Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 t/m 12 jaar)

Bijlage bij de LCI-richtlijn COVID-19 | Versie 14 oktober 2021 | (versiebeheer zie onderaan pagina) | Zie ook Handreiking contact en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen 13 tot 18 jaar (VO)

Deze handreiking is bedoeld om GGD’en te ondersteunen bij het bron en contactonderzoek (BCO) en het nemen van maatregelen op kinderopvang of school* wanneer een kind (0 t/m 12 jaar)** of een medewerker die werkt met kinderen in deze leeftijd positief is getest op COVID-19. Deze handreiking sluit aan bij het Protocol Bron- en contactonderzoek, waarin beschreven is wie als contacten van een besmettelijke persoon worden aangemerkt, en wat de maatregelen en adviezen zijn voor deze contacten. In deze handreiking wordt dit nader uitgewerkt voor de kinderopvang en scholen, en wordt de motivatie voor de maatregelen beschreven.

Deze handreiking kan door de GGD ook als leidraad worden gebruikt voor contact- en uitbraakonderzoek bij zomerkampen en andere soortgelijke jeugdactiviteiten.

* In deze handreiking wordt de algemene term ‘kinderopvang’ bedoeld voor dagopvang, voor- en buitenschoolse opvang en gastouderopvang, en wordt ‘school’ voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs gebruikt.

** De leeftijden van kinderen in de kinderopvang (0-12 jaar) en PO (4-12 jaar) zijn (deels) verschillend. Voor een kind dat naar de kinderopvang gaat, gelden de regels van de kinderopvang ongeacht de leeftijd. Datzelfde geldt voor kinderen die naar PO gaan.

Algemene uitgangspunten

  • COVID-19 is een meldingsplichtige infectieziekte groep A veroorzaakt door SARS-CoV-2, die door de aanvrager en het laboratorium aan de GGD gemeld moet worden bij een bevestigde besmetting.
  • Daarnaast geldt dat potentieel ernstige aandoeningen aan de luchtwegen van vermoedelijk infectieuze aard in instellingen voor kwetsbare groepen gemeld worden volgens artikel 26 van de Wet publieke gezondheid. Concreet houdt dit in dat basisscholen en kindercentra de GGD in ieder geval op de hoogte brengen als er 3 of meer kinderen of medewerkers in een groep zijn met een verdenking op COVID-19.
  • Voor de uitvoering van meldingen van COVID-19 (verdachte/bevestigde) personen maken GGD’en vooraf afspraken met de kinderopvang en scholen in de regio. Zie ‘Melden door school/kinderopvang’, waarbij het in de praktijk geadviseerd wordt bij 1 geval al de GGD te informeren.
  • Om eventuele verspreiding van het virus onder kinderen en medewerkers tegen te gaan, kan een school of kinderopvang maatregelen nemen om de kans op transmissie op school zo klein mogelijk te houden. Zie hiervoor het Generiek kader Kinderopvang en scholen (0-12 jaar).
  • Voor iedereen in Nederland gelden basisregels over het openbaar en dagelijks leven. Zie de actuele informatie op Rijksoverheid.nl.

Testbeleid, isolatie en quarantaine

Periodiek (preventief) zelftesten

In het nieuwe schooljaar (2021-2022) wordt het periodiek (preventief) testen voortgezet.
 

  • Periodiek (preventief) zelftesten van niet-immune* medewerkers (zonder klachten) in het onderwijs wordt door de medewerkers twee keer per week thuis uitgevoerd. Hiervoor is geen afstemming met de GGD nodig. De testen worden beschikbaar gesteld door de school. De instructie is om bij een positieve uitslag thuis in isolatie te gaan en een afspraak te maken voor een confirmatietest bij de GGD.
     

* Voor uitleg van de begrippen immuun/niet-immuun zie hieronder.

