Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 tot 18 jaar)

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 9 oktober 2020 (versiebeheer zie onderaan pagina) | Informatiebrieven scholen

Deze handreiking is bedoeld om GGD’en te ondersteunen bij het onderzoek en het nemen van maatregelen wanneer een kind (0-18 jaar) of een medewerker die werkt met groepen kinderen positief is getest op COVID-19. De samenvatting van de maatregelen staat in het Protocol Bron- en contactonderzoek. In de handreiking wordt deze samenvatting nader uitgewerkt en de motivatie voor de maatregelen beschreven.
 

Uitgangspunten

COVID-19 is een meldingsplichtige infectieziekte groep A veroorzaakt door SARS-CoV-2, die door de aanvrager en het laboratorium aan de GGD gemeld moet worden bij een bevestigde besmetting.

Naast bovenstaande geldt dat potentieel ernstige aandoeningen aan de luchtwegen van vermoedelijk infectieuze aard in instellingen gemeld worden volgens artikel 26 van de Wet publieke gezondheid. Concreet houdt dit in dat basisscholen en kindercentra de GGD op de hoogte brengen als er 3 of meer kinderen of medewerkers in een groep zijn met een verdenking op COVID-19. Voor de uitvoering maken GGD’en afspraken met de scholen in de regio.

Voor iedereen in Nederland gelden basisregels over het openbaar en dagelijks leven, zie de actuele informatie op de Rijksoverheid.nl:

  • Iedereen met klachten passend bij COVID-19 blijft thuis en kan zich laten testen in teststraten opgezet door de GGD. Voor alle kinderen van 0-4 jaar en leerlingen in het primair onderwijs (PO) geldt per 18 september dat zij met milde klachten wel naar kinderdagverblijf en school mogen, en er is een (tijdelijk) aangepast testbeleid. Zie Handreiking bij neusverkouden kinderen
  • Voor de quarantaineregels zie Rijksoverheid.nl/quarantaine.
  • Om verspreiding van COVID-19 te voorkomen, geldt in Nederland dat iedereen 1,5 meter afstand tot elkaar moet houden. Voor kinderen t/m 18 jaar gelden een aantal uitzonderingen: 
    - Kinderen tot en met 12 jaar* hoeven geen 1,5 meter afstand te houden, niet tot elkaar en ook niet tot oudere kinderen en volwassenen. 
    - Jongeren van 13 tot 18 jaar** hoeven onderling ook geen 1,5 meter afstand te houden. Zij moeten wel 1,5 meter afstand houden tot volwassenen.

Bovenstaande uitzonderingen voor kinderen zijn ingesteld, omdat kinderen een beperkte rol in de transmissie van SARS-CoV-2 spelen (zie ook laatste paragraaf Overwegingen beleid bij kinderen), omdat 1,5 meter afstand houden tot en tussen kinderen praktisch moeilijk uitvoerbaar is, en omdat contact op o.a. scholen en sportclubs belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen.

Het onderlinge contact tussen kinderen heeft echter consequenties voor het contact- en uitbraakonderzoek en de daaruit voortvloeiende maatregelen:

  • Omdat kinderen geen 1,5 meter afstand tot elkaar hoeven te houden, is het praktisch niet uitvoerbaar voor de GGD om te bepalen welke kinderen meer dan 15 minuten binnen 1,5 meter afstand tot de index zijn geweest.
  • Kinderen, met name op de middelbare school, hebben heel veel verschillende contacten doordat ze les hebben in wisselende klassen met wisselende plattegronden. Daarnaast sporten zij in wisselende groepjes, en hebben ze buiten school veel onderling contact in wisselende samenstellingen. Hierdoor kan 1 kind met COVID-19 veel nauwe contacten hebben wat tot grootschalige quarantaine zou leiden, wat buitenproportioneel wordt gevonden vanwege het lage risico op secundaire transmissie.
     

* Dit geldt voor alle kinderen in kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, en het primaire onderwijs (t/m groep 8), ongeacht hun leeftijd. Ook gelden deze regels voor kinderen van dezelfde groep van een buitenschoolse activiteit (zoals sport, muziek, toneel, scouting, zomerkampen). Dit houdt in dat als het merendeel van een groep 0 t/m 12 jaar is, dezelfde regels gelden voor een kind wat ouder is dan 12 jaar.

