ 12 jaar. (Toelichting: de uitzondering voor het quarantainebeleid voor kinderen in categorie 2, overige nauwe contacten, geldt alleen voor kinderen in de leeftijd 4 t/m 12 jaar. De reden hiervoor is het welzijnsprincipe, het belang van school- en sportparticipatie is in deze leeftijdsgroep groter dan het risico op eventuele verspreiding. Dit geldt niet voor kinderen in de andere leeftijdsgroepen.)
  • 20-07-2020: Handreiking is uitgebreid naar alle kinderen van 0 tot 18 jaar. Uitgebreide herziening van de handreiking.
  • Ook bij uitgangspunten vermeld: Indien de test negatief is en kinderen alleen neusverkouden zijn of een snotneus hebben en verder niet ziek zijn, mogen zij naar school of kindercentrum en hoeven zijn niet thuis te blijven.
  • 18-06-2020: Onder scenario E, punt 1: "de school informeert..." aangepast naar "in overleg met de GGD informeert de school zo nodig..."
  • 11-06-2020: Eerste versie.