Definitie ‘immuun’
 

De maatregelen en adviezen verschillen per soort contact en zijn afhankelijk of iemand in het kader van het BCO als niet-immuun of immuun wordt beschouwd. Bij het BCO wordt een persoon als immuun voor SARS-CoV-2 beschouwd als deze:
•    14 dagen of langer geleden een vaccinatieserie heeft afgerond van Comirnaty (Pfizer), Spikevax (Moderna) of Vaxzevria (AstraZeneca); OF
•    14 dagen of langer geleden 1 dosis van een van deze vaccins heeft gekregen na een doorgemaakte SARS-CoV-2-infectie; OF
•    28 dagen of langer geleden het Janssen-vaccin heeft gekregen; OF
•    COVID-19 heeft doorgemaakt minder dan 6 maanden geleden.

Overwegingen beleid bij jonge kinderen (0-12 jaar)

Bij kinderen die besmet raken met dit virus, verloopt een besmetting over het algemeen mild. Dit geldt ook voor kinderen met een chronische ziekte of aandoening. Ze worden niet, of slechts kort, en niet ernstig ziek (zie de NVK-website voor meer informatie). Ook de epidemiologie en transmissie bij kinderen verloopt anders dan bij volwassenen. Over het algemeen geldt: hoe jonger het kind, hoe kleiner de rol bij de verspreiding van het virus. Dit geldt zowel voor de klassieke virusvariant als voor de meer besmettelijke virusvarianten die sinds eind 2020 in Nederland circuleren. Wel is het zo dat alle leeftijdsgroepen bij de meer besmettelijke varianten het virus meer verspreiden dan bij de oude varianten. Zie Kinderen, school en COVID-19. Ook zien we een hogere, toenemende incidentie en transmissie bij kinderen naarmate ze ouder worden, met name in de leeftijd van 15 t/m 17 jaar.

Voor jonge kinderen gelden andere maatregelen dan bij kinderen van 13 jaar en ouder, omdat:

  • jonge kinderen een beperkte rol lijken te spelen in de transmissie van SARS-CoV-2;
  • (fysieke) deelname aan onderwijs, sporten en andere activiteiten belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen;
  • kinderen (<18 jaar) met onderliggend lijden geen verhoogd risico hebben op een ernstig verloop van COVID-19, ongeacht het onderliggend lijden.  

Contactonderzoek op kinderopvang en school

Wanneer een persoon (leerling of medewerker) positief is getest voert de GGD bron- en contactonderzoek (BCO) uit, zowel buiten als binnen de kinderopvang of school. Op de kinderopvang of school doet zij dit in samenwerking met de school of kinderopvang.

Samenwerking en communicatie met de school/kinderopvang en GGD-scholenteams

GGD-scholenteams

De GGD’en hebben een GGD-scholenteam samengesteld. Het heeft de voorkeur dat vanuit de GGD de afdeling infectieziektebestrijding en de afdeling jeugdgezondheidszorg hierbij nauw samenwerken. Scholenteams kunnen ook ondersteunen bij uitbraakonderzoek. Het doel van een GGD-scholenteam is goede samenwerking tussen de JGZ en IZB binnen de GGD voor:

  • eenduidige communicatie;
  • eenduidig aanspreekpunt voor een kinderopvang of school en voor de GGD;
  • de rol van de jeugdarts: scholen en kinderopvang kunnen met vragen terecht bij de jeugdarts en jeugdverpleegkundige die bekend is op de kinderopvang of de school. De jeugdgezondheidszorg is een laagdrempelige vraagbaak. De jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen denken mee over specifieke situaties, vragen en onrust van medewerkers en/of ouders en stemmen af met Infectieziektebestrijding (medewerkers BCO, hygiëneadviseurs) over eventuele aanvullende maatregelen. Daarnaast blijven zij in contact met ouders, kinderen en jongeren. Zie de AJN-website voor meer informatie.