** Dit geldt voor alle kinderen in het voortgezet onderwijs (VMBO, HAVO en VWO). Ook gelden dezelfde regels voor kinderen van dezelfde groep van een naschoolse activiteit (zoals sport, muziek, toneel, scouting, zomerkampen). Dit houdt in dat als het merendeel van de groep 13 tot 18 jaar is, dezelfde regels gelden voor een kind die buiten deze leeftijdsgroep valt. Studenten op het MBO, HBO, of de universiteit houden WEL 1,5 meter afstand tot medestudenten en volwassenen, ook als zij onder de 18 jaar zijn.

Contactonderzoek bij kinderen <18 jaar met COVID-19

Kinderen hoeven onderling geen afstand te houden en hebben op school, sport en andere georganiseerde groepsactiviteiten en in hun vrije tijd veel contact met leeftijdsgenoten. COVID-19 komt minder vaak voor bij kinderen, er is minder transmissie tussen kinderen en van kinderen naar volwassenen. Wel zien we een hogere, toenemende incidentie en transmissie bij kinderen naarmate ze ouder worden, met name in de leeftijd van 15-18 jaar.

Vanwege bovenstaande is ervoor gekozen om de (niet huishoud)contacten jonger dan 18 jaar van een index <18 jaar allemaal te beschouwen als overig (niet nauw) contact (cat 3), tenzij het contacten betreft die 13-18 jaar oud zijn. Zij worden wél als overig nauw (cat 2) beschouwd als zij in hun vrije tijd (buiten sport of ander georganiseerde groepsactiviteiten) geweest zeer frequent en intensief contact hebben gehad. Voorbeelden zijn jongeren die bij elkaar thuis komen, met elkaar uitgaan of veel vrije tijd met elkaar doorbrengen.

Voor volwassen (≥ 18 jaar) contacten van een index < 13 jaar is het beleid conform het BCO protocol: personen waarmee echt frequent en intensief contact is geweest in de besmettelijke periode worden als overig nauw contact beschouwd. Hieronder vallen bijvoorbeeld groepsleiders op kinderdagverblijven of oppasoma’s die uitgebreid met het kind knuffelen en het kind verzorgen.

Voor volwassenen contacten van een index van 13-18 jaar oud, geldt dat zij volgens het protocol BCO worden ingedeeld als categorie 2- of 3-contact.

Overzicht indeling contacten
  Blootgesteld contact =
volwassene
Blootgesteld contact =
0 t/m 12 jaar
Blootgesteld contact =
13 - 18 jaar
Index = volwassene Volgens BCO-protocol Volgens BCO-protocol Volgens BCO-protocol
Index =
0 t/m 12 jaar
Categorie 3, tenzij echt frequent en intensief contact in de besmettelijke periode Categorie 3 Categorie 3, tenzij in de vrije tijd frequent en intensief contact
Index =
13 - 18 jaar
Volgens BCO-protocol Categorie 3 Categorie 3, tenzij in de vrije tijd frequent en intensief contact


Er 
zijn geen aanpassingen in de maatregelen voor categorie 1- en 3-contacten van kinderen < 18 jaar. Hieronder werken we dit nader uit.

Testbeleid, contactonderzoek en maatregelen per scenario A t/m G

Volwassenen die werken met groepen kinderen

A. Een medewerker meldt zich ziek en heeft een verdenking van COVID-19

1. Testbeleid en maatregelen medewerker

De medewerker gaat niet werken, laat zich testen op COVID-19 en blijft daarna thuis in isolatie in afwachting van de testuitslag.

B. Een medewerker wordt gemeld bij de GGD als bevestigde COVID-19

1. Maatregelen medewerker

De medewerker blijft thuis in isolatie.

2. Testbeleid en maatregelen contacten

De GGD doet in samenwerking met de school-/sport-/kampleiding en evt. de jeugdarts bron- en contactonderzoek rondom de medewerker.