Melden door school/kinderopvang

Bij een of meerdere positief geteste kinderen of medewerkers is het van belang dat de GGD en de directie en/of het schoolbestuur in contact treden om de te nemen adviezen en maatregelen te bespreken. Er zit een tijdsinterval tussen de uitslag van een positieve test en de uitvoering van het BCO door de GGD. Hierdoor is een kinderopvang of school vaak eerder dan de GGD op de hoogte dat een kind of medewerker positief getest is voor COVID-19 (via ouders), en ook dat er iemand verdacht van COVID-19 is (door ziekmelding). Scholen, kinderopvangcentra en GGD’en worden gevraagd afspraken te maken om bij een COVID-19-(verdacht) geval laagdrempelig contact met elkaar op te nemen om adviezen af te stemmen. Hetzelfde geldt voor het vroeg opmerken van mogelijk gerelateerde gevallen.

Afspraken vooraf met school/kinderopvang

Ook als er nog geen besmettingen zijn geweest is het goed om van tevoren met de school/ kinderopvang contact te hebben over en op de hoogte te zijn van de invulling van de algemeen genomen maatregelen op de locatie en het geldende protocol van de kinderopvang of school. Voor kinderopvang en scholen is er een Generiek kader Kinderopvang en scholen (0-12 jaar) waarin de maatregelen beschreven zijn die een school kan nemen om de kans op transmissie zo klein mogelijk te houden. Bovendien worden de kinderopvang en scholen geadviseerd via hun eigen sector een eigen stappenplan (handelingsperspectief) te maken. Scholen/kinderopvang worden gevraagd de maatregelen die zij nemen en het geldende handelingsperspectief/protocol met (het scholenteam van) de GGD te delen, om zo eventueel toekomstig BCO voor te bereiden en daarbij samen afspraken te maken over:

  • de geldende (preventieve) maatregelen en het protocol van de school en van de opvang;
  • het aanspreekpunt vanuit de opvang of school en het aanspreekpunt vanuit de GGD. Vaak zal dit iemand van de Jeugdgezondheidszorg zijn (de jeugdarts of jeugdverpleegkundige);
  • de procedure bij besmettingen op de opvang of school;
  • de communicatie van (ziek)meldingen van positief geteste medewerkers/kinderen tussen de opvang of school en GGD;
  • indien van toepassing: de uitvoering van het BCO door de GGD en de rol van de opvang of school daarbij, bijvoorbeeld het bijhouden van klassenindelingen, dagelijkse presentielijsten per klas/groep;
  • indien van toepassing: de maatregelen t.a.v. quarantaine en testbeleid;
  • de stappen die ondernomen moeten worden en de besluitvorming bij meerdere besmettingen of uitbraken, advies en ondersteuning bij preventieve maatregelen: duidelijke afspraken over met welke klachten een kind wel of niet naar school/kinderopvang mag/zich laat testen (onafhankelijk van of een kind (nauw) contact is).

Uitvoering van BCO bij 1 (of 2) positief getest(e) kind(eren)/medewerker(s)

De GGD en school/kinderopvang nemen contact met elkaar op en stellen de dagen vast waarvoor het contactonderzoek geldt afhankelijk van de aanwezigheid van de besmette persoon ('index') op school/kinderopvang (zie LCI COVID-19-richtlijn voor de besmettelijke periode). De school/kinderopvang maakt een lijst van de aanwezige personen met wie de index in deze periode in contact is geweest (de 'contacten').

Bij het contactonderzoek worden contacten op school of de opvang ingedeeld op basis van de aard van het contact dat zij hadden. Hierbij zijn onderlinge afstand en duur van het contact belangrijke criteria:

  • Huisgenoten (categorie 1) zijn: broertjes of zusjes van de index, of andere personen die met de index een huishouden delen. Zie voor de maatregelen rondom huisgenoten het BCO-protocol, deze zijn niet opgenomen in deze handreiking.
  • Overige nauwe contacten (categorie 2) zijn alle klas- of groepsgenoten, en medewerkers die nauw contact hebben gehad met de index (bijv. de groepsdocent). Nauwe contacten buiten opvang of school zijn vaak bij de (ouders/verzorgers van het) kind bekend, en worden bij de index en/of diens ouders/verzorgers uitgevraagd. 
  • Overige (niet nauwe) contacten (categorie 3) zijn alle medewerkers en kinderen uit andere klassen of groepen die meer dan 15 minuten in dezelfde ruimte (klaslokaal, koffieruimte etc.) waren met de besmettelijke persoon op een afstand van 1,5 meter of meer. En ook de kinderen of medewerkers die contact hadden met de besmettelijk persoon op minder dan 1,5 meter, maar korter dan 15 minuten.
  • Kinderen en volwassenen buiten de eigen klas of groep met wie de index heeft buitengespeeld, of mogelijk contact heeft gehad tijdens andere activiteiten zoals een schoolreisje, worden niet automatisch als contact beschouwd. Alleen als er duidelijke aanwijzingen zijn dat het kind of de volwassene contact heeft gehad met de index, bijvoorbeeld als de leraar aangeeft dat zij langdurig, intensief samen hebben gespeeld, of in dezelfde bus hebben gezeten, wordt het kind of de volwassene beschouwd als nauw of overig (niet nauw) contact, op basis van een inschatting van de afstand en duur van het contact. 
     

Zie ook het BCO-protocol.

Quarantainebeleid

Kinderen van 0 t/m 3 jaar hoeven per 15 oktober niet meer in quarantaine als zij een huisgenoot (categorie 1) of nauw contact (categorie 2) zijn van iemand met COVID-19. Dit geldt voor contact zowel binnen als buiten de kinderopvang. Wel krijgen zij het advies om bij het ontstaan van klachten thuis te blijven en te testen. Zie ook het BCO-protocol.

Kinderen van 4-12 jaar die nauwe contacten (categorie 2) zijn van een index op school of kinderopvang hoeven per 20 september 2021 niet meer in quarantaine, ongeacht of de index een kind of medewerker is. Dit betekent dat alle klas- en groepsgenoten van een positieve index in principe allemaal naar school en opvang kunnen. De reden hiervoor is dat de immuniteit onder volwassenen (medewerkers, ouders, grootouders) en ook adolescenten (medewerkers, stagairs, broers en zussen) is gestegen door de vaccinatiecampagne. Daarmee is de kans op ziekte van deze (oudere) contacten van kinderen, alsook verdere transmissie in de samenleving, veel kleiner geworden.

Wel blijft het mogelijk dat kinderen elkaar besmetten. Echter bij kinderen verloopt een SARS-CoV-2-infectie over het algemeen mild. De maatregel om een hele klas in quarantaine te zetten en daarmee het onderwijs te onderbreken, terwijl een besmetting bij een kind geen of weinig gevolgen heeft voor ziekte in de omgeving of de epidemie in het algemeen wordt niet meer proportioneel beschouwd.

Dit betekent niet dat kinderen jonger dan 13 jaar nooit een quarantaine-advies krijgen.  

Situaties waarbij wel een quarantaine-advies geldt:

  • Kinderen van 4-12 jaar die een huisgenoot hebben met COVID-19 of die in nauw contact zijn geweest in de privésfeer (bijvoorbeeld als ze bij de besmette leerling thuis hebben gespeeld of gelogeerd); de advisering hierover verloopt altijd via de GGD.
  • Bij uitbraken met meerdere besmettingen in een groep of klas; de advisering hierover verloopt altijd via de GGD.
  • Voor niet-immune medewerkers in de kinderopvang en school geldt dat zij een quarantaine-advies krijgen indien zij nauw contact zijn van een index.

De quarantaine duurt in principe 10 dagen na het laatste contactmoment met de besmettelijke persoon (index). Als de test op of na dag 5 na het laatste contactmoment negatief is, kan de quarantaine worden opgeheven, (zie ook het BCO-protocol). 

Bijzondere situaties

De meeste kinderen met een chronische ziekte of aandoening kunnen ‘gewoon’ naar school. Alleen in zeldzame situaties zijn aangepaste adviezen nodig. De behandelend (kinder)arts zal dit bespreken of heeft besproken met het kind en diens ouders/verzorgers (zie NVK - Documenten COVID-19).