Voor de contacten van de medewerker binnen de school, sportgelegenheid, het kindercentrum, het kamp of andere buitenschoolse activiteit geldt dat:

  • volwassenen en kinderen (0-18) die langdurig contact (> 15 minuten) op < 1,5 meter afstand hadden met de medewerker, of een hoogrisicoblootstelling van < 15 minuten hadden, als een categorie 2-contact (overige nauwe contacten) worden beschouwd. Deze contacten blijven thuis, categorie 2-contacten die 0 t/m 12 jaar zijn, mogen wel naar kinderopvang/school/BSO en/of sporten, mits zij geen klachten hebben;
  • volwassenen en kinderen (0-18) die langdurig contact (> 15 minuten) op > 1,5 meter afstand contact hadden met de medewerker, in dezelfde ruimte, bijvoorbeeld in de klas of tijdens vergaderingen, als een categorie 3-contact (overige (niet nauwe) contacten) worden beschouwd en naar school mogen of doorwerken;
  • overige personen zonder contact met de medewerker buiten het contactonderzoek vallen.

Kinderen op kinderopvang/school/sportclub/scouting

C. Een kind meldt zich ziek en heeft een verdenking van COVID-19

1. Testbeleid en maatregelen kind

Tot 4 jaar en basisschoolleeftijd: Het kind mag naar de kinderopvang of andere vormen van kinderopvang én naar de basisschool als het alleen verkoudheidsklachten (zoals loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn). Zij gaan niet naar andere activiteiten. Er zijn een aantal uitzonderingen waarbij het kind wel thuis moeten blijven bijvoorbeeld verkoudheidsklachten met andere klachten, die bij COVID-19 kunnen passen (zoals benauwdheid, (meer dan incidenteel) hoesten en koorts), zie https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen. Kinderen t/m 12 jaar met klachten worden tijdelijk niet getest. Er zijn enkele situaties waarbij een uitzondering wordt gemaakt, zie https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen. Bij kinderen onder 8 jaar die een indicatie hebben voor een test kan overwogen worden om PCR te verrichten op speeksel en feces in plaats van een keel- en neusswab. Neem hiervoor eerst contact op met het microbiologisch laboratorium of dat daar mogelijk is en op welke manier het speeksel en/of feces verzameld moet worden. Zie paragraaf diagnostiek LCI-richtlijn COVID-19

13-18 jaar (voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs): Een kind van 13 tot 18 jaar gaat bij klachten passend bij COVID-19 niet naar school, en laat zich testen en blijft daarna thuis in isolatie in afwachting op de testuitslag.

2. Testbeleid en maatregelen contacten

Met contacten binnen de school, sportgelegenheid, het kindercentrum, het kamp of andere buitenschoolse activiteit (medewerkers en kinderen) hoeft in principe niets te gebeuren. Huisgenoten van een kind (0 tot 4 jaar en basisschoolleeftijd) met milde klachten passend bij COVID-19 hoeven niet thuis te blijven mits het kind geen koorts en/of benauwdheid heeft en mits zij zelf geen klachten hebben.
Als een kind  (0 tot 4 jaar en basisschoolleeftijd) naast milde klachten passend bij COVID-19 ook koorts en/of benauwdheid heeft, dan moeten de huisgenoten wél thuisblijven.
Voor huisgenoten van een kind van 13 t/m 18 jaar met klachten, zie de
informatie op Rijksoverheid.

D. Een kind wordt gemeld bij de GGD als bevestigd geval van COVID-19

1. Testbeleid en maatregelen kind

Het kind blijft thuis in isolatie.

2. Testbeleid en maatregelen contacten

De GGD doet in samenwerking met de school-/sport-/kampleiding en evt. de jeugdarts  bron- en contactonderzoek rondom het kind. Vraag de blootstelling uit. Dit is haalbaar en traceerbaar als kinderen vaste plaatsen in de groep/klas hadden, vaste begeleiders hadden en zo veel mogelijk met vaste groepen omgingen. Voor de contacten van het kind binnen de school, sportgelegenheid, het kindercentrum, het kamp of andere buitenschoolse activiteit (medewerkers en kinderen):

Index is 0 tot 4 jaar en basisschoolleeftijdAlle contacten (kinderen en volwassen) worden in principe beschouwd als categorie 3 contact, ongeacht de duur en aard van het contact met de index en mogen naar school of doorwerken. De GGD kan in individuele gevallen besluiten een contact toch als categorie 2 contact te beschouwen, bijvoorbeeld in geval van een duidelijke hoogrisicoblootstelling of een contact wat langdurig in het huishouden aanwezig is geweest (logeren). Ook volwassenen die frequent en intensief contact hebben met de index, volgen het beleid van categorie 2 contacten. Hieronder vallen bijvoorbeeld groepsleiders op kinderdagverblijven of oppasoma’s die uitgebreid met het kind knuffelen en het kind verzorgen