Indien een kind als groeps- of klassencontact van een besmettelijk index wordt aangemerkt, en leeft in een huishouden met onvoldoende beschermde personen* met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19 kan een advies op maat door de GGD nodig zijn. In overleg met de ouder(s) kan het advies zijn dat het kind thuisblijft en zich laat testen bij de GGD teststraat op dag 5 na de blootstelling. Het kind kan dan weer naar school of opvang als na 7 dagen nadat de besmettelijke persoon voor het laatst op school of opvang is geweest er geen andere kinderen positief zijn bevonden in de groep of klas. Hoewel besmetting niet uitgesloten kunnen worden, omdat kinderen weinig symptomatisch zijn, kan op die manier de kans op besmetting voor de kwetsbare huisgenoot verkleind worden. Het is van belang goed te kijken of een dergelijk advies gerechtvaardigd is, gezien het belang van onderwijs voor het kind.  

*Tot de onvoldoend beschermde personen met een verhoogd risico op ernstig beloop behoren:

1. Personen met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19 die niet gevaccineerd zijn;

2. Personen met een verhoogd risico op ernstig beloop van COVID-19 door een ernstig gestoorde afweer (vanwege onderliggende medische conditie of afweer-onderdrukkende geneesmiddelen) met onvoldoende immuunrespons op COVID-19-vaccinatie die in aanmerking komen voor een derde vaccinatie.

Testen bij klachten

Voor alle contacten geldt het dringende advies om bij het ontstaan van klachten passend bij corona tijdens de 10 dagen na het contact met de besmettelijke persoon, ook bij alleen verkoudheidsklachten , zich te laten testen, ook als een eerdere test negatief was. Dit geldt voor zowel het kind of de medewerker als voor immune en niet-immune personen van alle leeftijden. 

Informatiebrieven

De GGD adviseert over eventuele informatieverstrekking door de school aan de ouders/verzorgers van nauwe contacten in de klas of groep van de besmettelijke index.  De (ouders/verzorgers van deze) contacten worden per brief geïnformeerd dat zij contact hebben gehad met de besmette persoon op school/kinderopvang. Zij worden verzocht tot 10 dagen na het laatste contact met de besmette persoon op klachten te letten, bij klachten thuis te blijven en zich te laten testen bij de GGD teststraat.

Ook de medewerkers die als nauw contact worden aangemerkt, ontvangen via de school hierover informatie en adviezen.

Tabel Maatregelen voor kinderen 0-12 jaar (t/m groep 8) en medewerkers bij een besmettelijke index in het primair onderwijs en de kinderopvang

Type contact Niet-immuun contact Immuun contact

Overig nauw contact in de groep/klas

(categorie 2)

  • Informeren (brief)
  • Testen bij klachten, ook bij neusverkoudheid (bij de GGD)
  • Kinderen gaan niet in quarantaine
  • Niet-immune medewerkers gaan wel in quarantaine
  • Optioneel: testen indien gewenst door ouders of geadviseerd door GGD (bv. bij een uitbraak)*
  • Informeren (brief)
  • Testen bij klachten, ook bij neusverkoudheid (bij de GGD)
  • Er geldt géén quarantaine-advies
  • Optioneel: testen indien gewenst door ouders of geadviseerd door GGD (bv. bij een uitbraak)*

Overig niet nauw contact

(categorie 3)

  • Testen bij klachten (bij de GGD)
  • Testen bij klachten (bij de GGD)

* Dit kan geadviseerd worden door de GGD bij een uitbraak of wanneer een contact leeft in een huishouden met kwetsbare personen. Zie bij het kopje ‘Bijzondere situaties’.

Uitbraakonderzoek

Er is sprake van een uitbraak als er binnen de school/kinderopvang 3 of meer gevallen zijn die gerelateerd lijken te zijn in tijd en plaats. De GGD brengt samen met de school in kaart of er sprake is van een cluster of uitbraak en of er (mogelijk) verspreiding heeft plaatsgevonden op school of in de kinderopvang. Hiervoor doet de GGD epidemiologisch uitbraakonderzoek (waarvoor het Excel-bestand ‘Clusteronderzoek GGD'en checklist minimale epi dataset’ dat op Viadesk te vinden is als hulpmiddel gebruikt kan worden) en vult dit zo nodig aan met sequencing van de gevonden virusstammen (zie onder Whole genome sequencing -WGS).

Praktisch gezien betekent bovenstaande het volgende:

  • Onder leiding van de betreffende GGD wordt een uitbraakonderzoek uitgevoerd om de situatie in kaart te brengen.
  • De GGD inventariseert de samenhang in tijd en plaats (klas/groep) van de gemelde gevallen.
  • De GGD doet, in samenwerking met de leiding van de school/kinderopvang het BCO rondom de positieve medewerkers en/of kinderen op school/kinderopvang. De GGD en de school/kinderopvang nemen contact met elkaar op en stellen de dagen vast waarvoor het contactonderzoek geldt. Dit is afhankelijk van de aanwezigheid van de besmette personen op de school/kinderopvang (besmettelijke periode: 2 dagen voor de 1e ziektedag). De leerkracht/school/kinderopvang maakt een lijst van de aanwezige personen met wie de besmette personen in nauw contact zijn geweest.
  • Afhankelijk van de context wordt alleen de groep/klas of worden meerdere groepen/klassen bevraagd.
  • De GGD adviseert over eventuele informatieverstrekking aan de ouders/verzorgers. 

Maatregelen bij een uitbraak

Indien de GGD op basis van epidemiologisch uitbraakonderzoek heeft vastgesteld dat er sprake is van een cluster of uitbraak waarbij verspreiding heeft plaatsgevonden op de school/kinderopvang (meerdere besmettingen verspreid over een klas, of over de school/kinderopvang) bepaalt de GGD samen met de school/kinderopvang welke maatregelen genomen kunnen worden om verdere verspreiding te voorkomen. Denk hierbij aan beter handhaven van algemene maatregelen of quarantaine voor een groep en/of grootschalig testen om sluiting van de school/kinderopvang te voorkomen. Het is ook een optie om tijdelijk cohorteringsmaatregelen te adviseren voor de kinderopvang of school, waarbij verschillende klassen/groepen zoveel mogelijk apart van elkaar worden gehouden.

Bij een uitbraak met meerdere besmettingen in de groep of klas, of een geclusterde uitbraak verspreid over meerdere klassen kan meer uitgebreide quarantaine voor de (gehele) groep/klas op de opvang of school geadviseerd worden.

Uitgezonderd voor quarantaine zijn zowel kinderen als medewerkers die aangemerkt zijn als overig nauwe contact (categorie 2) of overig niet nauw contact (categorie 3) die als immuun worden beschouwd. 

Extra testbeleid bij een uitbraak

Deze paragraaf is alleen van toepassing op het primair onderwijs.

Naast het testbeleid in de tabel 'Maatregelen voor kinderen 0-12 jaar (t/m groep 8) bij een besmettelijke index in het primair onderwijs en de kinderopvang kan bij een uitbraak met meerdere besmettingen in de groep of klas, of een geclusterde uitbraak verspreid over meerdere klassen een testadvies voor de (gehele) groep/klas op de opvang of school geadviseerd worden.

Deze extra testadviezen gelden niet voor kinderen en medewerkers die als immuun worden beschouwd. Zij krijgen wel het dringende advies om te testen bij klachten.

Whole genome sequencing-WGS

Overweeg om in aanvulling op het epidemiologisch uitbraakonderzoek moleculair onderzoek (WGS) van de gevonden virusstammen te verrichten. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd om clustering fylogenetisch te bevestigen dan wel uit te sluiten, een variant van het virus op te sporen en/of om een mogelijke bron in beeld te brengen. GGD’en kunnen voor overleg hierover en de praktische uitvoering contact opnemen met de LCI.