Index is 13-18 jaar: Alle contacten (kinderen) op school, sport, kamp of andere georganiseerde activiteiten worden in principe beschouwd als categorie 3 contact en mogen naar school. Contacten (13-18) die in de vrije tijd intensief contact hebben gehad met de index, worden wél als categorie 2 contact beschouwd. Denk hierbij aan veel vrije tijd samen doorbrengen, samen uitgaan. Ook volwassenen die langdurig (> 15 minuten) op < 1,5 meter afstand contact hadden met de index, of een hoogrisicoblootstelling van < 15 minuten hadden, worden als een categorie 2-contact (overige nauwe contacten) beschouwd.  Volwassenen die langdurig (> 15 minuten) op > 1,5 meter afstand in dezelfde ruimte contact hadden met het kind, bijvoorbeeld in de klas of tijdens vergaderingen, worden als een categorie 3-contact (overige (niet nauwe) contacten) beschouwd en mogen doorwerken.

Overige personen zonder contact met het kind vallen buiten het contactonderzoek.

E. De school meldt (een vermoeden van) een uitbraak in een groep/klas of school

1. Beleid school/kindercentrum

De school/het kindercentrum stelt de IZB-arts (en de jeugdarts) van de betreffende GGD op de hoogte van ( een vermoedden van) een uitbraak. In overleg met de GGD informeert de school zo nodig de ouders dat de GGD contact met hen opneemt.

2. Testbeleid en maatregelen

De GGD adviseert om de zieke kinderen/medewerkers te laten testen op COVID-19 en thuis te blijven in isolatie in afwachting van de testuitslag.

  • In geval van een negatieve test: de personen mogen naar school
  • Indien 1 positieve test: scenario B of D.
  • In geval van meerdere positieve testen in de groep, klas of school: scenario F.

F. Cluster/uitbraak-scenario: meerdere medewerkers en/of kinderen zijn positief getest of worden gemeld bij de GGD met bevestigde COVID-19

1. Testbeleid en maatregelen
  • De GGD doet, in samenwerking met de leiding de school of buitenschoolse activiteit, bron- en contactonderzoek rondom de positieve medewerkers en/of kinderen.
  • Onder leiding van de IZB-arts start de betreffende GGD een uitbraakonderzoek om de situatie in kaart te brengen.
  • De GGD adviseert over eventuele informatieverstrekking aan de ouders.
  • Van overige medewerkers en kinderen wordt geregistreerd of ze klachten hebben en of ze getest zijn of kunnen worden. Afhankelijk van de context wordt alleen de groep/klas of worden meerdere groepen/klassen bevraagd.
  • Overweeg in het VO om bij een uitbraak met transmissie in een groep of klas om de groeps/klasgenoten die meer dan 15 minuten binnen 1,5 meter van de personen met COVID-19 waren, wel als categorie 2-contacten te beschouwen, zij blijven dan wel thuis .
  • I.o.m. de school (voortgezet onderwijs) kunnen praktische aanvullende maatregelen worden overwogen: scenario G.
2. Uitbraakonderzoek en WGS
  • Overweeg ook om op alle positieve monsters WGS (sequensen is mogelijk bij Ct-waarden van 32 of lager) uit te laten voeren, om het cluster fylogenetisch te bevestigen dan wel uit te sluiten en een mogelijke bron in beeld te brengen. In het geval van veel positieve monsters kan overwogen worden om slechts een deel van de monsters te sequensen. GGD’en kunnen voor overleg hierover en de praktische uitvoering contact opnemen met de LCI.
  • Overweeg om bij een grote uitbraak ook asymptomatische kinderen en medewerkers te testen. GGD’en kunnen met de LCI overleggen om tot een keuze te komen.