Het kan zinvol zijn een of meerdere positieve monsters te sequencen, bijvoorbeeld bij opvallende clustering (meerdere gevallen, verspreid over vrijwel alle klassen op scholen), verspreiding die duidelijk anders of sneller verloopt dan normaal gebruikelijk, of als men geen zicht en controle heeft op de uitbraak.

WGS is meestal alleen mogelijk bij lage Ct-waarden (32 of lager). In het geval van veel positieve monsters kan overwogen worden om slechts een deel van de monsters te sequencen. Daarbij is het van belang om van elke te onderscheiden groep een beperkt aantal positieve monsters te selecteren, naast een selectie in de tijd en het insturen van zoveel mogelijk monsters van zowel leerkrachten als leerlingen. Daarbij dient gelet te worden op de Ct-waarden van de positieve monsters (indien bekend); monsters met een lagere Ct-waarde hebben de voorkeur.

Op basis van de combinatie van epidemiologische gegevens en de resultaten van het moleculair onderzoek, kunnen conclusies worden getrokken (door de GGD in samenspraak met de virologen) over de verspreiding van het virus binnen het cluster. De conclusies worden met het RIVM/de LCI gedeeld als input voor eventuele aanpassingen van het landelijk beleid. Meer informatie over kiemsurveillance is te vinden in de paragraaf Diagnostiek, met daarin een verdere link naar informatie over gedetecteerde virusvarianten. 