G. Praktische aanvullende maatregelen bij clusters en verhoogde regionale verspreiding regio (zorgelijk of ernstig)

In de handreiking Maatregelen bij clusters en regionale verspreiding wordt bij wijdverspreide community transmissiescenario C  o.a. als mogelijk aanvullende maatregel het sluiten van scholen als optie genoemd. Doel is dit te voorkomen

Onderstaande opties (in volgorde van prioriteit) zijn als handvatten bedoeld voor- in eerste instantie- de school zelf, zo nodig in overleg met de GGD, om verspreiding te beperken indien er een cluster of uitbraak plaatsvindt. Dit zijn suggesties en bedoeld als aanvulling op de bestaande maatregelen zoals opgenomen in de PO en VO protocollen en bedoeld voor het vormen van een beleid op maat passend bij de context van de school en het gebouw.

Suggesties voor te nemen maatregelen:
  1. Controle van de implementatie en uitvoering van de bestaande hygiënemaatregelen. Zowel persoonlijke hygiënemaatregelen als schoonmaak/ventilatie maatregelen. Borgen 1,5 meter afstand tussen volwassen medewerkers en instructies die gelden voor de algemene populatie (thuisblijven bij klachten , testen, volgen quarantaine advies)
  2. Bijeenkomsten op school tussen volwassenen (oudergesprekken, vergaderingen of vieringen) niet meer fysiek laten plaatsvinden
  3. Voorkomen van crowding en het houden van zoveel mogelijk afstand onderling/social distancing in de klaslokalen en het schoolgebouw.

    a. Cohortering van leerlingen, bijvoorbeeld door het instellen van koppels. Hiermee wordt eventuele verspreiding beperkt en helpt bij BCO bij een uitbraak. Een ander voorbeeld is het instellen van vaste plekken in een lokaal.
    b. Het beperken van het aantal leerlingen dat tegelijk gebruik maakt van centrale ruimtes, zoals garderobes, aula’s en kantines, door bijvoorbeeld gespreide pauzetijden of een dagelijks wisselend deel van de klassen de pauze in het eigen klaslokaal te laten doorbrengen.
    c. Het instellen van gespreide start- en eindtijden van de lessen. Hiermee wordt voorkomen dat veel leerlingen tegelijkertijd door de gangen lopen en onderling contact hebben. Een andere mogelijkheid is het scheiden van de roosters of lestijden van de onder- en bovenbouw.
    d. Het maken van aparte ingangen voor verschillende niveaus/klassen om het onderlinge contact tussen leerlingen te beperken. Aanbrengen van vaste looproutes of looppaden.
    e. Ontmoedigen klassenroulatie, bij voorkeur leraarroulatie Indien mogelijk, leraren van lokaal laten wisselen tussen de lessen in plaats van de leerlingen.

  4. Instellen van 1,5 meter afstand tussen leerlingen in de klaslokalen en het schoolgebouw.
  5. Bewegingsonderwijs en praktijkonderwijs waarbij geen 1,5 meter afstand gewaarborgd kan worden (tijdelijk) uitstellen of stopzetten.
  6. Het verminderen van de bezettingsgraad van de school, bijvoorbeeld halve dagen les op school of kleinere/ halve klassen.
  7. et organiseren van meer digitaal onderwijs, bijvoorbeeld bij veel thuisblijvende leraren of leerlingen. Dit kan ook een oplossing bieden bij een verminderde bezettingsgraad van de school.
Niet-medische mondneusmaskers /mondkapjes

Met betrekking van mondkapje kan het beleid van de overheid worden gevolgd. 

Dit zegt het VO protocol zelf hierover:  Een school kan aanvullende maatregelen invoeren, zoals een mondkapjesplicht. Een mondkapjesplicht is volgens de huidige medische inzichten niet nodig op school. Als een school een dergelijke plicht toch invoert, geldt wel een aantal voorwaarden. De school moet de noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit ervan kunnen onderbouwen. De plicht moet dan worden vastgesteld in het leerlingenstatuut en de arbeidsvoorwaarden. Daarbij moet in elk geval de medezeggenschap betrokken worden. Het schoolbestuur moet ook rekening houden met de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de plicht. Bij het handhaven van de mondkapjesplicht zal de school zorgvuldig de proportionaliteit in acht moet nemen: het belang van de leerplicht weegt immers ook zwaar. Het is daarom belangrijk dat de school hier een goed gesprek over voert met leerlingen, ouders en personeel. Voorts dienen scholen elkaar niet te verrassen en strekt het tot aanbeveling de scholen in de omgeving te informeren over het instellen van dergelijke maatregelen.

Overwegingen beleid bij kinderen

De epidemiologie en transmissie bij kinderen verloopt anders dan bij volwassenen. Zie Kinderen en COVID-19. De verspreiding van SARS-CoV-2 onder kinderen of van kinderen naar volwassenen komt minder vaak voor dan onder volwassenen of van volwassenen naar kinderen.

Voor kinderen (<18 jaar) met onderliggend lijden geldt dat zij geen verhoogd risico hebben op een ernstig verloop van COVID-19. Zodoende geldt bovenstaande voor alle kinderen.

Bij de LCI zijn tot nu toe (10 juli 2020) 10 verdenkingen van clusters van SARS-CoV-2 op scholen gemeld. Hier bleken in twee gevallen daadwerkelijk clusters op scholen te zijn. Één cluster betrof een groep 6 van een basisschool, waar in eerste instantie een docent positief testte. In de 10 dagen erna werden 5 kinderen in groep 6 positief getest op SARS-CoV-2. Het tweede cluster betrof 5 positief geteste leraren van een basisschool, waarbij het cluster middels sequencing werd bevestigd. Geen van de leerlingen van de school werden ziek en/of positief op SARS-CoV-2 getest. 

Referenties

Versiebeheer

  • 09-10-2020: De handreiking is aangepast aan het gewijzigde thuisblijf- en testbeleid voor neusverkouden kinderen van 0-4 jaar en op de basisschool. Het beleid ten aanzien van contacten <18 jaar van een index <18 jaar met COVID-19 gewijzigd (beleid per 2 oktober 2020); in principe worden alle contacten <18 jaar als een overig, niet nauw contact (categorie 3, zie ook informatiebrief) beschouwd, tenzij het gaat om kinderen in de middelbareschoolleeftijd die in hun vrije tijd frequent en intensief contact met elkaar hebben gehad. Paragraaf G is toegevoegd met praktische aanvullende maatregelen die scholen kunnen implementeren bij clusters en verhoogde regionale verspreiding.
  • 28-09-2020: Link voor uitzonderingen ingevoegd in 'Kinderen t/m 12 jaar mogen naar de kinderopvang of andere vormen van kinderopvang én naar de basisschool als zij alleen verkoudheidsklachten hebben zonder koorts. Hierop zijn uitzonderingen, zie https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen.'
  • 25-09-2020: link Rijksoverheid.nl/quarantaine.
  • 19-09-2020: aangepast n.a.v. gewijzigde beleid thuisblijven bij klachten voor kinderen t/m 12 jaar.
  • 04-09-2020: aangepast bij uitgangspunten: de voorwaarde minimaal 48 uur koortsvrij is verwijderd in 'De positief geteste persoon blijft thuis tot minimaal 7 dagen na de start van de symptomen en tot de persoon ten minste 24 uur symptoomvrij is'. 
  • 03-09-2020: Onder 'Testbeleid en maatregelen contacten' is aangepast: kinderen t/m 12 jaar mogen wel naar kinderopvang/school/bso en sporten (niet meer vanaf 4 jaar).
  • 05-08-2020: Verduidelijking quarantainebeleid voor kinderen als ‘overige nauwe contacten’: leeftijd 4 t/m 12 jaar in plaats van ≤ 12 jaar. (Toelichting: de uitzondering voor het quarantainebeleid voor kinderen in categorie 2, overige nauwe contacten, geldt alleen voor kinderen in de leeftijd 4 t/m 12 jaar. De reden hiervoor is het welzijnsprincipe, het belang van school- en sportparticipatie is in deze leeftijdsgroep groter dan het risico op eventuele verspreiding. Dit geldt niet voor kinderen in de andere leeftijdsgroepen.)
  • 20-07-2020: Handreiking is uitgebreid naar alle kinderen van 0 tot 18 jaar. Uitgebreide herziening van de handreiking.
  • Ook bij uitgangspunten vermeld: Indien de test negatief is en kinderen alleen neusverkouden zijn of een snotneus hebben en verder niet ziek zijn, mogen zij naar school of kindercentrum en hoeven zijn niet thuis te blijven.
  • 18-06-2020: Onder scenario E, punt 1: "de school informeert..." aangepast naar "in overleg met de GGD informeert de school zo nodig..."
  • 11-06-2020: Eerste versie.