Referenties

Versiebeheer

  • 14-10-2021: De handreiking is aangepast n.a.v. het advies van het 127e OMT. Kinderen van 0 t/m 3 jaar zonder klachten hoeven ook buiten de kinderopvang niet meer in quarantaine als zij een huisgenoot of contact zijn van iemand met corona.
  • 17-09-2021: Aanpassingen van de handreiking naar aanleiding van het kabinetsbesluit om het BCO op PO en kinderopvang verder te versoepelen. Klas-/groepsgenoten gaan niet meer in quarantaine bij één besmetting in de klas/groep.
  • 17-08-2021: Toevoeging preventief testen niet-immune werknemers. Het extra testbeleid bij een medewerker als index, namelijk het testen van de andere aanwezige medewerkers, is vervallen.
  • 12-08-2021: De definitie van immuniteit na het COVID-19-vaccin van Janssen is gewijzigd: iemand die het Janssen-vaccin heeft gekregen, wordt voortaan na 28 dagen i.p.v. 14 als immuun beschouwd.
  • 09-07-2021 De handreiking is aangepast aan het nieuwe BCO-beleid, waarbij maatregelen en adviezen verschillen per soort contact en afhankelijk zijn van de afweer die de persoon naar verwachting heeft opgebouwd tegen het coronavirus (immuniteit). Andere aspecten van het nieuwe BCO-beleid blijven voor de kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs tot de start van het schooljaar 2021-2022 ongewijzigd (OMT 117).
  • 24-06-2021: Aanpassing van de handreiking naar aanleiding van het kabinetsbesluit om de cohortering in de kinderopvang en het onderwijs los te laten.
  • 08-02-2021: Onder 'Uitvoering BCO bij 1 positief getest(e) kind/medewerker' is het testbeleid voor kinderen die categorie 2-contacten zijn gewijzigd.
  • 04-02-2021: Aanpassing van het testbeleid voor categorie 2 en 3 n.a.v. de aanpassing van het algemene BCO. Daarnaast is na het advies van het 98e OMT het testbeleid voor scholen toegevoegd.
  • 26-01-2021: Tekstuele verduidelijking onder ‘Maatregelen’ en een wijziging bij de maatregelen die scholen kunnen nemen om de transmissie zo klein mogelijk te houden. Deze zullen worden beschreven in het Generiek kader (voor scholen).
  • 22-01-2021: De Handreiking contact- en uitbraakonderzoek COVID-19 bij kinderen (0 tot 18 jaar) is gesplitst in deze handreiking voor het basisonderwijs en een handreiking voor het voortgezet onderwijs. De handreiking is compleet vernieuwd herzien n.a.v. het advies van het 95e OMT over het veilig heropenen van de scholen, De uitvoering van het BCO bij 1 positief geteste kind/medewerker, of bij een uitbraak in de klas/school en testbeleid is in de handreiking nader uitgewerkt.
  • 01-12-2020: Tekstuele verduidelijking onder 'testbeleid en maatregelen contacten'.
  • 27-11-2020: Aanpassing test- en quarantainebeleid van kinderen 0 tot en met 12 jaar (naar aanleiding van 87e OMT-advies) en thuisblijfadvies voor huisgenoten kinderen 0 tot en met 6 jaar (naar aanleiding van 88e OMT-advies).
  • 09-10-2020: De handreiking is aangepast aan het gewijzigde thuisblijf- en testbeleid voor neusverkouden kinderen van 0-4 jaar en op de basisschool. Het beleid ten aanzien van contacten <18 jaar van een index <18 jaar met COVID-19 gewijzigd (beleid per 2 oktober 2020); in principe worden alle contacten <18 jaar als een overig, niet nauw contact (categorie 3, zie ook informatiebrief) beschouwd, tenzij het gaat om kinderen in de middelbareschoolleeftijd die in hun vrije tijd frequent en intensief contact met elkaar hebben gehad. Paragraaf G is toegevoegd met praktische aanvullende maatregelen die scholen kunnen implementeren bij clusters en verhoogde regionale verspreiding.
  • 28-09-2020: Link voor uitzonderingen ingevoegd in 'Kinderen t/m 12 jaar mogen naar de kinderopvang of andere vormen van kinderopvang én naar de basisschool als zij alleen verkoudheidsklachten hebben zonder koorts. Hierop zijn uitzonderingen, zie https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen.'
  • 25-09-2020: link Rijksoverheid.nl/quarantaine.
  • 19-09-2020: aangepast n.a.v. gewijzigde beleid thuisblijven bij klachten voor kinderen t/m 12 jaar.
  • 04-09-2020: aangepast bij uitgangspunten: de voorwaarde minimaal 48 uur koortsvrij is verwijderd in 'De positief geteste persoon blijft thuis tot minimaal 7 dagen na de start van de symptomen en tot de persoon ten minste 24 uur symptoomvrij is'.
  • 03-09-2020: Onder 'Testbeleid en maatregelen contacten' is aangepast: kinderen t/m 12 jaar mogen wel naar kinderopvang/school/bso en sporten (niet meer vanaf 4 jaar).
  • 05-08-2020: Verduidelijking quarantainebeleid voor kinderen als ‘overige nauwe contacten’: leeftijd 4 t/m 12 jaar in plaats van ≤ 12 jaar. (Toelichting: de uitzondering voor het quarantainebeleid voor kinderen in categorie 2, overige nauwe contacten, geldt alleen voor kinderen in de leeftijd 4 t/m 12 jaar. De reden hiervoor is het welzijnsprincipe, het belang van school- en sportparticipatie is in deze leeftijdsgroep groter dan het risico op eventuele verspreiding. Dit geldt niet voor kinderen in de andere leeftijdsgroepen.)
  • 20-07-2020: Handreiking is uitgebreid naar alle kinderen van 0 tot 18 jaar. Uitgebreide herziening van de handreiking.
  • Ook bij uitgangspunten vermeld: Indien de test negatief is en kinderen alleen neusverkouden zijn of een snotneus hebben en verder niet ziek zijn, mogen zij naar school of kindercentrum en hoeven zijn niet thuis te blijven.
  • 18-06-2020: Onder scenario E, punt 1: "de school informeert..." aangepast naar "in overleg met de GGD informeert de school zo nodig..."
  • 11-06-2020: Eerste versie.